Looneisen en vakbondsmotieven

1 september, 2010

FNV Bondgenoten overweegt om voor komend jaar een looneis te stellen die boven de geschatte inflatie uitkomt. Met dat voornemen komt Henk van der Kolk, voorzitter van die vakbond, althans. Zo’n looneis zou dan enige verbetering van koopkracht betekenen, hetgeen op zichzelf hoogst welkom is. Maar de redenering waar de vakbondsbestuurder mee komt is gevaarlijk systeembevestigend.

Wat is die redenering? Het gaat bij van der Kolk niet zozeer om verbetering van het levenspeil van arbeiders als waardevol doel op zichzelf. Het gaat hem om verhoging van inkomens, zodat mensen meer geld gaan uitgeven, zodat de vraag groeit, de industriële bedrijvigheid toeneemt en de crisis zodoende wordt bestreden. Het gaat hem om crisisbestrijding in klassiek Keynesiaanse zin. Als het aandeel van het totale inkomens dat naar lonen gata, te laag blijft, dan gebeurt volgens hem, het volgende. “Dat leuidt tot vraaguitval, en dus productiedaling. Dat betrekent weer minder werk, meer werkloosheid, lager loon, etc.. En juist omdat juist in crisistijd mensen voorzichtiger worden, minder uitgeven en meer sparen, wordt dit effect alleen maar versterkt.” Om dit te doorbreken moeten de lonen dus omhoog.

De redenering op zichzelf ios geen volledige onzin: als mensen meer in hun portemonnee krijgen,kunnen ze meer uitgeven, hetgeen klandizie voor bedrijve, afzetgroei, betekent. Wat verkocht wordt, moet eerst worden vervaardigd, dus afzetgroei betekent een aanmoediging van productie, investeringen en dus werkgelegenheid. dat klopt op zichzelf. Maar de redenering bevat wel haken en ogen.

In de eerste plaats: de groeiende vraag gaat niet persé naar in Nederland vervaardigde producten en diensten. Veel consumptiemiddelen worden geïmporteerd uit andere landen. Een één-op-één-verband aannemen tussen hoger loon, hogere uitgaven, en groeiende investeringen, allemaal in Nederland, is een simplificatie.

In de tweede plaats is er, vanuit kapitalistische logica geredeneerd, veel te zeggen voor lagere lonen. Die betekenen immers kostenbesparing voor ondernemers, en daarmee meer winst en een sterkere concurrentiepositie. En zo goed als loonsverhoging niet persé ten goede komt aan de afzet van bedrijven in Nederland, zo goed is loondaling ook niet persé schadelijk voor de afzet van speciaal Nederlandse bedrijven. De bedrijven die van zulke loondaling profiteren, produceren zelf immers voor een aanzienlijk deel ook voor de export. Dat arbeiders in Nederland minder geld hebben, raakt hen maar matig, die arbeiders vormen immers sowieso al niet de klanten van zulke bedrijven.

Het ghele Keynesiaanse verhaal ‘loonstijging leidt tot productiegroei, loondaling tot inzakkende vraag en dus productiedaling’ geldt dus abstract gesproken wel – maar het ziet over het hoofd dat er sprake is van nationale, concurrerende, economieën. Loondaling hier kan leiden tot vraaguitval hier, maar misschien wel vooral daarginds, loonstijging hier kan leiden tot groeiende vraag elders, wellicht wel meer dan hier. Een één-op-één verband, nogmaals, hoeft er bepaald niet te zijn.

Er is echter een nog veel fundamenteler probleem in de hele redenering. De argumentatie maakt het welbevinden van de kapitalistische economie tot uitgangspunt, tot doel. Daarmee open je de deur voor nare precedenten. Misschien is nu loonstijging goed voor ‘de economie’. Maar als morgen juist loondaling goed is voor ‘de economie’, accepteerT FNV Bondgenoten dat dan ook? Door aldus te redeneren  – en helaas, vakbondsbestuurders redeneren inderdaad zo – wordt economisch succes in kapitalistische termen vakbondsdoel, en looneisen slechts een middel daartoe. Het laat de rol zien van vakbonden in de kapitalistische maatschappij: het zijn krachten die meehelpen de economie – de kapitalistische economie – gezond te houden of te krijgen, in kapitalistische termen.

Soms horen we binnen dezelfde vakbond andere motieven voor looneisen. Enkele weken eerder kwam in het nieuws dat dezelfde Van der Kolk van dezelfde FNV Bondgenoten een looneis wil die minstens de inflatie bijhoudt en dus koopkrachtbehoud betekent. Dat is nog erg magertjes: arbeiders máken en dóén in de kern alles wat iets opbrengt, ze hebben gezamenlijk recht op de totale opbrengst – en op de rechtstreekse zeggenschap over de fabrieken en kantoren weaar dat alles wordt vervaardigd. Een loonstijging die de inflatie niet alleen bijhoudt, maar veruit overtreft – een echte flinke inkomensstijging dus – is tegen die achtergrond sowieso al redelijk. Maar het is in ieder geval beter om een – zelfs magere – looneis te motiveren vanuit het doel van koopkrachtbehoud dan met een verhaal  waarin niet het inkomen en welzijn van arbeiders centraal staat, maar de gezondheid van ‘de economie’.

Veel belangrijker nog dan de precieze overwegingen van een vakbondstopman als Van der Kolk is echter de houding van arbeiders – vakbondslid of niet – zelf. Wil er iets van serieuze looneisen terechtkomen, dan zullen die arbeiders zelf  eisen moeten formuleren, naar voren brengen – en er samen voor vechten. Niemand gaat iets voor ons binnenhalen, arbeiders doen het uiteindelijk zelf – of niet. Schoonmakers in actie lieten eerder dit jaar zien dat het kan.

Advertenties

Ontslagen en bonussen

11 juli, 2010

Hoe zeg je zoiets beleefd? Hoe omschrijf je nu eens netjes de houding van de mensen die in Nederland de economische – en daarmee  indirect de feitelijke overkoepelende – macht in handen hebben? ‘Diefstal’? Ik vind zoiets een belediging voor de eerzame kruimeldief die ook maar aan de kost moet zien ter komen in neen harde wereld, hoe hinderlijk haar of zijn beroep ook is voor andere, niet minder eerzame mensen onderaan. Wat de topfunctionarissen in grote bedrijven wanpresteren is echter van een andere  orde van misdadigheid. Suggesties voor een betere terminologie zijn welkom.

Over welk wangedrag – systematisch wangedrag – heb ik het? Om te beginnen twee bedrijfdsamen. De ene is TNT. De andere is Organon. Het verhaal van TNT is breed bekend. Het bedrijf gooit, om haar winstpositie te verdedigen, 11.000 banen overboord. De vaste fulltime postbodes maken plaats voor los-vaste werkkrachten die minder uren draaien en lager betaald worden. Zo weert het bedrijf zich tegen deels een lagere hoeveelheid poststukken vanwege e-mail en dergelijke, deels ook tegen concurrentie op de popstmarkt. Door beide factoren neemt de omzet van postbedrijf TNT af. Van alle terechte woede over de dreigende massaontslagen dient dan ook een flinke piortie terecht te komen op het hoofd van politici die met deze ‘liberalisering ‘- openstelling van de postmarkt voor concurrenten – hebben ingestemd.

Onder die medeplichtigen verdient Maria van der Hoeven, minister van economische zaken, een extra eerloze vermelding: zij zou het ook vandaag de dag nét zo doen, die liberalisering. Het hele idee dat er nutsinstellingen zijn – post, maar bijvoorbeeld ook energie – die voor de hele maatschappij en gefinancieerd door die maatschappij een belangrijke maatschappelijke dienst verlenen, is van deze asociale liberalisering de dupe geworden. Verzet tegen massaontslag bij TNT kan daarom maar beter hand in hand gaan met totale afwijzing van deze lieberalisering, deze marktfundamentalistische aanpak.

Dan is er Organon, of beter gezegd  MSD, zoals dit farmaceutische bedrijf tegenwoordig heet. Het bedrijf is gevestigd in SP-bolwerk Oss, maar de politieke verhoudingen in die stad weerhielden het bedrijf er klaarblijkelijk niet van om van de 4.500 personeelsleden bijna de helft van hun baan te beroven. Het maakt deel uit van een wereldwijde reorganisatie vanuit moederbedrijf. Die gaat 15.000 banen, van de in totaal bijna 100.000, kosten. Er dreigt iets van een regionale sociale ramp. “In Schaik, Boxmeer en Oss verdwijnen in totaal  2.1750 banen. Organon is de grootste werkgever van Oss, en ook veel; toeleveranciers zijn voor een groot deel van hun omzet afhankelijk van het farmacieconcern.”

Bij de post is het de overgang van nutsbedrijf naar puur commercieel bedrijf die winst tot topprioriteit, en werkgelegenheid en dienstverlening dus tot bijzaak, maakt. Bij MSD was commercie sowieso al de hoofdzaak. De hele gang van zaken is echter een argument om het winstmotief te schrappen, óók buiten de evidente nutsbedrijven zoals TNT. Elk bedrijf is in principe een instelling voor maatschappelijk nut – of zou het moeten zijn.

Intussen zou je misschien denken dat in crisistijd, en vooral in bedrijven die verlies maken en mensen ‘moeten’ ontslaan, de topfigurendaarbinnen eenigszins maat houden en zelf ook een stapje terug doen. Nee dus, heel vaak niet. De Volkskrant kopte gisteren: “Geen geld voor personeel, maar wel voor bonussen”. Enkele citaten. “Bij 92 bedrijven zijn in totaal 132 arbeidsplaatsen geschrapt. Ondanks het personeelsverlies keerden 56 bedrijven een bonus uit aan de directie. Bij  34 bedrijven was die bonus na een ontslagronde zelfs hoger dan het jaar ervoor.” En ook: “Van de 51 ondernemingen die in 2009 in de rode cijfers doken, hebben er 23 toch een bonus uitgekeerd.” Het woord ‘asociaal’ is hier een understatement. “Het is bezopen dater bonussen worden uitgedeeld terwijl een bedrijf verleies maakt of een reorganisatie doorvoert”, aldus Henk van der Kolk, bestuurder van FNV-bondgenoten. Bezopen, ja – maar vooral ook business as usual in een op winst-boven-alles gerichte maatschappij.

Ja, de beloning in totaal van topbestuurders is voor het tweede opeenvolgende jaar omlaag gegaan. Maar bonussen toekennen aan bestuurders van bedrijven die verlies draaien en/of personeel de straat op zetten laat zien hoe tegengesteld de belangen van de mensen aan de top zijn aan de belangen van de mensen onderaan, in bedrijven en daarbuiten, met een baan en zonder. Zij voeren oorlog tegen ons, door middel van ontslagen en door middel van hun hun eigen beloningen. Het is tijd voor een oorlog tegen hen, en tegen hun maatschappelijke orde, een oorlog met alle daarvoor benodigde middelen.

En overigens ben ik van mening, dat geen lezer van dit blog zonder héél goede reden mag ontbreken volgende week zeterdag 17 juli, op de demonstratie ‘Griekenland Is Overal’ – een actie in solidariteit met protest in griekenland, in protest tegen bezuinigingen in Nederland, een actie waarbij ik meehelp, en graag ook.


Hopelijk hete actieherfst tegen sociale narigheid

21 juli, 2009

De zomer is warm, de herfst wordt heet aan het actiefront. Althans, daar zijn zowel goede redenen voor, als ook een mooi voorteken dat erop erop wijst.

De redenen liggen onder meer in de manier waarop de economische crisis zich steeds meer vertaalt in sociale ellende. Vandaag maakte het CBS bekend dat de werkloosheid fors is gestegen, tot 368.000 mensen, oftewel 4,8 procent van de beroekspebolking. in juni alleen al kwamen er 16.000 baanlozen bij. Onder mensen van 16 tot 24 jaar is de werkloosheid al veel hoger: 11,4 procent. En straks komen schoolverlaters  op deze  ongunstige arbeidsmarkt. Het CPB verwacht uiteindelijk een werkloosheid van 10 procent op het dieptepunt (NRC, 21 juli).

Met werkloosheid komt inkomensdaling en bijbehorende financiële narigheid. Wie werkloos werd, verloor ineens gemiddeld 15 procent van haar of zijn koopkracht, zo berekende het CBS (Nu.nl, 20 juli). Zoiets hakt er in. Je zal maar een eigen huis hebben, bijvoorbeeld.“Het waarborgfonds verwacht dat het aantal gedwongen huizenverkopen ruimschoots verdubbelt van 700 dit jaar tot 16o00 volgend jaar.” Het gaat hier om het Waarborgfonds Eigen Woningen. Reden van gedwongen verkoop: mensen kunnen de hypotheek niet meer betalen (Nu.nl, 20 juli).

Komende weken zal ook meer bekend worden over het regeringsbeleid rond de economische crisis. Bezuinigingen, met pijnlijke gevolgen voor mensen die het toch al moeilij hebben, zitten er dik in. En er ligt nóg een beleidsvoornemen dat heel goed  aanleiding zou kunnen zijn om met hoognodige grootschalige protesten op gang te brengen: het kabinetsplan om de pensioenleeftijd te verhogen.

De beslissing daarover is, als resultaat van overleg tussen vakbonden en regering eerder dit jaar, doorgeschoven naar de herfst.Vakbonden krijgen tijd om, via de Sociaal Economische raad (SER) met alternatieven te komen. Maar intussen bereidt – zo luidt vakbondskritiek – het kabinet al de doorvoering van de leeftijdsverhoging voor. Dat vraagt om een antwoord van vakbondskant. Gelukkig kómt dat antwoord er ook.

Het plan zelf stuit sowieso op grote weerstand, en terecht. Het arbeidsleven duurt lang genoeg, met 65 jaar met pensioen kunnen gaan is bepaald niet te vroeg, bepaald geen luXe. En een echt financieringsprobleem is er niet. Luid en duidelijk néé zeggen tegen deze plannen, op zijn minst door de petitie “65 blijft 65” te tekenen die de SP op touw heeft gezet, is wel het minste.

Met een petitie laten we zíén dat we het pensioenplan niet willen. Maar de regering al het pensioenplan hoogstwaarschijnlijk niet  op het massale maar nog veel te vriendelijke verzoek van velen intrekken. Het is nodig om de regering hard te laten vóélen dat ze er niet mee wegkomt. En daarvoor is de opstelling van vakbonden – die mensen organiseert waar ze samen sterk kunnen zijn, op en via hun werkplek – van groot belang.

Een hoopgevend teken dat er vanuit de vakbeweging actiesworden voorgenomen, vormen uitspraken van Henk van der Kolk, van FNV Bondgenoten. Die zegt dat zijn vakbond van plan is om mensen op te roepen op7 oktyober het werk 65 minuten stil te leggen, bij wijze van pauze-als-protest. “Luistert het kabinet niet naar zijn pleidooi, dan is de pauze van 65 minuten nog  maar het begin van een hete herfst, waarschuwt de grootste vakbond van het land.” Mogelijk komen er dan acties op Malieveld of Museumplein (Volkskrant, 20 juli).

Van der Kolk noemt de pauze-actie van 65 minuten“een ludieke actie”. Maar feitelijk gaat het om een vrij stevig begin, met hele goede mogelijkheden tot verdere versteviging. Vijfenzestig minuten niet werken in heel de economie van het land- datis feitelijk een landelijke algemene staking van één uur. Dat maken we niet elke dag mee.

En het biedt groepen arbeiders op werkplekken waar de vakbond sterk en actief is, goede extra mogelijkheden. Wie zegt dat arbeiders na 65 minuten weer braaf aan het werk gaan? Wie zegt dat we, bijvoorbeeld in openbaar vervoer- en havenbedrijven, geen staking van meerdere uren, misschien wel voor de rest van die werkdag, krijgen?

Makkelijk zal dat niet zijn, het zal inzet vergen, initiatief van actieve arbeiders in de bond – en waarom ook niet erbuiten? Maar ondenkbaar is het evenmin. De zevende oktober heeft het in zich om een belangrijke, hoopvolle dag te worden in de klassenstrijd in Nederland.