Achter het misbruikschandaal van de katholieke kerk

dinsdag 20 december

Het rapport-Deetman over seksueel misbruik in de kathiolieke kerk en haar instellingen is inmiddels al weer vijf dagen in de openbaarheid. Mensen zijn alweer volop bezig methet tot beperkte proporties terugbrengen van de verschrikkingen die in het rapport worden besproken. Hoofdpunt voor politici is momenteel: kunnen daders alsnog vervolgd worden? Slachtoffers dringen erop aan dat de verjaring van de misdrijven die tegen hen zijn begaan wordt afgeschaft. Het zijn geen onbeduidende punten. Maar ze maken van het schandaal een reeks afzsonderlijke strafbare feiten die afzonderlijk moeten worden aangepakt. Het grootschalige, systematische, en niet door het strafrecht oplosbare karakter van de wandaden raken hiermee op de achtergrond. Maar precies de systematiek, het institutionele karakter van de gwelddadigheid verdienen de groots mogelijke aandacht, willen we er althans aan bijdragen dat dit soort dingen in de toekomst op zijn minst drastisch worden teruggedrongen.

Het seksueel misbruiik in de kerk en haar instituties was geen kwestie van rotte appels, van mensen die de verleiding niet konden weerstaan en zich aan kinderen vergrepen. Het ging veel verder. Tien tot twintigduizend slachtoffers, dat is niet als iets incidenteels af te doen.Rond de achthonderd daders die specifiek aangeduid konden worden, dat is geen handvol. Het vernietigen, soms incidenteel en soms systematisch, van dossiers over misbruik is niet het gedrag van een op zichzelf gezonde organisatie waar alleen wat mensen niet helemaal functioneren. Het is het gedrag van een organisatie die haar eigen verantwoordelijkheid voor het misbruik zoveel mogelijk onder de tafel wil werken. Daders konden hun gang gaan omdat collega-prio iesters hun mond hielden, omdat priesters zich misbruik pleegden, doodleuk werden overgeplaatst als het teveel in de gaten begon te lopen en op hun nieuwe plek hun gang weer konden gaan, omdat de bisschoppen wel wisten dat er van alles gebeurden maar niet of nauwelijks ingrepen. De kerkelijke hiërarchie als zodanig, en niet alleen afzonderlijke kerkfunctionarissen, hielden daarmee daders de hand boven het hoofd e werkten het voortduren van de wandaden in de hand. Dat alleen al maakt het seksueel misbruik in de kerk tot een institutioneel probleem. Een oplossing daarvoo kan dan ook niet om dat institutionele karakter heen. Dat gaat veel verder dan het aanklagen van priesters en zelfs dan het – weer wenselijke! – aftreden van bisschoppen. En het gejammer van bisschoppen die nu spijt betuigen, van een aartsbisschop Eijk die die toegeeft dat meer  op zijn plaats was geweest, en meer van dat fraais… verachtelijk is het.

Wat is de systeemlogica achter dit grove geweld tegen jonge en kwetsbare mensen. Er zijn drie kenmerken van de katholieke kerk als instituut die het platsvinden van grootschalig misbruikl in de hand werken, zelfs zeer waarschijnlijk maken. De kerk is als organisatie volstrekt autoritai en hiërarchisch ingericht. Veel kerkelijke instellingen zijn ook nog eens vrijwel volledig afgesloten van de buitenwereld. Er heerst een immense morele pretentie van een kerk die ons wijsmaakt alleen het welzijn van aan haar toevertrouwde mensen na te streven. En er heerst een rigide, mensvijandig stelsel van doctrines over seksualiteit. Gezamenlijk zorgden deze aspecten voor een totalitair stelsel waarin een verregaand vervomde seksualiteit van kerkfunctionarissen zich systematisch o0ntlaadde tegenover aan hun zorg toevertrouwde mensen.

Eerst het autoritaire, hiërarchische karakter. Priesters zijn de baas over pupillen en parochianen; bisschoppen staan daar weer boven aartsbisschoppen, kardinalen weer daarv boven. Bovenaan staat de paus, zolang we tenminste aards blijven denken want de ultime autoriteit wordt aan God Zelve toegekend. Orders, instructies, bevelen komen van boven naar beneden, hoger beroep is onmogelij , zelfs de schijn van inspraak of medezeggenschap ontbreekt. Waar deze autoritaire gezagsstructuur volwassen parochiane eronder houdt, is het al erg genoeg. Maar in de twintigste eeuw is in Nederland niemand meer verlicht deel uit te maken van een katholieke parochie. Wie blijft, kiest daarvoor. En omdat ook de katholieke geestelijkheid dat weet, is er een zekere flexibiliteit. Niet elke instructie uit het Vaticaan wordt even hard doorgedreven in elke parochie. Ook gelovige katholieken gaan in hioge mate lekker hun gang aangaande zaken als homoseksualiteit en abortus en seks vóór het huwelijk. Het mag officieel niet, maar mijnheer pastoor wil ook liever geen leke kerk voor zijn neus krijgen vanwege al te veel aandrang op zuiverheid in de leer.

Heel anders is dat echter in allerlei gesloten instellingen, internaten, waar de priesterstand de scepter zwaait. De pupillen daar zijn veelal minder minderjadig. Ze hebben niet gekozen voor hun verblijf daar, ze zitten er omdat ze moeten. De instellingen zijn verregaand gesloten – het tweede wezenlijke aspect. Wat binnen de instellingen gebeurt, blijft dus veelal onzichtbaar. Hier zijn mensen wel degelijk uitgelever\rd aan de totale, in principe onbeperkte macht die geestelijker er uitoefenen. Waar mensen onbeperkte macht over andere mensen hebben, daar is geweld t van machtig tegen machteloos doodgewoon ingebouwd. Het maakt deel uit van de systeemlogiza van zo’n instelling. Waar je slavenhouders en slaven hebt, daar heb je dús zweepslagen. Dat los je ook niet op door individuele brute slavendrijvers te vervolgen. De slavernij zelf is hier het probleem. Met de totale onderwerping van kinderen aan priesters in internaten is het niet wezenlijk anders.

De zaak wordt nog ernstiger door de ideologie erachter. De kerkhiërarchie heerst officieel niet uit machtswellust of winstbejag. Natuurlijk niet! Het gaat de paus, het Vaticaan, de aartsbisschop, de bisschoppenconferenties, de afzonderlijke bisschoppen, priesters en pastoors om het zieleheil van de gelovigen, het welzijn van pupillen, het genezen van zieken, het zorgen voor zwakken. Het gaat nooit om de belamngen en behoeftes van de geestelijkheid zelf, of het moet de behoefte aan het doen van Goede Daden zijn.

Hier regeert niet de hebzucht. Hier heerst een veel gevaarlijker monster, het monster van Voor-Je-Bestwil. Tegen inhaligheid is verweer denkbaar. Tegen weldoenerij is dat veel moeilijker. Daarom presenteerde de VS de oorlog in Irak ook als oorlog voor de Irakese vrijheid, en bniet als oorlogh om de olie. Ja, er gingen dingen verkeerd. Maar de bedóélingen waren zo goed, en de Iraki’s die dat niet befgrepen waren gewoon ondankbaar. Deze logica van Voor-Je-Bestwil heerste ook in de katholieke internaten. Ja, een priester was vast wel eens hardhandig. Maar het gebeurde allemaal om de pupillen op het goede spoor te krijgen of te houden. Nietwaar? Het is de logica van de Noordkoreaanse staat, die ook eindeloos bezig is met het welzijn van haar totaal verhongerde en geterroriseerde onderdanen. In het geval van de kerk wordt de Bestwil dan ook nog eens herleid tot de ultieme bron van macht en moraal: God. Waar de absolute macht en het absolute goede hand in hand gaan, is niemand die aan die macht is onderworpen nog verzekerd van gezondheid en leven.

Hiëracrhische autoritasire instellingen, afgsloten van de buitenwereld, van pottenkijkers en van iedere transparantie ontdaan, gedreven door een ideologie waarin de machigen zich aanmatigen het absolute Goede te vertegenwoordigen… die kenmerken van de katholieke kerk, en met name voor haar internaten en dergelijke, zijn mijns insziens een afdoende verklaring voor de gewelddadigheidjegens pupillen die daar heerst, de terreur die daar dagelijkse praktijk was, ook als die terreur niet dagelijks tot openlijk geweld leidde. Wat echter verklaring behoeft is de specifieke vorm van terreur. We hebben het hier niet, of niet in de eerste plaats, over ‘gewone’ mishandeling, slaag, dwang, foltering. We hebben het hier niet over een Syrisch detentiecentrum – of over een detentiecentrum voor geïllegaliseerde vluchtelingen in Nederland. De vorm die het geweld aannam, was specifiek: seksueel misbruik, alles vanaf ongewenst betasten tot en met volslagen verkrachting.

Die seksuele nadruk in de bruutheid verdient verklaring. En die ligt in de kerkelijke doctrines op het gebied van seksualiteit, en hoe die botsen met zeer diepe biologische drijfveren waaraan vrijwel niemand zich geheel kan onttrekken. De doctrine van de kerk beschouwd seks boven alles als iets instrumenteels: man en vrou hebben seks om ervoor te zorgen dat er kinderen komen. Vruchtbaarheid is hier het hoogste doel. Seks is er dus niet voor onze lol. Productie – in dit geval kinderproductie – daar draait het om. Hiermee is seks buiten verbintenissen die het grootbrengen van kinderen tot doel hebben, al verwerpelijk, en seks tussen mensen van hetzelfde geslacht al helemaal. De afwijzing van seks buiten het huwelijk, van homoseksualiteit, en ook van voorbehoedsmiddelen, is hierin gelegen.

Aan seks buiten het huwelijk, aan seks tussen mensen van hetzelfde geslacht en aan het gebruik van voorbej hoedsmiddelen maakt deze docttrine geen einde. Maar het omgeeft al deze dingen wel met een sfeer van schaamte en taboe, en vaak ook van risico en angst. Seksualiteit krijgt er iets mysterieus-de reigends- gevaarlijks door. Het ís er nu eenmaal – want seksuele verlangens zitten gewoont e diep in mensen om door wat voor regelgeving ook uitgebannen te kunnen worden. Maar het mág er, buiten die handvol keren dat er bevruchting voor zwangerschap dient plaats te vinden, dus eigenlijk niet zijn. Door die tegensctrijdigheid wordt het seksuele verlangen al gauw vervormd en verwrongen.

Dit leidt buiten de kerkelijke hiërarchie tot een reeks pragmatische oplossingen. De gangbare methode: doe wat je wil, maar doe het een beetje discreet, als de pastoor er geen erg in heeft. Het leven – zo snappen gelovigen in de praktijk dondsersgoed – is sterker dan de leer. Maar binnen de kerkelijke hiërarchie, de geestelijkheid, gaat die vlieger niet op. Die is namelijk ook nog eens gebonden aan een specifiek voor haar geldende doctrine: het celibaat. Het idee is dat priesters een gelofte aan God hebben gedaan. Ze zijn daarmee feitelijk getrouwd met God. Hem komt de absolute toewijding toe. Seks met een gewone sterveling is in dit licht als het ware vreemd-gaan, overspel, ontrouw aan degene aan wie de priester zich heeft gewijd. Priesters mogen dus niet trouwen met andere mensen, en ook geen seks hebben – want seks mag sowieso alleen binnen een huwelijk, met voortplanting als doel. De seksuele verlangens krijgen bij priesters dus niet eens een tot het huwelijk beperkte plek. Ze krijgen helemaal géén plek. Maar daarmee zijn die seksuele verlangens natuurlijk helemaal niet verdwenen. Die zoeken zich een uitweg, goedschiks of kwaadschiks.

Nu zijn het precies deze priesters – ongetwijfeld vaak toegewijd, maar tegelijk diepgaand seksueel gefrustreerd – die in internaten de baas zijn over kinderen, in zorginstellingen over pupillen, en ga zo maar door. Het hiërarchische, autoritaire karakter van de instelling betekent dat ze zo ongeveer kunnen doen wat ze willen. En wat ze willen – terwijl ze het niet mógen willen, want het is zondig – is hun lusten bevredigen. Dat gebeurt dan ook – met kinderen, pupillen en dergelijke als lustobject, als slachtoffer. Almacht, hiërarchie, Goddelijk gesanctioneerde bestwil-pretenties en een verwrongen en verwringende seksuele doctrine tezamen zorgen ervoor dat katholieke instituties instellingen van wijdverbreid seksueel misbruik zijn geworden, en gezien het bovenstaande onontkoombaar wel móésten worden.

We moeten ons hier trouwens niet van de wijs laten brengen door het feit dat het vaak om misbruik gaat waarin dader en slachtoffer hetzelfde geslacht hebben. Met homoseksualiteit als zodanig heeft de systematische misbruik weinig tot niets te maken. Ja, het zal best waar zijn dat priesters met homoseksuele gevoelens een werkkring waarin enken mannen en jongens voorkwamen, waardeerden en soms opzochten. Maar los van de seksuele vorkeur van priesters was er de seksuele scheiding in katholieke instellingen: jongensscholen met alleen mannelijke docenten, meisjesscholen met alleen vrouwelijke docenten, enzovoorts. Volwassenen die dara seks afdwongen aan hun leerlingen of pupillen, konden dat alleen maar met mensen van hetzelfde geslacht, ongeacht wat ze het liefst zouden willen.

Natuurlijk hebben ook veel priestes géén misbruik gepleegd. Maar ze hebben veelal geweten van misbruik door anderen, en ze hebben veelal gezwegen. Hetzelfde geldt voor bisschoppen, die zelfs misbruikplegende priesters aan een nieuwe positie hielpen en dus actief medeplichtig waren aan de voortzetting van het misbruik. Dit is ook verklaarbaar uit hioe dit type instellingen werken. Elke functionaris hanteert de autoriteit die hij aan zijn positie erin ontleent. Als één priester ontmaskerd wordt als pleger van misbruik, en die priester komt ten val, dan is daarmee niet alleen zijn eigen autoriteit aangetast, maar die van het instituut – waarin zoiets immers geacht wordt niet voor te komen. Met de aantasting van het inst ituut wordt ook de autoriteit van álle priesters, misbruikend of niet, in gevaar gebracht. Dus zijn zelfs min of meer goedwillende priesters belanghebbend bij het stil houden van misstanden. Zo wordt de geestelijkheid als zodanig, en niet enkel de specifieke geestelijken die wandaden begaan – het probleem. Als er al eens een priester protesteert, dan is het met zijn plek in de hiërarchie doorgaans snel gedaan; ook een kerk heeft haar verbanninsgoorden, haar Siberië.

Zo kunnen we dus vaststellen dat het probleem in de kern van de katholieke kerk zit: in haar hiërarchische inrichting, haar autoritaire en gesloten structuur, haar morele pretenties en haar seksueel-vervormende doctrines. Laat die vier dingen intact, en het misbruik zal voortduren. Als de kleine en relatief onbeduidende vereniging Martijn in aanmerking komt om door het OM vervolgd te worden omdat leden ervan veroordeeld zijn wegens kinderporno en misbruik, dan zou een soortgelijke vervolging de katholieke kerk als zodanig minstens evenzeer dienen te treffen. Ik geloof zelf niet in strafrechterlijke vervolging van verenigingen, zelfs niet van inherent kwaadaardige clubs als de katholieke kerk-aals-instituut. Zoiets is te makkelijk een handvat voor machthebbers die, met zo’n verbod als precedent, juist zinnige, kritische, ‘subversieve’ organisaties met repressie willen treffen. Geen verenigingsverboden dus, a.u.b! Martijn wel vervolgen en de katholieke kerk niet getuigt echter van hypocrisie, en van prioriteiten waarin kleintjes worden aangepakt maar grote en machtige en prestigieuze instanties nog steeds vrijwel onaantastbaar zijn.

Geen juridische ontbinding van de kerk dus, al zou ik het leedvermaak als het die kant op gaat slechts met moeite weten te onderdrukken. Maar er moet wel iets grondig veranderd worden. In de eerste plaats mag de zorg voor jonge mensen, voor zieken en hulpbehoevende ook, niet worden toevertrouwd aan een door seksuele taboes en het celibaat vrijwel per definitie gefrustreerde, geestelijkheid. Dat toch doen is de kat blijvend op het spek binden. Door geestelijken geleide internaten dienen gewoon niet te bestaan, ouders dienen hun kinderen daar niet aan toe te vertrouwen, en elke cent subsidie aan dit soort instellingen moet gebrandmerkt worden als subsidie aan georganiseerd seksueel misbruik. Dat geldt ook voor soortgelijk bestuurde zorginstellingen en wat dies meer zij. Voor zover die nog bestaan – veel ervan zijn allang gesloten – dienen ze te worden opgedoekt. Zorg en begeleiding van jonge mensen kan, ook bijvoorbeeld in parochieën, niet aan dit slag geestelijiken, in dit soort kerk, met de huidige seksueel-repressieve regelgeving zoals het celibaat, worden toevertrouwd. Het is vragen om moeilijkheden.

Afschaffing van het celibaat – waardoor priesters een in eigen geloofsbeleving legitieme seksbeleving kunden vinden – zou helpen, net als het loslaten van de afwijzing van seks die niet op voortplanting is gericht, het accepteren van homoseksualiteit, voorbehoedsmiddelen en seks buiten het huwelijk zou helpen. Maar dan nog blijft het hiërarchische en autoritaire karakter van de kerk-als-instituut bewaard. Zo’n instituut moet geen kinderen opvoeden, tenminste niet als we de vrije ontplooiing van kinderen waardevol vinden. Zo’n instituut moet buiten de sfeer van haar eigen bewust ervoor kiezende aanhangers – die geacht worden zich dan vrijwillig aan autoritaire onzin te onderwerpen – geen maatschappelijke rol en invloed toegekend worden.

De kerk als instituut zelf is dus kern van het probleem. Zolang die bestaat en een grote maatschappelijke invloed behoudt, lopen jonge en kwetsbare mensen – en heel veel andere mensen bovendien – gevaar. Het zal aan mensen buiten de kerk zijn om buitengewoon kritisch te blijven aangaande wat in en om de kerk gebeurt. Het is echter aan gelovigen zélf, parochianen, mensen die in goed vertrouwen hun kinderen naar een katholiek internaat hebben gebracht – om zich in te zetten voor een ander soort geloofsgemeenschap. Eentje waar respect voor de waardigheid van mensen en de onaantastbaarheid van zieken, kwetsbare mensen, kinderen – het hoogste goed is, en niet de autoriteit van geestelijkheid, Vaticaan of God Zelf.

De kwestie hier is niet geloof versus ongeloof, al zie ik persoonlijk in het traditionele christelijk geloof niet echt iets. De kwestie hier is menselijke waardigheid en ontplooiing enerzijds – ongeacht het leerstellige systeem waar je dat op baseert – en goddelijk gesanctioneerde autoriteit, bestwilpretenties en opgelegde seksuele repressie anderzijds. In die tweedeling staat de katholieke kerk als instituut aan de verkeerde kant, en dient door vrijheidslievende mensen als zodanig bejegend te worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: