Historisch anarchisme verwrongen in beeld

woensdag 7 september

We beleven vandaag de dag een soort van opleving van het anarchisme als denkrichting en beweging. Dat blijkt uit media-aandacht voor anarchistische ideën en activiteiten. Het bijkt ook uit aanvallen die in vaak dezelfde media doorklinken. Tegen die achtergrond is er ook weer aandacht voor het hostorische anarchisme ui de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Daarin domineert te vaak een vertekend beeld. Maar dat er behoefte is om het eeld van anarchisten en anarchistische politiek zo te vertekenen zegt op zichzelf al iets over de uitdaging die het anarchisme nog steeds stelt. Iets dat zo hardnekkig ‘weerlegd’ moet worden, al meer dan een eeuw lang, is blijkbaar toch tamelijk taai.

Media-aandacht voor anarchisten komt vaak de hoek van tegenstanders, en heeft soms hilarische trekjes. Een week of wat geleden lekte in Groot-Brittannië een notitie uit van de politie daar. Die bevatte instructies om de politie te waarschuwen als men merkte dat er een anarchist in de buurt woonde of iets dergelijks. Anarchisten als zodanig werden object van repressieve aandacht. Dat is op zich niets nieuws: als principiële tegenstanders van welke staat dan ook worden we natuurlijk door dezelfde staten in de gaten gehouden. Maar dat dit zo open en bloot in een politie-instructie te lezen viel, trok toch aandacht. De inhoud belandde op de voorkant van de Guardian. Die krant bleek niet te beroerd om iemand van een anarchistische organisatie commentaar te laten leveren. Zo kwam het anarchisme even volop in de aandacht te staan. Veel mensen vonden het belachelijk om mensen puur vanwege hun ideeën al in de verdachtenbank te zetten. Enkele dagen maakte de politi, kennelijk in de verdediging geduwd, bekend dat de inmiddels zwaar omstreden instructie slecht geformuleerd was en werd ingetrokken. Maar toen hadden veel mensen die daar anders niet bij stil zouden hebben gestaan, kennis genomen, niet alleen van de politionele obsessie met anarchisten, maar ook met anarchistische argumenten daartégen, en zelfs met anarchistische opvattingen in bredere zin. Onbedoeld heeft de politie de anarchisten mooi in het zonnetje gezet.

Dat de politie juist in Groot-Brittannië extra aandacht heeft voor anarchisten, is echter niet toevallig. Juist het afgelopen jaar – met name in studentendemonstratie in november en december – waren herkenbaar anarchistische fenomenen merkbaar. Directe actie, buiten vertegenwoordigende structuren om en er feitelijk dwars tegen in: de klassieke aanpak van anarchisten. Niet-hiërarchische, decentrale organisatievormen om die acties van de grond te krijgen: de klassieke werkwijze van anarchisten. Dat anarchisten zelf ook meededen aan deze acties, sprak vrijwel vanzelf. Maar vooral het feit dat bredere groepen langs anarchistische lijnen te werk gaan, ook als ze zichzelf helemaal niet – of niet bewust, of nog niet – als anarachist beschouwden, liet zien dat anarchise best eens een bredere weerklank begin te krijgen. Dat het gezag dit ook opmerkt, en een schepje bovenop haar anti-anarchisme doet, is dan niet vreemd. Dat ze daarbij een mooie uitglijder maakt die het anarchisme gratis gunstige publiciteit gaf, is dan natuurlijk meegenomen.

Parallel aan de aandacht die anarchisten van het gezag krijgen, zien we ook hernieuwde belangstelling in intellectuele kringen voor het anarchisme. Ook die is veelal gezagsgetrouw en afwijzend van aard. Een voorbeeld is een recent boek: “De wereld die er nooit kwam. Een geschiedenis van het anarchisme”, geschreven door Alex Butterworth. Ik heb het boek niet gelezen, en ik ben dat ook nog niet erg hard van plan. Maar mij viel in Trouw dus een recensie van het boek op, waarin aan de hand ervan flink op het anarchisme wordt ingegaan. Het is in de recensie niet steeds duidelijk of we hier de opvattingen van Butterworth of van de recensent zelf lezen. Hoe dan ook, he artikel laat zien hoezeer vandaag de dag beperkte, verwrongen en soms doodgewoon onjuiste beweringen over het anarchisme springlevend zijn, en in een dik boek ook nog eens springlevend worden gehouden.

Het boek blijkt trouwens – en daar begint de narigheid al – geen overkoepelende geschiedenis van het anarchisme te zijn, maar een studie van het anarchisme in een bepaalde periode, namelijk van 1871 tot en met 1917. Bovendien stelt de schrijver in zijn verhaal één dimensie van het anarchisme in die peride centraal, namelijk de gewelddadige diemensie, die tot uiting kwam in een reeks van aanslagen. Van al die andere uitingsvormen van het anarchisme in die periode lezen we in de recensie erg weinig. Als daarmee het boek recht wordt gedaan, dan doet ook het boek aan het historische anarchisme niet bepaald recht.

Er zitten bovendien ook fouten in, domme fouten. De recensient vat samen: “Op het zwart omrande lijstje…” (van mensen die door anarchisten zijn gedood)…  “staan onder andere een Russische tsaar, een Franse president, en Oostenrijkse keizerin (Sissi uit de zwijmelfilms), een Italiaanse koning, en minister-resident, andere politici en honderden voorbijgangers die de pech hadden op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.” Het is waar dat deze mnsen via aanslagen werden opgebracht. Maar het is niet juist om die allemaal aan anarchisten toe te schrijven. De Russische tsaar, Alexander II, werd omgebracht in 1881 door een groepering die zich Land en Vrijheid noemde. Deze mensen wilden een liberale grondwet en sociale hervormingen, en hoopten dat door aanslagen als deze dichterbij te brengen. Het was géén anarchistische groepering: anarchisten vechten niet voor een ander staatsinrchting. Het is dus onjuist om deze aanslag met terugwerkende kracht tot onderdeel van een anarchistische aanslagengolf te brengen.

Nog zo’n domheid: Butterworth noemt als iemand die infiltreerde in revolutionaire kringen het voorbeeld van Evno Azef, “die het tot hoofd van het terreurcommando van de sociaal-revolutionairen had gebracht, toen de grootste revlutionaire beweging in Rusland.” Dat kan waar wezen, maar die sociaalrevolutionairen waren geen anarchisten. Ze hanteeren zodra ze maar de kans kregen, de parlementaire machtsvorming via verkiezingen en regeringsdeelname zodra ze in 1917 de kans kregen. In de voorlopige regering van Kerensky in 1917. na de val van de Tsaar, zaten een hele zwik sociaal-revolutionairen. En del inkervleugel van die partij leverde ministers, pardon ‘volkscommissarissen’, in de door Lenin aangevoerde regering kort na de Oktoberrevlutie. Hoogst on-anarchistische praktijken, derhalve. Het is misleidend om de zaak-Azef neer te zetten alsof die betrekking heeft op anarchistische ‘propaganda van de daad’ of zoiets. Butterworth ziet aaslagen, en denkt ‘anarchisten’. Van een serieus werk over anarchisme mag je een serieuzer onderscheidingsvermogen verwachten.

Maar er is hier een diepere verdraaiing gaande. Aanslagen behoorden slechts tamelijk korte tijd tot het favoriete repertoire van anarchisten, en zelfs toen niet eens va de mééste anarchisten. Het verschijnsel kwam op in de jaren tachtig, leidde in de jaren negentig tot een reeks spectaculaire daden, en ebde na de eeuwwisseling al snel weer weg. De aanslagen wortelden vooral in het gevoel van oppermachtiege reactie en repressie. Het neerslaan van de Parijse Commune, de vervolging van alles wat links en revolutionair was in het kielzog ervan, processen tegen anarchisten die zonder spoor van bewijs medelichtig werden verklaard aan uitbarstingen van geweld (1) – het leidde bij sommigen tot een behoefte aan gewelddadige vergelding. De enorme misère waaraan arbeiders waren onderwoprpen versterkte dat gevoel nog. In een situatie van wanoop en reprssie, zonder veel georganiseerde tegenkrachten, is de opkomst van wanhoopsradicalisme niet vreemd. Dit wanhoopsradicalisme hanteerde anarchistische argumenten. Maar dit is noch typerend, nog maatgevend voor het anarchisme als zodanig.

Uit het boek – of in ieder geval uit de recensie ervan – valt ook niet op te maken hoe omstreden de aanslagen, deze vorm van ‘propaganda van de daad’, in anarchistische kringen zelf waren. Kropotkin, de invloedrijke en meest bekende anarchist uit deze periode,  flirtte heel even met de aanpak, maar moest er al snel weinig van hebben. Slechts zijn gevoel van verbondenheid met mede-anarchisten, de erkenning dat de drijfveren van de aanslagplegers honorabel waren, weerhield hem ervan openlijk kritiek erop te leveren. En na de eeuwwisseling verdween het anrchistische terrorisme naar de marges van de anarchistische beweging. Die was inmiddels veel meer dan te voren een omvangrijke arbeidersbeweging geworden. Anarchisten als Monatte propageerden de opvatting dat binnen vakbonden een aanpak van directe actie en zeggenschap over arbeidersorganisaties door de arbeiders zélf doorgevoerd moest worden. Uitkomst was het anarchosyndicalisme: het nastreven van anarchistische doeleinden door middel van niet-hiërarchisch gestructureerde arbdeidersbonden, die de strijd voor directe bestaansverbetering door middel van stakingen dienden te voeren, maar tegelijk alles op alles moeste zetten om die strijd te doen uitmonden in omverwerping van staat en kapitaal. Die arbeidersbonden zelf waren, vanwege hun direct-democratische inrichting, zonder beroepsbestuurders, en federatief van onderop met elkaar verbonden, na de omwenteling dan heel geschikt om de kiem van een vrije maatschappij te zijn zoals anarchisten die zich voorstelden. Arbeiderszelfbestuur dus, als kiem van die andere wereld waar anarchisten naar streefden.

Lang niet alle anarchisten deelden de anarchosyndicalistische aanpak. Malatesta, naast Kropotkin één van de belangrijkste figuren uit de anarchistische beweging in deze periode, vreesde er een versmalling van het anarchistische blikveld van, en was bang dat de directe strijd voor alledaagse belangen de diepergaande anarchistische doelen naar de achtergrond zou duwen. Maar ook hij erkende collectieve arbeidersstrijd als hefboom op weg naar een vrije maatschappij zoals anarchisten die nastreefden. Het is deze dimensie van gezamenlijk arbeidersverzet als motor van de anarchistische strijd die vanaf 1890 in anarchistische kringen toonaangevend werd. En het is precies deze dimensie die bij Butterworth zo ongeveer ontbreekt, als we op de recensent mogen afgaan. Natuurlijk zijn stakingen en het dag in dag uit organiseren van arbeidersbonden minder spectaculair, en minder geschikt voor meeslepende verhalenvertellerij. Dat kan wellicht een literair argument zijn om het te verwaarlozen, maar geeen politiek of historisch valide argument.

Opvallend is ook wat zelfs de recensent opvalt: “Als er al sprake zu zijn van een tekortkomig dan is dat de geringe aandacht die hij besteedt aan de ideologie van het anarchisme.” Die wordt door de recensent trouwens ook “een soms bizar allegaartje met als kern de komst van een harmobieuze samenleving zodra de staat, de grote onderdrukker, was weggevaagd”, genoemd. Dat het voor anarchisten als Kropotkin, Malatesta en voral de anarchosyndicalistische kopstukken niet alleen om omverwerping van de staat, maar ook van het kapitaal de ondernemersklasse, gaat, wordt hier weer eens miskend (bijna alle besprekingen van het anarchisme door niet-anarchisten lijden aan dit euvel). Dat iemand als Kropotkin juist met nadruk wees op de noodzaak dat er niet alleen diende te worden opgeruimd door een revolutie, maar ook meteen moest worden gereorganiseerd en opgebouwd vanaf die revolutie, is hier ook buiten beeld geraakt. Het beeld dat anarchisten dachten: we gooien de oude orde omver in barricadengevechten, en dan gaat alles vanzelf, is een karikatuur die ieder contact met een handvol in die tijd in anarchistische kringen verspeide boeken, brochures en kranten niet overleeft.

Erg onjuist is ook de bewering: “Zelf hechtten de aanhangers aan hun ideologie ook geen al te grote waarde.” Ongetwijfeld waren de handjesvol die explosieven aan het leggen waren, weinig bezig met het lezen van anarchistische teksten. De meeste anarchisten hadden echter wel wat anders, wat beters ook, te doen – en lezen, schrijven en discussiëren waaren hierin van erg groot belang. Juist in deze periode begon het te gonzen van anarchistische periodieken, brochures, boeken, openbare bijeenkomsten om ‘De Idee’ – zoals dat wat plechtstatig geduid werd – uiteen te etten en toe te lichten. Deze periode zag de verschijning van een hele reeks inmiddels binnen het anarchisme klassieke teksten, met name van alweer Kropotkin. En er werd fel over theorie en praktijk gedebatteerd op anarchistische congressen. ‘Is de anarchosynduicalistische aanpak wel de juiste?’ was bijvorbeeld aanleiding tot een felle gedachtenwisseling tussen Malatesta en Monatte op een anarchistisch congres in Amsterdam in 1907 (2).

Dit was ook de periode waarin de anarchistische beweging steeds meer haar collectivistische aanpak verving door een communistische. Met ‘collectivisme’ wordt dan het idee bedoeld dat collectieven de economie behweren, waarin arbeiders dan waardebonnen krijgen voor de arbeidsuren die ze hebben besteed. Met communisme wordt het idee bedoeld dat mensen zic naar vermogen voor de maatschappij – voor elkaar! – inzetten, en konden nemen naar behoefte uit datgene wat samen geproduceerd werd. Bakunin was nog collectivist; Kropotkin en Malatesta ware anarcho-communisten. Ga er maar vanuit datd e overgang niet bepaald zonder bloedserieuze discussies verliep. Het verwa wijt dat anarchisten hun theorie onvoldoende serieus namen is in grote ijnen onzin. Eerder was er een omgekeerde neiging bespeurbaar: elkaar op de vierkante centimeter de maat nemen of men wel zuiver genoeg in de rechte leer was, typeerde helaas de houding van teveel anarchisten.

Er is – nogmaals, afgaand op de uitgebreide recensie – nog wel meer op het boek van Butterforth aan te merken. De gehanteerde tijdsmarkering bijvoorbeeld: tussen 1871 en 1917. Daarmee vallen belangrijke episodes in de geschiedenis van het anarchisme buiten het beeld. Het ontstaan van de theorie valt er bijvoorbeeld buiten. Baknin, grondlegger van de historische anarrchistische beweging, leverde zijn wezenlijeaanzetten al eerder, en overleed in 1876. Proudhon en Stirner, belangrijke theorietici, waren in 1871 al dood. Maar ook na afloop van de gekozen periode gebeuren er dingen die van wezenlijk belang zijn als je het anarchisme echt wil begrijpen als méér dan een bommengooiersproject. Zo is er de anarchistisch-georiënteerde partisanenbeweging in de Oekraine, tijdens de Russische revolutie en burgeroorlog, tussen 1918 en 1921. Deze beweging, Machnovtsjina genoemd naar haar vermaarde aanvoerder Nestor Machno, vocht tegen witte (rechtse) en rode (Bolsjevistische) legers, en probeerde intussen vrije communes en sovjets overeind te houden ze en zo iets van de anarchistische doelen in de praktijk te brengen. Buiten beeld valt vooral ook de Spaanse revolutie in 1936-1937, met haar collectieven en communes in Barcelona en op het platteland van Catalonië. Aragon en elders. Hirin speelden anarchistische idealen een grote rol, en stonden activisten van de grote anarcho-syndicalistische vakcentrale CNT erg vaak vooraan. Dat een deel van de anarchisten oversta gingen, toetraden tot een regering en daarmee hun anarchisme aan de laars lapten, is waar. Dat een ander deel van de anarchisten – tegen fascisten, stalinisten, republikeienen, en ook nog eens in de steek gelaten door eigen aanvoerders – probeerde door te vechten voor een vrije maatschappij echter eveneens. Een bespreking van deze tragische maar toch ook gloriuze episode had bepaald niet misstaan.

Geleidelijk wordt de conclusie wel duidelijk. “Na lezing van ‘de wereld die nooit kwam’ weet je vrijwel alles wat er te weten valt over deze inalle opzichten grensoverschrijdende beweging en heb je bovendien een aantal aangename uren achter de rug”, zo schrijft de recensent. Die aangename uren zouden kunnen klppen: vertellingen over samenweringen aan aanslagen lezen vaak alleraardigst vlot weg. Maar veel van de aangenaamheid wordt toch bedorven door ergernis wegens onjuisheden en tendentieuze weergaves. Na lezing weet je wellicht een boel over bepaaalde facetten van bepaalde vertakkingen van de anarchistische stroming. Maar “vrijwel alles over deze (…) beweging”, het hele anarchisme uit die tijd? Het líjkt er niet eens op.

En dan is er nog het nogal irritante verschijnsel dat in ieder geval de recensent over het anarchisme enkel in de verleden tijd spreekt. “(A)ls ideolgie en organisatie schoot het tekort” en “(a)ls routebeschrijving naar een betere wereld kon het niet meer zijn dan een doodlopende weg”, schrijft de recensent, na enkele complimentjes te hebben uitgedeeld oer de vooruitziende blik va anarchisten op het gebied van onder meer vrouwenemancipatie en duurzaamheid.  Nu is een routebeschrijving natuurlijk nóóit een weg, doodlopend of anderszins, net zomin als een recept hetzelfde is als een al dan niet oneetbare maaltijd. Maar dat terzijde. Het hele idee dat het anarchisme vroeger bestond, haar falen heeft aangetoond en enkel dus als historisch verschijnsel besproken hoeft te worden, is onzin. Zelfs de politie weet wel beter.

Gelukkig zijn er betere informatiebronnen, en kortere ook. Juist vandaag had de Guardian een artikel onder de kop: “What does it mean to be an ‘anarchist’?” Daarin staat inkort bestek veel zinnigs over anarchisme en anarchisten, de geschiedenis van de theorie, gangbare misvattingen erover en meer. Er zijn goede boeken over het anarchisme, er zijn websites zoals http://libcom.org  en de http://anarchistlibrary.org  Maar als je een sensatieverhaal wilt in boeketreeks-stijl, en een beetje verdraaiing en geschiedvervalsing op de koop toe neemt, dán is het boek van Butterworth wellicht toch een aanrader.

Kropotkin werd bijvoorbeeld in 1883 tot zes jaar veroordeeld in een proces in Frankrijk waar tientalen anarchisten voor de rechter gesleept waren. Kort ervoor waren in midden-Frankrijk ontploffingen en rellen geweest, en de anarchisten kregen de schuld. Ze werden ook beschuldigd van lidmaatschap van de Internationale, die feitelijk niet meer bestond. Bewijs ontbrak, maar veroordeling volgde. Na drie jaar kwam Kropotkin weer vrij. Toen was de zaak tot een soort nternationaal schandaal uitgegroeid. Zie George Woodcock: “Anarchism”, 1979, pag.193-195.

  1. Zie de presentaties van Monette en Malatesta op dat congres in Amsterdam, in “The Anarchist Reader”, samengesteld door dezelfde Woodcock, pag. 213-225.
Advertenties

4 Responses to Historisch anarchisme verwrongen in beeld

  1. Marco schreef:

    Een interessant artikel. Maar toch ben ik geneigd te reageren, dat ook het anarchisme is bedacht door westerse ‘intelectuelen’. En deze wedijveren (zoals gebruikelijk in de politiek) om hun gelijk; Quote bovenstaand artikel:

    “… elkaar op de vierkante centimeter de maat nemen of men wel zuiver genoeg in de rechte leer was, typeerde helaas de houding van teveel anarchisten.”

    Persoonlijk ben ik er van overtuigd; Dat wij als moderne (stads-)mensen onze roots zijn kwijt geraakt. De roots die mensen die dichter bij de natuur leven, of natuurvolk-mensen (Indianen, Aboriginals, enz) nog wel hebben; Verbonden met de natuur, intuïtief de juiste beslissingen nemen; Het werk doen voor ons zelf, en voor de gemeenschap.
    Ook voor de westerse mens die ik zelf ben, voelt dat als een ‘abstract’ iets. Ook ik ervaar, hoe wereldvreemd het is: Dat zoeken en/of ervaren naar dat contact met de natuur enerzijds. En op het andere moment weer 5 dagen voor de baas aan de gang.

    Of het voor onze westerse mensen is weggelegd, om onze roots -die band met de natuur- weer in ons dagelijks leven te integreren? Dat moet de toekomst uitwijzen. Alhoewel met steeds vaker natuurrampen, en de fossiele grondstoffen die opraken, word de westerse mens wel gedwongen meer respect voor de natuur te gaan tonen, duurzamer te gaan leven.

    Anarcho-primitivisme wordt dit meen ik genoemd.
    Ik maak nog even ’n zijsprongetje naar groente-verbouwende stedelingen die ik persoonlijk erg inspirerend vind:

    ‘Berlijners kweken groenten in centrum van de stad’
    http://www.ipsnews.be/artikel/berlijners-kweken-groenten-centrum-van-de-stad

    Ik ben benieuwd naar jullie reacties. 😉

  2. RG Gallagher schreef:

    Beste Marco,

    Dat je inspiratie put uit die groentetelende stedelingen kan ik me ergens wel voorstellen, maar primitivisme kun je het moeilijk noemen. Iemand die temidden van een “smeltkroes van culturen” in het centrum van Berlijn leeft, en daar “tomaten uit India, peterselie uit Japan en aardappelen uit de Andes” kweekt, die plukt toch mooi de vruchten van de globalisering, van de ‘internationale vermaatschappelijking van de produktie’ zoals men dat in marxistisch jargon placht te noemen.

    Het beeld van een primitieve Indiaan die, diep verscholen in het Amazonewoud, de mogelijkheid heeft om Japanse peterselie te kweken is even komisch als absurd.

    Er kleeft, naar mijn bescheiden mening, een onoverkoombaar bezwaar aan ‘anarcho-primitivisme’ of andersoortige terug-naar-de-natuur en/of leven-als-de-edele-wilde filosofiën. Een niet-kapitalistische maatschappijorde die mij geen koffie en bananen kan verschaffen, geen uitheemse medicijnen of buitenlandse literatuur, kortom een bestaanswijze die mij opsluit in de natuurlijke beperkingen van het lokale, een bestaanswijze die mij berooft van de veelzijdige geneugten die alleen een op wereldschaal georganiseerde produktie beschikbaar kan stellen, zo’n maatschappij acht ik, en met mij velen denk ik, het nastreven niet waard. Daarom ga ik liever Vooruit naar de Toekomst dan Terug naar het Verleden.

    Maar ach, ik ben dan ook maar zo’n verdorven westerling die een groot plezier put uit intellectuele wedijver.

  3. Marco schreef:

    Ik begrijp je standpunt. En een koffiezetapparaat vind ook ik wel erg handig. Maar ik denk dat het gerust wel mogelijk zal zijn, om een kruising tussen deze ‘uitersten’ te scheppen. En waarschijnlijk zal het ook wel nodig zijn, dat we een stapje terug moeten doen in comfort.

    Mogelijk gaan economieën ook weer lokaler draaien. Zie bv het artikel op Visionair.nl – ‘Japan ontdekt de prijs van complexiteit’ (1): Doordat Japan nu met een energietekort zit, sluiten er fabrieken, waardoor fabrieken elders wereldwijd weer met een tekort aan onderdelen kampen. Gevolg: De crisis breidt zich in een kettingreactie uit.

    En in de jaren ’70 werd al voorspeld dat er tussen 2000 en 2020, met het opraken van de fossiele grondstoffen een einde aan de economische groei zou komen. Zie Youtube – ‘Who Killed Economic Growth?’ (2)
    En voor ijzererts lijkt het zelfde te gelden. Zie het artikel op Cassandraclub – ‘Grenzen aan de Groei: export van ijzererts uit India hapert.’ (3)

    (1) ‘Japan ontdekt de prijs van complexiteit’
    http://www.visionair.nl/ideeen/wereld/japan-ontdekt-de-prijs-van-complexiteit/

    (2) ‘Who Killed Economic Growth?’

    (3) ‘Grenzen aan de Groei: export van ijzererts uit India hapert’
    http://cassandraclub.wordpress.com/2011/09/06/grenzen-aan-de-groei-export-van-ijzererts-uit-india-hapert/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: