Engels en Bakoenin over autoriteit

Het sleutelwoord in de langlopende discussie tussen anarchisten enerzijds en klassieke marxisten anderzijds is het woord ‘autoriteit’. Marxisten, zo luidt de onder marxisten gangbare weergave van de discussie, accepteren autoriteit als mechanisme, maar willen die autoriteit onder democratische controle brengen. Anarchisten ontkennen, in deze versie, elke noodzaak van autoriteit, en willen haar hetzij negeren, hetzij omverwerpen. In deze weergave zien anarchisten er makkelijk uit als irreële malloten, en marxisten als de meer realistische revolutionairen. De weergave is echter unfair en onjuist

Een voorbeeld zien we bij Paul Blackledge, een marxist die in een lang artikel dat begin van dit jaar in International Socialism Journal verscheenprobeert uit te leggen dat de marxistische kritiek op het anarchisme klopt, terwijl de anarchistische kritiek op Marx en zijn aannhangers in de kern misplaatst is. Hij zegt bijvoorbeeld: “De sleutelvraag voor marxisten doe marxisten aan elke maatschappij stellen is niet of die gekarakteriseerd wordt door enige soort van autoriteit (het antwoord daarop kan alleen maar ja zijn), maar of de autoriteit onde democratische controle staat, en zo nee, wie dan wel die controle heeft. Zoals Herbert Marcuse opmerkt: Marx keek niet vooruit naar het beëindigen van autoriteit, maar naar de volledige democratisering ervan.”

Het is een oud thema van marxisten, dat teruggaat op minstens Friedrich Engels. Die schreef, in de context van de discussies met de beginnende anarchistische beweging van de jaren 1860 en 1870, zijn artikel “Over Autoriteit”. Hij wijst er daar heel behendig op in hoeveel maatschappelijke instellingen dingenprecies gecoördineerd moeten verlopen, en hoe dit discipline, en daarmee autoriteit, met zich meebrengt. Autoriteit omschrijft hij als “het aan ons opleggen van de wil van een ander”. Dus: “autoriteit verondertelt ondergeschiktheid” Voorbeelden waarmee hij komt is de gang van zaken in een katoenfabriek en bij de spoorwegen. Het arbeidsproces vergt daar punctualiteit, een ieder zal de overeengekoen taken moeten uiotvoeren en zich aan het proces-als-geheel ondergeschikt moeten maken. Dat proces-als-geheel kan overzien worden door gedelegeerden die opdrachetn geven, of rechtstreeks door meerderheidsbesluiten – maar in beide gevallen is er sprake van autoriteit, hoe democratisch ingericht en geworteld ook.

Hij wijst ook op revoluties als wezenlijk van autoriteit doortrokken gebeurtenissen: “Hebben deze heren (Engels doelt op antiautoritaire revolutionairen als Bakoenin) wel eens een revolutie gezien? Een revolutie is zeker het meest autoritaire wat er is; het is de daad waarmee een deel van de bevolking haar wil aan een ander deel oplegt door middel van geweren, bajonetten en kanonnen – autoritaire middelen bij uitstek; en de zegevierende partij zal, als ze niet voor niets wil hebben gestreden, haar regeermacht moeten handhaven door middel van de schrik die haar wapens de reactionairen moeten inboezemen.” Engels concludeert dan: óf anarchisten snappen dit allemaal niet, en dan “scheppen ze enkel verwarring” ; óf ze snappen het wel, en “in dat geval verrraden ze de beweging van het proletariaat.” Hoe dan ook, “in beide gevallen dienen ze de reactie.”  

Maar er is een derde mogelijkheid. Die wordt zichtbaar als we de belangrijkste grondlegger van het revolutionaire anarchisme, Michael Bakoenin, eens aan het woord laten over hetzelfde onderwerp. Titel van een verhelderend artikel van hem: “Wat is autoriteit?” Hierin gaat hij in op verschillende vormen van autoriteit, en maakt hij duidelijk dat hij met sómmige vormen een wezenlijk probleem heeft, maar met andere vormen in het geheel niet.

Allereerst stelt hij vast dat de ‘autoriteit’ van natuurwetten zo onontkoombaar is, dat verzet en rebellie daartegen eigenlijk een absurditeit is. Aan de geldigheid, de ‘autoriteit’ van de zwaartekracht is niet te ontkomen. De natuurwetenschap kan dan bij Bakoenin ook op grote waardering rekenen. Maar het idee dat de maatschappij bestuurd moet worden door experts, natuurwetenschappers, omdat die het beste inzicht zouden hebben, vervult hem met weerzin. Hij laat zien dat zo’n bestuur al gauw zou draaien om haar eigen instandhouding onder het mom van het welzijn van een domme bevolking. En de bestuurders zelf zouden ook nof eens door de macht gecorrumpeerd worden

Dan volgen er sleutelpassages, niet alleen in Bakoenins tekst, maaer in de anarchistische theorievorming zelf. “Is de conclusie dat ik alle autoriteit verwerp? Verre van mij zij die gedachte. In zaken van laarzen verwijs ik naar de autoriteit van de schoenmaker; wat betreeft huizen, kanalen opf spoorwegen raadpleeg ik die van de architect of ingenieur.” Bakoenin erkent de autoriteit van deskundigheid en vakbekwaamheid. Even later echter lezen we het volgende: “Maar ik sta noch de laarzenmaker, noch de architect, noch de wijze toe om zijn autoriteit aan mij op te leggen.” En verderop: “als ik buig voor de autoriteit van de specialisten en mijn bereidheid om, tot in zekere mate en zo lang als mij dat noodzakelijk lijkt, hun aanwijzingen en zelfs hun instructies op te volgen kenbaar maak, dan is dat omdat hun autoriteit door niemand aan mij is opgelegd, niet door mensen en niet door God.” Het wordt glashelder. Bakoenin argumenteert niet tegen autoriteit in het wilde weg. Hij argumenteert tegen opgelegde autoriteit.

Hij geeft ook nog aan dat de erkenning – in volle vrijheid – van de autoriteit van wetenschap en vakbekwaamheid wortelt in het feit dat niet iedereen alles tegelijk kan weten. “Daaruit resulteert, zowel voor wetenschap als voor industrie, de noodzaak van arbeidsverdeling en associatie van arbeid. Ik ontvang en ik geef – zo is het menselijk leven. Ieder geeft instructie en wordt op zijn beurt geïnstrueerd. Vandaar dat er geen vaste en nonstante autoriteit is, maar een voortdurende uitwisseling van wederzijdse, tijdelijke en boven alles vrijwillige autoriteit en ondergeschiktheid is.” Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de gangbare idee dat anarchisten ‘tegen alle autoriteit’ zijn, een simplistische onjuistheid is, en dat dit zeer zeker niet voor Bakoenin gold.

De voorbeelden van Engels uit industrie en spoorwegstelsel zijn dan ook geen weerlegging van de anarchistische opvattingen. Dat er in een f abriek taakverdeling is, en dat mensen geacht worden het overeengekomen werk ook te doen, past binnen Bakoenin’s idee van “noodzaak van taakverdeling” en van “voortdurende uitwisseling van (…) autoriteit en ondergeschiktheid.” Ook het kiezen van gedelegeerden met de taak om overzicht te houden en aan te sturen, is hier niet mee in strijd. Zolang overeenkomsten in vrijheid worden afgesloten en ook kunnen worden ontbonden, zolang de autoriteit niet wordt opgelegd, is er geen wezenlijk probleem.

In feite gaat het hier immers om iets heel alledaags. Mensen maken afspraken, en worden geacht die ook na te komen. Wie dat jkeer op keer zonder valide reden niet doet, ondervindt consequenties. Als ik drie keer achtereen afspreek bij iemand op bezoek te gaan, en ik kom alle drie zonder reden en zonder afmelding niet opdagen, dan is de kans groot dat ik geen vierde keer door die persoon wordt uitgenodigd. Als iemand binnen een werksituatie – ook eentje waar arbeiders samen de fabriek besturen op niet-hiërarchische wijze – drie keer afgesproken taken niet uitvoert, zonder dat er overmacht in het spel is en zonder tijdig te waarcschuwen dat het mis gaat, dan is er een grote kans dat aan hem of haar die taak door collega’s niet meer wordt toevertrouwd. Zonder afspraken op basis van wederkeringheid, in volle vrijheid aangegaan maar wel met de verwachting dat die ook worden nagekomen, is geen samen leven mogelijk. Als Engels dat, nogal evidente, inzicht bedoelt heeft hij gelijk. Maar daarin zit geen verschil tussen zijn opvattingen en die van Bakoenin. Doen alsof anarchisten ‘alle autoriteit afwijzen’, ook de vrijwillig aanvaarde autoriteit van, soms complsexe, afspraken, is een karikatuur bouwen van anrchistische opvattingen om die vervolgens goedkoop neer te sabelen. Zoiets doet de reputatie van Angels als revolutionair bepaald geen goed.

Ten slotte is er nog de kwestie van de revolutie, door Engels geschetst als “het meest autoritaire wat er is”. Dat geldt voor revoluties waarbij de inzet is om een oude staat te vervangen door een nieuwe, die dan natuurlijk wel ‘af moet sterven’, ooit. Maar dat is precies níét wat Bakoenin, en revolutionaire anarchisten in het algemeen, beogen. Revolutionaire anarchisten staat een revolutie voor ogen waarin de opgelegde autoritaire structuren en instituties – staat en kapitaal en daarmee verbonden instututies – van onderop worden afgeschud. Het is een fundamentele revolte tegen opgelegde autoriteit, een grootschalig néé zeggen tegen orders, of ze nu van directeuren komen, van generaals , van schoolmeesters of van Centrale Comités. Het gaat er hier niet om dat die bazen, of bazen-in-spé – doen wat wij, hun voormalige ondergeschikten zeggen en willen. Het gaat er om dat zij niet meer in staat zijn om ons te dwingen te doen wat zij willen. Ik hoef geen autoriteit over het huidige of het komende kabinet. Ik bestrijd echter met hand en tand hun autoriteit over mij. Staking in de fabriek, muiterij in het leger, ongeoorloofde demonstratie en straatgevecht met politie en leger – het zijn kerntactieken in een revolutie, en het zijn fundamenteel anti-autoritaire handelwijze, anti-autoritair in de zin van verzet tegen opgelegde, hiërarchische autoriteit.

Dat een bevolking die zich zojuist heeft vrijgevochten, er desnoods met wapens in de hand voor zorgt dat de verdreven heersers hun machtsposities niet kunnen heroveren lijkt me nogal wiedes. Maar ook hier geldt: het dwarsbomen van pogingen om eerdere autoriteit weer op te leggen is in zichzelf geen vorm van autoritair (in de zin van opgelegd-autoritair) handelen. Dat er opgelegd-autoritaire dimensies in een revolutie denkbaar zijn – bijvoorbeeld het opsluiten van gewapende contrarevolutionairen in situaties waarin de revolutie de proporties van een burgeroorlog aanneemt – is waar. Maar dat maakt de revolutie nog niet tot “het meest autoritaire wat er is”. De kern van een revolutie ligt immers geheel elders, in het afschudden van opgelegde autoriteit, niet in het instellen ervan.

Ook hier, wat betreft het wezenlijke karakter van een revolutie, slaat Engels de plank dan ook mis. Dat is dan ook de derde mogelijkheid, naast de twee mogelijkheden die Engels zelf noemde: het is Engels die zijn anarchistische opponenten, bewust of onbewust, onrecht aandoet. Het anarchisme van Bakoenin blijft wat mij betreft in deze confrontatie met Engels, en ook met zijn verre politieke nazaat Blackledge, dan ook recht overeind.

Advertenties

7 Responses to Engels en Bakoenin over autoriteit

  1. keesjemaduraatje schreef:

    fijn dat je weer bent teruggekeerd in de anarchistische moederkerk. wat dit betreft dan.

  2. keesjemaduraatje schreef:

    toch blijf ik erbij dat de houding van Marx en Engels in de EErste INternationale en hun autoritaire houding en hun opeisen van de gehele historische waarheid, uiteindelijk tot dictatuur heeft geleid.
    Nou had ik ook niet zo graag Bakounin aan de macht gehad, nog enig andere anarchist, maar dat geheel terzijde.

  3. Erik schreef:

    Ten eerste klopt het dat er bij velen het idee bestaat dat anarchisten tegen alle vormen van autoriteit zijn. Maar het is niet correct om Engels en andere marxisten als de schuldigen aan te wijzen, anarchisten hebben namelijk zelf flink bijgedragen aan het ontstaan van dat beeld. Google maar ‘against all authority’ en de anarchistische websites en weblogs die je vindt zijn ontelbaar.

    Maar er is een veel groter probleem met dit stuk, en het artikel van Bakoenin waarop het gebaseerd is: het weerlegt noch de kritiek van Engels noch die van andere marxisten op het ‘anti-autoritaire principe’ van het anarchisme. Peter maakt in navolging van Bakunin een ‘verheldering’ die alleen logisch lijkt omdat hij de logische gevolgen van zijn eigen ‘verheldering’ niet doortrekt. Laat ik het concreet maken.

    Bakoenin maakt duidelijk dat hij niet tegen ALLE vormen van autoriteit is. In de woorden van Peter:
    A) Bakoenin “stelt vast dat de ‘autoriteit’ van natuurwetten onontkoombaar is”
    B) “Bakoenin erkent de autoriteit van deskundigheid en vakbekwaamheid”
    C) Bakoenin is tegen ‘opgelegde autoriteit’ maar voor ‘vrijwillige autoriteit.’

    Met punt A kan niemand twisten, maar laten we kijken naar punt B en C.

    Ad A) Ten eerste zijn ‘deskundigheid’ en ‘vakbekwaamheid’ oordelen die door een collectief sociaal proces tot stand komen en niet door het oordeel van een of ander individu, ook als die Bakoenin heet. Wie bepaalt bijvoorbeeld dat een arts ‘deskundig’ en ‘vakbekwaam’ is? Hopelijk de artsen die haar/hem hebben opgeleid en de patienten die door haar/hem zijn behandeld. En zou zij/hij niet bekwaam zijn als een individu anders oordeelt?
    het antwoord dat dit individu dan bijvoorbeeld naar een ander arts kan gaan, zolang zij/hij zich maar niet aan autoriteit hoeft te onderwerpen volstaat niet. Want wat als het om een bedrijfsarts gaat die de eerste en enige optie is bij ongeval?

    Dit brengt ons bij punt C. Stel je voor dat er in een anarchistische samenleving een brug gebouwd gaat worden en 90 procent van de bewoners van de wijk vindt, netals de vereniging van architecten, architect X geschikt vindt, maar 10 procent van de bewoners niet. Als architect X door het besluit van die 90 procent de brug mag gaan bouwen, kan die 10 procent zich daarbij neerleggen, dus vrijwillig de autoriteit van die 90 procent en de architect accepteren. Maar wat als dat 10 procent dit weigert en bijvoorbeeld de bouw fysiek blokkeert en daarmee haar eigen autoriteit aan de meerderheid oplegt?
    De kwestie die Peter probeert te omzeile is dat niet alleen ‘deskundigheid’ en het individu een bron zijn van autoriteit, maar ook de collectief, zeker als die de meerderheid vormt.

    Ook in een anarchistische samenleving zullen verschillen tussen individuele voorkeuren en opinies voorkomen, en het is naief om te denken dat individuen altijd vrijwillig de autoriteit van het proces of van de meerderheid zullen accepteren.

    Stel je voor dat nu een groep mensen de voorkeur aan kernenergie geeft om CO2-uitstoot te verkleinen en de kerncentrales wil behouden (inclusief de arbeiders daar die vrezen hun baan te verliezen), maar dat de meerderheid voor het stoppen van kernenergie is. Wat gebeurt er dan? Kan de meerderheid de kerncentrales ontmantelen, ook als daartegen verzet ontstaat en arbeiders van de kerncentrale hun deuren blokkeren?

    Dit zijn slechts voorbeelden, maar wat ze duidelijk maken is het kernprobleem van het anarchisme: het heeft geen realistisch mechanisme voor collectieve besluitvorming, alleen voor individuele.

    Peter schrijft: “De voorbeelden van Engels uit industrie en spoorwegstelsel zijn dan ook geen weerlegging van de anarchistische opvattingen. Dat er in een fabriek taakverdeling is, en dat mensen geacht worden het overeengekomen werk ook te doen, past binnen Bakoenin’s idee van “noodzaak van taakverdeling” en van “voortdurende uitwisseling van (…) autoriteit en ondergeschiktheid.”

    Alweer wordt er niet consequent door geredeneerd.
    Want wie bepaalt of een “taakverdeling” noodzakelijk is of niet. Alweer is er hiervoor collectieve besluitvorming nodig op basis van meerderheid. En alweer geldt: wat als een of meer individuen de autoriteit van de meerderheid niet erkennen?

    De kritiek van Engels op het anti-autoritaire principe is erg relevant, juist omdat hij de ‘autoriteit’ die voor anarchisten onacceptabel is, in vergelijkbare termen als Bakounin definieert. Hij schrijft: “Authority, in the sense in which the word is used here, means: the imposition of the will of another upon ours; on the other hand, authority presupposes subordination.” Dit is nog steeds een krachtige kritiek, te lezen op http://www.marxists.org/archive/marx/works/1872/10/authority.htm

    Maar laat ik tenslotte nog een keer laten zien dat Peter zijn eigen redenering niet doortrekt en daarom niets verheldert maar juist verhult. Volgens Peter had Engels ongelijk toen hij de anarchistische anti-autoritiare principe bekritiseerde door revolutie ‘als het meest autoritaire wat er is’ te schetsen. Want volgens Peter geldt dat voor ‘revoluties die de oude staa willen vervangen door een nieuwe’ en niet voor anarchistische, deze is immers ‘een fundamentele revolte tegen opgelegde autoriteit, een grootschalig nee tegen orders.’

    Maar waartegen zeggen anarchisten dan wel ‘ja’. Anarchisme lijkt vooral te kunnen gedijen als een permanente, abstracte oppositionele beweging, maar wat wil ze tot stand brengen en is daarbij geen ‘opgelegde autoriteit’ gemoeid. Peter doet alsof dat het geval is wanneer hij schrijft:
    “Dat een bevolking die zich juist heeft vrijgevochten, er desnoods met de wapens in de hand voor zorgt dat de verdreven heersers hun machtspositie niet kunnen heroveren lijkt wiedes. Maar ook hier geldt: het dwarsbomen van pogingen om eerdere autoritiet weer op te leggen is in zichzelf geen vorm van autoritair (in de zin van opgelegd-autoritair) handelen.”
    PARDON? Meent Peter hier nou echt dat “de bevolking met wapens in de hand” voorkomt dat die “verdreven heersers” niet weer aan de macht komen, haar eigen autoriteit niet OPLEGT aan die heersers? Die heersers accepteren dat uit vrije wil? Vanwaar dan die ‘wapens’.
    OPGELEGDE autoriteit komt niet alleen tijdens een revolutie aan te pas, maar zelfs tijdens de kleinste staking of demonstratie.
    Neem de staking van de schoonmakers, zij legden daarmee HUN eisen (voor een deel) op aan de NS-directie die zich ondergeschikt maakte (in dit geval) aan hun autoriteit.

    Hier uit blijkt dat er dus niet zo iets kan bestaan als het principe tegen opgelegde autoriteit. En daarmee valt de belangrijkste pilaar van Bakunin’s anarchisme.

    Tenslotte: niet alleen is het het anti-autoritaire principe een valse notie, het heeft het anarchisme opgezadeld met een fundamenteel theoretisch (zelfs ontologisch) probleem.

    Zoals Engels het eens treffend aan een vriend schreef: “autoriteit=staat=absolute kwaad”…”klinkt behoorlijk radikaal en kan eenvoudig uit het hoofd geleerd worden”, maar verklaar niets. De verwijzing naar ‘autoriteit’ is idealistisch (in de filosofische zin van het woord). De staat (zoals andere hierarchische structuren) ontstond uit het ‘principe van (opgelegde) autoriteit’. Maar waar komt dit principe zelf vandaan?

    Dat laten anarchisten onbeantwoord. Voor Marx en Engels was echter niet een abstract principe het uitgangspunt, maar de sociale realiteit waarin mensen leven. Daarom probeerden ze vanuit een historisch perspectief te verklaren waarom er staten en klassenverschillen ontstonden. Dit stelde hen en latere marxisten (met al hun verschillen in interpretatie en nadruk) in staat om een theorie van het kapitalisme te ontwikkelen, die veel te zeggen heeft over de sociale, politieke, economische, culture enz aspecten van de moderne wereld (maar zeker ook over de pre-moderne wereld).

    het ‘principe van autoriteit’ is dan ook a-historisch, in tegenstelling tot Marx’ verklaringen over het ontstaan van staten en klassen en verschillende vormen van ondersrukking (bv racisme en seksisme).

    Al deze kritiek wil niet zeggen dat er niets waardevols is aan het anarchisme en zeker niet aan de activiteiten van anarchisten die strijden tegen verschillende vormen van onrecht. Maar de fundamentele problemen die ik boven geschets heb blijven bestaan, waardoor het anarchisme tegenwoordig een hele zwakke politieke en theoretische basis heeft.

  4. Mathijs schreef:

    In bovenstaande reactie haalt Erik een aantal veelgebruikte -maar daarom zeker niet minder waardevolle en vanzelfsprekende- argumenten aan om zijn bedenkingen bij Peters artikel over het autoriteitsvraagstuk te staven. Alleen al het feit, dat de problemen die Erik te berde brengt geen anarchist of marxist die bekend is met deze eeuwenoude discussie, vreemd in oren klinken, geeft eens temeer aan dat een aantal grondbeginselen van het anarchisme nog altijd meer gefundeerd of nader uitgewerkt zullen moeten worden.

    Laten we beginnen met het maken van een belangrijk onderscheid dat vaak over het hoofd gezien wordt: het onderscheid tussen macht en autoriteit. Dit lijkt een omweg (temeer omdat ik met de term ‘macht’ begin), maar ik denk dat het in deze discussie relevant is.

    Over de positie van anarchisten wat betreft de ‘macht’ wordt (zowel door zelfverklaarde anarchisten als door critici) een hoop onzin verkondigd. Zoals de Israëlische anarchist Uri Gordon in zijn boekje ‘Anarchy Alive!’ (2008) terecht opmerkt, kan zowel een consequente doordenking van de theoretische uitgangspunten van ‘het anarchisme’ als enige bekendheid met anarchistische activistische praktijken, onmogelijk leiden tot de conclusie dat anarchisten ‘tegen macht’ zijn: ten eerste zou dat een onzinstandpunt zijn (iedere intermenselijke relatie behelst immers een zekere machtsrelatie), ten tweede stellen de meeste anarchisten zich ten doel door organisatie en/of door directe actie een machtspositie te verwerven. ‘Selfempowerment’, zo stelt Gordon met recht, is niet toevallig een veel gehoord begrip binnen de anarchistische beweging. Anarchisten zijn niet ‘tegen’ macht; ze bepleiten daarentegen een herverdeling van deze macht en -in de aanloop hiernaartoe- een verwerving van de macht door diegenen die daarover tot dusver niet (of te weinig) beschikten.

    Inderdaad zijn er in het warrige oeuvre van Bakoenin wel een aantal uitspraken te vinden, waarin hij zich tegen ‘de macht’ in het algemeen keert, maar de nog veel talrijkere passages over de organisatie van de onderdrukte klasse in achting nemend, kan men niet anders dan concluderen dat Bakoenin hier (zoals zo vaak) erg onvoorzichtig met zijn terminologie omspringt. (Om dat maar meteen even helder te hebben: Bakoenin (of in ieder geval: de oudere Bakoenin) is geen consequente en geordende ‘systeem-denker’ zoals bijv. Marx en Engels, en zijn werk leent zich compleet niet voor een hermeneutische lezing, hetgeen -voor de goede orde- overigens geen argument is).
    Bakoenin was groot voorstander van een organisatie van de onderdrukte klassen en bepleitte de -niet onwaarschijnlijk noodzakelijk gewelddadige- omverwerping van de kapitalistische staat. Dus hoewel Bakoenin een gezonde argwaan tegen politieke macht koesterde, was hij er niet ‘tegen’, sterker nog: de revolutionaire beweging moest die macht zien te verwerven.

    In iedere menselijke samenleving zal macht bestaan: in iedere discussie, in ieder besluitvormingsproces, in iedere samenwerking, in iedere relatie -zelfs in iedere vrijpartij zitten bepaalde machtselementen! Macht kan georganiseerd worden en verdeeld, maar opgelegd. Precies in dat laatste geval verwijst Bakoenin naar opgelegde autoriteit. Erik heeft zeker gelijk wanneer hij stelt dat autoriteit -bijvoorbeeld die van de schoenmaker- dikwijls vooral haar oorsprong heeft in sociale conventies. Bakoenin zou zeker niet de autoritaire eigenschappen van dergelijk conventies willen betwijfelen; maar zijn punt is daarentegen dat hij die autoriteit dan nog altijd kan negeren. Het fragment (‘Over Autoriteit’) waar Peter naar verwijst komt oorspronkelijk uit het omvangrijke manuscript ‘L’Empire Knouto-Germanique et la Révolution Sociale’ (1870-1871), dat slechts ten dele tijdens Bakoenins leven gepubliceerd is, en waarvan een deel (waar ‘Over Autoriteit’ tevens onder valt) vooral bekend is geworden na postume publicatie onder de naam ‘Dieu et l’État’. Juist de tegenspraak tussen de onvermijdelijke autoriteit van bepaalde wetten (natuur- en sociale wetten), en de noodzaak deze wetten juist vrijwillig en uit eigen beweging te omarmen staat in deze tekst centraal. De natuur- en sociale wetten zijn in zoverre wezenlijk verschillend van andere autoriteiten dat ze geen enkele intentionele of intersubjectieve relatie suggereren. Zodra er daarentegen sprake is van een dergelijke intentionaliteit, klimt Bakoenin op de barricaden. De wetenschap bijvoorbeeld is heilig voor Bakoenin, maar van wetenschappers moet hij niets hebben. Bakoenin toont zich in de tekst als een heuse hemelbestormer, die -parafraserend op Voltaire- zelfs God nog af zou schaffen als hij zou bestaan. Buiten de wet zelf, die door niemand geschreven of volledig gekend kan worden, is er geen onwankelbare basis voor autoriteit. Erik heeft dus helemaal gelijk wanneer hij stelt dat autoriteit a-historisch is, en Bakoenin zou dit zeker beamen. Sterker nog: men zou kunnen betogen dat de autoriteit bij Bakoenin transcendentaal is. Anarchisten keren zich dan ook niet tegen de autoriteit op zich, maar tegen iedere machtsstructuur waarin deze autoriteit ter eigen voordeel aan mensen wordt opgelegd.

    Dus: wat is het verschil tussen macht en autoriteit? Autoriteit is niet noodzakelijk inherent aan intermenselijke relaties, maar hooguit iets dat je ergens in kunt herkennen en erkennen. Juist wanneer autoriteit als onbetwijfelbaar, inherent deel van een dergelijke relatie wordt voorondersteld -met andere woorden: wanneer zij wordt opgelegd- zal de anarchist zich tegen deze autoriteit verzetten, en haar legitimiteit ontkennen. Macht daarentegen is onvermijdelijk inherent aan alle relaties, is niet afhankelijk van enige erkenning. Macht is iets dat we kunnen verwerven, delen, samenballen en organiseren. Macht is wat wij als revolutionairen zullen moeten veroveren en inzetten in onze strijd voor een betere samenleving.

    En hier komen we tot de kern van de talloze voorbeelden die Erik geeft van ‘onontkoombare’ opgelegde autoriteit. Grofweg zijn Eriks voorbeelden in twee soorten te verdelen: 1) de ‘autoriteit’ van de meerderheid in een besluitvormingsproces en 2) de ‘autoriteit’ van de revolutionair in de (gewapende) strijd tegen zijn/haar onderdrukkers.

    Bij 1) dient opgemerkt te worden dat dit inderdaad een vorm van opgelegde autoriteit is die Bakoenin wenst te negeren. Stilzwijgende premisse in de voorbeelden die Erik hier geeft (de bouw van een brug, het gebruik van een kerncentrale) is ten eerste dat er altijd -ook in een postrevolutionaire samenleving- noodzakelijk hoog oplopende belangentegenstellingen zullen bestaan, en ten tweede dat deze tegenstellingen uiteindelijk ten voordele van een meerderheid beslecht zullen worden. Ten eerste wil ik hier tegenin brengen dat ik het hoogst opmerkelijk vindt hoe collega-revolutionairen die zich (overigens niet zelden met gegronde redenen) kritisch verhouden tot het anarchisme, soms de meest kleinburgerlijke voorbeelden van belangentegenstellingen aandragen. Is het niet zeer vanzelfsprekend om een direct verband te leggen tussen de opheffing van klassentegenstellingen en van belangentegenstellingen? Komen niet zo’n beetje alle belangentegenstellingen in de huidige samenleving (en dus ook alle tegenstellingen die wij ons vanuit onze huidige positie kunnen voorstellen) voort uit klassenverschillen in onze huidige samenleving? Tegen de aanname dat in een postrevolutionaire samenleving iedere belangentegenstelling uiteindelijk ten voordele van een meerderheid beslecht zal worden, wil ik te berde brengen dat Bakoenin zich hier inderdaad in zijn pleidooien voor radicale basisdemocratie fel tegen verzette. Bakoenin draagt wel degelijk ‘realistische mechanismen voor collectieve besluitvorming’ aan: zo bepleit hij in vrijwel al zijn latere teksten een basis-democratisch federalisme.

    Bij begrip 2) van autoriteit dat we in Eriks argumentatie aantreffen, te weten de vooronderstelde opgelegde autoriteit in het (gewapende) verzet, kunnen we kort zijn. Dit is geen autoriteit, maar georganiseerde macht. Onderwerping is niet haar doel, enkel de zelfverdediging. Van de contrarevolutionair of werkgever wordt niet verwacht dat hij de autoriteit van de opstandige erkent. De opstandige verwerft hooguit de macht die hem toekomt, en negeert zodoende de autoriteit van zijn onderdrukker. Eriks argument dat de gewapende strijd tegen autoriteit inherent autoritair is, is vergelijkbaar met de stelling dat de negatie van een op uitbuiting gebaseerde verhouding noodzakelijk een uitbuiting van de voormalige uitbuiter met zich meebrengt.

    Sta mij toe dan tot slot de bewijslast om te draaien en te wijzen op een tegenspraak in Eriks commentaar; een tegenspraak die, aangezien Erik zich op Marx/Engels beroept, in het denken van laatstgenoemden haar oorsprong zal hebben, naar ik aanneem. Ik weet dat het clichématig is, maar het mag toch nog maar eens benadrukt worden: anarchisten en marxisten streven uiteindelijk dezelfde stateloze, klasseloze, communistische samenleving na. Misschien hebben ze een verschillende mening over de weg die naar een dergelijke samenleving leidt, wellicht wat verschillende visies wat betreft de praktische organisatie van deze postrevolutionaire samenleving, maar in grote lijnen zijn ze het eens over de contouren van deze samenleving; het is in essentie een samenleving die niet op uitbuitingsrelaties gebaseerd is -of het nu gaat om uitbuiting in de vorm van loonarbeid, seksuele of etnische onderdrukking, vernietiging van natuur en milieu etc. etc. etc. Maar als Erik gelijk heeft, en het ‘principe van autoriteit’ (waarmee Erik in deze context aan intermenselijke, opgelegde autoriteit refereert) inderdaad a-historisch is, dan zou dat betekenen dat het in stand blijven van opgelegde autoriteitsrelaties niet in strijd is met de afschaffing (of het ‘afsterven’) van alle op uitbuiting gebaseerde verhoudingen. Hoe houdt de idee dat opgelegde autoriteit a-historisch is, in deze tegenspraak stand? Ik zie twee opties:

    1) ‘Autoriteit’ is iets anders dan uitbuiting (dat naar ik aanneem wél historisch is). De hieraan ten grondslag liggende aanname is dan wel dat iedere vorm van uitbuiting uitsluitend haar oorsprong heeft in klassentegenstellingen. Op zich zijn veel uitbuitingsvormen inderdaad tot deze tegenstellingen te reduceren, maar ik betwijfel of dit in alle gevallen zo is, bijvoorbeeld m.b.t. bepaalde vormen van seksuele of etnische onderdrukking en uitbuiting. Uiteindelijk leidt dit ófwel tot een tegenspraak, in zoverre dat het a-historische autoritarisme uiteindelijk in de postrevolutionaire samenleving toch nog ‘afsterft’ (wat zou betekenen dat het toch niet zo a-historisch is). Of het leidt tot de conclusie dat:
    2) de postrevolutionaire samenleving niet afrekent met het ‘a-historische’ autoritarisme, en dus ook niet met alle vormen van uitbuiting in het algemeen.

    Overigens wens ik ter afsluiting nog even op te merken, dat marxisme en anarchisme naar mijn mening niet noodzakelijk wederzijds uitsluitende stromingen binnen de communistische beweging zijn, maar dat zij zich veleer op theoretisch vlak op verschillende niveaus bevinden: waar het marxisme over het algemeen wetenschappelijker is, biedt de filosofie van Bakoenin bijvoorbeeld hier en daar verassende en waardevolle ethische en metafysische perspectieven, die het bestuderen meer dan waard zijn. Wat dat betreft is een vergelijking tussen Marx/Engels en Bakoenin op veel punten wat mij betreft misschien wel enigszins misplaatst.

  5. Erik schreef:

    Dank aan Mathijs voor zijn interessante bijdrage, ik zal slechts ingaan op zijn kritiekpunten .

    Ik juich het aanbrengen van het onderscheid tussen ‘macht’ en ‘autoriteit’ toe! In de anarchistische literatuur wordt dit echter zelden gedaan, iig bijna nooit expliciet; bovendien worden deze termen ook zelden gedefinieerd, waardoor de theoretische onderbouwen van het anarchisme op basis van het kernconcept ‘autoriteit’ nogal zwakjes blijft.

    Echter Mathijs’ onderscheid tussen ‘macht’ en ‘autoriteit’ lost dat probleem niet op omdat a) zijn definitie van het verschil vaag blijft, en b) dit onderscheid zelf de grenzen van het anarchisme als een zelfstandige filosofische/politieke stroming verder vervaagt.

    ad a) Het is bijzonder opmerkelijk dat ‘autoriteit’ zo’n centrale plaats binnen het anarchisme inneemt en toch zo slecht gedefineerd is. Bakunin’s teks is zelf hiervan een voorbeeld. Hij rekt het begrip nogal uit als hij zowel een natuurwet als de zwaartekracht en de onderdrukkende relatie tussen bv een koning en zijn onderdanen hieronder schaart! Zoals ik in mijn eerdere bijdrage suggereerde, gaat autoriteit over intermenselijke relaties!
    Het essentiele punt is dat ‘autoriteit’ een specifieke vorm ‘macht’ is!

    Dit schrijft bijvoorbeeld ook de anarchistische filosoof Paul MacLaughlin in een belangrijk boek uit 2007 (Anarchism and Authority: a philosophical introduction to anarchism). Zijn boek doet een serieuze poging om tot een definitie van ‘autoriteit’ te komen. Hij schrijft: ‘authority is a form of domination’ en ‘domination is a form of social power’.
    Het verschil met dominantie is dat een gedomineerde degene die haar/hem domineert niet hoeft te erkennen (dus accepter dat die persoon het recht heeft hem/haar bv bevelen te geven). Bij autoriteit is dat wel het geval.

    Hij zegt dan dat anarchisten niet tegen alle vormen van autoriteit zijn, maar “There are, in principle, grounds for the legitimation of authority”.

    Op basis hiervan herdefinieert hij “anarchisme”. Hij zegt dat anarchisten niet tegen alle vormen van autoriteit zijn, maar dat ze vinden dat autoriteit gerechtvaardigd moet worden en niet blindelings geaccepteerd.
    Hij definieert anarchisme als “a form of scepticism of an intrinsically moral nature.”

    Dit brengt me bij punt b)
    Hierdoor vervagen de grenzen van anarchisme, ook liberalen en marxisten zijn sceptisch tegenover autoriteit. Het verschil met liberalen blijft natuurlijk op andere punten groot. Maar als autoriteit niet per definitie (als principe) slecht is, maar gelegitimeerd dient te worden, leidt dat tot de vraag wanneer dat dan het geval is, in welke politieke, sociale en economische omstandigheden. Dat creert een gezamenlijke basis waarop anarchisten met andere revolutionairen, bijvoorbeeld marxisten, kunnen samenwerken.

    Bovenstaande is voor anarchisme een politiek probleem als het gaat om het formuleren van concrete strategieen in het hier en nu en alternatieven. Maar er blijft nog steeds een theoretisch probleem: het a-historische karakter van de definitie van anarchisme op basis van “het principe van autoriteit” of zoals McLaughlin doet het principe van “sceptisisme tegenover autoriteit”.
    Bij Mathijs bestaat de misvatting dat ik in mijn vorige bijdrage zelf deze a-historisisme zou delen, maar ik had het toegedicht aan Bakunin. En kan het nu ook toedichten aan McLaughlin, die tot een definitie van anarchisme wil komen, maar dat alleen kan doen door die als een filosofisch idee, een ethische HOUDING te zien (zo bezien zou het niet uitmaken in welk tijdperk je zou leven, zowel in de 6e als de 21ste eeuw had je anarchist kunnen zijn. Maar wat betekent dat dat dan??? Dat is wat ik in mijn vorige bijdrage bedoelde met de formulering dat anarchisme eerder een houding is dan een politieke/filosofische stroming, een abstracte oppositionele houding)
    Mijn hele punt was dat de marxistische theorie juist historisch is, dus probeert te verklaren waarom ‘macht’ de vorm van ‘autoriteit’ aanneemt, wanneer staten en klassen ontstaan enzovoorts. Daarom is er geen tegenspraak in wat ik schreef. Het afschaffen van uitbuitingsvormen zal idd leiden tot het afsterven van autoritaire structuren zoals de staat. Maar macht zal op een werkelijk democratische manier georganiseerd moeten worden.

    Wat dat betreft blijft Mathijs het antwoord schuldig op mijn bezwaar dat anarchisme niet weet om te gaan met de autoriteit van de meerderheid. Ja klassentegenstellingen zullen in een post-kapitalistische samenleving verdwijnen, dus belangenveschillen zullen niet meer systematisch zijn omdat ze niet verankerd zijn in de positie van individuen binnen de sociaal-economische structuren (vooral klassen). Maar gelukkig zullen verschillen er blijven bestaan, over voorkeuren maar weldegelijk ook belangen. Die zullen echter bij een individu steeds verschillen. Hoe wordt dat georganiseerd? Moet de stem van de meerderheid niet gelden?
    Die vraag is nog prangender onder de huidige kapitalistische omstandigheden, als het gaat om het organiseren van de strijd (om idd de macht te veroveren) tegen het kapitalisme.

    En hier zouden de problemen nog groter worden als we de redenering doorzetten. Als ‘opgelegde autoriteit’ bestreden moet worden, dan weten we dat de kans klein is dat heel Nederland (laat staan de wereld) dat tegelijk zal doen. Sommigen zullen dat doen en andere niet. Hoe gaat anarchisme om met dit ongelijkmatigheid in politieke bewustzijn? Maar dat is voor een ander keertje.

  6. Julius Jooker schreef:

    Gelukkig meer uitwisseling. Dit zou veel gestructureerder/uitbundiger mogen wat mij betreft.

    Heb deze op anarchiel geplaatst:
    http://www.anarchiel.com/stortplaats/toon/engels_en_bakoenin_over_autoriteit

    Op die site zijn ook wat aardige artikelen over het wezen van anarchie te vinden, zoals:
    http://www.anarchiel.com/display/anarchisme
    http://www.anarchiel.com/display/anarchie_voor_dummies

    Ik reageer later uitgebreider, nu aan de betaalslaafarbeid.

  7. Julius Jooker schreef:

    Uit: http://www.deniesa.nl/2010/09/24/uit-het-boek-vrijheid-gelijkwaardigheid-verbondenheid-2/

    “Wij voelen steeds weer opnieuw dat Vrijheid, Gelijkwaardigheid en Verbondenheid bij ons horen, bij een werkelijk humane samenleving.

    Maar wat is er in twee eeuwen met deze idealen gebeurd? Hebben wij ergens in de wereld het gevoel gehad dat mensen volgens deze principes hun samenleving hadden ingericht?

    Integendeel, ze zijn verkwanseld door eenzijdige ideologieën, waarbij vaak één aspect karikaturaal de andere overheerst.

    Het Socialisme komt zo ongenuanceerd op voor de “kansarme” mens, de arme sloeber, dat ze doodsbenauwd is voor ongelijkheid. Ze trekt daarom het gelijkheidsprincipe door naar het economische en culturele leven. Via een oerwoud van wettelijke regels krijgt de overheid een greep op de samenleving. Een dergelijke ambtenarenstaat werkt benauwend en leidt tot middelmatigheid en maakt daarmee een karikatuur van het principe van Gelijkwaardigheid.

    Het Communisme maakt een karikatuur van het principe van Verbondenheid. Onder het mom van kameraadschap veroorzaakt een partij-elite een enorme ongelijkheid via ongerechtvaardigde privileges voor de partijbonzen. Diezelfde “Verbondenheid” koestert tevens een staatscultuur waaraan de vrijheid van de enkeling ondergeschikt wordt gemaakt.

    Het Liberalisme stimuleert het recht van de sterkste, “survival of the fittest”. Dit leidt tot hebzucht en daarmee uitbuiting van mens en natuur. De “ratrace” van de economie beheerst het gehele maatschappelijke leven. De cultuur en het rechtsleven staan in dienst van het vrije ondernemerschap. Daarmee ontstaat een karikatuur van het vrijheidsprincipe.

    Het Conservatisme tenslotte handhaaft de oude machtsstructuren: de elite van Staat en Kerk tegenover de domme massa. Ze verhindert dat een samenleving evolueert naar een groter zelfbewustzijn. Ze komt zelfs niet eens aan Vrijheid, Gelijkwaardigheid en Verbondenheid toe. Daarmee is ze een karikatuur van zichzelf.”

    Ik mis hier nog het anarchisme. Ik denk dat de kwaliteit daarvan het zelfbeschikkingsrecht is. Waarbij ook hoort -maar veelal over het hoofd gezien- de zorgplicht voor jezelf. En anarchisme is dan niet alleen het niet gehoorzamen aan de externe heerser, maar juist het actief gehoorzamen aan jezelf. Baas over eigen leven. Dus geen slachtoffer van allerlei verslavingen.

    Nu denk ik dat als dit principe totalitair doorgetrokken wordt, het ook weer karikaturaal wordt, dat wil zeggen onoplosbare problemen oplevert. Citaat hierboven komt uit een heel helder geschreven boekje met VISIE over de maatschappij. En een evenwicht tussen vrijheid, gelijkwaardigheid en verbondenheid door deze principes toe te passen, te laten heersen, op het gebied waar ze thuishoren. Zo hoort zelfbeschikkingsrecht m.i. thuis in het eigen culturele/geestelijke leven maar niet in het rechtsleven omdat dat een zooitje oplevert.

    Jammer dat het hele boekie niet gratis online staat!
    Er is in ieder geval een e-boek-versie voor 5 fleuro:
    http://www.boekenroute.nl/gasten/gtn1Boek.aspx?BoekID=26343

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: