Genova Libera! Verslag van toen, commentaar van nu

woensdag 20 juli

Tien jaar geleden waren de grootschalige en felle protesten tegen de G8-top die in de Italiaanse stad Genua plaatsvond. Het werd één van de grootste en ook bloedigste confrontatie tussen de protest- en verzetsbeweging tegen neoliberale globalisering enerzijds, en de neoliberale regeringen en instituties anderzijds (1). De politie schoot een jonge demonstrant, Carlo Giuliani, dood. Deze, terecht deze week herdachte (2), misdaad droeg, samen met het grootse protest, echter alleen maar bij aan de aanzienlijke reputatieschade die het neoliberlisme en het kapitalistische systeem in die dagen opliep. Ik was zelf die dagen ook in Genua, als demonstrant, als lid van de Internationale Socialisten (IS) deel van een groep van twee met name door de IS georganiseerde bussen vol betogers uit Nederland. Vijf jaar na dato schreef ik een viertal artikelen op mijn toenmalige weblog, rooieravotr.web-log.nl , waar ze nog steeds staan (3). Hieronder plaats ik die stukken, nu in één keer, nogmaals. Met wat commentaar van nu.

Ik heb de tekst inhoudelijk niet gewijzigd, wel aangevuld. Ja, ik kijk tegen sommige dingen nu anders aan, ik ben geen IS-er meer maar anarchist, en dat heeft ook op mijn kijk op dit soort rotesten en dergelijke wel impact. Maar het herschrijven van de geschiedenis – ook die van mijn opvattingen – is niet mijn ding, het lijkt me eerlijk om gewoon te laten zien hoe ik het toen heb ervaren, hoe ik er toen over dacht. Heel veel is trouwens niet wezenlijk veranderd, de woede, de hoop, het vuur van waaruit ik putte, heeft een wat andere vorm gekregen maar is in essentiedezelfde gebleven.Op een enkele plek heb ik, tussen vierkante haken en cursief, een opmerking gemaakt, met name waars ik dingen nu werkelijk anders zie dan destijds. Wel heb ik in de tekst zelf de typografie consistent gemaakt met hoe ik het op dit weblog nu doe, en het aantal tikfouten teruggebracht tot het, nog steeds tamelijk hoge, langjarige gemiddelde….

I

In de hitte van deze  week denk ik veel terug aan een drietal andere hete julidagen, vijf jaar geleden in de Italiaanse stad Genua. Daar vond op 19-21 juli de G8-top van wereldleiders plaats. Daartegen hielden honderdduizenden mensen felle protesten, en ik was van die honderdduizenden er een.

Al maanden van te voren werd duidelijk dat de G8 actievoerders aan zou gaan trekken, en veel ook. het was anderhalf jaar nadat de beweging tegen neoliberale globalisering in Seattle haar kracht had laten zien door de top van de wereldhandelsorganisatie in het honderd te helpen lopen met een straatblokkade, demonstraties en andere acties.

In september 2000 betoogden en blokkeerden tussen de 10.000 en 20.000 mensen tegen de IMF/Wereldbanktop in Praag. De acties en rellen maakten de verzamelde bankiers zo nerveus dat ze de top vervroegd afbraken. Op die actie, terwijl je vlak voor een brug over de rivier die tussen ons en het conferentiegebouw stond, hoorde ik voor het eerst de prachtige leus: “They make misery – we make history!” En toen mensen “no pasaran” begonnen te roepen (ze komen er niet door – een mooie maar defensieve leus uit de Spaanse Burgeroorlog), antwoordde een aanvoerder van onze groep actievoerders met: “Don’ t forget – we are winning!” En inderdaad: de vraag was niet of ZIJ er niet door kwamen, maar of zij er nog toe in staat waren te voorkomen dat WIJ erdoor kwamen.

Drie maanden later betoogden we in Nice tegen de Eurotop aldaar. Nou ja – eerst wachtten we urenlang tot de eindeloze stoet demonstrerende vakbondsleden voorbij was getrokken voor ook wij in de stoet in konden voegen. Eenmaal aan het lopen pikten we de enthousiatse leuzen van vooral de Franse jonge actievoerders van de groepering tegen met name financiele globalisering ATTAC op: “Otpor, Resistance, Intifada, Widerstand!” Otpor was de naam van de jongerenbeweging die met haar acties een grote rol had gespeeld in het verdrijven van de Servische despoot Milosevic in de Servische revolutie van september-oktober 2000; intifada sloeg vanzelfsprekend op de zojuist opnieuw uitgebroken Palestijnse opstand na premier Sharons provocerende bezoek aan de Tempelberg. Nog mooier vond ik de Franstalige leus: “A ceux qui veux dominer le monde, le monde reponds: RESISTANCE!” Het kostte me enige moete om te ontcijferen maar vergeten doe ik hem niet meer.

Maar Genua zou groter nog worden, en heftiger ook. Een maand van tevoren won rechts, onder Berlusconi, de Italiaanse verkiezingen. Berlusconi noemde, zo herinner ik me, elke demonstrant die naar Genua zou komen, een persoonlijke belediging. Toen wist ik nog zekerder dat ik daarbij MOEST zijn, en ik vermoed dat meer mensen zo reageerden… Minder vrolijk werden we van de berichten uit Gothenburg, waar in juni van dat jaar weer een Eurotop plaatsvond. De politie trad daar provocerend op, arresteerde willekeurig actievoerders, en schoot een demonstrant in de rug. Toen was duidelijk: de Westerse proberen de nieuwe beweging tegen neoliberale globalisering van de straat te slaan, desnoods van de straat te schieten. En met in Italie een rechtse regering, met deelname van fascisten – Fini als minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de politie! – zag het er grimmig uit. Hoe grimmig, maar ook hoe glorieus, zou snel duidelijk worden.

II

Op de avond van 17 juli stapten we in Amsterdam in de twee bussen die actievoerders naar Genua zouden brengen, en weer terug. Een fotosessie voor de redelijk prominent aanwezige media, instappen, en rijden met de handel… We waren voorbereid: we hadden besprekingen hehad over wat ons te wachten stond, hadden onderling kennis gemaakt, maar ook gepraat over wat ons te doen stond bij traangas. Doek en azijn hadden we voorhanden. maar we hadden de verleiding weerstaan om osn uitvoerig op rellen voor te bereiden – alsof gevechtstraining en verstevigde kledij het zouden kunnen winnen van de gewapende staatsmacht. Onze kracht was ons aantal en onze solidariteit, niet onze bewapening en ook niet onze militaire voorbereiding. [Dat zou ik nu in deze vorm niet meer schrijven; de keus voor een militanter aanpak, inclusief wat verdergaande voorbereidingen p confrontatie volstrekt legitiem. Breed en open demonstreren is één van de tactieken die we nodig hebben op protesten als deze. Niet noodzakelijkerwijs de enige].

De busreis was lang, en werd onderbroken met een griezelige controle aan de Italiaanse grens, en nog eentje aan de rand van Genua. De bus moest stevig doorrijden, het bericht was dat de Italiaanse autoriteiten de toegang op een bepaald moment zouden afsluiten, zodat er geen actievoerders Genua meer zouden binnenkomen. Ik moet bekennen dat ik bang was, en nerveus voor wat zou gaan komen – en soms flitste met door het hoofd dat ik het wellicht niet heel erg zou vinden als we Genua helemaal niet zouden bereiken. Dit soort angsten heb ik vaker, kort voor grote acties, maar die angst is niet mijn baas. Gelukkig haalden we Genua op tijd, en in de ochtend konden we ons installeren op het daartoe ingerichte actiekamp.

Daar was nog weinig te doen, dus ging ik met een maat met wie ik daar veel optrok, een vriendelijke student uit Utrecht, even de stad in om te kijken of er nog wat vers eten te koop was. De stad was uitgestorven, de straten waren leeg, de rolluiken van veel winkels omlaag. We vonden een piepklein zaakje dat nog open was, kochten daar wat fruit en keerden terug. Bij het oversteken van een weg – keurig gewacht tot het voetgangerslicht groen was, je weet nooit welke aanleiding de politie aangrijpt om actievoerders op te pakken – werden we bijna van de sokken gereden door een politiewagen die de hoek om scheurde. De stemming kwam er zogezegd aardig in.

Op het actiekamp was het vooral wachten geblazen. Er was een meeting van de International Socialist Tendency, de stroming waar de Internationale Socialisten deel van uitmaken. Ik kwam enkele mensen tegen die langs andere wegen uit Tilburg naar Genua waren gekomen en maakte daar kennis mee (altijd nuttig voor het politieke werk thuis, nietwaar?). Zo verstreek de middag.

’s Avonds was de eerste grote actie: een demonstratie voor de rechten van migranten. Dat was meteen al een indrukwekkend gebeuren. Er werden 15.000 mensen verwacht, het bleken er zeker 50.000 te zijn. Revolutinaire liedjes – Bandiera Rossa vooral – weerklonken, en prachtige leuzen. Het was tijdens het wachten voor de stoet vertrok dat ik voor het eerst de leus hoorde die de jaren daraop akelig relevant zou blijken: “George Bush, we know you – your daddy was a killer too!” Ja inderdaad, de demonstranten keerden zich tegen veel meer dan ‘alleen’ tegen de aanval op migrantenrechten.

De betoging zelf liep door de arbeiderswijken van Genua. Keer op keer weerklonk de leus: Genova Libera! En overal zagen we waslijnen met was buiten hangen, als een soort van spandoeken. Wat zou dat te betekenen hebben? Wat bleek, na navraag? Vanuit de regering was gezegd dat de bewoners van Genua tijdens de G8 geen was buiten op moesten hangen, dit kennelijk terwille van het imago van de stad en van de topconferentie. De waslijnen lieten zien wat veel arme mensen in Genua daarvan vonden.

Zo kreeg de aankomstdag in Genua een grootse climax ter afsluiting. Terug op het actiekamp moesten we ons verdiepen in praktische zaken zals: iets te eten regelen, en dan naar de plek waar we sliepen. Het eerste lukte moeizaam. Het slapen gebeurde in een enorme tent, maar daarvoor moesten we weer naar een ander deel van de stad. Daar aangekomen werd een grote hoofdpijn me bijna teveel, maar daar was gelukkig een paracetamolletje tegen te slikken. ’s Nachts ging het plenzen van de regen, en nog onweren ook (onweer maakt me bang, destijds meer dan nu trouwens). Ik kreeg de pest in, ik voelde me beroerd, en de volgende dag zou de dag van stevige acties worden, en dus een zware dag. Maar net voordat het water mijn slaapzak had bereikt was de regen blijkbaar op. Het onweer gedroeg zich redelijk beschaafd. Een paar uur slaap, en de volgende dag voelde ik me een stuk beter.

Dat was maar goed ook, want we zouden optrekken naar de rand van het vanwege de top afgesloten deel van de stad. En we waren geenszins van plan om de afzettingen en hekken waarmee die afsluiting kracht werd bijgezet, zonder meer te accepteren.

III

De twintigste juli was gepland als dag van directe acties. Vanwege de G8-top hadden de autoriteiten een flink deel van de stad afgesloten voor publiek, en vooral voor demonstranten. We vonden het al kwalijk genoeg dat acht mensen achter gesloten deuren zo’n beetje de wereld aan het regeren zouden zijn. Dat ze het ons onmogelijk gingen maken om ons protest zo dicht mogelijk bij de 8 op hun stoep te laten horen was voor ons onverteerbaar . Dus was het plan om naar de afzettingen en hekken toe te gaan, daar te demonstreren, de afzettingen te trotseren en de hekken niet onberoerd te laten. Dat dit het risico van confrontatie inhield, wisten we.

’s Ochtends de laatste bespreking – mensen die liever in de achterhoede bleven kregen alle ruimte, niemand mocht zich gedwongen voelen om dingen te doen of ondergaan die men niet wilde. Daarna allemaal een grote fles schoon drinkwater gehaald – verzorgd door de organisatie, naar ik begrepen heb op kosten van de zanger Manu Chao in een gebaar van praktische solidariteit. Gezien de hitte en de inspanning is vooral water bepaald geen overbodige luxe.

Ja, en toen op pad. Zingend, leuzen roepend – maar wat mij betreft in nerveuze spanning. Het duurde niet heel lang of we kwamen bij een van de afzettingen, een hoogst imposant hek, met daarachter de ordetroepen. Een aantal mensen ging aan dat hek sjorren en trekken, en ja, er kwam beweging in ook. Minder amusant was dat een actievoerder, ergens van achter de rijen vooruitgeschoven demonstranten, dingen richting hek en politie begon te gooien. Voorwendselen geven aan de politie om te doen wat die toch al van plan was – en zelf achter de andere demonstranten staan en een veilig heenkomen kunnen zoeken – ik vond en vind het geen solidaire manier van demonstreren – als het hier al om een demonstrant ging, en niet om een van de (zoals uit latere berichtgeving bleek talrijke) politieprovocateurs.

Hoe dat ook zij, dat hek bewoog inmiddels. Het politieantwoord: waterkanon. EDat is echter niet zo ’n heel indrukwekkend wapen als het dertig graden is, in de brandende zon. Maar hierbij bleef het niet. Valk voor de plek waar het hek oprees was een zijstraat naar rechts. Vandaaruit renden opeens agenten op ons af en begonnen te meppen. Inhaken en de charge afremmen lukte niet, onze linies braken, we moesten snel wegrennen. Een agent gaf mij een klap op het voorhoofd [een mede-demonstrantvan destijds vertelde me later dat het een schop is geweest, geen klap]. Een lange forse kameraad – volgens mij werd hij zelf ook geslagen – bracht mij – klein, niet fors en niet behendig, bepaald geen streetfighting man-achtig type – in veiligheid. Ook enkele anderen hadden een tik gehad.

Geleidelijk aan keerde de rust wat terug. Ik had een schaafwond op mijn voorhoofd, het was niet prettig om te zien maar stelde niet zoveel voor. Maar ik was tamelijk ontredderd, trilde de anderhalf uur daarop voortdurend op mijn benen. Ik wilde terug naar het actiekamp, niet alleen uit angst voor mezelf maar omdat ik bang was met mijn paniek mijn mededemonstranten alleen maar tot last te zijn. Die mededemonstranten intussen kalmeerden me, en natuurlijk kon van een solo-wandeling van mij terug naar het basiskamp geen sprake zijn. Het was geen episode waar ik enorm trots op ben (ik was mijn zenuwen niet de baas, als individu ben ik geen held, en ik vond dat ik mijn kameraden tot last was of dreigde te zijn) – maar wel voel ik grote dankbaarheid jegens de kameraden op die dag, en heeft het me nog eens duidelijk gemaakt wat de solidariteit van een groep betekent als het erop aankomt [Ja, die groep was dus de IS en omgeving; wat ik rond en na mijn vertrek uit die groep ook allemaal voor kritiek heb ontwikkeld, mijn dankbaarheid voor wat ik in deze groep, met name ook in genua, heb geleerd en ervaren, stáát. Zoiets verandert niet door een politieke koerwijziging naar nog wat linkser]. Het belangrijkste is niet ieders individuele heldendom, maar onze gezamenlijke kracht. Die les werd weer eens zeer praktisch gedemonstreerd.

Er begonnen inmiddels berichten door te sijpelen over akelige taferelen in andere delen van de stad, tanks op straat, demonstranten die onderling slaags zouden zijn geraakt, mogelijk zelfs een dode (ik weet niet 100 procent zeker meer wanneer we dat voor het eerst vernamen). Maar intussen waren we zelf alweer op weg naar een ander deel van het afgezette gebied.

Hoog op een heuvel, in een smalle straat was daar weer een hek – en nauwelijks agenten om ons de doorgang te beletten. Doorstoten?! Achter ons echter was intussen wel politie verschenen, we waren ingesloten. De politie wilde ons weg hebben van de hekken – zodat hun contingent bij de hekken niet onder de voet gelopen werd. Wij wilden een georganiseerde aftocht – zodat we niet tot moes geslagen of massaal opgepakt zouden worden. De politie liet ons gaan toen hen duidelijk was gemaakt dat we ons van de hekken wilden verwijderen. Vlak voor de neus van de agenten – kennelijk verbaasd dat het ons lukte om zonder chaos, georganiseerd en met zelfdiscipline op te treden – trokken we ons terug.

Het was tijd voor een adempauze. Tal van demonstranten kwamen bijeen op een plein, en daar rustten we wat uit en kwamen bij van de gebeurtenissen. Vervolgens gingen we weer op pad – naar een nabijgelegen plein waar ATTAC actie aan het voeren was tegen, jawel, een afzetting met hekken. Wij – mensen van de International Socialist Tendency – daarheen. Er heerste een bijna feeestelijke stemming, mensen klommen in het hek en rammelden eraan. Achter het hek bevond zich politie, en ook mensen van de pers.

Maar na een tijdje zagen we dat de pers verdween. geen gunstig teken als de politie geen pottenkijkers meer heeft. Een waterkanon spoot mensen van de hekken af, en nam eveneens mensen die vlak voor de hekken bezig waren onder vuur, pardon, water (met iets raars in het water, iets kleverigs meen ik). Het werd duidelijk dat grover geweld van politiezijde niet erg lang op zich zou laten wachten.

We begonnen ons daarom op de terugtocht voor te bereiden en ons daartoe te verzamelen. Juist op dat moment begon de politie traangas af te vuren, in wat feitelijk een aanval in de rug was. Pure intimidatie, het was allang duidelijk dat we ons voor vertek opmaakten. Gekuch en gehoest, mensen stoven allerlei kanten op. Maar de chaos duurde niet erg lang, en even later vonden we elkaar weer.

Daarna liepen we terug, richting basiskamp. Die terugtocht kreeg al snel iets glorieus. Steeds groter werd ons aantal, mensen hadden op allerlei plekken actie gevoerd en kwamen nu elkaar tegen. Al snel liep er feitelijk een demonstratie van duizenden mensen door de stad. We liepen op een weg hoog in de heuvels; die liep naar links – rechts kon je het kamp zien liggen, aan de zee. Een prachtig uitzicht.

De weg links boog een eind verder met een lus weer naar rechts, recht op het basiskamp af. Maar op die weg zagen we iets dat het uitzicht ernstig bedierf: een grote macht aan politiemensen, ik meen ook met pantserwagens of soortgelijke hardware. dat zag er grimmig uit – maar we hadden weinig keus. De politie stond op de route die we nu eenmaal moesten nemen. Er komt maar van wat er van komt, wij lopen door.

Dat deden we, we maakten de lusvormige tocht en liepen recht op het kamp af. En zie – de politie was verdwenen! De route lag open. kennelijk hadden de autotriteiten gezien 1. dat wij met veel waren  en 2. dat we door zouden lopen (al was het alleen maar omdat het de enige zinnige route was). Kennelijk kozen ze eieren voor hun geld en maakten het terrein vrij. Dat voelde als een overwinning voor ons en verhoogde de stemming aanzienlijk.

Zo eindigden de acties van die dag voor ons in een psychologische overwinning. De kracht van ons aantal had het gewonnen van hun machtsvertoon, nadat we tot drie maal toe hadden we hun geweld getrotseerd en hun afzettingen uigedaagd hadden.

VI

De dag van acties rond het afgezette stadsdeel van Genua waar de G8-top plaatsvond zat erop. Na onze terugkeer op het actiekamp drongen de berichten door van wat in andere delen van de stad was gebeurd. De politie had een man doodgeschoten. Onze woede was groot, en sommige actievoerders gingen de stad in om daartegen meteen een protestdemonstratie te houden. Dat leek ons niet zo verstandig, gezien de opgefokte sfeer die in de stad hing was dat vragen om meer moeilijkheden. Vanuit het actiekamp zagen we een gebouw in brand staat: een bankgebouw, maar daarboven bevonden zich woonblokken.

De nacht was weinig rustgevend. We sliepen deze keer op het actiekamp zelf, onder de open lucht op het beton (matjes en dergelijke boden verlichting). De eerste uren van de nacht cirkelde er minstens een helicopter boven ons en stoorde ons met herrie en lichtbundel. Treiterij – tenzij ze dachten tussen de actievoerders de heer Bin Laden te vinden. Veel van de extreme veiligheidmaatregelen werden verkocht als voorbereiding tegenover mogelijke terroristische aanslagen, en darabij viel de naam van Osama. In de baai lag zelfs een heus oorlogsschip. Later in de nacht verdwenen de helicopters en kon er beter geslapen worden.

De volgende dag stond er een grote demonstratie op het programma. Voor het zoveer was, vond er een bijeenkomst plaats van diverse revolutionaire groepen – de International Socialist Tendency (de stroming waar de Internationale Socialisten deel van uitmaken) en andere trotskisten. Daar sprak, meen ik, Alain Krivine, van het Verenigd Secretariaat vande Vierde Internationale (een andere trotskistische stroming), en Chris Bambery van de Socialist Workers Party (zusterorganisatie van de Internationale Socialisten). Hij hield een zinderend betoog: “Dit is het Europese Seattle”, zei hij. Gisteren was door vele duizenden actie gevoerd tegen de top en “we put them under siege!” We hadden ze belegerd, opgesloten achter hun eigen hekken.[dit is een voorbeeld van het soort pep-talk waar ik me immens aan ben gaan storen; in de perceptie van veel demonstranten waren het de carabinieri die ons belegerden en ‘under seige’ hielden, niet anderom. We hielde stand tegen het geweld, dát was al overwinning genoeg]

Daarna begonnen we ons te voegen in de enorme stoet die zich klaarmaakte voor de optocht. De stemming was zeer geladen maar tegelijk ook bijna euforisch. Geladen, vanwege de woede over de moord op een actievoerders. We hadden inmiddels op fotos in een Italisaanse krant een indruk gekregen hoe het was gebeurd: hij van dichtbij doodgeschoten, waarna de wagen van de agenten tweemaal over de jongen was heengereden. Maar onse boosheid verbond zich met een gevoel van verbondenheid en kracht toen we zagen en voelden met hoeveel we waren.

Eenmaal op pad tracteerden we elke politiehelicopter op een zee van middelvingers en spreekkoren: “asasini, asasini!” Hetzelfde deden we tegen een politiepost, hoog op de heuvels. We voelden ons sterk. Maar recht voor ons zagen we wel wat traangaswolken, daar was alweer iets aan de hand. De hoofdstroom sloeg echter rechtsaf, de binnenstad in.

Dat was een prachtige tocht. Overal zagen we uit de ramen mensen kijken, gekleurde vlaggen, rode vlaggen, vlaggen met PACE erop. Op een gegeven moment kregen actievoerders waterstralen uit een tuinslang op zic’h, vanuit een huis. Praktische solidariteit, een hoogst welkome verfrissing in de brandende zon.

Het mooist vond ik echter het moment toen er een stokoude mevrouw vanuit een van de huizenblokken een oud rood doek tevoorschijn haalde, kennelijk een oude vlag van Communistische partisanen tegen de fascisten of zoiets dergelijks. Zij had het misschienwel allemaal meegemaakt: de jaren zestig en zeventig, toen een uiterst radicale arbeidersbeweging het Italiaanse kapitalisme aan het wankelen brachten; de jaren 44-45, toen rode partisanen Noord-Italie bevrijdden van de fascisten en een halve revolutie ontketenden; misschien zelfs wel de rode jaren 1919-1920, toen Italiaanse arbeider met stakingen en bedrijfsbezettingen het voorbeeld van de Russische Revolutie volgden, maar kantjeboord geen doorbraak wisten te bereiken.

En hier stond nu deze vrouw, tegen het eind aan haar leven, en zag ons voorbijtrekken – overwegend jong, voorzien van rode vlaggen, en actievoerend vanuit dezelfde hoop waar haar oude partisanendoek van sprak. Natuurlijk kreeg ze van de vorbijtrekkende actievoerders een emotioneel applaus. Wat er precies in haar omging kan ik onmogelijk bevatten. Maar ik was niet de enige die tranen in de ogen had.

Op een gegeven moment begon in de stoet achter ons een aanzwellend geroezemoes dat snel dichterbij kwam. Moeilijkheden? Politieaanval? nee. Mensen vertelden ons dat bekend was geworden dat de G8 haar top had afgeblazen! Dat nieuws leidde tot een vreugde-explosie, en de stoet van betogers veranderde ter plekke in een dansende menigte, mensen vlogen elkaar om de hals, feliciteerden elkaar, scandeerden “Genova Libera!” Wat een afgang voor hun, wat een victorie voor ons!

Helaas – een half uur later hoorden we een radiobericht: het “nieuws” bleek onwaar, de top was niet afgeblazen. Dompertje natuurlijk – maar alleen al het hele idee dat zoiets denkbaar was, gaf aan hoe het met het gevoel, het gemeenschappelijke zelfvertrouwen, van demonstranten was gesteld.

Aan het eind van de route wachtten we in de hitte op een afsluiting van de tocht. In een straat verderop waren kennelijk botsingen met de politie gaande, langer rondhangen was niet zo erg zinnig. De demonstratie was voorbij. We trokken nu met de groep uit Holland richting het actiekamp, om daar onze spullen te halen en naar de bussen te gaan.

Dat werd nog een spannende tocht. Overal stond politie. We waren nu niet meer met de grote menigte smane, en dus extra kwetsbaar. Dat betekende dat we rustig, zonder leuzen te roepen en met vlaggen te wapperen, verder trokken. Erg vrolijk werden we daar niet van, en sommigen van ons vonden het zelfs een slappe wijze van doen. Maar ik denk dat er weinig voor nodig was geweest om ons in moeilijkheden te brengen, en tegen de opgefokte carabinieri van Genua staan met enkele tientallen mensen, zo vlak voor onze terugkeer naar huis zou niets toevoegen aan wat we de drie dagen actie hadden bereikt. [Het is maar de vraag of dit geen te sombere inschatting is. Al in de bus terug wees een mededemonstrant me erop dat de carabineri die onze aftocht bekeken, er zelf ook vermoeid uitzagen. Of die meteen waren gaan meppen, enkel omdat wij leuzen zouden zijn gaan roepen en met vlag en spandoek zouden waperen, is twjfelachtig. Deze mensen hoopten waarschijnlijk vooral op het eind van een zware dienst. Dat, elders in de stad, versterkingen zich opmaakten voor nieuwe wandaden, is hiermee niet in strijd]

Op het basiskamp snel de spullen gepakt, en naar de bussen. Zelfde voorzichtigheid, en ik was blij toen we in de bus zaten. Zo begon de terugreis. Toen we de Franse grens over waren viel er een spanning van me af. Intussen waren we druk aan het napraten. Een kameraad merkte op dat wij nu eens drie dagen meemaakten wat socialisten in bijvoorbeeld Turkije dagelijks ondergaan: politiek werk doen in een halve of hele politiestaat, onder omstandigheden die verwant zijn aan die van een burgeroorlog.

Later onderweg hoorden we griezelig nieuws: de Italiaanse politie was in Genua een actiecentrum binnen gevallen, had mensen zwaar mishandeld en opgepakt. Na thuiskomst zou duidelijk worden hoe grof de politie tekeer was gegaan, niet alleen tijdens de acties zelf, maar ook na afloop.

Eenmaal terug in Amsterdam gingen we meteen door naar een solidariteitsactie die daar was opgezet tegen de repressie van Genua-demonstranten. Wij kwamen ernaartoe, met onze borden, leuzen roepend en alles. Wij voelden ons morele overwinnaars op de G8 en de politie waarvan we de klappen en het traangas hadden opgevangen zonder dat het ons had gebroken. Maar sommige thuisblijvers voelden zich verslagen – vanwege de moord op de demonstrant. De actie had meer weg van een rouwstoet. Erg onwezenlijk. [Dat, ook door mij destijds verkeerd ingeschatte, rouw-gevoel was natuurlijk volkomen terecht! Het puur-strategische denken in termen van wie-heeft-gewonnen, is op zichzelf onvoldoende, en miskent de menselijke maat die voor werkelijk radicaal revolutionaire inzet onmisbaar is. Het maakt overigens het gevoel dat we op één of andere manier moreel overwinnaar waren, niet misplaatst maar wel eenzijdig]

Hier botsten ook twee wijzen van aanpak: openlijke massale demonstraties aan de ene kant; autonome groepen op het straatgevecht voorbereide actievoerders aan de andere kant. Juist de ervaring in Genua liet het tekortschieten van die tweede strategie zien, en daarom was het gevoel van veel thuisblijvers – de meer affiniteit met die tweede strategie hadden – wel te begrijpen. [Op dit gebied zijn mijn opvattingen sterk veranderd. De twee wijzen van aanpak- openlijke massa-actie en hardere confrontaties, zie ik als wederzijds aanvullend, niet noodzakelijk als botsend. En ik ben de meer autonoom opererende, ‘hardere’, actievoerders grote dank verschuldigd! De druk die zij uitoefenden op de politievesting Genua, schiep elders ruimte voor het soort actie waar ik bij betrokken was. Het beetje traangas dat wij destijds hapten, verbleekte bij wat elders gebeurde. Dat wij er met lichtgewonden vanaf kwamen, was mede te danken aan het feit dat elders veel hardere botsingen werden uitgevochten. Meer autonoom actievoerdende mensen hadden omgekeerd ook baat bij het feit dat elders in de stad ook grote aantallen ‘gewone’ – en vaak ook grof aangevallen – demonstraties plaatsvonden. Punten scoren namens de ene soort aanpak tegenover de andere – over en weer – is vaak niet zinnig. Beide – en nog andere – actievormen zijn bij dit soort confrontaties waardevol.]

Vervolgens naar huis in Tilburg. Een maat van me, SP-er uit Breda, was al in Amsterdam bij de actie daar, en we reisden samen terug. Ik had intussen mijn toenmalige vriendje gebeld dat ik veilig uit het oorlogsgebied terug was. Ook hij had het nodige te verduren gehad: zich zorgen maken op afstand, en feitelijk niets kunnen doen (ik had vanuit Genua wel een keer kort gebeld). Ook dat is moed en solidariteit. En thuis stond er een warme maaltijd klaar.

(1) een korte schets van de gebeurtenissen vind je op ROAR MAG: “Remembering carlo Giuliani and the Genoa G8 protests”. Het gevoel van urgentie, geschoktheid én van de noodzaak om dóór te gaan werd kort na de gebeurtenissen prachtig verwoord door Starhawk, in: “After Genoa: Why We Need to Stay in the Streets”.

(2) Vanavond, woensdag20 juli dus, vindt bijvoorbeeld in Amsterdam een herdenkingsavond plaats.

(3) de weblinks van de oude artikelen:  

http://rooieravotr.web-log.nl/rooieravotr/2006/07/_genova_libera_.html

http://rooieravotr.web-log.nl/rooieravotr/2006/07/genova_libera_g_1.html

http://rooieravotr.web-log.nl/rooieravotr/2006/07/genova_libera_g_2.html

http://rooieravotr.web-log.nl/rooieravotr/2006/07/genova_libera_g.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: