Over tweede dip en andere crisis-toestanden

1 augustus, 2010

Er zijn flinke aanwijzingen dat het economisch herstel na de diepe recessie van 2008-2009 alweer stokt. De angst voor een tweede dip groeit, na verontrustende cijfers uit diverse landen, en na verontrustende taal van Bernanke, president ven de Federal Reserve, de centrale bank van de Verenigde Staten. De crisis is bepaald niet voorbij, in veel opzichten moet het ergste nog komen. Dat laatste geldt vooral in sociaal opzicht, met grootschalige bezuinigingen in uitvoering of minstens in aantocht.

Eerst wat cijfers die in de richting van een nieuwe neergang wijzen. Vrij weinig aandacht kregen enkele feiten over de toestand in Japan. Daar is de werkloosheid opgelopen tot 5,3 procent. Sinds vorig jaar november was dat niet meer zo hoog. Er zijn 3,4 miljoen mensen zonder baan. Hat aantal beschikbare banen per honderd werkzoekenden is teruggevallen. Er was in juni ook een terugval in de industriële productie van 1,5 procent. De Japanse economie staat er dus niet goed voor, en Japan doet er – ook na de opkomst van China als economisch krachtpatser – nog steeds toe.

Opvallende onrust deze week werd veroorzaakt door berichtgeving uit de Verenigde Staten. Een aantal weken terug berichtte Bernanke, de baas van het centrale bank-stelsel daar, nog dat de Amerikaanse economie stevig de goeie kant op ging. “Het herstel van de Amerikaanse economie is gestoeld op een goede basis”, zo omschreef De Volkskrant zijn standpunt nog op 9 juni. Maar vorige week klonk hij beduidend anders. Weer samengevat door De Volkskrant: “Het stelsel van Amerikaanse centrale banken (Fed) staat klaar om het haperende economische herstel in de Verenigde Staten te ondersteunen met nieuwe monetaire maatregelen. Dat heeft Fed-voorzitter Bernanke woensdag gezegd in een toespraak tot de bankencommissie van  de Amerikaanse Senaat.” Het herstel zet wel door, volgens Bernanke, maar het is klaarblijkelijk wel “haperend herstel”. Hij spreekt ook van “ongebruikelijk onzekere vooruitzichten”. Beursexperts reageerden bezorgd. Logisch: als Bernanke alweer aangeeft om klaar te staan om met een flinke smak geld bij te springen, dan is  er kennelijk toch iets niet in de haak. “Iedere hulp van de Fed is een sterk signaal dat  we er slechter voorstaan dan we denken”, zegt één van hen. De beurzen in New York ging na de toespraak naar beneden, en sloten die dag met een procent verlies.

Inmiddels zijn er nieuwe cijfers die de “ongebruikelijk onzekere vooruitzichten” onderstrepen.  De groei op jaarbasis van de economie is teruggevallen van 3,7 procent in het eerste kwartaal van 2010, naar 2,4 in het tweede kwartaal. Dit soort groeivertraging is in de fase van economisch herstel ongebruikelijk: na eerdere recessies kwam er in een vergelijkbaar stadium van de conjunctuur juist vaart in de economische groei, zo merkt econoom Gerald Lyons, werkzaam bij Standard Chartered, op. Er is “angst dat de Amerikaanse economie op een dubbele-dip-recessie afstevent”, aldus  The Guardian.

Intussen komen uit hoge financiële beleidskringen tegenstrijdige geluiden. Er is de bereidheid van Bernanke om de geldkraan maar weer open te draaien. Er is tegelijk echter de golf van bezuinigingen in Europese staten. Eergisteren nam het Italiaanse parlement een bezuinigingspakket ter waarde van 32 miljard dollar aan. Bevriezing van salarissen in de openbare sector, stevig snijden in budgetten avn ministeries en gemeenten, plus steviger aanpak van belastingontduiking, kennelijk om de pijn aanvaarbaarder te maken door te laten zien dat ook rijken niet buiten schot blijven.

Frankrijk kreeg intussen een beetje op zijn kop van het IMF. Dat IMF waarschuwt dat  de Franse regering ervoor moet zorgen dat de harde bezuinigingen stevig worden volgehouden. “Volgens het fonds lukt het Frankrijk dankzij al eerder aangekondigde bezuinigingsmaatregelen wel om het tekort volgens jaar terug te schroeven tot 6,1 procent. Het fonds denkt echter dat daarna de klad erin komt”, waardoor de doelstelling – terugdringing van het tekort tot  maxia maal 3 procent – pas in 2015 zou worden bereikt.

Regeringen moeten dus bezuinigen, vinden ze zelf, en vindt één van hun financiers-in-nood, het IMF. Maar datzelfde IMF toont zich tegelijkertijd bezorgd over … bezuinigingen. “De drift van overheden in de eurozone om de begrotingsteklorten en de investeringen terug te brengen, kan de komende jaren een rem gooien op de  economische groei, waarschuwde  het Internationaal Monetair Fonds woensdag.” Het IMF eist dus bezuinigingen, en waarschuwt tegelijk voor de schadelijke effecten ervan. Het tekent in een handvol woorden een wezenlijke tegenstrijdigheid in de kapitalistische economie, en een fundamenteel dilemma van burgerlijke beleidsmakers die deze economie op orde proberen te houden.

Om dit wat duidelijker te maken is het handig om de crisis eens wat nader te ontleden. Dat maakt het tevens mogelijk om iets meer te zeggen over de verantwoordelijkheid voor de crisis, en de soorten van antwoord die mensen aan de brede onderkant van de maatschappij tegenover die crisis naar voren moeten brengen. Is er bijvoorbeeld sprake van een “rekening” die we “retour” kunnen sturen, waarna we overgaan tot de orde van de dag? Of is er iets meer aan de hand?

Het is in sommige linkse kringen gebruikelijk om te zeggen dat de recessie de schuld is van rijken, speculanten, ondernemers en bankiers, die met hun goklustige winstbejag de economie richting afgrond hebben gejaagd. En ja, hebzucht en winstbejag zijn drijfveren van de rijken en machtigen der aarde. Maar het is verkeerd om daarin meer te zien dan een oppervlakkig symptoom. Het is eveneens verkeerd om deze mensen de ‘schuld’ te geven, alsof het hier om bewust wanbeleid gaat, alsof deze mensen denken: kom, laten we de economie nu eens naar de bliksem jagen met onze speculatieve hebberigheid. Schuldig zijn deze mensen als zodanig niet. Maar verantwoordelijk – als machtigen in een economie waarbij zij goed gedijen over onze ruggen… ja, verantwoordelijk zijn ze wel.

Hoe werkt het mechanisme? Recessies brengen werkloosheid, massaontslag, verarming op grote schaal te weeg. Maar de oorzaak van recessies is niet een soort vastbeslotenheid van ondernemers om ons al deze nare dingen aan te doen. Eerder het tegendeel! Ondernemers in een florerende economie zien winstkansen en dus investeringsmogelijkheden. Bij wijze van modelvoorbeeld: vijf PC-bedrijven vermoeden allemaal dat de markt  volgend jaar verdubbelt. Alle vijf willen ze een zo groot mogelijk deel van de markt. Directies geven opdracht om daarvoor enorm te investeren. Zo hopen ze winst te maken, en ze verwachten dat ze daar ook meer mensen voor in dienst te moeten nemen. Ze zullen zelf dus ook nog denken dat hun beslissingen goed zijn voor de werkgelegenheid, en dus erg sociaal. Misschien zitten er wel aardige bazen tussen die denken dat ze met hun investeringen hun neef, hun oom en hun buurvrouw van vroeger aan een aardige baan kunnen helpen. Zelfs een ondernemer is ook maar een mens. En, hoe cynisch sommige ondernemers ook zijn, hun investeringen beogen groei, geen krimp, profijt, geen verlies.

Maar als vijf bedrijven allemaal zoveel mogelijk van die 100 procent groei willen plukken, en alle vijf bijvoorbeeld hun capaciteit met honderd procent uitbreiden – dan is er als die investeringen computers beginnen af te leveren, veel méér dan 100 procent productiegroei bereikt. Een flink deel van de gemaakte computers worden niet, of tegen verliesgevende dumpprijzen, verkocht. Winsten komen onder druk te staan, een paar van de vijf bedrijven maken opeens zelfs verliezen. Er gaat een grote streep door nieuwe investeringen, bedrijven beginnen mensen te ontslaan. Het hele mechanisme werkt door naar toeleveranciers die opeens minder ordersd krijgen, maar ook naar bijvoorbeeld supermarkten die minder omzet krijgen omdat veel van hun klanten opeens werkloos, en dus een stuk armer, zijn geworden.

Zo breekt een recessie uit: allemaal afzonderlijke bedrijfsbeslissingen deie op groei gericht zijn, worden zonder onderlinge coördinatie vooraf, door concurrenten, genomen, en blijken opeens onbedoeld tot krimp te leiden. Aan het eind van het proces is de uitkomst van die beslissingen een totaal andere dan de beoogde resultaten ervan. De recessie is door niemand gewild, het is niemands persoonlijke ‘schuld’. Een bedrijf dat niet zou inspringen op de verwachte groeimogelijkheden, en niet investeert, verliest de race bij voorbaat en vist achter het net. Investeren is in de logica van concurrentie waar de kapitalistische economie van doordrenkt is, geen keus maar een heilig moeten. Kapitaal moet zichzelf vermeerderen, en dat lukt alleen door arbeid aan het werkt te zetten, om spullen te maken, om te verkopen. Dat dit uiteindelijk, door het recessie-mechanisme, vaak misloopt, doet aan de dwangmatigheid van dit proces niets af.

Hoe werkt dit in de huidige crisis? Vervang ‘computers’ uit het bovenstaande voorbeeld door ‘woningbouw’, en dan ben je er al voor een flink deel. Er is in de jaren tot 2007 veel geïnvesteerd in huizen. Maar daar kwam iets bij: er zijn heel veel leningen, hypotheken, verstrekt aan mensen, zodast die ook huizen konden kopen. Die hypotheken werden vervolgens, in allerlei pakketten, weer verhandeld. Sommige hypotheken waren relatief veilig. Maar heel veel hypotheken waren verstrekt aan mensen met weinig geld, bij wie slechts geringe tegenslag tot betalingsproblemen zou leiden. Dit soort riskante hypotheken werden samen met andere hypotheken in pakketten tot speculatieve handelswaar gemaakt. Je zou kunnen zeggen: er ontstond een overproductie, niet alleen van woningen – terwijl er nog altijd mensen dakloos waren! – maar vooral ook in schuldpapieren. Toen het aantal mensen dat nuiet tijdig kon afbetalen, en daarmee het aantal huuisuitzettingen, begon te groeien, ontstond er paniek. De angst dat banken een deel van hun verstrekte leningen nooit zouden terugzien, greep om zich heen. Overproductie van leningen leidde tot wat eerst een kredietcrisis heette, en vervolgens een grote, wereldwijde recessie werd.

Die recessie werd nét geen depressie. Dat kwam omdat regeringen meteen honderden miljarden in de wankelende banken begonnen te pompen. De economie werd gaande gehouden door enorme financiële injecties. Dat was geléénd geld, geleend van kapitaalverschaffers, banken en andere financiële instellingen. En daar zien we de huidige economische problemen, en de bezuinigingslogica, aankomen. Wat voor een regering namelijk een lening is, dat is voor zo’n kapitaalverschaffer een investering, een belegging. Banken belegden in de Griekse staatskas, omdat ze verwachtten dat ze hun geld met een flinke rente terug zouden krijgen. En het leek een veilige belegging bovendien. Staten gaan minder gauw failliet, en zijn moeilijker uit hun huizen te zetten.

In feite is dit hetzelfde mechanisme als de hypotheekcrisis van 2007-2008 – met dezelfde risico’s. Want zodra er serieuze vraagtekens opduiken of het uitgeleende geld wel met rente terugkomt, is er paniek in de tent. Twijfels over de Griekse kredietwaardigheid was in 2010 een vergelijkbare trigger voor crisis als betalingsmoeilijkheden van arme huis- en hypotheekbezitters dat enkele jaren eerder waren. Was er in 2007 een overproductie van hypotheken, in 2010 werd Europa getroffen door een overproductie van staatsleningen.

Maar er is een wezenlijk verschil. Bij de eerdere kredietcrisis kon de staat, via subsidies aan banken, de economische nergang afremmen en keren. Dat gebeurde echter met geleend geld. Nu is die oplossing er echter niet zomaar, omdat de staatskredietcrisis nu juist volgt uit het grootschalig lenen door regeringen om die eerdere kredietcrisis te bestrijden. Nog méér geld lenen om staatsleningen af te betalen wordt door kredietverschaffers aan steeds strengere voorwaarden – onder meer hoge rentes – onderworpen. De geldschieters willen garanties dat hun geld ook eens terugkomt, ze hebben hun beleggingen in regeringskassen immers niet uit filantropische overwegingen gedaan.

Regeringen worden dus door het internationale financiële zakenleven, banken, het IMF, onder enorme druk gezet om het geld ergens anders te gaan halen – uit de zakken van de bevolking, van arbeiders, mensen met een uitkering, mensen op school en universiteit.  De huidige bezuinigingen  vinden  hier hun oorzaak. Griekse arbeiders raken hun pensioenrechten kwijt om de Griekse regering in staat te stellen Griekse en internationale banken hun geleende geld met rente terug te betalen. De bezuinigingen zijn tegelijk voorwaarden, gesteld door onder meer het IMF maar ook door EU-regeringen… voorwaarden waaraan voldaan moet worden om nieuwe leningen af te kunnen sluiten. Oftewel: Nederlandse belastingbetalers hoesten geld op dat de Nederlandse regering verstrekt aan de Griekse regering, zodat die Griekse regering kan doorgaan haar schulden met rente af te betalen aan internationale, ook Nederlandse, banken…

De bezuinigingslogica wortelt dus in de huidige diepe economische crisis. In één of andere vorm zijn ze, vanuit het kapitaalsbelang, werkelijk nodig om de kapitalistische economie weer voldoende winstgevend te maken. Tegelijkertijd – dat ziet zelfs het IMF, zoals we zagen! – dragen bezuinigingen, doordat arme mensen minder uit kunnen geven, ook bij tot recessie-neigingen. Het kapitalistische medicijn heeft bijwerkingen die sterk lijken op de ziekte waartegen dat medicijn wordt ingezet. Dat is de tegenstrijdigheid in het hart van de huidige kapitalistische crisis.

Dit hele gebeuren heeft revolutionaire implicaties, op twee manieren. Het kapitalisme moet, vanuit haar logica, drastisch bezuinigen om weer gezond te worden. Bezuinigen is, voor de ondernemersklasse, dus geen keus, geen kwestie van verkeerde prioriteiten. Het offensief van de Griekse, Italiaanse, Franse, Spaanse en straks ook Nederlandse regeringen mag, vanuit het gezichtspunt van het kapitaal, niet mislukken. Doet het dat wél, dan opent dat de weg naar een veel fundamenteler crisis van het kapitalisme zelf, dat zijn winstgevendheid structureel in gevaar ziet komen. Het is erop of eronder voor de ondernemersklasse en de bijbehorende politiek.

Dat betekent voor het verzet tegen bezuinigingen en de logica erachter wel iets belangrijks. De regeringen zullen, omdat het erop of eronder is, niet na een handvol beperkte acties van de kern van hun beleid afzien. Een reeks  grote landelijke ééndagsstakingen in Griekenland hebben geen serieuze concessies van regeringszijde losgekregen, en alle stakingen, demonstraties en rellen eromheen evenmin. Het protest, het verzet, zal dus naar escalatie in de breedte en de diepte moeten werken. Als reeksen van stakingen en demonstraties en rellen nog niet genoeg zijn, dan is er klaarlijkelijk zo ongeveer een opstand nodig, met bijvoorbeeld stakingen van onbepaalde duur tot de bezuinigingen weg zijn. Als de regering van geen wijken wil weten, dan moet die regering klaarblijkelijk ten val gebracht worden, willen de bezuinigingen stopgezet worden.  En wat nu voor Griekenland geldt, dat gaat morgen op voor Italië en Frankrijk en overmorgen wellicht voor Nederland. Het stopzetten van de bezuinigingspolitiek vereist een revolutionaire opstelling vanuit het verzet, vanuit een steeds opstandiger bevolking.

Die revolutionaire opstelling is gebaat bij een helder inzicht in de aard en wortels van de ecopnomische crisis. Het maakt hier uit of we, simplistisch en onjuist, bankiers en speculanten, de ‘schuld’ geven van de crisis, of dat we de heersende klasse en de bijbehorende politieke elite  verantwoordelijk stellen, een veel preciezere en juistere formultering. Ondernemers ‘schuldig’ verklaren aan recessies is slordig, zoals we al zagen: recessies vloeien voort uit de werking van het systeem zelf, en zijn dus niemands ‘schuld’. En het zoeken van schuldigen – via parlementaire onderzoek in Nederland of verhoren van bankiers door een senaatscommissie in de VS – suggereert dat recessies te voorkomen zijn als we slechte ondernemers en beleidsmakers door iets betere vervangen, of het hele spul aan wat betere regelgeving onderwerpen. Het leggen van verantwoordelihjkheid bij de klasse die het systreem – op chaotische, onderling concurrerende wijze – aansturen, en daar goed van profiteren – is wél zinnig. het laat zien, wie er als klasse onze vijanden zijn, wiens omverwerping we nastreven, als onderdeel van het opdoel ken van het stysteem waaarvan zij aan het hoofd staan.

Wat moeten we aan met het idee – veelal door rechts gepropageerd – dat recessies het gevolg zijn van te hoge loonkosten, en te weinig flexibele arbeidsmarkt, te sterke vakbonden en dergelijke? Het antwoord hierop is dubbel. Het is namelijk zowel onjuist als in een bepaalde zin ook juist. Het is onjuist, in de zin dat recessies uitbreken, ongeacht hoe hoog of laag lonen zijn, ongeacht hoe sterk of zwak vakbonden zijn, ongeacht hoe makkelijk het voor ondernemers is om arbeiders op straat te gooien. Het boven uiteengezette mechanisme van concurrerend winstbejag dat richting overproductie drijft, vindt sowieso keer op keer plaats. En het is onjuist, onterecht, om de schuld daarvoor bij arbeiders en de resultaten van hun zelfverdediging te leggen.

Maar het wijzen op relatief hoge lonen en een relatief sterke positie van arbeiders als factor die crisis kan bevorderen, bevat tegelijk een hele belangrijke waarheid! Het is namelijk een erkenning dat het kapitalisme functioneert op basis van succesvolle uitbuiting van arbeiders. Waar arbeiders die uitbuiting met succes weten in te perken, daar krijgen ondernemers het moeilijk, daar hapert het winstmaken, en begint het systeem gebrekkig te functioneren.

Nee, arbeiders zijn niet de ‘schuldigen’ aan de crisis. Maar het kapitalisme kan uiteindelijk keer op keer niet leven met een arbeidersklasse die te sterk wordt. Dat is geen veroordeling van onverantwoordelijk optredende arbeiders, met hun looneisen en hun stakingen. Integendeel, het is een veroordeling van een systeem wiens levensvatbaarheid op termijn botst met een klasse op wienst uitbuiting dat systeem draait, een kapitalisme dat een succesvolle strijd tegen die uitbuiting wel als een levensgevaarlijke bedreiging moet opvatten. In die zin draagt arbeidersverzet bij, soms aan deze of gene recessie, maar altijd aan een diepere crisis van het kapitalisme zelf.

Er zijn twee uitwegen hieruit. De eerste is:  de kapitalistische crisis oplossen door de winstgevendheid van het kapitaal te herstellen – maar dit kan enkel op kosten van de arbeidersklasse. Dat is wat het om zich heen grijpende bezuinigingsbeleid beoogt. De tweede is: de crisis niet oplossen, maar steeds verder op de spits drijven door een resolute weigering van de bezuinigingslogica, een besliste en met effectieve arbeidersstrijd onderbouwde afwijzing van iedere poging om winstherstel tot ons doel te maken. Dat brengt het kapitalisme steeds dieper in de narigheid – en brengt de vervanging van dit systeem steeds dichterbij. Het lijkt me dat de tweede optie de enige menswaardige en hoopgevende keus is.

Advertenties

Roemenië: arbeiders protesteren tegen bezuinigingen

19 mei, 2010

Griekenland komt naar ons toe dit voorjaar! Dat gebeurt in de vorm van bezuinigingen – maar ook in de vorm van protest daartegen. Bezuinigingen van zelden eerder vertoonde grofheid staat op de agenda, net als in Griekenland.

Nu al heeft ook de PvdA haar verkiezingsprogramma maar vast aangepast, zo vertelt de Volkskrant. Bezuinigingen van nog eens 10 miljard bezuinigingsbeleid die tot nu toe niet was ingevuld – misschien was het zelfs niet nodig, zo was eerst de gedachte – worden nu toch vastgesteld. Dit met een verwijzing naar de dogmatiek van hoge geestelijken van de neoliberale bezuinigingsgodsdienst, de geleerden van het Centraal Planbureau waarvoor de complete politiek eerbiedigt buigt.

Maar waar bezuinigingen huishouden, breekt verzet los. Ook dát is niety beperklt tot Griekenland. een prachtvoorbeeld komt vandaag bijvoorbeeld uit Roemenië. Aljazeera en de BBC berichten erover. Roemenië land staat zo ongeveer onder toezicht van het IMF dat bezuinigingen eist om het begrotingstekort (7,2 procent in 2009) terug te brengen tot 6,9. “(H)et IMF zegt dat dit zonder bezuinigingen tot 9 procent van het BNP kan oplopen.” De bezuinigingen zijn voorwaarde voor IMF-steun ter waarde van 25 miljard. Dus moeten de pensioenen met 15 procent omlaag, de lonen van mensen in staatsdienst met 25 procent. Dus moeten er 70.000 banen in de publieke sector worden geschrapt. Alsof gepensioneerden en gewone ambtenaren verantwoordelijk zijn voor dat tekort, alsof zij de beslissingen genomen hebben waarvoor ze nu moeten bloeden.

Vandaag is er dan ook grootschalig protest in de hoofdstad Boekarest. Twintigduizend tot 40.000 mensen, arbeiders uit de publieke sector, artsen en mijnwerkers, gepensioneerden en docenten, deels met bussen uit andere delen van hjet land naar de stad gekomen. Betogers bekogelden een functionaris van het ministerie van Economische Zaken met water en stenen en blies de aftocht onder politiebescherming. Hier blijft het niet bij. Vakbonden hebben een algemene staking aangekondigd voor 31 mei als de regering niet aan hun eisen tegemoet komt.

Het is een vleugje Griekenland wat we  in Roemenië zien plaatsvinden. Nee, Roemenië kent niet de veelvormige linkse en radicale bewegingen die de Griekse opstandigheid mede kenmerken. Geen omvangrijke trotskistische groeperingen, geen anarchistische beweging die ettelijke duizenden betogers, geen grote Stalinistische partij ook die onder druk van arbeiderswoede zich soms als radicaal-linkse partij gaat gedragen. Roemenië heeft wel een vakbeweging – in principe net zo compromisbereid als elders, net zo gericht om zich als verantwoordelijke partners op te stellen als ‘ons’ FNV – maar in Roemenië leeft ook een arbeidersklasse die maakt dat de vakbonden wel strijd moeten afkondigen om haar positie als onmisbare ‘partner’ met wie de regering maar beter rekening kan houden te markeren. En in die arbeidersklasse bestaat woede en strijdbaarheid die tot uiting komt in actie. Daar draait het om.

Arbeiders hebben vandaag hun vuist laten zien tegen de regering. Er is alle kans op resultaat van arbeidersverzet, zéker als arbeiders hun stakingen doorzetten ongeacht wat een vakbondstop wil. De kracht van de arbeidersklasse in Roemenië is aanzienlijk. In maart van dit jaar dreigden metro-arbeiders in Boekarest bijvoorbeeld met een staking van onbepaalde duur. Ze eisten een loonsverhoging. Uiteindelijk kwam de regering met 10 procent over de brug. Volgens een vakbondsfunctionaris had de regering daarmee ingebonden; de staking werd afgeblazen, zo las ik in World Bulletin, gevonden via Labourstart, waar meer over recente stakingsacties en dergelijke te vinden is. Of de gebeurtenissen rond de looneis voor het metropersoneel werkelijk de overwinning-onder-stakingsdreiging inhielden die de bondsbestuurder ervan maakte, kan ik niet beoordelen. Dat er stevige druk vanuit arbeiders staat die dwars tegen de bezuinigingen van regeringswege in gaat, is wel duidelijk en bleek dus ook vandaag.


Griekenland gaat ons allemaal aan

28 april, 2010

De financiële crisis van de Griekse staat heeft zich weer eens verscherpt. Aandelenbeuzen ondervinden de impact ervan en kelderen. De zorg op de financiële markten betreft allang niet aleenmeer Griekenland. Ook andere landen hebben problemen met het in de hand houden van begrotingstekort en staatsschuld. Intussen komt het werkelijk constructieve antwoord van arbeiders en andere mensen aan de onderkant in Griekenland. Dat constructieve antwoord heet: staken, demonstreren, met grote felheid protesteren en verzet bieden.

Eerst maar eens wat tekenen van financiële crisis maar eens langslopen. Standard & Poor (S & P), een firma die de kredietwaardigheid van landen beoordeelt, verlaagde de inschatting van Griekse obligaties tot de status ‘junk’. Vrij vertaald: waardeloos. “S & P houdt er rekening mee dat beleggers 30 tot 50 procent van hun inleg terug krijgen. In totaal zouden beleggers daarmee 200 miljard aan inleg kwijt zijn.” De gevolgen: de rente die de Griekse staat moet bieden om zulke obligaties (staatsleningen, manier voor Griekenland om aan geld te komen) ging verder omhoog – en aandelenkoersen gingen in een reeks landen prompt omlaag.

Achtergronden van de financiële staatsnood: “Griekenland kampt met een begrotingstekort van 13,6 procent van het bruto binnnlands product en een staatsschuld van 115 procent.” De rente de Griekenland intussen moet betalen voor langlopende staatsleningen is intussen ruim 9 procent. Het vertrouwen dat de Griekse regering haar begroting op orde krijgt, en dat de noodleningen die het land via IMF en EU krijgt de boel beheersbaar houden, is minimaal.

Intussen is de Griekse crisis bezig een Europese crisis te worden. “De Griekse schuldencrisis sloeg woensdagochtend over op de aandelen van Europese financiële concerns.” Onder die bedrijven: de ING. Die heeft 3 miljard aan Griekse staatspapieren,  en mag zich dus een klein beetje zorgen maken. Het aandeel van het bedrijf ging 5,4 pocent omlaag vandaag.

Niet alleen de zorgen over de Griekse crisis spelen een rol. Het volgnde crisisland dient zich steeds nadrukkelijker aan: Portugal. Ook dat zag de waardering voor haar staatsschulden verlaagd door Standard & Poor: van  A+ naar A-. Vraag me niet wat het precies betekent, maar het is geen blijk van vertrouwen in de Portugese staatsfinanciën. Het ING heeft trouwens ook Portugese staatsobligaties, ter waarde van 1,9 miljard. Andere landen die inmiddels genoemd worden als mogelijke zwakke plekken in de Europese financiële wereld: Spanje en Italië. Zo is en Griekse financiële ramp bezig uit te groeien tot een Europese crisis.

Intussen wordt er druk onderhandeld binnen en tussen EU en IMF over de invulling van het steunpakket dat na een aanvraag vanuit de Griekse regering in werking gaat. Op dit moment gaat het nog om 15 miljoen van het IMF en 30 miljoen van de EU. Maar volgens Duitse parlementsleden, die gesproken hebben met de IMF-directeur, kan het bedrag de komende drie jaar wel eens oplopen tot 100 of zelfs 150 miljard euro. Voor de 15 miljard die de EU-landen uit willn lenen moet Griekenland trouwens wel 5 procent rente betalen. We mogen aannemen dat iets soortgelijks voor al het andere aan Griekenland uitgeleende geld gaat gelden.

Staten en financiële instellingen verwachten, éísen dan ook van de Griekse regering dat die doorgaat met bezuinigingen. Precies dat is de Griekse staat toch al keihard van plan, al pruttelt een minister wel eens tegen dat er teveel wordt gevergd vanuit Europa en de financiële wereld. Maar de Griekse bankpresident wil wel. “Griekenland moet de financiële markten positief verrassen door het tekort dit jaar verder terug te dringen dan eerder aangekondigd. Dat zei de president van de Griekse centrale bank, George Provopoulos,  dinsdag.” Het Griekse regeringsdoel was 4 procentpunt van het begrotingstekort af, de bankpresident wil er meer dan 5  procentpunt vanaf halen. Dat ligt in lijn met wat de EU ook eist: nog meer bezuinigen.

Het komt heel eenvoudig neer op het volgende. Omdat de Griekse staat meer uitgeeft dan ze binnenhaalt, en omdat het verschil groeit, omdat bedrijven in de financiële sector hun uitgeleende geld met rente terug willen zijn en er weinig vertrouwen in hebben dat dit ook gebeurt, moet de bevolking van Griekenland – die het al niet breed heeft, geen wezenlijke invloed had en heeft op het beleid waardoor de Griekse staat in geldnood geraakt, en bijvoorbeeld niet profiteert van de decadente uitgaven die Griekse regeringen intussen deden – wapens kopen in Frankrijk, om maar iets te noemen – bloeden  met aantastingen van werkgelegenheid, pensionen en salarissen op grove schaal. Het Griekse en het internationale kapitaal en hun politici aan de ene kant; de Griekse arbeidersklasse aan de andere kant.

Die arbeiders in Griekenland laten dit gelukkig niet over hun kant gaan, en reageert met staking na staking, protest na  protest. Tussen de acties zitten hele opvallende. “Honderden piloten van de Griekse luchtmacht zeiden dat de maandag te ‘ziek’ waren om te vliegen, in wat volgens veel functionarissen een georganiseerd protest was tegen hogere loonsverlagingen om het land uit een schuldencrisis te halen.” Honderden trainingsvluchten gingen niet door, als gevolg van wat kennelijk een protestactie was. Als het protest tegen bezuinigingen al tot in het personeel van het militaire apparaat is doorgedrongen, is dat veelzeggend over de breedte en diepte van de woede.

Intussen komt er weer een grote landelijke staking aan. Voor komende woensdag, 5 mei, hebben de twee grote vakbondsfederaties, ADEDY (publieke sector, ambtenaren en dergelijke) en GSEE (particuliere sector) een 24-uursstaking aangekondigd. Samen tellen deze vakbondskoepels 1,3 miljoen leden. We mogen ervan uitgaan, denk ik, dat 5 maiei een volgend hoogtepunt in de arbeidersstrijd in Griekenand wordt. En vermoedelijk wordt de Eén Mei-viering komende zaterdag in Athene ook weleen tamelijk indrukwekkend gebeuren.

Deze strijd in Griekenland gaat ons allemaal aan. Arbeiders hier en overal hebben er belang bij dat de Griekse arbeiders de bezuinigingsmaatregelen kapotstaken. Als de Griekse regering namelijk slaagt in het doordrukken van hara beleid, dan laat dat aan andere gregeringen zien dat het mogelijk is om zelfs van een strijdbare arbeidersklasse t e winnen. Dan is het hek qua bezuinigingen nog verder van de dam dan het toch al is. het is in ons belang dat dit niet gebeurt, en daarom moeten de arbeiders in Griekenand het winnen van hun regering, het IMF, de EU-regeringen, noem maar op.

Arbeiders en solidaire mensen hebben een specifieke verantwoordelijkheid bovendien in deze zaak. De Griekse regering wil zich momenteel maar al te graag profileren als slachtoffer van buitenlandse druk. De Griekse vankbondstop gaat daar soms impliciet in mee. Uit de vakbondsoproep voor de staking van 5 mei:  “We willen een blokkade tegen de eisen van de Europese Unie, de Europese Centrale bank en het IMF die de rechten van werknemers vernietigen.” Over de eisen die vanuit de Griekse staat zelf – bijvoorbeeld van die bankresident die nog sneller wil bezuinigen – lezen we weinig tot niets.

Zo kan de Griekse regering zich verschuilen achter overmacht: Griekenland als klein zwak landje tegen de boze imperialistische financiële buitenwereld. Dit is nationalisme, en maakt het de regering makkelijk om zichzelf als machteloos voor te doen – en de bezuinigingen als ook door haar ongewenst, maar onvermijdelijk. in werkelijkheid ordt dit bezuinigingsbelid echter doorgedrukt zowel vanwege  internationale financiële belangen als vanwege de ambitie op de positie van het Griekse kapitaal te versterken. Klassse tege klasse dient het wachtwoord te zijn, en niet: Griekenland tegen de rest van de wereld.

Welnu, om te laten zien dat die rest an de wereld niet hetzelfde is als EU, regeringen, IMF en dergelijke, is het nodig dat we ons laten horen. Dat doorbreekt de verkeerde dynamiek van natie tegen natie, en haalt de dynamiek van klasse tegen klase naar boven. Griekse arbeiders hebben in andere landen – in álle landen als het goed is – in arbeiders en solidaire mensen bondgenoten die zich uit zouden kunnen spreken en zich te laten gelden.  Die kant moeten we op. 

Solidariteitsacties met het Griekse verzet, protesten tegen de steeds verder opgevoerede bezunigingsdruk – ze zijn nodig, hoognodig. Om onze Griekse maten te helpen – en tegelijk om onszelf te helpen tegen ondernemers en staat hier. De vijand die arbeiders in Griekenland drijft om voor hu bestaan te vechten, staat immers ook hier tegenover ons, en voert dezelfde meedogenloze koers. Die koers verdient meedogenloze bestrijding.