Vier formatie-opties – het antwoord heet: verzet

Het formeren van een nieuwe regering begint op gang te komen, en het zal een lange adem vergen van alle betrokkenen. Wat zijn de scenario’s? En wat is er voor onze kant, de kant van arbeiders en bondgenoten in verzet, te behalen in deze situatie?

De eerste optie die momenteel onderzocht wordt, is een openlijk rechtse coalitie: VVD, PVV, CDA. Koningin Bea heeft Uri Rosenthal als informateur opdracht gegeven om te onderzoeken “wat de mogelijkheiden is van een kabinet waar de grootste partij en de groos tste winnaar deel van uitmaken.” De grootste partij is de VVD, de grootste winnaar de PVV. Om aan een – zeer krappe – meerderheid te komen, moet dan het zwaar gehavende CDA wel aanschuiven. Kopstukken binnen die partij voelen daar weinig tot niets voor, dus dat wordt al lekker lastig. Tweede complicatie: VVD-PVV-CDA hebben in de Eerste Kamer géén meerderheid. De laatste keer dat dit orgaan werd gekozen, vanuit de Provinciale Staten, deed de PVV nog niet mee. Dit betekent dat zo’n coalitie maar moet zien of ze niet bij het eerste de beste wetsvoorstel dat ze door de beide Kamers loodst, struikelt. Verkiezingen voor Staten, en daarmee Eerste Kamer, zijn pas in 2011. Dat zou betekenen dat zo’n kabinet eerst maandenlang moet bungelen voor het stevig aan het regeren kan slaan.

De tweede optie is wat Paars-plus genoemd wordt: de aloude paarse coalitie van 1994-2002: PvdA, VVD en D66, deze keer aangevuld met GroenLinks. Er wordt gedaan alsof hier enorm veel tegenstellingen voor overbrugd moeten worden, maar ik vrees dat dit ernstig ‘meevalt’. Alle vier de partijen omarmen de markt, met mantra’s van ‘flexibilisering’ en ‘hervormingen’ van dit en van dat, vooral van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. VVD  en D66 willen dat vrijwel nietsontziend, PvdA en GL willen stukjes sociale bescherming wat meer overeind houden. Maar dat zijn bespreekbare, kwantitatieve verschillen. Hetzelfde geld voor de door al deze partijen aanvaarde bezuinigi9ngsnoodzaak. Mag het een ietsje meer zijn, of toch nog wat minder? Dieper gaat het allemaal niet.

Een derde optie is het zogeheten ‘nationale kabinet’ waar Wiegel al sinds de Slag bij Nieuwpoort in 1600 voor pleit: CDA, VVD en PvdA. Beleidsmatig vrijwel probleemloos, om soortgelijke redenen als Paars-plus. Alleen is het niet zo waarschijnlijk dat PvdA en CDA erg happig zijn op samen regeren, na de ruzies die het vorige kabinet waar beide partijen inzaten ten val hielpen brengen. Ook voelt het CDA er vermoedelijk eventjes niet zo veel voor om meteen weer te regeren, na de nederlaag. Er moeten wonden gelikt worden, en afrekeningen gemaakt. Dat Raspoetin Verhagen nu de fractievoorzitter is, betekent nog niet dat de leiderschapsstrijd al afgerond is.

Een vierde optie is er ook nog. Een, jawel “linkse coalitie” die volgens SP-leider Roemer in beeld zou kunnen komen als al het andere mislukt. dan hebben we het over PvdA, SP, GL, D66 en een CDA “dat na zijn verlies wellicht een socialere koers wil gaan varen.” Voor dit soort inzichten is de zinsnede ‘yeah, right!’ uitgevonden. Elke sociale oprisping vanuit de zogeheten linkervleugel van dat CDA wordt al sinds het bestaan van die partij hetzij de nek omgedraaid, hetzij tot retorische proporties gereduceerd. En onder Verhagen – rechtse houwdegen, sterke man achter de schermen – valt een serieuze draai naar een socialer richting al helemaal nauwelijks te verwachten. Als het CDA al aan zo’n linksig kabinetje gata meedoen dan is het als waakhond van ondernemersbelangen, als rechts tegenwicht om het land niet helemaal aan de rooien en goddelozen over te laten of zoiets dergelijks. Bij de strijd tegen teveel linksigheid – nauwelijks erg nodig, gezien de braafheid van wat in het parlement voor links doorgaat – zullen ze daarbij de steun vinden van de harde neoliberalen van D66, hoezeer die twee partijen op culturele punten ook uiteenlopen. Ook dit zou een ondernemerskabinet worden, hoe aantrekkelijk de randversiering  er ook mag uitzien.

Valt er een voorkeur uit te spreken voor één van de vier coalities? Volgens mij niet. Ja, de eerste optie óógt ongetwijfeld het griezeligst van alle vier. De PVV – een stroming met een soort fascist aan het hoofd, en overduidelijk radicaal rechts van inslag – in een regering, dat schept gevaarlijke precedenten, geeft die partij invloed op allerlei benoemingen in het staatsapparaat, en verschuift de hele atmosfeer in de maatschappij verder naar rechts. Je moet er niet aan denken: Wilders, of *hik*handtastelijke Brinkman als minister van Veiligheid.

Het aantreden van zo’n kabinet dient opgevat te worden als oorlogsverklaring, aan mensen van moslim-afkomst, maar ook aan alle mensen die beklang hebben bij goede collectieve voorzieningen, sociale zekerheid en een loon waar je behoorlijk van rond kunt komen. De PVV heeft binnen 24 uur na haar overwinning haar ‘breekpunt’, de AOW-leeftijd van 65, al losgelaten. Wie denkt dat andere sociaal-klinkende voorstellen – stufi en duur van WW handhaven bijvoorbeeld, of extra geld voor de zorg – bij de PVV wel veilig zijn, leeft in dromenland.

Maar zijn de andere drie coalities werkelijk gunstiger voor ons? Ik geloof het niet, en daarvoor zie ik meerdere redenen. De eerste is beleidsmatig: élke regering zal grof gaan bezuinigen, en de samenstelling van de regering heeft daarop slechts minieme invloed. Partijen die nu beloven iets minder hard te slopen, kunnen niet op hun woord worden vertrouwd. De krachten die werkelijk uitmaken hoe hard het zal gaan met de bezuinigingspolitiek – die krachten zijn de bankiers, de aandeelhouders, nationaal en internationaal.

Zou er een regeringsbeleid komen waarin de bezuinigingen te laag en te traag zijn naar de zin van grote financiële belangen, dan tuimelt de aandelenkoers demonstratief en dan regent het waarschuwingen van topondernemers. Daar dwars tegenin regeren, dat lukt geen van de coalities. De verstrengeling van staat en kapitaal is daarvoor te sterk, te fundamenteel.

Daar komt nog bij dat regeringen met linkse partijen erin soms zelfs nog verder durven te gaan met sloopmaatregelen dan louter-rechtse coalities. Dat komt enerzijds omdat linkse politici de druk voelen om zich te moeten bewijzen als ‘verantwoorde’ bestuurders in de ogen van het bedrijfsleven; rechtse politici hoeven dat dioorgaans niet. Anderzijds hebben linkse partijen vaak bindingen met  een vakbondstop die erg behulpzaam kan zijn om eventueel verzet vanuit arbeiders in de dammen, in te kapselen, tegen te werken.

Hoe erg juist een regering van linksige samenstelling kan huishouden, zien we in Griekenland:  het sociaal-democratische PASOK heeft daar met relatief linkse beloften  de verkiezingen gewonnen, en is door vooral de financiële sector en Europese regeringen onder enorme druk tgezet om keihard te bezuinigen. dat doet die regering – en bevriende vakbondsbestuurders doen er alles aan om de protesten zo beperkt en symbolisch mogelijk te houden, iets dat gelukkig maar zeer matig lukt. En in Griekenland heeft een linkse partij de hele regeringsmacht; in Nederland wordt links hooguit een déél van een regering. Niets wijst erop dat de komende Nederlandse regering wezenlijk ander beleid zal gana voeren dan kei- en keihard bezuinigingsbeleid. Niet de samenstelling van zo n regering, maar verzet vanuit de onderkant van de maatschappij kan dit dwarsbomen.

Er is een tweede reden waarom coalities zonder de PVV erin net zo goed levensgevaarklijk zijn als de rechtse coalitie waar Wilders aan meededoet. Bezuinigingscoalities zonder PVV, maar mét één of meerdere linkse partijen, spelen de PVV geweldig in de kaart. Zulke regeringen zullen mensen, vanwege bezuinigingen, erg kwaad maken. Tegelijk zal het bezuiniginsgbeleid omkleed zijn door een licht links retorisch sausje. dfat betekent dat de woede tegen bezuinigingen heel erg makkelijk om te buigen is in een woede tegen ‘de linkse elite’,’linkse hobbies’, noem  het maar op. Kampioen in dit demagogische ritueel is natuurlijk Wilders. Als hij het zo weet te draaien dat hij ‘buiten zijn schuld’ in de oppositie belandt , dan kan hij zich weer vrijwel onbelemmerd uitleven met het opstoken van racistische vuurtjes, vastgeknoopt aan een pseudo-verdediging van sociale rechten, voor niet-moslims dan. Bij volgende verkiezingen kan hij dan opmarcheren naar de 38 zetels – en met de jeugdbeweging die hero brinkman intussen op stapel zet, kan hij ook daadwerkelijk aan letterlijk opmarcheren gaan denken. Kortom: we kunnen ‘kiezen’ tussen een coalitie met de PVV erin, of een coalitie die de deur voor de PVV wagenwijd openzet. Nog korter: tussen deze opties valt niets wezenlijks te kiezen. De enige serieuze keus is: wel of niet in verzet komen of blijven.

Er is bij al deze kommer en kwel wel een positief punt. Alle genoemde regeringsopties zijn lastig tot stand te brengen. De verkiezingsuitslag gaf namelijk wel een rechtse overwinning te zien, maar niet op een eenduidige manier.  “Een nieuwe ruk naar rechts”, jazeker, maar “binen een versplinterd politiek landschap”, zo duidt Bart Griffioen het aan op de website van de Internationale Socialisten. Inderdaad. Véél rechtse partijen, lang niet allemaal overwinnaars, met stevige rivaliteiten en onderlinge verschillen, dat is het beeld. Ondernemerskringen en rechtse partijen die gehoopt hadden dat de verkiezingen een makkelijk tot stand te brengen rechtse coalitie die nu een snel die bezuinigingen op de rails kon krijgen, hebben hun zin niet gekregen. “Het doel van de verkiezingen was om een stabiele basis te krijgen voor de megabezuinigingen die de elite nodig vond”, aldus Pieter Brans op de website van Offensief. “Dat is niet gelukt.” Ten dele: aangezien alle a partijen bezuinigingen accepteren, is die basis er wel degelijk. De basis is alleen erg verbrokkeld en mede daardoor kwetsbaar. Het maken van een coalitie vergt intussen van informateur Uri Rosenthal het soort goochelkunsten waarvoor hij misschien zijn naamgenoot Geller te hulp zou kunnen vragen.

Het voordeel hiervan is simpelweg dat het allemaal qwel eens lang zou kunnen duren, die formatie. Dat geeft arbeiders en mensen die arbeidersverzet en solidariteit ondersteunen een waardevol iets: tijd! Nú is het moment om doortastend netwerken, vaak nog netwerkjes, van verzet van de grond te krijgen. Juist kleine acties – een staking hier, een solidariteitsdemonstratie tegen bezuinigingen daar –  moeten nu uiterst serieus worden genomen, worden ondersteund dan wel opgebouwd.

Onszelf overschreeuwen dat er ‘onmiddellijk massaal verzet’ moet komen of iets dergelijks, is nu zinloos, zelfs contraproductief. Zoiets gebeurt niet op afroep, en een misplaatste verwachting in die richting demoraliseert onze al aangeslagen krachten alleen maar verder. Verzet, ook grootschalig, kómt er op één of andere manier wel, als de contouren van komend regeringsbeleid duidelijk worden. Nu is onze taak om daarvoor, in alle bescheidenheid maar met een serieus gevoel voor urgentie, bouwstenen en aanzetten in die richting te geven, zonder de verwachting onmiddellijk geweldige successen te boeken, maar met het inzicht dat, wat we nu doen, er wel toe dóét. Laten we de tijd die het formatiecircus ons biedt, benutten – en goed ook.

Advertenties

One Response to Vier formatie-opties – het antwoord heet: verzet

  1. patrick schreef:

    gewoon die teller op 0 zetten!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: