Over repressie, politieke identiteit en solidariteit

zaterdag 7 mei

Wat was de reden van de aanvallen die de grote politiemacht op 1 mei uitvoerde op demonstranten en opstanders, op het recht op demonstratie, meningsvrijheid en bewegingsvrijheid, en op het recht op vrije nieuwsgaring? Waarom kozen autoriteiten ervoor om Utrechtse wijken en straten tijdelijk om te toveren tot een openlijke politiestaat in vol bedrijf? Calculatiefouten? Frustraties van agenten? Een overreactie van het gezag, op basis van een onjuiste ‘dreigingsanalyse’? Al dat soort dingen kunnen hebben meegespeeld. Maar ik denk dat er meer aan de hand is dan mismanagement, wanbestuur, fouten en vergissingen. Volgens mij is er sprake van een achterliggende beleidskeuze. Die kunnen we maar beter boven water halen, onder ogen zien, en er een effectief antwoord op vinden.

Om te beginnen past het politiegeweld in Utrecht in een escalerende trend. Vorig jaar waren er politeaanvallen op 1 mei-demonstranten in Nijmegen en Rotterdam. In oktober van dat jaar was er het opvallend grove optreden tegen kraakdemonstraties, vooral in Amsterdam maar ook elders. In januari sloegen agenten stevig in op groepen demionstranten die na afloop van de grote studentenmanifestatie hun protest voort wouden zetten, bij het ministerie van onderwijs en op het Plein dichtbij de Tweede Kamer en dergelijke.Charges, agenten te paard die op demonstranten inreden, meppende agenten, gewonden, gearresteerden, het is een bijna vartrouwd geworden partoon dat toch telkens weer shockeert. Het insluiten van 200 demonstranten door pakweg 150 ME-ers, agenten te paard, 15 politiebussen en ME-voertuigen en zestien griezelige agenten in burger die keer op keer een aanval op de demonstratie deden was een nieuw dieptepunt in deze trend. Maar het kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Alleen al daarom is het onvoldoende op dit optreden louter te wijten aan locale inschattingen van plaatselijke bestuurders.

Wat zijn de redenen van deze trend? Ik zie er een paar. Er is de economische crisis, de bezuinigingen die gaande zijn en de bezuinigingen die nog gana komen. Hier en daar is protest daartegen, maar de schaal is niet groot en de onderlinge samenhang evenmin. Er is de autoriteiten veel aan gelegen om dit zo te houden. Het is de autoriteiten er bovendien veel aan gelegen om protest te kanaliseren, in brave inkapselvormen geduwd te krijgen en te houden. Betogingen met een iets radicaler uitstraling ku dienen, vanuit dat perspectief, ontmoedigd te worden. Als immers radicaler demonstraties beginnen aan te sluiten bij wat grotere groepen mensen voelen maar nog niet in daden omzetten, dan kunnen radicale protestvormen groter worden, en dan kunnen grotere groepen voor radicaler protestvormen beginnen te kiezen. Daarom richt de onderdrukking zich met name tegen demonstranten die niet op voorhand alle politieverordeningen klakkeloos volgen, demonstranten die niet op voorhand afzien van het recht omk vlaggestokken mee te voeren, stokken te gebruiken om spandoeken – groter dan 1 bij 1,5! – aan te bevestigen, een stukje verder willen lopen dan het officiéle eindpunt dvan de demonstratieroute en dergelijke. De angst is niet zozeer dat demonstranten ‘gewelddadig’ worden. De angst is dat demonstranten zich niet voor 100 procent aan opgelegde staatsregels, vermomd als ‘afspraken’, houden. Dát moet geen gewoonte worden, deelname aan dát soort demonstraties kan maar beter ontmoedigd worden, met een fikse dosis repressie. Het betreft hier dus onderdrukking van een specifiek sóórt demonstraties en demonstranten.

Dat het bovenstaande een rol speelt, blijkt uit wat voor types demonstraties wel onderdrukt worden, en wat voor types (nog?) niet. Kraakdemonstraties krijgen het te verduren. De één-mei-demonstraties vanuit anti-autoritair links eveneens. Studenten en anderen krijgen klappen na afloop van een manifestatie, als het officiële, goedgekeurde en daarmee ingekapselde deel is afgelopen. Maar de studentendemonstratie van 12 april, waar studentenbonden, een groepering als Rood en zelfs de PvdA een prominente rol in speelden, kon on gestoord plaatsvinden. Manifestaties die netjes op één plek blijven, zoals die van Rekening Retour op 23 oktober vorig jaar en de Eén-mei-viering in Amsterdam dit jaar, werden niet aangevallen. Een grensgeval was de Rotterdamse één-mei-demonstratie. Vorig jaar viel de politie die vrijwel onmiddellijk aan, met verwijzing naar stokken aan spandoeken en vlaggen die niet zouden mogen. Dat verbod werd echter juridisch aangevochten, de rechtbank gaf het Rotterdamse gezag ongelijk, en dit jaar kon de optocht ongestoord en met vlagvertoon en alles plaats vinden.

‘Nette’ demonstraties die zich aan opgelegde ‘spelregels’ houden. ‘Wilde’ demonstraties zijn taboe en worden steeds harder aangepakt. Mensen die na een ’t nette’manifestatie zich buiten het toegestane terrein wagen, kunnen weer we; moeilijkgheden met politie krijgen. Toen ik samen met enkele andere actievoerders na afloop van de manifestatioe tegen massa-ontsslagen in den haag nog even wat wilde drinken op hget plein, hielden ME-ers ons tegen: actiemateriaal inleveren, en anders niet verder. We zijn niet verder gegaan. Ook hier is het de angst voor een ‘wildheid’, met name als die samen kanvloeien met breder levende onvrede die hier tot uiting komt. Het is natuurlijk ook een heel star ‘regel is regel’ waar het Gezag van houdt.

Twee aanvullende factoren spelen ook een rol. Er zijn de politieke verhoudingen, de grote kracht die rechts het laatste jaar heeft gekregen, met de VVD als grootste partij die de regering leidt, en de PVV die deze regering onmisbare ‘gedoogsteun’ biedt. Beide partijen zijn openlijk autoritair, waar het gaat om politie en bijbehorende bevoegdheden. De PVV gaat hierin nog aanzienlijk verder dan de VVD. Politiekorpsen en burgemeesters die tóch al geneigd zijn demonstraties kort te houden en de politie alle ruimte te geven tot hard optreden, voelen zich met de huidige regering, in de huidige krachtsverhoudingen, extra gelegitimeerd. We zien dat de schijn die politieagenten de laatste twintig jaar poogden op te houden – de schijn van vriendelijke redelijkheid, ook tegen linkse demonstranten – weer plaatsmaakt voor de harde kern van wat de politie nu eenmaal te bieden heeft: afkeer van links, hardhandige ordehandhaving, de zweep erover.

Deze kern was nooit helemaal weg. Maar in de huidige politieke verhoudingen weten politiekorpsen dat ze op dit gebied met méér weg komen dan vijf jaar terug, en dat ze daarvoor ook méér begrip en zelfs aanmoediging onder flinke delen van de bevolking zullen ontmoeten. PVV-kiezers zullen het aftuigen van één-mei-demonstranten verwelkomen, soms zelfs roepen om een schepje er bovenop. En er zijn véél van die kiezers. Nee, deze rechtse mensen zijn niet de oorzaak van de onderdrukking, dat zou betekenen dat de polityie het uitvoerend orgaan is van kiezers, en dat is een democratische fictie. Maar autoritair staatsoptreden vindt bij deze kiezers wel steun en legitimatie die de repressie in de kaart speelt.

Een tweede factor is waarschijnlijk het kraakverbod dat sinds oktober 2010 van kracht is. Daarmee is niet alleen de aanval op krakers en hun panden makkelijker, maar voelt de politie zich waarschijnlijk sterker tegenover demonstranten uit kraakpanden, of uit met kraakmilieus verweven netwerken. Krakers, of demonstranten die voor krakers doorgaan in politieogen, zijn met het kraakverbod nu al een soort halve criminelen, ook als het niet om daadwerkelijke kraakactiviteiten gaat. De drempel voor agenten om grof op te treden is daramee verlaagd, de neiging om zich bot te vieren en de verholen vijandigheid die in politiekorpsen en andere gezagsdragers toch al tegen krakers bestaat te openbaren vergroot. Kraakdemonstraties, maar ook andere betogingen met de uitstraling van kraakdemonstraties, zijn daarmee min of meer vogelvrij geworden, naar mijn indruk.

Dat de repressie zich met name richt tegen een bepaad soort demonstraties, een bepaald soort demonstranten ook, bleek indirect ook uit het vonnis waarmee een rechtbank het vlaggen- en spandoekstokkenverbod torpedeerde. In het vonnis, dat ik vond via de website van het Rotterdamse 1 Mei Comité, staan een paar zeer intrigerende zinnen. “Ook in de door de verweerder overigens aan het verbod ten grondslag gelegde redenen, te weten de aard van de betoging en de stelling dat deelnemers aan de 1 m ei demonstratie veelal antiautoritaire personen zijn, ziet de rechtbank geen grond voor de in het geding zijnde voorschriften.” De ‘verweerder’ is hier het gemeentebestuur dat een stokkenverbod overeind wilde houden tegen het 1 Mei Comité dat dit aanvocht; de ïn het geding zijnde voorschriften”en het “verbod” slaan op dat verbod op stokken aan vlaggen en spandoeken.

Maar mij gaat het hier om die “anti-autoritaire personen” Blijkbaar had het gemeentebestuur naar voren gebracht dat er zulke “anti-autoritaire personen” aan de betoging zouden meedoen, en dat dáárom strenge regels nodig waren. Blijkbaar gaat het hier dus om de identiteit van demonstranten, hun politieke keuzes en uitstraling daarvan. Dat het bij veel Rotterdamse betogers bepaald niet om bij uitstekl anti-autoritaire mensen gaat, is overigens evident: veel van hen willen gewoon de autoriteit van Rutte, Verhagen en Wilders inruilen voor de autoriteit van Marx, Lenin, Engels, Stalin en Mao, getuige de prominent meegevoerde vlaggen. Maar daar gaat het nu niet om. Er is kennelijk een samenhang in bestuurdershoofden tussen de nodig geachte onderdrukking enerzijds, en de politieke identiteit van demonstranten, van “anti-autoritaire personen” – soms noemt men zulke lui gewoon ook anarchisten – anderzijds. Dat in dit ene geval de rechtbank hier niet in meegaat, is waar. Maar ik zie een onderliggend patroon; steeds zwaardere repressie is gerechtbvaardigd om “anti-autoritaire personen” en hun activiteiten met kracht tegen te we werken en te ontmoedigen. De repressie is daarmee een aanval op een bepaalde vórm van activiteit, van bepaalde politieke opvattingen. Het is een aanval op onze politieke identiteit.

Helemaal zorgwekkend wordt het volgens het Gezag als deze politieke identiteit, en de dragers ervan, grenzen doorbreken, uit hun isolement treden, aansluiting vinden bij andere groepen mensen aan de onderkant. Naar mijn mening ligt daar een reden van de grove pogingen om buurtbewoners wég te houden van 1 mei-demonstranten, in Utrecht trouwens wél grotendeels “anti-autoritaire personen”. Betogers spraken over crisis, woningnood, sociale narigheid – zaken waar buurtbewoners rechtstreeks mee te maken hebben. Ons verhaal ging deze mensen aan, een aantal buurtbewoners lieten blijkens hun verklaring na de demonstratie ook merken dat ze daar open voor stonden en waardering voor hadden. De politielinies beoogden niet alleen ons te intimideren. Ze hadden ook als functie ook om aan de buurt te laten zien dat je met deze “anti-autoritare personen” maar beter niets te maken kon hebben als je tenminste geen narigheid wilde. De opzet mislukte nogal: buurtbewoners kozen de kant van demonstranten, moedigden ons soms aan, en kregen daarvoor zélf politiegeweld te verduren. De muur tussen betogers en andere delen van de bevolking moest gehandhaaft worden, met geweld. Maar precies dat provocerende geweld heeft tekenen van solidariteit aan mensen ontlokt die de repressiepoging politiek tot op zekere hoogte al hebben doen mislukken.

Hoe dienen we verder met deze onderdrukking om te gaan? Er staat veel op het spel. Dat de politieke identiteit van een bepaald type actievoerders met name onder vuur ligt, van die “anti-autoritaire personen”, wil helemaal niet zeggen dat alleen déze actievoerders belang hebben om zich te weren. Ik noemde al mensen wiens onvrede voedinsgbodem kan bieden aan uitbreideing van radicaler, ook anti-autoritair, protest en verzet. Ook hun rechten zijn bedreigd als radicale demonstranten het leven wordt zuur gemaakt. Het verbond tussen anti-autoritair links en bredere bevolkingsgroepen, of beter: de deelname van dat type links aan het verzet van die bredere groepen waar we immers zelf déél van zijn, is in het belang van héél die bevolkingsgroepen, het gaat om ieders rechten. Dat dienen we expliciet te maken, keer op keer op keer.

En delen van links die gematigder zijn worden óók geraakt als linksradicalen als vogelvrijen worden behandeld door politie en gemeentebesturen. Stél immers dat het de staat lukt om anti-autoritair links te breken of wezenlijk te verzwakken. Dan zijn groepen die daar enigszins in de buurt komen, een béétje anti-autoritair zijn, in sómmige opzichten, doelwit. Als krakers, anarchisten en aanverwanten van de straat zijn geknuppeld, dan is vervolgens de IS aan de beurt, en Rood, en Dwars. Nu al heeft bijvoorbeeld de IS te maken met politiemensen die borden afpakken onm hetzelfde soort d reden als dat vlaggestokken en dergelijke verboden worden. Ook zijn de laatste paar jaar IS-ers die kranten verkopen en pamfletten uitdelen, lastiggevallen en in 2008  beboet. Iets dergelijks overkwam herfst 2010 mensen die tot deelname aan de manifestatie van Rekening Retour opriepen door flyers uit te delen.  Het achterliggende motief is vergelijkbaar: uitstraling van links gedachtengoed naar bredere bevolkingsgroepen aan de onderkant wordt van staatswege niet bepaald gewaardeerd. Groepen als de IS, waarbinnen sommigen op zichzelf weinig waardering op weten te brengen voor anti-autoritair links, kunnen zich maar beter over de anarchofobie in eigen kring heenzetten en zij aan zij tegen de repressie stelling nemen. Omgekeerd dienen anarchisten de in onze kringen bestaande trotskistofobie ook op de juiste momenten weten af te schudden en voor IS-ers op te komen als zij doelwit zijn van het soort repressie dat gisteren en morgen ons ook weer treft.

En dit hele patroon gaat verder. Er is, óók als de staat eerst antoi-autoritair links, en vervolgens de IS en dergelijke, zou breken, immers altijd een meest-linkse groep die over blijft en die dan het vólgende doelwit wordt. Sociaalsdemocraten, gematigde vakbondasctivisten en dergelijke, die anarchisten en IS-ers te radicala vinden en daraom prijs geven aan politiegeweld, zien darabij over het hoofd dat, als anarchisten en IS-ers verdwenen zijn, zíj de meest linksradicale st overg blijvers zijn geworden, en daarmee doelwit van staatsrepressie. Versmalling van het politieke spectrum, zodat staat en kapitaal politiek sterk staan tegenover onvermijdelijke uitbarstingen van protest en verzet, zodat binnen die uitbarstingen weinig heldere radicale opvattingen kunnen postvatten, dat is de functie van deze trend van repressie. Vechten tegen deze versmalling door op te komen voor iedereen ter linkerzijde die doelwit ervan is, ongeacht onze verdere meningsverschillen, is deel van ons noodzakelijke antwoord.

Maar juist als anti-autoritairen dienen we ook, met hart en ziel voor onze specifieke politieke identiteit die onder vuur liogt op de komen. Het gaat daarbij niet om ons zelf alleen, dat het veel breder is ligt immers in die identiteit zelf besloten. We willen solidariteit, niet alleen onderling, maar met en tussen iedereen die vertrapt wordt door de heersers, door kapitaal en staat.. We willen vrijheid, niet alleen voor onszelf voor voor alle onderdrukten, en dat betekent uiteindelijk: voor iedereen. We zijn nog met weinigen, maar on ze ambities zijn universeel: een bevrijde mensheid, een mensheid die zichzélf heeft bevrijd, iets waar we met onze ideën en praktijken aan bij willen dragen. We zijn er tegen dat mensen uit hun kraakpanden getimmerd worden wegens winstbejag, machtswellust en politieke scoringsdrang. We willen ook niet dat mensen aan de onderkant uit hun huurwoning gezet worden wegens huurachterstand, we willen ook niet dat mensen die, verstrikt in rare hypotheken, uit hun koopwoning worden gezet omdat ze de aflossing niet meer op kunnen brengen. We willen als anti-autoritaire linkse lui dat mensen, alle mensen en niet enkel wijzelf, behoorlijk kunnen wonen. Onze solidariteit is breed, universeel, het is geen beperkt groepsbelang dat we nastreven. Dezelfde breedheid is van toepassing op de strijd op de werkplek, de strijd voor toegankelijke gezondheidszorg en vrij onderwijs. We dienen daar te zijn waar strijd en opstandigheid is, en daarana bijdragen. Precies het gevoel van buurtbewoners dat de 1 mei demonstratie ook over hún rechten en problemen ging, maakte ons allemaal sterker. Daar ligt onze kracht, en als we die goed benutten kan geen wereldmacht aan ME-ers, stillen en weet ik wat daar tegenop.

Advertenties

One Response to Over repressie, politieke identiteit en solidariteit

  1. VaQm schreef:

    Ik denk dat je analyze heel goed en heel belangrijk is. Het is een bepaald soort protest dat niet getolereerd wordt, ons soort protest. De overheid weet al heel lang dat er roerige tijden zitten aan te komen. Vandaar allerlei nieuwe bevoegdheden voor de politie en de toenemende controle drift. Straks mogen we helemaal niet meer de straat op… (dan mag je je alleen nog maar op een facebook protest pagina aanmelden, wel zo makkelijk voor de openbare orde). Maar we moeten ons nooit laten verleiden tot demonstreren voor ons recht om te demonstreren. Laten we in het oog blijven houden waar het ons om gaat: gelijkwaardigheid en solidariteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: