Libië tussen revolutie en interventie

De revolutie in Libië heeft de macht van het Kadhafi-bewind in bijna heel het land omvergeworpen. Maar in de hoofdstad Tripoli heerst de kolonel nog steeds, en handhaaft zijn macht met zijn gevaarlijke loyale zwaarbewapende troepen. Er is bij revolutionairen nog steeds angst voor tegenaanvallen.Een zo’m tegenaanval, tegen de stad Misurata, is vandaag stukgelopen op effectief verzet van de opstandelingen. Daarbij is een vliegtuig dat een radiogebouw onder vuur nam, neergehaald en de bemanning gevangengenomen. Onduidelijk is hoeveel machtsmiddelenKadhaffi nog heeft, hoe groot het gevaar van een effectieve tegenaanval nog is. Maar de angst is niet weg.

Intussen tekent zich een ander gevaar af voor de Libische revolutie. Internationale interventie, en daarmee het beïnvloeden van de verhoudingen in het land zodat het zwaartepunt verschuioft van de opstandige bevolking naar de grote mogendheden. Er liggen een aantal initiatieven, zoals een wapenembargo, het blokkeren van tegoeden van Kadhafi, een reisverbod voor hem en zijn partners-in-crime. Er circuleren echter ook verdergaande plannen: een no-fly-zone en dergelijke. En intussen heeft Oostenrijk aangegeven dat ze het land in zijn voor het daadwerkelijk sturen van soldaten in het kader van een eventuele militair ingrijpen. De Belgische minister van Buitenlandse zaken noemt interventie met militaire hand ook als optie die overweging verdient d als de onderdrukking aanhoudt, al ziet hij liever dathet bewind van binnenuit ten val wordt ghebracht.

Er zijn een aantal redenen waarom we niet alleen daadwerkelijke militaire interventie maar beter helemaal van de hand kunnen wijzen. Zelfs de discussie in die richting brengt schade toe aan de revolutionaire ontwikkeling. Er zijn echter ook een aantal óngeldige redenen tegen buitenlandse interventie in omloop die aandacht verdienen. Maar laten we eerst eens kijken naar wat er op interventiegebied intussen wordt klaargestoomd.

Er is inmiddels onder meer een wapenembargo vanuit de VN-Veiligheidsraad afgekondigd , en iets dergelijks in EU-verband. Deze stap is, zoals de Guardian erbij zegt, voornamelijk symbolisch. En inderdaad: Khadafís troepen zijn op korte termijn een levensgevaarlijke bedreiging voor de bevolking. Aan wapens en munitie lijken ze geen tekort te hebben, het afsnijden van wapenleveranties gaat pas op langere termijn de militaire moordmogelijkheden van de restanten van het bewind ondermijnen. Maar de revolutie zit in nú een gevecht van leven op dood. Als interventie ergens op slaat, dán met middelen die de opstandelingen snél aan een overwinning helpen. Een wapenembargo valt daar niet onder, een reisverbod van de familie Kadhafie evenmin. Ik vermoed dat zowel de kolonwel als zijn zoons eventjes iets ander s om handen hebben dan shoppen in Parijs of een academische worskhop leiden in Londen. Het blokkeren van banktegoeden van het stel zal op korte termijn ook weinig afbrei uk doen aan de gevechtskracht van het bewind en is dus eveneens stoere symboliek waar geen opstandige Libiër daadwerkelijk mee opschiet.

Er is aan het wapenembargo nog wel iets duivels hilarisch op te merken. Vanaf de invoering ervan is het leveren van wapens aan Kadhafi’s bewind verboden. Tot een minuut ervoor was het dus legaal en legitiem om geweren, kanonnen, vliegtuigen, tanks, chemische middelen, munitie te leveren aan Libië. Al het spul waarmee vele honderden, mogelijk duizenden, mensende dood in zijn gejaagd de afgelopen weken, de leverantie was wettelijk gezien helemaal in orde. Zo ziek is deze maatschappij, hara inrichting, haar werking. Je mag wapens leveren aan staatsmoordenaars, zolang het tegendeel niet is vastgesteld. Het wapenembargo als middel tegen kadhafi is weinig zinvol. Het wapenembargo is vooral effectief als een onbedoeld teken hoe normaal handel in moordmiddelen is, zolang er géén embargo is (meestal dus).

Dan de discussie in breder verband, het bepleiten van interventie om de verschrikking in Libië zo snel mogelijk stop te zetten. Die komt van meerdere kanten. Er zijn geluiden te horen van Libiërs zelf, uit opstandige gebieden en in ballingschap. Die komen neer op: Westerse mogendheden, dóé iets! Laat de misdaden van Kadhafi niet langer toe! Ik vind deze geluiden volstrekt begrijpelijk. Wie in nood zit, wil hulp, metéén. Maar dat wil níét zeggen dat we daarom klakkeloos ja tegen dit verzoek moeten zeggen. Andere Libiërs geven nadrukkelijk aan dat ze géén interventie zoeken, dat ze de zaak zelf willen opknappen. Als regeringen het verzoek van pro-interventie-Libiërs oppikken, en de houding van anti-interventie-Libiërs terwijde schuiven, dan maken zulke regeringen zélf een keus. Dan kunnen zulke regeringen zich niet verschuiolen achter het argument: ‘maar de Libiërs smeken er om!’ Onder Libiërs wordt immers verschillend gedacht.

Waarom is ja zeggen tegen interventie, erop aandringen, sowieso zo schadelijk? Elk idee dat Westerse staten de crisis militair kunnen helpenm oplossen maakt de rol van de Libiërs zélf relatief kleiner. Het gevaar bestaat dat mensen in Benghazi en andere bevrijde steden, maar ook de mensen in Tripoli zelf, gaan wachten op het Westen. Hoe sterker de indicaties dat er daadwerkelijk interventie aankomt, hoe groter die neiging tot afwachten zal worden. Waarom nog enorme risico’s nemen als binnen tien dagen misschien Amerikaanse of Franse mariniers de laatste bolwerken van Kadhafi komen bestormen? Het vertrouwen in eigen kracht raakt op de achtergrond. Intussen gaat het lijden door, en krijgt het bewind tijd om zich verder in te graven.

Kómt er interventie in één of andere serieuze vorm, dan hangt er een prijskaartje aan, in de vomr van invloed van degene die de interventier uitvoert en er de regie van heeft. Staten zijn geen weldoeners, maar streven eigen belangen na. Als de Libische opstand haar overwinning straks dankt aan Franse mariniers, dan mag je er van uit gaan dat Frankrijk daarvoor invloed krijgt in een Libië-na-Kadhafi, in de vorm van oliecontracten, ik noem maar iets. Dan zal er een soort regering komen die dat soort belangen minstens respecteert. Een revolutionaire beweging die zegt: de olie is van het volk, niet van multinationale ondernemingen, krijgt het dan al moeilijk. Een revolutionaire beweging die steun wil geven aan opstanden in landen waar een pro-Franse regering zit, heeft ook een probleem. En met Algerije als kandidaat-revolutieland is zoiets niet onbelangrijk. En een revolutionaire bestuursstructuur die belangen van multinationale ondernemingen moet behartigen en garanderen, komt vroeg of laat ook nog eens tegenover eigen bevolking te staan en zal leunen op repressie.

Dat wordt een doodgewone kapitalistische regering, met ene tendens tot autoritarisme die makkelijk uitdraait op een volgende dictatuur. Vervang ‘Franse’ door ‘Amerikaanse’ of voor mijn part ‘Chinese’ mariniers en invloed, dan verandert er aan deze dynamiek helemaal niets. Voorzie de hele santekraam van een VN-etiket, en de zaak blijft grotendeels hetzelfde. Bepalend zal dan vooral zijn welke staat of staten het voortouw neemt in een door de VN goedgekeurde troepenmacht. Dit hele interventieverhaal mag humanitair ingekleed zijn, het is niet uitgesloten dat politici zelfs in hun menslievendheid geloven. Bepalend zijn echter de belangen erachter, belangen waarvoor die politici weinig meer zijn dan verlengstukken.

Hoe zit het met meer indirecte vormen van interventie? Ik las dat er vandaag twee Franse vliegtuigen naar Banghazi gaan, met hulpverlening. Dat is op het eerste gezicht prima, daar hebben mensen daadwerkelijk iets aan. Maar het heeft wel een bijsmaakje. Frankrijk stuurt hulpgioederen, en dat kost eigenlijk niet veel. Frankrijk krijgt er vast goodwill voor terug me bij revolutionairen in Benghazi, in wie Frankrijk ongetwijfeld de machthebbers van morgen ziet waarmee je maar beter op goede voet kunt staan in een olierijk land. En ik lees ook dat er al geluiden zijn voor het leveren van wapens aan opstandelingen. Dat lijkt op zioch ook prima, maar is het toch niet. Wat mij betreft hebben de revolutionairen het recht om aan wapens te komen waar ze die maar kunnen krijgen. Zij voeren hun eigen strijd, en zij maken zelf uit hoe en met welke middelen. Dát is het probleem niet.

Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook OK is voor staten om ze te léveren. Hier geldt namelijk hetzelfde verhaal van het politieke prijskaartje.. Staten die nu, bijvoorbeeld met wapens, een beslissende bijdrage leveren aan de overwinning van de opstand, krijgen daar invloed voor terug. Dankbaarheid zal vertaald worden in contracten en goede politieke banden. Via wapenleveranties door de VS – waar dit geluid al klinkt – wordt de opstand ietsje minder een vólksopstand en iets méér een onderdeel van een Amerikaans politiek spel. Als de wapenleveranties uit andere staten komen, geldt hetzelfde. Via wapenleveranties zijn al eerder opstandige bewegingen extra manipuleerbaar geworden, speelbal van internationale rivaliteiten.

Een no-fly-zone dan, zodat Khadafi’s eenheden de opstandige steden niet meer vanuit de lucht kunnen bestoken, en herovering ervan door het regime steeds minder een realistische optie wordt? Zoiets had een week geleden – toenhet regime kennelijk zelfs luchtaanvallen deed op Tripoli zelf – had zoiets uitgemaakt, puur militair gezien. Nu nauwelijks meer, de luchtaanval van vandaag tegen Miserata is al afgeslagen, vorige week hebben meerdere piloten geweigerd luchtaanvallen tegen burgerdoelen uit te voeren. Ik betwijfel zeer of Kadhafi op dát vlak nog wel zoveel in petto heeft. Inmiddels meldt Aljazeera dat Al Banin, het op één na belangrijkste militaire vliegveld, dichtbij Benghazi, in handen van opstandigen is. Nee, de dreiging van tegenaanvallen – die reëel is en blijft, tot het bewind helemaal is gevallen – heeft andere vormen: elite-eenheden, speciale troepen die steden proberen te heroveren, en die nietsontziend wraak zullen nemen als ze de kans krijgen. En ook voor het instellen van een no-fly-zone geldt wat voor andere interventievormen geldt. Het verschuift de machtsbalans tussen revolutionaire Libiërs enerzijds, en Westerse machten anderzijds – ten nadele van die Libiërs.

Het proces verandert hierdoor van wat allereerst zelfbevrijding is, in de richting van bevrijd wórden, en daarmee afhankelijk van degene door wie je bevrijd wordt. Welbeschouwd word je dan niet bevrijd, maar verhuis je van de ene overheersing naar de andere overheersing. Die nieuwe heersers zullen niet zo bot zijn als Kadhafi, althans… niet meteen. Maar garanties zijn er niet. Honderd keer beter om te vertrouwen op eigen kracht, op solidariteit van andere bevolkingen in een soortgelijk schuitje, en op solidaire mensen wereldwijd. Niet op staten en de bijbehorende economisch machtigen, met hun weinig mensvriendelijke belangen.

Wat zijn trouwens de belangen die mogendheden nu richting interventie bewegen, van symbolisch tot meer ingrijpend en dreigend? Het zal, denk ik, trouwens niet gaan op de wijze die bijvoorbeeld door Fidel Castro en dergelijken wordt gesuggereerd. Ik geloof niet dat de VS, of de NAVO in haar opdracht, binnen enkele dagen orders zal geven om Libië binnen te vallen. De VS hebben de daarvoor benodigde troepen niet in de buurt. En de VS heeft weinig trek in riskante militaire bezettingsavonturen. Afgelopen vrijdag liet minister van defensie Robert Gates nog weten dat hij het voeren van nieuwe grondoorlogen a la Irak en Afghanistan voor de VS geen optie vond. Een defensieminister die zoiets nog eens voorstelt “moet zijn hoofd laten nakijken”, volgens hem. Die houding van Gates staat haaks op het idee dat de VS wel even als bezettingsmacht in Libië zal gaan functioneren.

Invasie en bezetting van Libië is bovendien helemaal niet nodig om toegang tot de olie – want die speelt sowieso een rol in de afwegingen – daar te krijgen. De kern wordt de houding van nieuwe machthebbers, als Kadhafi is opgekrast. Goodwill genereren, banden opbouwen, dat is nu het spel dat door de VS wordt gespeeld. En daarbij speelt een veel beperkter, subtieler, interventiepolitiek een rol. Ik denk dat we zó de VN-resoluties moeten duiden: als een uiting van vooral de VS dat ze ‘aan de goede kant staat’. Wie nu ‘aan de goede kant staat’, is morgen welkom in ‘vrij Tripoli’. Wie nu blijft aarzelen, zal minder welkom zijn. Wie morgen welkom is in ‘vrij Tripoli’, staat vooraan als er investeringscontracten worden afgesloten, om beschadigde installaties te repareren bijvoorbeeld. Maar Halliburton vist daarbij vast achter het net als het Witte Huis zich geen vriend van het Libische volk in nood betoont. En nu is het maar te hopen voor de VS-machthebbers dat mensen in Libië vergeten dat het Obama meer dan een week kostte om werkelijk afstand te nemen van het bewind, en Kadhafi publiekelijk en met name genoemd te laten vallen. Meer dan een week van massamoorden en harde strijd. Dat dubieuze verleden moet worden weggewist met stoere resoluties. De erin vervatte maatregelen kosten bovendien heel weinig. Zakendoen met een stervend regime kun je sowieso maar beter stopzetten, de kans dat de Kadhafi’s hun rekeningen nog betalen is sowieso klein. Het huidige beleid is interventie op een koopje. Maar wel verwerpelijk.

Maar er is op iets langere termijn wel een andere actor in het spel die tot iets grootschaliger ingrijpen kan leiden. Dat gaat om olie, maar dan vooral om de olieprijzen. Die zijn voprige week, met het snel op gang komen van de Libische revolutie, omhooggevlogen. Dat is, in een tijd dat herstel van de recessie maar erg dunnetjes blijkt, erg riskant. Hogere olieprijzen, hogere energie- en ook benzineprijzen als gevolg, dat is heel vervelend, vooral voor mensen met weinig geld.. Hjet is politiek daardoor riskant voor regeringen die toch al bezig zijn met het doordrukken van bezuinigingen. Die doen, als er prijsstijgingen doorheen komen, dan nog meer pijn. Een nieuwe recessie, getriggerd door hoge olieprijzen, een ontevreden bevolking die tegen zittende regeringen kan gaan stemmen, dat zijn het soort risico’s die regeringen niet willen, aldus de analyse van de steeds weer lezenswaardige Juan Cole. Die olieprijs moet dus omlaag, en als daarvoor militair een eind gemaakt moet worden aan ‘onrust’ in Libië, dan is dat een optie. Dit soort afwegingen kan Westerse staten er toe beweging om wel effectief in te grijpen tegen het Kadhafi-bewind, om de impasse en daarmee de onrust te doorbreken, zodat Libië weer gewoon olie kan leveren en de rust op de oliemarkten wat terugkeert. Natuurlijk zal zo’n ingrijpen dan gebracht worden als menslievendheid naar het arme Libische volk. Oorlogen om olie zijn wel vaker op deze manier aan de mens gebracht. Maar zoiets blijft een oorlog vanwege olie en aanpalende belangen, en dient frontaal te worden afgewezen en gedwarsboomd.

Er is nog een reden om nee te zeggen tegen de complete interventiepolitiek richting Libië. Dreigen met buitenlands ingrijpen verstérkt de positie van Kadhafi momenteel op een bepaalde, niet onbelangrijke manier. En het ondermijnt de geloofwaardigheid van revolutionairen in Libië, zéker als die met d einterventielogica meegaan. Hoe meer de nadruk op buitenlandse interventie tegen het bewind komt te liggen, hoe meer Kadhafi zich kan voordoen als Verdediger van de Natie Tegen Buitenlands Gevaar. Hoe meer er vanuit Libische opstandige kringen wordt aangedrongen op interventie, hoe makkelijker het voor Kadhafi en de zijnen is om de opstand af te doen als een buitenlandse samenzwering – en hoe meer greep dat argument op zijn resterende aanhang en machtsbasis nog heeft. Die lol moeten we het bewind helemaal niet gunnen.

We hebben bovendien eerder gezien hoe een moorddadig bewind zich, na Westers ingrijpen om het ten val te brengen, muteerde in een gewapende beweging die krediet herwon door te vechten tegen bezetting. De Taliban nadat ze in 2001 de macht vanwege Amerikaanse bommen en invasie kwijt raakten, maar als guerrillabeweging terugkeerden; delen van de Baath-partij van Saddam Hoessein, die na de Amerikaans-Britse invasie van 2003 een rol speelden in gewapenden strijd tegen de bezetting – en voor eigen machtsherstel. Op geen enkele manier zijn Taliban en Baath daarmee alsnog ‘echte’ vrijheidsstrijders geworden, en nee, ze verdienen zelfs niet de meest beperkte steun van revolutionairen. Ja, dat heb ik lang anders gezien, en ik had het mis.

We moeten ons inzetten om dit soort dynamiek, deze reactionaire dynamiek van brute machthebbers naar pseudo-vrijheidsstrijders, te dwarsbomen. Militaire interventie in Irak en Afghanistan ontketende dit proces, en was ook daarom al verkeerd. Een Westerse invasie tegen Kadhafi kan er wel eens toe leiden dat er over een tijd gewapende, extreem-gewelddadige Kadhafisten actief zijn, die de ‘nationale onafhankelijkheid’ verdedigen tegen ‘nmenging’. Wee de Libische regering die dan gezien wordt als afhankelijk van, beschermd door, of bondgtenoot van, de interventiemogendheid of -mogendheden. Zo’n regering kom daarmee in de positie van iemand als Karzai in Afghanistan. Ik denk dat solidaire mensen zich in dienen te zetten voor een béter soort uitkomst van de gebeurtenissen in Libië. De kern van onze opstelling: géén interventie in Libië – leve de revolutie van de bevolking zèlf!

Advertenties

2 Responses to Libië tussen revolutie en interventie

  1. Rob Alberts schreef:

    Mee eens, juist zonder bemoeienissen en belangen van het buitenland krijgt elk volk de kans om een eigen vorm van democratie en vrijheid te vormen.
    De economische belangenverstrengeling van bedrijven en overheden veroorzaakt juist de onderdrukking en armoede!
    Vriendelijke groet uit Amsterdam-ZuidOost

  2. Tato schreef:

    En ik maar denken dat onze anarchisten tegen de democratie waren.

    Ammehoelah, lik me reet vuile neet. Ik heb ze wel door. Ze hopen dat Libie veranderd in een anarchistische staat zonder overheid, bestuurd door lokale eenheden. Zoals Afghanistan en Somalie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: