Protest, arbeidersstrijd en repressie in Servië

maandag 18 april

In Servië vond afgelopen zaterdag een grote demonstratie tegen de regering plaats. Ze eisten vervroegde verkiezingen, verweten te zittende regering corruptie. Betogers riepen “Dieven”  en “Verkiezingen”. Oppositieleider Nicolic ging in hongerstaking om de eis van nieuwe verkiezingen kracht bij te zetten. Op zondag stortte hij in en werd met hoge bloeddruk in een ziekenhuis opgenomen. De demonstratie is een signaal van onvrede, en daar is reden voor. Maar de organisatie van de betoging – de nationalistische Progressieve Partij – kanaliseert die onvrede voor eigen politiek gewin. Gelukkig zijn er in Servië ook andere manieren waarop de ontevredenheid naar voren komt – manieren waar de staat soms met compromissen, maar met soms ook  forse repressie, op reageert.

Servië isd met goed fatsoen geen dictatuur a la Egypte te noemen. Het is een democratie, in dezelfde beperkte zin dat Nederland een democratie is. De roep om nieuwe verkiezingen kan niet worden onderbouwd met verwijzing naar vervalste uitslagen en soortgelijke verkiezingsmanipulaties. De laatste peresidentsverkiezingen, in 2007, brachten president Tadic, een pro-Westers politicus, in ty het zadel. Diens Democratische Partij won in dat jaar ook nog parlementsverkiezingen. Van grootschalige fraude en woede daarover herinner ik mij niets. Maar dat wil nadrukkelijk niet zeggen dat de demonstranten geen redenen hadden vor hun woede. De corruptie  bestáát. De situatie van arbeiders ís moeilijk, met bijvoorbeeld salarissen van overheidspersoneel die bevroren waren tussen mei 2009 en januari 2011. Dat demonstranten klagen over de aanpak van de economie door de regering is logisch, en dat ze hogere lonen eisten eveneens.

Maar de leiding van dit protest, en de bijbehorende politieke inkleuring ervan, boezemt geen vertrouwen in. Het betreft een nationalistische partij, die de grieven van mensen inzet tegen de regeringspartij voor eigen politiek gewin. Die regeringspartij koerst aan op EU-lidmaatschap en weigert vooralsnog nieuwe verkiezingen. Dat EU-lidmaatschap en de huidige liberale koerss armoede voor grote bevolkingsgroepen imliceert, klopt. Dat het wijzigen van die koers, het omzetten ervan in bijvoorbeeld een meer pro-Russische koers (eerder vaak een streven van nationalisten in Servië) die armoede echt gaat opheffen, is helemaal niet aannemelijk. Veel waarschijnlijker is het dat, als Nikolic’ nationalisten winnen, er economisch weinig verandert, andere politici hun zakken via corruptie kunnen vullen, terwijl vooral het buitenlands beleid zal verschuiven en de chauvinistische retoriek rond bijvoorbeeld Kosovo verder wordt opgevoerd. Maar van buitenlands beleid en chauvinistische retoriek kunnen arbeiders niet eten.

De demonstratie is dan ook een vorm waarmee politici inspelen serieuze grieven van mensen, om daarmee hun eigen posities te versterken. Gelukkig zijn er andere, positiever vormen waarin de onvrede tot uiting komt – vormen waarbij de arbeiders veel meer op eigen terrein vechten. Zo was er op 25 maart óók een demonstratie in de hoofdstad Belgrado, van arbeiders in de openbare sector. Daaronder leraren, artsen,  zelfs politiemensen. Ze eisten betere arbeidsvoorwaarden en hoger loon. Al vanaf januari waren leden van drie van de vier onderwijsvakbonden in staking. Intussen hebben drie onderwijsbonden en regering een akkoord gesloten.

Hier betreft het, weliswaar in vrij gematigd vakbondsverband, arbeidersacties (afgezien van die politieagenten…), acties die waardering en steun verdienen. Maar het gata nog om vrij gematigde strijdvormen, en het leidt tot overleg en dergelijke. Daar kan de regering nog zonder repressie mee omgaan. Waar echter radicalere intitiatieven oopkomen, ligt dat anders. Dat merken activisten van het Anarcho Syndicalistisch Initiatief in Servië bij herhaling. Dit ASI propageert directe arbeidersacties, zonder omwegen als vakbondsbemiddeling en regeringsingrijpen. Langs die weg beoogt de ASI, net als soortgelijke anarchosyndicalistische groepen als de Anarchosyndicalistische Bond (ASB) in Nederland, hogere lonen en betere arbeidsomstandighjueden te bereiken, maar tegelijk te vechten voor de omverwerping van kapitalisme en staat. Het is, wat mij betreft, één van de betere soorten van revolutionaire theorie en praktijk.

Activiteiten in deze geest stelt de Servische staat bepaald niet op prijs. Herhaaldelijk hebben activisten van het ASI dan ook met onderdrukking te maken. Een recent voorbeeld daarvan, uit berichtgeving daarover van februari van dit jaar: Milan Stojanovic, algemeen secretaris van ASI, wordt verdacht van diefstal van een motorvoertuig – een gebeurtenis waarvoor hij in 2006 al eens als getuige was gehoord. Milan kan helemaal niet autorijden, maar hij werd wel door politie ondervraagd als verdachte. Hij kan, indien schuldig verklaard in wat overduidelijk geen eerlijke rechtsgang is, wel vijf jaar gevangenisstraf krijgen.

Het is te hopen dat deze onderdrukkingspoging niet slaagt. Anarchosyndicalistisch activisme kan de arrbeidersstrijd helpen versterken en verscherpen. Het is dan ook te hopen dat repressiepogingen ertegen, zoals die via de rare aanklacht tegen Milan Stojanivic bijvoorbeeld plaatsvinden,  niet slagen. En in andere landen, ook in Nee derland, is het nodig dat we klaar staan om solidariteit te betuigen met de anarchosyndicalisten in Servië.

Advertenties

One Response to Protest, arbeidersstrijd en repressie in Servië

  1. Kac schreef:

    Bravo! do Pobede!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: