Servië: presidentsverkiezingen en sociale strijd

23 mei, 2012

woensdag 23 mei 2012

Onderstaand artikel is geschreven voor de website van Doorbraak. Daar is  het inmiddels, minimaal anders geredigeerd, al te lezen.

Presidentsverkiezingen in Servië hebben in twee rondes de nationalistische politicus Tomislav Nokolic in het zadel geholpen. De zettende president Boris Tadic, die doorgaat voor meer pro-Europees, won in een eerste ronde weliswaar nog minder dan een procentje procentje meer dan Nikolic. Maar beiden kregen daarmee slechts rond de 26 procent, onvoldoende om meteen te winnen. Dat gebeurde dus alsnog afgelopen zondag. Veel vreugde valt er aan de uitslag niet te ontlenen , maar enige betekenis heeft het wel. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Protest, arbeidersstrijd en repressie in Servië

18 april, 2011

maandag 18 april

In Servië vond afgelopen zaterdag een grote demonstratie tegen de regering plaats. Ze eisten vervroegde verkiezingen, verweten te zittende regering corruptie. Betogers riepen “Dieven”  en “Verkiezingen”. Oppositieleider Nicolic ging in hongerstaking om de eis van nieuwe verkiezingen kracht bij te zetten. Op zondag stortte hij in en werd met hoge bloeddruk in een ziekenhuis opgenomen. De demonstratie is een signaal van onvrede, en daar is reden voor. Maar de organisatie van de betoging – de nationalistische Progressieve Partij – kanaliseert die onvrede voor eigen politiek gewin. Gelukkig zijn er in Servië ook andere manieren waarop de ontevredenheid naar voren komt – manieren waar de staat soms met compromissen, maar met soms ook  forse repressie, op reageert.

Lees de rest van dit artikel »


Servisch parlement neemt resolutie aan over Srebrenica

31 maart, 2010

Het Servische parlement heeft, met 127 vóór, 21 tegen en één onthouding, een resolutie aanvaard waarin de massamoord van 1995 die Servische troepen pleegden op Moslims in en rond Srebrenica, werd veroordeeld. In de resolutie staan ook excuses.

Het is een opmerkelijke en omstreden stap. Nabestaanden zijn niet tevreden, en dat kan ik begrijpen. De tekst bevat niet de omschrijving ‘genocide’, en overlevenden zijn daar boos over. Maar de resolutie omschrijft de gebeurtenissen wel als “de misdaad zoals bepaald door het Internationaal Gerechtshof”. En dat gerechtshof sprak wèl van genocide in dit verband. Overigens denk ik zelf dat die omschrijving ‘genocide’ hier níét van toepassing is: genocide is niet synoniem met massamoord. Maar dat is voor een andere keer. Ik snap heel goed dat vor nabestaanden van de vermoorde Bosnische moslims  slechts een zo zwaar mogelijk woord – in dit geval dus ‘genocide’- enigszins recht doet aan hun gevoelens van woede en verlies.

Opvallend is de discussie die op de NRC meteen  op touw werd gezet over de vraag: zijn de excuses wel oprecht? Of gaat het er gewoon om dat Servië een obstakel voor toetreding tot de EU uit de weg wil nemen, door de esterse kijk op de massamoord in Srebrenica over te nemen?Ik vind die vraag op zich reëel. Elke keer als officiële gevestigde politici iets humaans zeggen, vragen verstandige mensen zich af wat het belang er achter kan zijn. Het idee dat al die Servische parlementsleden puur de stem van hun geweten eindelijk laten spreken is inderdaan niet erg plausibel.

Toch hoort er bij deze benadering wel een kanttekening. Het komt niet zo heel erg vaan voor dat parlementen misdaden afkeuren die door hun eigen regering, of een nauw ermee verbonden regering, zijn bedreven. Het komt nog veel minder vaak voor dat zo’n felle afkeuring gebeurt van misdaden die nog helemaal niet lang geleden zijn bedreven bovendien, zodat verantwoordelijken nog leven. Het zou vergelijkbaar zijn met het Amerikaanse Congres en andere NAVO-parlementen die resoluties aannamen waarin het keer op keer bombarderen van dorpen vol onschuldigen, bruiloftvierders  en begrafenisgangers, in Afghanistan, van begin 2002 tot kort geleden in de provincie Uruzgan – 27 doden bij een luchtaanval – werd veroordeeld, compleet met excuses. Maar vermoedelijk gebeurt dat pas als de Amerikaanse macht is ingestort, en andere machten de VS-politici tot zulke stappen dwingen. Zonder zwaarwegende belangen komen politici  zelden tot menslievendheid.

Nee, de VS-politici houden zich liever onledig met het aannemen van resoluties over misdaden van ándere staten. Zo stemde de buitenland-commissie van het Huis van Afgevaardigden in de VS in maart voor een niet-bindende resolutie die de genocide –  en ja, daar was écht van genocide sprake ! – tegen Armeniërs, door Turkse troepen bedreven tijdens de Eerste Wereldoorlog, veroordeelde. Dit is natuurlijk net zo goed een politiek steekspel: Turkije moet onder druk gezet worden, er moeten mensenrechten-eisen gesteld worden voor Turkije een volwaardig Westers partner mag worden. Tegelijk moet Armenië – pro-Westerse voorpost in de strategisch gelegen kaukasus – kennelijk te vriend gehouden worden. Ik kan me alleen hier geen NRC-vraagstelling herinneren, of deze resolutie wel oprecht bedoeld was. Een kritische houding is daar blijkbaar pas echt welkom als die zich tegen landen richt die uit de door het Westen voorgeschreven pas lopen, of te lang hebben gelopen.

Erg serieus kon ik het spektakel in ieder geval niet nemen. Zolang de reeks van genocides en massamoorden tegen de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, waarmee de Amerikaanse staat zich gevestigd heeft, nog steeds niet in de felste bewoordingen worden afgekeurd oor het Congres, compleet met excuses, teruggave van gestolen land en een enorme schadeloosstellng, is  élke officiële uitspraak van de VS over misdaden van andere staten ongeloofwaardig, lachwekkend en hoogst verdacht.


Solidariteit gevraagd voor Zes van Belgrado

4 januari, 2010

Zes mensen zitten vast in een gevangenis in Servië. De daad waar ze van beschuldigd zijn: beschadiging van het Griekse ambassadegebouw in Belgrado. De aanklacht: ‘internationaal terrorisme’. Dat kan ze een straf van tot 15 jaar opleveren. Deze zes mensen verdienen onze solidariteit.

De daad zelf rechtvaardigt dat etiket natuurlijk niet. Graffiti plaatsen op de Griekse ambassade, en het gebouw met enkele bierflessen en een fles met brandend spul bestoken, dat was het. Die actie is geclaimd door een onbekende anarchistische groep, en richtte zich tegen de onderdrukking door de Griekse autoriteiten van de rebellie van eind 2008. Over de zaak lees je meer in een achtergrondstuk met foto’s op de website Free The Belgrade Six.

De zes gearresteerde mensen zijn activisten van AnarchoSyndicalistisch Initiatief, een groep revolutionairen in Servië. Een ander lid van deze groep maakt duidelijk dat, alhoewel hij weigert de actie te veroordelen, dit typoe acties niet past in de strategie van ASI – een strategie die zich probeert te richten op groepsgewijze arbeidersstrijd, niet op kleinschalige aanvallen op gebouwen. Alles wijst erop dat de Zes van Belgrado – zoals ze inmiddels bekend staan – die flesjes niet gegooid hebben en die A met cirkel niet op het gebouw hebben gespoten. En wie het ook wel gedaan hebben, “Internationaal Terrorisme” is een idioot groot woord voor zo’n kleine actie.

Het oppakken van de zes anarchosyndicalisten vindt plaats in een land waar felle arbeidersprotesten woeden. Een kijkje op Labourstart, in de rubriek ‘Servië’, geeft voorbeeld na voorbeeld. Zo blokkeerden boze arbeiders van een bouwbedrijf in Lapovo, in centraal Servië, een firma die onlangs geprivatiseerd is, minstens tien dagen een spoorweg om uitbetaling van achterstallig loon los te krijgen. Het is dit soort van protest waar mensen met anarchosyndicalistische opvattingen een zeer vruchtbare bijdrage aan kunnen leveren. Dat juist  zulke revolutionairen doelwit worden van staatsrepressie is dan ook niet vremd. Dat mensen die arbeidersprotesten verwelkomen en steunen, het dus nu ook voor deze zes anarchosyndicalisten opnemen, zou evenmin vreemd dienen te zijn.

Er is protest tegen de arrestatie, en tegen de zware aanklacht. Gisteren betoogden ruim honderd demonstranten in Belgrado tegen het vasthouden van de zes. En er is een petitie op internet met de tekst: “Wij eisen dat de aanklachten van “internationaal terrorisme” tegen  Ivan Vulovic, Sanja Dojkic, Ivan Savic, Ratibor Trivunac, Tadej Kurepa, en Nikola Moitrovic komen te vervallen.” De genoemde namen zijn, je raadt het al, die Zes van Belgrado.

Ik stel voor dat je het bericht over die petitie op de website Free The Belgrade Six even aanklikt, leest, en de petitie tekent. De zaak, en de solidariteit met arbeidersstrijd sowieso, is het waard, zoals ik al eens eerder uitlegde op dit weblog.


Anarchisten Servië verdienen solidariteit

5 november, 2009

Zes anarchisten in Servië worden aangeklaagd wegens ‘internationaal terrorisme’. Daar staat in Servië 15 jaar straf op. Ze zijn lid of sympathisant van Anarcho-Syndicalistisch Initiatief (ASI). Ze worden beschuldigd van een aanval op de Griekse ambassade in de Servische hoofdstad Belgrado – een aanval met een molotovcocktail waarin een heuse barst in een ruit is gemaakt, en ook nog een brandplek. De aanslagen op het WTO op 11 september 2001 verbleken inderdaad bij deze daad van “internationaal terrorisme”. 

De zes ontkennen. “Anarchosyndicalisten plegen volgens de ASI geenb individuele aanslagen, maar vertrouwen op de collectieve acties van de massa, die er in Servië zeker zijn”, lezen we op de website die er rond de zaak is 0pgezet. “Voor de zoveelste maal wordt de organisatie van ware belangenstrijd van de arbeiders door schijnprocessen onderdrukt “ – althans, dat wordt geprobeerd. Het heeft er inderdaad veel van weg dat de Servische autoriteiten gewoon willekeurige handvol linksradicalen achter slot en grendel wil zetten, in een situatie waarin arbeiders hun onvrede vaak strijdbaar tot uiting brengen.

Vijftien jaar de gevangenis in voor een aanval met een molotovcocktail waarbij niemand omkwam of gewond raakte is al idioot. Vijf jaar cel voor een aanslag die ze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet eens hebben gepeegd is de waanzin voorbij. De zes van Belgrado, zoals ze op anarchistische en andere linksradicale websites – ik las het nieuws eerst op Indymedia – bekend staan, verdienen onze solidariteit, acties voor hun vrijlating verdienen steun.

Die solidariteit kan wortelen in waardering voor hun opvattingen. En ja, ik heb grote waardering voor anarchistische politiek, vooral die richting waarin georganiseerde arbeidersstrijd in het middelpunt staat. Het anarchosyncicalisme is een vorm van zulk anarchisme.

Maar er zijn veel dwingender redenen voor solidariteit dan gehele of gedeeltelijke instemming met hun gedachtengoed. De arrestaties en de dreigende veroordeling horen door iedereen die vecht voor een andere, meer sociale en democratische wereld, te worden afgewezen. Haet gata hier om een aanval op héél strijdbaar links, en iedereen die zich daartoe rekent – anarchist, trotskist, milieu-activist, antifascist, vakbondsstrijder,  noem maar op – kan zich dat maar beter aantrekken. vandaag zijn het zes anarchisten in Servië. Morgen zijn het misschien activisten tegen deportaties van vluchtelingen in Nederland. En overmorgen ben je het misschien zelf. vrijheid is ondeelbaar, solidariteit dus ook.

Dan is er nog de situatie in Servië zelf die solidariteit met dee anarchisten extra relevant maakt. InServié wor dt h stevig arbeidersverzet. Er zijn herhaaldelijk stakingen en andere acties tegen privatisering, tegen de corrupte wijzze waarop die verloopt, tegen het verlies van banen. Er vindt al aanzienlijke coördinatie van arbeidersstrijd plaats. Zo is er onlangs een Coördinatiecomité voor Arbeidersprotesten in Servië gevormd vanuit meerdere stakingscomités, zo staat in een artikel op Zmag te lezen. Eind augustus waren er in 40 tot 45 bedrijven dagelijks stakingen, met zo’n 33.000 deelnemers, volgens een bericht op IPS op basis van vakbondscijfers.

In dit soort situaties is georganiseerd revolutionair links  – bijvoorbeeld ook georganiseerd anarchosyndicalisme – van extra betekenis. Dit soort links kande arbeidersstrijd helpen aanscherpen, helpen organiseren, van extra onhoud en stevigheid helpen voorzien. Een aanval op mensen van georganiseerd revolutionair links verzwakt daarmee ook de kansen van de arbeiders in verzet. Solidariteit met de strijdende arbeiders in Servië impliceert dan ook nu: solidariteit met de bedreigde zes anarchisten. Hopelijk krijgen al eerder gehouden protestacties in meerdere landen snel een vervolg.


Volkskrant vertekent Kosovo-oorlog

23 september, 2009

Wat doen gevestigde kranten hun werk vaak toch ongelofelijk slecht – voorzover nieuws brengen en uitleggen tenminste wel hun werk is. Hebben ze er geen journalisten in dienst? Hebben die journalisten geen tijd om echt hun werk te doen? Of wordt het resultaat van serieus journalistiek werk door domme redacteuren geschrapt? Dat soort gedachten bekroop me weer eens bij lezing van een kort Volkskrantbericht.

Het ging over het arresteren van vier van oorlogsmisdaden verdachte Serviërs in Kosovo. De aanhoudingen werden gedaan door “politieagenten van de Europese Unie”,  en ook “vredestroepen van de NAVO en de Kosovaarese politie” hielp een handje. Huh?! Wat doen die NAVO-troepen daar, en hoezo zitten er politiemensen van de EU in Kosovo? Is het een door de EU en de NAVO bezet land of zo? Is het niet gewoon een taak voor de politie van Kosovo zelf? Dat land is toch sinds 2008 onafhankelijk?

Wacht, verderop krijgen we iets meer informatie. De oorlogsmisdaden  waarvan het gearresteerde viertal wordt verdacht zijn begaan in, je raadt het al, een oorlog. Dat zat, aldus de Volkskrant, als volgt. “De oorlog brak uit toen Albanese separatisten zich wilden afscheiden  van Servië. Het Servische leger trad op bloedige wije op tegen de separatisten. In totaal vonden zo’n tienduizend mensen de dood.”

Verhelderend, nietwaar? Maar vooral vertekenend. Albanese separatisten drongen al veel langer aan op afscheiding van Servië, waarbinnen Kosovo een autonome provincie vormde, zo vertelt Stephen Zunes in een leerzaam stuk over het Kosovo-conflict.  Al in 1990 leidde dit tot een breed gedragen onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. En al in 1981 was er een opstand waarin Albanezen eisten dat Kosovo een gelijkwaardige deelrepubliek binnen Joegoslavië werd, náást Servië en niet meer als deel ervan. Die eis leidde vanaf 1987 opnieuw tot grote protesten, toen Servië steeds meer druk uitoefende om de autonomie van de provincie uit te hollen en uiteindelijk af te schaffen. Gangmaker van die druk was de Servische partijbaas Milosevic, die carrière maakte door te hameren op de Albanese ‘dreiging’. Een aanhoudende campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid van de Kosovaarse Albanezen tegen de Servische onderdrukking volgde.

Toen de één na de andere Joegoslavische deelrepubliek met krachtige en vaak bloedige Westerse assistentie losgemaakt was van Servië, veranderde Joegoslavië steeds meer in Servië plus wat aanhangsels. In 1998 begon een groep Albanese separatisten, het UCK,  inderdaad de wapens op te nemen, en inderdaad reageerde het Joegoslavische leger met grof geweld. Zo gaat dat bij guerrillabestrijding.

Ga maar kijken in Afghanistan, waar de NAVO de rol speelt van het Joegoslavische leger, tegen de Taliban die een positie inneemt die vergelijkbaar is met het UCK in Kosovo. Verschil is dat het Joegoslavische leger haar moordpartijen als het ware ambachtelijk, met de hand, uitvoerde. De NAVO heeft voor zoiets straaljagers en onbemande satelietten die hun werk van 10 kilometer hoogte doen. Veel beschaafder, veel dapperder ook.

De oorlog begon dus niet toen separatisten strijd begonnen te voeren voor afscheiding. De oorlog begon toen een deel van die separatisten daravoor daadwerkelijk de wapens opnam, in een strijd die zich niet alleen richtte tegen het Joegoslavische gezag, maar ook tegen Servische burgers (iets dat in de verontwaardiging over Servisch geweld tegen Albanese Kosovaren nogal eens werd genegeerd). Al snel was duidelijk dat het UCK daarmee een situatie wilden creeëren waarin de Joegoslavisch/ Servische autoriteiten met hun brute optreden in de problemen zouden raken.

Dat brute optreden kwam, de wereld werd getracteerd op vreselijke beelden van vluchtende Kosovaren, hetgeen een voorspelbare roep om ingrijpen in Westerse hoofdsteden op gang bracht. We kregen demagogische vergelijkingen tussen treinen met Albanese vluchtelingen en treinen met Joodse gedeporteerden. Dat in het eerste geval de eindbestemming een vluchtelingenkamp met kans op hulp was, en in het tweede geval een gaskamer en de dood, was een verschil dat om één of andere reden aan de aandacht ontsnapte.

De repressie – waarop het UCK met haar tactiek had aangestuurd – leidde vervolgens tot een NAVO-ultimatum aan Joegoslavië, dat het ultimatum verwierp. Logisch ook: het akkoord van Rambouillet, zoals het ultimatum bekend stond, eiste niet alleen een staakt-het-vuren, niet alleen het toelaten van Westerse troepen in Kosovo, maar het recht van NAVO-troepen om zich vrij te bewegen in héél Joegoslavië (of wat daar van over was). Het was een deal die bedoeld was om verworpen te worden, zodat de NAVO  een voorwendsel had om oorlog tegen Joegoslavië te voeren.

Bijna drie maanden lang gooiden NAVO-vliegtuigen bommen op Kosovo en Servië (de dominante deelrepubliek van Joegoslavië). Militaire doelwitten, maar ook ‘militaire’ doelwitten zoals vluchtelingenkonvooien, bruggen, een autofabriek en een omroepgebouw werden gebombardeerd. Van de 10.000 doden waar het Volkskrant-stukje over spreekt, zijn er 2000 het gevolg van NAVO-bommen, aldus het Global Balkans Netwerk in een artikel naar aanleiding van de tienjarige verjaardag van deze oorlog. Ook daarover geen woord in hier de Volkskrant.

Intussen voerden Servische militairen en militieleden de onderdrukking en etnische zuivering van Albanezen verder op: het geweld tegen Albanezen bereikte ná het begin van de NAVO-luchtaanvallen een hoogtepunt. Het was op die NAVO-aanvallen voor een flink deel een reactie, een wraakoefening ook op een bevolkingsgroep die door Servische nationalisten  verantwoordelijk werd gehouden voor die luchtaanvallen. Noam Chomsky heeft er  op gewezen dat het opvoeren van Servisch geweld na het begin van de NAVO-luchtaanvallen volgens toenmalig NAVO-bevelhebber Wesley Clark “helemaal voorspelbaar” was. De NAVO wíst dus dat haar acties de ramp voor de de burgerbeviolking van Kosovo wel eens zouden kunnen verergeren. De NAVO-aanval betekende daarom een catastrofe, niet alleen voor Serviërs maar ook voor heel veel Kosovaarse Albanezen, zogenaamd degenen die met die oorlog gered moesten worden. Wederom geeft Stephen Zunes nuttige inzichten, in een artikel dat tien jaar na de oorlog terugblikt.

Uiteindelijk kwam er een wapenstilstand, zónder dat de NAVO het recht kreeg in heel Joegoslavië haar troepen te bewegen, dus zonder die eis van Rambouillet ingewilligd werd die Joegoslavië tot weigering van het ultimatum dreef, waarmee de oorlog zogenaamd onontkoombaar werd. Wel kwamen er nu NAVO-troepen en EU-functionarissen naar Kosovo. Dáár ligt dus de reden van hun aanwezigheid, een reden die het Volkskrant-stuk wel even had mogen aanstippen.  

Joegoslavië was feitelijk de macht over die provincie kwijt, het werd een soort Westerse kolonie. Na lang touwtrekken werd die kolonie vorig jaar formeel een onafhankelijke staat. Maar NAVO-troepen en EU-politiemensen zijn, zo blijkt uit het Volkskrantbericht, gewoon gebleven en doen hun ding. De onafhankelijkheid van nu is bijna net zo’n wassen neus als de autonomie van de provincie Kosovo in het oude Joegoslavië.

Terug naar het Volkskrantstukje dat voor dit verhaal de aanleiding was. Nee, ik verwacht niet dat in een kort nieuwsbericht een lange verhandeling over deze oorlog staat. Maar het is wel heel, heel kwalijk om die oorlog in enkele zinnen ‘uit te leggen’, en daarbij geheel en al te verzwijgen dat de NAVO, ook NAVO-lid Nederland trouwens, in die oorlog een nogal enthousiaste en nogal criminele partij was. Ik vind het Volkskrant-berichtje journalistiek een aanfluiting en politiek een schande.

(bijgeschaafd 23-09, 22.39)


Servië en Kroatië: opstandige arbeiders, rebelse studenten

3 mei, 2009

Na de protesten in Kroatië waar ik vorige week zaterdag over berichtte, is er nu ook sprake van merkbare sociale onvrede in buurland en ouder rivaal Servië. Stakingen, een hongerstaking van arbeiders, en zelfs zelfverminking, vonden of vinden plaats.

De reden: stijgende wekrkloosheid, en een regeringsbeleid dat niet helpt maar wel prijzen van bijvoorbeeld mobieltjes verhoogt door een belastingheffing. Maar ook het niet uitbetalen vann lonen leidt tot protest.

Maandag maakte de NRC bijvoorbeeld melding van een hongerstaking van enkele honderden arbeiders in Novi Pazar, bij een textielbedrijf. Een stakingsleider had zelfs ijn pink afgesneden en opgegeten, als protest. De man, Butalevic genaamd, ging na ziekenhuisbeoek weer naar de andere actievoerders. De actie toont de woedende wanhoop van arbeiders die al hadden meegemaakt dat het personeelsbestand van enkele duienden terugliep naar een paar honderd. En dan ook nog eens maanden geen loon krijgen voor gedaan werk.

Een bericht op BalkanInsights bericht ook over de actie in Novi Pazar, maar schetst ook het bredere plaatje. Een werkloosheid van 14 procent, en die zou wel eens tot 17 procent kunnen oplopen. Sinds begin van dit jaar kwamen er  al bijna 40.000 baanloen bij. De regering doet haar bijdrage door dit jaar het aantal ambtenaren met 10 procent te verminderen. En dan is er de genoemde belasting-annex-prijsstijging. Intussen houden kleinere particuliere bedrijven  er in groten getale mee op: sinds begin van dit jaar al 10.000.

Tegen dee achtergrond is er een stakings- en actiegolf. Dat een recente arbeidersdemonstratie  3000 mensen trok, minder dan verwacht, is geen teken van tevredenheid. het artikel waar ik dee gegevens aan ontleen, spreekt van verdeeldheid tussen de diverse vakbonden die een eensgezind arbeidersprotest in de weg staat.

Het maakt de harde acties zoals die van de hongerstakers in Novi Pazar, alleen maar belangrijker als teken dat het wél kan.  En de actie daar had resultaat: er kwamen toezeggingen van autoriteiten over toegang tot sociale zekerheid. Actievoerders kondigden aan dat ze stopten met volgende acties van zelfverminking. Maar als de toezeggingen niet werden nagekomen, zouden ze deze acties hervatten.

In Zagreb, hoofdstad van Kroatië zijn intussen op één mei enkele honderden mensen – helaas minder dan verwacht – afgekomen op een oproep onder de kleurrijke titel ‘Haal zelf  je broekriem aan, jullie dievenbende’, om het aftreden van de regering te eisen. En, niet bepaald onbelangrijk, de internationaal bekende Noam Chomsky heeft zijn steun uitgesproken voor het studentenprotest dat daar al enige tijd woedt. Het zijn bescheiden tekenen dat de geest van verzet leeft – en de internationale solidariteit eveneens.