Egypte: impasse vol tegenstrijdigheid

De dag van vandaag was iets minder dramatisch dan de voorafgaande dagen van bittere confrontatie, van de angst en verschrikking van woensdag naar de de explosie van euforie van afgelopen vrijdag. Er is een impasse ontstaan, maar tegelijk beweegt er wel van alles. Demonstranten kunnen goeddeels hun gang gaan op het Tahrir-plein. Maar het leger stelt grenzen. John Leyne, van de BBC, typeert de houding van hogerhand als volgt: “De strategie lijkt er nu op gericht te zijn om het protest met vriendelijkheid te doden. De autoriteiten hebnen rubberkogels geprobeerd, charges met knuppels, en – dat vermoeden velen – betaald tuig, en niet heeft gewerkt. Dus nu zeggen ze: Het is OK, je kunt protesteren zo lang als je wilt.” Dat hetn tuig van hogerhand – door de staatspartij NPD en bijbehorende zakenlieden – betaald is, dat is natuurlijk veel meer dan een vermoeden. Maar dit hier even terzijde, de schets die Leyne geeft van de aanpak van autoriteiten lijkt me verder best goed.

Een andere BBC-er, Tim Wilcox, analyseert: “de stemming onder de demonstranten zou kunnen veranderen. Sommigen zoudengenoegen kunnen nemen met wat er al behaald is, en nu niet gana voor een volledige overwinning. Als dat gebeurt, dan kan het er op yuitdraaien dat de kern van de demonstranten ge-kettled wordt door veiligheidstroepen op het Tahrir-plein, terwijl de autoriteiten proberen de dingen elders terug naar normaal te krijgen.” Dat is precies één van de dingen die te vrezen valt, nu de demonstranten enerzijds krachtig blijven, anderzijds hun directe doel niet hebben bereikt. ‘Kettle’ is trouwens de aanduiding voor het verschijnsel dat politie groepen demonstranten langdurig insluit met grote aantallen agenten. Het is een politietactiek die we in Londen vorig jaar herghaaldelijk aan het werk hebben geziien, tijdens studentendemonstraties. Toen moesten betogers die ge-kettled waren uren en uren in de kou staan zonder dat ze weg konden. Het komt neer op arrestatie in de open lucht, zonder zelfs maar zoiets als een arrestatiebevel.

Terug naar Cairo. Het streven vanuit bewind en leger is inderdaad gericht op ‘normalisering’, maar, aldus BBC-verslaggever Paul Danahar, allemaal in hetzelfde BBC-liveblog trouwens: “Winkels zijn open, koffiehuizen puilen uit met mensen die praten over de gebeurtenissen van de afgelopen week. En ze praten allemaal vrijer en opener dan ze 10 dagen geleden het gevoel hadden te kunnen doen. Het leven keert terug naar normaal – maar na de priotesten betekent ‘normaal’ in Cairo iets anders.” Dát is een resultaat van elf dagen revolutie dat niet zomaar uit te vlakken is, en het is van grote waarde. Revoluties beogen het veranderen van machtsaverhoudingen. Maar revoluties veranderen ook de mensen zelf die er in betrokken zijn. Het maakt mensen sterker, zelfbewuster, rijper voor de vrijheid waar ze tegelijk voor vechten.

Intussen is de vasthoudendheid van veel demonstranten evident. Ze zijn duidelijk niet van plan genoegen te nemen met minieme veranderingen en mooie woorden. “Wij willen van kanker afkomen, maar ze geven ons aspirines”, zegt een demonstrant, op de BBC. “We horen de verhalen dat de aandelenbeurs weer open gaat, en dat iedereen weer terug naar het werk gaat – maar dat raakt ons niet – we blijvenb hier op het Tahrir-plein. We blijven om het plein te verdedigen” , vertelt Nora Shalaby, demonstrante, op de BBC. Nog een andere betoger: “Het bewind speelt de economische kaart uit. Ze zeggen dat mensen geld verliezen, dat ze hun loon niet krijgen, enzovoorts. Ja, dat zijn verliezen maar dat is de prijs die we moeten betalen voor drie decennia van passiviteit”. Van die 30 jaar passiviteit heeft hij zelf de helft meegemaakt, hij is vijftien jaar. De aandelenbeurs gaat trouwens maandag nog niet open, zoals eerder wel was gepland. Helemaal voorspoedig gaat die ‘normalisatie’ niet.

Volharding is er dus, maar hoe moet het verder? “Sommige mensen krabben zich op het hoofd en vragen zich af wat ze nog meer kunnen doen om de president duidelijk te maken dat ze hem niet willen.” Dat schrijft Aljazeera op haar liveblog van 5 februari. Het tekent twijfel over de vraag wat nu, maar ook resten van het idee dat het er vooral om zou moeten gaan om de president iets te laten zíén. Het gaat er echter om, niet enkel luid en massaal te zeggen dat Mubarak weg moet, maar om hem daadwerkelijk te verdrijven.

Een dokter zei een dag eerder, vooruitblikkend op wat er zaterdag zou kunnen gaan gebeuren heel terecht: “Dit is nu een revolutie, en als we halverwege stoppen, dan zullen er velen van ons sterven.” Inderdaad. Revoluties maken de machthebbers boos en nerveus; als ze niet doorzetten, dan nemen die machthebbers braak, schakelen mensen die ze als gangmakers en sleutelfiguren zien gewelddadig uit, en jagen er met bloedvergieten zodanig de schrik in dat mensen herhaling voor lange duur wel uit hun hoofd laten. Dat maakt de trend in de demonstratiesvan de laatste dagen – demonstranten die het plein in handen hebben en houden, maar verder afwachten tot Mubarak vertrekt – zo hachelijk.

Dat wil echter niet zeggen dat de machthebbers gaan slagen in hun aanpak van laat-ze-maar-demonstreren-daar, we-wachten-tot-ze-er-genoeg-van-krijgen, ook gaat werken. Enkele dingen maken dat onwaarschijnlijk. Om te beginnen zijn er kennelijk krachten in het bewind die dat gedult niet kunnen of willen opbrengen. Zij kunnen precies weer het soort aanvallen op demonstranten herhalen waardoor het verzet juist weer feller wordt., en herhaling is niet uitgesloten. Dat gebeurde woensdag en donderdag ook In tegsenstelling tot mijn indruk van gister is er die dag trouwens toch ook weer een ‘pro-Mubarak-betoging’ geweest, met enkele duizenden deelnemers. Was het geld in de kas van de staatspartij NDP toch nog niet helemaal op of zo?

Het gevaar komt intussen ook van het leger zelf. Dat wil kennelijk de normalisering in de versnelling gooien, en probeert stukken van het Tahrir-plein vrij te maken. Dat gaat met een oproep een commandant: “Jullie hebben het recht om je te uiten, maar red van wat er nog van Egypte over is. Kijk om je heen. We moeten de weg vrijmaken, we moeten ervoor zorgen dat het verkeer weer door Tahrir kan stromen. De mensen kunnen op Tahrir blijven, maar niet op de weg. We willen de mensen weer aan het werk hebben en we willen dat ze betaald krijgen, we willen dat het lijt weer normaal wordt.” Aldus het Guardian liveblog, 5 februari. Als zo’n aanpak werkt, dan is het gevaar levensgroot dat er over drie dagen nog 5.000 mensen op een half plein zitten, terwijl overal elders het leger – en hier en daar de Mubarak-knokploegen/ veiligheidsagenten – de baas is op straat. En als dán de veilgheidstroepen een aanval openen…

Maar de aanpak werkt niet zonder slag of stoot. Het EA Worldview liveblog heeft interessante informatie erover. Mensen weigeren, zeer verstandig, om barricades op te heffen, gaan in flinke aantallen voor en om een tank zitten zodat die geen kant op kan zonder over mensen heen te rijden en dergelijke. Demonstranten staan nu frontaal tegenover soldaten. De illusie dat het leger de bondgenoot is van de vrijheidsstrijd krijgt weer een wrange knauw. Het leger is er voor de orde – haar eigen hiërarchische orde, en de orde van een bewind dat wellicht Mubarak op wil offeren, maar daarmee nog niet de deuren open wil zetten voor diegaander veranderingen. Het handhaven van barricades door betogers is dan ook wijsheid – tegen dat leger, maar ook tegen het soort aftocht van het leger dat de deur voor Mubarak-bendes weer kan openen.

Demonstranten blijven dus alert, vasthoudend, strijdlustig. Dat geldt niet voor meer gevstigde oppositiekrachten. “Een vooraanstaand lid van de Moslim Broederschap die deelnam aan de bezetting…” (van het plein, PS)“… probeerde de overwegend jeugdige betogers om het leger in de gelegenheid te stellen om door te gaan met het afbreken van de barricade, maar werd weggejoeld.” Het is al vaak gezegd, en het dient er steeds weer te worden ingerámd: dit is niet de revolutie van politici en partijen, dit is niet de revolutie van de Moslim Broederschap. Jonge opstandigen verdedigen hun strijd – tegen politie en soldaten, maar desnoods dus ook tegen politieke krachten de zaken naar hun hand proberen te zetten.

Dit verdedigen van hun impliciet autonome strijd door deelnemers in de frontlinie, juist tegen mensen die zich als medestanders presenteren maar ook een eigen politiek spel spelen geeft de protesten refolitionaire kracht. Die autonome strijdbaarheid versterken wordt steeds belangrijker. De fase waarin arm en rijk, hoog en laag, gevestigde oppositiegroepen en radicale onofficiële netwerken zij aan zij staan tegen Mubarak, loopt ten einde. De zoektocht van gevestigde politici – ElBaradei, Broederschap, Nour, Moussa – naar een soort diplomatieke oplossing, het streven naar een overgangsbewind, is in volle gang. Dat getouwtrek maakt de deelnemers aan het straatprotest tot toeschouwers, tot drukmiddel eventueel, gehanteerd door politici om Mubarak duidelijk te maken dat hij echt beter kan gaan. ‘Realistische’ overwegingen vieren daar hoogtij. Intussen maken demonstranten met een spandoek en een leus waar het hen om gaat: “Wij eisen een einde aan het regime” – niet alleen aan het presidentschap van Mnubarak, maar aan de hele groep machthebbers om hem heen, de structuren waarvan hij zich bedient om zijn macht te houden en de bevolking te vertrappen.

Revolutie op straat loopt steeds duidelijker niet synchroon met de weg van de gevestigde oppositie die aan de kracht van de revelutie echter wel haar positie mede ontleent. Immers, zonder de felle straatprotesten zat de Broederschap nog steeds half ondergronds, en lette er amper iemand op ElBaradei. Dit soort leiders zijn echter tegelijk voor die revolutie een groot gevaar, terwijl ze tegelijk hun huidige rol ook aan de revolutie hebben te danken. Dat zien we aan de houding van Moslim Broeders tegen barricadeverdedigers; we zien het ook aan de openingen tot overleg die uit gevestigde oppositiekringen richting krachten in het regime wel degelijk worden geopend. Dat de 6 April Jeugd Beweging, gangmaker van de aftrap van de opstand op 25 januari, vorige week deel is uit gaan maken van een overleg met ElBaradei en de Broederschap, bijna een voorlopige-regering-in-wording, is tekenend en niet zo mooi. Zo worden ook krachten die echt bijdroegen aan de opstand, meegezogen in de logica van gevestigde, en waarschijnlijk slechts voorlopig oppositionele, politiek.

Maar strijdlustige, volhardende vastberadenheid op dat plein alléén gaat geen doorbraak forceren de goede kant op. Van de gevestigde politici moet de revolutie het dus niet hebben, van steun van Westerse regeringsleiders evenmin. Een woordvoerder van de VS heeft vandaag duidelijk gemaakt dat Mubarak wat de VS betreft nog even mag aanblijven, om zelf de overdracht aan de top in orde te maken. Angela Merkel vindt intussen dat verkiezingen in Egypte geen haast hebben. De Westerse machten willen geen vrijheid en rechtvaardigheid voor mensen in Egypte. Die machten willen rust en stabiliteit – en zijn als de dood dat een snelle val van Mubarak mensen in andere autoritaire pro-Westerse staten aanmoedigt om het óók te proberen. Bovendien is Mubarak een bondgenoot van Israel, en vreest zowel israel als de VS dat een opfolger wel eens minder positief tegenover de Egyptisch-Israelische vrede zou kunnen staan. Hopen dat Westerse staten de volksopstand in Egypte te hulp zullen komen, is hopen dat dodelijke vijanden zomaar goede vrienden van vrijheid en rechtvaardigheid worden.

De krachten die de revolutie verder vooruit helpen, zitten heel ergens anders. Die krachten worden gevormd, niet enkel door demonstranten en potentiële demonstranten, maar ook door arbeiders met hun wapen: de staking. In diverse uitspraken die ik heb aangehaald, werd gesproken van hervatting van het werk, het streven dat mensen weer loon ontvangen en dergelijke. Dat wijst erop dat het werk inderdaad heeft stilgelegen. Was dat enkel vanwegede ontwrichting, door de straatgevechten, door verwoesting en plunderingen, door het dagenlang stilleggen van het internet? Of was er ook sprake van staking uit protest? Afgelopen dinsdag, de Dag van Woede, was immers ook uitgeroepen als begin van een algemene staking voor ionbepaalde tijd. Over deelname aan die staking is erg weinig te vinden. Ongetwijfeld zijn heel veel mensen de afgelopen week niet naar het werk geweest omdat ze deelnamen aan demonstraties, soms dag na dag.

Maar in hoeverre zijn mensen ook bewúst van hun werk weggebleven om daarmee druk uit te oefenen, of minstens als daad van protest? Het is een belangrijk punt. Gerichte, zelfbewuste stakingsactie kan druk op het bewind zetten die alleen straatactie niet kan. Gezien de urgentie die het Gezag kennelijk voelt om het ‘normale leven’ weer op gang te brengen, zit precies dáár een gevoelige zenuw. Doorgaan met demonstreren is deel van het gaande houden van de revolutie. Staken om de macht te helpen vallen geeft die revolutie echter een grotere, diepere en noodzakelijke kracht.

Advertenties

One Response to Egypte: impasse vol tegenstrijdigheid

  1. […] zaterdag omschreef ik de situatie in Egyopte als een “impasse vol tegenstrijdigheid”; vandaag nog, in een artikel dat ik schreef voor de Doorbraak-website, sloot ik af met de woorden: […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: