Linkse stembusnederlaag, niet-stemmen rukt op

Terwijl de eerste zetten in een ongetwijfeld slepende kabinetsformatie gedaan worden, kijk ik nog even terug op de verkiezingsuitslag zelf. Over rechts hebben we het gehad. Het is tijd om toch nog even naar de verzwakte, aangeslagen en zich deels aan illusies vastklampende linkerkant van de parlementaire politiek te kijken. Tevens verdient de ‘grootste politieke stroming van Nederland’ aandacht: de bijna vijfentwinig procent van de kiezers die niet zijn gaan stemmen.

De uitgedeelde klap is fors: SP, PvdA en GroenLinks behaalden 10 zetels minder dan in 2006.  De grootste verliezen kwamen bij de winnaar van 2006 terecht, bij de SP. De schade is nog enigszins beperkt gebleven: een paar maanden terug leek het denkbaar dat de SP onder de 10 zetels terecht zou komen. Twee dingen zorgden voor enig herstel. De campagne werd vooral rond bezuinigingen en verwante thema’s gevoerd. Hoe meer dat gebeurde, hoe meer het SP-verhaal – laat de crisis betalen door degenen die hem veroorzaakt hebben, pak de banken, de bonuscultuur, niet de mensen onderaan – tot zijn recht kwam, en hoe meer mensen waarschijnlijk toch weer teruggingen, van PvdA naar naar SP. Temeer omdat het nieuwtje van die aardige – maar toch ook aarzelende – mijnheer Cohen – er langzaamaan weer afging.

De tweede reden voor het SP-herstel heette: Emil Roemer. Ik heb hem bij zijn aantreden gekenschetst als iemand van het bestuurlijke, dominante deel van de SP, zeker niet iemand van een echte draai naar links. In essentie klopt dat inderdaad. Maar zijn taal, zijn hele manier vandoen, was toch relatief strijdbaar, steviger dan ik had verwacht. Zijn goedmoedige joviale uitstraling, met af en toe een amusante one-liner, deden de rest. Ja, personen dóén ertoe in het parlementaire gedoe, en de SP had een steeds sterker opererende aanvoerder. Ook dat voorkwam een totale afgang.

Over de PvdA ben ik kort. Ik tel haar bij de linkse partijen, vanwege haar oorsprong en haar banden met de arbeidersbeweging, via ene deel van de vakbondstop. In  haar optreden is van die linksheid echter nauwelijks nog sprake, al ontbraken in Cohens verhaal ook de aanvallen op het kille saneren van Rutte niet. Maar soortgelijke aanvallen hoorden we ook uit de mond van Balkenende. Cohen slaagde erin om het kampioenschap zorgzame vaderlijkheid ruimschoots te winnen van Balkenende, zonder helemaal als softie weggezte te kunnen worden. Veel meer  stelt de PvdA-uitslag – een beperking van een nederlaag, geen overwinning – nauwelijks voor.

GroenLinks is een ander verhaal. Twee dingen kenmerkten het optreden van deze partij, de afgelopen jaren en ook deze campagne. Allereerst een aanvaarding van neoliberale methoden, maar op een softere manier dan rechts dat beoogt. Maar woorden als flexibiliteit en hervormingen lieten blijken uit welke hoek de wind waaide. Flexibeler betekent: meer bereid je te voegen naar wat de arbeidsmarkt van je vraagt. Hervormen betekent: traditionele vormen van sociale bescherming terugdringen, de zelfredzaamheid van mensen stimuleren. In de kern was dat een VVD-verhaal. Daar werden dan wel warme linksige dekens omheen gewikkeld over zwakken die geholpen moesten worden en geen kille sanering. Maar de kern was liberaal. De groei van GroenLinks binnen het linkse kamp is een groeiu van dit liberalisme, en is daarmee een verzwakking van links.

Met het tweede punt ligt dat anders. GroenLinks was óók de partij waarvan de aanvoerder, Femke Halsema, relatief het hardste stellingnam tegen Wilders, de PVV en het bijbehorende racisme. Halsema deed dat niet slechts in de campagne, maar al de afgelopen jaren. Binnen links was zij daarin de hardste. Alleen Pechtold van D66 deed ongeveer hetzelfde, maar die deed dat als campagne-deel van een harde neoliberale, kortom rechtse partij.

Ik denk dat de anti-Wilders-toonzetting bijdroeg aan het succes van deze partijen. Wie zich echt zorgen maakte over Wilders en dat wilde laten merken in de stembus, koos veelal Halsema of Pechtold. Je zag de winst van D66 trouwens weer wegglijden naarmate economische thema’s – en dus niet Wilders – gingen domineren. Met die thema’s kwam de hardvochtigheid van het D66-liberalisme weer meer in beeld, en verloor de partij aan aantrekkingskracht. GroenLinks had daarvan minder last, het neoliberalisme was daar nog altijd wel ingebed in een links-klinkend verhaal. Voor die partij was de omarming van neoliberale praktijken een concessie aan de vermeende onvermijdelijke eisen van de economie; voor D66 was het neoliberalisme sowieso een kernprincipe.

Er is een vierde ‘partij’, naast de linkse partijen, wiens score we eens nader moeten bekijken. Dat is het blok van de thuisblijvers. Met 74,7 procent is de opkomst wederop gedaald: in 2006 gingen nog 80,3 procent van de kiezers daar de stembus. Met een percentage van 24,4 is de groep niet-stemmers dus groter dan de grootste partij. Ik kan me als welbewuste thuisblijver dan ook winnaar van de verkiezingen voelen, maar dat is toch overduidelijk te simpel.

De niet-stemmers zijn een ongrijpbare, veevlormige groep. Juist omdat ze wegblijven, zijn hun opvattingen ook moeilijk in te schatten. Er zitten allerlei mensen tussen. Uiterst rechtse lui, voor wie het ontbreken van een neo-nazi-kandidaat reden is om weg te blijven. Mensen die zich totaal afgesloten hebben van de maatschappelijke werkelijkheid, bijvoorbeeld vanwege al te grote persoonlijke narigheid. Ook een kleine groep, uiterst-links al is er met dat begrip ook een probleem,  die in frontale oppositie tegen de hele maatschappelijke orde is, haar revolutionaire omvorming nastreeft en niet gaat stemmen. Van die groep maak ik deel uit. Maar dominant is, denk ik, een andere groep: mensen die wel degelijk volgen wat er gebeurt, al vinden ze het saai; mensen die weten dat ze op allerlei manieren de klappen te verduren krijgen, maar het gevoel hebben dat dara gewoon niets aan te doen is, en zeker via een stembriefje. Die mensen hebben in essentie gelijk – en hun aantal groeit. Het zijn de natuurlijke bondgenoten voor revolutionairen, maar teveel revolutionairen hebben dat niet helemaal door.

Wat voor mensen zijn dit veelal? Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan, en een steekproef van twee mensen in mijn vriendenkring zou ik geen grote wetenschappelijke status willen toekennen. Maar mij zou het niets verbazen als deze groep gemiddeld armer is, gemiddeld lager opgeleid, gemiddeld vaker baanloos, gemiddeld vaker buitenstaander, buitengesloten soms. Deze mensen zijn veelal niet in bewuste oppositie tegen de gevestigde orde. Ze zijn er echter ook niet loyaal aan, en ze nemen aan één van die loyaliteits-rituelen – verkiezingen, dé uiting van democratisch burgerschap in een in essentie ondemocratische orde – geen deel. Het zijn deels ook dit slag mensen wiens thuisblijven de SP zetels kost. Harry van Bommel, SP-Kamerlid, onderkende dit in na de gemeenteraadsverkiezingen in maartmaart: “Het lijkt erop dat we veel stemmen hebben verloren van mensen die deze keer zijn thuisgebleven.” Dat onderstreept het belang van juist déze groep mensen voor een strijd voor een betere, socialere maatschappij – vooral ook terwijl natuurlijk juist deze mensen bij die strijd een doorslaggevend belang hebben. Het is bij uitstek hún strijd.

Dat het bij niet-stemmers inderdaad gemiddeld armere mensen betreft dan de bevolking als geheel, valt op te maken uit waar deze mensen veelal wonen: vooral in steden vol straatarme mensen. De opkomst in Amsterdam: 70,7 procent. Rotterdam: 62,2 procent. Den Haag: 66,1 procent. Alleen in Utrecht is het opkomstpercentage iets hoger dan het landelijke gemiddelde: 77,2 procent, ook slechts een geringe daling van 78,5 procent vier jaar terug. Maar kijk eens naar  Zaanstad (72,4 procent, gekelderd van 79,3 procent), naar Enschede (69,9 procent, van 77,2 procent, naar Tilburg (67,7 procent, vanaf 73,o procent)… allemaal ooit bloeiende industriesteden, allemaal steden met grote aantallen arme, door ‘de economie’ afgedankte opzijgeschoven mensen. Kijken we voor de aardigheid eens naar het sjieke Bloemendaal (daling van 88,9 procent naar 85,0), het keurige  Blaricum (van 88,5 naar 84,o) en het deftige Wassenaar (85,4 naar 82,0) dan wordt het toch duidelijk: verkiezingsdeelname is een kwestie van klasse. Hoe armer, hoe groter de neiging om thuis te blijven. En het aantal thuisblijvers neemt toe, die stroom groeit al meer en meer. Dat is géén slecht nieuws. Althans niet voor revolutionairen die, samen met deze mensen, de loyaliteit aan dit systeem eveneens opzeggen en vandaaruit verder willen werken aan bevrijding.

Maar ook daarbij is helderheid nodig. Aan antiparlementaire illusies hebben we net zo weinig als aan de parlementaire illusies waar links zoveel schade ondervindt. In Ravage Digitaal doet een schrijver het voorkomen alsof de niet-stemmers, samen met de Fortuyn-stemmers in 2002 en de Wilders-stemmers nu, een soort gezamenlijk antiparlementair kiezersblok zijn. “Zo’n drie miljoen burgers maken vandaag naar verwachting geen gebruik van hun stemrecht.” So far, so good. Dan vertelt het artikel dat het aantal stemmers in 1998 terug was gelopen tot 73 procent. “De burger had het in die tijd helemaal gehad met de politiek, hetgeen de weg vrij maakte voor de opkomst van Pim Fortuyn” – die echter een onderdeel was van die politiek, al zijn profilering als rebelse buitenstaander ten spijt. Dat negeert de Ravage hier. En dan dit: “Indien je bedenkt dat veel kiezers een proteststem uitbrengen op de PVV, naar verwachting 1,5 miljoen mensen, dan komt het aantal burgers dat zich afzet tegen het parlement op ruim 4 miljoen te liggen.”

Dit is een gevaarlijke en onjuiste generalisatie. PVV-stemmers zijn voor een deel zeer gemotiveerde stemmen vóór een bepaalde, uiterst-rechtse politiek. Dat deel is géén proteststem, althans niet zonder meer. Een ander deel is dat wel. Maar het protest richt zich dan niet zozeer tegen “het parlement” als zodanig, maar tegen wat men ziet als een ‘elite’ die als te links, te open voor migranten, te multicultureel, wordt gezien. Het bezwaar van deze mensen is niet zozeer dat er een elite is, maar dat die elite zich verkeerd opstelt en dus grondig opgeschud en eventueel onder de voet gelopen moet worden, onder aanvoering van de Grote Leider. Ja, dit is in zijn consequentie in zekere zin anti-parlementair. Maar 1. Wilders (en eerder Fortuyn, en ooit ook Mussert, Mussolini en Hitler; het truukje is oud) gebruiken het parlement en de verkiezingen tegelijk behendig. En 2. de antiparlementaire ondertonen zijn réchts van dynamiek, gericht tegen het beetje democratie dat indirect via een gekozen parlement nog doorklinkt in vervormde zin.

Ja, onder de grote groep niet-stemmers klinken dit type van vaag-rechtse sentimenten óók. Maar ze zijn daar vana vermengd met heel andere, échte anti-establishent-sentimenten – die je omgekeerd hier en daar onder Wilders-aang hangers ook tegenkomt; er staan geen muren tussen de verschillende trends in de bevolking. En in de linkerflank van deze groep bevinden zich dus kleine aantallen welbewuste, uiterst-linkse mensen voor wie het niet-stemmen deel is van een veel breder, en dieper, verhaal. Juist om te voorkomen dat grote aantallen uit de groep van niet-stemmers zich op sleeptouw laten nemen door schakel- en randfascisten als Fortuyn en Wilders, dienen revolutionairen deze mensen – mensen als jij en ik! – bloedserieus te nemen, en niet af te doen als één amorfe antiparlementaire meute in het potentiële kielzog van bijvoorbeeld de PVV.

Advertenties

One Response to Linkse stembusnederlaag, niet-stemmen rukt op

  1. jan janssen schreef:

    Rozendaal is een mooi voorbeeld van zeer hoge opkomst in combinatie met veel rechtse stemmers.

    Opkomst in Rozendaal:

    opkomst Tweede Kamer 2010 92,5%
    opkomst Tweede Kamer 2006 93,4%

    43% van de stemmen in Rozendaal ging naar de VVD.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: