Gedachten over verkiezingsuitslag: gevaarlijke rechtse dreun

Rechts heeft met de verkiezingen van gisteren een gevaarlijke dreun uitgedeeld. Parlementair links heeft het daartegenover iets minder slecht gedaan dan het een handvol weken geleden nog leek. Dat is echter tegenover die meerderheid van sloopgeile neoliberalen en randfascisten die ons – nu nog in mediadebatten en verkiezingsfeestjes, morgen wellicht vanuit het Catshuis – aangrijnst, een schrale troost. De politieke crisis gaat, met de vorming van een volgend kabinet een nieuwe, grimmige fase in.

De cijfers zijn helder. VVD grootste partij, kantjeboord maar toch. VVD, PVV en CDA samen een krappe meerderheid in het parlement. Rechts als geheel – VVD, PVV, CDA, D66, CU, SGP – winnen 10 zetels vcergeleken bij 2006 en komen gezamenlijk op 93. Links als geheel – PvdA, SP en GL – komen op 55, of 57 als we de Partij voor de Dieren bij links rekenen. Er is aan deze cijfers, ook voor een revolutionaire niet-stemmer als ik, geen vreugde te beleven. Het aantal mensen dat mee gaat met het idee dat bezuinigingen, grootschalig, nodig en onontkombaar zijn, gecombineerd met ideeën die de schuld van veel narigheid bij migranten, moslims en linkse hobbies leggen, en die dat via de stembus laat weten, is gegroeid. Het aantal mensen dat daartegen, mede via de stembus, op de rem wil trappen en sociale bescherming enigszins overeind wil houden, is afgenomen. De verkiezingsuitslag registreert een verschuiving naar rechts onder flinke delen van de bevolking, juist ook binnen de arbeidersklasse. Dat ontkennen is onszelf zand  in de ogen strooien. Dat onder ogen zien, is een startpunt voor verzet.

Daarmee is het verhaal helemaal niet af. Binnen het rechtse kamp zien we opmerkelijke, en gevaarlijke, verschuivingen. Natuurlijk springt de grote opmars van de PVV er uit. De afgelopen twee maanden zakten Wilders’ gardisten wat weg in de peilingen, tot ruim onder de twintig. Het leek er op dat het, na grote praatjes, niet meebesturen van de PVV in Almere en Den Haag na grote overwinningen daar, een deel van hun kiezers had teleurgesteld. Geharrewar rond omstreden kandidaten, en ook de manoeuvres van onder-opper-leider  Hero Brinkman voor meer democratie in fascistenland, en een jeugdafdeling, leek een deel van de PVV-aanhang toch tot andere gedachten aan het brengen te zijn. De keiharde taal die inmiddels Rutte ook uitsloeg rond immigratie maakte een verschuiving van een deel van die mensen terug naar de VVD aannemelijk. Het feit dat de verkiezingscampagnes vooral gevoerd werden over bezuinigings- en aanverwante economische onderwerpen, leek ook de aandacht wat weg te trekken van het Moslims-treiteren waar Wilders zo mee scoort. Het was opvallend dat Wilders een tweede vijand om hard aan te pakken aanwees de laatste maanden: bankiers.

Feit is dat al deze factoren Wilders niet hebben gestuit. Juist Wilders slaagde er in de slotfase in zich te profileren als een soort SP, maar dan met een veel en veel harder anti-immigratiestandpunt. Wat hij op het slotdebat voor de verkiezingen uithaalde, was een meesterzet: tranentrekkend aanstippen hoe het met de zorg  voor ouderen is gesteld, en van de andere lijsttrekkers eisen dat dit binnen vier jaar verandert. Ja of nee, mijnheer Rutte, mijnheer Cohen?! Pure demagogie – maar ik vrees ook tamelijk effectieve demagogie tegenover politici die daartegenover alleen maar mitsen en maren stellen.

Wilders won met zijn racisme én met zijn sociaal-economische toonzetting. dat verklaart waarom hij styemmen won van de VVD én van de SP. Roemer was, met alle beperkingen die zijn SP typeert en die recht overeind staan , de meest principiële – en de meest sympathieke! – opponent van de rechtse logica van bezuinigingen en bijbehorende onbeschaafdheden van de lijsttrekkers. Wilders was vanuit rechts echter de felste – en de meest effectieve. Hij heeft zich de afgelopen jaren als oppositieleider een machtspositie verworven, en heeft gisteren geïncasseerd. En hoe.

Een tweede ontwikkeling ter rechterzijde betreft het CDA. Eeen electorale afgang, nog wat zwaarder dan zich al aftekende, voltrok zich. Op zich is dat reden voor een brede grijns: de partij is bij uitstek dé partij van de macht in Nederland, en die zie ik graag grondig verzwakt, vernederd, ontredderd. Dat Balkenende meteen zijn leiderschap neerlegde was onontkoombaar en op zichzelf welkom. Dáár zijn we in ieder geval van af.

Maar de nederlaag van het CDA was geen links succes. Het CDA is slachtoffer geworden van drie zaken. In crisistijd winnen hárde verhalen het van vage mitsen-en-maren-politiek. De hardste verhalen kwamen van rechts. Dát heeft het CDA heel veel stemmen gekost. Het CDA is leeggehaald door vooral de VVD, naar mijn indruk. Tussen bedaard maar stevig bezuinigingen met een sociaal randje en keihard, als onontkoombare redingsoperatie verkochte, bezuinigingsbeleid, kozen mensen het tweede.

Tweede factor was de zwakke leiding van het CDA, de verdeeldheid aan de top. Al meteen na de gemeenteraadsverkiezingen wees de CDA-top Balkenende toch meteen aan als lijsttrekker voor de Kamerverkiezingen. Maar snel brak er in regionale partijkringen kritiek uit, en klonk de vraag of dit niet te voorbarig was. Moest er toch niet aan een andere lijsttrekker worden gedacht? Dat zeurde wekenlang door, en zoiets is niet goed voor slagvaardigheid en zelfvertrouwen aan de top. We zagen dan ook een Balkenende die nu en dan krampachtig optrad, af en toe uitgleed. Kort voor de verkiezingen lekte ook nog eens uit dat prominente CDA-ers al niet meer in een overwinning geloofden en al dachten aan wat er dan moest gebeuren. Gisteren zagen we de ontknoping van wat al in de lucht hing.

Derde factor was persoonsgebonden. Balkenende wist bij eerdere gelegenheiden tee scoren als een soort vaderfiguur die het beste met iedereen voorhad, streng waar het moest, beminnelijk waar het kon. Balkenende en zijn CDA werd daarmee een soort vluchtheuvel voor diegenen die scherpe tegenstellingen eng vonden en vooral rust in de tent wilden. Na de moord op Fortuyn versterkte precies die uitstraling zijn positie. Na de moord op van Gogh zag je hetzelfde effect. Maar nu werkte het niet meer, om twee redenen.

De eerste was de felle, toch door sociaal-economische verschillen gedomineerde, polarisatie. Je wilde harde bezuinigingen, dan stemde je rechts. Of je wilde een flink stuk sociale bescherming, met minder en trage bezuinigingen, en dan stemde je links. Dat was de keus, in de beeldvorming. Balkenende horde inhoudelijk bij dat eerste, rechtse kamp, maar zijn uitstraling past meer bij het tweede. Je zag dat hij zich de laatste weken met enige nadruk tegen de “kille sanering” die Rutte beoogde, ging afzetten. Toch kon je aan je water aanvoelen dat hij veel dichter bij Rutte stond dan bij de PvdA. Dat ‘klopte’ niet, en dat deed hem waarschijnlijk geen goed.

Degene die dan ook met de rol van goede huisvader aan de haal kon gaan, was niet Balkenende, maar Cohen. Dat zijn partij de schade wist te beperken tot een verlies van twee zitels – een half jaar geleden zag dat er heel wat ernstiger uit – had dan ook voor een deel daarmee te maken. Mensen stemden op hem, niet zozeer omzat ze hem zagen als links en dat verwelkomden, maar omdat ze hem zagen als iemand die alle kanten recht deed, die ‘de boel bij elkaar hield’. Die rol, die Balkenende eerder speelde, is hij kwijtgeraakt aan de PvdA-leider. Intussen zien we uit welke hoek de wind in het CDA waait. Verhagen is zojuist tot fractieleider gekozen. Daarmee dreigt het CDA de weg omhoog terug te zoeken, niet via gematigde verzoening, maar via Raspoetineske machtspolitiek.

Er komt meer, maar dit is een beginnetje…

(bijgeschaafd 12 juni ’s nachts tegen kwart voor drie)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: