Protest in Israël afschrijven is nalatig en dom

zaterdag 6 augustus

De protesten in Israël tegen de hoge kosten van levensonderhoud groeien waarschijnlijk vanavond naar een nieuwe climax. Op demonstraties worden meerdere honderdduizenden mensen verwacht. Studenten gaan medoen, maar ook vrouwen van politiemensen en van gevangenispersoneel die protesteren tegen de lagen lonen. Of we met deze beroepsgroepen – die betaald worden om een repressieve orde te bewaken waar het onrecht vanaf druipt – zo blij moeten zijn is iets voor een andere keer. De deelname van ook deze mensen tekent echter de breedte vande ontevredenheid. Maar het is niet enkel de breedte en de omvang van de protesten die ze grote betekenis geeft. De protesten winnen aan scherpte. Er komt onmiskenbaar een polarisatie op gang tussen het aanzwellende protest enerzijds, en alles wat rechts en nog rechtser is – regering, kolonisten, religieus recht en op een andere manier ook legertop – anderzijds. Wie zich als links beschouwt en deze beweging blijft negeren of als onbeduidende stribbeling binnen zionistische beperkingen afdoet, begaat een domme fout.

Teken van de polarisatie, en van toenemende scherpte bij delen van de protestbeweging, waren de afgelopen week onmiskenbaar.Waar links de protesten te vaak nog afdeed als niet zo kansrijk zolang actievoerders niet explicieter de kant van onderdrukte Palestijnen kozen, daar begon rechts het protest openlijk als een vijand te behandelen, als iets dat gemanipuleerd moest worden, en in diskrediet gebracht. “Tweeënveertig Israëlische parlementsleden en ministers roepen in een petitie op tot het bouwen van tienduizenden woningen in de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem om het nijpende woningtekort in Israël op te lossen. Dit tekort, en de hoge woonkosten,was één van de aanleidingen van de protestgolf. Rechts stelt dus voor om de woningnood onder Israeli’s op te lossen over de ruggen van Palestijnen die dor de steeds groeiende nederzettingen grof weggeduwd worden.

Intussen begonnen rechtse activisten ook ‘deel te nemen’ aan de acties. Sommigen zetten tenten op in Tel Aviv, en kwamen met chauvinistische leuzen als ‘Tel Aviv is Joods’. Ze zeggen dat ze de protesten steunen maar wel een oplossing hebben: bouw van nederzettingen… ze keren zich oo tegen de her en der gehoorde roep om het aftreden van Netayahu. De Haaretz berichtte al iets eerder  dat er ook onder kolonisten in de nederzettingen steun is voor de protesten, maar niet voor de ‘linkse inslag’ ervan, en dat ze zich keren tegen de anti-Netanyahu-houding van organisatoren. Reservisten spraken ook steun uit voor de economische eisen van het protest maar betuigden ook loyaliteit aan de staat. Ze nomden zich “de ruggengraat van de Israëlische middenklasse… dit is geen protest van links of van de anarchisten. We zijn gekomen om te zeggen dat we er ook genoeg van hebben.” De economische misere wordt erkend en als legitiem issue gezen, maar o wee als de beweging bredere issues aan de orde gata stellen. Rechts ‘proeft’ hier iets dat links veelal nog krampachtig probeert te ontkennen: de protesten zíjn in de breedste zin van het woord links, een uitdaging aan datgene waar regering, rijken, kolonisten en religieus rechts voor staan. En het is waar dat binnen de protesten linkse groepen en ook anarchisten nadrukkelijk actief zijn. Dat betekent dat voornamelijk dat deze mensen en groepen gewoon hun wérk doen. Mooi.

De houding vanuit de protestbeweging tegen rechtse deelname/ inmenging is tegenstrijdig. Toen rechtse activisten naar het tentenkamp in Tel Aviv kramen, met racistische leuzen als “Tel Aviv is Joods, Soedanezen terug naar Soedan”, keerde een deel van de aanwezige actievoerders zich tegen hen: ‘deze mensen horen niet bij ons, we hebben onze acties niet met hun afgestemd”. Maar anderen zeiden weer dat ook deze rechtse mensen mee konden doen, uit naam van de brede eenheid van heel het volk.Dat is een ernstige misvatting, want de ‘breedheid van een volk’ dat deze rechtse fanatici insluit, sluit automatish de hier en daar moeizaam bereikte deelname van bijvoorbeeld de Palestijns-Arabische bevolking binnen Israël, maar dus ook Soedanese vluchtelingen, uit. Ter wille van de rechtvaardigheid alleen al is te hopen dat rechts niet in haar opzet slaagt.

Dat rechts er niet zomaar mee wegkomt, daar zijn gelukkig wel tekenen van. Er is inmiddels een actietent, genaamd ’48’, naar het jaartal van grootschalige verdrijving van Palestijnen door middel waarvan de staat israël aan grondgebied kwam. Het betreft een tent van Arabieren en Joden samen, die zich keren tegen huisuitzetting van Palestijnen, tegen discriminatie van Palestijnen en sommige Joden binnen Israël. In Jeruzalem is naast andere groepen ook een groepering betrokken die eerder actief was in de strijd tegen uitzettingen van Palestijnen uit hun huizen. Aljazeera berichtte trouwens in maart over gezamenlijke Joods-Palestijnse acties tegen woningnood in Jeruzalem en waarschijnlijk zien we van dit soort actie in Jeruzalem iets van een voortzetting. Het is waar dat dit nog maar kleine stappen zijn. Maar het is steeds duidelijker ónwaar om te stellen dat er binnen de beweging geen oog is voor de onderdrukking van Palestijnen. Dat is van groot belang.

Donderdag kwam Ynet met het bericht dat een rechtse actietent in brand gestoken zou zijn. Het artikel wees mensen van Anarchists Against the Wall – een groep die actief is op de Westoever tegen bezettingsmaatregelen aldaar – als schuldige aan. Die groepering waravan mensen deelnemen aan de protesten – ontkent, en die ontkenning is uit de mond van een groep die met geweldloze actie de bouw van de apartheidsmuur en de ontruming van Palestijnse woningen aanvecht ook geloofwaardig. De bechuldiging in hun richting wijst eerder op de nervositeit van rechts die de protesten, en met name de solidariteit van álle onderliggende bevolkingsgroepen, als bedreigend begint te ervaren en de schuld maar eens aan ‘de anarchisten’ geeft. En hoe je ook denkt over het in de fik steken van een actietent vanuiterst rechts – wie het ook deed, en het dat al is gebeurd – het laat zien dater binnen de opkomende protesten mensen zitten die de deelname van rechtsekolnisten, met hun racistische anti-Arabische opvattingen, niet vanzelfsprekend vinden en aanvechten. Dat is ook positief, net als de deelname van mensen van Anarchists Against the Wall zelf..

Na de protestenvan vanavond kom i ongetwijfeld weer op de gebeurtenissen en hun betekenis terug. Ik zet intussen nog eens even, ter afronding, op een rij waarom juist ook deze protestbeweging gewaardeerd en met enthusiasme en solidariteit begrep moet worden.

Allereerst zijn de sociaal-econmsche eisen die centraal staan vanaf het begin doodgewoon rechtvaardig. Mensen begonnen met klachten over de prijs van kwark, en zoals een BBC-artikel uitlegt is dat een belangrijk bestanddeel van hetontbijt van heel veel Israëli’s. Een hogere kwarkprijs is dus niet om lacherig over te doen, net zo min als een hogere brood- of melkprijs. Vervolgens kwamen vooral de hoge woonkosten centraal te staan. Snel daarna zagen we ook protest tegen de kosten die het grootbrengen van kinderen met zich meebrengt. Hoge kosten van levensonderhoud, met daartegenover stagnerende lonen van heel veel beroepsgroepen: de protesten krijgen steeds duidelijker een dynamiek van arm tegen rijk. Met alle gepraat over de Israëlische middenklasse in actie gaat het hier wel degelijk op een beweging die arbeiders in beweging brengt tegen de economische machthebbers die profiteren van neoliberaal beleid, en tegen een regeringdie dat bevordert. Dit is – zelfs al zouden actievoerders NIETS zeggen over de onderdrukking van Palestijnen, hetgeen ze dus hier en daar WEL doen – in zichzelf een legitiem, verheugend, anti-neoliberaal protest dat alleen al om die reden steun verdient. Of verdienen pensioenprotesteerders in Nederland ook alleen maar steun als ze het expliciet en nadrukkelijk óók voor vluchtelingen opnemen en zich uitspreken tegen vreemdelingendetentie van mensen zonder verblijfsvergunning?

Er is een tweede reden. Deze beweging in Israël doorbreekt de eenheid van alle Joden tegenover niet-Joden die de officiële Zionistische staatsideologie predikt. Immers, hier staan relatief arme Joden met tienduizenden tegelijk wekenlang tegenover een regering en andere politici die evenens Joods zijn, eveneens Hebreeuws spreken als hel veel van de demonstranten. De tegenstelling die hier naar voren komt en andere tegenstellingen in ieder geval tijdelijk wegduwt is niet langer Joden versu niet-Joden, zelfs niet die van Joden versus Palestijnen of versus Arabieren in het algemeen. Hier staan Joden aan de onderkant tegenover Joden bovenaan. In de plaats van nationaal, etnisch conflict staat hier klassenconflict in het middelpunt. Niet glashelder geformulerd onder veel demonstranten, en vaak zijn ze vol van illusies over gemeenschappelijheden tussen regeerders en betogers. Maar dat is bij het uitbreken van klassenbotsingen in andere landen ook vaker wel dan niet het geval. De betogende arbeiders die in 1905 naar het Keizerlijke Paleis in St Petersburg marcheerden met een petitie, zongen ‘God Zegene de Tsaar’. Waren het daarom ‘ingekapselde’, ‘Tsaristische’ arbeiders? Vast wel, maar binnen een jaar vormden ze arbeidersraden en brachten hetzelfde Tsaristische bewind aan de rand van omverwerping. Zo ontwikkelt klassenstrijd zich wel vaker: vol tegenstrijdigheden, maar pijlsnel.

Er is een derde reden. Deze bewegig zet druk op een regering die rechts is in sociaal-economisch opzicht, maar die tegelijk Palestinse rechten grof blijft schenden, de bezetting en de kolonisatie van Westoever en Jeruzalem doordrukt en aanscherpt, een regering die tot nieuwe uitersten gaat in anti-Arabisch, anti-Palestijns, chauvinisme en repressie. Het verzwakken van dee regering, wellicht het ten val brenngen ervan, van binnenuit de Israëlische maatschappij, zou een klap toebrengen aan een dodelijke vijand van Palestijnen die hun onderdrukking aanvechten, en van mensen die hun strijd steunen. Het mag zo zijn dat flinek delen van de Israëlische protestbeweging zich niet bewust zijn – deels niet bewust wíllen zijn – vanhet feit dat Joodse en Arabische arbeiders binnen Israël, én onder bezetting levende Palestijnen, in deze regering een gemeenschappelijke vijand hebben. Maar een gemeenschappelijke vijand ís het, en die vijand wordt dor de revolte in Israël bedreigd. Dat maakt de protesten relevant – en in principe tot iets gunstigs, óók voor de vrijheidsstrijd van Palestijnen.

Dit geldt allemaal in principe dus ongeacht of de protestbeweging het openlijk en nadrukkelijk voor de onderdrukte Palestijnen opneemt en aan solidariteit tussen de bevolkingsgroepen bouwt. Scherp gezegd: ook als de protestbeweging enkel en allen uit Joden zou bestaan, ook als alle deelnemers ervan de bezeting en de discriminatie van Palestijnen zou tolereren of zelfs accepteren – ook als de beweging wel neoliberaal zou zijn maar tegelijk het gangbare anti-Arabisch racisme zou weerspiegelen – dan nóg gaf het anti-neoliberale karakter, het nationale eenheid doorbrekende, en het de regering bedreigende, karakter van de protesten, de gebeurtenissen een positieve betekenis. In dat geval zou solidariteit wel heel nadrukkelijk gepaard moeten gaan met discussie en inzet om het zuiver-joodse karakter en de racistische vooroordelen van deelnemers te doorbreken en stappen in de richtig van solidariteit met Palestijnen te zetten. Die solidariteit is principieel juist. Het is tegelijk strategisch slim, want zolang veel demonstranten nog Arabieren als vijand zien,kan de regering de chauvinistische kaart spelen, een veiligheidscrisis ofzelfs een oorlog forceren, mensen achter de nationale vlag verenigen en het protest daarmee minstens ernstig ontregelen.

Maar in werkelijkheid is de beweging helemaal niet zuiver-Joods, zoals we zagen. In werkelijkheid worden er stappen gezet naar solidariteit met Palestijnen in verzet. In werkelijkheid accepteren delen van de beweging het dominante anti-Arabische racisme niet, en geven daadwerkelijk blijk van die afwijzing. In werkelijkheid zien we een beweging waarin de neiging voelbaar is om steeds diepere vragen te stellen en om de hele Israëlische maatschappij op haar grondvesten te doen schudden. Hoe diep dat gaat, hoe ver de beweging komt? Niemand die het weet. Maar de strijd afschrijven met voorgeprogrammeerde argumenten, bijvoorbeeld over een Israëlische arbeidersklasse die het Zionisme zodanig heeft verinnerlijkt dat zelfs haar eigen strijd tegen het Zionistische establishment dat niet kan doorbreken, is verkeerd, nalatig en dom.

Opm.: 19.16: taalkundige correcties aangebracht.

Advertenties

One Response to Protest in Israël afschrijven is nalatig en dom

  1. Arturo Desimone schreef:

    Hi Peter, I think this is a very good and well-argued analysis you are presenting. The protesting Israelis who are confronting ruling elites and right wing political groups in Israel, are acting foremost out of their class interest and not to defend the indigenous population–this is unfortunate as it shows the lack of empathy and interest of Israelis towards the Palestinian victims. But they are protesting a right wing, ultracapitalist government and its settlements and are beginning to speak out, to be honest about the reality that the security cult and the cause of fighting a Palestinian enemy has served always as a machine for homogenizing and silencing any kind of poltical dissent or diversity within Israel and of trying to cover up and hide the many tensions, class warfare and rivalries that could easily split apart the Zionist society

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: