Regime change? Nee. Revolutie!

 Berichtgeving over de revoltes die momenteel door het Midden-Oosten denderen, biedt opwindend leesvoer. Straatprotesten, dappere verdediging tegen brute politiemacht, stakingen en arbeidersacties op de meest onvoorspelbare plaatsen en in ogenschijnlijk de minst voor de hand liggende bedrijven en instellingen, leuzen tijdens betogingen van aanstekelijke vindingrijkheid en humor… daar kennis van nemen is iets moois, prikkelt tot nieuwsgierigheid. Ik ben op een verloren moment terwijl de gebeurtenissen in Egypte tussen twee hoogtepunten in zaten, een tijdje on-line bezig geweest met erachter komen hoe Arabisch schrift werkt en dergelijke, en dit soort nieuwsgierigheid speelde als motivatie daarin mee, denk ik zo.

Natuurlijk is de berichtgeving zoals die tot ons komt, allesbehalve perfect. Er is de neiging om de zaken mooier voor te stellen dan ze werkelijk zijn, er is een tendens om te doen alsof de revolutie in bijvoorbeeld Egypte een vrijwel vreedzame gebeurtenis was, wellicht op de knokploegen van 2 en 3 februari na. Die neiging was er al voor Mubarak was verjaagd. Trouw schreef op 2 februari bijvoorbeeld: “Voor en tegenstanders van de Egyptische president Mubarak gaan elkaar te lijf op het Tahrirplein. Er is een einde gekomen aan de vreedzame betogingen van de afgelopen zeven dagen.” Toen al was duidelijk dat de mensen die door Trouw als aanhangers van Mubarak worden aangeduid, voor een zeer flink deel politieagenten waren, en voor een ander deel door het bewind geronselde personeelsleden van staatsbedrijven en dergelijke, en niet zomaar ‘voorstanders’ van Mubarak. Maar dat nu terzijde. Mij gaat het nu om iets anders. Die “vreedzame betogingen van de afgelopen zeven dagen” zijn een misleidend sprookje.

Op 25 januari begonnen de demonstraties. Binnen enkele uren viel oproeprpolitie demonstranten aan. De twee dagen erop gingen betogingen door, en leidden tot heftige botsingen met de oproerpolitien. Op 28 januari groeiden de demonstraties uit tot langdurige straatgevechten, wwaarin betogers politieagenten wisten terug te dringen, politiebusjes de vernieling gingen en dergelijke. In meedere steden gingen politiebureaus en kantoren van de staatspartij NDP in de fik, in Suez en Alexandrië wisten opstandige menigten de politie te verslaan en te verdrijven, en hielden een tijdlang het stadscentrum in handen. Dit waren geen vreedzame betogingen meer. Dit was een volksopstand die gepast en gericht geweld wist te gebruiken, tegen instellingen van de staat die de opstand met geweld trachtte te onderdrukken. In die dagen deden, volgens een blogger, groepen voetbalsupporters met de opmerkelijk aardige naam ultras, zich trouwens goed gelden. Deze mensen hadden ervaring in het vechten met de Egyptische politie. Dat kwam goed uit. Paul Woodward komt met deze informatie, in een aardig artikel met verwijzingen: “Inside the Egyptian revolution”, al op 29 januari verschenen.

Hadden boze mensen zich níét zo effectief verdedigd, waren ze niet tot de tegenaanval overgegaan… dan is het zeer goed denkbaar dat de oproerpolitie de macht over de straten had weten te behouden of heroveren. Nu lukte dat niet. De keus voor geweld kwam van de kant van machthebbers en staatsinstellingen. Maar de keus om daar uiteindelijk met tegengeweld op te antwoorden kwam van de kant van opstandigen. En die keus was terécht. Een puur-geweldloos protest had dit brute regime er nooit toe bewogen om Mubarak overboord te gooien. Revoluties zijn iets glorieus, maar laten we niet voorbijgaan aan de grimmige kant diie van een succesvolle volksopstand nogal eens een onmisbaar element is.

Laten we ook onze eigen taal hanteren voor wat zich hier voltrekt. Niks ‘regime change’ dus, dat ón-woord dat de regering van Bush ons heeft nagelaten; wat we zien zijn geen gewone geen wisselingen van de wacht. Wat we zien is ‘regime destruction’ aan het werk, oftewel revolutie. Tunesië en Egypte beleefden een volksopstand tegen een bewind, maar het is méér dan dat. Niet voor niets hanteer ik het woord ‘revolutie’. Het gaat in beide landen om omwentelingen die niet alleen een president en enkele kopstukken eromheen verdrijven, maar diepgaande maatschappelijke verandering trachten door te drukken. Ook als het nog helemaal niet vast staat wat die veranderingen precies zijn, hoe diep het proces gaat, en of ook de beoogde veranderingen wel gaan lukken… dan nóg gaat het om een veelomvattend maatschappelijk proces, aangejaagd door explosieve en brede volkswoede, en niet enkel gericht tegen specifieke machthebbers, maar tegen de structuur van de macht. Dat maakt het woord ‘revolutie’ bepaald niet misplaatst.

Voorbeelden van de veranderingen die worden doorgedrukt zien we in beide landen. Na de val van Ben Ali in Tunesië gingen betogers verder met betogen. Ze eisten dat medewerkers van de dictator verdwenen uit de regering. Dat gebeurde vervolgens gedeeltelijk. Intussen wordt de staatspartij RCD op non-actief gezet. Daarmee wordt een pijler van het oude bewind daadwerkelijk onklaar gemaakt. Dit is verandering in staatsstructuur, niet enkel van het personeel aan de top. In Egypte namen demonstranten na de val van Mubarak geen genoegen met een militair bestuur dat voor onbepaalde tijd aanbleef. Daarom bleven flinke groepen dagenlang op het Tahrirplein. Intussen heeft de militaire leiding verkiezingen aangekondigd, het parlement van Mubarak-verlengstukken naar huis gestuurd, en een snel proces naar een nieuwe grondwet op de rails gezet. Dat zijn allemaal bewegingen aan de top, manieren van de machthebbers om een veranderingsproces te sturen, van kaders te voorzien die haar macht niet fundamenteel bedreigen. In die zin zijn ze gericht tegen de werkelijke revolutionaire dynamiek die zich bijvoorbeeld met doorgaande arbeidersprotesten zich laat gelden. Tegelijk zijn de staatshervormingen ook een erkenning dat er daadwerkelijk flink iets moet veránderen om enige ‘stabiliteit’- dat heilige begrip van generaals, diplomaten en zakenlieden – terug te krijgen.

Het zijn tekenen dat Egypte daadwerkelijk een revolutie beleeft, en dat machthebbers dus hun best moeten doen om zaken aan te passen. Nieuwe staatsinstellingen, verkiezingen, een andere grondwet – het zijn symptomen van revolutie, het zijn zaken die in deze vorm zonder de revolutie die gaande is er niet zouden zijn gekomen. Machthebbers geven de bevolking met dit soort veranderingen als het ware een ruimer zittende jas, zodat de onderdrukking minder pijn doet en men beter kan bewegen. Maar ook iets minder pijnlijke onderdrukking is onderdrukking. De revolutionaire bevolking zal echter hopelijk met deze, wel belangrijke maar beperkte, veranderingen geen genoegen nemen. Het allerminste om voor dóór te vechten is: opheffing van de noodtoestand; vrijlating van alle politieke gevangenen; vrijheid van organisatioe, zowel voor politieke groeperingen als voor vakbonden en dergelijke; flinke verbeteringen in levenspeil en arbeidsvoorwaarden. Vooral op dat laatste front – de sterke sociale dimensie die de oorpronkelijk voornamelijk op politiek terrein bewegende revolutie inmiddels heeft – gebeurt een heleboel, en dat is veelbelovend.

We hebben dus werkelijk te maken met revoluties. Het woord ‘regime change’dat helaas ook linkse mensen nog wel eens gebruiken in dit verband, kunnen we dus maar beter over laten aan Westerse politici en bijbehorende denktanks die er in eerste instantie de verdrijving van Saddam Hussein door middel van bombardementen en een invasie mee aanduidden. In Tunisië en Egypte wordt geen regime ge-‘changed’ om voor een ander regime plaats te maken. In deze landen worden regimes omvergeworpen zónder ze door een nieuw bewind te vervangen (tenzij we de radicale democratie die revolutionairen beogen ook een ‘regime’ noemen, maar dat lijkt me woordgegoochel); althans dát is de richting van het proces. Politieke revoluties zijn het vooral, omwentelingen die een forse verandering van de bestuursvorm afdwingt, met véél meer politieke en persoonlijke vrijheid, met een regering die gevormd wordt via verkiezingen met meerdere partijen waarvan de uitslag nu eens niet van te voren vast staat, met de mogelijkheid om voor je belangen op te komen zónder door veiligheidsdienst te worden opgepakt en gemarteld, zonder gegarandeerd uit elkaar te worden geslagen en erger door oproerpolitie of leger. Democratische revoluties, zo zou je het kunnen noemen. Tegelijk zijn het, in ieder geval in aanzet en dynamiek, niet enkel politieke maar ook sociale revoluties. De talloze arbeidersacties, in de vorm van stakingen en demonstraties in allerhande bedrijven en instanties, laten dat zien.

In Tunesië gebeurt op dit front nog steeds van alles en nog wat. De eerste zinnetjes van een artikel uit de New York Times op 14 februari geven al een indruk: “Bakkers hebben gedreigd te stoppen met het maken van baguettes als hun salarissen niet verhoogd worden. Advocaten die juridische onafhankelijkheid eisen protesteerden voor het ministerie van justitie. Werkloze mijnwerkers sliepen in het hoofdkwartier van een fosfaatmijn en eisten meer banen.”  De Volkskrant komt op 15 februari met andere voorbeelden: “Kamermeisjes weigeren kamers schoon te maken totdat ze meer betaald krijgen, telecommunicatiemedewerkers willen staken omdat hun bedrijf geprivatiseerd dreigt te worden en misnoegde vlioegveldmedewerkers houden internationale vluchten tegen.” Mensen hebben met demonstraties de angst doorbroken, de dictator helpen verjagen, en een flink stuk vrijheid veroverd. Nu gebruiken ze die vrijheid om een beter bestaan op te eisen. Dat streven ondervindt weerstand. “Dit is geen democratie, dit is wanorde. We wachten allemaal op het herstel van de orde”, zo klaagt een verkoopmedewerkster, volgens het New York Times-artikel. En een politicus, nog wel van een partij die als linksgeorienteerd wordt aangeduid, vindt al die verdergaande acties ook maar matig en zegt bezorgd: “de revolutionaire dynamiek kan steeds maar doorgaan.” En uit het Volkskrant-stuk: “Scholieren zijn in opstand gekomen tegen hun leraren, waarop die op hun beurt naar het ministerie trokken om te klagen dat de scholieren niet woren aangepakt.” Autoritair orde houden, beste docenten, is contrarevolutionair, zeker als het zich richt tegten scholieren die revolutie de klaslokalen in brengen… Een zakenman klaagt: “Mensen hebben kennelijk verkeerd begrepen wat vrijheid inhoudt.” Dat zie ik toch echt anders. Mensen geven vrijheid een inhoud die ingaat tegen de belangen van zakenlieden. Dat zakenlieden nerveus worden van deze vrijheid verbaast me niet: hun zakelijke belangen worden erdoor bedreigd. Een werkelijke revolutie vindt daarom in ondernemerskringen vijanden; hoe werkelijker de revolutie, hoe dieper die vijandschap.Niet iedereen is blij met het voortduren van de revolutie. Maar zónder dit soort voortgaande strijd winnen mensen niet de diepganade vrijheid die ze nodig hebben.

Hetzelfde proces vindt volop plaats in Egypte. Al voor Mubarak ten val was gebracht, hadden arbeiders een stakingsgolf in gang gezet. Het is aannemelijk dat juist die stakingsacties de val van Mubarak hebben versneld: militaire machthebbers zullen zich zijn gaan realiseren dat, zolang Mubarak aanbleef, het risico (voor hun) op een sociale explosie die veel verder ging dan een wisseling aan de top van het bewind groeide. Nu ís Mubaraqk weg – maar de angst van mensen om voor hun belangen op te komen heeft door hun succes tegen de dictator verregaand doorbroken. Daarmee zijn de deuren voor steeds nieuwe arbeiders opengegaan. Actie na actie vindt dan ook plaats.Honderdvijftig arbeiders in de toeristensector betoogden bij de pyramiden voor hoger loon. Personeelsleden in de opera van Cairo  eisten maatregelen tegen corruptie in het management daar. Enkele tientallen mensen bij een ontroerend-goed-bedrijf voeren actie, tegen corruptie, tegen de directie. http:// Arbeiders blokkeren doorgang in een tunnel in Cairo. Ze eisen dat hun ‘tijdelijke’ contracten nu eens omgezet worden in een vaste baan. Met die ‘tijdelijke’ contracten zijn ze al elf jaar opgescheept, zeggen ze. Arbeiders in de stad Assiut houden intussen sit-ins bij drie verschillende bedrijven. Het gaat daar in totaal om maar liefst 6.000 mensen in actie. Betere arbeidsvoorwaarden, vaste contracten, protest tegen een privatiserening, dat zijn thema’s die daar aan de orde zijn. Intussen hebben arbeiders, samen met sympathisanten, in totaal vijfhonderd actievoerders, voor het hoofdkantoor van de officiële vakbondsfederatie – feitelijk deel van het Mubarak-bewind – geëist dat dit orgaan ontbonden zou worden. Dit zijn  op één na allemaal berichten van 14 februari; het bericht over actie bij de opera van Cairo is van dinsdag 15 februari.

Intussen riepen de militaire machthebbers al op tot het einde aan de stakingen. Precies dit is zo’n teken dat de revolutie met een beperkte machtswisseling aan de top maar beter geen genoegen kan nemen. Méér vrijheid is nodig, méér speelruimte, zodat mensen juist ook een materieel veel beter bestaan kunnen veroveren met demonstraties, directe actie, blokkade, stakingen, sit-ins. Dáár ligt overduidelijk hjet zwaartepunt van de revolutie die, zowel in Tunesië als in Egypte, volop gaande is. En waar zowel kamermeisjes als voetbalsupporters, zowel operapersoneel als scholieren, de maatschappij zo doen gonzen, daar kan aan het revolutionaire karakter van de gang van zaken toch niet veel twijfel meer bestaan…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: