Protesten Spanje: van bijzondere betekenis

zondag 22 mei

Vandaag is de achtste dag van protesten in Spanje, en de acties kunnen al op minstens twee succesen bogen. Het eerste resultaat is: demonstranten hebben nu de aandacht. Zelfs het NOS-journaal dat op vrijdag nog zweeg over de demonstraties, had er zaterdag een uitvoerige reportage over de gebeurtenissen. Het tweede resultaat is: de actievoerders hebben aangetoond dat ze op dit moment sterker staan dan de autoriteiten. Het gezag verbood de demonstraties voor twee dagen vanaf middernacht van vrijdag op zaterdag. Demonstranten lieten het moment verstrijken, riepen “Nu zijn we illegaal”, en gingen verder met het bezet houden van het Puerta del Sol, dat als Madrids Tahrir-plein is gaan functioneren.  Openbare ongehoorzaamheid van tioenduizenden mensen tegenover een regering die haar orders niet kan of wil opleggen, is verlies voor de macht. En het vormt een overwinning op zich voor het protest zelf.

Dat protest begon dus een week geleden, met acties in tientallen steden. Er was een aanleiding, zoals een verhelderend Left Flank-blog-artikel laat zien. Een groep maakte zich boos over nieuwe wetgeving die filesharing, het uitwisselen van bestanden strafbaar probeert te stellen. Er kwam een oproep om niet op de de twee grote partijen die vóor die wet stemden, de regeringspartij PSOE (sociaaldemocratisch) en de PP (conservatief) te stemmen bij de regio-en gemeenteverkiezingen die er aan kwamen en die vandaag plaatsvinden. Dat bleek onderdeel van veel bredere frustraties vanwege de twee partijen die elkaar afwisselden aan de macht en beurtelings over de belangen van de bevolking heenwalsten met bezuinigingen. Er kwam een oproep, “voor echte democratie”, en de actiedag van vorige week was de uitkomst. Op zich was dat roepen om “echte democratie” tegen de gevestigde poltiek al een figuurlijke klap in het gezicht van politici. Partijpolitici doen hun uiterste best om zich tegenover ons te profileren als verschíllend van elkaar. Kies mij, ik ben béter dan die ander, of althans minder érg. Dát verhaal. En wat zeggen mensen op Spaanse pleinen tegen in ieder geval de twee grote partijen? Wat ons betreft zijn jullie één pot nat. Dat is, in zichzelf, al een scherp geluid.

Het protest is veelvormig en breed. Het richt zich tegen zovel de gevestigde politiek als tegen de grote bedrijven. “We zijn geen koopwaar van banken en politici”, was al meteen de leus, een slogan die een achtergrond van anders-globalisme onder initiatiefnemers doet vermoeden. Er is een veelheid aan verlangens, ideeën, eisen, sommigen hopen nog erg op welwillend epolitici die zich het lot van Spanjaarden aantrekken, anderen zijn veel radicaler. Er is niet één organisatie, er is niet één politiek standpunt, dat de beweging typeert of domineert. Een nuttig overzichtsstuk van Global Info stelt dat de eisen veelal “nogal vaan en in zekere zin apolitiek zijn”. Als ‘politiek’ betekent: partijpolitiek, uiting gevend aan een specifiek programma, dan klopt dit wel. En dit ‘apolitieke’ karakter, dat me doet denken aan “Vrij van de Partijheid” , briljante leus op t-shirts van de Anarchistische Groep Amsterdam, is deel van de krácht van het protest. Als we echter ‘politiek’ zien als alles dat het bestuur van de maatschappij raakt, dan is het hele gebeuren, inlcusief het rastjetoe aan eisen, zéér politiek. Je zou het haast een soort omgekeerde politiek, ‘anti’-politiek, kunnen noemen.

Diego Garrido Zújar spreekt, in een mooi artikel op Socialisme.nu,  van “een gebrek aan ideologie”, en stelt  “de ideeën die de strijd motiveren zijn onduidelijk.” Inderdaad, één heldere samenhangende ideeënwereld die de beweging inspireren is er niet, en het veelvormige mengsel van opvattingen dat mensen beweegt maakt ongetwijfeld geen glasheldere indruk. Het is echter eerder die diversiteit van opvattingen dan afwezigheid ervan die de bewegingen kenmerkt. Er is een véélheid van ideeën, van ideologische elementen zo je wilt. Maar de hoek waarvan die wind waait is wel aanwijsbaar. Deze wind blaast van onderop, en minstens impliciet vanuit links. Het is juist de niet-uitgekristalliseerde vorm daarvan die een groot, creatief potentieel laat zien.

Er zijn brede illusies. Je leest over linksliberale voorstellen om de staatsstructuur te hervormen zodat de greep van de twee grote partijen doorbroken wordt. Dat doet een beetje denken aan D 66, met haar staatsrechtelijke kroonjuwelen. Er is het idee om juist op kleine – en dat zijn veelal linkse – partijen te stemmen. Er is de bijna aandoenlijke oproep ‘we zijn niet tegen het systeem, we willen het systeem veránderen’. Maar er was ook een resolute afwijzing van het aanbod van een PSOE-functionaris om betogers te kunnen toespreken. 

Twee dingen maken de ondertoon echter veel en veel radicaler – in zekere zin revolutionair – dan uit veel van de praktische voorstellen zou blijken. De eerste is wat burgerlijke commentatoren en politiewoordvoerders, van Utrecht tot Madrid, graag aanduiden als de ‘harde kern’. Het was “een clubje van tientallen antisistemas” dat volgens de NRC “bleef hangen”, op dat plein in Madrid vorige week, waarmee de pleinbezetting feitelijk op gang kwam. ‘Antisistemas’, mensen tegen het héle systeem, “autonome beroepsdemonstranten”. De beroepsmatigheid laat ik voor de verantwoordelijkheid van de NRC. Maar dat radicaal linkse activisten geen ‘leidende’ maar wel een initiërende rol speelden, een rol van gangmaker, is zowel aannemelijk als bemoedigend.

Een Guardian-artikel van afgelopen vrijdag geeft een dynamiek aan. “De samenstelling van de protesterenden is niet zo mysterieus als je een wandeling op het oplein maakt. Zij die  er kamperen zijn onmiskenbaar deel van het anti-globaliseringskamp, gericht op sociale kwesties (rechten avn immigranten, honger in de wereld), idealistisch, vaak naief, en veelal met een antikapitalistische inslag. Het zijn er feitelijk erg weinig. Wat hier nieuw is dat ze versterkt worden met een veel bredere, veel meer down-to-earth menigte. Doe wordt gevormd doorgepensioneerden, voorbijgangers, boze ouders, maar nog steeds vooral van universiteitsstudenten.” Veelal jonge mensen, zo blijkt uit verslag na verslag. Bijna de helft van de jongeren heeft geen baan, dus dat juist jongeren opstandig zijn geworden, is niet erg vreemd. We laten de wat neerbuigende toon van het Guardian-citaat, over naiviteit en dergelijke,  even liggen.  Het punt is hier, wat mij betreft: dit protest is niet apolitiek, dit protest is in al  de diffuse diversiteit die elke beginnende beweging typeert nadrukkelijk tegen de gevestigde orde, tegen het overwicht van grote bedrijven, tegen een politiek bestel dat bezuinigt en de noden van mensen miskent en verwaarloost. Dit protest is, in die brede zin, links en niet zo’n heel klein beetje ook.

Er is een tweede aspect, misschien nog wel veel belangrijker dan het specifiek linkse karakter van gangmakers van de acties. Ongeacht wat voor eisen mensen formuleren, gematigd of radicaal, verward of messcherp, anti-systeem of vooral symptoombestrijding – het zijn de betrokkenen zélf die de eisen stellen en formuleren. Dat gaat niet door een handvol experts. Dat gebeurt door demonstranten zelf, die keer opp keer samenkomen in massavergaderingen, assemblees. Die duren vaak lang, ongetwijfeld vermoeiend lang. Maar ze bieden werkelijke zeggenschap aan de deelnemers, ze zijn een vorm van rechtstreekse democractie, tijdrovender dan eens in de paar jaar een stemhokje in en uit gaan, maar tegelijk ook een echt handvat voor echte zeggenschap.

Directe democratie, zelfbeschikking over de eigen strijd, het eigen protest, heeft als zodanig revolutionaire implicaties. De organisatie van het protest zelf – wéér de vorming van comités om de gang van zaken op de pleinen te regelen, voedselvoorziening, communicatie, noem maar op, net als op het Tahrir-plein – heeft dat eveneens. Mensen vinden hun eigen stemm, hun eigen kracht. Dat is al een flink stuk bevrijding op zich, hoezeer sommige van de eisen ook achter lopen bij dit diepgaande radicalisme.

Het is een context waar gevestigde politiek, inclusief hun linksere varianten, haaks op staat. Linkse politici, waaronder ook bepaalde vormen van linkse activisten gerekend mogen worden, zullen er veel aan doen om bijvoorbeeld de besluitvorming in kleinere groepen te concentreren, om de zaak ‘hanteerbaarder’ te maken, en ‘efficiënter’. Dan kunnen bijvoorbeeld in besloten kring eisen, een ‘programma’ geformuleerd worden, een pakket dat dan enkel nog aan de assemblees hoeft te worden voorgelegd ter acceptatie of afwijzing (of wijziging, ‘als het maar niet te lang duurt’…). Dat is inderdaad minder tijdrovend, maar ook aanzienlijk minder democratisch. Juist het moeizame gezamenlijk in het openbaar nadénken en beslissen over de gang van zaken is van revolutionaire democratie en zelfbestuur een kern.

Verdediging van de autonomie van onderop binnen de beweging zal deze dagen en weken dan ook een minstens zo belangrijk thema zijn als de verdediging en verdere uitbreiding van de protesten in de volle breedte. Bij die verdediging is anarchistische inbreng – inbreng van degenen die directe democratie en zelfbestuur niet enkel als actie- en organisatievorm, maar als kern van een nieuwe maatschappij zien – wezenlijk. De anarchosyndicalistische bond CNT heeft al een verklaring uitgebracht, intussen vertaald en op Indymedia geplaatst,waarin ze tot voortzetting van de pleinbezettingen en dergelijke oproept. Het zou erg verkeerd zijn, en arrogant, om de acties als het ware ideologisch in te palmen als zijnde anarchistisch. Maar het zou eveneens onjuist zijn, onverantwoordelijk zelfs, als we de relevantie van de acties voor anarchisten, en met name ook de relevantie van het anarchisme voor deze acties, over het hoofd zouden zien.

Er zijn brede, internationale redenen om deze protestgolf buitengewoon serieus te nemen. We zien sinds december vorig jaar  een golf van opstanden. Tunisieë en Egypte: revoluties en de val van twee dictators. Bahrein: revolutiepoging, bruut neergeslagen met Saoedische militaire steun en impliciet Amerikaans goedvinden. Libië: volksopstand, grof aangevl allen door de trtoepen van de dictator, waarna het verzet gemanipuleerd werd tot handvat voor Westerse interventie. Syrië: revolutie-in-wording, beantwoord met brute repressie maar desondanks nog steeds gaande. Jemen: ongeveer als Syrië, maar al veel langer gaande. In al deze landen stonden grote delen van de bevolking op tegen harde dictaturen, en brachten ze die minstens aan het wankelen.

Spanje is geen brute dictatuur. Dat maakt de ontwikkelingen er anders – maar niet minder belangrijk. Spanje is een moderne Europese industriestaat, met een parlementair-democratisch bestel, partijen, vakbonden, en het soort politieke-, pers- en meningsvrijheid die daarmee gepaard pleegd te gaan, met bijbehorende speelruimte én beperkingen. Onvrede kan daar naar voren komen, netjes gekanaliseerd via die partijen en bonden, soms ook in demonstraties en stakingen binnen redelijk vastomlijnde kaders. Het is, met alle verschillen, een land als Nederland of Groot-Brittannië. En juist in zó’n land breekt nu ook opstand uit. Dat is een dramatische uitbreiding van internationaal verzet. Er zitten nu nog maar drie landsgrenzen tussen een land in opstand en Nederland, en het zijn zeer poreuze binnengrenzen bovendien…

We zien hier ook het samengaan van meerdere dingen. In een aantal Europese landen, vooral in Griekenland, woeden hevige bezuinigingen, beantwoord met een reeks stakingen en demonstraties en af en toe rellen. Ook Spanje zag anti-bezuinigingsprotest, met  bijvoorbeeld een landelijke stakingsdag op 29 september 2010, hetgeen gepaard ging met straatactie en botsingen met de politie. Daarna wisten vakbondsbestuurders arbeidersstrijd beperkt te houden en te kanaliseren in vormen die de gevestigde macht niet ernstig bedreigden.

Op 7 april demonstreerden echter ettelijke duizenden jongeren die daartoe via Facebook waren opgeroepen, tegen bezuinigingen, onzekerheid op de arbeidsmarkt. Er waren verwijzingen naar de strijd tegen bezuinigingen in andere Europese landen. ER was ook een verwijzing naar de revoluties in Noord-Afrika: “De Arabische wereld liet zien dat een overwinning mogelijk is.” Het was als het ware een voorbode, een generale repetitie, van de acties die nu gaande zijn. De woede vanwege bezuinigingen en vooral vanwege de enorme werkloosheid vloeide al enigszins samen met de hoop, het vertrouwen vanwege de successen die strijdende menigten in Tunisië en Egypte hadden behaald. Dat zien we momenteel. Zoals de opstanden in Noord-Afrika de angst doorbraken, zo doorbrak het succes ervan in bijvoorbeeld Spanje kennelijk de apathie en ogenschijnnlijke berusting waarachter een broeiende woede zich ophoopte. Die woede is nu aan het exploderen.

De revolutiegolf die begon in Tunesië vloeit samen met de protestgolf tegen bezuinigingen die vanuit Griekenland al meer dan een jaar op gang is. Die fusie behoort tot het wezen, de kern van de opstandigheid in Spanje. En dát maakt de beweging aldaar op een acute, urgente manier relevant voor mensen in andere Europese landen die tegenover soortgelijke bezuinigingen staan en een soortgelijke inspiratie kunne  oppikken uit bijvoorbeeld Egypte. Het kan dus in Madrid. Er is steeds minder reden om te denken dat het niet ook in Amsterdam of Tilburg kan, en daar zijn we ook nog eens zelf bij. De solidariteitsactie die ook vandaag weer in Amsterdam plaatsvond en plaatsvindt biedt een aanknopingspunt. Dit soort acties gaan deze hele week door – net als de plein-actie in Madrid. Dat is althans het plan.

Daarmee zijn we terug bij de dag van vandaag. Het demonstratieverbod is dus grootschalig getrotseerd. Vijfentwintigduizend mensen hielden het plein in Madrid bezet, een Spaans persbureau schatte dat in het hele land zaterdag 60.000 actievoerders waren, aldus de BBC. Volgens El Pais waren er die dag “in meer dat 150 steden” protesten. Die krant meldt ook dat de conservatieve premier van  dreigde om 90.000 PP-aanhangers de straat op te brengen tegen de regering, omdat die de acties zou tolereren. Bluf, denk ik, maar tegelijkertijd een teken dat réchts in ieder geval snapt dat de acties, de pleinbezettingen, een essentieel linkse strekking hebben en allesbehalve ‘apolitiek’ zijn.

Heel het bovenstaande verhaal, hoe zinnig hopelijk ook, raakt nog maar weinig aan een veel diepere kern van bevrijding, op zijn minst een bevrijding van de hoop uit een gevangenis van demoralisatie. Hoop, creativiteit, vrijheidsdrang en onvermijdelijk dan ook zeer veel humor. Je ziet het aan beelde op TV – deze alinea begon uit mijn vingers te rollen terwijl ik naar het NOS-journaal keek, met beelden van het plein in Madrid. Je ziet het aan foto’s zoals bijvoorbeeld op een beeldreportage van de NRC: “Puerta del Sol is het Tahrir-plein geworden van Europa”. Er zijn de talloze leuzen, plakkaten en dergelijke.

Bijna uitgekauwd, maar tegelijk ook wel heel typerend voor de bijna tastbare zindering die de gebeurtenissen teweegbrengen is die vraag die alweer gesteld wordt: “de vraag was of dit het nieuwe Mei 1968 was – een door de jeugd aangevoerde volksopstand tegen een establishment dat geacht wordt tekort te zijn geschoten voor een hele generatie.” Dat generatie-aspect wordt overdreven, de vergelijking duidt reële overeenkomsten aan tussen toen en nu maar miskent ook diepe verschillen – maar de huidige gebeurtenissen zijn wel degelijk een vergelijkbaar belang aan het krijgen. De internationale revolutionaire golf, op gang gekomen in Tunesië in december en aan het versmelten met anti-bezuinigingsprotest, heeft West-Europa bereikt.

Opm: Voor de zoveelste keer vergeten datum en break daan te geven, alsnog vrijwel direct na plaatsing gedaan. Van nu af aan, als het nog eens gebeurt en ik zie het binnen 24 uur, maak ik daar gene opmerking meer over hier, maar voer ik het zsm alsnog door…

Advertenties

3 Responses to Protesten Spanje: van bijzondere betekenis

  1. Jorein Versteege schreef:

    Er is een behoefde aan een linkse antikapitalistische formatie in Spanje. Verenigd Links van de Spaanse Communistische Partij is burgerlijk en zwaait met de Spaanse republikeinse vlag. Die zelfde vlag die trotskisten en anarchisten liet afslachten door Stalin’s milities.

    Het is jammer dat de Arbeiders Partij van de Marxistische Eenheid niet opnieuw is opgericht na de dood van Franco. Links in Spanje is opgedeeld tussen de pro-kapitalistische PSOE en Verenigd Links van de Spaanse Communistische Partij. Een anti-stalinistische, anti-kapitalistische partij zou veel stemmen kunnen trekken. Vooral als ze een duidelijk socialistisch programma hebben.

  2. Joris schreef:

    ‘Een anti-stalinistische, anti-kapitalistische partij zou veel stemmen kunnen trekken. Vooral als ze een duidelijk socialistisch programma hebben.”
    Tsja Jorein, als je zijn stukje en de rest van het anarcho getinte blog doorspit begrijp je dat dat nu net niet het alternatief is wat peter beoogt.

    • peterstorm schreef:

      Maar evengoed is Jorein natuurlijk van harte welkom om het door hem beoogde alternatief met kracht van argumenten hier naar voren te brengen. Juist ook discussie tussen verschillende richtingen van radicaal links heeft waarde en is op dit weblog met nadruk welkom: ) Over de partij-noodzaak en het alternatief ervoor ongetwijfeld snel weer meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: