Interventiedreiging Libië én Bahrein

Internationale interventie in Libië komt steeds naderbij, en dat is slecht nieuws. Maar er is een ander land waar ook bnuitenlandse interventie dreigt, gewapende interventie, bloedige gewapende interventie. Die krijgt minder aandacht, en dat vergroot nog het gevaar. Het betreft hier Bahrein, en de interventiemacht heet Saoedi-Arabië. Eén van de mogelijk betrokkenen: wapenleverancier Nederland.

Eerst Libië. Terwijl de opstand momenteel stagneert en aanvallen van Kadhafi’s strijdkrachten moet afweren, gonst het in Westerse regeringskringen van interventieplannen en bijbehorende maatregelen. Allemaal tezamen zijn ze een gevaar voor de vrijheidsstrijd, een bedreiging van de Libische bevolking. Dat geldt voor de no-fly-zone war de britse premier Cameron voorstander van is. Het geldt voor het idee om luchtaanvallen uit te voeren, dat ik ook al ben tegengekomen. Het geldt voor het idee om Libische opstandelingen te bewapenen. Maar het geldt ook voor al die dipli omatieke intitiatieven om het stuk Libiéë waar Kadhafi nog de baas is, uit allerhande internationale organen te zetten. Al deze zaken zijn hetzij hypocriet, hetzij bedreigend, hetzij allebei.

Eerst die no-fly-zone. Dat lijkt een eenvoudig plan: Westerse staten verbieden de Libische luchtmacht om op te stijgen, en halen vliegtuigen die dat toch doen, neer. Zo kan Kadhafi de opstandige steden niet meer vanuit de lucht bestoken, en groeien de kansen voor de opstand. Maar het hoofd van het Amerikaanse General Command, generaal Mattis, legt de dynamiek uit: “Je zou de capaciteit van de luchtverdediging moeten verwijderen om een no-fly-zone in te stellen. Dus geen illusies hier, het zou een militaire operatie zijn – het zou niet eenvoudig neerkomen op mensen vertellen dat ze niet met vlioegtuigen mogen vliegen.” Iets concreter: de Libische luchtafweer zou minstens vanuit de lucht in de gaten worden gehouden door bijvoorbeeld NAVO-straaljagers. Bij activiteit ervan: bommen erop. Misschien voor de zekerheid sowieso maar bommen erop. Die bommen vallen ook wel eens naast het doelwit, en zullen dan niet alleen Kadhafi’s soldaten doden, maar mensen in een wijk wara het luchtafweer staat opgesteld. We kennen deze hele dynamiek uit Irak, waar  no-fly-zones het hyandvat waren waarmee jarenlanglucht Amerikaanse aanvallen hebben plaatsgevonden, tussen de Desert Storm van 1991 en de Shock and Awe van 2003 in. Een no-fly-zone instellen betekent oorlogvoeren vanuit de lucht. En in die oorlog zou Kadhafi krediet herwinnen als degene die pal staat tegen buitenlandse inmenging. Naarmate het aantal burgerslachtoffers. Voorzover opstandige bewegingen in Libië ook maar enige steun aan zo’n no-fly-zone geven, zullen die opstandskrachten overkomen als medeplichtigen aan bombardementen. Met elke burgerdode brokkelt daarmee de legitimiteit van de revolutie af, en groeit de kans van Kadhafi om steun te herwinnen. Voor plannen om de no-fly-zone meteen al aan te vullen met luchtaanvallen geldt dit nog veel sterker.

Voor wapenlevereangties door bijvoorbeeld de VS aan de opstandelingen geldt een ander bezwaar. Eigenlijk zijn het er twee. In de eerste plaats maakt het opstandige groeperingen afhankelijk van de leverantiers. Als de VS wapens levert, kan het – door dreiging met stopzetting ervan – afdwingen dat het verzet zich op een bepaalde manier organiseert. Het is aannemelijk dat de VS liever zaken doet met een voorlopige regering die duidelijk gezag uitoefent over ‘haar’ gebied, dan met de talloze comités die momenteel vanuit de bevolking de regie in handen hebben. Die comités echter drukken nu juist een diepgaande bevrijding uit, een proces waarin mensen zelf hun maatschappij organiseren en besturen. Dat proces ondergeschikt maken aan een voorlopige regering die op meer traditionele manier gaat eb besturen, betekent de revolutie uithollen en inperken, dat wat er zo’n extra diepte en elan aan geeft te ondermijnen. Bij zélfbestuur hoort vertrouwen op eigen kracht, geen afhankelijkheid van wapenleverende grote mogendheden.

Die afhankelijkheid zal verder gaan dan enkel de bestuursvorm. Wie nu (gezien wordt als) degene (is) die de opstandigen aan een overwinning helpt, zal meegaandheid verwachten in de toegang tot olie, het sluiten van bouw- en winningscontracten. Wapens leveren nu is handelsinvloed verwerven. Libië dreigt daarmee niet zozeer een bevrijd land te worden, maar opnieuw een speelbal van mogendheden.Zo komt een nioeuwe staat, ondergeschikt aan Westerse oliebelangen, dichterbij. Zulke staten dienen niet de bevolking, maar grote bedrijven. En zulke staten zullen de belangen van die bedrijven en zichzelf desnoods hardhandig afdwingen tegenover dat deel van de bevolking dat voor haar vrijheid en belangen blijft opkomen. Anders gezegd: een nioeuwe pro-Westerse oliestaat in Libië wordt een autoritaire, repressieve staat, zoals we die kennenuit het Arabisch schiereiland. Ik gekloof niet dat de dappere mensen in Libié dáárvoor gevochten hebben en nog vechten.

En het argument dat al deze interventie er is ‘voor de Libiërs’ was al niet geloofwaardig. geluiden uit het oosten van Libië, waar de opstand heeft gezegevierd, maken ook duidelijk dat het gewoon niet klopt. “Demonstranten in de oostelijke stad Benghazi lieten maandag eten geen militair ingrijopen van de internationale gemeenschap te willen. Betogers in Benghazi ontrolden een spandoek  met daarop: “Geen militaire interventie, het Libische volk kan het alleen af.” Trouw, waar ik dit vond, voegt eraan toe: “Een politicologe van de universiteit in Benghazi zei dat ‘het voorbeeld van Irak iedereen in de Arabische wereld afschrikt.'” Ze zegt: “dat voorbeeld volgen is niet aanlokkelijk.”

De Volkskrant kwam een dag later met een woordvoerster van rebellen, ook in Benghazi, die wél voor internationale militaire steun was, in de vorm van luchtaanvallen. “Er is geen balans tussen onze troepen en die van Kadhafi”, zei zij. Puur militair is dat waarschijnlijk waar. Maar revoluties zijn geen puur militair conflict. Dat Benghazi door opstandigen zelf is bevrijd is ook niet gebeurd omdat ze daar “puur militair” sterk genoeg voor waren, ook toen was er “geen balans” wat dat betreft. De uitspraak van de woordvoerster is een teken dat de opstand, ook in de hoofden van sommige opstandelingen zélf, aan het degenereren is tot een ‘gewone’ burgeroorlog. Alleen al het aanbieden van Westerse militaire steun versterkt dit degeneratieproces. Hoe sterk de steun voor militair ingrijopen vanuit de opstandige bevolking is, kan ik niet inschatten. Dat het idee niet alom wordt toegejuicht, is volgens mij duidelijk. En het getuigt van wijsheid en zelfvertrouwen onder de opstandelingen, een zelfvertrouwen verworven in heftige strijd. Ik vermoed dat de steun voor interventie toez zal nemen, naarmate de val van Kadhafi langer op zich laat wachten en het vertrouwen dat de opstand het zelf af kan daarmee verzwakt. Morgen – vrijdaggebed, en er wordt weer tot demonstraties in de hoofdstad Tripoli opgeroepen – wordt weer belangrijk in de krachtmeting tussen revolutie en bewind.

Tussendoor trouwens even een interessante obeservatie, met name ook voor al degenen die uit een Libische revolutie enkel een nieuw Jihad-bewind kunnen zien groeien. De politicologe die zich tegen interventie uitsprak, was een vrouw. De woordvoerster van opstandigen die wel om interventie vroeg, was ook een vrouw. Zien we een Taliban-bewind al vrouwen als politicologe spreken, of zelfs het woord voeren? De revolutie die gaande is, getuigt ook van haar kracht door de rol die vrouwen openlijk en nadrukkelijk spelen.

Snel naar Bahrein! Daar gaat de revolutie dag na dag onverdroten verder. Demonstranten voeren allang niet meer alleen actie op de inmiddels fameuze Pearl Rotonde, ook bekend als Lulu. Het EA Worldview Liveblog meldt vandaag een demonstratie bij het ministerie van binnenlandse zaken, en trouwens ook een grotere tegenbetoging van regeringsaanhangers bij een moskee. In een meisjesschool scandeerden zowel voorstanders als tegenstanders van het bewind leuzen, en raakten vervolgens slaags met elkaar. Bankiers waarschuwen intussen voor de schade die onrust in het land toebrengt – een teken dat de revolutie zoden aan de dijk zet. Ruim vijftien beveiligingsmensen waren ontslagen nadat ze aan een eerder protest deelnamen in plaats van naar hun werk te komen.  Ze kwamen uit protest bijeen voor de deur van een ministerie. Leerlingen en personeel van een school, gesteund door scholieren van een andere instelling, protesteerden twee dagen achteren, voor banen, voor meer vrijheid. Het bewind heeft vorige week intussen een vijftigtal politieke gevangen vrijgelaten.

De vakbondsfederatie GFBTU heeft een tweede staking, na die van 20 februari, aangekondigd als de dialoog tussen bewind en oppositie niets oplevert. Heel veelbetekenend: de GFBTU roept haar leden ook op om hun vakbond in te lichten voordat ze zélf spontaan in staking gaan. “In de huidige situatie  hebben we onds gerealiseerd dat individuen willen gaan staken om de betogers op de Pearl Rotonde ter steunen of zich bij hen aan te sluiten. Maar hwet is een feit dat dat deze vakbonden hun bedrijven en de federatie in moeten lichten voor ze zo’n stap nemen.” Het is een teken van de rol van de vakfederatie: het conflict kanaliseren, netjes houden, binnen de perken van de dialoog en dergelijke. Maar dat vanuit het bestuur van de federatie zo’n waarschuwing klinkt, is tekenend. kennelijk zijn er arbeiders die verder willen gaan dan alleen langs gebaande wegen actie voeren. Die houding is gezond en wijst op de kracht vabn de revolutie.

Die revolutionaire kracht zien we vooral ook op de rotonde zelf. Daar zien we taferelen die doen denken aan wat betogers op het Tahrir-plein in Cairo allemaal wisten te organiseren. Er zijn comites voor medische zorg en voor communicatie, er is een meldpunt voor kinderen die zoek zijn, tenten voor de diverse beroepsgroepen, Bahreini’s staan zelf eten klaar te maken. Dat laatste is, in een land waar heel veel van het handwerk gedaan wordt door immigranten, al bijzonder, zo meldt het verslag in The National, een nieuwswebsite uit de Verenigde Arabische Emiraten waar ik de beschrijving van de gang van zaken op de rotonde aan ontleen.

De beschrijving meldt nog meer moois. Er zijjn voortdurend toespraken, en voor vertaling met gebarentaal voor doven en slechthorenden wordt gezorgd. Zelfs twee linkse politieke genootschappen waarvan de leden al vijftig jaar ruziemaken hebben intussen vrede gesloten. Islamistische genootschappen hebben geprobeerd om ge mannen en vrouwen in gescheiden afdelingen te krijgen, maar dat is niet gelukt. En, dat wordt herhaaldelijk beklemtoond in dit mooie verslag: niemand is de baas, niemand voert het commando. Citaat: “De situatie kan het best worden beschreven als functionerende anatrchie, niet in de zin van chaos, maar vanwege het ontreken van centrale autoriteit.” Ik zou zeggen, lees het verslag zelf, je wordt er vrolijker van.

Nu zitten de heersers van Bahrein bepaald niet te wachten op ‘functionerende anarchie’. Dat geldt waarschijnlijk nog veel meer voor de Saoedische heersers. Revolutie in buurland Bahrein, demonstraties in Oman, aanhoudende opstandigheid in Jemen, van dat soort dingen wordt het Saoedische koningshuis niet blij. Pepe Escobar waarschuwde al eerder in de Asia Times, in een mooi achtergrondstuk over Bahereins opstand : democratie in Bahrein, een situatie waarin de sjiitische meerderheid niet meer zo axchtergesteld wordt, is in Saoedische regeringsogen onaanvaardbaar.

Die angst is verklaarbaar. Ook in Saoedi-Arabië heerst een sunnitisch koningshuis, en ook in dat land wonen sjiiten. Geen meerderheid weliswaar, maar groepen sjiiten eisen er wel hun rechten, en ze wonen uitgerekend in het gebied waar erg veel olie ligt, een gebied dat dan ook nog dichtbij Bahrein ligt. De angst van Saoedische heersers richt zich tegen de uitstraling van een eventueel succes van een revolutier in Bahrein. Uit voorzorg kan zo’n revolutie maar beter verdwijnen, voordat de Saoedische-revolutie echt op gang komt. Dat zal de overweging zijn, ongetwijfeld door de koning en al zijn prinsen anders verwoord.

Tegen die achtergrond is het volgende nieuwsbericht dan ooik uiterst onheilspellend. “Dertig tanks zijn laat op maandagavond van Saudi- Arabië naar Bahrein vervoerd.” Twee tanks per oplegger. Of het hier gaat om tanks die al van het leger van Bahrein zelf zijn – een wapenleverantie – of dat het gata om tanks die bij het Saoedische leger horen, is mij niet duidelijk. Maar ik denk dat we zeer serieus rekening moeten houden met militair ingrijpen van Bahreinse én Saoedische troepen tegen betogers en bijvoorbeeld ook tegen stakers.

Dat wordt dan een uiterst bloedige zaak. Soldaten hebben doorgaans minder weerzin tegen het doden van burgers van andere landen dan in het doden van ‘eigen’ burgers. Zo werkt dat in een wereld van nationale staten en bijbehorende gevoelens van verbondenheid. En ik vermoed dat Saoedische soldaten in Bahrein sunniet zullen zijn. Hun drempel om demonstranten die in meerderheid sjiitisch zijn aan te vallen zal lager zijn dan waar het geloofsgenoten betrof, zeker als machthebbers in Bahrein en Saoedi-Arabië erin slagen om de opstand als een puur sectarische sjiitische zaak af te schilderen. Waar het punt op neerkomt is dit. Egyptische soldaten voelden tegenzin om op Egyptische betogers ter schieten. Eenzelfde tegenzin is bij Soedische soldaten tegen Bahreins betogers niet te verwachten. Zoiets wordt waarschijnlijk een akelig bloedbad.

En heel veel zullen we hier niet direct van horen, zolang het nog niet daadwerkelijk gebeurt. Aljazeera is over Bahrein niet half zo alert als over Libië en Egypte. Vrijwel al mijn informatie over Bahrein in het bovenstaande heb ik uit nieuwbronnen uit Bahrein en de VAE gehaald, via via gevonden. Het enige Aljazeera-stuk dat ik benutte, is meer dan een week oud. Thuisbasis van Aljazeera is Qatar, dat ook de eigenaar ervan is. Qatar ligt dichtbij Bahrein, en heeft een verwant politiek bestel. Revolutie in Bahrein ontmoet in het vorstenhuis van Qatar daarom hoogstwaarschijnlijk (nog) minder sympathie dan revolutie in Egypte en Libië, republieken immers, en in de ogen van Arabische monarchen waarschijnlijk geregeerd door upstarts. Als er een bloedbad plaatsvindt, zal Aljazeera het vast wel melden. Maar voor belangrijke gebeurtenissen in de aanloop zou ik niet op Aljazeera rekenen.

Terug naar de interventiedreiging zelf. Saoedi-Arabië is een belangrijk Amerikaans bondgenoot. In Bahrein ligt ene belangrijke Amerikaanse vlootbasis. Komt het tot militaire interventie van Saoedi-Arabië tegen de revolutie in Bahrein, dan is dat hoogstwaarschijnlijk met medeweten en goedvinden van de Amerikaanse president. Laten we dat vast onthouden en in herinnering roepen als tegen die tijd diezelfde Obama op zal roepen tot ‘terughoudendheid’ en dergelijke. 

Er is ook Nederlandse medeplichtigheid. Nederland heeft allerhande wapens en wapenonderdelen  aan Saoedi-Arabië geleverd, zo blijkt uit een overzicht van RTL Nieuws waar de website van de Campagne Tegen Wapenhandel op wijst. Er is vanuit die campagne inmiddels een petitie  tegen wapenleveranties aan staten in het Midden-Oosten op gang gebracht, juist omdat de kans dat die wapens tegen demonstrantebn worden gebruikt zo nadrukkelijk aanwezig blijkt. Een goed initiatief dat steun, aandacht en uitbreiding met actie op straat zeer verdient.

Advertenties

One Response to Interventiedreiging Libië én Bahrein

  1. Rob Alberts schreef:

    Ik heb de petitie tegen de wapenhandel getekend.
    Of dat verder wil helpen?
    Bezorgde groet uit Amsterdam-ZuidOost

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: