Formatie Bruin I (even?) mislukt, opluchting is misplaatst

De formatie van het eerste kabinet-Wilders – dáár zou het, gezien zijn sleutelrol op neer zijn gekomen – is vanmiddag mislukt. Bruin I – zoals ik het rechtse regeergedrocht al treffend genoemd heb zien worden – lijkt daarmee van de baan, althans voorlopig. Lijkt, wel te verstaan.

Er zal in linkse gelederen veel opluchting zijn dat we tenminste geen kabinet krijgen waarin bezuinigingspolitiek wordt doorgedrukt met behulp van de stemmen van 24  volgelingen van griezelige Geert. Die opluchting is te begrijpen, maar in grote lijnen niet terecht. De bezuinigingen zijn niet van tafel, alleen zal de club die ze probeert door te drukken misschien iets anders van samenstelling zijn. En met een PVV wellicht in de oppositie, krijgt Wilders nog méér speelruimte om zijn fascistische politieke project van nog meer steun en scherpte te voorzien. Met een vrijwel afwezig links wachten ons buitengewoon sombere tijden.

Waar is het stukgelopen met de kabinetsvorming? Het hele spel gaat om één zaak: een coalitie vinden die grootschalige bezuinigingen door kan drukken. Die bezuinigingen worden door zowel ondernemersklasse als door álle politieke partijen nodig geacht om de staatskas op orde te brengen, en om de staatsschuld en het begrotingstekort stevig terug te dringen. Voor ondernemers speelt hier rechtstreeks, naakt, klassenbelang. Zij hebben een sterkere concurrentiepositie nodig, en daartoeis méér winst een noodzaak. Om die veilig te stellen, moeten belastingen en premies omlaag, en daarom moet er bezuinigd worden om zaken die vanuit  die belastingen en premies betaald moeten worden.

Voor de staatselite – verbonden met die ondernemersklasse maar er niet exact mee samenvallend – is er de zorg over de staatsfinancién zelf. In de recessie namen staatsinkomsten af: minder economische activiteit betekent minder belastingopbrengsten. Tegelijk namen de staatsuitgaven juist toe: meer mensen zonder baan betekent meer uitgaven aan uitkeringen en dergelijke. Bovendien stak de regering enorme bedragen in crisisbeleid. het ging daarbij om zaken als subsidie voor deeltijd-WW, maar vooral om het overeind houden van wankele banken. Daar ging geld in, grof geld , geléénd geld – en dat moet worden terugbetaald, mét rente. Om de gaten in de staatskas te dichten, moet er dus, vanuit die logica, bezuinigd worden.

Bezuinigingen zijn dus een ondernemers- én een staatsbelang, een noodzaak. Het is daarom voor tegenstanders van ondernemers en staat niet erg zinvol om te stellen dat bezuinigingen ‘niet nodig’ zijn. Ze zijn wél nodig, voor onze tegenstanders. We mogen ervan uit gaan dat ondernemers en staatsfunctionarissen hun eigen klassenbelang redelijk kennen en verdedigen. Ook stellen dat er weliswaar bezuinigd moet worden, maar op een socialer manier, miskent de kern. De ‘sociale manier’- bijvoorbeeld uitgedrukt in de leus ‘Belast de Rijken’ – staat nu juist haaks op de reden waarom de rijken en hun politieke vrienden willen bezuinigen. Die reden is nu juist in essentie: hun rijkdommen met hand en tand verdedigen! Het aanpakken van hun rijkdommen, om ze over te hevelen naar de brede onderkant van de maatschappij, is nodig, jazeker. Maar niet als alternatief soort van bezuinigen, maar domweg omdat het ónze rijkdommen zijn die we terúg willen.

Voor hun daarboven zijn bezuinigingen dus noodzaak. Voor ons hier beneden vormen ze een drastische aanval op onze levens, een aanval waartegen we ons met hand en tand dienen te verdedigen. Daarom heeft het nut om de kabinetsvorming aandachtig te volgen, want in die formatie zien we het getouwtrek over de vraag hoe de bezuinigingen worden doorgedrukt, in welke vorm, en met welk soort van politieke omlijsting. We zien dan het volgende.

Er is de VVD, die de bezuinigingslogica het meest helder, onverdund tot uiting brengt. Deze partij is de grootste, en haar leider Rutte heeft daarmee een sleutel in handen. Aan hem de taak een bezuinigingscoalitie om zich heen te vergaren. Er is het CDA, die dezelfde openlijke bezuinigingswoede tentoonspreidt, maar deze combineert met een verhaal waarin harmonie tussen bevolkingsgroepen wordt gepredikt. De VVD wil bezuinigingen, ongeacht draagvlak.  Het CDA wil bezuinigingen én draagvlak.

Datzelfde geldt ook voorde PvdA, die echter aan het behouden van draagvlak nog wat meer waarde hecht. Dat zien we terug aan de nadruk die PvdA-chef Cohen steeds legt op een stabiel kabinet, een kabinet dus dat niet bij de eerste tegenwind omvalt. GroenLinks en SP zijn varianten hierop, waarbij vooral de SP, om maatschappelijk draagvlak en samenhang te bewaren het een stuk rustiger aan wil doen met bezuinigen dan de andere partijen. Maar erkennen dat er bezuinigd moet worden – en daarmee de rechtmatigheid van ondernemers-  en staatsbelangen erkennen – dat doet helaas ook Roemer.

De eerste formatierondes stonden in het teken van en door de VVD geleid, breed kabinet zonder grote verliezer CDA. Dat kreeg de naam Paars Plus. Het struikelde na wekenlang getouwtrek over, inderdaad, bezuinigingen. Rutte eiste 18 miljard. De PvdA wilde zo ver niet gaan. De PvdA heeft, gezien haar achterban, redenen om het niet te dol te maken met bvezuinigingen. Het is precies die achterban die er erg door geraakt wordt, en haar woede kenbaar kan maken, via vakbondasactie bijvoorbeeld, maar ook door de PvdA bij volgende verkiezingen nog ernstiger in de steek te laten. De VVD hoeft, vanwege de belangen en obsessies van haar achterban, voor zoiets niet bang te zijn en kan dus het volle pond aan sloopbeleid pushen. Vandaar de botsing tussen die twee parijenm, en vandaar dus geen Paars Plus.

Nar hernieuwde oriënterende gesprekken onder Ruud Lubbers kregen we vervolgens de poging om een VVD-CDA-kabinet te formeren, met gedoogsteun van de PVV. Dat is dus nu vastgelopen. Niet – en dat mag benadrukt worden – omdat de verschillen tussen de aanstaande regeringspartijen enerzijds, en de extreem-rechtse gedogers van de PVV anderzijds te groot waren. Veel wijst erop dat er over bezuinigingen overeenstemming aan het groeien was. Ook een nog hardvochtiger anti-immigratiebeleid was alleszins bespreekbaar. En volgens afspraak – zelfs vastgelegd in een tekst – kregen alle partijen alle ruimte om hun eigen standpunten over de islam en dergelijke te blijven pushen. Laten we dit vaststellen: Rutte én Verhagen waren bereid verregaand ruimte te geven aan fascistische politiek onder fascistische leiding, om hun gewenste bezuinigingskabinet te krijgen.

Waar het mis ging was niet – zoals veel waarnemers verwachtten – de PVV als onstabiele factor. Die PVV-rol werd gewoon geslikt door de andere twee. Nee, het CDA – doorgaans toonbeeld van stabiliteit in de Nederlandse politiek – werd in een handvol weken zélf tot hoogst onstabiele factor. De geluiden binnen die partij dat er niet met de PVV geregeerd moest worden, dat het CDA daar niet aan moest meewerken, groeiden. Een hele optocht van ‘prominenten’- Lubbers, Van Agt, noem ze allemaal maar op – liet zich in deze zin gelden.

Principiële argumenten – godsdienstvrijheid, rechtsstaat – weerklonken uit die kring. Maar erachter zat die aloude CDA-obsessie: samenhang in de maatschappij, maatschappelijk draagvlak. Rechten van migranten en vluchtelingen  mogen ook van die partij wel; degelijk worden afgebroken, als het maar niet te frontaal en opzichtig gebeurt. Ook onder Lubbers als premier werden vluchtelingen gedeporteerd en grenzen steeds meer dichtgetimmerd. Ook met het CDA in de regering was en is die ‘rechtsstaat’ niet bepaald consequent in veilige handen. De principiële argumenten, ongetwijfeld door veel CDA-critici wel oprecht gemeend, hadden vooral als functie om een tegenwicht te bieden tegen de frontale polarisatie vanuit PVV, vanuit uiterst-rechts. Bezuinigingsbeleid vereiste draagvlak, ook – bijvoorbeeld – onder migranten. Regeren met de PVV bedreigde dat draagvlak. Daar wortelde de oppositie binnen het CDA tegen Bruin I.

De andere vleugel van het CDA zag dit anders. Verhagen  zocht gewoon hoe dan ook regeringsdeelname in een rechts kabinet. Als daar getalsmatig de 24 PVV-zetels voor nodig waren, dan moest dat maar, en dan moest daar maar een stuk rechtsstaat en godsdienstvrijheid voor worden prijsgegeven ook. Het is die vleugel die, met intimiderende praat en beschuldigingen in de sfeer van verraad-in-eigen-kring richting dissidenten als Klink, deze week haar wil hardhandig binnen de partij doordrukte. Als deze regering er was gekomen, dan was niet alleen Wilders daarin een openlijk anti-democratisch element geweest. Ook Verhagen probeert zijn partij bijna ter behandelen als club met maar één stemgerechtigd lid: hijzelf.

Maar de afgedwongen eenheid in het CDA maskeerde de interne tegenstellingen zonder die echt te doen verdwijnen. Dat zagen de andere twee, VVD en PVV, natuurlijk ook. Logisch dat die zekerheid zochten: levert het CDA straks wel steun van haar fractie aan het beoogde kabinet? Er zat, gezien de wel erg krappe meerderheid van de drie partijen , nauwelijks speling in, een enkele dissident kon de zaak doen mislukken.

Deze onzekerheid voerde Wilders aan om met de onderhandelingen te kappen. Het is echter sterk de vraag of dit de echte reden is. Als het er zo gammel uitzag allemaal, waarom hield Rutte dan bijvoorbeeld wel voldoende vertrouwen om door te gaan? Als beoogd premier zou de zorg over voldoende steun en stevigheid juist hem moeten raken, veel meer dan Wilders die alleen maar hoefde te gedogen, en dus van een onstabiel kabinet veel minder had te vrezen?

Ik vermoed dat er iets anders speelde. Ik denk dat we ons heel sterk af mogen vragen of Wilders sowieso wel mee wilde doen als gedoogpartner. Ja, die rol gad hem speelruimte en invloed. Speelruimte omdat hij niet in de regering zat, en dus kon blijven stoken. Invloed, omdat zijn steun wel nodig was voor een Kamermeerderheid, en hij in ruil daarvoor eisen kon stellen en binnenhalen. Maar misschien dat hij toch bang was dat de woede vanwege  afgesproken bezuinigingen ook hem zouden raken en hem electorale steun zou kosten. Misschien dat het hem niet slecht uitkomt om nog even oppositieleider te zijn e  nog veel méér steun te verwerven – tot hij een komende regering echt kan gaan domineren.

Misschien is er echter iets anders gaande. Het kan best zijn dat de intrekking van Wilders’steun aan deze formatiepoging slechts tactisch en tijdelijk is. Rutte gaat nu zelf een regeerakkoord schrijven, waarop dan andere partijen als het ware kunnen intekenen. Er is alle reden om er rekening mee te houden dat één van de mogelijke intekenaars Geert Wilders heet. Het is zelfs bepaald niet uitgesloten dat Rutte daar, bij het opstellen van dat regeerakkoord, al bij voorbaat flink rekening mee gata houden. Mocht er alsnog Paars Plus, een breed middenkabinet – CDA, VVD, PvdA – of zelfs een coalitie met meerdere linksige clubs komen, dan zullen die óók stevig gaan bezuinigingen. Dan wordt het voor Wilders in de oppositie – en zónder een linkse oppositiepartij! – helemaal prijsschieten.

Er valt tussen de diverse varianten buitengewoon weinig te kiezen, ze zijn allemaal in ons nadeel. De invloed van Wilders op de vorming van een nieuw kabinet is met de breuk in deze formatieronde bepaald niet uitgespeeld. Wie het sein nu op veilig zet, leeft in een gevaarlijk dromenland.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: