Egypte: krachten in en tegen de revolutie

Wat een enorme kracht heeft de Egyoptische revolutie in vijf dagen tijd weten te ontplooien! Vandaag zagen we wederom grote demonstraties, in Cairo, in Alexandrië, in Ishmalia, in Damanhour, in Suez. Het bewind breidde de avondklok verder uit, demonstranten negeren dat op grote schaal. De straatprotesten gaan door, en het effect vand de opstand groeit. Op meerdere terreinen zijn er in dit revolutionaire gebeuren belangrijke ontwikkelingen waar te nemen. We zien effecten op  het bewind, dat zichtbaar verzwakt. We zien effecten op staatsinstellingen, die zwaar onder vuur liggen, vaak letterlijk. We zien een revolutie die schérper wordt, radicáler, een revolutie in de diepte, niet enkel in de breedte.


 

Het bewind zelf zit nog in het zadel. Maar er zijn verschuivingen gaande. Mubarak heeft zijn tergering naar huis gestuurd, en regelt intussen vervanging en uitbreiding. Hij heeft intussen een vice-president benoemd, Omar Suleiman. Dat laat drie dingen zien: het bewind leunt voor machtsbehoud op naakt geweld, op de werking van een politiestaat. Immers, deze Suleiman is hoofd van de inlichtingendienst.

Maar de vice-president heet níét Gamal Mubarak. De Volkskrant schrijft dan ook: “De benoeming wijst er mogelijk op dat (…) Gamal, die lange tijd gold als kroonprins, uit beeld is als opvolger (…)”. Het idee dat Mubarak zijn zoon het presidentschap wilde toespelen, maakte veel woede onder de Egyptische bevolking los, maar is dus waarschijnlijk van de baan. Derde belangrijke punt: het is voor het eerst dat Mubarak een vice-president benoemt. Kennelijk wordt er – door hem, door zijn directe omgeving – intussen toch aan vervanging en opvolging gedacht. Misschien vanuit de vrij kansloze hoop dat boze mensen daardoor hun geduld terugkrijgen en bereid zijn even af te wachten. Maar het kan ook een teken zijn dat het bewind -ongetwijfeld in één of andere samenspraak met de VS – zich erop voorbereidt om Mubarak maar op te offeren.

We zien intussen dat ook de sociale basis van het bewind in bredere zin afbrokkelt. De verschijning van ElBaradei, diplomaat die zich ontpopt tot oppositieleider, is hier een teken van. Minder dan een week geleden hoopte hij nog op een opening vanuit het bewind zelf, een democratisering van bovenaf om een opstand te voorkomen. Inmiddels heeft hij deelgenomen aan straatprotest, en roept hij Mubarak rechtstreeks tot aftreden op. Een liberaal deel van de middenklasse, waar hij een beetje een boegbeeld van is, en die al een tijd kritisch was, maar veelal  geen frontale oppositie wist te kiezen, trekt nu kennelijk de steun voor het bewind nu in. Dat maakt de basis voor Mubarak smaller.

Maar het betekent ook dat de VS, die tot nu toe vrijwel frontaal achter Mubarak stond, nu een potje in het vuur heeft binnen de protestbeweging. ElBaradei en het slag mensen waar hij op leunt, willen weliswaar dat Mubarak vertrekt. Ze willen een democratische opening, maar binnen liberaal-democratische en pro-westerse kaders. Met een ElBaradei aan het hoofd kan de VS wel uit de voeten. Maar de revolutionaire bevolking zelf heeft van zo iemand weinig te verwachten. Die wil meer vrijheid – maar zullen die vrijheid ongetwijfeld ook gebruiken om dringend nodige sociale verbeteringen – een hoger minumumloon, effectieve organisatie- en stakingsvrijheid voor arbeiders, dat soort dingen – door te drukken. Meer vrijheid wil de liberale middenklasse wel. Meer rechten voor arbeiders, een beter bestaan voor armen – dát soort dingen bosten echter met de belangen en voorkeuren van het slag ondernemiongsgezinde mensen waar ElBaradei het vooral van moet hebben. Een serieuze revolutie zal Mubarak wegvagen, maar ook botsen met ElBaradei.

Een tweede teken van afbrokkeling vande sociale basis is de opstelling van de Moslim Broederschap. Die gaat door voor de sterkste oppositiebeweging in Egypte, en leidde veelal een half-legaal bestaan. Maar ze hield zich aanvankelijk afzijdig van de protesten. Pas donderdag riep zij haar aanhang op om deel te nemen aan de protesten van gisteren.

De terughoudendheid tot nu toe heeft sociale wortels. De ruggengraat van de Broederschap, met haat religieus geïnspireerd conservatieve politiek, bestaat niet uit armen, maar uit delen van de middenjklasse: ondernemers, advocaten, notabele personen van allerlei rol en functie. Deze mensen willen orde en gezag, en willen die orde en gezag doordrenken met aan de islam ontleende normen en waarden. Het is een soort Christen-Unie, een soort SGP, maar dan op islamitische grondslag. ‘Wanorde’ en straatprotest past al niet zo bij dit conservatisme. En de vrijheid die armen via een revolutie kunnen bevechten , kan door die armen ook snel gebruikt worden tegen de belangen van de ondernemende achterban van de Broederschap in.

Net als ElBaradei is de Broederschap een rem op diepgaander revolutionaire verandering. Net als de opstelling van ElBaradei is de steun van de Broederschap aan het protest een teken dat zelfs conservatief-burgerlijke kringen Mubarak echt zat zijn, maar ook dat hij vanwege het felle volksverzet verzwakt is, en dat het dus slimme politiek is om tegen hem partij te kiezen. Waar ElBaradei het paard in de race is dat door de VS zal worden toegejuicht, daar is de Broederschap intussen al makkelijk het potje dat conservatieve Arabische staten als Saoedi-Arabië in het Egyptische vuur hebben. ElBaradei en de Broederschap  keren zich nu frontaal tegen het bewind, en verzwakken het daarmee; maar hun invloed binnen de protesten is een gevaar voor de revolutie, en biedt interventiekrachten vanuit Washington en Ryaad handvaten. Overigens heb ik niet de indruk dat veel opstandige mensen zich aan Broederschap en/ of ElBaradei veel gelegen laten liggen. Dat geeft hoop.

De effecten van de revolutie gaan veel verder dan het doen trillen van het bewind, en het helpen afbrokkelen van de sociale basis waar ze tot nu toe nog door getolereerd werd. De staatsinstellingen zélf zijn op grote schaal en met groot effect belaagd door de opstandigheid. De eerste dagen waren een nogal wat politiebusjes op de straten van Cairo, Alexandrië en Suez te zien. Ik heb de indruk dat dit nog steeds zo is – alleen nu gaat het vaak om uitgebrande, zwaar beschadigde politiebusjes zonder agenten erin. Nogal wat politiebureau’s zijn aangevallen, met flink effect. Alleen al in Cairo zijn zes politiebureau’s in brand gestoken. Hetzelfde geldt voor meerdere kantoren van de regeringspartij NDP, in meerdere steden. Niet alleen het bewind in strikte zin, maatr het machtsapparaat waar het bewind zich van bedient, vertoont inmiddels stevige schade.

Dat tekent de felheid van de opstand. Enkele dagen geleden spraken berichten van een kat-en-muisspel tussen oproerpolitie en demonstranten. Gisteren was het echter helemaal niet meer zo duidelijk wie in deze cond frontatie de kat was, en wie de muizen.  De politiemacht heeft er in Suez, Alexandrië en ook in Cairo ongenadig hárd van langs geklregen van de betogers. Het is niet voor niets dat het bewind nu militairen de steden in stuurde om iets van haar orde overeind te houden. Veel meer dan belangrijke gebouwen bewaken en een prataje maken met vriendelijke betogers doen die echter vaak niet. Staat het leger dus aan de kant van het volk, zoals betogers hopen? Dat zou wel eens een wrede uillusie kunnen blijken te zijn. Sust het leger de opstandige bevolking met het huidige vertoon van vriendelijkheid niet in slaap, terwijl het bewind een volgende geweldsklap voorbereidt?

Het is te hopen dat soldaten de kant van het volk kiezen, tegen de discipline van hogerhand, de loyaliteit aan de president en de macht van de officieren in. Rechtstreeks contact tussen demonstranten en gewone soldaten helpt daarbij. Het leger de straat op sturen is machtsvertoon van het bewind, het is tegelijk een teken dat de politie het niet meer aankaan.  Vanwege de mogelijkheid tot verbroedering tussen soldaten en demonstranten, en daarmee de kans op soldaten die naar het volk overlopen en zelfs verregaande muiterij, is het echter ook een voor het bewind zeer riskante gok. Het leger kan de opstand dempen, neerslaan. Maar het leger kan ook onder druk van de opstand verbrokkelen, haar samenhang verliezen, scheuren, leeglopen – waarmee de revolutie wéér een een grote stap vooruit zou maken.

Een enkele soldaat kiest al de kant van de bevolking. De Guardian, die hierover bericht, beschrijft ook hoe twee demonstranten reageren als een agent –  een jonge dienstplichtige – eerst demonstranten  slaat, zich dan moet terugtrekken, en onderweg zijn schild en helm verliest. Twee betogers brengen hem zijn spullen terug, en voegen er aan toe: “Wij zijn niet je vijand. We zijn net als jij. Sluit je bij ons aan!” Het stuk verhaalt ook hoe een groepje agenten ingesloten werd door demonstranten. Een deel van de betogers wil aanvallen, de rest hield hun mededemonstranten tegen. Dan voltrekt zich een woordenwisseling. Politieman: “ik ben niet bang voor jullie… ik ben bang om mijnn baan te verliezen en mijn gezin te ruïneren.” Vrouw antwoordt: “Mubarak zit in zijn kasteel en heeftr jullie aan de dood overgelaten. Geef hem op en sluit je aan bij ons!” Daarna laten de demonstranten de paar agenten teruugaan naar hun collega’s. Zo ontregelen actievoerenden heel behendig de discipline in het politiekorps van Mubarak.

Dat dit politiekorps, evenals het leger, voor een flink deel bestaat uit diensplichtigen maakt de kansen dat agenten en soldaten de kant van de boze bevolking kiezen, groter. Deze agenten en soldaten hebben immers niet voor het vak gekozen, doen het niet hun hele beroepsleven lang, en zullendus nogal wat vuil werk tegen heug en meug doen, zonder veel enthousiasme. geef dit soort mensen een kans, moedig ze aan een betere kant te kiezen – en drijf de prijs van de onderdrukking intussen op door stevig terug te vechten! – en de neiging tot muiterij kan groeien.

De opstandigheid vertoont intussen, naast haar onverschrokken, een stevig en kennelijk groeiend radicalisme dat buitengewoon hoopgevend is. Het gericht aanvallen van staatsinstellingen dat ik al noemde, is daar een teken van. Haar spontaniteit, ongrijpbaarheid, de werkwijze van den monstranten is een ander symptoom. Nogal wat artikelen wezen er op dat het protest “zonder leiders”  is. Dat klopt, in de zin dat er geen erkende kopstukken zijn wiens oproepen bij voorbaat op nevolging kunnen rekenen, geen organisaties met een zodanige greep op het protest dan instructies vanuit het bestuur ervan vertaald worden in gedisciplineerde activiteit. Er is geen partij, bevrijdingsfront of geestelijk leiderschap die aan het hoofd van de Egyptische revolutie staat. Houden zo, het laat zien dat de revolutie zichzélf aanstuurt.

De Moslim Broederschap wilde zelfs niet de schijn van leiderschap opeisen; toen die groep zich donderdag aansloot bij het protest, lichtte woordoerder Mohammed Mursi toe: “We hebben niet de wens te leiden, maar willen onderdeel van deze protestbeweging zijn.” Het tekent de verhoudingen binnen de protesten, al is het méér dan waarschijnlijk dat de ambities van de broederschap wél veel verder gaan dan enkelel meedoen aan het protest. Maar de opstandige bevolking zal zich de revolutionaire kaas niet makkelijk van het brood laten eten – door wie dan ook.

Eevengoed is er wel ‘leiding’ met een kleine ‘l’; er zijn netwerken, groepen, die via internet en daarbuiten oproepen verspreiden en daaraan vorm proberen te geven. Belangrijk is hier onder meer de 6 April Jeugd Beweging, die opriep voor de dag van actie waarmee de volksopstand op gang kwam, op 25 januari. Tot de eisen van deze groepering behoorden niet alleen de opheffing van de noodtoestandswetgeving en het vertrek van de minister van binnenlandsde zaken, maar ook een hoger minimumloon.  De Guardian kwam met een samenvatting van een doordacht pamflet uit anonieme bron, dat rondging in Cairo. Daarin kregen mensen suggesties voor leuzen, voor gedragswijze op de actie zelf en dergelijke.

Zowel de 25ste januari als de 28ste waren tevoren gericht als grote actie uitgeroepen. Er zijn gangmakers, netwerken, en die kun je ‘leiding’ noemen als je dat wil., al is ‘initiatief nemen’ naar mijn mening een veel geschikter woord dan ‘leiden’. Maar geen enkele groepering heeft werkelijk greep op wat er gebeurt, geen enkele groep staat aan het hoofd. Tekenend is bijvoorbeeld wat er vandaag, zaterdag 29 januari.,gebeurt, een dag die níét opvallend tot actiedag of iets dergelijks is uitgeroepen. De mensen zijn gewoon weer in grote aantallen de straat op gegaan, oproepen of niet.

De protesten worden niet geleid; ze leiden zichzelf. Zo gaat dat in elke werkelijkl grote revolutie. Initiatief nemen binnen dit proces gebeurt wel, maar vaak spontaan. De NRC liet een demonstrant aan het woord: “Als jij en ik nu besluiten dat deze hoek van de straat de plaats is voor een demonstratie, garandeer ik je dat we binnen tien minuten honderd voorbijgangers aan onze zijde hebben.” Zo is de stemming. Zo werkt intussen een spontaan protest van protest en verzet.

Opvallend in de protesten is de open, uitnodigende houding naar mensen ongeacht welke achtergrond ze hebben. Het blijkt uit sommige van de leuzen die klinken. “De halve maan en het kruis tegen moord en marteling”, is er eentje. Halve maan, symbool van de islam; kruis, symbool van het christendom; samen in verzet tegen het regime.,ongeacht religie. Dat is de strekking. Ik vond deze leus in een overzichtje van slogans opgetekend op het weblog The Angry Arab, zeer nuttige informatiebron momenteel trouwens. 

Afwijzing van religieus getwist blijkt ook uit wat soms op straat gebeurt. We zien groepen mensen biddend op straat, tegenover de oproerpolitie. Het is volkomen te verwachten dat mensen die uiting geven aan hun woede en verlangens, dit doen in de taal en met de symboliek die hen vertrouwd is. Voor vrome moslims betekent dit: symboliek en taal ontleend aan de islam. Dat mensen soms Allah Akhbar, God is Groot, roepen, is dan niet raar. Mensen zeggen er feitelijk ook mee: Mubarak lijkkt groot, maar er is iets dat gróter is. Onderwerping aan goddelijk gezag is hier naadloos verstrengeld met afwijzing van het staatsgezag. Intussen is het wel een problematische tegenstrijdigheid: een ánder staatsgezag kan een legitimatie opbouwen met verwijzingen naar zulk imaginair goddelijk gezag. Dat is wel degelijk een dreigend gevaar. Maar puur het feit dat mensen religieuze roepen is geen reden om er bij voorbaat van uit te gaan dat een Egyptische revolutie onvermijdelijk een fundamentalistische en daarmee contrarevolutionaire draai gaat maken.

 We lezen namelijk ook dit. “De opstand verenigt degenen die het economisch zwaar hebben en de welvarenden, de seculiere en de religieuze mensen.  Maar de meest populaire oppsitiegroep, de Moslim Broederschap, had weinig openlijke aanwezigheid ondanks een oproep aan haar leden om opte komen dagen. (…) Jonge vrouwen in  zwarte hoofddoek (…)  liepen achter vrouwen met dure haardracht, strakke jeans en Amerikaanse sneakers. De massa omvatte christelijke mannen met sleutelringen met kruisen die uit hun zakkwen bungelden, en jonge mensen gekleed in het unioform van fast food restaurants.”

En dan het volgende incident: “Toen een man met een lange baard en een witte jurk een islamistische leus bvegon te roepen, werd hij vastgepakt en door elkaar geschud door een andere man die hem zei dat hij de leuzen patriottisch en niet religieus moest houden.” ‘Patriottisch’ duidt hier klaarblijkelijk niet op iets specifiek nationalistisch, maar op datgene wat álle Egyptenaren die tegenover het bewind staan, bindt. Er wordt hier dus bewúst geprobeerd om verdeeldheid langs religieuze lijnen krachtig tegen te gaan. Wéér een teken van hoop, in een land waar Koptische christenen te maken hebben met discriminatie, en lang niet alleen van staatswege. De protestbeweging die naar boven is gekomen, vertoont tal van dit soort tekenen van radicale politieke wijsheid.

Intussen wordt een belangrijke, en tot nog toe weinig merkbare, dimensie van radicale dynamiek in de opstand zichtbaar: de sociale dimensie. Tot nu toe bestaat de revolutie vooral uit grootschalig, wijdverbreid en zeer fel straatprotest. Leuzen richten zich tegen Mubarak, tegen marteling, onvrijheid, corruptie en dergelijke. Politieke en persoonlijke vrijheid is centraal, en dat komt allemaal samen in de eis dat Mubarak moet vertrekken. Dit maakt het mogelijk dat arm en welvarend zij aan zij actie voeren op straat zoals we hierboven zagen. We zien hier de revolutie in de breedte, maar we zien hier ook een beperking in de sociale diepte ervan. De politieke structuur ligt onder vuur, de sociale en economische structuur nog weinig tot niet. Politieke revolutie, maar nog weinig sociale revolutie – althans, voorzover goed zichtbaar.

Toch zijn armoede en werkloosheid voor veel mensen óók een wezenlijk drijvende kracht achter de opstandigheid. Dat er – nu de politie een nederlaag heeft geleden – hier en daar plunderingen worden gemeld, is dan ook logisch. Plunderen is vaak een methode waarmee straatarme mensen zich iets van de rijkdommen in de maatschappij toeëigenen. Het drukt de desperate woede van straatarme mensen uit. het is een teken dat de revolutie om meer gaat dan om een wisseling van de wacht aan de top.

Het is waar dat plunderingen lang niet altijd het werk zijn van straatarme mensen; soms zijn groepen actief die de chaos willen aanwakkeren, om de staat een extra excuus voor harde onderdrukking te geven. Zoiets zagen we vlak na de val van Ben Ali in Tunesië, zoiets zou ook in Egypte kunnen spelen. Maar een afwijzing van elke plundering, van plundering in het algemeen, in situaties zoals nu in Egypte is een stellingname tegenóver de revolutie. Plundering is hier wel degelijk soms een elementaire vorm van klassenstrijd. 

Soms zien we ook dat een aanval op een bedrijf heel gerícht plaatsvindt. Zo staken mensen een kantoor van zakenman Ezz in de brand in ene wijk in Cairo. Ezz is echter niet alleen ondernemer, maar ook functionaris van de staatspartij NDP. Hij was ook voorzitter van van de Commisie voor Planning en Budget. Die functie heeft hij neergelegd. Dat uitgerekend zijn bedrijf doelwit werd van brand en verwoesting is symbolisch: in hem zien we politieke en economische macht verstrengeld.

Straatprotest, gevechten met de politie, incidenteel verbroedering met soldaten en agenten, plunderingen… het zijn allemaal tekenen van radicalisme, van revolutionaire  energie die los komt. Wat tot noe toe vrijwel heeft ontbroken is actie van arbeiders áls arbeiders, stakingsactie en dergelijke. Maar inmiddels zien we ook daarin verandering. De NRC schreef: “In de stad Suez leggen arbeiders van de staalfabriek het werk neer totdat Mubarak vertrekt, meldt Al Jazeera.” In Suez is erg hard gevochten, tegen grof politiegeweld, met veel doden aan de kant van demonstranten. Dat juist daar arbeiders aan het staken gaan, laat zien hoe de revolutie zich juist daar al  heeft ontwikkeld.

Als dit soort dingen zich verder uitbreidt, dan loopt niet alleen het regime gevaar, maar ook de positie van de rijke toplaag wiens belangen door dit regime zo trouw en zo gewelddadig worden gediend. Ik kan alleen maar zeggen dat ik de val van regime, toplaag en het systeem waarbinnen zij zo rijk en machtig zijn, van ganser harte zou toejuichen. De Egyptische revolutie die momenteel gaande is, verdient dan ook alle mogelijke sympathie, steun en solidariteit. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: