China: protesteren met opvallend succes

1 augustus, 2012

woensdag 1 augustus

Onderstaand artikel schreef ik voor Doorbraak waar het – voorzien van plaatjes en een paar extra links – ook te vinden is.

China is een land met forse economische groei. China is tegelijk ook een land met explosieve sociale tegenstellingen, die hard worden uitgevochten. DE groei valt momenteel, als onderdeel van wereldwijde crisis, terug. De tegenstellingen worden daarmee nog explosiever. Degenen die de gevolgen van de groei-inspanningen moeten ondergaan, de mensen die de groei met hun laagbetaalde arbeid mogelijk maken of gevaar lopen door vervuiling die met investering gepaard gaan, laten niet bepaald over zich lopen. Die strijd is fel – en herhaaldelijk opvallend succesvol. Lees de rest van dit artikel »


Van Griekenland tot Vietnam, het kapitaal krijgt nergens rust

16 juli, 2011

Zaterdag 16 juli

Hoe zwaar is momenteel het leven van ondernemers en door bezuinigingen geobsedeerde regeringen! Griekenland gaat wellicht bankroet. Rond Italië’s financiën wordt bezorgd – en hebberig – gespeculeerd, al lopen meningen over de ernst van de zaak uiteen  . De kredietstatus van Ierland is door een beoordelingsbureau tot ‘junk’ verlaagd , oftewel: geld uitlenen in die richting en dergelijke wordt niet bepaald aangeraden. Topberaad van EU-ministers over de schuldencrisis legt voornamelijk meningsverschil bloot. Intussen laten heel veel buitengewoon boze mensen in Griekenland zien – en voelen – wat ze van het bij de crisis horende bezuinigingsbeleid vinden, zoals je bijvoorbeeld in een verslag van Jelle Bruinsma over de stakingsdagen 28 en 29 juni kunt lezen. Het leven voor ondernemers en ondernemerskabinetten is wel eens makkelijker geweest. Lees de rest van dit artikel »


Indrukwekkende bijeenkomst over arbeiders China

9 april, 2011

zaterdag 9 april

Inmiddels ruim een week geleden is het alweer: een buitengewoon interessante en indrukwekkende informatiebijeenkomst die ik bijwoonde in Nijmegen. De organisatie was in handen van Doorbraak en de Anarchistische Groep Amsterdam (AGA). Het onderwerp was: arbeidersstrijd in China, in het bijzonder de stakingsgolf die in voorjaar en zomer 2010 in een hele reeks vestigingen van autobedrijven plaatsvond. Hieronder wat indrukken, gedachten, met enkele leestips erin verwerkt.

Lees de rest van dit artikel »


China: protest, onvrede, hervormingen, klassenstrijd

17 maart, 2011

Geen jasmijn-revolutie vooralsnog in China, dat is intussen duidelijk. Tegelijk is er voor de Chinese heersers bepaald geen reden om opgelucht adem te halen. Hun veel geventileerde zorg over de ‘stabiliteit ‘is bepaald niet misplaatst. Het is te hopen dat ze daar binnenkort méér redenen en minder grip op krijgen. Intussen is er in Nederland binnenkort een tweetal gelegenheden om  meer te weten te komen over verzet in dat land. Maar eerst die Jasmijnrevolutie die niet kwam.

Op 19 februari was er opeens een oproep op internet om de dag erop in 13 Chinese steden te protesteren met leuzen tegen werkloosheid en armoede, voor huisvesing en rechtvaardigheid. Prompt arresteerden de autoriteiten her en der mensenrechtenactivisten. Op de dag zelf kwamen in enkele steden – Peking, Shanghai, Guangzhou en Harbin – kleine groepen  waren komen opdagen. Politie greep snel en maakte ana de acties een einde, soms door middel van arrestatie. Volgens een verslag op de website China Geeks waren heel veel van de mensen die waren komen opdagen eerder nieuwsgierigen, journalisten en dergelijke dan echt actievoerders. Mensen wachtten vooral of er iets ging gebeuren. Er kwam steeds meer politie, wat geduw, getrek , iemand wiens mobieltje door politie in beslag werd genomen, wat geschreeuw tussen politie de auteur. Na een uur gingen mensen weer weg. “Ik blijf me verbazen over het vermogen van Pekings politie om uit te gaan van niets en er een gebeurtenis van te maken”, merkt de schrijver op. Wat het ook was, een Jasmijn revolutie – het etiket waaronder de protesten, naar Noordafrikaans voorbeeld, waren aangekondigd - was het niet.

De weken erop zette de zenuwenoorlog tussen autoriteiten en internet-activisten zich voort. Een soortgelijke oproep leidde op 27 februari tot soortgelijke gebeurtenissen als een week ervoor: een groep van 200 mensen in Shanghai,  enkele arrestaties in Beijiing, politie die er sowieso bovenop zat, ook waar geen betoger  te bekennen was en af en toe ruw optrad waar ze wel protesterenden meende waar te nemen. Op 6 maart was in Peking, waar de autoriteiten na een oproep wederom protest vreesden, vooral erg veel politie  erg nadrukkelijk aanwezig.

Tot een protestbeweging op de straten van China’s grote steden hadden de mysterieuze internet-oproepen, volgens berichtgeving ook van buiten China afkomstig, niet geleid. Wel tot aandacht voor de vraag of een opstand zoals in Arabische landen in China waarschijnlijk was. Veel commentaren dachten van niet. Een blogger op Aljazeera erkent dat mensen wel klagen en over van alles ontevreden zijn. maar dat zijn mensen in de VS ook. Revolutie in China stata niet direct op de agenda, is de conclusie daar. “De meeste mensen hebben eten, onderdak, kleding, de basisdingen – en ze herinneren zich de tijd toen het in China veel armoediger was.” Bovendien in revolutie in 1989 al geprobeerd, zonder succes. De mensen aan de top “hebbben hun lesje geleerd en  ze zullen zaken nooit meer zo uit de hand laten lopen.” De vraag  - niet gesteld in het blogstuk – is echter of ze dat onder alle omstandigheden kunnen: ik vermoed dat Mubarak ook vastbesloten was om dingen niet uit de klauwen te laten lopen na de val van zijn collega Ben Ali.

Nu is het wél zo dat de Chinese heersers stevig in het zadel zitten en greep op de maatschappij hebben. De gegroeide welvaart speelt daarin een rol, al leidt de ongelijke verdeling ervan tot onvrede waarvan ook de leiding weet dat die tot uitbarsting zou kunnen komen. De Chinese staat heeft intussen diverse methoden om dreigingen van priotest het hoofd te bieden. Er is verregaande staatscontrole, met waarlijk ontzagwekkende aantallen camera’s om de straten en de mensen daar in de gaten te houden. Alleen al in Peking hangen er 400.000.

Maar de Chinese heersers doen ook iets anders. Ze openen beperkte vormen van participatie aan het politieke proces. Met democratie als doel  – zeggenschap van de bevolking over de maatschappij – heeft dat weinig te maken. Het idee is veeleer dat mensen die het gevoel krijgen bínnen het systeem mee te mogen praten, hun onvrede niet omzetten in acties die het systeem zelf beginnen te bedreigen. Bovendien kan gekanaliseerde kritiek vanuit de bevolking ook helpen om al te ernstige gevallen van inefficiency en corruptie op te sporen en te bestrijden. Door met aldus geventileerde grieven iets te doen versterkt het bewind ook de legitimiteit ervan, die immers nog steeds gebouwd is rond het beeld dat het hier een Vólksrepubliek betreft. Er is bijvoorbeeld hier en daar sprake van verkiezingen met meerdere kandidaten. Dat gebeurt al voor plaatselijke bestuursorganen, en vindt ook plaats voor lagere organen van de Communistische Partij.

Intussen riep premier Wen Jiabao burgers op toch vooral hun klachten tot uiting te brengen. daarvoor bestaat zowaar een landelijk petitiebureau. “Wij zijn de regering van het volk, en onze macht is ons toevertrouwd door het volk”, zei hij. Maar op de Chinese versie van Twitter zei iemand: “Zou Wen niet meer beworgd  moeten zijn over hoe wetten en regels worden uitgevoerd?” Scepsis is ook passend. Klachten ontvangen haalt wat druk van de ketel, en maakt de aanpak van afzonderlijke misstanden mogelijk. Maar wezenlijk meer zeggenschap over hun bestaan houdt de bevolking er niet aan over. 

Verdergaande ambities richting democratisering liggen bepaald gevoelig. Wu Bangguo, voorzitter van het Nationale Volkscongres en tweede man van het bewind heeft de invoering van een systeem waarin meerdere partijen elkaar via verkiezingen ad fwisselen als regeringspartij uitgesloten. Ook deze vorm van democratie kan prima dienen om onvrede te kanaliseren en is daarmee eerder een veiligheidsklep dan een bedreiging voor heersers is. Maar die stap gaat China’s heersers toch nog te ver.

Intussen speelt de elite, met de invoering van gekozen bestuurders en het aanmoedigen van kritiek, toch wel met vuur. Gekanaliseerd protest kan de legitimiteit en efficiency van de staat verstevigen. Maar het kan ook verwachtingen oproepen die niet worden waargemaakt. Wat nu als een gekozen gemeentebesuur wil dat er paal en perk gesteld wordt aan al die veiligheidscamera’s? Spannender nog: wat als kandidaat-bestuurders belóven dat die camera’s weggehaald worden, en dat na verkiezing, onder druk van hogerhand, niet doorzetten? Via beperkte liberaliseringen kan de democratische geest uit de fles ontsnappen. Door alle liberalisering te bl;okkeren, kan echter de onvrede zich ophopen, om vroeg of laat óngekanaliseerd tot uiting te komen. Dat is het dilemma voor China’s heersers.

Een in dit verband heel opmerkelijk voorstel deed een afgevaardigde op het Nationale Volkscongres, het Chinese parlement, onlangs. Zeng Qinghong stelde voor om het stakingsrecht weer officieel in te voeren. Zijn redenering, in de woorden van een artikel op China Labour Bulletin: “in een markteconomie dient het stakingsrecht een basisrecht van arbeiders te zijn, als aanvulling op het recht op werk. Bovendien, zo zei hij,  was het een wijd erkend burgerrecht in veel ontwikkelde landen en urgent noodzakelijk in China om de sociale stabiliteiten een gezonde ontwikkeling van arbeidsverhoudingen en het wettelijke stelsel te waarborgen.” Deze afgevaardigde was manager van een autofabriek in Guangzhou en vorig jaarbemiddellaar toen daar een staking was.

Het voorstel, zo vertelt het artikel, maakte geen kans. Maar we zien hier, vanuit het bewind, dezelfde zorg om protest en onvrede te kanaliseren als bij de eerder genoemde beperkte democratiseringsmaatregelen. Arbeiders zijn ontevreden over lonen en arbeidsvoorwaarde. dat kan exploderen tot onbeheersbare stakingsconflicten. Maar die conflicten kunnen ook gereguleerd worden, zodat ze minder bedreigend zijn, zodat arbeiders zich wenigszins gerespecteerd voelen en daarmee – ietsje beter betaald – hun ondergeschikte positie blijven aanvaarden. tegelijk kan de erkenning van stakingsrecht arbeiders ook ruimte geven om vérder te gaan, hogere verwachtingen wekken en zo alsnog de deur openen naar radicalere arbeidersstrijd. Hetzelfde dilemma voor de heersers dat ik schetste rond politieke bestuursvormen, doet zich ook op het gebied van arbeidsverhoudingen voor.

Precies de onvrede van arbeiders vormt een wezenlijke bedreiging voor de greep van de Chinese heersers op de maatschappij. De snelle economisxche groei heeft grote aantallen straatarme mensen naar de fabrieken doen gaan. Daar werken ze lange dagen, tegen lage lonen, om spullen te maken die China’s ondernemers winstgevend exporteren. Arbeiders stellen zich tegen deze uitbuiting te weer, en gaan keer op keer in staking. In de lente en zomer van 2010 waren er bijvoorbeeld een hele reeks van stakingen in autofabrieken in China, waar Insurgent Notes – een nieuwe links-communistisch internetpublicatie – een artikel aan wijdde.

Deze arbeidersstrijd wordt tot nu toe min of meer in toom gehouden door een combinatie van concessies en repressie. Zolang het steeds om afzonderlijke stakingen in afzonderlijke fabrieken gaat, lukt dat nog. Wat de Chinese elite te vrezen heeft, is de opkomst van een stakingsbeweging waarin arbeiders in meerdere fabrieken en bedrijfstakken hun striojd onderling gaan coördineren.

Wat de elite bovendien te vrezen heeft is het samengaan van stakingsstrijd met onvrede op andere fronten, het verlangen naar meer vrijheid in de maatschappij. We hebben in Egypte kunnen zien hoe zoiets kan uitpakken. Stakingen in textielbedrijven, solidariteitsactivisme via internet, en van het één kwam het ander. Als de fabrieksstrijd en de Facebook -netwerken met elkaar verbonden raken, dan kunnen dingen erg hard gaan. Dat de Chinese politie de eerste kiem van internet-actie meteen probeerde te smoren is, zo bezien, dan ook niet vreemd. Nu is het de autoriteiten gelukt de greep te bewaren. Het is niet gezegd, niet te hopen maar gelukkig ook niet te verwáchten, dat ze dit blíjft lukken – zéker niet als stakingsbereide arbeiders en áctivisten voor méér vrijheid elkaar weten te vinden, online maar vooral ook daarbuiten.

Over de strijd van arbeiders in China zijn komende tijd dus een tweetal openbare, gratis toegankelijke bijeenkomsten, beiden georganiseerd door Doorbraak  samen met de Anarchistische Groep Amsterdam. Meer in het bijzonder gaat het over “de Chinese stakingsgolf van medio 2010″, de stakingen die ik in het bovenstaande al noemde. Er zal ook beeldmateriaal vertoond worden. De bijeenkomsten vinden plaats op 1 april in Nijmegen, op 2 april in Amsterdam. Mij is gevraagd daar wat positieve aandacht aan te besteden, hetgeen ik met  plezier doe. Sterker: bij één ervan zal ik proberen aanwezig te zijn.

 


Nervositeit van bovenaf, tijd voor solidariteit

23 februari, 2011

De internationale opstandsgolf maakt gezagsdrragers in vèr uiteenlopende staten kennelijk nerveus. Ze reageren met soms groteske repressie. Ons antwoord dient solidariteit te zijn met mensen die van zulke onderdrukking het slachtoffer worden en voor vrijheid en solidariteit opkomen, ongeacht welke politieke opvattingen ze precies hebben. Bijvoorbeeld in Zimbabwe, waar politie ettelijke tientallen zeker mensen opgepakt heeft en vasthoudt, wegens deelname aan een bijeenkomst over de protesten in het Midden-Oosten. Daartegen is protest dus noodzakelijk. Daarover zometeen meer.

Eerst een ander voorbeeld van nervositeit van staatswege, in China. Daar circuleerde zaterdag opeens een oroep, van raadselachtige herkomst, om in een aatal steden demonstratief samen te komen om te protesteren tegen onvrijheiod, werkloosheid en dergelijke. Dit in het kader van een ‘jasmijnrevolutie’. Vrijwel meteen kwam politie in actie en pakte mensenrechtenactivisten op. Op de dag van de actie zelf, afgelopen zondag, was de politie op diverse van de verzamelpunten nadrukkelijk aanwezig, net als veel journalisten en nieuwsgierige omstanders. Protesterenden waren er zeer weinig. van omvangrijk straatprotest was dus geen sprake, maar dat de politie zo fors uitrukte tekende de zenuwen die in hogere kringenbestaat. EA Worldview heeft berichtgeving verzameld, een blogger op Aljazeera nam zelf een kijkje en deed ook verslag. Als ontketening van een revolutie was het niet bepaald een groot succes. Toch is zelfs zoiets symptomatisch voor wat er wereldwijd broeit, iets waar machthebbers kennelijk wereldwijd bang voor zijn. En wat niet is, kan nog komen, volgens de New York Times zijn er later nog enkele activisten opgepakt, maar circuleert er ook alweer een nieuwe oproep, voor komende zondag en latere zondagen.  Overigens is de zaak zo onduidelijk dat het niet duidelijk is of de oproepen uit China zelf komen, of bijvoorbeeld van Chinezen in buurlanden. Dat er iets geprobeerd word, blijkt echter wel.

Nerveus en bot is de reactie van staatswege in Zimbabwe. Zaterdag berichtte de Zimbabwean Telegraph dat de politie was binnengevallen in een bijeenkomst die gewijd was aan de opstandigheid in het Midden-Oosten.  Aanwezigen werden gearresteerd, rond de vijftig mensen. Sommigen werden geslagen en gemarteld. De geheime dienst bleek de bijeenkomst te hebben geïnfiltreerd.  Eén van de gearresteerden is Munyaradzi Gwizai, een voormalig parlementslid en directeur van het Law Center in de hoofdstad Harare. Zelfs het praten over het protest in verre landen was al verdacht. Enkele dagen eerder waren een hanvdol jonge mensen in Harare die de val van Mubarak in Egypte openlijk vierden, en riepen dat wat hun betreft Zimbabwe’s president Mugabe ook wel weg mocht, verdwenen, kennelijk ontvoerd. Vermoed wordt dat de daders van die ontvoering ook van de geheime dienst zijn.

Een artikel en actie-oproep op de website van de Internationale Socialisten (IS) roept op tot protest. Gwizai is “leidend lid van de Zimbabweaanse zusterorganisatie van de IS” het zou kunnen dat ze “samenzwering tegen de regering” als aanklacht krijgen, en daar staat tot 20 jaar cel op. Onder de titel “Urgent: steun socialisten in Zimbabwe” roept het stuk op tot solidariteit, en tot het sturen van een protestboodschap naar de ambassadeur van Zimbabwe in Brussel, Gift Punungwe. E-mail: zimbrussels@skynet.be. Politiefunctuionarissen bellen om te protesteren kan ook, nummers staan bij het artikel, evenals mailadressen waarheen steunbetuigingen kunnen.

Protesteren en steunbetuigen is belangrijk, ongeacht wat je precies van de IS en haar poltiek vindt. Deze mensen worden opgepakt vanwege deelname aan discussie, omdat ze opkomen voor meer vrijheid, voor solidariteit. Vandaag zijn het socialisten in Harare, morgen wellicht weer anarchisten in Griekenland, en overmorgen radicalen in Nederland zelf. Solidariteit, over de geografische maar ook over politieke grenzen heen, is nodig. We staan tegenover dezelfde vijand.

Ik heb zelf, naast een steunbetuiging, een mail naar die ambassader gestuurd. Tekst (ongeveer althans, er waren toch weer spelfouten doorgheen geglipt in de haast…) volgt hieronder. Wellicht kan het als een soort van voorbeeld dienen.

To: Mr.Gift Punungwe, Zimbabwe ambassador in Brussels;

From: Peter Storm

Tilburg

Netherlands

Mr. Ambassador,

It came to my attention that Munyaradzi Gwisai, director of the Law center in Harare, and a number of other people, have been arrested by Zimbabwe’s security forces. The people concerned were participating in a discussion meeting about the democracy protests in the Middle East when they were being arrested. I also hear that some of those people are being m beaten and tortured while in detention.

I protest against this blatant, illegal infringement on the democratic rights of the people aformenioned. I demand the immediate end of their mistreatement, and call for their immediate and unconditional release. Also, I strongly insist that such illegal attacks on human rights should not reoccur in the future.

yours,

Peter Storm

Tilburg

Netherlands


Hoe het “Midden-Oosten” alsmaar groter wordt

19 februari, 2011

Het dagblad Trouw heeft een rubriek waar je de artikelen over de opstandigheidin een reeks landen van het Midden-Oosten bij elkaar kuht vinden. Titel “Arabische opstand”. De Volkskrant heeft ook zoiets, daar heet het “VK-dossier: Onrust in het Midden-Oosten”. De tweede titel is beter dan de eerste, want met het herleven van protesten in Iran woedt de revolte in de regio  niet langer uitsluitend meer in Arabische staten. Maar is de ‘onrust’ dan nog beperkt tot het Midden-Oosten?

Het minste wat je daravan kunt zeggen is dat onrustige Midden-Oosten de laatste dagen in pijlsnel tempo aan het uitdijen is. Gisteren was er protest van zo’n 1.000 staatloze mensen in Koeweit. Ze eisten burgerrechten. De politie viel de demonstranten aan met waterkanon en rookbommen. Tientallen arrestaties, zeker vijf gewonden. In Koeweit leven 100.000 mensen zonder burgerrechten. In het jaar 2000 pakten autoriteiten hen hun burgerrechten af, volgens die autoriteiten om ze ertoe te brengen hun oorspronkelijke identiteit alsnog bekend te maken. 20.000 mensen deden dat en kregen een status als migrant. Maar veel staatloze Kuweiti’s zeggen dat ze geen migrant zijn, maar Koeweiti die eerder geen burgerschap hebben aangevraagd. Zonder burgerschap kun je in Koeweit niet trouwen en geen rijbewijs halen. Dit alles ontleen ik aan Aljazeera.

Gisteren was er ook  een optocht van 350 mensen in Oman, ook een Golfstaat, grenzend aan Jemen. het was een bijna aandoenlijk keurige aangelegenheid, maar toch. Slate beschrijft het gebeuren in een artikel met foto’s. Mensen riepen leuzen tegen corruptie, tegen hoge prijzen, en ze vroegen waar het geld dat via olie en gas was vergaard, gebleven was. Maar zodra mensen richt tegen afzonderlijke ministers leuzen aanhieven, maakten organisatoren duidelijk dat het beledigen van personen niet de bedoeling was… Even was er iets van een aanvaring tussen politie en betogers, toen die laatsten tegen de zin van agenten een kruispunt op wilden. Met een vorst die al erg lang aan de macht is, en zonder zelfs maar een solide begin van zelfs maar parlementaire democratie, is het de vraag of of het zo rustig zal blijven toegaan als er meer protest komt.

Op dezelfde dag was er ook nog een fel en omvangrijk protest in Djibouti: daar riepen duizenden betogers om het aftreden van president  Guelleh. De NRC schrijft erover. Die president regeert al twee termijnen, en is in 2005 herkozen zonder zelfs maar een tegenkandidaat. Djibouti heeft 750.000 inwoneers, hetgeen een betoging van duizenden deelnemers zeer aanzienlijk maakt, verhoudingsgewijs gezien. Het kleine land ligt tegen Somalië aan, in Noord-Oost-Afrika, en dat kun je toch nauwelijks meer het Midden-Oosten noemen. Wellicht speelt mee dat aan de overkant van de zee waar het aan ligt, het land Jemen ligt, waar de hele week felle protesten tegen de machthebbers hebben gewoed.

Interessant is dat ook Djibouti een Amerikaanse marinebasis bevat. Net als Bahrein dus, waar het protest intussen doorgaat. De BBC beschrijft hoe demonstranten weer terug zijn waar ze halbverwege afgelopen week door een nachtelijke politieaanval waren verdreven. Voordat de politie vandaag  zich van de rotonde terugtrck, schoot ze nog wel traangas en kogels af op demonstranten: 60 gewonden. Maar nu zijn betogers dus weer terug op hun opstandsbolwerk. Noch die ontruiming, noch het politie- en legergeweld gisteren tegen rouwstoeten en demonstranten, hebben het verzet gebroken.

Intussen ontstaat er wéér een nieuwe haard van rebellie: Saoedi-Arabië! Het gaat om kleinschalige dingen, tot nu toe. Opichters van een hervormingsgezinde politieke partij zijn gisteren gearresteerd. Die was eerder deze maand opgericht door professoren, zakenlui, politieke actievoerders, tien mensen, aldus de Washington Post. Geen felle revolutioinairen dus – maar in Saoedi-Arabië behandelen gezagasdragers élk zelfstandig politiek initiatief bij voorbaat als verdacht of zelfs subversief. Het EA Worldview liveblog – opreciezer gezegd, één van de liveblogs van EA – meldt echter nog iets: een klein protest van Sjiiten in Awwammiya, in het Oosten van Saoedi-Arabië. Ook in dat land bestaat een flinke Sjiitische gemeenschap die in méér dan één opzicht lijkt op die in het opstandige Bahrein. De landen grenzen aan elkaar, en juist dichtbij die grens ligt ook Awwamiya. De actievoerders eisten vrijlating van gevangenen.

Oman, Koeweit, Djibouti, Saoedi-Arabië: het zijn relatieve nieuwkomers in de opstandsgolf, al is de laatste tijd in zowel Djibouti als in Saoedi-Arabië al wel wat aan de hand geweest. Intussen woedt de opstand in Bahrein dus verder, en in Jemen verder; wagen in Algerije betogers opnieuw een poging; waren er gisteren botsingen tussen protesterende mensen in Jordanië en regeringsaanhangers; en woedt er intussen een omvangrijke volksopstand in voor het Oosten van Lybië, met bloedige staatsgeweld als antwoord van kolonel Khadaffi’s bewind. Voor morgen staat nieuw protest gepland in Iran, en tevens in Marokko dat zich hiermee ook voegt in de snel groeiende rij opstandslanden. Als we Tunesië en Egypte, waar de opstand al machthebbers heeft verdreven, meetellen, Syrië waar het kkleionschalig borrelt, en Irak waar afgeloopen week in een reeks van steden fel is betoogd, dan kom ik aan vijftien landen waar min of meer tegelijkertijd opstandigheid woedt.

Het is een kwestie van tijd voor de revolte overslaat naat landen buiten  het Midden-Oosten zelf. Sterker: dat proces is gaande. Vanmiddag verscheen een bericht dat er een internet-oproep rond is gegaan voor wat genoemd wordt een ‘Jasmijn Revolutie’. Dat was de naam die sommigen eerder gaven aan de opstand in Tunesië. “Mensen werden via internet opgeroepen bijeen te komen en de woorden ‘wij willen eten, wij willen werk, wij willen wonen, wij willen eerlijkheid ‘te scnanderen.” Dat meldt Trouw. Het zou in 13 steden hebben moeten plaatsvinden. Van wie de oproep uitgaat is onbekend. Maar het land is welbekend: China! Ligt dat nu ook al in het Midden-Oosten?!

Natuurlijk, een internet-oproep is nog geen opstand. Het kan een hoax zijn, of een initiatief met een zo zwakke basis dat er weinig tot geen respons komt. Maar de Chinese autoriteiten nemen het zekere kennelijk voor het onzekere, en hebben naar aanleiding van de oproep mensen gearresteerd, aldus familieleden en vrienden van hen. En het woord ‘jasmijn’ via de Chinese variant van Twitter is onvindbaar gemaakt. Eerder gebeurde iets soortgelijks in China met het woord ‘Egypte’. Nerveuze, krampachtige machthebbers, ik vind het een gunstig teken…


Staking onderdelenfabriek legt Honda-concern in China lam

28 mei, 2010

Arbeiders in een onderdelenfabriek in China zijn in staking gegaan voor een loonsverhoging. De fabriek hoort bij het Honda-concern. De staking heeft ertoe geleid dat de productie bij drie andere vestigingen van dat autobedrijf eveneens stil is komen te liggen. De actie laat duidelijk de kracht zien die arbeiders kunnen uitoefenen door op een belangrijke plek in  een bedrijf de productie stop te zetten.

Het conflict draait om geëiste loonsverhoging. “Volgens krantenberichten  wil het uit 1.900 mensen bestaande personeel van de onderdelenfabriek hun maandelijkse lonen verhoogd hebben van 1.500 yuan (220 dollar, 151 pond) tot 2.500 dollar”, schrijft de BBC. Libcom, dat spreekt van 1.850 personeelsleden, noemt 2000 tot 2.500 als het gevraagde loon. Het Libcom-artikel – dat trouwens de indruk maakt alsof het uit een gevestigde krant of zoiets is overgenomen – vertelt ook dat het voor het eerst is dat een Honda-vestiging in China door een staking is getroffen.

Het bedrijf werkt aan een oplossing, “met de hulp van de plaatselijke autoriteiten”, aldus de BBC. Twee dingen zijn hier van belang. Een oplossing zou niet bepaald moeilijk hoeven te zijn. Het Honda-concern in China draait immers als de spreekwoordelijke tierelier. Het bedrijf leverde de eerste vier maanden van dit jaar 39 procent meer auto’s af dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat klinkt als keihard werken voor de arbeiders, de winstbronnen van het bedrijf. Het kan er, zelfs burgerlijk-bedrijfseconomisch gezien, best af, zo’n loonstijging, zou je denken. En zo niet, dat toch, voeg ik daar on-burgerlijk graag aan toe.

Tweede opvallende zaak is de reactie van staatswege. het is nog niet zo heel lang geleden dat een staking in China beantwoord werd met hetzxij blikse4msnelle concessies, hetzij rappe repressie, met arrestatie van ‘stakingsleiders’ en dergelijke, hetzij met allebei. Nu is er van geen van beide direct sprake. De New York Times weet zelfs te melden dat er in de Chinese pers over de staking wordt geschreven als teken dat de regering iets zou moeten doen aan de grote inkomensverschillen. Kennelijk kiest een dominant deel van het Chinese et stablishment momenteen een koers van overleg en inkapseling va opkomend arbeuidersverzet, in plaats van de eerdere koers van conc frontatie en onderdrukking.

In de New York Times lezen we een handvol interessante verdere observaties. Een onderdirectieur van de afdeling arbeidsrelaties van het Chinese Instituut voor Industriële Betrekkingen komt aan het woord. “De staking bij Honda is de grootste staking die ooit plaatsgevonden heeft in een  enkele wereldwijde onderneming in China.” Hij is van de inkapseling-en-concessie-lijn, zo blijkt uit nog een uitdspraak van hem: “zo’n grootschalige, goed-georganiseerde staking zal het Chinese systeem van arbeidersvakbonden dwingen tot verandering, tot aanpassing aan de markteconomie.”

Doel van zo’n switch naar een Chinees poldermodel is overigens hetzelfde als doel van een ‘overlegeconomie’ in bijvoorbeeld Nederland: een plooibare arbeidersbeweging, zodat het winstmaken over hun ruggen soepeler plaatsvindt. Het is een andere strategie om het zelfde kapitalistische doel te bereiken. Maar het feit dat de naakte repressie naar de achtergrond gaat, biedt tegelijk grote mogelijkheden voor arbeiders om hun eisen georganiseerd tot gelding te brengen. Als Chinese arbeiders die kansen benutten en tegelijk de verleidingen van overleg en inkapseling weten te weerstreven, komen de zaken er aan het Chinese klassenstrijd-front niet slecht uit te zien.


Opstand van Oeigoeren verdient solidariteit

7 juli, 2009

Bij een opstand van Oeigoeren in het Westen van China zijn grote aantallen mensen om het leven gekomen. De Chinese staatsmedia spreken van minstens 156 doden, zeker 800 gewonden en minstens 1400 arrestanten. Aanleiding was een vechtpartij tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in een speelgoedfabriek in Guangzhou. Diepere achtergrond is de discriminatie en onderdrukking van de Oeigoeren in hun woongebied, de West-Chinese provincie Xinjiang.

De opstand begon met een demonstratie van Oeighoeren die een onderzoek naar de genoemde vechtpartij eisten. Demonstranten botsten met de politie, die met traangas schoot en volgens berichtgeving over mensen heen reed. Ook zou de politie het vuur hebben geopend.

De opstandige Oeigoeren keerden zich tegelijk tegen Han-Chinezen in de stad. Ze stichtten brand in Chinese winkels en vielen bussen aan, volgens de Chinese staatsmedia althans. Die moeten we echter niet zonder meer op hun woord geloven: China voert een sterke onderdrukking uit in Xinjiang, en zal er veel aan doen om opstandige Oeigoeren in een ongunstig en gewelddadig daglicht te stellen.

Maar dát een flink deel van het geweld wel degelijk van Oeigoerse kant tegen Chinese burgers gericht werd, lijkt toch wel aannemelijk. De Guardian bericht over 274 gewonden in een ziekenhuis: 233 Han-Chinezen,  39 Oeighoeren, 15 leden van de Hui-minderheid (Moslims, net als de oeighoeren). Het wijst erop dat de oeighoerse opstand zich richtte tegen het Chinese staatsgezag, maar tegens tegen de dominante bevolkingsgroep als zodanig, de Han-Chinezen. Vandaag kwam er dan ook de voorspelbare reactie vanuit de Chinese bevolking: “honderden Han-Chinezen waren met onder meer metalen pijpen en knuppels de straat op gegaan en vernielden winkels van Oeigoeren…” Ook dat gebeurde in de hoofdstad Urumqi, en ook dat leidde tot politie-ingrijpen.

De woede onder de Oeigoerse bevolking is terecht, maar deels verkeerd gericht. Xinjiang wordt zo ongeveer als een Chinese kolonie behandeld. De Oeigoeren, een islamitische bevolkingsgroep die een Turkse taal spreekt – worden ernstig in hun rechten beknot. Zehebben sterk ingeperkte godsdienstvrijheid: “bidden thuis is verboden, en mannen mogen pas vanaf hun achttiende naar de moskee”, schrijft de Volkskrant. De regering moedigt bovendien immigrantie van Han-Chinezen naar het gebied aan. Die krijgen de betere banen. Oeigoeren maken 45 procent uit van de bevolking van de provincie; 40 procent bestaat uit Han-Chinezen, vertelt de BBC. Het gevoel onder Oeigoeren dat ze een minderheid, een zwaar achtergestelde minderheid ook nog, in eigen land zijn, is zeer reeël.

En Oeigoeren die voor hun rechten op komen krijgen met harde repressie te maken, net zoals Tibetanen die vanuit een soortgelijke onderdrukte situatie een soortgelijke strijd voeren. China geeft de schuld aan Oeigoeren in het buitenland, en wijst om gewapende groeperingen. Die zijn er inderdaad, er vinden nu en dan aanslagen plaats in het gebied. Maar gewapende groepen zijn niet de oorzaak van de onrust, maar gewoon één van de vormen die het verzet tegen een botte onderdrukking oproept.

China houdt het gebied in een ijzeren greep, om meerdere redenen. Xinjiang bevat veel grondstoffen, waaronder olie en de grootste gasvoorraad van China, volgens Aljazeera. Xinjiang is, als dunbevolkt gebied ook de regio waar China eerder kernproeven uitvoerde. Het gebied ligt bovendien zeer strategisch ten onzichte van Rusland enbijvoorbeeld ook van Afghanistan, waar de grote rivaal, de VS, zich een militaire machtspositie heeft veroverd met bezettingstroepen en dergelijke. Oeigoeren zijn, net als Irakezen en Afghanen, feitelijk dan ook slachtoffer van de strijd die grote mogendheden voeren om ggrondstoffen en strategische posities.

Omdat Han-Chinezenvergeleken bij Oeigoeren als het ware worden voorgetrokken wat banen en dergelijke betreft, is het te begrijpen dat veel Oeigoeren hun woede op die Han-Chinezen richten. Maar het is tegelijk wel tragisch en verkeerd. Han-Chinezen in Xinjiang hebben dat discriminerende beleid, en de bevordering van immigratie naar Xinjiang, immers niet ontworpen en doorgevoerd, ze zijn zelf pionnen in het beleid van de Chinese autoriteiten. Door die mensen aan te vallen, maken Oeigoeren het hun echte tegenstander – de Chinese staat – makkelijker om ich te profileren als beschermer van alle Chinezen, handhaver van een orde tegenover Oeigoeren die dan al te makkelijk als etnische chauvinisten kunnen worden weggezet. Terwijl het juist het Chinese staatsbeleid is dat de onvrede voedt, en daarmee de explosie van verzet heeft uitgelokt. Zo dreigt de opstand zich nodeloos te isoleren van andere delen van de bevolking – de overgrote meerderheid van China, de massa’s arbeiders en arme boeren, of ze nu han-Chinees zijn of niet –  die onder de duim gehouden worden door diezelfde Chinese staatsmacht.

De opstand gaat intussen wel door. De NRC bericht vandaag over zeer boze Oeigoerse vrouwen die opkomen voor eerder gearresteerde Oeigoeren. “De politie heeft mijn man vermoord. Honderden politiemannen drongen onze huizen binnen. Ze sloegen met stokken en buien en namen onze mannen en zonen mee.” Een andere vrouw: ” Het is nu oorlog. We hebben te lang gezwegen. De Chinezen respecteren onze manier van leven en ons geloof niet. Onze mannen, we weten niet waar ze zijn. Zelfs naakte kinderen  hebben ze in trucks geladen.” Het zijn de taferelen die behoren bij een volksopstand tegen een koloniaal gezag. En de solidariteit – mét alle kritiek die tegen de geweldsontsporing tegen Chinese burgers nodig is – dient naar die Oeigoerse volksopstand uit te gaan.


China 1989: herdenken, inspiratie putten, vooruitkijken naar volgende ronde

3 juni, 2009

In de nacht van 3 op 4 juni, nu 20 jaar geleden, reden er tanks in de richting van het Tiananmin-plein in China. Soldaten, geweren in de aanslag, schoten zich door protesterende menigten een weg in de straten in de richting van dat plein. Op Tiananmen, het Plein van de Hemelse Vrede, zelf dreven de soldaten de laatste paar duizend demonstranten bijeen en dwongen ze het plein te verlaten. Onder de studenten op het plein zelf vielen vermoedelijk geen doden. Des te bloediger ging het toe in de omliggende straten waar niet zozeer studenten maar vooral arbeiders vochten met de oprukkende militaire overmacht, in een desperate poging om de dictatuur te weerstaan.

Met deze bloedige onderdrukking maakten de Chinese leiders een einde aan een bijna-revolutie.  De dood van partijleider  Hu Yaobang op 15 april, die een reputatie als verlicht hervormer had; rouwplechtigheden waar vooral studenten kritiek op corruptie begionnen te leveren en om democratie  vroegen; zeven weken van demonstraties, eerst vooral van studenten, later van andere stadsbewoners waaronder  grote aantallen arbeiders;  een hongerstakingin de derde week van mei, waaraan uiteindelijk 1000 studenten deelnamen; steunbetuigingen ana de hongerstakers, in de vorm van immense demonstraties met op een gegeven moment twee miljoen deelnemers; menselijke blokkades van ettelijke miljoenen mensen toen aan het eind van die week de  noodtoestand afgekondigd werd en troepen de stad probeerden binnen te trekken(de troepen hadden opdracht niet te schieten, en liepen vast in het volksverzet); stakingen en stakingsdreigingen, en demonstraties in vele tientallen andere steden in China; daarna enkele weken waarin de demonstraties afnamen, mensen hoopten dat verzoeningsgezinde leiders de overhand zouden krijgen, terwijl binnen de partij- en legertop het touwtrekken gaande was over of, en hoe  de protesten neergeslagen zouden worden; een opleving van demonstraties vanaf eind mei, toen actievoerders een Beeld voor de Democratie op het plein neerzetten; en uiteindelijk de moorddadige ontknoping in die bloedige nacht van 3 op 4 juni, met scherpe onderdrukking en massa-arrestaties in de weken en maanden erna. Een enorm veelvormige ee grootschalioge volksopstand had het onderspit gedolven tegen een aanvankelijk aarzelend, maar uiteindelijk bitter-vastberaden bewind dat haar macht bedreigd zag en naar de wapens greep.

Vandaag de dag heerst dat regime nog steeds, met ogenschijnlijk ongebroken macht. Maar er is veel veranderd. Het bewind heeft enige jaren geprobeerd een vrijwel totale controle op de bevolking te herstellen. Tegelijk zette ze de, tijdelijk gestagneerde, mars richting markteconomie voort. Getemde arbeiders, steeds meer ruimte voor martktwerking: het was het recept voor een grote en langdurige economische bloei. Maar met het afdanken van stagnerende staatsbedreiven kwam ook massa-ontlag – en protest daartegen. Met de marktwerking allom viel er voor corrupte bestuurders des te meer te graaien – hetgeen keer op keer tot protesten en vaak rellen leidden, tot in allerlei uithoeken van het land. En de erbarmelijke lonen en werkomstandigheden brachten steeds groepen arbeiders in verzet. Jaarlijke rapporten van uit het bewind zelf spraken van grote aantallen zogeheten ‘massa-incidenten’ – demonstraties, stakingen, rellen. Alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar waren er 58.000 van deze opstandige gebeurtenissen geregistreerd. Dat zijn er tussen de 600 en 700 per dág! Van de rust die het bewind met geweld had afgedwongen in juni 1989 is – gelukkig! – weinig meer over.

Het regime is dan ook begonnen met een iets andere strategie om haar macht te behouden. Op plaatselijke protesten wordt vaak nog steeds hardhandig gereageerd, met politiegewe;ld dat soms dodelijk uitpakt. Wie roept om rechtsherstel voor de slachtoffers van 1989 krijgt nog steeds met arrestatie te maken, en wie klaagt over behandeling van vrijgelaten critici van de regering eveneens. Dat ondervond Wu Gaoxing, die samen met vier anderen een brief had geschreven aan de Chinese president. Daarin klaagden ze dat vrijgelaten dissidenten als hij gehinderd werden in het vinden van werk, en geen pensioen en ziektenkosten. De man zelf had twee jaar vastgezeten wegens deelname aan protesten in 1989.

Maar tegelijk is de ruimte voor individuele critici wel gegroeid. Het komt zelfs voor dat  een klager die een rechtszaak tegen de autoriteiten aanspant, die zaak wint. Dat merkte, tot zijn verbazing,  academicus Hu Xingdou. Die had voor een rechtbank geëist dat een website waar kritische artikelen rond corruptie en milieu geplaatst werden, na sluiting door censuur weer heropend werd. Hij won.

Dit soort verruiming van kritische mogelijkheden, op zich zeer welkom, heeft een dubbel karakter. Kennelijk ziet de regering dat ze niet elke vorm van kritiek meer kan smoren. kanaliseren van protest – mensen het gevoel geven dat ze, als ze redelijk blijven en hun grieven via officiële kanalen zoals rechtbanken naar voren brengen, ze recht kunnen krijgen. Zo groeit bijvoorbeeld het aantal juridische arbeidsconflicten, vanwege de economische crisis maar ook in de hand gewerkt door vorig jaar ingevoerde gunstiger arbeidswetgeving,, dat voor de rechtbank komt, pijlsnel, met 98 procent in 2008 in vergelijking met het jaar ervoor: 693.000 zaken, met 1,2 miljoen betrokken arbeiders.

Als mensen bij de rechtbank verhaal kunnen halen, hoeven mensen niet de straat op, en loopt de ‘stabiliteit’ – dat heilige punt van de Chinese machthebbers – geen gevaar. Dat is kennelijk het idee. Een milde politieke liberalisering is hier een vorm van subtiele sociale controle. Dat is de ene kant. De andere kant is dat critici deze liberalisering kunnen benutten om de speelruimte steeds verder op te rekken, en de controle erop steeds verder uit te hollen. Dit kan onderdeel zijn van het werken aan veel verdergaande veranderingen.

Maar de kern van dat werken ligt toch buiten de rechtszaal en buiten de eveneens opkomende  tamelijk keurige NGO’s die tegenwoordig in China actief kunnen zijn. Die kern ligt veel eerder in de al genoemde ‘massa-incidenten’. Allemaal afzonderlijk kan het regime die wel aan, de ene keer door mensen plaatselijk hun zin te geven (een corrupte bestuurder te ontslaan bijvoorbeeld), de andere keer door de mensen als vanouds te onderdrukken. Maar als de ‘incidenten’ zich aanéénsluiten tot een golf, een beweging, dan wordt het bloedlink voor het bewind. Als daarbij radicalere kritiek op het bewind wijder verbreiding vindt en invloed binnen de ‘massa-incidenten’ verwerft,  kan een protestbeweging een levensgevaarlijke bedreiging voor het bewind worden. Dan dreigt in feite een vervolg van de beweging van 1989.

Mede dáárom houdt het regime de mensen die destijds een rol speelde nog steeds zo kort, juist daarom smoort ze nog steeds de roep om rechtsherstel, juist daarom blokkeert ze pogingen tot demonstratieve herdenkingen van het bloedbad. Door te vechten tegen alles wat doet denken aan de protesten van 20 jaar geleden, strijdt het regime feitelijk tegen datgene wat haar nu en morgen bedreigt: een volgend, gróter, en succesvol 1989.

Intussen kan het geen kwaad om ons nog eens te verdiepen in die glorieuze en uitiendelijk tragische gebeurtenissen uit dat bewogen jaar. Ons laten inspireren door eerdere protesten maakt ons immers sterker in de volgende ronde. Dat geldt in China en dat geldt wereldwijd. Een immense lading informatiebronnen staat ter beschikking aan een ieder die neer wil weten over de Chinese bijna-revolutie van 1989. Ik noem er enkele die mij opvielen en aanspraken.

De BBC heeft een handzaam chronologisch overzicht, vanaf de dood van partijleider Hu Yaobang op 15 april (aanleiding voor de eerste protesten) tot en met de toespraak van China’s opperbaas destijd, Deng Xiaoping, in een toespraak op 9 juni om het neerslaan van het protest te rechtvaardigen. Het overzicht bevat video-materiaal, onder meer van die éne man die voor een oprukkende tank ging staan – en over wiens lot niets bekend is. Aljazeera heeft aan de gebeurtenissen van destijds een programma gewijd, waarin onder meer mensen die destijds een rol in het protest speelden aan het woord komen.

In The Nation staat een mooi artikel van Harvey Wasserstrom over China toen en nu: “Tiananmen at  Twenty”. De schrijver laat zien hoe veel er veranderd is sindsdien, maar ook hoezeer het bewind probeert zich tegenover veelvormige uitdagingen te handhaven, en hoe het blokkeren van een eerlijke en open verwerking van het bloedbad van toen daarin een rol speelt.

Hij prikt in het voorbijgaan ook nog wat  mythen stuk – zoals bijvoorbeeld het idee dat de onderdrukking zich vooral tegen studenten richtte. De meeste slachtoffers in de nacht van 3 op4 juni twintig jaar terug waren geen studenten, maar arbeiders. Juist hun deelname – zo zegt Wasserstrom zelf niet, maar zo zie ik het wel – maakte de protestbeweging zo enorm gevaarlijk voor de machthebbers. Juist daarom kregen zij de volle laag van de repressie.

Er is wel meer mythologie te slopen. De gangbare beeldvorming rond de gebeurtenissen schetst een botsing tussen democratie met vrije markt enerzijds, tegenover communistische dictatuur anderzijds. Het beeld klopt niet echt. Ja, de Chinese machthebbers organiseren zich in een club die zich Communistische Partij noemde en noemt. Maar al in 1989 was die bezig met stevige stappen richting vrije markt. Juist de prijsstijgingen en de mogelijkheden tot corrupte verrijking die dit meebracht, zetten kwaad bloed en lokten het protest mede uit.

Maar ook de staatsgeleide economie uit de tijd van Mao Zedong – in 1989 al flink veranderd, inmiddels verregaand omgevormd – verdient het etiket ‘communistisch’ helemaal niet. De staatsfunctionarissen verhielden zich tot de arbeiders zoals ondernemers in een markteconomie zich tot arbeiders verhouden: als bazen tegenover personeel. Staatskapitalisme op weg naar marktkapitalisme, dat was de Chinese sociale realiteit in 1989, en tegen de kapitalistenklasse richtte zich de massabeweging van destijds. Dat, en meer, maakt Matthew Cookson duidelijk in “Tiananmen Square, 1989: China’s uprising”, in de Socialist Worker (UK) van deze week.

Dan is er nog een mooi weblog gewijd aan de gebeurtenissen van 1989 in China: “Tiananmen Moon”. Schrijver van de stukken op dat blog is Philip J. Cunningham. Die was zelf destijds in China, nam deel aan demonstraties en heeft een boek over de gebeurtenissen in de maak. Op de site zijn de gebeurtenissen van destijds prachtig te volgen in persoonlijke stukken, interviews van destijds, reportages. je krijgt een beeld van de studentenbeweging van binnenuit,ook met haar tekortkomingen.

In een artikel in de Bangkok Post dat ik vond op het weblog “Informed Comment: Global Affairs” (waar ik trouwens ook  het blog van Cunningham op het spoor ben gekomen) neemt dezelfde Cunningham stelling tegen degenen die feitelijk de studenten verantwoordelijk sstelden voor de akelige ontknoping. Hij schrijft: “Twintig jaar lang vond de officiële stem van China, en in verbazende mate ook van haar buitenlandse discussiepartners, het nuttig om de elementaire feitenvan de onderdrukking onder de mat te vegen, door te kibbelen over details, allerlei argumenten in elkaar te flanzen over de alles overheersende noodzaak van stabiliteit, of door te zwijgen, dit in contrast met alle eenvoudig beschikbare kleurrijke beschrijvingen van wat voor lummels en opportunisten de studentenleiders wel waren. De schuld geven aan de studenten, zoals veel jongeren in China doen, betekent: vallen voor een propaganda-lijn, je oog afhouden van de bal.” En eerder in hetzelde stuk: “de studenten waren inderdaad niet perfect, en ze weerpiegelden onbewust het beste en het slechtse neigingen van hun Communistische ouders. maar zij voerden niet de bloedige onderdrukking door; dat deden zekere eenheden van het PLA” (het Chinese Volksleger). Inderdaad: machthebbers zijn verantwoordelijk voor de onderdrukking die ze pleegden.

Wel is Cunningham nog te welwillend voor die machthebbers. Hij beschreef de gebeurtenissen als “het bloedige en volledig onnodige neerslaan met militaire middelen in juni 1989″. Bloedig?  jazeker. Maar volledig onnodig? Voor de heersers hoogstwaarschijnlijk niet. Degenen onder de leiding die – zoals partijleider Zhao Ziyang – zonder geweld, met overleg, de  demonstranten van het plein  probeerden te krijgen en ze te bewegin de hongerstaking op te geven, hadden gefaald – omdat ze te weinig aan werkelijke veranderingen k0nden bieden. Niets doen, en de beweging op haar beloop laten? Met een toenemende organisatiegraad, en een begin van georganiseerd arbeidersverzet als deel van de protesten? Dat zou de kans dat de beweging helemaal onbeheersbaar zou worden verder vergroten, en daarmee een einde aan het bewind dichterbij brengen. Vanuit de positie van de machthebbers was het grijpen naar gewlelddadige onderdrukking volstrekt begrijpelijk, en helemaal niet  ‘overbodig’.

Voor wie, zoals ik en hopelijk de lezers van dit weblog, aan de kant van dit soort protesten staat is dit belangrijk. Het gaat er namelijk niet om de heersers te doen inzien dat repressie ‘onnodig’ is. Dat is een illusie.  machthebbers, wat ze ook verder allemaal voor moois nastreven, willen boven alles de macht die ze hebben vasthouden. Grote protestbewegingen bedreigen die macht. Als die bewegingen niet door overreding verdwijnen, dan zullen de geweren en de tanks het werk moeten doen. Dat laten de gebeui urtenissen in China 1989 zien.

Protestbewegingen en hun sympathisanten kunnen daar maar beter rekening mee houden. De vraag is dan niet: hoe overerreden we de machthebbers? De vraag is: hoe belétten we hun machtsuitoefening? En als de repressie komt – hoe weerstaan en verslaan we die? Als  die vragen het juiste antwoord krijgen, dan kan een volgend 1989 een waarlijk succesvolle omwenteling worden.


Economische recessie: regering subsidieert ondernemers zonder crisis aan te pakken

21 november, 2008

De kredietcrisis groeit uit tot een diepe wereldwijde recessie. De tekenen daarvan volgen elkaar snel op, en de angst grijpt om zich heen.

Voorbeelden te over. Aljzeera kwam afgelopen woensdag met “US economy hit by new blows”, ofwel, de economie van de VS wordt door nieuwe klappen getroffen. Op die dag sloten de aandelenkoersen van de Dow Jones met ruim 5 procent. Daarmee bereikte de Dow Jones de laagste stand sinds maart 2003. De index voor prijzen van consumptiegoederen daalde een vol procent, de scherpste daling sinds 1947. Wrang genoed doen de voedselprijzen niet mee met die daling: die gingen nog omhoog.

Prijsdalingen lijken leuker dan ze zijn. Er dreigt volgens experts deflatie, een symptoom van depressie in de economie en een rem op economische activiteiten. Immers, wie koopt er vandaag nog een koelkast als je weet dat die morgen goedkoper is? Mensen gaan dan massaal inkopen uitstellen, met funeste gevolgen  voor de omzet van bedrijven.

Buiten de VS gaan de zaken eveneens steeds slechter. In China groeit de angst voor ontslagen omdat bedrijven hun afzet zien teruglopen. Dat meldt de BBC, die eraan toevoegt dat daarmee de angst onder de leiders voor ‘massa-incidenten’, oftewel protesten van bijvoorbeeld ontslagen arbeiders, toeneemt. Zelfs in het superdeluxe emiraat Dubai, waar het allemaal niet op leek te kunnen en ze de ene giga-wolkenkrabber na de andere neerzetten, gaat het nu mis, zo valt in The Guardian te lezen. De onroerend-goed-markt zakt daar nu in, bouwprojecten worden stilgelegd of slechts in goedkopere versies afgebouwd, bedrijven leggen het aanwerven vana architecten stil, en veel van wat afgebouwd  wordt zal leeg blijven staan.

Als kapitalisten in hun paradijs Dubai niet meer veilig zijn voor hun eigen zelfgemaakte crisis, dan zijn ze nérgens veilig. Je moet er trouwens niet aan denken wat dit gaat betekenen voor de honderdduizenden migranten die het zware werk in de bouw doen, toch al vrijwel rechteloos waren en nu met ontslag en deportatie naar waar ze vandaan gehaald zijn – India bijvoorbeeld – bedreigd worden.

De economische crisis dendert intussen ook Nederland binnen – en de regering komt met lapmiddelen of erger. De werkloosheid daalt niet langer, en begint zelfs iets te stijgen, zo meldde de NRC gisteren op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bedrijven denken intussen over te moeten gaan tot ontslagen op grote schaal, aldus De Volkskrant.  Voorzitter Jan Kamminga van  FME-CWM,branche-organisatie  van technische industriebedrijven, noemt de kredietcrisis “een grote bedreiging (..)  voor  de industrie.” De angst sloeg vooral toe nadat Atradius, een kredietverzekeraar, 20.000 bedrijven op een lijst van onvoldoende kredietwaardig had gezet.

Vandaag heeft het kabinet dan een pakket maatregelen aangekondigd om de crisis, of althans de effecten, enigszins meester te worden. Daar trekt de regering een flinke duit voor uit: zes miljard euro. Het gaat, naast het vervroegen van sommige staatsinversteringen, om twee soorten maatregelen: minder belasting voor ondernemers, en staatssteun voor het financieren van werktijdsverkorting via de WW, zo lezen we in de NRC vandaag. Geen van beiden zijn erg hoopgevend voor de talloze arbeiders die in hun bestaan bedreigd worden wegens dreigende werkloosheid en ander socaal afbraakleed.

Eerst de lagere belastingen. Het gaat om de “herinvoering van de vervroegde afschrijving voor het bedrijfsleven. Dit betekent dat bedrijven minder belasting hoeven af te dragen en meer geld beschikbaar krijgen om te investeren.” Maar dit lost het probleem niet op. Bedrijven investeren niet meer omdat ze niet meer verwachten dat de hun producten winstgevend kunnen verkopen. Het heeft weinig zin om flats te bouwen die leeg blijven staanm, of auto’s te vervaardigen die in de etalages blijven. Bij een crisis vanwege overproductie – en daar gaat het nu om – is het probleem niet dat bedrijven geen geld hebben om te investeren, maar dat ze ghun afzetmarkte zien verschrompelen.

Lagere belastingen voor bedrijven verhelpen dat niet, behalve dat wellicht de markt voor champagne en kaviaar wat aantrekt omdat de bezitters van bedrijven nog iets meer geld overhouden.  Maar daarmee trek je geen economie uit een diep dal. Hetplan is subsidie voor ondernemers, maar echte crisisbestrijding in het belang van gewone mensen is nog iets heel anders.

De andere maatregel gaat over werktijdverkorting. Opnieuw de NRC: “Daarnaast komt er een regeling waardoor in problemen verkerende bedrijven werktijdverkorting voor hun personeel kunnen aanvragen. De kosten komen voor rekening van de staat.” Dit komt erop neer dat bedrijven hun personeel tegelijk wél en niet kunnen ontslaan. Wél, in de zin dat ze geen (of minder) werk in het bedrijf hebben, en van een uitkering leven. Niet, in de zin dat ze nog wel geparkeerd blijven bij het bedrijf dat ze ontslaat. Dat bedrijf heeft dus geen probleem om straks weer personeel te hoeven werven, ze heeft gewoon een reservebank vol, zonder dat het bedrijf daarvoor de kosten hoeft te dragen. Dat personeel zit intussen wel doodeuk thuis met een uitkering. Hooguit zijn ze iets minder onzeker van het vinden van werk als de economie weer aantrekt. Maar het voordeel van deze regeling gaat wel zeer eenzijdig naar de ondernemers. Niet de werkgelegenheid wordt gered, maar de winstpositie van bedrijven. En het is niet ondenkbaar dat zelfs dit niet genoeg is. Jan Kamminga zegt bijvoorbeeld. “Maar  als de crisis voortduurt, helpt werktijdverkorting ook niet meer en staan we voor ontslagen.”

Juist een langdurige recessie is wat zich momenteel aftekent. Arbeiders en andere mensen onderaan kunnen maar beter zorgen voor wat ‘massa-incidenten’ om zich tegen de komende ontslaggolven te weren. Van de regering en haar plannen moeten we het niet hebben.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers