Hoe de Cubaanse bazen een niet-bestaand socialisme weten af te breken

dinsdag 2 augustus

De Nationale Assemblee in Cuba, formeel het wetgevende orgaan in dat land, heeft vandaag een pakket economische maatregelen genomen. Er komt meer ruimte voor particuliere bedrijven, staatsbedrijven mogen meer onafhankelijk opereren, en veel mensen in de staatssector verliezen hun baan en mogen proberen in de groeiende prive-sector werk te vinden, subsidies worden afgebouwd in ruil voor loonsverhogingen in de staatssector. Het pakket betekent, naast kansen voor sommigen, ongetwijfeld groeiende bestaansonzekerheid voor heel veel mensen in het land. Een vleugje neoliberalisme filtert het bureaucratisch bestuurde Cuba in. Het is geen goed nieuws. Maar het is ook geen ‘bedreiging voor het socialisme’ of zoiets. Een socialisme dat bedreigd wordt, moet immers om te beginnen wel echt bestáán. Maar misschien zijn er (pro-)Cubaanse marxisten die hier een nieuwe briljante uiting van ‘dialectiek’ in weten te ontwaren. Dat is verder aan hun.

De huidige Cubaanse staat en economie worden niet bestuurd door de bevolking zelf,  er is in de kern van de maatschappij geen rechtstreekse democratie. Dat sluit vleugjes democratie binnen bedrijf en wijk overigens niet uit, net zo goed als er in nederland ondernemingsraden zijn zonder dat hiermee arbeidersezelfbestuur in het leven is gebracht. Ook is er in Cuba niet werkelijk sprake van gemeenschapsbezit, maar van staatseigendom. Die staat wordt bestuurd door de enige legale politieke organisatie, de Communistische  Partij. Hoe democratisch die is blijkt uit één frappant cijfer. Tussen het recente partijcongres in april en het laatste congres daarvoor lag… 14 jaar! Dát is nog eens open democratische participatie van dag tot dag…

Repressie van wie teveel uit de pas loopt – en niet alleen van in contact met Westerse ambassades opererende dissidenten – en een via die partij beheerst verkiezingsproces zorgen ervoor dat een bureaucratisch bestuur, onaangetst door werkelijke democratische controle en kritiek, het land bestuurd, soms vast welwillend, soms hardhandig, doorgaans in een combinatie van die twee en altijd met eigen macht en positie als centraal doel. Feitelijk behandelt die machtselite de Cubaanse economie als haar collectieve privébezit. Cuba is dan als het ware een groot bedrijf, dat  concurreert op de wereldmarkt. in de jaren zestig ging dat vooral via suikerexport en Russische subsidies. Die subsidies zijn weggevallen,  en nu is het vooral toerisme en de export van tin waar de B.V Castro, Father & Son, op drijft. O ja, en op de export van medische expertise en personeel naar Venezuela in ruil voor olie uit dat land – een commerciële transactie die door teveel linkse mensen als voornamelijk een daad van onbaatzuchtige internationale solidariteit gezien wordt, maar die geheel en al  past binnen de logica van Cuba als een eenheid van staatskapitaal op een kapitalistische wereldmarkt. Waar is hier het ‘socialisme’?

De vandaag aangenomen economische maatregelen, al maanden geleden aangekondigd en door het Partijcongres in april besproken, zijn een poging om de economie dynamischer te maken – lees: winstgevender, concurrerender. Er is het beleid om arbeiders in staatsdienst te ontslaan; ruim een miljoen ambtenaren zouden hun baan kwijtraken. Aljazeera laat met cijfers zien dat de maatregelen, vandaag pas officieel van kracht, door plaatselijke autoriteiten al ingevoerd worden, en voorlopers hadden. Er is al een groei van mini-bedrijven. Het aantal kleine zelfstandige boeren is volgens die cijfers de laatste drie jaar met 150.000 toegenomen. En waar vorig jaar het aantal mensen dat werkzaam was in de privé-sector nog 150.000 betrof, is dat aantal nu tot 325.000 gegroeid.

Het gaat bij dat laatste cijfer zowel om mensen die zelf een bedrijf(je) hebben als om mensen die in zo’n bedrijfje werkzaam zijn.  Het zou interessant zijn om deze cijfers verder uit te splitsen.Gaat het hier voornamelijk om éénmans-/ eeenvrouwszaken? Dan zou het vergelijkbaar zijn met wat in Nederland ZZP-ers heet: Zelfstandige ZonderPersoneel. Dat zijn feitelijk gewoon arbeiders, wiens loondienst vermomd is  in een rechtspositie van een ondernemer. Dat komt er op neer dat risico’s nu méér voor eigen rekening komen. Maar van werkelijke kapitalisten is in deze categorie geen sprake, niet in Nederland en niet in Cuba. Het is een vorm waarin neoliberaal beleid de arbeidersklasse herstructureert, individualiseert, fragmenteert en daardoor verzwakt. Misschien dat de Cubaanse economie er ‘flexibeler’, ‘concurrerender’, winstgevender van wordt. Voor arbeiders is het een vorm van opgevorde onzekerheid en druk.

Het is dus onduidelijk of het luter of voornamelijk een ZZP-ificering van Cubaanse werkers betreft, of dat er ook van werkelijke kapitalistische bedrijfsvorming, met anderen in loondienst, sprake is. Het feit dat Aljazeera spreekt van zowel mensen met een eigen zaak als mensen die bij zo’n zaak in dienst zijn, doet vermoeden dat het om beide vormen gaat. Dan is er dus wel degelijk van een opkomst van een, nog kleinschalige, privé-kapitalistische sector sprake, vooralsog in de schaduw van de dominante staatssector. Maar waar in die staatssector bedrijven – bedrijfsleidingen, preciezer gezegd, zo mogen we aannemen – ook meer zelfstandig mogen operere, en ongetwijfeld meer openlijk marktgericht, is een dynamiek op gang gekomen waarin wel degelijk een marktkapitalisme een groeiende kracht ontwikkelt, met sociaal ontwrichtende uitwerking in het vooruitzicht. W hebben zoiets eerder gezien in Vietnam en China.

Opvallend neoliberaal is ook de retoriek waarmee functionarissen de nieuwe koers motiveren.  “We moeten voor altijd een eind maken aan de notie dat Cuba het enige land is waar je kunt leven zonder te werken”, aldus Raul Castro in september 2010, toen het huidige beleid werd aangekondigd. het is de retoriek van het-speelkwartier-is-over, de jaren-zestig-zijn-voorbij waar rechts in Nederland ook zo goed in is als het mes gezet wordt in wéér een arbeidersrecht, wéér een collectieve voorziening. Het is onverteerbaar dat linkse mensen hier wel doorheen prikken als rutte met zoiets komt, en de retoriek niet herkennen voor wat het is als die komt uit de mond van de baas in een zich socialistisch noemend land.

Intussen wordt dat ‘socialisme’ van een nieuwe definitie voorzien, door Jose Lus Toledo die een parlementscommissie in Cuba leidt. “Socialisme betekent gelijke rechten en kansen voor iedereen, maar geen egalitarisme.” Beste mijnheer Toledo, gelijke kansen en rechten voor iedereen is liberalisme, niets minder en niets meer. Obama is voor gelijke rechten en kansen voor iedereen, Rutte is voor gelijke rechten en kansen van iedereen, zolang dat maar netjes binnen de kaders van een parlementair bestel en een markteconomie functioneert. In Cuba komt nnu dus de markteconomie, maar van politieke gelijke rechten is nog niet eens sprake, maar dat terzijde.

Socialisme gaat wel degelijk over egalitarisme: economische en sociale gelijkheid, zo gering mogelijke verschillen in inkomen en status en – wat libertaire socialisten betreft nadrukkelijk ook van macht en de uitoefening daarvan.  Niemand boven mij, niemand onder mij, iedereen naast mij, ik naast iedereen. Niet enkel gelijke uitgangspunten in een race naar de top, maar werkelijke gelijkheid was het idee van de socialist Marx, de socialist Bakoenin, en aanvankelijk ook van de socialist Lenin waar de Castrootjes zich nog steeds op beroepen. Dat diezelfde Lenin het met de gelijkheid niet zo nauw nam in de praktijk, en dat daarbij niet alleen naar ‘omstandigheden in Rusland’ gewezen kan worden ter verklaring, is waar. Maar in déze discussie, over wat socialisme uiteindelijk zou moeten zijn, is dat nu even minder relevant. Een ‘socialist’ die het socialisme reduceert tot gelijke kansen voor iedereen is nog niet eens een sociaal-democraat, maar gewoon een liberaal, en niets meer dan dat.

Ongetwijfeld zullen veel mensen, kleine ondernemers, maar wel degelijk ook arbeiders, studenten en dergelijke – opluchting voelen bij het nieuwe beleid. Iets meer economische vrijheid, íets meer keuzevrijheid in een door bureaucratie verstikte toestand. Maar het gaat hier om een vrijheid binnen bureaucratische kaders, en in toenemende mate binnen markt-kaders. Waar eerst het partijbestuur eenduidig heerste, worden mensen nu iets meer speelbal van anonieme krachten van de markt. Daarbínnen kunnen ze iets meer kiezen. Dit is liberale vrijheid, maar bepaald geen werkelijke zelfbeschikking, geen bepaling van je eigen lot. Dat  voor revolutionairen echter de kern van werkelijke vrijheid: zelfstandige lotsbepaling, iets dat uiteindelijk altijd een individuele én een sociale component heeft. Vrijheid is niet ieder-vor-zich-op-een-markt. Vrijheid is zelf doen en beslissen, samen doen en beslissen.

Het nieuwe marktgerichte beleid ondermijnt zekerheden, verscherpt opkomende tegenstellingen en ongelijkheden. Arbeiders in staatdssdienst die zouden weigeren zich via ontslag te laten overhevelen naar de markt, zouden daarin groot gelijk hebben, arbeiders bij nieuwe privébedrijven die tegen sweatshop-verhoudingen protesteren eveneens, en ook het schrappen van subsidies op levensbehoeften is iets dat protest verdient, vooral ook omdat ik betwijfel of aangekondigde loonsverhoging-ter-compenasatie afdoende zal blijken. Maar dat wil niet zeggen dat vasthouden aan de bureaucratische bestuursvorm uitzicht biedt.

Dat allerlei partijbonzen de nieuwe markthervormingen tegen gaan werken – zoals de BBC oppert – maakt deze lui nog niet tot bondgenoten in een strijd voor werkelijke vrijheid en gelijkheid, ja in klassiek-egalitaristsche zin. Die strijd zullen de mensen onderaan de Cubaanse klassenmaatschappij – arbeiders, arme boeren, jongeren, studenten intellectuelen, iedereen buiten de bureaucratische heersers en de oude en nieuwe zakenelite – zelf moeten voeren. Zij verdienen onze steun en solidariteit; die hoort niet te gaan naar de karikaturen van ‘socialisten’ die bezig zijn hun kapitalistische heerschappij van een ander  economisch jasje en mechaniekje te voorzien.

Advertenties

2 Responses to Hoe de Cubaanse bazen een niet-bestaand socialisme weten af te breken

  1. Pyt van der galiën schreef:

    Cuba is al decennia een enge politiestaat. Een politiestaat met goed onderwijs en een goede gezondheidszorg, maar nog steeds gewoon een politiestaat.

  2. peter storm schreef:

    Inderdaad. Daar doelt mijn uitleg over het niet-bestaande socialisme mede op.En nu schuift het bestuursmechanisme in de economie een stukje wèg van staatsbestuur naar meer marktwerking. Da’s eigenlijk alles:) Ownee, niet helemaal! Ook die goede zorg en onderwijs wordt gaandeweg aangetast en uitgehold, zeker als het zo doorgaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: