Dág tegen homofobie

maandag 16 mei

Een dag tegen dit, een dag voor dat, voor wie oplet is er elke dag wat. Zo is het morgen de Internationale Dag tegen Homofobie. Ik wist dat ook niet, ook al ben ik erkend, gediplomeerd en praktiserend homo. Maar een opiniestuk van Sophie in ’t Veld en Pia Dijkstra, allebei D 66, de één tweede Kamerlid, de ander Europarlementariër, wees mij op dit opmerkelijke feit. Het artikel wijst op reeksen voorbeelden van ongelijke behandeling van homo’s, lesbo’s en transgenders in vergelijking met hetero’s. Het artikel wijst erop dat er nog veel te doen is voordat homofobie en de bijbehorende ongelijke behandeling tot het verleden behoort. De beide parlementariërs hebben daarin gelijk. Maar hun oproep aan de gevestigde politiek voor emancipatorisch beleid is voor een flink deel verkeerd gericht. Dat is echter niet de enige reden dat het artikel gemengde gevoelens bij mij oproept.

De schrijfsters wijzen erop dat Nederland haar voortrekkersrol op het gebied van homop-emancipatie de laatste jaren steeds meer kwijtraakt. En inderdaad, een handvol weken geleden was er aandacht voor het feit dat Nederland tien jaar geleden als eerste land overging tot erkenning van het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht, het ‘homohuwelijk’ (een slordig woord, maar ik zal het kortheidshalve in het vervolg ook maar gebruiken). Inmiddels accepteert de Nederlandse regering dat er hooguit pas op de plaats wordt gemaakt, dat andere landen die het homohuwelijk niet erkennen, ook in Nederland getrouwde homo- of lesbo-stellen mogen discrimineren en dergelijke. Zo is er nog wel meer, blijkens het op zich lezenswaardige stuk.

Waar het mis gaat in dit stuk? Ik zie enkele punten. Specifiek Nederlands beleid blijft goeddeels buiten schot, het gata vooral over de Nederlandse reactie op buuitenlands (anti-)hom0beleid. Nederland hoort echter helemaal niet zo vrijuit te gaan. Zo kwam onlangs in het nieuws dat ook de huidige minister van onderwijs én emancipatiezaken, Marja van Bijsterveldt,  nog steeds ‘weiger-ambtenaren’ bij de burgerlijke stand accepteert. Het betreft hier ambtenaren die, uit principiële redenen, geen huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht willen helpen voltrekken. Erkenning van  dit recht komt neer op erkenning van homofobie, van homodiscriminatie. Dat er bij wordt gezegd dat homo-stellen ten allen tijde dan met hulp van een andere ambtenaar moeten kunnen  trouwen, is wel leuk maar doet aan de discriminerende uitstraling die de erkenning van ‘weiger-ambtenaren’ heeft, niets wezenlijks af. Door deze erkenning wordt homo-discriminatie in en vanuit het overheidsapparaat gelegitimeerd. Nederland is niet enkel nalatig in het hekelen en bestrijden van homofobie in andere landen, Nederland tolereert niet alleen de homofobie in Litouwen. Nederland kent homofobie van staatswege, en dat dient hardop gehekeld te worden. Overigens heeft Pia Dijkstra zich over dit standpunt van Van Bijsterveldt wel verontwaardigd betoond. Maar in het artikel van vandaag ontbreekt dit punt helaas.

Een tweede tekortkoming vlioet voort uit de politieke kijk van de twee schrijfsters. Homofobie is een kwestie van l wetgeving en bestuurlijk beleid. Maak de wetgeving in orde, en de kern van het probleem is opgelost. Moedig politici aan om dit te stimuleren, dan zijn we op de goede weg. Om met de slotzin van het stuk te spreken: “Rutte, geef homofobie in de EUeen rode kaart”. Het is voor hen allemaal een kwestie van politiek, legaliteit en juristerij.

Geen misverstand om te beginnen: discriminerende wetgeving móét verdwijnen, om dezelfde reden dat wetgeving die ongelijke behandeling tussen vrouwen en mannen, tussen witte en zwarte mensen belichaamt, moet verdwijnen. Het openstellen van het huwelijk voor hetero’s en niet voor lesbo’s en homo’s, was een vorm van uitsluiting, van discriminatie. Het is volstrekt vergelijkbaar met het verbod van vrouwen om auto te mogen rijden dat nog steeds van kracht is in Saoedi-Arabië. Dat verbod wordt momenteel door vrouwen uitgedaagd en bevochten, en terecht. Het openstellen van het huwelijk voor lesbo’s en homo’s was evenzeer terecht. Het was een product van strtijd, van protest, zoals nu in Saoedi-Arabië ook strijd wordt geleverd. Het was en is geen kwestie van een klemmend beroep op Rutte of op de Saoedische koning die hier de doorslag zal geven – een dimensie die in het artikel ontbreekt.

Net zomin als het opheffen van het verbod voor vrouwen om auto’s te besturen betekent dat we dús een fan zijn van autorijden, net  zo min betekent de erkenning van het homohuwelijk echter dat  we dús fan zijn van het huwelijk als formele relatievorm. Auto’s stinken, maken lawaai, het gebruik ervan verziekt de luchtkwaliteit en vereist natuurvernietigende autowegen; het ding slorpt fossiele brandstof en helpt het klimaat zo verder op hol te slaan. Een duurzame wereld is een autovrije wereld.

Het huwelijk sluit mensen op in van staatswege ingekaderde relatiepatronen, met de bijbehorende afhankelijkheidsrelaties, zowel binnen het huwewelijk, tussen de partners en evenntuele kinderen, als tussen de beide partners en de overheid. Het geeft die overheid een soort greep op hoe mensen hun privé-leven organiseren. En als ‘erkende’ relatievorm die verheven is boven de  niet-erkende vormen, legt het een bepaalde norm op van ‘hoe het hoort’. Maarb al te vaak draait het huwelijk, met de opgeklopte verwachtingen die eraan kleven, uit voor een hel voor alle betrokkenen, vooral ook voor de kinderen die erin opgroeien. Een vrije wereld is een wereld waar mensen geen officiële erkenning meer zoeken voor   hun intimiteit, waarin de organisatie van ieders liefdesleven iets van de rechtstreeks betrokken zelf is, iets dat ze in vrijheid regelen en waar geen ambtenaar aan te pas komt. Een vrije wereld is een wereld zonder huwelijk-als-hoeksteen.

Erkenning van het homohuwelijk heft een vorm van discriminatie op, maar de kern van die discriminatie – het feit dat relaties tussen mannen en vrouwen ‘normaal’ zijn, andere relatioevormen en wijzen van seksuele omgang ‘afwijkend’ verandert daarmee niets. Erkenning van het homohuwelijk bestrijdt formele discriminatie, maar aan de homofobie waar die disxcriminatie in wortelt, verandert daarmee op zich niets. Voor die onderliggende homofobie heb eeft het artikel weinig tot geen oog. De afkeer van discriminatie die eruit spreekt is vast oprecht. Maar de benaderingswijze van homofobie als louter een kwestyie van wettelijke discriminatie en dergeklijke is zeer oppervlakkig.

Des te stuitender is het dat je buiten dit soort links-liberale standpunten over het hele punt van onderdrukking en bevrijding van lesbo’s, homo’s, biseksuelen, transgenders ter linkerzijde zo weinig hoort. Rechts gaat maar al te makkelijk met het thema aan de haal, maar dan vooral om ermee te ‘bewijzen’ hoe slecht  ‘de Islam’ is. Als homo’s gediscrimineerd worden door Christelijke bestuurders, dan horen we vanuit deze rechterzijde weinig tot niets. Zo kwam vorige week een gemeentebestuur in het nieuws dat een man weigerde een rijbewijs te geven. Reden: “De autoriteiten (…) vinden homoseksualiteit  een psychische aandoening die de verkeersveiligheid in gevaar brengt.” De man had tijdens zijn dienstpicht verteld dat hij homo was. Artsen van een militair hospitaal onderzochten hem en gaven aan de autoriteiten door dat de man “de verkeersveiligheid in gevaar in gevaar bracht.”  Vandaar dus: homo? Dan geen rijbewijs.

Dit vond plaats in het Europese land Italië, in het zuiden. Iets soortgelijks was een man op het Italiaanse eiland Sicilië ook al overkomen: die raakte zijn rijbewijs kwijt, deed opnieuw rij-examen  maar krege toen alleen een gehandicapten-rijbewijs. Uiteindelijk kreeg hij een schadevergoeding van 20.000 euro. Maar daarmee is de vernederende gang van zaken niet ongedaan gemaakt, en bleek h de soortgelijke gebeurtenis van vorige week ook niet voorkomen. Zou dit alles plaatsgevonden hebben in Turkije of Marokko, dan had Wilders er  schande van gesproken. Maar nu het plaatsvond in Italië, waar ze veelal katholiek zijn, net als bijvoorbeeld in Wilders’ thuisbasis Venlo. Het aanklagen van homodiscriminatie is voor die Grote Leider een argument vóór discriminatie van moslims, geen ernstig te nemen steun tegen discriminatie van homo’s en lesbo’s.

Rechts vinden we dus geen echte vrienden van homobevrijding, en met de links-liberale legaliteit van Sophie in ’t Veld en Pia Dijkstra komen we ook te weinig verder. Ongelukkig genoeg hoor je uit radicaal linkse hoek over het hele onderwerp tamelijk weinig. Dat is slecht en gevaarlijk. Het is gevaarlijk omdat, als revolutionairen geen krachtig stelling nemen, contrarevolutionairen het wel doen. Wat wij laten liggen, wordt extra handig door de PVV misbruikt. Zo krijg je situaties waarin opiniepeilingen van de Gaykrant een dramatisch hoge steun onde rhomo’s voor politici als Fortuyn en Wilders laten zien. Als links geen echte bondgenoot is, zullen veel homo’s het valse bondgenootschap van rechts tolereren, accepteren, zelfs toejuichen.

Het is slecht omdat er intussen, ook in het vrijzinnig geachte Nederland, van wijdverbreide homofobie sprake is, met of zonder homohuwelijk. ‘Homo!’  is, onder middelbare scholieren, onder bezoekers van voetbalwedestriojden – en dus kaalrblijkelijk on der zeer brede lagen van de bevolking – een volsttrekt gangbaar scheldwoord. ‘Mietje’ als scheldwoord is ook wijdverbreid, en daarvan weten veel mensen niet eens meer de homofobe connotaties te herkennen.

En het gaat verder dan schelden. Bezoek aan homo-ontmoetingsplaatsen in parken of bij parkeerplaatsen is niet alleen een teken dat heel veel mensen een dubbelleven leiden, niet voor hun voorkeur durven uit te komen onder vrienden en familie. Zulk bezoek is ook nog eens riskant, en soms levensgevaarlijk. Van een deel van het anti-homogeweld dat plaatsvindt wordt aangifte gedaan, soms leidt een moord of mishandeling met homofobe achtergrond tot aanhouding en veroordeling van daders. Maar hoe vaak durft iemand die slachttoffer van potenrammerij is ook géén aangifte te doen, uit angt dat  bekend wordt dat hij seks heeft of zoekt met andere mannen?

Die angst laat zien hoe diep, alledaags en wijdverbreid homofobie in Nederland nog steeds is. Strijd daartegen hoort van een strijd voor een vrije en solidaire wereld een vanzelfsprekend deel uit te maken. Dat dit nog vaak niet het geval is, duidt op een nalatigheid die onder ogen gezien moet worden, om stevig te worden aangepakt. Zodat we eenmaal, niet slechts op één dag in het jaar maar iedere dag, kunnen zeggen: dág tegen homofobie.

Advertenties

4 Responses to Dág tegen homofobie

  1. Jelle schreef:

    Goed stuk, Peter. Maaruh, mag ik ook “gediplomeerd homo” worden 😛 ?

  2. Peter Storm schreef:

    Van mij wel hoor:-), dat gaat zónder toestemming van wie dan ook trouwens prima 😀

  3. Tommy Ryan schreef:

    *wiseguymode*
    Betreft het dan gediplomeerd homoschap of gediplomeerd en toevallig ook nog homo?

    Gegroet Peter, goed stuk. Ik zou zeggen, schrijf er meer over. Misschien wel goede stof een keer voor een tof hedendaags pamfletje?

    Grt!

    • peterstorm schreef:

      *Grijns* Eerder het eerste dan het tweede, al geldt het tweede ook, maar dat type diploma’s zijn net als paspoorten: je hebt ze indeze maatschappij helaas nodig maar ze zijn inherent verkeerd. Ook een gediplomeerd homoschap:-) Let us declare war on ALL diplomas! Maar ik vond ’t wel leuk om op één en ander op deze wijze te formuleren…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: