Van Bijsterveldts verbijsterend kille beleid

Dit kabinet is een vijand van de jeugd, en daarmee een vijand van onze toekomst. Een speciale vijandschap legt het kabinet aan de dag voor die delen van de jeugd die al weinig toekomst hebben, en die wat Bruin I betreft dus vooral mogen barsten. De verachtelijke óngeest treedt weer aan de dag met het nieuwe ‘hervormingsvoorstel’ dat minister Van Bijsterveldt van onderwijs vandaag aankondigde.

Achtergrond van haar opvattingen is het nieuws dat het peil van het Nederlandse onderwijs achteruit is gegaan. Dat geeft althans een OESO-rapport naar de vaardigheden van leerlingen in exacte vakken en taal aan. De Volskskrant kopt het resultaat: “Nederland keldert naar 11de plek op rekenranglijst”. Dat was in 2006 nog een vijfde plek. Voor taal halen leerlingen hier de tiende plek in deze bizarre hitparade.

Natuurlijk is hier spraken van een Nationale Ramp. Het idee dat vijftienjarigen in Nederland weliswaar gemiddeld beter kunnen rekenen dat vijftienjarigen in Frankrijk, maar achterblijven bij vijftienjarigen in Singapore, is uiteraard onverdraaglijk. En dat vijftienjarigen in Nederland weliswaar taalvaardiger zijn dan hun leefijdgenoten in Duistland is een schrale troost, zolang de nationale voetbalvaardigheid nog achterblijft. Dat die taalvaardigheid echter geringer is dan die van scholiereen in Finland is het soort van schande dat pijn doet aan de nationale vlag, het enige lichaamsdeel waar de huidige ministerploeg nog enig gevoel in heeft, afgezien dan van de portemonnee.

De hele lijstenbrij is, vanuit het oogpunt van welzijn en kansen van jongeren, nogal onzinnig. Slechts buitengewoon weinig vijftienjarigen maken zich druk over de vraag of zij beter kan rekenen dan een Japanse leeftijdgenoot. En geen volwassene die om kinderen geeft zou zich daar druk over moeten maken. Wat telt voor scholieren, vermoed ik, is: haal ik goede cijfers zodat ik overga straks? En: red ik mij met mijn rekenvaardigheid, in de dingen die ik in mijn leven wil? De rest is voer voor statistici en nationalisten als mevrouw Van Bijsterveldt. Voor taalvaardigheid geldt ongeveer hetzelfde. En de zorg om schoolcijfers is dan ook nog eens kunstmatig opgelegd. In een wereld waarin het leren van jongeren echt prioriteit had, zouden geen schoolcijfers bestaan.

Maar Van Bijsterveldt neemt maatregelen. Daarin staat het uitwissen van de Naitonale Schande, en niet de noodzaak om kinderen écht aan beter onderwijs te helpen, centraal. Want weliswaar is het gegoochel met vergelijkende prestatiecijfers nogal bespottelijk. De achterliggende trend – het onderwijs in Nederland wordt eerder slechter dan beter –  is er wel degelijk. Dat kinderen gebaat zijn met verbeteringen, staat wel vast.

Maar precies in zinnige verbeteringen is Van Bijsterveldt niet geïnteresseerd. Haar punt is niet de toekomst van de jeugd. Haar punt is de concurrentiekracht van de Nederlandse economie, via het idee dat de ‘kenisseconomie’ moet worden bevorderd. Kinderen zijn voor haar geen mensen wiens ontplooiing en groei en waarde op zich vormt. Kinderen zijn voor haar toekomstig hoogopgeleid personeel die Nederlandse bedrijven aan extra winst en concurrentiekracht moeten helpen door hun hooggeschoolde arbeidskracht in dienst te zetten van die bedrijven. Kinderen zijn geen personen voor haar; kinderen zijn productiefactoren. Misschien vindt zij  dat allemaal niet persoonlijk. Ik kan niet in haar hart kijken. Maar het is wél de houding die uit haar beleidsplan blijkt. Het is misschien niet haar persoonlijke mening. Het is echter wel haar operationele standpunt. En dát telt hier.

De NRC doet een greep uit haar beleidsplan, plus wat uitspraken van de minister. Het plan heet “Beter Presteren”, heel slim gevonden hoor. Het doel is het verbeteren van vooral het peil op HAVO en VWO. “We moeten meer halen uit de bovenste 20 tot 30 procent van de scholieren”, stelt ze. Zie je het? Ze wil iets ‘halen’ uit kinderen, scholieren zijn er om opbrengst te leveren, wiskundecijfers waarschijnlijk, zoals koeien melk moeten leveren. Was Van Bijsterveldt ook niet de staatssecretaris die halsstarrig vasthield aan de zogeheten ophokplicht, de 140-uren-maatregel waartegen scholieren in november 2007 zo heftig en zo terecht tegen protesteerden? De houding om kinderen als vee te behandelen, uitmelkbaar en ophokbaar, is gebleven.

En dan richt ze zich dus ook op de “bovenste 20 tot 30 procent”. Wie al op een hogere opleiding zit – en vaker dan gemiddeld een redelijk wevr arende achtergrond zal hebben – verdient extra aandacht bij haar. Wie al ‘goed’ is, in haar termen, moet nog ‘beter’ worden. De rest is, gezien vanuit de ‘kenniseconomie’, kennelijk niet zo interessant.

En aan wat voor verbeteringen denkt zij? Meer aandacht voor de ‘kernvakken’, wiskunde, scheikunde, natuurkunde en talen. En ja, dan moet er dus iets wijken. Want, zegt ze: “Scholen zijn nu overbelast. Is het nodig dat scholen ook aandacht besteden aan zaken als omgaan met geld en obesitas?” Hier zien we de kille zakelijkheid van de minister in vol ornaat. Precies een paar zaken waarin onderwijs echt een nuttige rol zou kunnen spelen, mogen van haar wel weg.

Kinderen die onvoldoende leren hoe ze met geld omgaan, zullen makkelijk teveel uitgeven aan de dingen waarmee ze via reclame dagelijks mee worden geconfronteerd: mobieltjes, games, trendy kleding. Resultaat: schulden, geldproblemen, kinderen die onverstandige dingen gaan doen om toch aan geld te komen, tot aan prostitutie en regelrechte gewelddadige criminaliteit. Dat is niet alleen vervelend voor de mensen die van die criminaliteit last hebben; het is tragisch voor deze opgroeiende kinderen zelf. Jonge mensen helpen omgaan met geld is niet genoeg om ze van dit soort toekomst te helpen vrijwaren. maar het kan wel echt bijdragen, en is wat mij betreft dan ook een stuk nuttiger dan vierkantsvergelijkingen oefenen en naamvallen leren.

Obesitas, nog zo’n mooi voorbeeld; zwaarlijvigheid, dik-worden, daar hebben we het dan over. Dat is – misschien dat mevrouw Bijsterveldt het niet weet, of niet belangrijk vindt – ongezond. Je kunt er hartkwalen en zo van krijgen, en het kan samenhangen met diabetes en andere narigheid. En meestal zijn dikke mensen – in een wereld waarin slankheid tot een opgeklopt schoonheidsideaal is gemaakt – ook niet erg gelukkig; althans hun postuur is vaak een negatieve factor in hun levensgeluk. Het is iets dat toeneemt, die obesitas.

Je zou denken dat het nuttig is om daar juist bij jonge mensen – in de tijd dat de gewoonten zich vormen die mensen de obesitas in duwen – extra aandacht aan te geven. Je zou denken dat het onderwijs hier een logische plek voor is, zowel om enerzijds het over voedingsgewoonten te hebben, maar anderzijds ook te bespreken dat een béétje stevig helemaal niet erg is, dat het genoemde schoonheidsideaal;l zelf óók niet vanzelfsprekend hoort te zijn. Maar wara het echt om obesitas gaat, is gewoon de gezondheid, en daarmee ontplooiing en geluk, van jonge mensen in het geding. dat dxoet mij iets meer dan de vraag of scholieren het elementair systeem snappen, de stelling van Pythagoras kennen of weten of papa al dan niet une pipe fumes.

Maar nee! Rékenen! Taalles! Dat is goed voor de kenniseconomie! De klassieke schoolvakken krijgen wat de minister betreft eerherstel. Dat precies de zaken waar ze zo schamper over doet, prachtige aanknopingspunten bieden om relevante délen van de schoolvakken aan de orde te brengen, is trouwens ook wel aardig. Wie het immers over omgaan met geld heeft, zal het al gauw ook over rekenen moeten hebben: hoeveel je binnenkrijgt, hoeveel je uitgeeft, het verschil ertussen, hoe snel dat op kan lopen, welk bedrag je zult moeten uitsparen om achterstanden in te lopen en problemen voor te blijven… Maar zoiets is relevant rekenwerk, en valt dus waarschijnlijk buiten ‘De Kenniseconomie.  Dat zal helemaal gelden voor de vragen die omgaan met geld onvermijdelijk oproept: waarom is er eigenlijk geld? En waarom wordt spaarzaamheid verplicht in een wereld die van heel veel spullen teveel lijkt te maken, en waarin het weggeven ervan dus logischer lijkt dat kopen en verkopen? Ik geef toe, hier betreed ik het verboden gebied van de Linkse Hobbies. Vaak zijn hobbies echter nuttiger en leerzamer dan de gangbare soorten huiswerk.

Voor haar andere voorbeeld geldt net zoiets. Immers, wie obesitas aan de orde stelt, zal al gauw komen te spreken over de samenstelling van ons eten, en dat is al gauw scheikunde. Hoe ons eten ons lichaam en onze gezondheid aantast is al gauw biologie. En hoe recmame ons zo gek krijgt om ons zowel de obesitas in te eten als ons in de schulden te consumeren, heeft al gauw iets van maatschappijleer. Maar ja, maatschappijleer is voor Bruin I geen kernvak, maar alweer een ‘Linkse Hobby’.

Interessant is nog hoe de minister het ondwerwijs dan wil ‘hervormen’. Er moet méér getoetst worden. Al na de onderbouw moet er van zo’n toetsmoment sprake zijn. De zenuwcrisis van zeventien- en achttienjarigen die bekend staat als ‘eindexamen’ moet dus nog eens voorafgegaan worden door een zenuwencrisis op 14- of 15-jarige leeftijd. Opjagen, die kinderen! Tot steeds grotere hoogten! En schiften natuurlijk, tussen degenen die ‘goed genoeg’ zijn, en de afvallers-in-spe, al ziet de minister deze toets niet als “afrekeninstrument”, maar eerder als soort van waarschuwing zodat scholen ‘probleemgevallen’ beter kunnen ‘monitoren’ . Die laatsten horen dan waarschijnlijk, als de ‘probleemgevallen’ onvoldoende bij de les blijven, dan uiteindelijk niet meer bij de ’20 tot 30 procent’ die via de Bijsterveldtse aandacht het Paradijs van de Kenniseconomie mogen betreden.

Nog zoiets moois. Van de minister mogen de profielen profielen – een aantal jaren ingevoerd – wel weer weg. Twee pakketten, exact en taalpakket, of zoals dat heet ‘alfa’ en ‘beta’. Zo was het vroeger al eens, en vroeger komt terug als het aan Bruin I ligt. Men is het alleen niet eens over welke episiode van vroeger: de jaren vijftig of toch uiteindelijk de vroege jaren veertig. Dat is de keus tussen regeren en gedogen. Maar ik dwaal een beetje af. Twee keuzepakketten dus, niet de huidige meerdere profielen en dergelijke. Waarom? De minister wil scholieren niet belasten met “minder keuzestress”!

Kinderen die gewend raken te kiezen uit weet ik hoeveel prioducten in de winkel TV-programma’s, kledingmerken en weet ik wat – om over keuzes die je als opgroeiend persoon  dag in dag uit mag maken, op sociale netwerksites, op MSN en dergelijke maar te zwijgen – moeten beroofd worden van het beetje keuzevrijheid in het school programma dat ze gegund is, om ze  te vrijwaren van de spanning van het kiezen. En met de stress die de minister de leerlingen opdringt door ze na de onderbouw al een test op te dringen, en de CITO-test aan het eind van de lagere school verplicht te stellen – ois haar zorgzaamheid over stress die kinderen bespaard moet worden al helemaal weinig geloofwaardig.

Jazeker, er ís wat mis met hoe onderwijskeuzes kinderen nu worden opgedrongen: ze moeten steeds eerder beslissingen nemen over dingen die ze nog helemaal niet goed kunnen overzien, en waarover mensen in hun kindertijd zich ook nog helemaal niet zouden druk hoeven te maken; beslissingen die echter wel grote consequenties hebben voor hun verdere leven. Dit soort keuzes moeten echter niet worden vereenvoudigd tot twee. Dit soort keuzes dienen vooral 1. niet te vroeg plaats te vinden, als ze al gemaakt moeten worden; en 2. niet zo definitief plaats te vinden, met zulke drastische consequenties. Het beleid van de minister werkt echter exact andersom: eerder en meer testen, als deel van een permanent schiftingsproces richting arbeidsamarkt en de Heilige Kenniseconomie in dienst van haar Enige Ware God: de nationale concurrentiekracht.

Het ministerïele beleidsplan is feitelijk anti-scholieren, anti-jeugd, slecht voor hun toekomst. Het zou echter zomaar kunnen dat die jeugd vroeg of laat gaat doen wat scholieren in 2007 deden, en wat studenten komende vrijdag gaan doen in Nijmegen, in Amsterdam, in Utrecht en in Wageningen: zich demonstratief keren tegen het beleid, en tegen de ministers die dat beleid proberen door te drukken. Dát geeft uitzicht op een toekomst die de moeite waard is.

Advertenties

2 Responses to Van Bijsterveldts verbijsterend kille beleid

  1. Joris schreef:

    Het valt me zo op dat de zwarteravotr nog nix over Wikileaks heeft gepubliceerd. Moeten we daar nou straks voor uitwijken naar websites van socialisten????? Nee toch!!

  2. peterstorm schreef:

    Grijns. Rood-zwart hoor, libertair-communistisch, libertair-socialistisch voor mijn part. Al is dat misschioen iets te complex voor wie werkelijk denkt dat anarchistisch niet communistisch (of als je perse wilt:socialistisch) kan zijn, en andersom. Voor mij horen ze bij elkaar, die twee kleuren. Overigens is mijn reactie op Joris’ opmnerking al net zo off-topic als Joris’ opmerking zelf. Haha.

    Over het door Joris’aangekaarte onderwerp: ik hou het bij hoor, geen zorgen. Misschien dat ik er nog wel over schrijf ook. Maar er moet op internet eigenlijk ook nog wel een plek zijn waar het er níét voortdurend over gaat, toch?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: