Afghanistan: actie en meer argumentatie

Samen met enkele tientallen anderen stond ik afgelopen namiddag tegenover Café Dudok in Den Haag. Net als die anderen nam ik deel aan een actgie tegen  het regeringsplan om een nieuwe bezettingsmissie naar Afghanistan te sturen.

Veel van de actievoerders hielden een bord met letter – in één geval een uitroepteken – vast. Samen vormden die letters de teksten: “Stop de oorlog”  en “steun Afghanistan”. Deze actie was opgezet vanuit de SP, en het waren dan ook vooral SP-mensen die mee deden. Ik zag onder meer Eerste Kamerlid Tiny Cox en Tweede Kamerlid Harry van Bommel. Maar er waren ook mensen van GroenLinks en de PvdA, en naar verluidt zelfs iemand van D66. Dat laatste is wel opmerkelijk, want die partij heeft nog een standpunt over de missie ingenomen. En er was dus ook een enkele anarchist 😉 De sfeer was prima, de actie had zeer gemoedelijk, gewonemenserig, karakter, met onderling handjegeschud tussen wildvreemden afgewisseld met ‘leuk jou weer te zien!’ van oude bekenden, dat me aanspreekt. Op de SP-site staat een verslagje met foto.

Tussen vijf uur en kwart voor zes stonden we daar demonstratief te staan, zichbaar voor voorbijgangers, busreizigers en media-camera’s-met-cameralieden. Twee korte oproepen om vooral dóór te gaan met actie voeren tegen de missie sloopten de actie af. Het was niet enorm militant of zo, maar wel de moeite waard. Het is goed en nuttig om onze afkeer van die missie op straat zichtbaar te maken. Dat kan dan hopelijk een opstap worden naar meer vóélbare acties. Het standpunt van de SP over de missie laat aan scherpte te wensen over, zoals ik eerder aan heb gegeven. Het feit dat de SP haar néé kracht bij zet door tot actie op te roepen, kan een echter opstap zijn naar hoognodig meer protest.

Intussen woedt in media de discussie rond de missie hevig verder. Vandaag zag ik een Volkskrant-opiniestuk van Theo van den Doel, ex-kamerlid voor de VVD en tegenwoordig veiligheidsconsultant. Titel: “We moeten het karwei in Afghanistan helpen afmaken”. Dat ‘karwei’ blijkt te bestaan uit het helpen bereiken van “meer stabiliteit in een explosieve regio”. Het gaat er dan om “het Afghaanse bestuurdapparaat in staat te stellen voor de eigen veiligheid zorg te dragen.” Want: “Dit is niet alleen in het belang van de Afghanen zelf maar ook in dat van het Westen.”

Het klinkt weer aardig – totdat je bedenkt dat het hier gaat om een Äfghaans bestuurspaparaat”in dienst van het bewind van Karzai, corrupt, repressief, een bewind dat zich via verkiezingsfraude in het zadel heeft gehouden, een bewind dat door zeer veel Afghanen verafschuwd wordt. Dit regime van een stevig ebstuursapparaat helpen voorzien gata in tégen wat veel Afghanen willen en verlangen. het helpt de ene groep onderdrukkers in Afghhanistan tegen die andere groep van onderdrukkers. Maar hety helpt tegelijk ook die ene groep onderdrukkers tegen grote delen van de Afghaanse bevolking zélf.

Hoe corrupt, onderdrukkend en verregaand akelig dat Karzai-bewind is, kun je p onder meer lezen in eem verhelderend artikel van Tariq Ali:  “Afghanistan: Mirage of the Good War”, in de New Left Review. Daar kun je ook oprima zien dat het precies de Westerse interventie, de grootschalioge aanwezigheid van NAVO-soldaten onder andere, was diehet herleven van gewapend verzet heeft uitgeklokt. En veel van dat verzet vond en vindgt plaats onder de paraplu van de Taliban. Westerse troepenzending is dan ook gangmaker van het geweld, en geen brenger van ‘stabiliteit’. Dat geldt ook voor de voorgestelde missie die van deze hele troepenzendingspolitiek een onderdeel is.

Andere argumenten die Van der Doel aanvoert doen hier niets aan af. Het kan best zijn dat de missie gedenkt is door een “toereikend volkenrechtelijk mandaat”. Dat betekent dan echter dat het volkenrecht ongeschikt als middel tegen kwaadaardig koloniaal beleid. Het kan best zijn dat binnen de aanvaarde beleidskaders de risico’s “aanvaardbaar” zijn, zoals Van der Doel betoogt. Het zijn echter die beleidskaders zélf die niet deugen, omdat ze de vraag of Westerse staten wel het recht hebben om Afghanistan militaire- en politiehulp op te dringen niet eens onder ogen zien. En zijn de risico’s ook “aanvaardbaar” voor degenen die zelf uitgezonden wordenen  hun familieleden? En zijn ze vooral ook acceptabelvoor  de slachtoffers van de Afghaanse politie, feitelijk paramilitaire troepen, die via deze missie getraind gaan worden? En voor de slachtoffers onder die troepen zelf? Wordt hen sowieso iets gevráágd?

Verderop in Van der Doels betoog komt de aap weer uit de mouw. “Ruim 23 EU-landen leveren een bijdrage in Afghanistan. Uit oogpunt van internationale solidariteit is het niet altijd van belang hoe groot de bijdrage is, maar of men bereid is de verantwoordelijkheid te dragen. Nu het karwe moet worden afgemaakt, kan Nederland niet achterblijven.” ‘Internationale solidariteit’ betekent hier: meedoen met de andere Europese staten, bondgenootschappelijke loyaliteit. Met Afghanistan heeft dit in wezen niet te maken. Dat de Stáát der Nederlanden, dit kabinet ook, bondgenoot zijn van staten die bereid zijn Afghanistan te bezetten, en daarmee het conflcict blijven voeden, kan waar wezen. Maar ik voel geen enkele verplichting aan zulke bondgenoten met hun misdadige politiek. Integendeel. En ik hoop dat zeer velen het daar mee eens zijn, en er naar (gaan) handelen door de dreigende missie tegen te werken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: