Breken met bezuinigingslogica

Bezuinigingen zullen niet verslagen worden door argumenten, hoezeer tegenstanders van bezuinigingen ook gelijk hebben. Dat punt maakt de Solidarity Federation (SolFed), in een zeer lezenswaardige verklaring. SolFed is een anarchosyndicalistische groepering in Engeland, een “organisatie van arbeiders, die beoogt het kapitalisme en de staat te vernietigen”, in hun eigen woorden. Bezuinigingsbeleid kan, aldus de sterke tekst, verslagen worden door keiharde drúk, door actie. Machtsverhoudingen geven de doorslag, oftewel: wie is sterker: de machthebbers, of degenen die het slachtoffer van bezuinigingen zijn, en zich dus maar beter te weer kunnen stellen?

Het is een inzicht om vast te houden en ook naar te handelen. We gaan onze kwelgeesten aan de top niet overtuigen van hun dwalingen. Maar we gaan ze wel, met alles wat we daartoe in ons hebben, de weg versperren. We gaan hun afbraakwerk onmogelijk, hun beleid onuitvoerbaar, de maatschappij onregeerbaar maken om het bezuinigingsbeleid frontaal en totaal tegen te houden. De boze studenten van afgelopen vrijdag, vooral die bij het Binnenhof en voor het Ministerie van Onderwijs, gaven een voorproefje van wat we nodig hebben.

Nee, we gaan de machthebbers niet met argumenten omturnen. Maar we hebben evengoed wel solide argumenten nodig, als onderdeel van het gevecht. We willen immers ook niet dat de machthebbers óns omturnen. We willen hun woordvoerders een grote mond terug geven, maar dan wel een mond vol inhoud. En we willen elkaar aanmoedigen om ons schrap te zetten. En, misschien wel het allerbelangrijkste, we hebben bondgenoten nodig in dit gevecht, véél bondgenoten. En om die aan te moedigen óók stelling te nemen tegen het bezuinigingsbeleid hebben we… argumenten nodig, inderdaad. De genoemde SolFed-verklaring moeten we dan ook zien als een stellingname tegen inhoudelijke aanscherping of argumentatie, maar tegen de misvatting dat  we er louter komen met de kracht van argumenten. Winnen vergt strijd, véél meer dan enkel discussie. Discussie is niet de kern van de strijd. Maar argumenten zijn  in de strijd wel noodzakelijke wapens.

Argumentatie tegen het bezuinigingsbeleid is tot nu toe echter vaak rommelig en daardoor weinig overtuigend. Te vaak blijft het hangen bij voorstellen tot alternatief bezuinigingen, tot het terugsturen van de rekening voor de crisis, het erop wijzen dat er geld zát is en dergelijke. En hoewel met name dat laatste op zich niet onjuist is, miskent het toch de logica achter het bezuinigingsbeleid. Om die logica te ondermijnen, en om verzet aan te wakkeren, hebben we een viertal inzichten nodig, in samenhang.

Hwet eerste is heel elementair: bezuinigingen maken mens en omgeving kapot. Bezuinigingen in de gehandicaptenzorg maken het ‘onvermijdelijk’ dat mensen worden vastgeketend, ‘voor hun eigen veiligheid’; dat fabrieken nauwelijks worden geïnspecteerd, en hooguit worden beboet (dat levert de staat nog wat geld op) in plaats van gesloten (dat kost geld) als er iets mis blijkt. Hoe dat soms uitpakt, werd in Moerdijk onlangs duidelijk. Bezuinigen ondermijnt kansen voor kinderen uit arme gezinnen om zich te ontplooien, via een studie waar tijd voor nodig is bijvoorbeeld. Bezuinigen maakt conceertbezoek duurder via hoge BTW. Bezuinigen ondergraaft het beetje natuurbehoud dat de laatste jaren op gang gekomen is. Ga zo maar door.

Strijd tegen bezuinigen is strijd voor menselijke waardigheid, voor menselijk lijfsbehoud uiteindelijk, en voor het voortbestaan van een wereld die leefbaar is, voor ons en voor al die levende wezens om ons heen. Het is helemaal niet verkeerd om het in deze wrange en schrijnende termen te stellen. Degenen die ons bezuinigingen opleggen, zijn daarmee verantwoordelijk voor onnoemelijk menselijkl leed, voor schade aan toekomst en voortbestaan. Bezuinigingsbeleid is daarmee een vorm van grootschalige georganiseerde criminaliteitm, om het even in termen te stellen die zelfs Fred Teeven zou moeten kunnen snappen.

Maar het antwoord van bezuinigaars en waren gelovigen in de bezuinigingsreligie is: bezuinigingen zijn nu eenmaal nodig. De overheid heeft geldtekort en moet het dus (ook) bij ons proberen te halen. De economie vereist bezuinigingen. We mogen de lasten van de staatsschuld immers niet op de volgende generaties afwentelen? Dat soort argumenten. Die argumenten verdienen zorgvuldige sloop.

In de eerste plaats is er het argument van ‘de economie’. Als de regering bezuinigt, kunnen bedrijven gevrijwaard worden van een stuk belastingdruk. dan houden ze meer winst overm, en kunnen ze dat weer inversterenm, met nieuwe bedrijvigheid en meer werkgelegenheid als gevolg. Nu even pijn lijden, straks hebben we daar allemaal – jaja, állemaal! – baat bij. Het argument klopt echter niet, en af en toe wordt dat in gezaghebbende pro-kapitalistische kringen ook erkend. “‘Bezuinigingen beschadigen wereldeconomie'”, berichtte Nieuws.nl op 1 december van vorig jaar. “De groei wordt teveel afgeremd door draconische bezuinigingsmaaatregelenm van rijke industrtielanden. Daarvoor waarschuwen de Verenigde Naties in een woensdag gepubliceerd rapport”, staat daar onder meer te lezen.

Dat effect van door bezuinigingen afgeremde groei is ook niet gek. Bezuinigingen treft groet groepen in hun inkomens. Het maakt mensen die in overheidstakken werken die áfgeslankt’worden werkloos en dus armer. Het raakt mensen die meer uit moeten geven aan onderwijs, zorg, openbaar vervoer, en daardoor minder over houden. Al die mensen met minder geld  geven minder uit in winkelcentra en supermarkten. Daardoor daalt de afzet van consumentengoederen, en uiteindelijk ook van de bedrijven die al die goederen vervaardigen. Bezuinigingsbeleid is dan ook géén beleid dat recessies bestrijd; integendeel, bezuinigingen r’;ekken de recessie, en vertragen het eventuele economische herstel. Dat maakt het ook problematisch om te zeggen dat ‘wij de crisis niet gaan betalen’; de bezuinigingen gaan in feite helemaal niet over die crisis, althans niet als daarmee de recessie wordt bedoeld. Als ze als conjunctuurbeleid zouden zijn bedoeld, zijn bezuinigingen immers contraproductief.

Bezuinigingsbeleid als crisisbestrijding is dus niet geloofwaardig. Hoe zit het met dat andere argument, dat van de staatsschuld? Die is inderdaad in veel landen flink opgelopen. Maar de reden daarvan heeft niets te maken met een ‘opgezwollen collectieve sector’ die door besparingen ingekort en bijgesnoeid moet worden. De staatsschuld is om twee redenen omhooggevlogen de laatste jaren. Allereerst omdat regeringen miljarden, honderden miljarden, uit hoge hoeden toverden om banken die vanwege de kredietcrisis in moeilijkheden raakten, overeind te houden. Die enorme bedragen waren er niet, die werden geleend, uitgegeven op de pof. Geld uitgeven dat er niet is, dat is hét recept om schulden te maken, in dit geval staatsschulden. Die staatschulden zijn dus geen oorzaak van crisis; ze zijn het gevolg van overheidspogingen om de crisis niet nog veel erger te laten worden dan ze al was. Ze kwamen voort uit een poging om een totale economische ineenstorting die in de laatste maanden van 2008 heel dichtbij leek, af te wenden.

Over de staatsschuld en de afbetaling ervan zijn vervolgens meerdere dingen te zeggen. Het eerste, nogal fundamenteel, is dit. Het is niet onze staat: geen énkele staat is van ons, staten zijn per definitie van hún, van de machtige en steenrijke minderheden bovenaan. Als het niet onze staat is, dan is het ook niet onze staatskas, en dus ook niet onze staatsschuld. Pogingen om ons te laten opdraaien voor hún financiële problemen, zijn gewoon verkeerd geadresseerd. De regeerders en de ondernemers en bedrijven wiens werk ze feitelijk doen, lossen het zelf maar op. Of niet. Het is niet ons probleem.

We dienen ons dan ook niet te laten verstrikken in gefilosofeer over alternatieve bezuinigingen, zoals te vaak gebeurt. Vaak wijzen tegenstanders van bezuinigingen erop dat er ‘geld genoeg’ is. De één wijst dan op de Joint Strike Fighter. De anderen op de bonussen van bankiers, de topinkomens van bedrijfsdirecteuren. De derde zegt: kijk vooral ook eens naar de enorme vermogens, wat daar door een bescheiden belastingverhoging uit te halen is. Nummer vier voegt toe: vergeet ook de belasting ontwijking via sluwe truukjes niet, waar multinationale bedrijven zoveel geld aan over houden. Een zojuist op zijn hoofd gemepte student kan er nog aan toevoegen dat een korting van minimaal honderd procent op de Haagse politie ook alweer een mooie besparing oplevert. En er zijn helaas nog meer politiekorpsen, allemaal gevuld met meppers.

Het is allemaal waar. Maar het is allemaal in dit verband ook niet erg terzake. Als argument in de zin van ‘áls je moet bezuinigen, kunnen ze het dáár doen’, is het nog wel zinnig, als een propaganda-wapen dus, om te laten zien dat het geld-is-op-argument niet deugt. Maar als inhoudelijk argumentj heeft het levensgevaarlijke kangten. In de eerste plaats omdat je impliciet al heel gauw de financiële problemen van de staat tot je eigen probleem laat maken. Je gaat méédenken in de bezuinigingslogica, en je aanvaardt dus dát de staatskas aangevuld, de schuld aangezuiverd, bezuinigingsbedragen moet worden. Dat is ten onrechte, zoals ik al aangaf. Niet onze staat, niet onze schuld.

Het is om nog een andere reden verkeerd. Stel, je schrapt de JSF, iets waar ik om antimilitaristische redenen, geheel los van bezuinigingsargumenten dus, voorstander van ben. Het uitgespaarde geld gaat dan naar de staatskas, naar afbetaling van de staatsschuld. Prima? Nee, helemaal niet. Afbetaling van de staatschuld betekent: het geld schuiven aan grote financiële instellingen, beleggers en dergelijke. Díé hebben immers het geld aan de staat uitgeleend, en willen hun centen terug, met rente. Maar die instellingen en beleggers worden sowieso rijk aan onze armoede, zij bezitten bedrijven die winst maken door óns laag loon te bieden, door óns dure en tevens vrijwel waardeloze spullen te verkopen. Waarom moeten we willen dat zij hun geld terugzien?

De staatsschuld en de afbetaling ervan is een mechanisme van geldschuiverij tussen kapitalistische staat en bepaalde kapitalistische bedrijven. Het is een geldschuiverij waarbínnen we ons niet hoeven te mengen. Schrap die JSF, inderdaad, belast de rijken, de vermogens en weet ik wat… en laten we ze dan dwingen het uitgespaarde geld in ziekenhuizen, scholen en openbaar vervoer te stoppen, zodat er geen Brandon in Ermelo meer vastgeketend hoeft te worden. Ever. omdat er altijd verzorgers klaar staan om te helpen, en omdat door hem in onmacht beschadigde spullen zonder gedoe gewoon vervangen kunnen worden. Om maar eens iets te noemen. Of de staatskas – hún staatskas nogmaals – nu leeg is of overvol, staat daar verder los van.

Er is nog een kant aan deze zaak. Wijzen op de plekken waar het geld om aan bezuinigingsbedragen te komen,  gevonden kan worden is om meer redenen niet erg zinnig.  Het gaat er namelijk van uit dat bezuinigingen ingegeven wordt door een abstract soort geldnood, een geldtekort dat aangezuiverd moet worden, kan niet schelen op welke manier. En het impliceert ook enigszins dat regeerders niet wéten dat de JSF geld kost, dat er enorme nauwelijks belaste fortuinen zijn, etcetera, en dat wij ze dat dus moeten komen uitleggen. Alsof tegenstanders van bezuinigingen de bezuinigaars moeten vertellen waar het geld zit! Als argument richting potentiële medestanders in verzet slaat het ergens op: kijk, hun verhaal over geldtekort is onzin, dáár zit geld zat. Als argument tegen de bezuinigaars zelf is het echter absurd: we houden ze dan voor veel onwetender dan ze zijn. In dat soort dingen kunnen we maar beter helder zijn: tot wie richten we ons precies met welk argument?

Het argument ‘er-is-geld-nodig, kan-niet-schelen-waarvandaan’ is ook nog eens verkeerd. De bezuinigingslogica wortelt níét in geldnood als zodanig, abstracte geldnood zogezegd. De logica achter de bezuinigingen is een logica die wortelt in déze concrete economie en de daarmee verbonden staat. En deze economie draait om concurrentiepositie, om het behalen van rendement en winst. De bezuinigingen moeten die logica dus minimaal niet dwarsbomen, en als het even kan die logica uitdrukken en extra ruimte geven.

Het eerder in dit stuk genoemde aspect – bezuinigingen om de belasting- en premiedruk voor bedrijven te kunnen verlagen, en daarmee de winst te verhogen – klopt als zodanig namelijk wél. Het argument daartegenin – dat bezuinigingende inkomens van veel mensen, en daarmee ook de afzet van consumptiegoederen – ondermijnen, klopt evenzeer! Het is een tegenstrijdigheid, maar een tegenstrijdigheid die in de kapitaslistische economie is ingebakken. Bezuinigingen zijn niet goed voor economische groei. Ze schaden bepaalde bedrijfstakken. Maar bezuinigingen zijn tegelijk wél goed voor de winstgevendheid van bedrijven, voor een werkende kapitaalsaccumulatie. Deels is dat vanwege die lagere belastingdruk. Deels is het omdat de staat, om aan geld te komen en kosten te besparen, overheidsbedrijven loskoppelt, commercieel inricht, ze soms gedeeltelijk of geheel privatiseert. En dat betekent dan weer winstkansen voor ondernemers die bijvoorbeeld busbedrijven opkopen, buslijnen sluiten, prijzen verhogen, ten bate van hun winst en ten koste van ons.

Maar het plezier dat bedrijven aan dit soort zaken beleven niet gelijkelijk over bedrijfstakken verdeeld: supermarkten en winkels die PC’s en auto’s verkopen, hebben sneller last van inkomensdaling van grote groepen mensen dan bijvoorbeeld juweliers met enkel rijke klanten, maar ook meer dan bijvoorbeeld de wapenindustrie. Tanks worden immers niet door bouwvakkers, call center-werkers of scholieren aangeschaft, maar door regeringen. Dit soort verschillen leidt vaak tot strijd binnen de ondernemersklasse en de daarmee verbonden politiek, over de vorm, het tempo en de invulling van bezuinigingsbeleid. Maar één ding staat steeds overeind: bezuinigingen dienen de winstlogica te versterken, ruimte te geven, en niet te verstoren.

Welnu, als het bovenstaande in grote lijnen klopt, dan is het dus niet erg zinvol om aan te dringen op hogere belastingen als alternatief voor de voorgestelde bezuinigingen. Het hele beleid draait immers voor een flink deel om het mogelijk maken van lágere belastingen voor met name bedrijven en ondernemers! Het is ongeveer net zo zinnig als tegen hongerige vegetariërs zeggen: er is eten genoeg, eet dan lekker biefstuk!

Breken met bezuinigingsbeleid betekent uiteindelijk dan ook: breken met de logica erachter. Bezuinigingen zijn er, om de staatsschuld die de redding van hún economie meebracht, door óns te laten betalen. Bezuinigingen zijn er, om hún economie winstgevend te houden, nog winstgevender te maken, alweer op onze kosten. Grondig néé zeggen tegen bezuinigingen als zodanig brengt ons in botsing met die winstlogica, met de dynamiek van het kapitalisme zelf.

Het tegenhouden van het bezuinigingsbeleid lost de crisis dan ook helemaal niet op; het drijft de crisis eerder op de spits. Dat is een werkelijkheid die we onder ogen moeten zien: een oplossing voor hun crisis die níét opn één of andere manier ten koste gaat van onze voorzieningen, onze leefomgeving en uiteindelijk onze levens bestaat niet. Zo’n oplossing komt pas binnen bereik, als we de logica van dit systeem afwijzen, trotseren, en toewerken naar het einde ervan. Nu vechten tegen de bezuinigingen, nu de bezuinigingslogical zelf afwijzen – om in al deze gevechten die dit meebrengt de val van het systeem dichterbij te brengen. Dat is het soort benadering die we in de strijd tegen bezuinigingen nodig hebben, en die we met nadruk naar voren moeten brengen tegenover een ieder die het aangaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: