Opiniecijfers kernenergie vreemd weergegeven

zondag 17 april

Grappig is het. Op de dag dat er, voor het eerst sinds lange tijd, weer eens een verheugend flink aantal mensen actie voeren tegen kernenergie, worden een paar interessante opiniecijfers bekend. Die laten een verschuiving van standpunten zien, een groei van het aantal mensen dat tegen nucleaitre energie is. dat is na de kernramp in Fukushima ook niet zo vreemd. Het grappige zit’em in de weergave van dit nieuws via koppen in mediaberichten. Die bagatelliseert de omvang van het aantal tegenstanders, en de groei van dat aantal. Helemaal toevallig lijkt me dat niet.

Eerst de cijfers zelf. Zesenveertig procent van ondervraagden is tegenstander van kernenergie.  Tegen de veertig procent is voorstander.  In 2008 was het aantal voorstanders van kernenergie nog 55 procent, in 2006 echter 31 procent. Iets minder dan 7 procent van de ondervraagden zegt dat ze van voorstander tot tegenstander is geworden na de ramp in Japan. Samenvattend kun je dus stellen dat het aantal tegenstanders van kernenergie beduidend groter is dan het aantal voorstanders; dat het aantal tegenstanders na een flinke daling de afgelopen jaren weer is gegroeid, maar dat de kernramp daarin geen enorme verschuiving heeft laten zien.

Hoe wordt dit echter gebracht? “Minderheid Nederlanders tegen kernenergie”, kopt Nu.nl . Dat is om een paar redenen redenen een rare keus als kop. In de eerste plaats is dát niet echt nieuws. In 2008 was er ook ruim minder dan de helft tegen. In de tweede plaats is het ook een beetje misleidend. De vlugge lezer zopu makkelijk kunnen denken: oh, een minderheid is tégen, dus een meerderheid is vóór. dat blijkt dus niet het geval. De minderheid tegenstanders is nog altijd ruim zes procent groter dan het anatal voorstanders. De tegenstanders vormen dus de grootste groep, een ‘plurality’, al is het geen ‘majority’ zogezegd. Bij menige verkiezingsstrijd zou de club die 46 procent binnensleepte, tegenover de andere club met 40 procent, overtuigend een ‘meerderheidsregering’ vormen. Bij Amerikaanse presidentsverkiezingen wordt de kandidaat met 46 prcent, tegenover tegenkandidaat met 40 procsent, probleemloos het Witte Huis binnengeloodsd. Dat is uit democratisch oogpunt inderdaad raar. Maar dan schrijft Nu.nl ook niet in haar kop dat de winnaar een minderheid van stemmen wist te vergaren.

De NRC doet iets soortgelijks. “Nederlanders niet massaal tegen kernenergie”, luidt daar de kop. Niet massaal? Zesenveertig procent is ‘niet massaal’? En als die 46 procent nu eens op zou duiken op Dam of Museumplein of Malieveld? Zou de NRC dan van een niet-massale demonstratie spreken? Als één op de tien van die 46 procent zou gaan betogen, dan zouden dat ook al ettelijke honderdduizenden demonstranten opleveren. Een néé tegen kernenergie heeft wel degelijk massala ondersteuning, net als trouwens een ja tegen kernenergie.

Waarschijnlijk bedoelt de kop eerder dat er geen massale verschuiving tegen kernenergie heeft plaatsgevonden. Lezing van de tekst wijst in die richting. Maar dan had de kop beter kunnen luiden: “Nederlanders niet opeens massaal tegen kernenergie”, zodat duidelijk was dat het woordje ‘massaal’ op die verschuiving sloeg. Zoals de kop nu luidt slaat de kop op het aantal tegenstanders, dat wel degelijk ‘massaal’blijkt te zijn.

En trouwens… een verschuiving van tegen de 7 procent van voorstanders naar tegenstanders is toch ook weer niet helemaal onbeduidend. Als zes of zeven procent van kiezers die eerst op regeringspartijen stemden, opeens hun stem op oppositiekandidaten uitbrengen, zou de NRC niet aarzelen om te spreken van een ‘politieke aardverschuiving’ of iets in die geest. Hier is sprake van een parlementair verw rongen wereldbeeld waarin electorale verschuivingen in overdreven omvang worden weergegeven, terwijl serieuze verschuivingen in de mening van grote aantallen mensen via discutabele koppen worden gekleineerd.

Ik vermoed dat hier ook iets van een politieke keus meespeelt. Tegenstanders van kernenergie, dat is het soort mensen die vanuit de NRC-burelen enigszins meewarig zullen worden bekeken, als radicale geitenwollensokkenfossielen uit de linkse jaren zeventig en tachtig. Een opleving van protest tegen kernenergie, en alles waar dat protest aan doet denken, is intussen niet ondenkbaar. Proef ik bij de NRC niet gewoon een stukje opluchting dat de tegenstand tegen kernenergie niet al veel stérker aan het groeien is dan al het geval is? Speelt dát wellicht mee in de bagatelliserende woordkeus inde kop van het NRC-stukje?

(datum en break toegevoegd vrijwel direct na plaatsing)

(en datum gecorrigeerd…)

Advertenties

2 Responses to Opiniecijfers kernenergie vreemd weergegeven

  1. Emil schreef:

    “Tegen de veertig procent is voorstander.  In 2008 was het aantal voorstanders van kernenergie nog 55 procent, in 2006 echter 31 procent.”

    Het aantal voorstanders groeide dus in de periode 2006-08 met 24%? Dat lijkt me een tikfout.

  2. Peter Storm schreef:

    Nee, dat is wat er in de gegevens staat. Als het hier om een tikfout gaat, is het niet míjn tikfout deze keer… En gezien de enorme aandacht voor het klimaat (waardoor sommigen kernenergie extra pushen als alternatief voor fossiele brandstoffen) zou de groei van het anatal voorstanders van 2006-2008 best kunnen kloppen. Maar er kan ook sprake zijn van verschillende onderzoeksmethoden en daardoor resultaten die niet één op één vergelijkbaar zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: