Wisconsin en verder

donderdag 14 april

 Op de website van Doorbraak, waar ik wel vaker, staat een geïllustreerde versie van onderstaand, voor  die site geschreven, artikel.

Op 11 februari kwam Scott Walker, gouverneur van de Amerikaanse staat Wisconsin, met een verstrekkend, vakbondsvijandig wetsvoorstel. Daarmee kwam een reeks gebeurtenissen op gang die flinke schokgolven in de sociale verhoudingen in de VS teweegbracht. Forse en felle arbeidersprotesten kwamen snel op gang. Klassenstrijd, vooralsnog met name in en via vakbonden, stond wekenlang belangstelling, sterker dan we dat ik lange tijd in dat land hebben gezien. De grote actiegolf tegen de wet is intussen weggeëbd. Dat wil echter niet zeggen dat daarmee de arbeidersstrijd weer helemaal terug is in het hok waar het in februari en maart was uitgebroken.

De wetgeving van Walker bevatte meerdere , tegen arbeidersbelangen en vakbondsrechten gerichte bepalingen. Vakbonden in de openbare sector raakten het recht om collectieve arbeidscontracten over allerhande arbeidsvoorwaarden af te sluiten , kwijt. Ze mochten slechts afspraken maken over lonen – en zodra er een loonstijging boven de inflatie in opdook, moest dat per referendum aan de bevolking worden voorgelegd. Vakbonden moesten ook elk jaar met een stemming bewijzen dat de meerderheid van betrokken arbeiders de bond nog wel als hun vertegenwoordiging zag. Vakbondscontributie mag volgens de nieuwe wet ook niet meer rechtstreeks door de instelling – ambtelijke dienst, ziekenhuis, schoolbestuur, gemeentebestuur, de ‘werkgever’ zeg maar – van het salaris ingehouden en aan de bond overgemaakt worden. Tegelijk werd er ook al stevig in inkomens geschrapt: hogere kosten voor ziekteverzekering en dergelijke. Inkomens van werkenden in openbare diensten werden dus verlaagd, rechten van die werkenden om via vakbonden voor hun belangen op te komen afgebroken.

Walker en zijn vrienden verkochten deze asociale wet als bezuinigingsmaatregel, nodig om grote begrotingstekorten aan te zuiveren. Maar kort ervoor had hij nog belastingverlaging voor rijken doorgevoerd, dus de financiële ‘nood’ was nogal van eigen makelij. Op het bod vanuit vakbonden om allerlei bezuinigingen op arbeidsvoorwaarden via onderhandelingen – en dus niet eenzijdig van hogerhand – te regelen – ging Walker niet echt in. Hij wilde dus niet alleen geld binnen halen, hij wilde dat ook perse eenzijdig doen, en niet in overleg. Het ging hem dus niet slechts erom arbeiders te plukken. Het ging hem er vooral ook om dat arbeiders van een verdedigingsmiddel – hoe beperkt ook – beroofd moesten worden. De aanval was gericht op arbeiders, én op de vakbonden.

De Amerikaanse vakbeweging is door en door bureaucratisch, en organiseert liever compromissen – vaak op kosten van vakbondsleden – dan effectief verzet. Maar puur het bestaan ervan is enigszins een rem op ongebreidelde roofzucht van ondernemers en staten. Dat is één. Maar er speelde een politiek motief mee. De vakbonden – via die besturen – zijn een pijler van de Democratische partij. Vakbonden geven enorme bedragen aan verkiezingscampagnes van die partij, aan progressievere kandidaten soms, maar bij presidentsverkiezingen krijgt de Democratische kandidaat sowieso steun, ook als die niet eens de schijn van progressiviteit op houdt. Vakbonden zorgen vaak ook voor grote aantallen vrijwilligers in Democratische verkiezingscampagnes. Sterke vakbonden betekenen dus een sterke Democratische partij. Welnu, Walker is Republikein, en had de verkiezingen van vorig jaar gewonnen. Dat was onderdeel van de radicaal rechtse opmars van onder meer de Tea Party, rechtse en uiterst rechtse activisten, enigszins vergelijkbaar met Wilders’ PVV hier. Na de rechtse triomf van november was er rechtse bestuurders veel aan gelegen om de Democraten verder te verzwakken. Daar de vakbonden te verzwakken, hoopte Walker hieraan bij te dragen. Zijn wetsvoorstel viel arbeiders, vakbonden én de Democratische partij aan.

Meteen nadat hij zijn wetsvoorstel openbaar maakte, ontstond er commotie, onverwachts grote commotie. Bijna direct gingen scholieren protesteren. Hier en daar verlieten ze in grote groepen de klaslokalen. Niet vreemd: vaak waren het hun ouders – verplegenden, onderwijzers, brandweerlieden – die door de plannen van Walker bedreigd waren. Bovendien raakten de plannen docenten ook, en ook dat raakte leerlingen. Scholierenprotest was één van de triggers van wat volgde. Al snel deden ook studenten van zich spreken met acties. En in de dagen erop begon het ziekmeldingen van leraren te regenen – zóveel ziekmeldingen dat scholen her en der lessen moesten schrappen. De ‘ziekte’ waar docenten mee besmet waren, heette kennelijk: woede, opstandigheid. Het betrof hier in feite een omvangrijke wilde staking van leraren.

De vakbonden zelf begonnen ook te bewegen. De dreiging die er van de wet uitging liet ze weinig keus. Walker hield de week nadat zijn voorstel bekend werd, hoorzittingen waar voor en tegenstanders aan het woord kwamen. Dat werden dus vooral tegenstanders. Vanuit bijvoorbeeld de Wisconsin Educational Association Council, een bond met 98.000 leden, zijn duizend vrijwilligers contact met leden gaan zoeken, onder meer door gewoon ouderwets te gaan bellen, om mensen op te roepen tot protest. Binnen de kortste keren zat het parlementsgebouw van Wisconsin, waar de hoorzittingen plaatsvonden, tjokvol met boze vakbondsleden, sympathiserende studenten en anderen. Dat ging zo die week door. Op 19 februari waren er zeker 70.000 mensen, mogelijk 100.000, op de been tegen het wetsvoorstel. Er was ook protest tegen het protest, rechts roerde zich, in de vorm van actievoerders van de Tea Party. Maar wel in veel kleinere aantallen.

Intussen gonsde er opeens een begrip rond dat in lange tijd niet zo luid was gehoord: Algemene Staking! De South Central Federation of Labor, een plaatselijke vakbondscoalitie, bracht een verklaring uit waarin het idee van een algemene staking tegen Walkers wet werd goedgekeurd. Onder demonstranten tegen de wet klonk die leus ook herhaaldelijk. Het liet zien hoe breed en diep de woede was. Ander opvallend aspect: mensen begonnen interessante vergelijkingen te trekken – tussen Wisconsin en Cairo, waar rond die tijd president Mubarak door volksverzet tot aftreden was gebracht. Aanduidingen van Walker als de plaatselijke Mubarak, kandidaat voor een soortgelijke aftocht, doken op. Een vakbondscoördinator in Egypte bracht op zijn een solidariteitsverklaring met de strijd in Wisconsin uit.

Op 26 maart bereikte het protest een hoogtepunt. In Madison waren die dag 100.000 demonstranten. Maar het protest was niet langer beperkt tot Wisconsin. In Juneau (Alaska), New York City, Lansing, Denver, Phoenix, Albany, San Francisco, Tallahassee, Sacramento, San Diego, Salt Lake City, Austin, Augusta, Jackson, Johnson City, Santa Fe, Salem, Springfield, Green bay en Chicago, Montpellier, Nashville, Boston, Boises, Spokane, Harrisburg, Connecticut, Hollywood, St Paul, Washington D.C en in Seattle voerden mensen actie. Dat was uit solidariteit met de aangevallen arbeiders in Wisconsin, maar er was meer aan de hand. In een reeks staten – zeker twintig inmiddels – staan soortgelijke anti-vakbondswetten op stapel. In een enkel geval is zo’n wet gestruikeld, in een ebnkel ander geval is zo’n wet echter zelfs al doorgevoerd. In Indiana en Ohio hebben dit soort wetten ook tot flinke protesten geleid. Dat er dus op 26 februari over de VS verspreid in zoveel plekken actie was, heeft mede te maken met het feit dat de aanval bepaald niet tot Wisconsin beperkt bleef. Als Walker er in Wisconsin mee weg kwam, liepen vakbonden en arbeiders overal gevaar. Als het lukte om Walker tegen te houden, dan was dat een opsteker voor vakbonden en arbeiders elders.

Het protest kreeg steun van Democratische politici – maar precies daar zat ook een zwakke plek in het protest. Enerzijds voelden Democraten zich bedreigd, doordat Walker via zijn wet een stuk van de Democratische machtsbasis – bestaande uit vakbonden – aanviel. Democratische senatoren lagen dan ook dwars. Republikeinen hadden op zichzelf een meerderheid. Maar omdat er belastingmaatregelen in de wet zaten, moesten er voldoende senatoren bij de stemming aanwezig zijn. Welnu, Democratische senatoren boycotten de stemming – en om politiedwang om ze naar de stemming te slepen te ontlopen, ontvluchtten ze zelfs de staat Wisconsin. Dat leidde tot vertraging in de behandeling. Maar vervolgens werden de fiscale onderdelen uit de wet gehaald, kon nu volgens reglement de wet gewoon door de Republikeinse meerderheid in de senaat behandeld en aangenomen worden. Op 9 maart werd de wet, zonder die fiscale onderdelen, getekend. Parlementaire spelletjes van Democratische senatoren bleken geen afdoende strategie. De wet is nog niet van kracht overigens, een rechter heeft dat vooralsnog vanwege een technische formaliteit geblokkeerd.

Kort na de ondertekening, op 12 maart, vond nóg een groot protest tegen Walkers wetgeving plaats. Weer waren er grote aantallen betogers in Madison, Wisconsin, in actie: 85.000 tot 100.000. Er werd gesproken van de grootste demonstratie daar sinds de tijd van de Vietnamoorlog. Het parlementsgebouw werd bezet door actievoerders. De roep om een algemene staking weerklonk. Zover kwam het helaas niet, en de demonstratie bleek een laatste hoogtepunt van deze strijdronde te zijn geweest. Vakbonden begonnen zich haastig te richten op het afsluiten van arbeidscontracten vóór de nieuwe wet dat onmogelijk maakte. In die contracten werd nogal eens akkoord gegaan met forse aantastingen van salarissen. Voor vakbondsbestuurders woog het feit dát ze contracten mochten afsluiten, dát ze nog als onderhandelingspartners behandeld werden, zwaarder dan de inhoud van de contracten en de gevolgen ervan voor arbeiders.

Veel van de woede wordt intussen op een andere, problematische en zelfs schadelijke, wijzen gekanaliseerd. Veel energie wordt nu gestoken in een campagne om handtekeningen te verzamelen om Republikeinse senatoren ‘terug te roepen’, zodat hun zetels vrij komen en via herverkiezing er andere senatoren zouden kunnen komen. Dit zuigt enerzijds energie en inspanningen op die nu niet benut worden voor het organiseren van verdergaand protest, van een algemene staking of stappen in die richting bijvoorbeeld. Anderzijds is er geen enkele garantie dat bij herverkiezing tegenstanders van de wet gaan winnen – en dat die zich ook voor het schrappen van die wet hard gaan maken. Weer dreigt een parlementaire aanpak het potentieel van strijd weg te duwen en leeg te zuigen. Deze keus – vanuit vakbondsbestuurders en Democratische politici – heeft de strijd ondermijnd en een richting in geduwd waar arbeiders zwak staan, ondernemers en politici des ter sterker.

Ja, er waren mensen die zich sterk probeerden te maken voor een effectiever strategie, met directe actie als middel, en het perspectief van een algemene staking op de voorgrond. De International Workers of the World (IWW), een radicale vakbondsgroep, propageerde deze lijn. Maar dit is een kleine organisatie. De meeste arbeiders keken voor de richting van de protesten toch vooral naar de leiding waar ze aan gewend waren, de vakbondsbestuurders, plus Democratische politici. Mensen waren ook bang voor juridische consequenties van stakingsactie. ‘Algemene staking’ bleef voor velen van hen een abstract begrip, iets dat ánderen – bondsbestuurders – eventueel konden organiseren, iets waar ze dan eventueel aan mee konden doen, maar níét iets waar ze een actieve en mogelijk riskante rol voor zichzelf weggelegd zagen. Vertrouwen in eigen collectieve kracht was erg gering. Dit kwam deels door beheersing van bovenaf, vanuit de vakbondstop, waardoor voor eigen initiatief en het opdoen van strijdervaring weinig ruimte was. Belangrijk was bovendien de ervaring die arbeiders hadden, van nederlaag op nederlaag tegen rechts en ondernemers, extra in de hand gewerkt doordat die vakbondstop vooral concessies deed in plaats van mensen aan te moedigen de hakken in het zand te zetten. Zo was het zelfvertrouwen van arbeiders aangetast en ondermijnd. Dat is niet zomaar overwonnen door een reeks protestdemonstraties, al dragen die aan herstel van actiebereidheid en zelfvertrouwen wel bij.

Op korte termijn lijkt Walker te hebben gewonnen. Zijn wet is er zo goed als door, de golf van protest heeft dat helaas niet weten te beletten. Toch is er iets belangrijks gebeurd dat hoop geeft. Honderdduizenden mensen hebben actie gevoerd, hun eigen gezamenlijke kracht gevoeld en ervaren, gemerkt dat dit weerklank vond. Ze zullen die ervaring niet snel vergeten, en zijn er veelal sterker door geworden. Binnen vakbonden hebben leden, maar ook sommige bestuurders, weer ontdekt wat klassenstrijd is. En de aanval op de vakbondsmacht – bedoeld om bonden te verzwakken – heeft ook onverwachtse bijeffecten. Dat de baas niet meer de vakbondscontributie van het loon in mag houden om die rechtstreeks aan de bond te betalen, is voor bondsbesturen lastig. Maar het dwingt bestuurders tegelijk ook tot creatieve oplossingen: ze moeten nu zelf weer naar de leden, om contributie te innen, om leden te vragen een overmaking te regelen, dat soort dingen. Dat de besturen dit soort moeite weer moeten doen – zoals ze in de tijd dat vakbonden nog in opkomst waren ook moesten – kán gewone leden een iets groter gewicht geven. Hun medewerking is immers weer belangrijk voor besturen en de vakbondskas.

De aanval van Walker verzwakt de bonden – maar dwingt de bonden ook om zich actiever op te stellen. Dat is een dynamiek waar radicale arbeiders, bondslid of niet, hun voordeel mee kunnen doen. Niet alle strijd heeft plaatsgevonden binnen de structuren van de desbetreffende bonden Er waren bijvoorbeeld nogal wat studenten actief in de protesten. Er is inmiddels bijvoorbeeld ook een nieuw actienetwerk opgestart, de Autonomous Solidarity Organization. Die wil “blijvende verbeteringen in arbeidersrechten en sociale rechtvaardigheid” bereiken, wil wel samenwerken met groepen en partijen als dat de doelstelling dient, maar bindt zich niet aan een politieke partij. Het is één van de tekenen dat de gebeurtenissen in Wisconsin een versterking van arbeidersstrijd en bijbehorende solidariteit met zich meegebracht – een versterking die nu de protesten zijn geluwd niet zomaar is verdwenen.

Nog wat nuttige artikelen die ik heb gebruikt:

Andy Kroll, “Union-Busting or Republican-Busting in Wisconsin?”, TomDispatch, 31 maart 2011

“On, Wisconsin: A Labor Notes Special” (artikelenreeks van Labor Notes, erg handig overzicht)

Loren Goldner, “From Cairo to Madison, The Old Mole Comes Up For An Early Spring”, Insurgent Notes, 19 maart 2011

“Spread the Chaos from Capitol to Capital”, CrimethInc, 10 maart 2011

“The Real Story Behind the Battle in Wisconsin”, Rebelpleb, 20 februari 2011

Advertenties

One Response to Wisconsin en verder

  1. Willem Bos schreef:

    Op vrijdag 22 vrijdag 22 april organiseert Grenzeloos een discussieavond over Wisconsin, onder de titel Wisconsin, een nieuwe Amerikaanse arbeidersbeweging? Een Amerikaanse vakbondsactivist zal de achtergrond van de protesten toelichten. Locatie: IIRE, Lombokstraat 40, Amsterdam. Aanvang: 20.00. voertaal is Engels.
    http://www.grenzeloos.org/agenda/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: