Schoonmaakstaking gaat door

12 januari, 2012

donderdag 11 januari 2012

Schoonmakers hebben hun acties afgelopen maandag hervat. Na de mooie ‘Mars voor Respect’, vorige week donderdag in Amsterdam, hadden de stakers een actie-pauze ingelast. Maar de ondernemers kwamen niet over de brug, en sinds maandag zijn er weer stakingen van schoonmakers bij diverse bedrijven. Vandaag houden actievoerders opnieuw een ‘Mars van Respect’, deze keer in Den Haag. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Looneisen en vakbondsmotieven

1 september, 2010

FNV Bondgenoten overweegt om voor komend jaar een looneis te stellen die boven de geschatte inflatie uitkomt. Met dat voornemen komt Henk van der Kolk, voorzitter van die vakbond, althans. Zo’n looneis zou dan enige verbetering van koopkracht betekenen, hetgeen op zichzelf hoogst welkom is. Maar de redenering waar de vakbondsbestuurder mee komt is gevaarlijk systeembevestigend.

Wat is die redenering? Het gaat bij van der Kolk niet zozeer om verbetering van het levenspeil van arbeiders als waardevol doel op zichzelf. Het gaat hem om verhoging van inkomens, zodat mensen meer geld gaan uitgeven, zodat de vraag groeit, de industriële bedrijvigheid toeneemt en de crisis zodoende wordt bestreden. Het gaat hem om crisisbestrijding in klassiek Keynesiaanse zin. Als het aandeel van het totale inkomens dat naar lonen gata, te laag blijft, dan gebeurt volgens hem, het volgende. “Dat leuidt tot vraaguitval, en dus productiedaling. Dat betrekent weer minder werk, meer werkloosheid, lager loon, etc.. En juist omdat juist in crisistijd mensen voorzichtiger worden, minder uitgeven en meer sparen, wordt dit effect alleen maar versterkt.” Om dit te doorbreken moeten de lonen dus omhoog.

De redenering op zichzelf ios geen volledige onzin: als mensen meer in hun portemonnee krijgen,kunnen ze meer uitgeven, hetgeen klandizie voor bedrijve, afzetgroei, betekent. Wat verkocht wordt, moet eerst worden vervaardigd, dus afzetgroei betekent een aanmoediging van productie, investeringen en dus werkgelegenheid. dat klopt op zichzelf. Maar de redenering bevat wel haken en ogen.

In de eerste plaats: de groeiende vraag gaat niet persé naar in Nederland vervaardigde producten en diensten. Veel consumptiemiddelen worden geïmporteerd uit andere landen. Een één-op-één-verband aannemen tussen hoger loon, hogere uitgaven, en groeiende investeringen, allemaal in Nederland, is een simplificatie.

In de tweede plaats is er, vanuit kapitalistische logica geredeneerd, veel te zeggen voor lagere lonen. Die betekenen immers kostenbesparing voor ondernemers, en daarmee meer winst en een sterkere concurrentiepositie. En zo goed als loonsverhoging niet persé ten goede komt aan de afzet van bedrijven in Nederland, zo goed is loondaling ook niet persé schadelijk voor de afzet van speciaal Nederlandse bedrijven. De bedrijven die van zulke loondaling profiteren, produceren zelf immers voor een aanzienlijk deel ook voor de export. Dat arbeiders in Nederland minder geld hebben, raakt hen maar matig, die arbeiders vormen immers sowieso al niet de klanten van zulke bedrijven.

Het ghele Keynesiaanse verhaal ‘loonstijging leidt tot productiegroei, loondaling tot inzakkende vraag en dus productiedaling’ geldt dus abstract gesproken wel – maar het ziet over het hoofd dat er sprake is van nationale, concurrerende, economieën. Loondaling hier kan leiden tot vraaguitval hier, maar misschien wel vooral daarginds, loonstijging hier kan leiden tot groeiende vraag elders, wellicht wel meer dan hier. Een één-op-één verband, nogmaals, hoeft er bepaald niet te zijn.

Er is echter een nog veel fundamenteler probleem in de hele redenering. De argumentatie maakt het welbevinden van de kapitalistische economie tot uitgangspunt, tot doel. Daarmee open je de deur voor nare precedenten. Misschien is nu loonstijging goed voor ‘de economie’. Maar als morgen juist loondaling goed is voor ‘de economie’, accepteerT FNV Bondgenoten dat dan ook? Door aldus te redeneren  – en helaas, vakbondsbestuurders redeneren inderdaad zo – wordt economisch succes in kapitalistische termen vakbondsdoel, en looneisen slechts een middel daartoe. Het laat de rol zien van vakbonden in de kapitalistische maatschappij: het zijn krachten die meehelpen de economie – de kapitalistische economie – gezond te houden of te krijgen, in kapitalistische termen.

Soms horen we binnen dezelfde vakbond andere motieven voor looneisen. Enkele weken eerder kwam in het nieuws dat dezelfde Van der Kolk van dezelfde FNV Bondgenoten een looneis wil die minstens de inflatie bijhoudt en dus koopkrachtbehoud betekent. Dat is nog erg magertjes: arbeiders máken en dóén in de kern alles wat iets opbrengt, ze hebben gezamenlijk recht op de totale opbrengst – en op de rechtstreekse zeggenschap over de fabrieken en kantoren weaar dat alles wordt vervaardigd. Een loonstijging die de inflatie niet alleen bijhoudt, maar veruit overtreft – een echte flinke inkomensstijging dus – is tegen die achtergrond sowieso al redelijk. Maar het is in ieder geval beter om een – zelfs magere – looneis te motiveren vanuit het doel van koopkrachtbehoud dan met een verhaal  waarin niet het inkomen en welzijn van arbeiders centraal staat, maar de gezondheid van ‘de economie’.

Veel belangrijker nog dan de precieze overwegingen van een vakbondstopman als Van der Kolk is echter de houding van arbeiders – vakbondslid of niet – zelf. Wil er iets van serieuze looneisen terechtkomen, dan zullen die arbeiders zelf  eisen moeten formuleren, naar voren brengen – en er samen voor vechten. Niemand gaat iets voor ons binnenhalen, arbeiders doen het uiteindelijk zelf – of niet. Schoonmakers in actie lieten eerder dit jaar zien dat het kan.


Crisis, bezuinigingen, loonstrijd van arbeiders

8 april, 2010

De komende verkiezingen gaan voor een fors deel over de vraag: hoeveel en wat voor bezuinigingn komen er, en in welk tempo? Rechts staat voor snel en hard bezuinigen, links voor wat trager en wat minder hard. De verschillen zijn kwantitatief, een werkelijke keus tegen heel het bezuinigingsbeleid valt op het stembriefje niet echt te vinden. Het stoppen van het hele bezuiniginsgbeleid doen we dan ook niet in het stembureau. Erger nog: de uitspraak van kiezers over welke omvang, aard en tempo het bezuinigingsbeleid krijg zal volstrekt ondergeschikt zijn aan het wezenlijke gevecht, tussen  arbeid en kapitaal enerzijds, en tussen kapitalistsche belangengroepen onderling anderzijds. Wat wij stemmen is, machtspolitiek gezien, vrijwel irrelevant. Wat we daarbuiten doen is des te relevanter.

Er is nóg een factor van gewicht in het bezuinigingsverhaal: de economie zelf. De wat linksere partijen willen niet te snel bezuinigen, om het voorzichtige economische herstel niet te schaden. Bezuinigingen betekenen lagere inkomens hier en daar – vooral hier bij ons trouwens, veel minder daar bij hun. Dat betekent minder geld in de knip, minder uitgaven aan allerhande consumptiegoederen, minder omzet in allerhande bedrijfstakken, minder economische activiteit en dus verdere groeivertraging, of zelfs een terugval in recessie. Daarom wilde Bos het, toen hij nog minister van financiën was, al rustig aan doen met bezunigingen. Daarom schuift de PvdA een flink stuk bezuinigingen door naar de kabinetsperiode ná de komende. Daarom lezen we in de toelichting bij het SP-programma: “Nu al verdergaande beslissngen over tekortreductie nemen, is onhandig en  onverstandig”, en “te snel en te drastisch bezuinigen kan de samenleving structureel uit balans brengen.”

Er duikt voor het hele voorzichtig-aan-verhaal echter een vrij ernstige complicatie op. Dat  economisch herstel, waarmee een beetje voorzichtig moet worden omgesprongen volgens SP en PvdA, heeft waarschijnlijk sowieso zijn beste tijd alweer gehad. Er zijn allerlei signalen dat het stroef gaat in de economie, dat het herstel tegenvalt. Dat zet álle partijen onder druk, en dat betekent dat álle prognoses en berekeningen en bezuinigingsprogramma al op losse schroeven staan voordat de verkiezingscampagne goed en wel op gang is.

Juist de laatse dagen zien we een hele rij tekenen van tegenvallers in de economie. “Economie  eurozone stagneert onverwachts”, schrijft de NRC. Eerdere cijfers duidden op een groei van 0,1 procent in het laatste kwartaal van 2009; dat blijkt echter een platte nul komma nul te zijn, nadat de economie in het derde kwartaal nog 0,4 procent groeide. Dat komt allemaal griezelig dichtbijeen terugval in recessie. De Duitse economie krimpt volgens de Oeso zelfs weer: met 0,4 procent o jaarbasis in het eerste kwartaal van 2010. Doe Oeso signaleert sowieso afnemende groei in de landen van de G7, de beangrijkset industriestaten, en grotere verschillen tussen landen onderling.

Er is meer onplezierig nieuws. “‘Winstgevendheid banken Benelux blijft onder druk'”, volgens Fitch,  een bedrijf dat kredietwaardigheid beoordeelt geeft. “Hoogste olieprijs in anderhalf jaar”, vertelt de Volkskrant. Leuk voor oliemaatschappijen, minder leuk voor industrietakken die olie als grondstof hebben, en voor consumenten van olieproducten – automobilisten bijvoorbeeld. Zoiets heeft gevolgen: “Hoge benzine draagt bij aan inflatie”, tot een nog bescheiden één procent. Beheersing van inflatie, als die verder oploopt,  kan centrale banken dan weer verleiden tot renteverhogingen, hetgeen ondernemers die geld zoeken om mee te investeren op kosten jaagt. Kopschuwe investeerders, aarzelende investeringen minder economische groei… dat gevaar  ligt alweer op de loer.

Intussen blijft er nervositeit in de financiële wereld, onder meer rond de Griekse schuld en begrotingstekorten. Aandelenkoersen schommelen. Donderdag 1 april: “Wall Street sluit hoger”.  Dinsdag 6 april: “Wall Street sluit vlak”. Woensdag 7 april: “Wall Street sluit lager”. Er is wel degelijk ook positief economisch nieuws te vinden trouwens. “Fors meer bloemen verkocht voor Pasen”, is ongetwijfeld een zeer bemoedigende kop. iets serieuzer: “Vermogens Nederlandse huishoudens herstelt” . Het gaat niet eenduidig richting nieuwe recessie. maar het gaat zeer beslist ook niet eenduidig naar gestaag economisch herstel. IMF- directeur Strauss-Kahn waarschuwt niet voor niets: ” ‘Wereldecnomie nog niet veilig'” .

Deze economische onzekerheid maakt alle prognoses over bezuinigingen, alle financiële paragafen in de verkiezingsprogramma’s, nog onbetrouwbaar dan ze al waren. Zou de balans inderdaad doorslaan naar een nieuwe recessie dan zal dat de politieke crisis in de gevestigde politiek verder op scherp stellen. Zoiets zal zeer tegenstrijdige gevolgen hebben.

Enerzijds zal dan de panische kreet dat de staatskas leeg is en het begrotingstekort uit de hand loopt, tot een waar gebrul aanzwellen waaregen geen geluidswerende wal meer bestand zal zijn. Rechts zal haar bezuinigingseisen dan waarschijnlijk verder omhoogschroeven. Anderzijds zal economische tegenwind de linksere politici een handvat geven om juist voor extra voorzichtigheid te pleiten, nog trager en terughoudender te zijn met bezuinigingen. recessies kunnen met stevig bezuinigingsbeleid ook nog depressies worden, zo zou hun waarschuwing kunnen leiden.

Het lastige is dat het, in termen van de gevestigde economie, allebei waar is. Als winsten onder druk staan, zijn bezuinigingen voor  de ondernemerskasse extra nodig om minder belastingdruk te  hebben. Als winsten onder druk staan zijn bezuinigingen tegelijk ook extra onwenselijk omdat ze uitval van vraag, van consumptieve uitgaven, en dus afnemende afzet van bedrijven, in de hand werken. Deze tegenstrijdigheid werkt dan ook scherpere tegenstellingen tussen de diverse partijen en lobbies in de ondernemerswereld verder in de hand.

Voor arbeiders is het zaak zich niet in deze tegenstellingen op te laten sluiten, maar een eigen lijn te kiezen. We willen immers geen bezuinigingen op ons levenspeil en op onze voorzienigen. We willen die bezuinigingen vandaag niet, en we willen ze morgen evenmin. We willen ook niet een beetje bezuinigingen, gespreid over meerdere kabinetsperiodes. We zetten ons schrap tegen de hele bezunigingspolitiek. en we wijzen de financiële gezondheid van bedrijfsleven en staatsfinanciën als beleidsdoel radicaal en volledig áf. Dat dient de inzet te zijn, naar mijn mening.

Dat schrap zetten, voorzover het nog niet op gang is, begint vandaag, niet op verkiezingsdag. Want nu al wordt er, niet alleen door regeringen maar vooral ook door ondernemers, feitelijk scherp op ons bezuinigd. De recessie heeft bedrijven ertoe gebracht om de lonen stevig onder druk te zetten. “In het eerste kwartaal van 2010  stegen de lonen met gemidded 1,6 procent, tegen 3,6 procent een jaar eerder”, meldt de NRC. De cijfers komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat “wijt de afnemende stijging aan de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt en de teruglopende inflatie.” Zo weten ondernemers de crisis opgelopen werkloosheid te benutten om loonstijging  sterk af te remmen. Met een inflatie die momenteel 1 procent bedraag, zijn die loonstijging maar een fractie meer dan koophoudbehoud… áls de inflatiecijfers de werkelijke stiging van kosten van levensonderhoud weergeven, hetgeen bepaald niet vaststaat.

Precies op het loonfront vinden dan ook nu al belangrijke gevechten plaats tussen arbeiders enerzijds, ondernemers en staat anderzijds. Precies ook die gevechten dienen centraal te staan, willen we er werkelijk de sloop van ons levenspel keren. Precies daarom is de staking van schoonmakers – de langstlopende staking sinds 1933 – , het meest dynamische loongevecht dat arbeiders op het moment uitvechten tegen ondernemers, zo verschrikkelijk belangrijk. precies daarom is de solidariteit met die staking, zoals het steuncomité voor de stakende schoonmakers “Steun de Schoonmakers” die vorm geeft, zo geweldig belangrijk.


Tariefstijging OV asociaal plan

11 september, 2008

Prinsjesdag en de nieuwe begroting werpen hun schaduw alweer vooruit. Het regent koopkrachtplaatjes en  speculaties over wie er wat op vooruit gaat en wie achteruit. Ga er maar vast van uit dat het tegevalt – de echte gevolgen van de economische crisis hebben Nederland nog maar nauwelijks bereikt, en dus  heeft het gangbare antwoord van regeringen – bezuinigen – nog niet de volle scherpte bereikt.

Intussen meldt Wouter Bos, minister van financiën en tevens hoofd van de PvdA, dat de meeste mensen geen koopkrchtverlies zullen lijden volgens de berekeningen van de regering. Maar vooral ouderen zullen toch geraakt worden door bezuinigingen op bijzondere ziektekosten. En waar mensen met een modaal inkomen er twee procent op vooruitgaan, daar blijven ouderen met een klein pensioentje en alleenstanden met een minimum-uitkering steken op nul. Juist degenen met bijna niets blijven zitten waar ze zitten met bijna niets.

Laat dit nu bij uitstek mensen zijn die een behoorlijk en betaalbaar openbaar vervoer nodig hebben om ergens te komen. Vaak  mensen met te weinig geld voor een auto, en voor ouderen is fietsen, zeker voor grotere afstanden, ook niet echt een optie. Een betaalbare bus- en treinverbinding is wel het minste waar zij – en wij allemal – recht op hebben. Juist déze groepen – nogmaals, groepen die op de nullijn blijven steken terwijl anderen er iets op vooruitgaan – zijn extra de dupe van de forse prijsstijging in het OV waar de regering mee instemt. Tram en bus mogen 4,5 procent duurder worden van staatsecretaris Huizinga, een kleine meerderheid in de Tweede Kamer steunt dit asociale plan.

Dit soort dingen die het leven teeds duurder maken – en niet de looneisen van vakbonden die arbeiders tegen de steeds hogere kosten van levensonderhoud trachten te beschermen – jagen de inflatie verder op. Dat  bestuurders van vakbonden tegen die achtergrond zelfs maar serieus over loonmatiging willen práten is eigenlijk te beschamend voor woorden.