Saoedi-Arabië als regiomanager van de contrarevolutie

zaterdag 16 april

Er tekent zich een verschuiving af in de manier waarop de VS de opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika tegemoet tredt. Daar hangt ook een verschuiving mee samen in de rol van Amerikaanmse bondgenoten in de regio. De rol van Israël is meer op de achtergrond geraakt, de rol van Saoedi-Arabië treedt meer op de voorgrond. De verschuiving gaat bepaald niet zonder wrijving tussen minstens twee van de drie genoemde bolwerken van contrarevolutie. Want daarom gaat het: om tegenwicht bieden aan de plotseling op gang gekomen revolutionaire ontwikkelingen. Of deze strategische verschuiving in imperialistische verhoudingen en strategie beter gaat werken – voor de machthebbers – dan de vorige, is maar de vraag. Het is, ook gezien de bloedige aspecten van de nieuwe strategie, bepaald niet te hopen.

Toen de opstanden op gang kwamen, met protesten in Tunisië, Algerije en kort daarna Egypte, was er van een Westerse strategie nog maar amper sprake. Er waren een reeks standaaardreflexen. Pro-Westerse dictators konden hun gang haan, als het niet teveel opviel. Zodra veiligfheidsdiensten hardhandig probeerden protesten neer te slaan, en vooral zodra dat niet meer direct lukte, kwamen de standaard-oproepen. Het geweld werd ‘betreurd’, en ‘beide kanten’ werd opgeroepen tot ‘terughoudendheid’. Tegelijk werd de dienstdiende dictator geprezen als ‘hervormer’ en ‘bondgenoot in de strijd tegen terrorisme’. Hillary Clinton noemde de regering van Egypte nog “stabiel”  op de dag dat de opstand net was begonnen, 25 januari. Bij verdere groei van de revoltes volgden oproepen aan de dictator om ‘hervormingen’ door te voeren, en te ‘luisteren naar de legitieme eisen vanuit de bevolking’. Dat was op het moment dat tienduizenden mensen al riepen om de val van het bewind. In Tunesië viel de dictator voordat er vanuit Westerse hoofdsteden tot zijn aftreden en een ‘ordelijke overgang’ gevraagd werd. Tijdens de Egyptische opstand had men in Westerse hoofdsteden iets geleerd en begon men in de slotfase – toen de positie van Mubarak zichtbaar onhoudbaar aan het worden was – op het aftreden vabn de dictator aan te dringen. Na het aftreden van Ben Ali en Mubarak prees het Westen vervolgens de democratische strevingen van het volk, en sprak met steun en waardering uit voor de vervanging van dictatuur door iets wat ‘democratie’ moest worden: een nieuwe pro-Westerse en pro-Israël regering, die buitenlandse inversteringen blijft verwelkomen en militaire samenwerking met het Pentagon eveneens. Kort samengevat: Westerse staten steunden de dictator totdat diens positie onhoudbaar was; vervolgens switchte men naar steun voor de oppositie, met name dát deel ervan dat de opstandigheid binnen gematigde, kapitalistische en pro-westerse banen probeerde te houden.

Zowel de VS als West-Europa, zowel Israël als Saoedi-Arabië hadden met name het eerste deel van deze houding gemeen: de steun aan de dictators. Van revolutionaire omwentelingen verwachtten al deze mogendheden weinig goeds. Het investeringskl;imaat werd er door bedreigd. Er konden regeringen uit voortkomen die met de pro-Westerse koers zouden breken. Dan ging dan om diverse thema’s. Samenwerking in de ‘oorlog tegen terrorisme’ – zodat de CIA opgepakte ‘terreurverdachten’ niet zelf hoefde te martelen maar dit kon uitbesteden aan bijvoorbeeld Egyptische veiligheidsagenten – was voor de VS belangrijk. Samenwerking met dictators in het tegenhouden van migranten die uit Afrika via Tunesië en Libië naar Europa probeerden te komen was voor Europese staten belangrijk. Voorëe Israël was de overeind houden van de vrede met Egypte van grote waarde: met Mubarak viel een belangrijk bondgenoot van Israël weg, en ook Ben Ali stelde zich tamelijk vriendelijk op tegen Israël. Angst voor een Egyptische regering met deelname van de Moslim Broederschap, en een eind aan de Israëlisch-Egyptische vrede, bewoog Israël tot steun aan de Egyptische dictatuur. Saoedi-Arabië moet sowieso principieel al niets van democratie en dergelijke hebben. Het zou bij mensen in dat land, en in soortgelijke buurlanden, maar kunnen aanmoedigen dat een vergelijkbare vrijheidsstrijd daar ook nodig was en kans van slagen had. Om democratie in Riyaad te blokkere, kon democratie in Cairo maar beter preventief de kop in gedrukt worden, was de Saoedische afweging.

Bij Saoedi-Arabië, Israël en ook de VS speelde nog een motief een rol: de invloed van Iran, reëel of vermeend, tegengaan. De VS wil de opkomst van Iran als potentiële kernmogendheid die een onafhankelijke rol in de olierijke regio kan spelen, tegengaan. Israël wil niet toestaan dat er een staat in het gebied komt die sterk genoeg zou zijn om het eventueel tegen Israël op te nemen. Volledige militaire suprematie in het Midden-Oosten maakt deel uit van de veiligheidsdoctrrine van de Israëlische staat, en een sterk en onafhankelijk Iran toestaan is daarmee in strijd. Saoedi-Arabië en Iran zijn aartsrivalen rondom de Perzische Gold, waarbij religieuze tegenstellingen dienen als ideologische motivatie. De Saoedische monarchie leunt op het Wahhabisme, een strenge versie van de soennietische islam, het Iraanse bewind juist op een strenge variant van de sjiitische islam. Beiden zijn fundamentalistische staten, maar met een andere vorm en ideologische uitdrukking. Achter de ideologische strijd gaat een machtsstrijd schuil. In Saoedi-Arabië zelf woont ook nog een tamelijk amrme sjiitische minderheid, uitgerekend in een streek waar veel olie zit. Iran aanwijzen als aanjager van bron van eventuele onvrede komt de Saoedische machthebbers niet slecht uit. Hoe dan ook: gemeenschappelijke afkeer van Iraanse invloed bracht VS, Israël en Saoedi-Arabië in elkaars buurt.

Na de val van Mubarak verschoof er in dit implicieter bondgenootschap iets. De VS en ook Europa begonnen te zien uit welke hoefk de wind waaide. Ze snapten, opf voelden half-bewust aan, dat ze beter niet elke vólgende pro-Westerse dictator tot het eind konden blijven steunen, om dan op het laatste moment diens vertrek aan te moedigen in een wenig geloofwaardige ommezwaai. Het was in hun optiek beter om zich sowieso als vriend van democratische verandering op te stellen, om des te beter bij komende omwentelingen bondgenoten te vinden onder oppositiegroeperingen. Dan was de kans groter dat ná ene omwenteling de VS en de EU goodwill zouden hebben bij nieuwe regeringen, en via zulkie regeringen hun belangen wisten veilig te stellen. Beter een beheerste ommezwaai dan een ramkoers tegen de opstand handhaven en het risico lopen dat de opstand een diepere revolutie wordt en alles omver gooit wat VS en EU overeind wilden houden..

De nieuwe koers werd zichtbaar rond Libië, en ontstond als het ware ad-hoc, op de tast. Op 15 februari begonnen in het oosten van dat land demonstraties. Heel snel en heel hard ingrijpen van veiligheidstroepen bleek de betogingen niet neer te slaan. De demonstraties groeiden uit tot opstand, demonstranten kregen wapens in handen, politiemensen en soldaten liepen over naar de revolte, en binnen een week was de macht van kadhafi in een flink deel van het land omvergeworpen door opstandelingen. Het leek erop dat aan het lijstje waar Ben Ali en Mubarak al op stonden, de naam van Kadhafi binnenkort kon worden toegevoegd. En als dát gebeurde – weer een opstand die slaagde tegen een brute poltiestaat – dan was echt geen dictator meer veilig. Veel van die dictators waren Westers bondgenoot.

Aanvankelijk reageerden Westerse leiders op de bekende manier: afkeuring van het geweld, oproepen tot terughoudendheid – met waarschijnlijk de hoop dat het probleem verdween, en de opstand toch snel inzakte onder druk van het staatsgeweld. Toen de opstand zich beef uitbreiden terwijl het geweld van kadhafi’s kant groteske vormen aannam, veranderde er iets. De Westerse afkeuring van Kadhafi’s optreden groeide samen met de verwachting dat hij sbnel het veld zou ruimen. Verdween hij – en daar zag het eind februari naar uit – dan moesten er zaken gedaan worden met een nieuw bewind, voortkomend uit de opstand. Het werd nu in het belang van VS en EU-landen om door de toekomstige leiders van Libié als bondgenoot gezien te worden. Langs die weg kon de EU met die nieuwe leiders afspraken maken over het tegenhouden van immigranten uit Afrika – zoals ze eerder met Kadhafi deden. Langs die weg konden oliebedrijven uit de VS en EU voortzxetting van de contracten veilig stellen. Langs die weg vooral konden EU en VS zich profileren als vrienden van de vrijheidsstrijd, en hun door lange steun aan dictators gehavende imago beginnen op te vijzelen. En dat kon – zo was vermoedelijk de calculatie – op een koopje. Het steunen van opstandelingen die al bijna gewonnen leken te hebben leek een hele goede optie. Dat er vanuit de opstandelingen al snel geluiden kwamen die opriepen tot instelling van een vliegeverbod tegen Kadhafi’s troepen, hielp enorm mee. Het Westen kon met interventie schermen, ‘om burgers te beschermen’ – maar heel veel meer dan de opstand een zetje geven naar een toch al bijna onvermijdelijk lijkende overwinning leek niet nodig. Vervolgens konden de zaken gedaan worden die gedaan moesten worden, de belangen behartigd die behartigd moesten worden.

Het leek een prima deal, vanuit imperialistisch oogpunt. Brits en Frans ititiatief ging snel die richting uit. De VS aarzelde echter, hetgeen voor vertraging zorgde. Het Witte Huis wilde geen interventie die er teveel uitzach als wéér een Amerikaanse oorlog tegen een land waar vooral moslims wonen. Er moest dus draagvlak zijn in de regio, plus aannemelijk acuut gevaar voor burgers. Voor het draagvlak zorgde ene oproep van de Arabische Liga voor een no-fly zone. Voor gevaar voor burgers zorgde Kadhafi – die intussen een bloedige, zeer effectieve tegenaanval had gelanceerd, en wiens troepen Benghazi tot enkele tientallen kilometers waren genaderd. Die tegenaanval liet zien dat het snelle succes voor de westerse ingreep inmiddels buiten beeld aan het raken was. Toen draagvlak en dreiging de VS had helpen bewegen richting ingrijpen, was de positie van de opstand al ernstig verzakt en die van het bewind versterkt. Het ingrijpen kwam. Maar het bleek een slepende interventie te worden, waarmee druk op Kadhafi wordt gezet, maar die niet voldoende om een snelle val van diens bewind te bewerkstelligen. Wel werd de opstandsleiding die haar kaarten sterk oop Wezsters ingrijpen had gezet, erdoor verstrengeld in Westerse belangen. De autonomie van de revolte, het uitgaan van de eigen kracht vanuit de opstandige bevolking, werd sterk ondermijnd, de opstand begon steeds meer een speelbal van Westerse mogendheden te worden.

Voor Libië zelf is dit allemaal een tragische ontwikkeling vanuit een korte tijd zo hoopgevende situatie. Voor Westerse mogendheden is het evenmin een groots succesverhaal, wat Libië zelf betreft althans. Maar tegelijk heeft het Westen enkele essentiële dingen bereikt via deze interventie. Gewapend westers ingrijpen is er enigszins door gerehabiliteerd, teveel mensen zijn gevallen voor het humanitaire excuus ervoor, het redden van burgers. De opstand heeft er een seintje door gekregen: ‘jullie kunnen zonder ons niet winnen’. Dat is een boodschap met uitstraling naar andere delen van de regio: ‘om van dictators af te komen is opstandigheid van de bevolking niet genoeg. Om van dictators af te komen is Westers ingrijpen essentieel.’ Dat idee – een ondermijning van het zo noodzakelijk evertrouwen in eigen kracht – is versterkt. Zo hebben Westerse mogendheden een flink stuk initiatief herwonnen dat ze op 12 februari goeddeels kwijt leken te zijn geraakt. Waar VS en EU in februari tegen de opstanden nog slechts de hakken in het zand wisten te zetten, om op het laatste moment zich in het onvermijdelijke te schikken, daar wist het Westen zich nu op te stellen als een soort supermanager van opstandige ontwikkelingen in de regio, om die ontwikkelingen te beheersen en uit radicaal, revolutionair vaarwater te houden. Het Westen was weer ‘vriend van de democratie’. Maar het ging dan om een democratie die een diepergaande vrijheidstrijd beoogt te blokkeren door zulke strijd in te kapselen.

Voor deze operatie moest echter een prijs worden betaald. Zoals gezegd: draagvlak in de Arabische wereld werd onmisbaar geacht om de zaak er niet ál te imperialistisch te laten uitzien. De Arabische Liga leverde dat draagvlak – via sterk Saoedische lobby-werk. Het Saoedische bewind wilde, om eigen redenen, ook van Kadhafi af, en dat dit via een opstand ging, ach… Libië is ver weg. Bovendien zaten er in de Libische oppositie die zich met de opstand bevond, voldoende rechtse en islamistische stromingen om die opstand niet ál te gevaarlijk te maken. Saoedisch geld had eerder ook al eens opstandelingen gefinancierd, in Afghanistan tegen Russische bezetting in de jaren tachtig van de vorige eeuw bijvoorbeeld. En ook daar was de dynamiek verregaand reactionair. Dat was hier ook de bedoeling.

Saoedi-Arabië had echter ook nog een ander belang, dichter bij huis. Het bood steun aan de Amerikaanse verlangens rond Libië. Maar het wilde op eigen manier opstandigheid dichterbij huis de kop in drukken. Vrijwel tegelijk met de Libische opstand was er een protestbeweging in Bahrein op gang gekomen. Die groeide uit tot beginnende revolutie. Hard ingrijpen van politie en leger bleek wekenlang onvoldoende om het bewind uit de gevarenzone te houden, meermalen slaagden betogers erin het symbolische hart van de opstand, de Pearl Rotonde, te heroveren nadat veiligheidstroepen dat hadden schoongeveegd. Saoedische machthebbers hadden reden tot zorg. Democratisch verzet zo dichtbij de grenzen zou protest in Saoedi-Arabië kunnen aanmoedigen. Bovendien was de meerderheid waar de protesten in Bahrein uit voorktkwam, sjiitisch – net als de bevolking van de aangrenzende Saoedische regio, en net als de overgrote meerderheid in rivaal Iran. Kortom: het neerslaan van de revolutie in Bahrein was voor de Saoedische elite een zwaarwegend veiligheidsbelang.

Saoedi-Arabië stuurde vervolgens militairen om het bewind in Bahrein te helpen bij de onderdrukking. Voor legitimatie zorgde een hulpverzoek vanuit het regime in Bahrein via de Gulf Cooperation Council, waar Arabische Golfstaten en Saoedi-Arabië hun onderlinge zaken regelen. Westerse afkeuring klonk maar heel erg zachtjes. Wat zo Kadhafi zwaar werd aangerekend dat er een argument om hem Libië te bombarderen uit werd gehaald, dat mochten de heersers in Bahrein en Saoedi-Arabië kennelijk wel. Sterker: veel wijst erop dat de VS de Saoedische steun voor Westers ingrijpen tegen Kadhafi zo ongeveer heeft gekocht, door Saoedi-Arabië de vrije hand in Bahrein te gunnen. Dat beweert Pepe Escobar, werkzaam voor de Asia Times, te hebben opgevangen in VN-kringen. Zoiets was al eerder geopperd door Craig Murray, Brits ex-ambassadeur in Oezbekistan en ook wel iemand die echt wat weet en snapt (gevonden via Lenin’s Tomb ).

Hier zien we duidelijk hoe belangrijk Saoedi-Arabië voor de VS is geworden. Saoedische diplomatieke steun voor interventie in Libië is er één kant van. Een Saoedische regisseursrol in de repressie op het Arabische schiereiland is een andere. Dat gaat verder dan enkel Bahrein. Saoedische invloed is ook merkbaar rond Jemen, waar de Gulf Cooperation Council onlangs overlegde over een geordende machtsoverdracht, nu een maandenlang aanhoudenden volksopstand de macht van president Saleh ernstig bedreigt. Saoedi-Arabië treedt steeds meer op als een soort reion-manager van het imperialisme, aan wie de VS een flink deel van de regie van de contrarevolutie lijkt te hebben uitbesteed. Drie data waren daarin belangrijk: 12 maart, toen de Arabische Liga om een vliegverbod ging vragen; 14 maart, toen Saoedische troepen naar Bahrein gingen; maar eerst ook nog 11 maart, toen in Saoedi-Arabië een aangekondigde ‘Dag van Woede’ niet tot onmiddellijke revolutie leidde, maar door Saoedische veiligheidstroepen goeddeels in de kiem werd gesmoord. Dat betekende dat de Saoedische staat nog voldoende kracht bleek te bezitten om haar rol als plaatselijke opstandsbedwinger te spelen.

Het is van belang om te zien dat er, binnen het Amerikaans-Saoedische bondgenootschap, spanning bestaat. Saoedische machthebbers waren bepaald niet blij dat Obama op het laatste moment Mubarak liet vallen. Het verhaal ging zelfs dat Saoedi-Arabië aan Mubarak zou hebben aangeboden om, als de VS haar financiële steun aan Egypte zou blokkeren, zelf met geld over de brug zou zijn gekomen om het wegvallen daarvan te compenseren. Saoedische heersers vonden het duidelijk maar niks dat Obama toch enigszins de democraat ging uithangen. Het liefst hadden ze gezien dat de Egyptische revolutie gewoon was verpletterd, ongeveer zoals zijzelf iets daarna de revolutie in Bahrein hielpen verpletteren.

Saoedi-Arabië is, samen met Israël met wie een soort impliciet bondgenootschap op gang komt, grote gangmaker van het idee dat met name Iran schuldig is aan de ‘problemen’ in de regio. Saoedi-Arabië en Israël als spil van een soort anti-Iraanse coalitie, het past gedeeltelijk in Amerikaanse belangenpolitiek. Ook de VS ziet Iran als strategische dreiging. Maar de Israelische en Saoedische opstelling tegenover Iran is veel frontaler, met veel minder neiging om gas terug te nemen. Dat leidt tot spanning met de VS die méér overwegingen heeft dan enkel Iran, en haart handen vrij zal willen houden voor compromissen. Ook wil de VS niet gezien worden als de ultieme vijand van elk vrijheidsstreven, elke democratisch-gezinde oppositie, in de regio. Zoiets speelt bij de Saoedische elite niet merkbaar. Die vindt het kennelijk best om als ultieme vijand, als beul, van de revolutie te worden gezien.

Israël en Saoedi-Arabië hanteren een lijn die ook in het Amerikaans belang is: revolutie op het Arabische schiereiland, met al die olie daar, is voor de VS een nachtmerrie, en het neerslaan van de opstand in Bahrein – waar de belangrijke Amerikaanse marinebasis is – komt de VS niet slecht uit. Maar ik denk niet dat Saoedi-Arabië en Israel puur volgens een opgelegd Amerikaans scenario werken. Daarvoor zijn er toch teveel verschillen in tactiek merkbaar. Saoedi-Arabië en Israël zijn bovendien sterk genoeg om tot op zekere hoogte Amerikaanse eisen naast zich neer te leggen. Als je de enorme olievoorraad van Saoedi-Arabië combineert met het enorme, hypernmodern bewapende en goed getrainde Israëlische leger, dan heb je een vrij machtige tandem in het gebied, een tandem die tot op zekere hoogte de instructies vanuiw Washington kan negeren.

Gaat de vijanden van de revolutie – Westerse mogendheden, Saoedi-Arabië, Israël – met hun diverse, deels onderling strijdige, strategische keuzes erin slagen de opstandsgolf te beheersen en te bedwingen? Er zijn aanwijzingen die kant op. De opstand in Bahrein is goeddeels ondergronds gejaagd, arrestaties vinden plaats op grote schaal, grote demonstraties zijn onmogelijk ghemaakt, en herhaaldelijk horen we van mensen die in gevangenschap zijn omgekomen. De opstand in Libië is voor een flink deel – maar nog niet helemaal – gedegradeerd tot aanhangsel en voetvolk van imperialistische belangen. In Jemen gaar de revolutie echter onverminderd door, met grote mensenmenigten, met burgerlijke ongehoorzaamheid, met arbeidersactie ook die de opstand in de richting van ene sociale revolutie helpt voeren. Pogingen van regionale mogendheden waartonder Saoedi-Arabië om een ‘nette machtsoverdracht’ te regisseren, zijn onlangs mislukt. Intussen zijn er bij herhaling arbeidersprotesten in het naburige Oman, waar bijvoorbeeld een staking van 200 personeelsleden van Oman Air aanloop was tot hoger loon en betere arbeidsvoorwaarden. Ook in de Verenigde Arabische Emiraten is er op kleine schaal oppositie waar het bewind met harde onderdrukking op reageert.

Jemen, Oman, VAE… allemaal buurlanden van contrarevolutionair bolwerk Saoedi-Arabië. Het tegenhouden, frontaal of via politieke en diplomatieke manipulaties, van al die revoltes zal niet meevallen. En het probleem voor de Saoedische heersers is nog iets omvangrijker en indringender dan enkel revoltes bij de buren. In Saoedi-Arabië is weliswaar die genoemde dag van Woede van 11 maart niet goed van de grond gekomen wegens de omvangrijke onderdrukking. Dat wil niet zeggen dat er sindsdien weer gewoon ‘rust’ en ‘stabiliteit’ heerst in dat land. Steeds opnieuw vinden er demonstraties plaats. Niet heel groot, niet heel heftig – maar tegenover een bewind dat elke demonstratie met nadruk afwijst en met onderdrukking bedreigt is zelfs kleinschalig protest al zeer symptomatisch voor de sociale en politieke spanningen die zich ophopen. Zo demonstreerden bijvoorbeeld enkele tientallen leraren en werkloze afgestudeerden op 10 april in Jedda en Riyaad. Ze wilden een beter loon, en banen. Verder oplevende opstandigheid in Saoedi-Arabië zelf zou wel eens een grote streep kunnen zetten door veel van de pogingen om de revoltes in de regio te bedwingen. De grote opstandsgolf, verwrongen door intervcentie en aangevallen door staatsgeweld en manipulatie, heeft het niet makkelijk. Maar de grote opstandsgolf is daarmee gelukkig bepaald niet beslissend bedwongen.

Advertenties

One Response to Saoedi-Arabië als regiomanager van de contrarevolutie

  1. Mohamed schreef:

    Geachte,

    Zeer mooi geschreven en objectief artikel; wel jammer voor de vele spelfouten 😛

    Mijn persoonlijke mening; IK HOOP uit de grond van mijn hart dat er in Saudi Arabie een TOTALE burgerrevolte ontstaat die de VUILE CORRUPTE en echt WEERZINWEKKENDE overheid lam zal leggen. Wie weet zal het Arabisch socialisme een enorme aanhang kennen, eentje in de stijl van het Nasserisme van Egypte.
    Dit zal een effect hebben op de hele wereld; ik ben er 150% zeker van dat als er iamnd anders aan de macht zal komen die ONMIDDELLIJK de goede banden met de VS/ISRAEL zal verbreken…
    Iran wint nog meer aanhang en het Midden Oosten transformeert in een regio die ook democratie zal kennen. Dit zal onlosmakelijk verbonden staan met een afkeer tov Westen ( en terecht)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: