Bouterse en Guantanamo

13 augustus, 2010

Zo, Bouterse is president van Suriname, en alles wat fatsoenlijk en democratisch denkt spreekt er schande van. Precies de helft van die afwijzing klopt. Precies de andere helft is beschamende hypocrisie.

Ik ga het eerst hebben over wat er klopt aan de afwijzing. Bouterse is in 1980 naar voren gekomen via een militaire staatsgreep. Daarmee schoof hij een regering aan de kant die zwaar onder vuur lag wegens corruptie en wegens weigering om in te gaan op eisen voor een betere levensstandaard. Maar dat maakte de staatsgreep nog niet tot een stap vooruit. De verdreven regering leunde nog op één of andere manier op verkiezingen en een gekozen parlement. De staatsgreep was een inbreuk op dat kleine beetje democratie dat er was. De inkleding van de staatsgreep en de machtsvorming erna als progressief, door sommige supporters van de coup ongetwijfeld oprecht gemeend, deed daar niets aan af. Met autoritaire militaire onderdrukkingsmaatregelen valt niets progressiefs te bereiken.

De jaren erop kwam er druk van rechts en links om tot herstel van burgerlijk-democratische verhoudingen over te gaan. Intellectuelen, journalisten, advocaten, ondernemers, maar ook vakbonden, roerden zich. Deels weerspiegelde dit druk vanuit de oude elite die via een parlementaire democratie haar oude machtsspelletjes weer wilde spelen. Deels was er echter ook sprake van authentieke democratische verlangens en druk. En sowieso: een situatie waar vakbondsrechten, persvrijheid, organisatievrijheid de ruimte hebben, is voor links – revolutionaire democraten als we in essentie dienen te zijn – een betere situatie dan een dictatuur waarin die rechten vertrapt worden. De parlementauire democratie als bestuurssysteem is een vorm waarin het kapitaal regeert, in Suriname en in Nederland. Maar de vrijheden die er doorgaans mee gecombineerd zijn, zijn tegelijk onze wapens tegen datzelfde kapitaal. De strijd voor verdediging en herstel van die vrijheden was en is een rechtvaardige strijd. Overal.

We weten hoe die strijd in Suriname afliep: Bouterse liet op 8 december 1982 vijftien opgepakte tegenstanders na marteling afmaken. Deze zogeheten Decembermoorden joegen een diepe schokgolf van angst in de Surinaamse maatschappij. Zó ver was de dictatuur dus bereid te gaan om haar macht te verdedigen. De jaren erop ging de repressie door, met onder meer een oorlog tegen een guerrillabeweging geleid door Brunswijck. Ook daarin werd het met democratische rechten niet erg nauw genomen. Uiteindelijk echter was het druk vanuit de traditionele elite, ondersteund door internationale druk, factor die tot herstel van de formele democratische verhoudingen, met een gekozen parlement en dergelijke, leidde.

Bouterse bleef in die nieuwe verhoudingen echter een belangrijke factor. Van een proces wegens dde Decembermoorden kwam weinig terecuht (wel wist Nederland de man bij verstek veroordeeld te krijgen wegens drugshandel). Sterker: hij wist de breed levende afkeer van zowel de traditionele, en nogal corrupt opererende, toplaag als van Westerse, Nederlandse bemoeienissen, behendig om te bouwen in een mengsel van vaag-linkse en vooral sterk nationalistische retoriek. Met dat mengsel heeft hij nu verkiezingen gewonnen, en is hij nu president van Suriname.

Uit links en democratisch standpunt is dat tamelijk onverteerbaar. Staatsgreepplegers en militaire onderdrukkers horen niet in presidentiële paleizen te resideren maar voor een volkstribunaal gesleept te worden, waar hun misdaden overtuigend worden blootgelegd, waarna passende maatregelen dienen te volgen. De mensen die binnen Suriname doorgaan met Bouterse lastig te vallen wegens Decembermoorden en dergelijken, degene die de waarheid hoe dan ook boven tafel willen krijgen, degenen die zeggen ‘deze man hóórt geen psresident van Suriname te zijn’ – zij verdienen sympathie en solidariteit van links, in Suriname en in Nederland.

De vraag is echter wat voor steun en solidariteit! Want er zit een andere kant aan het verhaal. Bouterse benut sentimenten tegen de oude elite en tegen nederland. maar die bvreed levende sentimenten hebben authentieke wortels die leven  bij veel mensen met hele goede redenen. Nederlands koloniale rol is geen mythe, maar historisch feit. De slavernij, de slavenhandel uit Afrika, daarna de inzet van HIndoestaanse contractarbeiders op plantages en dergelijke, de grondstoffenwinning door Westerse bedrijven zonder dat veel Surinamers daar veel aan hadden – het zijn geen sprookjes, maar dingen die werkelijk zijn gebeurd. Kritiek op de wandaden van Bouterse door de erfgenamen van die slavenhouders, door de leiders van de voormalige koloniale mogendheid die Nederland is, valt inhoudelijk niet erg serieus te nemen en vormt geen bijdrage aan de werkelijke vrijheid van mensen in Suriname. En ook de afkeer van de Surinaamse traditionele machthebbers, die gewend zijn onderling de machtsposities achter de schermen te verdelen en de democratie vooral ten eigen bate te gebruiken, is ook heel reëel.

De tragiek is dat er geen sterk authentiek links is die de woede tegen economische en politieke bovenlaag enerzijds, tegen hun koloniale en neokoloniale sponsors anderzijds, weet om te zetten in een revolutionair alternatief voor de huidige orde. Vanwege die linkse afwezigheid kan Bouterse zijn gang gaan. De kunst voor links is om de kritiek op Bouterse als ex-dictator  los te koppelen van zelfs maar de schijn van leunen op Nederlandse, Amerikaanse ondersteuning. De lijn moet zijn: de strijd tegen Bouterse is een revolutionair democratische strijd – net als de strijd tegen koloniale arrogante ien neokoloniale bemoeienis. Stoere diplomatieke gebaren vanuit de Nederlandse regering en vanuit de ‘internationale gemeenschap’ helpen niet de vrijheid en het recht in Suriname, maar dienen de macht van Westerse staten en bedrijven, en hun rijke bondgenoten in Suriname.

De hypocrisie die tegen Bouterrse nu en dan in stelling wordt gebracht is stuitend. Vanuit de VS klonk meteen een waarschuwing dat Bouterse de mensenrechten moest respecteren en zo meer. De VS die willekeurig welk land de lest komt lezen over mensenrechten is lachwekkend en tegelijk tranentrekkend genant. Een nieuwfeit dat ik vandaag tegenkwam is daar nog eens een mooie illustratie van. Het betreft het proces tegen Omar Ahmed Khadr. Hij zit vast op het kamp Guantanamo Bay, een kamp dat op zich al een samenballing van mensenrechtenschendingen is. Hij is Canadees staatsburger. In 2002 was hij in Afghanistan, en gooide daar een handgranaat naar een Amerikaanse soldaat, die daardoor omkweam. Daarom is hij opgesloten in Guantanamo, en daarom loopt er nu een proces tegen hem.

Dit proces is een mensenrechtenschending op zich. Khadr was 15 jaar jong toen hjij zijn daad deed,  dat maakt het proces al extra aanstootgevend. Maar er is meer: de Amerikaanse soldaten die in Afghanistan waren en zijn, vormen deel van een invasiemacht dat daarginds een misdadige bezettingsoorlog voerden en voeren. Wat Khadr ten laste wordt gelegd is in feite: vechten tegen die invasiemacht. Of je die strijd tegen de bezetting nu rechtvaardig vindt of niet, in beide gevallen geldt: Khadr is geen crimineel maar feitelijk een krijgsgevangene, en dan ook nog eens een zwaar minderjarige krijgsgevangene.

Maar het schandaal gaat nog verder. Eén van de ondervragers van Khadr heeft gezegd dat hij medewerking van de jongen heeft afgedwongen door hem met verkrachting, met groepsverkrachting om precies te zijn, te bedreigen. In iedere serieuze vorm van rechtspleging zou dit alleen al reden zijn om verkregen ‘bewijsmateriaal’ ongeldig te verklaren en een grote streep door dit schijnproces te halen. Maar nee hoor. De militaire rechtbank accepteerde het aldus verkregen materiaal als geldig. Zelfs de – als militair benoemde, en dus nog minder onafhankelijk dan gebruikelijk  – advocaat van Khadr, vond dit en soortgelijk materlaiaal “ontoelaatbaar voor het Hof”.

Welnu, is zoiets een schending van mensenrechten of niet? Is de VS hiervoor verantwoordelijk of niet? Gebeurt dit onder verantwoordelijkheid van Obama of niet? Zolang dit soort dingen, met kennelijk groen licht van hogerhand, tot het beleid van de VS behoren, heeft dat land sowieso geen geloofwaardig recht van spreken tegen moordenaar-president Bouterse. En zolang de Nederlandse regering zwijgt over de misdaden van haar grote Amerikaanse bondgenoten – en doorgaat met haar arrogante, feitelijk neokoloniale opstelling sowieso – , heeft die regering evenmin recht om Bouterse op dit vlak erg de les te lezen. Voorstanders van vrijheid en menselijkheid in Suriname hebben een ander soort bondgenoten nodig dan deze.

Advertenties