Republikeinse overwinning: niet leuk, doch geen paniek aub

De Amerikaanse verkiezingen hebben, zoals verwacht, een flinke overwinning voor de Republikeinen opgeleverd. De Democraten van president Obama verloren hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigen, waar nu ook een Republikein de voorzitter wordt. In de Senaat verloor de Democratische partij ook, maar daar behielden ze wel een meerderhheid. Flink wat gouversneursposities wisselden van Democratische naar Republikeinse controle, maar in onder meer Californië ging het andersom. Een flinke, maar geen totale, nederlaag voor de partij die het Witte Huis in handen heeft dus.

Wat is de betekenis hiervan? Het is duidelijk dat Obama veel populariteit heeft verloren. Met een nog steeds mar haperende economie, hoge werkloosheid, huisuitzettingen bij de vleet en een armoede die vele miljoenen treft, is dat niet vreemd. Dat veel mensen in de VS diep teleurgesteld zijn in Obama, van wiens beloften tot verandering weinig is terechtgekomen, is logisch. Dat veel mensen uit onvrede dan maar op de anti-Obama-partij zijn gaan stemmen is dat ook. Dat die anti-Obama-partij in vrijwel niets wezenlijk verschilt van de Democraten doet er dan even niet toe: mensen brengen gewoon een tegenstem uit, zoals veel van de stemmen op Obama en eerder op Clinton ook gewoon anti-stemmen tegen Bush II en eerst Bush I waren.

Er is veel drukte geweest over de opkomst van de Tea Party-beweging in de flank van de Republikeinse partij. Het betreft hier een ratjetoe aan mensen met bijbehorende opvattingen: fel anti–Democratisch, voor een kleinere overheid en lagere belasting, fel tegen alles wat in nederland tegenwoordig “linkse hobbies” genoemd wordt, vaak ook fel tegen seksuele vrijheid en rabiaat gekant tegen immigratie en immigranten en moslims. Het is de Amerikaanse variant van wat we in Nederland kennen als de PVV, al zijn er ook flinke verschillen. Eén van de verschillen is dat de Tea Party-beweging nadrukkelijk wél de straat kiest als plek om zich, vaak uiterst agressief te laten gelden.

Het is wel degelijk een griezelig fenomeen, die Tea Party. De anti-overheidsretoriek spreekt veel mensen aan, en dat is – met een Obama-regering die liever banken redt en oorlogen voert dan mensen helpt tegen huisuitzetting en werkloosheid – niet raar. Maar de anti-overheidsretoriek richt zich niet tegen die oorlogen en ook niet echt tegen de grote bedrijven. Het pleidooi voor lagere belastingen dat rechts houdt, gaat samen met aanvallen op het beetje sociale zekerheid dat er nog is en waar Republikeinen liefst ook het mes in zouden zetten.

Bovendien kunnen essentiële thema’s van de Tea Party niet zonder een grote en keiharde overheid. Dat geld voor de seksuele verkrampingspolitiek waar deze kringen vaak voorstander van zijn. Veel lachbuien ontlokte mevrouw Christine O’Donnell, Tea Party kandidaat in Delaware. Zij keerde zich tegen, jawel, masturbatie. Stel dat politici met dit soort ideeën macht krijgen. Hoe gaan ze dan de masturbatie te lijf? Met de anti-masturbatie-brigade die invallen doet?  Zonder huuizzoekingsbevel natuurlijk, anders is heterdaad niet mogelijk… Seksuele repressie vereist een grotereoverheid met politiestaat-bevoegdheden, hetgeen de uiterst-rechtse smeekbede om een ‘kleinere overheid’ in een hypocriet daglicht stelt. Overigens stelden kiezers in meerderheid blijkbaar prijs op het recht op masturbatie, want mevrouw O’ Donnell verloor…

Ook dat favoriete thema van veel Tea Party-gangers – de strijd tegen immigratie – vraagt een grotere en sterkere staat. Grensbewaking, uitkijkposten, controles door agenten of iemand wel verblijfspapieren heeft … de opgevoerde strijd tegen ‘illegalen’, mensen zonder verblijfsvergunning behelst een uitbreiding van staatsingrijpen, en van instanties die dit ingrijpen moeten uitvoeren, kortom een grotere overheid, geen kleinere. De libertarische retoriek van delen van uiterst rechts, een retoriek die bij de Tea Party ook weerklinkt, staat in schril contrast met de autoritaire beleidsplannen die datzelfde uiterst rechts wil doordrukken.

De Tea Party-toestand is een uiterst rechtse dreiging die serieus genomen dient te worden maar niet gedramatiseerd. Voor paniek op dit front is geen reden. Tea Party kandidaten in de Republikeinse boekten resultaten in het Huis van Afgevaardigden, maar veel minder bij de verkiezing van Senaatszetels. Volgens de Volkskrant werkte de kandidatuur van Tea Party mensen daar juist in het nadeel van de Republikeinse partij. Als dat klopt is dat niet zo vreemd. Mensen die Obama niet zien zitten,worden daarom nog niet automatisch enthousiast van het vooruitzicht van een Sarah Palin als president. Amerikanen zijn ìn groten getale opgefokt, en met reden. Maar Amerikanen zijn niet achterlijk.

Er is nog een reden om de ruk naar rechts die via de Tea Party, en de Republikeinse overwinning sowieso, zichtbaar is, flink te relativeren. Cindy Sheehan, moeder van een in Irak omgekomen soldaat en bekend vredesactiviste in de jaren van George Bush, laat zien wat ik bedoel. Zij schetste wat er waarschijnlijk zou zijn gebeurd als niet Obama maar de Republikein McCain in 2008 de presidentsverkiezingen had gewonnen. We hadden dan banken gered zien worden, bankpresident Bernanke was vast opnieuw benoemd, Robert Gates zou minister van defensie zijn gebleven, er zou een hervorming van de gezondsheidszorg zijn gekomen waatr rin vooral de grote bedrijven geprofiteerd hadden van de verplichting tot verzekeren, en de verzekerden zelf op kosten zijn gejaagd.  Oorlogsmisdadigers uit de tijd van Bush zouden door het Witte Huis in bescherming zijn genomen, de FBI zou huiszoekingen hebben kunnen doen, de band met Israël zou hecht gebleven zijn, het aantal soldaten in Afghanistan zou wellicht verdrievoedigd zijn, de werkloosheid zou rond 10 procent zijn, de tegenstelling tussen arm en rijk zou niet eerder zo hoog zijn als nu, het beleid dat homo’s en lesbo’s uit het leger zou weren via ‘Don’s ask, Don’t tell’ zou nog steeds overeind staan. Kortom: in grote lijnen wat er tot nu toe onder Obama is gevoerd…

Misschien dat de oorlogsretoriek tegen Iran heviger zou zijn geweest, maar of McCain daadwerkelijk had aangevallen is maar de vraag, aldus Sheehan. We zouden eraan toe kunnen voegen dat zo’n aanval onder Obama allerminst is uitgesloten. Hoe dan ook: de gelijkenis tussen Democratisch en Republikeins beleid is groot, zelfs als zou het lijstje dat Sheehan geeft op een enkel onderdeel niet helemaal zou kloppen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat McCain géén gezondheidshervormingsplan had gepusht bijvoorbeeld; of dat in vergelijking met Obama’s plan echt zoveel erger zou zijn geweest is echter zeer de vraag. Hoe dan ook: Republikeins beleid is akelig beleid. Democratisch beleid wijkt daar echter nauwelijks van af.

Chris Floyd laat op zijn manier zien hoe onterecht het is om de Democratische partij als een soort progressief bolwerk tegen Republikeinse reactionaire aanvallen te zien. Hij vestigt de aandacht op een artikel van Bruce Dixon. De titel is veelzeggend: “We Know Tea Party Repubs Are Scary. But Are Democrats in Congress Worth Defending At All?” Hij beschrijft hoe de democratische partij en haar politici opereerden nadat de democratische partij in 2006 een stevige overwinning had geboekt bij de Congresverkiezingen van dat jaar. meteen gingen initiatieven om tot “impeachment” – het instellen van een afzettingsprocedure – van Bush te kom,en overboord.  De mogelijkheid om de geldkraan naar de Irak-oorlog dicht te draaien werd niet gebruikt. De mogelijkheid om de belastingverlagingen voor de rijken van Bush weer af te schaffen werd niet benut. Zo weas er nog veel meer. De Democraten hadden de mogelijkheid om flink te breken met het beleid van Bush, zijn oorlogspolitiek, zijn politiestaat-in-opbouw, zijn asociale binnenlandse beleid. De Democratische leiding kóós ervoor om die mogelijkheid niet te benutten. De partij betoonde zich als wat ze aldoor was: de ándere pijler van het Amerikaanse imperialisme, de ándere grote vriend van de grote bedrijven en hun macht.

Op geen enkele manier zijn de Democraten een progressief alternatief tegenover reactionaire Republikeinen. Dat die laatsten nu een verkiezingsoverwinning hebben geboekt is niet leuk. Maar een verkiezingsoverwinning voor Obama was evenmin reden tot vreugde geweest. Ik heb zoiets al eens eerder gezegd, voordat Obama tot president werd gekozen: het is erg jammer dat beide kanten niet tegelijk kunnen verliezen. Want dát verdienen ze.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: