Frankrijk:(hoe) verlopen acties tegen pensioenplannen?

Op 23 september staakten en demonstreerden arbeiders in Frankrijk opnieuw op aanzienlijke schaal tegen de hogere pensioenleeftijd die president Sarkozy doorvoert. Dat was al voor de tweede keer binnen een handvol weken, want op 7 september vonden soortgelijke protesten plaats, tegen dezelfde pensioenvoornemens van dezelfde president. De protesten zijn hard nodig, maar klaarblijkelijk onvoldoende om de plannen van tafel te duwen. Bovendien bestaat de indruk dat de protestgolf niet echt aanzwelt maar eerder iets afzwakt. Dat kunnen we maar beter onder ogen zien, om er de betekenis van te bekijken.

Tot nu toe heeft de president slechts kleine veranderingen aangekondigd in de plannen, maar de kern staat overeind. Die bestaat uit een verhoging van de pensioenleeftijd van 60 tot 62 jaar; en het verhogen van de leeftijd waarop je volledig pensioen krijgt van 65 naar 67 jaar; het anatal jaren dat mensen arbeid moeten hebben verricht en sociale premies betaald, wordt stapsgewijs opgetrokken tot 41,5 jaar. Dat moet dan samen 70 miljard euro opleveren. Het is één van de vormen waarop regeringen – in Frankrijk en ook Nederland – bezuinigen op het levenspeil van mensen om aan de eisen van financiële instellingen te voldoen. Zo zei de Franse minister van begrotingszaken dat bezuinigingen nodig zijn om de ‘AAA’-status  te behouden. Die geeft aan hoe kredietwaardig Frankrijk is, en die goedkoop lenen mogelijk maakt – te behouden.

Op 7 september was er al een grote actiedag, met minstens 200 demonstraties, en stakingsacties in trein- en metrovervoer, op luchthavens en in het onderwijs. De overheid sprak van 1,1 miljoen deelnemers aan de acties, de vakbonden van 2,5 miljoen. Op 23 september waren er weer grote aantallen mensen in actie gekomen. De politie sprak van 997.000 actioevoerders – wel iets minder dan het aantal dat gezag voor 7 september bekendmaakte, zoals we zagen. De vakbonden spraken echter van 3 miljoen, méér dan wat ze als deelnemerscijfer voor 7 september opgaven.

Hier passen een paar opmerkingen. Het is heel gangbaar dat de autoriteiten met veel lagere cijfers komen dan organisatoren, als het om protesten gaat – en zeker als het protest zich tegen de autoriteiten richt. Een grove, en welbewuste, onderschatting van politiezijde is bijvoorbeeld heel gebruikelijk. Ik vind het absoluut aannemelijk dat dit voor deze twee actiedagen ook geldt. Maar dat wil níét zeggen dat de cijfers die de vakbonden opgaven, bij voorbaat geloofwaardig zijn. Het hypen van het succes aan eigen kant is helaas een slechte gewoonte die juist ook in de arbeidersbeweging, bij links, veel te gangbaar is. Het is een schadelijke neiging omdat het – als het niet blijkt te kloppen – de geloofwaardigheid van protestbewegingen nodeloos aantast.

BIj de Franse protestdagen is er een specifieke reden om de cijfers – ‘omstreden cijfers’, zoals de BBC aangeeft – nader te bekijken. We zien de kloof tussen overheidscijfers en vakbondscijfers, en dat is vrij gebruikelijk. Maar meestal bewegen ze van de ene actiedag naar de andere wel min of meer parallel: zowel vakbonden als politie nemen een toename of afname waar, hoe uiteelopend de cijfers verder ook zijn. Nu zagen we echter dat de vakbonden een extra  half miljoen deelnemers opvoeren, terwij de politie er ruim honderdduizend minder zien. Dat maakt de politiecijfers nog niet tot geloofwaardig; dat zijn ze in principe al niet. Maar het versterkt wel een indruk dat de vakbondscijfers wel erg rooskleurig zijn begroot.

Het is trouwens helemaal niet raar dat – áls ik gelijk heb in dat laatste, wat ik niet hoop – de acties tegen de pensioenplannen een iets afnemend deelnemersaantal te zien geven. De plannen zijn al goeddeels door het Franse parlement, hetgeen ongetwijfeld een gevoel van futiliteit onder arneiders zal bevorderen, een gevoel dat actievoeren niet zoveel zin meer heeft. En deelname aan acties is voor arbeiders niet gratis! Twee keer in de maand staken, dat kost salaris en is een reëel offer dat mensen brengen. Jacky Rowland, correspondente voor Aljazeera, wijst op deze factoren. Om dan steeds weer in actie te komen moet er wel een effectieve strategie zijn, en een gevoel dat er daadwerkelijk gewonnen kan worden. Dáár ontbreekt het echter aan.

Het probleem wordt zichtbaar uit opiniecijfers. Uit een bericht van 6 september op Nu.nl: “Uit peilingen komt naar voren dat tweederde van de Fransen de geplande hervormingen oneerlijk vindt, dat driekwart van de Fransen het protest steunt, maar dat slechts 35 procent  denkt dat de staking (die van 7 september, klaarblijkelijk) effect zal hebben.” Dat is de tegenstrijdigheid: mensen zijn tegen de plannen, steunen het protest ertegen – maar geloven niet dat het helpt.

En – dat is het wrange – in die scepsis zit inzicht, misschien niet heel helder uitgewerkt, maar wel messcherp. Stakings- en actiedagen zoals die van 7 en 23 september laten zien hoeveel mensen er tegen zijn. Maar ze laten het onvoldoende voelen. De regering kan vervolgens zeggen: wij hebben kiennis genomen van de bezorgdheid van de bevolking maar we gaan tóch door. Dat kan zich een aantal keren herhalen, maar uiteindelijk put de beweging zich uit en kan de regering gewoon doorzetten, eventueel na kleine aanpassingen.

Zo gaat het keer op keer, in Frankrijk en elders. In Griekenland zijn er in 2010 al zes grote landelijke stakingsdagen met demonstraties geweest. Daar ging het heftiger aan toe dan in Frankrijk. Maar zowel regering als bezuinigingsbeleid in dat land staan nog steeds overeind. Eéndagsacties zijn zinvol, maar dan vooral als opstapje naar méér, naar sterkere acties, via meerdaagse stakingen naar stakingen van onbepaalde duur, om maar eens iets te noemen. Dat vergt dan echter organisaties die de strijd ook opvatten als confrontatie die gewonnen moet worden, en niet slechts – zoals gevestigde vakbonden, in Frankrijk, Griekenland en ook Nederland – als pressiemiddel om vervolgens een compromis met regering en ondernemers te sluiten.

Naast het deelnemen aan vakbondsactie zoals de Franse stakingsdagen, en bijvoorbeeld meedoen aan de internationale actiedag die vakbonden in Europa – ook de FNV – op 29 september tegen bezuinigingen organiseren, is dan ook tegelijk kritiek op de gekozen strategie, en versterking van netwerken van arbeiders die een radicalere, effectiever strategie voorstaan, in de strijd tegen bezuinigingen van groot belang. Arbeidersstrijd is te belangrijk om aan de vakbeweging over te laten.

Advertenties

One Response to Frankrijk:(hoe) verlopen acties tegen pensioenplannen?

  1. […] zien, er waren zelfs redenen om van enige terugval te spreken, al was het beeld niet eenduidig. Ik schreef daar destijds iets over. De strategie van een protest dat door vakbonden ingeperkt werd tot ééndagsactie na […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: