Gelderloos over democratie en anarchie

donderdag 31 mei 2012

Afgelopen woensdagavond hield Peter Gelderloos, anarchist uit de VS en schrijver van intussen al een flinke reeks boeiende teksten, een fascinerend betoog op een informatieavond in Nijmegen. De bijeenkomst was belegd door de mensen van de gloednieuwe Anarchistische Bibliotheek Nijmegen, die intussen van een fraaie naam is voorzien: De Zwarte Uil. In zijn inleiding, “Democracy as Totalitarianism”, zette uiteen waarom volgens hem democratie – als zodanig, niet alleen de parlementaire vertoning die onder die naam schuilgaat – in strijd was met het soort vrijheid en zelforganisatie die anarchisten voorstonden. Een prikkelende stelling – en één die zeer serieuze overweging verdient. Helemaal eruit ben ik nog niet. Maar ik ben geneigd het voor een zeer aanzienlijk deel met Gelderloos eens te zijn.

Aantekeningen van de lezing heb ik niet gemaakt; wat volgt is een reconstructie uit mijn geheugen van het verhaal, met wat eigen kanttekeningen en observaties eromheen en er tussendoor. Gelderloos begon met een soort van tegenstrijdigheid. In Noord-Afrikaanse landen als Tunesië en Egypte kwamen mensen in opstand, voor meer democratie, zo was althans het beeld. Welnu, in landen als Nederland ís al democratie, dus dan ligt de reactie voor de hand om te zeggen: okay, ze willen wat wij hebben, kom bij de club, en dat is dat. In werkelijkheid was de reactie anders – alsof ze iets wilden dat we hier nog niet hadden. Kort daarop kregen we de Indignados in Spanje, en vervolgens Occupy. Het bleek dat in democratische landen, net als in dictatoriale, mensen voor vrijheid revolteerden. Hoe kan dat, als er al democratie is? Actievoerders redeneerden vaak: we willen niet déze, gebrekkige, democratie. We willen échte democratie, we willen directe democratie. Maar het probleem – aldus Gelderloos – is dat die notie van ‘echte’ en ‘directe’ democratie’ geen recht doet aan een diepgaand vrijheidsstreven. Via een achterdeur krijg je de representatieve democratie terug. Dat heeft te maken, niet met misbruik va het democratische ideaal, maar met dat ideaal zélf: nog altijd een vorm va sociale beheersing.

Democratie als idee dateert uit de Griekse oudheid – en refereert aan de democratie van slavenhouders, van een weliswaar grote minderheid van bezittende burgers, maar toch een minderheid. Het democratische idee dook na de middeleeuwen opnieuw op – en ook toen was het een elite-project. In de middeleeuwen had je territoriale staten: hun macht ontleenden ze aan grondgebied, en dus verovering. Die oorlogen kostten geld, staten hadden kapitaal nodig, handelaren – mensen met geld – werden belangrijker. Die wilden echter zélf de macht, uit de handen van de aristocratie. In dezelfde tijd was er veel volksverzet, boerenopstanden en dergelijke. Het democratische idee combineerde die twee dingen: het gaf de ambitie van de opkomende zakenlieden de vorm, de pretentie, van het streven naar zeggenschap van ‘het volk’. D opstandigheid van de bevolking werd benut, als middel voor een nieuwe elite om de oude te verdrijven onder gloedvolle bevrijdingsleuzen.

Het idee was dus niet dat het volk daadwerkelijk vrij werd: de macht moest veilig in elite-handen blijven. Dus zag je democratische theoretici worstelen met de vraag hoe je de toenemende volksinvloed in de staat moest combineren met allerlei remmen zodat de echte macht gereserveerd bleef voor de top. Eén van de middelen was: bevolkingsgroepen pas tot het politieke spel toelaten als ze voldoend waren ‘opgevoed’. Mensen moesten ‘rijp’ gemaakt worden voor democratie, een soort beschavingsoffensief da vergelijkbaar is met de koloniale pretenties om beschaving aan de inboorlingen’ te brengen. Tot zover eventjes Gelderloos

Ik denk dat zijn redenering steek houdt hier, dat democratie inderdaad ongeveer zo is ontstaan en heeft gefunctioneerd; als legitimatie van de opkomende burgerlijke klasse die haar macht camoufleert als volksmacht. Ook klopt het, zoals hij ook aangaf, dat met de groei van democratie tegelijk de rol van de staat – en haar macht – enorm groeide. Ja, democratie in deze zin hééft iets totalitairs. Maar hij miskent wel de breedte van de democratische bewegingen. De twee theoretici die hij noemde – John Locke en James Madison – waren inderdaad mensen die op een teveel aan volksinvloed de rem wilde zetten. Maar Locke noemde zich volgens mij geen eens democraat. Madison is één van de grondleggers van d Amerikaanse grondwet, en mede dankzij hem zitten daar dus allerlei remmingen op directe volksinvloed in: een zeer elitair opgezette Senaat, een Hooggerechtshof dat volksvertegenwoordigers terug kan fluiten als ze teveel naar het volk en te weinig aar de elite luisterden. Een collega-grondwetsmaker, John Jay, zei het openlijk: “het land dient bestuurd te worden door degenen die het bezitten”, een citaat dat Noam Chomsky nog wel eens is aangehaald. Maar dit slag lieden kreeg tegenspel van andere mensen, radicaler democraten, mensen die een veel directer volksinvloed – zolang het volk wit was, geen slaaf en ook geen Native American… – wilden. Mensen als Thomas Jefferson. En de notie dat democraten vooral bang waren voor ‘mob rule’, de macht van de meute, is voor Jefferson aanzienlijk minder juist. Van hem is de opmerking dat het volk maar beter eens in de dertig jaar een revolutie kon maken, om te voorkomen dat regeerders kapsones kregen en tirannen werden. Je kunt Jefferson – zelf slavenhouder, en als president verantwoordelijk voor oorlog en verdrijving van Indiaanse volkeren – hypocrisie verwijten, maar hij keek toch heel anders tegen volksinvloed aan dan Madison.

Meer algemeen functioneerde het begrip ‘democratie’ trouwens in die tijd ook zoals nu het begrip ‘anarchie’ in de burgermond nu functioneert: als synoniem van iets extreem-gezagsondermijnends, iets dat je niet moet willen. En er waren ook lui die zich aanduidden als democraat en juist wél oog hadden voor de noden van de mensen uit armere klassen. Thomas Paine bijvoorbeeld – en Karl Marx, die wel eens zei dat de rol van de communistische beweging was om te opereren als “extreme democraten”, als uiterste linkervleugel van de toenmalige democratische bewegingen. Deze lui – vooral Marx – kun je verwijten dat ze de staat niet onderkenden als een despotisch en daarom voor emancipatie onbruikbaar ding. Maar het verwijt dat democratie slechts een dekmantel was voor burgerlijke ambitie, is op Paine en Marx veel niet echt van toepassing. Gelderloos’ kritiek raakt lang niet alle democratische grondleggers op dezelfde manier en in dezelfde mate. Hij gaat in zijn historische schetsen hier te kort door allerhande bochten.

Terug naar het verhaal van Gelderloos. Na het ontstaan van democratie als ideaal te hebben geschilderd, behandelde hij dat idee van Echte Democratie, met name zoals dat in de pleinbezettingen va de Indignados in Spanje functioneerde. Hij was daar in Barcelona zelf bij betrokken, hetgeen zijn vertelling hier extra overtuigend en boeiend maakte.(2) Hij schetste hoe er vanuit een centrale assemblee – met vele duizenden deelnemers al snel on hanteerbaar als direct besluitvormingspunt – een structuur van commissies en subcommissies ontstond, waarin besluiten werden voorbereid, en die groen licht moesten geven voor de assemblee als geheel er over ging. Hij schetste hoe daarmee het besluitvormingsproces verregaand ondoorzichtig werd, en vooral ook ontoegankelijk tenzij je eindeloos tijd had en vooral en kick kreeg van procedures en bevoegdheden. Maar omdat er vastgehouden werd aan het idee van democratie – het volks neemt de besluiten – werden initiatieven van kleinere groepen verstikt, omdat en voor zover die geen groen licht fvan het Volk – via die steeds bureaucratisch geworden assembleestructuur hadden gekregen.

Anarchisten in Barcelona reageerden verschillend.. Een deel bewoog zich binnen de centrale assembleestructuren, om er het beste van te maken. Een ander deel bevond zich vooral aan de rand van het plein in Barcelona waar zich dit alles afspeelde, en betrok zichzelf daar bij veel spontanere en kleinschaliger initiatieven. Het werd hen duidelijk hoe verstikkend en absurd het was als elke vijftig of honderd mensen die zelf iets wilden doe, eerst de mallemolen van besluitvorming – via een commissie, die het met behulp van subcommissies uitwerkt, terugbrengt naar de assemblee, die er in consensus over beslist zodat twintig mensen die willen dat het voorstel wordt aangehouden voor nader beraad de zaak ook o eens kunnen stopzetten – moesten doorlopen. Waarom de assemblee niet ongebouwd tot louter een plek om voorstellen uit te wisselen, informatie te delen – en verder ieders vrijheid te respecteren om gewoon actie te ondernemen? Omvorming van de assembleestructuur in die richting -de centrale assemblee als enkel nog een uitwisselpunt, maar niet meer als overkoepelend besluitvormingsorgaan – werd als voorstel ingebracht. Na veel gedoe was daar een meerderheid van tachtig procent voor. Maar enkele tientallen autoritaire socialiste wilden er niet aan, het besluit werd voor nader beraad aangehouden… Natuurlijk waren anarchisten samen met wie wilde allang overgegaan d tot meer decentrale acties, met name in de wijken. De blik naar de centrale assemblee als plek van waaruit over het grote geheel besloten diende te worden, was precies de wijze van kijken en doen die strijdig bleek met een werkelijk anarchistische manier, met het streven naar vrijheid en zelforganisatie, zoals Gelderloos het formuleerde. Voor hem staat dus die zelforganisatie en die vrijheid als doel tegenover democratie, zelfs van directe democratie. Die laatste – met haar hang naar een centraal besluitvormingscentrum, botst met het idee dat je gewoon gaat doen wat je nodig vindt, samen met degenen die daar ook iets voor voelt. Toestemming vragen aan een overkoepelende assemblee is erkennen dat die assemblee een soort gezagsfunctie heeft. In feite is – zo zei Gelderloos het niet helemaal, maar zo interpreteer ik het – een assembleestructuur met een centrale assemblee als spil van besluitvorming, een soort staat, een soort regering. Van directe democratie naar representatieve democratie is van zoiets uit vrijwel onvermijdelijk, net als de bureaucratische rimram die Gelderloos mooi liet zien.

Ik denk dat deze hele redenering steek houdt. Wel vraag ik mij af – en dat heb ik ook in de discussie ingebracht – of het niet ook een kwestie van woordgebruik is. Je hoort anarchisten hun idee van zelforganisatie wel eens uitleggen als rechtstreekse democratie, directe democratie waar je woont, werkt en leeft. Ik heb zoiets ook wel gedaan. Loert hier al het gevaar van bureaucratisch/ representatieve onteigening va onze rechtstreekse invloed? Of noemen deze anarchisten gewoon ‘directe democratie’ wat Gelderloos liever ‘zelforganisatie’ noemt? In dat laatste geval – als ze er niet iets bedoelen met een centrale plek van waaruit over het geheel wordt beschikt, waar je toestemming met vragen om je ding te doen – dan is er volgens Gelderloos niet echt een probleem. Maar heel vaak betekent, óók als anarchisten de term ‘directe democratie’ hanteren, het toch nog net iets anders dan zelforganisatie; de deur naar ‘recuperatie’, naar een proces waarin de rechtstreekse zeggenschap naar boven toe verdwijnt en toch in handen van specialisten, bestuurders, regeerders komt, staat in dit concept toch open. Ik ben geneigd Gelderloos hierin gelijk te geven. Waarom zouden we als anarchist voor ons streven eenzelfde woord hanteren dat anderen hanteren voor iets dat zo nadrukkelijk niet ons streven is of hoort te zijn?

Iets anders – bedacht ik me – is, of je in het uitleggen van wat anarchisten bedoelen, niet de democratische pretenties van politici kunt uitspelen tegen de, zelfs in democratische termen gebrekkige, realiteit. Maar dan hebben we het over hoe we dingen uit kunnen leggen, niet over de kern van de zaak. Nog weer een ander, op de lezing en in de discussie niet besproken, punt is of, hoewel directe / echte democratie niet het streven van anarchisten dient te zijn, het wel een situatie is die beter is dan de huidige, en een context kan bieden voor verdere stappen richting anarchie (zoals de strijd tegen de functie va de centrale assemblee toch ook binnen de assembleestructuur gevoerd wrd; dat kun je in een gewoon parlement vergeten… Maar, ook als de directe democratie te verkiezen zou zijn boven representatieve, en boven openlijke dictatuur, dan nog raakt dat niet de kern die Gelderloos op het oog had en goed onder de aandacht bracht. Die kern is: vrijheid en zelforganisatie zijn iets wezenlijk anders dan zelfs de meest directe democratie. Het één is anarchie; het anders is nog altijd een regering-in-de-dop.

(1) Peter Gelderloos zal over hetzelfde onderwerp trouwens aanstaande zaterdag ook in Amsterdam spreken, in de Anarchistische Bibliotheek aldaar, 1e Schinkelstrat 14-16, om 17.00 – maar er staat “onder voorbehoud”, du even checken voor je gaat is handig…

(2) Hij heeft hier ook over geschreven: “The Lines of Conflict: Spanish Revolution at the Crossroads” , Counterpunch, 7 juni 2011. Daar is veel van wat hij afgelopen vanavond vertelde terug te vinden.

11 reacties op Gelderloos over democratie en anarchie

  1. Mathijs zegt:

    Interessant!
    Helaas kon ik er niet bij zijn, gisteravond. Dat is jammer, want dit is een thema waar ik me de afgelopen tijd veel mee bezig heb gehouden…….

    Ik moet zeggen dat ik met een groot deel van de hierboven weergegeven argumenten door Gelderloos veel moeite heb. Zoals jij boven al aangeeft, is “democratie” niet zonneklaar als begrip terug te herleiden tot een reactionaire politieke traditie. Sterker: in de jonge dagen van radicale filosofen als Karl Marx -maar ook de anarchist Michael Bakoenin- werden “democratie” en “communisme” als equivalente termen gebruikt. De vraag is bovendien in hoeverre “democratie” hier direct aan een rigide begrip van “de staat” gerelateerd werd -ook in het vroegere werk van Marx is de vraag of hij ” democratie” niet vooral tegenover “de staat” plaatste (zie bijvoorbeeld zijn kritiek op de Hegeliaanse rechtsfilosofie, en o.a. Miguel Abensour’s kritische studie hiervan).

    Dat gezegd hebbende: ik denk dat er twee problemen zijn met de manier waarop “democratie” als principe door veel hedendaagse anarchisten categorisch van de hand wordt gewezen. Ik zal ze kort uiteen zetten:
    1) Mijn eerste bezwaar is vooral inhoudelijk. Het is opvallend dat -afgaande op de hierboven gegeven representatie van diens argumenten- Gelderloos een definitie hanteert van “democratie” die rechtstreeks aan de door hem bekritiseerde, reactionaire politieke stromingen ontleend zijn. “Democratie” wordt hier opgevat als een van de mogelijke instituionele vormen die op een absolute soevereiniteit is gebaseerd. Het verwijst naar een regime, een systeem, dat inderdaad slechts het doel dient de belangen van een heersende klasse te verdedigen tegen die van de rest. “Democratie” appeleert daarmee ten eerste aan een rigide “kratein” (een heerschappij) door een homogene en eenzijdig begrepen “demos”, (een volk), ten behoeve van de enkeling die met succes een soevereiniteit opeist. Zoals deautonomisten Michael Hardt en Antonio Negri stellen in hun boek “Multitude”, is “democratie” als zodanig niet heel verschillend van “aristocratie” of “monarchie”: “Democracy, similarly, can be conceived as the rule of the many or all, but only insofar as they are unified as “the people” or wome such single subject. It should be clear, however, that this mandate of political thought that only the one can rule undermines and negates the concept of democracy. Democracy, along with aristocracy in this respect, is merely a facade because power is de facto monarchical.”
    Opvallend is wel, dat Hardt en Negri “democratie” als principe in het geheel niet van dehand wijzen, maar in plaats daarvan zichzelf plaatsen in een democratische tegentraditie. Er is, zoals het bovengegeven concept al aangeeft, een ideaal van “democratie” dat door een dergelijke soevereine lezing geweld wordt aangedaan, en die eerste is het verdedigen waard!

    Het probleem is dat Gelderloos “democratie” teveel als een regime lijkt te begrijpen. Hij is daarin niet de enige: hoe vaak horen we mensen wel niet zeggen dat we “in” een democratie leven, of democratie “hebben”? Maar wat nou als we “democratie” opvatten als een praktijk -als iets dat we kunnen “doen”, in plaats van “hebben”, dat verwijst naar een vorm van politiek handelen, in plaats van een systeem? Het is mijns inziens onzin te stellen dat Nederland “een democratie” is, maar dat wil niet zeggen dat de bezetters van Tahrir Plein (of, for that matter, de collectiefleden van een anarchistische bibliotheek) niet iets “doen” dat we “democratie” kunnen noemen. De opvatting van “democratie” als handeling, als praktijk, zoals we die vinden bij de jonge Marx en bij Bakoenin, maar ook in een links-spinozistische traditie (Hardt/Negri, Virno) is volgens mij het verdedigen meer dan waard!

    2) Daarnaast een politiek punt van kritiek. De betekenis van op het even welk politiek begrip is nooit van zichzelf gegeven -die wordt gemaakt. De woorden die wij gebruiken om onze (politieke) werkelijkheid te duiden, zijn altijd contingent -zijn gevormd in een politieke realiteit zelf, en niet daarbuiten. De betekenis die we aan een politiek begrip toekennen is bovendien arbitair -de inzet van politiek strijd is in de eerste plaats met name juist een toekenning van een dergelijke betekenis aan dergelijke politieke kernbegrippen. Bezien vanuit dat perspectief betekent “democratie” dus ook niets dan wat er in de politieke praktijk zelf aan wordt toegekend.

    Dat gezegd hebbende: “democratie” is een woord, een begrip, waar in de praktijk zeer veel waarde aan gehecht wordt -niet alleen door de propagandisten van een klasse-maatschappij, maar ook door een hoop mensen die hoofd en hart wel degelijk op de goede plek hebben. “Democratie” als ideaal wordt onderschreven -ook door veel oprechte linksen- als een basiswaarde die het verdedigen waard is.

    In plaats van “democratie” als nutteloos (of zelfs “totalitair” begrip) van de hand te wijzen, zou onze strijd dus met name moeten gaan om het toekennen van een nieuwe betekenis aan dit begrip. Dat is, in ieder geval ten dele, waar politiek stijd de factor over gaat! We kunnen onszelf als linkse anarchisten volledig buiten het politieke discours plaatsen, en dit soort algemene politiek concepten strikt verwerpen, maar daarmee veranderen we niets aan hoe anderen (inclusief de vele mensen die wel degelijk sympathie voor ons wereldbeeld hebben, maar, zogezegd, haar taal niet spreken) de wereld om ons heen zien en begrijpen. We zouden “democratie” niet overboord moeten gooien, maar herdefinieren!!

    Tot slot: een korte opmerking over het onderscheid “directe democratie” en “representatie”. Ik weet dat dit in de oren van veel anarchisten belachelijk zal klinken, maar ik ben er niet van overtuigd dat anarchisme per definitie anti-representatief is. Als wij de straat op gaan om te demonstreren, een uitzetbajes bezetten of op een collectieve basis proberen te voorzien in onze dagelijkse voorzieningen, dan maken we wel degelijk een representatieve claim! Dat wil niet per se zeggen van we “namens” of ” op gezag van” iemand anders spreken, maar wel dat we een angst, hoop of woede uitdrukken die volgens ons door meer mensen wordt gedragen dan door onszelf. Wat betekent “we are the 99%” anders dan: “ik ben deel van een groter geheel: ook jij maakt hier deel van uit”? Hoeveel succes hadden de bezetters van Tahrir Plein gehad als ze zouden hebben gezegd: “wij drukken alleen onze eigen woede uit, over de rest van het Egyptische volk kunnen we eigenlijk niets zeggen”?

    Het is een totale misvatting dat anarchisten -zij die een klasse-en staatloze samenleving nastreven- iedere vorm van representatie van de hand zouden moeten wijzen. Uiteraard: anarchisme gaat uit van en kritiek op volksvertenwoordiging. Maar dat beteknt nog niet dat “representatie” per se onmogelijk of onwenselijk is. Elke keer als we een visie uitdragen die verder reikt dat ons directe eigen belang -elke keer als we ons boos maken over een onrechtvaardigheid die niet zozeer alleen onszelf als individu treft, representeren we iets: we verwoorden een belang of positie die niet alleen de onze is (maar tegelijkertijd wel altijd ten dele de onze, op zijn minst omdat we ons er mee identificeren). Zonder representatie -zonder de mogelijkheid om een steven of onvrede te verwoorden die groter en algemener is dan onze individuele ervaring daarvan- is solidariteit onmogelijk, en rest ons slechts een extreem individualisme. Momenteel lees ik Jesse Cohn’s boek “Anarchism and the Crisis of Representation”. Zoals de titel sugereert probeert Cohn -deels in reactie op het populaire en verwerpelijk individualistische “post-anarchisme”- aan te tonen dat anarchisme en representatie elkaar helemaal niet uitsluiten. In zijn inleiding verwoordt hij deze kritiek in ieder geval al op een steekhoudende, krachtige manier: “If every representation is an act of domination, and if every statement, every interpretation, and every staking-out of aposition means making a representation of things, then every work of art, every reading, and every political act, even those motivated by a wish to lend a voice to those who have been silenced, involves a further silencing. How, then, can we consistenly think or practice in the absense of representation? The fact is that we cannot and do not.”

  2. […] stuk is eerder verschenen op Rooieravotr van Peter Storm. Stem of voeg toe […]

    • De basiswaarden van westerse democratieën – gelijkheid, rechten, pluraliteit, het individu – lijken bevrijdend, maar zijn in feite verpakt in de basale vervreemding van de staat en het kapitaal. Evenmin is het een vraag van ‘echte’ democratie versus corrupte democratie, directe democratie versus representatieve democratie. Sociale ‘grassroots’ bewegingen die democratie als een ideaal hebben en proberen om meer participerende vormen van democratie in praktijk te brengen, delen nog steeds een filosofische basis met de staat, vaak zonder het door te hebben, en zijn als zodanig geneigd om de autoritaire dynamiek van de democratische regering te reproduceren, terwijl ze tegelijkertijd de weg vrij maken voor het herwinnen van de sociale bewegingen door de staat. (site van de anarchistische groep nijmegen)

      ———————————–

      De democratische staat, de ‘overheid’, kan volgens ultralinks niet beschouwd worden als de werkelijke schuldige voor de ellende die op dit moment over ons heen komt, want de ‘overheid’: dat zijn wij. Dat zijn niet alleen ‘onze plichten’, maar ook ‘onze rechten’. Want dat we rechten hebben, dat is zeker, want we leven toch in een rechtsstaat. Anders hadden we geen democratie. Zo is de cirkelredenering rond.

      – Naar aanleiding van het geweld tegen de 1 mei demonstratie van in Utrecht in 2011 schreef Socialistisch Alternatief: “Demonstratie-recht is een burger-recht!” (12-05-2011).
      – Na deze harde botsingen met het repressie-apparaat in Utrecht, stelde de organisatie ervan onder meer: “De politie stelde belachelijke eisen die regelrechte inperkingen op ons demonstratierecht waren”. (verklaring van het 1 mei 2011 collectief).
      – Op zijn weblog deed Peter Storm ook nog een duit in het zakje: “Politieoptreden tegen antifascisten is schending van democratische rechten” (Rooieravotr, 03-03 2009).

      Zelfs sommige anarchisten weten tegenwoordig goed hoe de burgerlijke staat door hen ervaren wordt:

      – “Je kunt drie soorten recht onderscheiden: gewoonterecht, dat in de regel ongeschreven is; gekozen recht, dat geschreven is door de rechtsgenoten zelf; en bevolen recht, het door een overheid aan de onderdanen opgelegde recht.” Als kritische theorie blijft het anarchisme altijd overeind staan (de anarchist Thom Holterman, geïnterviewd door P’tje Lanser, 28-02-2003)
      – Naar aanleiding van een bijeenkomst over illegale migratie schrijft de verslaggever: “In de discussie die volgde was met name de rode draad: “Hebben acties effect, en waar komt de behoefte van de overheid vandaan om zo`n negatief beeld te schetsen van vluchtelingen?” (AAGU over een discussie over illegale migratie; 03 -10-2009).

      In de mate waarin de noodzaak tot ontwikkeling van de solidariteit over de grenzen van de landsgrenzen en naties heen, in dezelfde mate wordt de democratische staat door ultralinks wordt steeds meer in bescherming genomen. Zo leiden de democratische campagnes iedere potentiële strijd van de arbeidersklasse in het parlementaire vaarwater Zelfs stromingen binnen het anarchisme, die de marxisten altijd hebben verweten de burgerlijke staat niet echt te willen vernietigen, spreken tegenwoordig steeds meer over ‘overheid’ in plaats van burgerlijke staat. Terwijl de representatieve democratie toch niet anders is dan de dictatuur is van het kapitaal.

      (Uit: Wereldrevolutie 126)

      —————————————————–

      Maar heel vaak betekent, óók als anarchisten de term ‘directe democratie’ hanteren, het toch nog net iets anders dan zelforganisatie; de deur naar ‘recuperatie’, naar een proces waarin de rechtstreekse zeggenschap naar boven toe verdwijnt en toch in handen van specialisten, bestuurders, regeerders komt, staat in dit concept toch open. Ik ben geneigd Gelderloos hierin gelijk te geven. Waarom zouden we als anarchist voor ons streven eenzelfde woord hanteren dat anderen hanteren voor iets dat zo nadrukkelijk niet ons streven is of hoort te zijn?

      Op zich hoeft het niet fout te zijn om het woord democratie te gebruiken. Maar er bestaan in het anarchistisch milieu wel illusies over de democratische staat. In een demonstratie wordt er regelmatig geroepen: “we hebben het recht om te demonstreren; we leven toch in een democratie!” Als ze dit roepen, dan gaan ze ervan uit dat er in ‘onze’ democratie rechten bestaan. Sommige anarchisten zijn zelfs gewoon geworden om in plaats van de term ‘staat’ het woord ‘overheid’ te gebruiken.

      Maar we leven in een maatschappij die als belangrijkste kenmerken heeft: uitbuiting en onderdrukking. Tegen elkaar opgezet, aan de consumptieve monotomie onderworpen, zijn we van elkaar en van onze oorsprong vervreemd. Onze oorsprong, de natuur, wordt in steeds groter tempo en steeds drastischer vernietigd. En het is ditzelfde ‘democratische’ systeem, dat hiervoor de volle verantwoordelijkheid draagt.

      • peterstorm zegt:

        Arjan citeert: “- Op zijn weblog deed Peter Storm ook nog een duit in het zakje: “Politieoptreden tegen antifascisten is schending van democratische rechten” (Rooieravotr, 03-03 2009).”

        Het is vreemd om, ter illustratie van vermeende democratische illusies, aan te komen met een citaat van mij uit maart 2009. Toen was ik nog Leninist. In de herfst en winter van 2009-2010 bewoog nar het anarchisme,mensen nog terug kunnen lezen; in het voorjaar was ik begonnen ik me als zodanig aan te duiden ook. Ik denk dat je zo’n formulering zoals Arjan aanhaalt in stukken van de laatste twee en een half jaar in deze vorm steeds minder, en het laatste jaar helemaal niet, tegenkomt. Mensen aanspreken op menigen die ze intussen al niet mer hebben is geen erg zorgvuldige polemiek…

  3. Ha Peter, bedankt voor je verslag. Ik was er ook en nu ik er nog eens over nadenk zie ik toch wel een aantal problematische kanten aan het verhaal van Gelderloos.

    De kritiek op de gang van zaken in Acampada Barcelona is terecht, maar de manier waarop anarchisten geprobeerd hebben de situatie te verbeteren is eigenlijk niet meer dan lachwekkend: ze brachten hun voorstel in stemming volgens de principes en binnen de kaders die ze juist met hun voorstel wilden afschaffen. En als het dan niet lukt, dan geef je een slaperige voorzitter en een handjevol autoritaire socialisten de schuld. Niet echt overtuigend.

    Gevraagd naar de manier waarop zelforganisatie er dan wel uit moet zien, kwam Gelderloos met de bekende analogie van de mieren. Mieren zouden zich horizontaal organiseren door het uitwisselen van feremonen. Ten eerste is de aanname van Gelderloos dat mieren geen koniningen zouden hebben, onjuist. Kolonies mieren kennen weldegelijk strikte hiërarchie en taakverdeling. Uiteraard hoor je de mieren daar zelf nooit over klagen, Bij mieren staat alles in dienst van het geheel, en dat geheel is de eigen kolonie. Als er een concurrerende kolonie binnen het territorium neerstrijkt dan is het gevolg een totale oorlog. Mieren zijn dus heel solidair met hun eigen familie, maar verder zijn het gewoon monarchistische, slavendrijvende, oorlogzuchtige kolonisten.

    Nu wil ik niet zeggen dat mensen beter zijn dan mieren, maar om mij te overtuigen moet Gelderloos zijn feiten checken en een serieuzere poging doen om uit te leggen hoe we betere vormen van zelforganisatie kunnen ontwikkelen.

    groetjes jasper

    • peterstorm zegt:

      Gut ja, dat van die mieren! Dat was ik vergeten. Maar dat is inderdaad een hele rare vergelijking, dat vond ik toen ook al wel. Maar ik denk niet dat het de kern van zijn argument echt raakt.
      groetjes
      peter

  4. Ik heb de reactie van Mathijs op het verslag van Peter met interesse gelezen. Wat me het meest aanspreekt is zijn duidelijkheid over het feit dat anarchisten een klasse- en staatloze samenleving nastreven. In zijn reactie schrijft Mathijs verder onder meer het volgende:
    Dat gezegd hebbende: “democratie” is een woord, een begrip, waar in de praktijk zeer veel waarde aan gehecht wordt, (…) ook door een hoop mensen die hoofd en hart wel degelijk op de goede plek hebben. “Democratie” als ideaal wordt onderschreven – ook door veel oprechte linksen – als een basiswaarde die het verdedigen waard is.(Mathijs)

    De discussie over de democratie geen gemakkelijke discussie. Het is heel begrijpelijk dat Mathijs schrijft dat “democratie” als ideaal wordt onderschreven – ook door veel oprechte linksen – als een basiswaarde die het verdedigen waard is.”Maar tegelijkertijd moeten we ons geen illusie maken, want:
    “Maar heel vaak betekent, óók als anarchisten de term ‘directe democratie’ hanteren, het toch nog net iets anders dan zelforganisatie; de deur naar ‘recuperatie’, naar een proces waarin de rechtstreekse zeggenschap naar boven toe verdwijnt en toch in handen van specialisten, bestuurders, regeerders komt, staat in dit concept toch open. Ik ben geneigd Gelderloos hierin gelijk te geven. Waarom zouden we als anarchist voor ons streven eenzelfde woord hanteren dat anderen hanteren voor iets dat zo nadrukkelijk niet ons streven is of hoort te zijn?” (Ik haal dit citaat hier nog een keer aan, daar ik in mijn eerste bijdrage was vergeten te vermelden dat dit geciteerd is uit de bijdrage van Peter Storm)

    “In plaats van “democratie” als nutteloos (of zelfs “totalitair” begrip) van de hand te wijzen, zou onze strijd dus met name moeten gaan om het toekennen van een nieuwe betekenis aan dit begrip. Dat is, in ieder geval ten dele, waar politiek strijd de factor over gaat! (….) We zouden “democratie” niet overboord moeten gooien, maar herdefinieren!!” (Mathijs)

    We moeten ons bewust zijn dat parlementaire democratie – zoals Peter Gelderloos ook naar voren brengt – de ‘ideale’ beheersvorm van het kapitalisme is. “Democratie is als legitimatie van de opkomende burgerlijke klasse die haar macht camoufleert als volksmacht. Ook klopt het, zoals hij ook aangaf, dat met de groei van democratie tegelijk de rol van de staat – en haar macht – enorm groeide. Ja, democratie in deze zin hééft iets totalitairs.” (Peter Storm) Iedere toegeving in die richting vormt een bedreiging voor de zelfstandige strijd van de arbeidersklasse.

    Herdefiniëren van het begrip democratie is een mogelijkheid, als het maar duidelijk is dat de vorm van democratie die revolutionairen nastreven een klasse- en staatloze samenleving is en blijft. Maar als we ons mee laten slepen in illusies over de democratische rechtstaat en daar uiting aan geven door in demonstraties en acties regelmatig een beroep te doen op diezelfde burgerlijke democratie (bijvoorbeeld: “we hebben het recht om te demonstreren; we leven toch in een democratie!”), dan laten we ons wel een oor aannaaien. Als we ervan uitgaan dat ‘onze’ democratie rechten bestaan, die onze zogenaamde ‘overheid’ ons toekent, dan zijn we wel op de weg van het reformisme beland.

    “Het is een totale misvatting dat anarchisten – zij die een klasse- en staatloze samenleving nastreven – iedere vorm van representatie van de hand zouden moeten wijzen. Uiteraard: anarchisme gaat uit van en kritiek op volksvertenwoordiging. Maar dat betekent nog niet dat “representatie” per sé onmogelijk of onwenselijk is.” (Mathijs)

    Ik kan me vinden in de opmerking dat “ Het is een totale misvatting dat anarchisten – zij die een klasse- en staatloze samenleving nastreven – iedere vorm van representatie van de hand zouden moeten wijzen.“ Maar als ik akkoord ga, dan betekent dat nog niet dat ik het eens ben met de vorm van representatie zoals Mathijs die uiteenzet: “Elke keer als we een visie uitdragen die verder reikt dat ons directe eigen belang (dan) representeren we iets: we verwoorden een belang of positie die niet alleen de onze is (maar tegelijkertijd wel altijd ten dele de onze, op zijn minst omdat we ons er mee identificeren).”

    Want wat hij bedoelt met representatie is de strijd (actie) die gevoerd in plaats van de direct betrokkenen, van degenen die direct in hun belangen geschaad worden. Ook al identificeren we ons er nog zo sterk mee en ook als vinden we het nog zo onrechtvaardig wat er (met hen) gebeurt, we kunnen en mogen ons niet in de plaats stellen van degenen die het direct aangaat. Het zou betekenen dat we een eventueel initiatief tot strijd van de betrokken in de weg zouden lopen en de zelfstandigheid van hun mogelijke strijd zouden loochenen.

    Maar dat wil niet zeggen dat representatieve democratie uit den boze is. De geschiedenis heeft ons genoeg voorbeelden laten zien van algemene vergaderingen van strijdende arbeiders, waarin gebruik gemaakt wordt van een vorm van ‘representatieve democratie’. En dat hoeft geenszins overeen te komen met de democratie die de heersende klasse ons voorschotelt: opsluiting met regelmatige tussenpozen in een stemhokje om enkele ‘specialisten’ aan te wijzen, politici, die naar het parlement en andere instellingen worden gezonden om hun eigen voorrechten te verdedigen tegen de uitgebuiten.

    Duidelijk mag zijn dat als Mathijs het heeft over representatieve democratie hij niet de parlementaire democratie bedoelt, die van de arbeidersklasse en de niet-uitbuitende bevolking een amorfe massa maakt, zonder de mogelijkheid van enige vorm van gemeenschappelijk optreden tegen de dictatuur van de staat. Die democratie, die ons door de heersende klasse wordt voorgeschoteld, heeft niets te maken ‘democratie van onderop’. De parlementaire democratie is een beheersvorm die de arbeiders passief maakt, die hen geïntimideerd, passief en verlamd maakt door de campagnes van de media in dienst van de regering en haar medeplichtigen.

    Dat wil niet zeggen dat de strijdenden geen gebruik zouden kunnen maken van een vorm van ‘representatieve’ democratie, die recht doet aan de algemene belangen van de meerderheid van de uitgebuite bevolking en de arbeidersklasse. De ‘natuurlijke’ beweging van de arbeiders, precaire en (toekomstige) werklozen gaat gepaard met een vrijheid van meningsuiting en een debatcultuur zoals die in de massale algemene vergaderingen te zien zijn: met voorstellen gericht op de uitbreiding van de beweging, met besluiten de strijd te verdiepen en te organiseren, met een vorm van stemmen bij handopsteking. Dat is daadwerkelijke ‘democratie’. En daarin vormt een essentieel onderdeel: de verkiezing van afgevaardigden, die de algemene vergadering vertegenwoordigen, permanent afzetbaar zijn en die tegenover diezelfde algemene vergadering verantwoording afleggen over hun doen en laten.

  5. Het is mij ontgaan tot wanneer Peter zich precies nog leninist noemde en wanneer hij ‘overgegaan’ is naar het libertair marxisme. Maar als ik iets heb geciteerd uit de periode dat hij nog leninist was, dat doe ik hem geen recht. Laat ik daar eerlijk over zijn. Maar dan evengoed nog de volgende punten:
    – wat te denken van de rest van mijn argumentatie dat anarchisten (inclusief libertair marxisten) nog steeds nog behoorlijk wat illusies hebben in de ‘democratie’ en dat wellicht maar mondjesmaat minder wordt? Ik meen Peter Storm ook bij deze groep te mogen indelen op basis van hij het laatste jaar naar voren heeft gebracht en heeft gedaan. Neem bijvoorbeeld zijn keuze om mee te gaan in de activiteiten van een groep als “Rekening Retour”.
    – Peter is iemand die zich nogal op het activistische vlak beweegt en naar mijn idee heeft het activisme een sterke neiging de beweging te binden aan de idee dat de kapitalistische staat kan interveniëren ten gunste van de bezitlozen, en dat het kapitalisme nog mogelijkheden en welvaart te bieden heeft. In die zin bestaat er niet eens meer een echt verschil tussen de activisten die hun solidariteit menen te betuigen met de acties van bijvoorbeeld de schoonmakers en de betaalde organisers van FNV-Bondgenoten. Zelfs claims van anarcho-syndicalisten, die‘niet-ideologisch’ (dat wil zeggen: niet-politiek) zouden zijn, vormen geen alternatief voor de valse verdeling opgelegd door het kapitalisme, (…) in de praktijk eindigen ook zij meestal als een links activistisch netwerk, dat de ideologie van de hoofdstroom van nationalistisch links, reproduceert.

    Over die mieren, dat is heel leuk punt. Behalve het feit dat ze inderdaad werken voor een koningin, is er nog een verschil tussen mieren en mensen. Mieren werken inderdaad samen, maar in hun samenwerking vervullen ze allemaal dezelfde taak. Mensen werken ook samen (bijvoorbeeld in een fabriek), maar voeren niet allemaal dezelfde taak uit, maar vullen elkaar aan in hun specialisme. Dat is geen vorm van cooperatie zoals bij de mieren, maar een vorm van associatie, geassocieerde arbeid.

    • Ik wil niet mierenneuken, maar ook de aanname van Arjan over de mieren klopt niet: mieren hebben juist wel allemaal een specialisme: soldaten, bewakers, bouwers, babyverzorgers, voedselverzamelaars, verkenners, slavenhouders, luizenhoeders, etc.

  6. peterstorm zegt:

    Haha beste Arjan, als je nu van “libertair marxist” gewoon “anarchist” maakt, dan heb je me goed getypeerd. Is het zo moeilijk om ijn aanduidingen te verstaan zonder me een etiket op te plakken dat helemaal niet past? Heb ik me wel eens als libertair marxist aangeduid? In de reactie waar je op ingaat schrijf ik: “In de herfst en winter van 2009-2010 bewoog nar het anarchisme,mensen nog terug kunnen lezen; in het voorjaar was ik begonnen ik me als zodanig aan te duiden ook.” Gewoon anarchist dus : ) Da’s één.

    En ja, ik heb in de zomer en herfst van 2010 – bijna twee jaar terug, heb je geen actuelere vorbeelden dan eindeloze oude koeien? – een beetje meegedaan met Rekening Retour, dwz ik ben op één vergadering gewest, en ik was op de manifestatie in oktober, overigens als deel van een groep die vanuit een veel radicaler perspectief oereerde, en waar de Rekening Retour-bestuurders overwegend niet zo heel blij mee waren. Ik denk dat ik vandaag de dag wél naar de actie zou zijn gegaan, maar níét meer naar de vergaderingen van zo’n comité, waar ik nu niet veel meer in zie.

    Algemener. Ik ga naar allerlei acties, niet omdat ik de organisatie ervan steun, maar omdat mensen die erheen gaan, dat met goede redenen doen, redenen waarmee ik me verbonden voel en verbinding zoek. Als revolutionairen elke actie die niet door henzelf, of volgens door hen bepleite, methoden is opgezet gaan boycotten, houden we vast meer tijd over voor theoretisch debat, maar groeit vooral ook ons isolement, onze irrelevante, en veriezen we ook nog eens de feeling voor veel van wat er gebeurt.

    Dus ga ik vrolijk naar vakbondsmanifestaties, SP-gestuurde acties als het zo uitkomt, en dus zeker ook naar Rekening Retour-achtige zaken. Desnoods de neus ff dicht als het te erg wordt, en soms met propagandamateriaal waar een ander perspectief naar voren geschoven wordt dan dat van de organisatoren. Maar de strijd is te belangrijk om ongestoord aan de bureaucratische organisaties – de ‘linkervleugel van het kapitaal”, zo je wilt – over te laten. Die lol gun ik Jongerius en Roemer niet.

    Over de geschetste risico’s van activisme die Arjan schetst: dat kan allemaal waar zijn, dat zo’n risico er is. Maar politiek actief zijnn op één of andere manier is zonder risico’s onmogelijk. En een risico lopen is nog niet hetzelfde als de verwerkelijking van dat risico. Tegenover het risico van activisme staat het risico dat Arjan loopt: theoretisch zuiverheid behelst het risico van steriel isolement. Maar dat wil nog niet zeggen dat dit risico de gegarandeerde uitkomst van het streven naar theorietische zuiverheid is.

    Overigens: ja, als arbeiders een hoger loon eisen van hun baas en daarvoor staken, dan heb ik liever dat ze hun eis met staken en zo ingewilligd krijgen, dan dat de baas de poot stijfhoudt en er nog mee wegkomt ook. Daarom sta ik aan de kant van de schoonmakers in hun staking, ook als zij hun actie via een verkeerd soort organisatie en strategie voeren, iets dat tegelijk bekritiseerd en ondermijnd moet worden. Een nederlaag is erger dan zelfs een zeer beperkte, halfslachtige, overwinning. Wat hier ‘nationalistisch links’ aan is, ontgaat me.

  7. Hallo, beste Peter

    Ik schrijf deze bijdrage niet om het laatste woord te hebben, want daarvoor ik vind je reactie te serieus. Ik constateer dat we er tussen ons nog een aantal verschillen van mening bestaan. En dat is iets moeten we dan ook moeten kunnen accepteren . Maar om even de balans op te maken van de discussie tot nog toe: wat zijn dan de punten waarover we het – zo lijkt het – met elkaar eens zijn. Twee punten wellicht: de solidariteit met de zelfstandige strijd van de arbeidersklasse en – van daaruit – de noodzaak om met heldere oriëntaties voor de strijd te komen, die kan bijdrage tot een overwinning van de strijdenden werkers.

    Je schrijft heel duidelijk in je laatste bijdrage “Daarom sta ik aan de kant van de schoonmakers in hun staking, ook als zij hun actie via een verkeerd soort organisatie en strategie voeren, iets dat tegelijk bekritiseerd en ondermijnd moet worden.”. Ik weet niet of je het artikel van K. Fotia heb gelezen op de site van de ASB, maar het komt enigszins overeen met wat je schrijft en ik kan daar zelf voor een groot deel in meegaan: “De schoonmakers mogen met recht trots zijn op hun strijdbaarheid, vaak gevoerd vanuit een erg onzekere positie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Hun strijdbare mentaliteit is een voorbeeld voor de hele arbeidersklasse. Maar na een strijd van 105 dagen (dat waren er in werkelijkheid een stuk op tien, die door de vakbond waren uitbetaald – arjan) staken, 10 marsen van respect, enkele universiteitsbezettingen en een stationshalbezetting is dit akkoord een veel te grote concessie vanuit de vakbondsbureaucratie aan de bazen.” (….) “Nu de schoonmakerstaking ten einde is, is er tijd voor boordnodige reflectie. Wat heeft dit conflict ons geleerd? Op welke manier is de strijd gevoerd, wat is de rol van de vakbond hierin geweest en welke lessen kunnen we hier uit trekken? Wat betekent dit voor de toekomst?”

    Je schrijft in je laatste bijdrage eveneens “Maar politiek actief zijn op één of andere manier is zonder risico’s onmogelijk”. Dat is een terechte opmerking. En ik zal deze dan ook mee moeten nemen. Volgens jou loopt ondergetekende vanwege zijn wil tot politieke zuiverheid, echter het risico van steriel isolement. Maar tegelijkertijd schrijf je (als ik je goed begrijp) ook dat het streven naar theoretische zuiverheid het risico van steriel isolement als de gegarandeerde uitkomst heeft. Als je inmiddels wellicht begrepen hebt dat ik mijn activiteiten ontplooi in het kader van de ‘werkzaamheden’ van Wereldrevolutie/Internationalisme, en je weet een beetje wat die organisatie voor activiteiten ontwikkelt, dan hoef je daar niet zo bevreesd voor te zijn.

    Tenslotte: excuses voor het feit dat ik niet altijd even precies geweest ben met betrekking tot jouw overtuiging als anarchist en je activiteiten in het kader van zoiets als Rekening Retour. Hier wil ik het bij laten. ik zal mijn reacties op jouw teksten vervolgen onder een andere noemer.

    Goede moed!
    Arjan de Goede

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: