Wederom afwegingen rond Libië

5 april, 2011

dinsdag, 5 april

De Westerse interventie in Libië – de no-fly zone, de luchtaanvallen, en VN-resolutie 1973 die er de grondslag in het internationaal recht voor legde – was verwerpelijk, is verwerpelijk en blijft verwerpelijk. Het schadelijke effect – de eerste week nog slechts in beperkte mate aanwijsbaar – wordt per dag, per luchtaanval, duidelijker. Het blijft nodig om daartegen stelling te nemen, dat dient echter dan wel met adequate argumenten te gebeuren, waarbij solidariteit met de opstanden in de regio – nadrukkelijk óók met de Libische opstand – een centrale plek verdient.

Lees de rest van dit artikel »


Afwegingen rond Libië-actie

29 maart, 2011

Afgelopen zondag, 27 maart, protesteerden pakweg honderd mensen tegen de luchtaanvallen op Libië. Dit vond plaats op initiatief van de Internationale Socialisten (IS). AT5 heeft een kort verslag, met een foto. Mensen droegen borden, wezen op het gevaar van “escalatie en burgerslachtoffers”, maar maakten ook duidelijk dat ze solidair waren met het verzet tegen Kadhafi. Bombardementen vonden ze echter geen aanvaardbaar soort van steun. Daarin hebben ze groot gelijk, en de IS krijgt wat mij betreft krediet en waardering voor deze actie. Het vergt wel degelijk politieke moed om tegen de stroom van oorlogspleidooien in te gaan en zich niet moreel te laten chanteren met het argument dat burgers toch beschermd moeten worden, desnoods door interventie. Verderop in dit stuk kom ik met een belangrijke kritische kanttekening, maar die staat niet voor niets verderop, en niet in mijn openingszinnen.

Op Indymedia ontspint zich intussen een vrij heftige woordenwisseling over de actie, de argumenten eromheen, maar ook over de rol van de IS. De aftrap gaf Jelle, met een kort verslag van de actie, plus een hartekreet. het actieverslag is in feite een citaat van het AT5-verslag. Vervolgent vroeg hij zich af waar  de mensen waren die hij bij allerlei acties anders ziet. Tijdgebrek, meer te doen? Hij oppert: “als bijna iedereen uit de anarchjistische scene wegblijft gaat het om meer. Is het omdat de IS het organiseerde? (…) Zijn we nou echt zo sektarisch dat we niet tegen een oorlog protesteren omdat de IS prominent aanwezig is?”  De IS verdient wat hem betreft lof, en hij voegt nog toe: “als je dan echt niet aanwezig wilt zijn omdat de IS het organiseert, neem dan zelf initiatief.” Deze hartekreet, later onder het stuk door hem toegelicht als voortkomend uit “pure frustratie”, leidde tot interessante reacties, die om overdenking en commentaar vragen.

Om te beginnen: ik herken me voor een deel in wat Jelle schrijft. Daarover zometeen meer. Maar ik lees in een reactie: “ik voel me door dit nieuwsitem aangesproken als anarchist die gisteren niet op het protest tegen de bombardementen op libië was.” Ik ook (1).  “ik vind dit echter wel een erg vervelende manier om te worden aangesproken: niet constructief en denigrerend.” Ja, ik dus ook wel. De verwijtende toon, hoe begrijpelijk ook, leidt ertoe dat mensen eerder in een kramp schieten, hun eigen stellingen des te feller gaan verdedigen. Niet het soort houding dat een discussie, een weloverwogen uitwisseling van gedachten en bepalen van standpunten erg bevordert.

Maar Jelle heeft wel degelijk een punt, al oppert hij het in vragende vorm, zonder bewijs te leveren: een aantal anarchisten boycot acties als ze door de IS op poten zijn gezet. De al aangehaalde reactie laat dat zien. “ik denk van mezelf absoluut NIET sektarisch te zijn, daarom ga ik niet meelopen in een erg sektarische club”, die er “niet in slaagt uit haar isolement te breken”. Dat ligt volgens deze reactie dan “alles waar de IS voor staat en hoe ze te werk gaan”. Een andere reactie stelt: “klopt, als de IS iets organiseert blijf ik weg, en velen met mij.” De aanpak van de acties, met “een hoop overbodig geblaat”, waaronder “krakkemikkige toespraken” en dergelijke. “Je schaamt je dood om daaer tussen te staan”.

Het is duidelijk: de door Jelle gehekelde boycot van sommige anarchisten van IS-activiteiten bestaat. En ik ben het met Jelle eens dat dit niet vruchtbaar is. Het maakt acties niet beter, niet sterker, en het doet het anarchisme binnen bredere strijd ook geen goed. Zelf ga ik met acties als volgt om. De eerste vraag is: gaat het over iets waar ik me inhoudelijk in kan vinden? Ben ik het met de strekking eens, en vind ik het thema voldoende belangrijk om er de voordeur voor uit te gaan? Dát is het allerbelangrijkste. Het tweede is: kan ik binnen de actie mijn gang gaan, of ‘moet’ ik van alles en nog wat, en mag ik allerlei andere dingen niet? Is mijn vrijheid gegarandeerd om, binnen de strekking van een actie, met een zelfgemaakt of zelfgekozen spandoek, bord, pamflet, vlag of publicatie te komen, eigen leuzen aan te heffen, dat soort dingen? Als die twee dingen er zijn, als ik het eens ben met het doel, en ik kan mijn eigen geluid erin aanbrengen, dan laat ik mij niet weerhouden om deel te nemen, ongeacht wie het precies organiseert.

Ik kan wel degelijk de ergernis van anarchisten jegens de IS begrijpen. De houding van de twee reacties is geen voorgeprogrammeerde kwaadwilligheid, maar een reactie op dingen die echt bestaan. Maar ik zou zelf voor een andere reactie kiezen. Organisaties die me niet bevallen nemen nogal eens initiatieven die ik bij voorkeur toch maar niet wil boycotten. Ik ben afgelopen jaar meermalen naar vakbondsacties geweest, op poten gezet toor een top-down opererend bureraucratisch vakbondsbestuur. Maar ik was het met de eisen – terugdringen van de ontslagen bij de post, om maar iets te noemen – voldoende eens om te gaan. En ik had de ruimte om eigen dingen te doen, ik heb op zo’n manifestatie opgewekt kritische pamfletjes van de Vrije Bond helpen uitdelen. Een soortgelijk verhaal gaat op voor de manifestatie Armoede Werkt Niet, opgezet vanuit de SP en met niet alleen Roemer maar ook Cohen als spreker. Ook een van bovenaf bestuurde organisatie, die SP, waar ik op heel veel punten weinig mee heb. Maar ik vond het protest dat daar klonk tegen asociale bezuinigingen een rechtvaardige zaak, ik had ruimte om zelfgekozen geluiden voort te helpen brengen, dus ik ging.

Welnu, de gevestigde vakbonden en de SP, zijn dat werkelijk plezieriger clubs dan de SP? Als top-down-bestuur en bureaucratische werkwijzen de maatstaf zijn, dan is de IS, vergeleken bij FNV en SP, een basisdemocratische libertaire organisatie. Inderdaad, alles is relatief, het is maar welke vergelijking je maakt. En wat sectarisme betreft: de neiging van de SP om werkelijk brede samenwerking te zoeken, zéker met krachten links van die partij, is niet zeer groot. Domineer-ambities zijn de SP bepaald niet vreemd. Ja, dat geldt ook voor de IS, op veel kleinere schaal. Dat vind ik een valide reden om heel terughoudend te zijn met het gezamenlijk organiseren van activiteiten met deze organisaties. Maar deelname – als de actie inhoudelijk zinnig is, en als er ruimte is voor eigen geluid – is iets heel anders. Ik ben daar nadrukkelijk wél een voorstander van.

Dat heeft nog een extra reden. Als we problemen hebben met de rol die de IS in de radicaal-linkse wereld speelt, dan is het juist extra zinnig om wél naar qua thema relevante IS-activiteiten te gaan! Dan is de kans dat IS-sympathisanten in aanraking komen met een ánder soort radicalisme, een anarchistisch activisme, immers groter. Als we als anarchisten er vertrouwen in hebben dat onze opvattingen en werkwijzen hout snijden, dan hebben we niets te vrezen van deelname aan activiteiten die door andere stromingen opgezet worden. Integendeel! Het maakt anarchisten zichtbaarder, helpt ons om nieuwe mensen te leren kennen en relevanter te worden. En het helpt ons om de te grote dominantie van IS – en op veel groter schaal SP en FNV – te helpen doorbreken. We dienen er te zijn, daar waar relevante actie, verzet en strijd is – ongeacht wie dat heeft georganiseerd of ïnitiatiefnemer ervan is.

Het is opzichzelf trouwens niet onjuist om de IS tot op zekere hoogte zelf als sectarisch te omschrijven. Ik pleit in het bovenstaande tegen de neiging van sommige anarchisten om niet deel te nemen van anarchisten aan actie als die de IS op touw is gezet nof als de IS er een hoofdrol in speelt. Ik heb me op dit weblog echter ook vaak genoeg gekant tegen de keus van de IS om aan acties die vanuit anarchistische of aanverwante kringen werden opgezet, niet – of hooguit met een pro-forma-minimale inzet – deel ter nemen. Er bestaat zoiets als IS-fobie onder sommige anarchisten. Maar er bestaat ook zoiets als anarchofobie vanuit de IS. En dat is geen kwestie van sommige IS-ers als persoon. Het is een beleidslijn van de organisatie, in ieder geval in specifieke gevallen. Ik heb dat bijvoorbeeld herhaaldelijk gezien rond AFA-acties. Al toen ik nog lid was, en ook erna – al tijden voordat ik anarchist werd – heb ik mij hier wel tegen gekeerd. Ik schrijf daar  nu minder over, omdat ik de IS mentaal inmiddels een stuk meer heb losgelaten. Ik word niet meer zo boos over alles wat de organisatie naar mijn mening verkeerd doet. Er zijn betere dingen te doen. Zo belangrijk is de IS nu ook weer niet.

En het bestaan van IS-sektarisme is geen goede reden om zelf met een soortgelijk sektarisme te antwoorden. Wegblijven van acties die op zichzelf zinnig zijn, enkel omdat de IS de gangmaker is, speelt IS-sektarisme eerder in de kaart: ‘zie je wel, die anarchisten weer!’ Veel beter om gewoon wél te gaan, zichtbaar, openlijk, en de vrijheid te nemen voor een anarchistisch geluid binnen een actie. Dat maakt de actie sterker, breder, en beter, ja anarchistischer. 

Er is echter een heel anderer reden waarom de actie tegen bommen op Libië weinig  deelnemers kende. Dat heeft met de standpuntbepaling rond de zaak zelf te maken. Er ís twijfel over het wel en wee van de westerse interventie. Mensen zagen eerst een bijna zegevierende opstand tegen Kadhafi. Vervolgens zagen ze Kadhafi’s troepen meedogenloos en onweerstaanbaar opmarcheren, richting opstandsbolwerk Benghazi. Mensen waren bang voor een bloedbad als Kadhafi toch won. Mensen hoorden dat vanuit opstandelingen om een no-fly zone werd gevraagd, en om bombardementen toen dat niet meer genoeg leek.

Is het gek dat, vanuit begaanheid met Libiërs, met name met Libiërs in opstand, ook linkse mensen schoorvoetend westerse interventie als noodoplossing begonnen te zien? Ik heb hier ook keer op keer over na moeten denken. Intertventie is verkeerd, omdat de opstand zo juist afhankelijk wordt van Westerse steun – en die steun wordt niet uit menslievendheid gegeven. Maar degenen die uit begaanheid met volksverzet en menselijk lijden de interventie enig voordeel van de twijfel geven, staan dichterbij mij dan sommige anti-interventionisten die de opstand enkel als Westers complot zien, en Kadhafi de hand boven het hoofd houden. Ik denk aan iemand als Chavez, een als revolutionair vermomde contrarevolutionair aan het hoofd van Venezuela.

Dit soort afwegingen en dilemmas hebben verband met deelname aan protesten. Veel mensen zijn best sceptisch over de luchtaanvallen. Maar tegelijk zagen zij dat het nog steeds vooral Kadhafi’ s troepen waren die willekeurig stadscentra onder vuur bleven nemen met tanks, en Kadhafi’s scherpschieters die burgers beschoten. Interventie voelt als probleem. Maar voelt het als het meest urgente probleem, urgenter dan de confrontatie tussen enerzijds burgers en lichtbewapende opstandelingen, en Kadhafi’s nog steeds zwaarbewapende troepen? De narigheid is dat hier twee oorlogen verstrengeld raken: eentje tussen opstand en Kadhafi, en eentje tussen Westerse staten tegen Kadhafi. De interventie aanvaarden of zelfs toejuichen is steun aan de cynische belanmgenpolitiek van grote mogendheden. En dat kan niet. De interventie afwijzen zonder Kadhafi’s terrreur te hekelen, is Kadhafi in de kaart spelen, zijn kant kiezen. En dat kan ook niet. Dat is de ellende hier.

Daarmee kom ik bij mijn kanttekening bij de actie van zondag tegen de bombardementen. Het standpunt van de IS is op zichzelf niet het probleem. Net als ik vind de IS dat de interventie de opstand niet werkelijk helpt, maar een vorm van gewelddadige manipulatie ervan vormt. Maar rond de actie zelf verdwijnt kritiek op Kadhafi een eind naar de achtergrond. In de oproep lezen we: “Westerse mogendheden hebben een lange geschiedenis van kolonialisme en steun aan dictaturen in de regio. Door zich nu nwet m mi,ilitaire macht in het conflict te menhgen, zullen zij de democratiseringsbewegingen eerder vergiftigen dan nieuw leven inblazen.” Dat klopt, en tegelijk ook niet helemaal. Tot nu toe hebben de bombardementen inderdaad de Libische opstand verder helpen vergiftigen én helpen overleven. Vorige week s werd Kadhafi nog bestormd door troepen van het bewind. Nu niet meer, en daar hebben die kruisraketten helaas iets mee te maken. Juist tegenstanders van interventie dienen dit soort dingen wel onder ogen te zien.

Belangrijker: nérgens uit de oproep wordt duidelijk dat de Libische opstand solidariteit verdient. De opstand wordt niet eens genoemd, we moeten maar concluderen dat ze valt onder de genoemde ‘democratiseringhsbewegingen’, maar zeker is dat niet eens. Lang niet iedereen ter linkerzijde ziet immers de opstand als authentiek volksverzet dat steun en solidariteit verdient, dus kun je maar beter glashelder zijn wat je ervan vindt. Een expliciete afwijzing van Kadhafi’s bewind ontbreekt eveneens. Mensen die, vanuit het soort afwegingen dat Chavez oppert, tegen de interventie zijn, kunnen pr0bleemloos aan de actie deelnemen. Bij mensen als ik, voor wie juist de opstanden in het  midden van het argument staan, blijft echter een visgraat overdwars in de keel steken.

De borden die ik op de AT5-foto zie, redden de zaak evenmin. Hoofdleus: “Stop de bommen op Libië”. Daaronder: “Rutte, haal je wapentuig terug”. En dááronder, in veel kleine letters, staat – als ik het goed lees: “Solidariteit met de Arabische revoluties”. Mooi – maar hoort de Libische opstand bij deze Arabische revoluties? Misschien staat dat in de tekst dáár weer onder, maar die kan ik op de foto niet lezen. Voor de bredere beeldvorming is het iopen laten van deze vraag echter schadelijk, evenals het onbreken van een expliciete afwijzing van Kadhafi’s schrikbewind. De interventie afwijzen zonder Kadhafi’s regime  evenzeer af te wijzen komt, niet in bedoeling maar wel in uitwerking, neer op een vorm van verdediging van het bewind tegen de interventiemogendheden. Dát – en niet het feit dat de IS gangmaker is van de actie – is wat mij betreft het politieke probleem dat een geringe deelname aan de actie verklaarbaar en begrijpelijk maak. Ik ben bepaald niet de enige met dit type van afwegingen.

Maar dan nog was deelname te verdedigen  geweest – op één voorwaarde: als ik zelf, liefst samen met anderen, een eigen spandoek of zo had gemaakt, met een duidelijke en gelijkwaardige afwijzing van zowel Westerse bommen als Kadhafi’s bewind. Een zelfstandig revolutionair anarchistisch geluid, tegen interventie én tegen de regimes, dát had op deze actie niet misstaan – en zal bij komende acties evenmin dienen te onbreken.

(1) Ik was zelf niet op de actie, gewoon omdat ik een andere afspraak had. Of ik anders gegaan zou zijn? Misschien wel, maar niet zonder last te houden van eerder genoemde visgraat…


Nee tegen luchtaanvallen op Libië, nee tegen Nederlandse rol

23 maart, 2011

De militaire aanvallen in Libië gaan door, en ook Nederland gaat helaas een bijdrage leveren. Zowel de militaire interventie als geheel als ook die Nederlandse deelname zijn verwerpelijk. Daarvoor zijn meerdere redenen. Het interventiebeleid is hypocriet. Niet de behoeften van de Libische bevolking, maar belangen van de interventiemachten staan in dit beleid voorop. De revolutie, in Libië en elders, worden er door gemanipuleerd en gedwarsboomd, hetgeen méér bloedvergieten in de hand werkt. Voorzover er door de Westerse luchtaanvallen al mensen in Benghazi en Misurata worden gered, staat er menselijk lijden en dood elders tegenover, plus het vooruizicht van méér van dat bloedige zelfde.

1. De interventiepolitiek is hypocriet. De officiële motivatie van het vliegverbod en de luchtaanvallen luidt: de burgers van Libië moeten beschermd worden tegen het geweld van Kadhafi’s troepen. Dat werpt meteen de vraag op: waarom verdienen Libiërs wel bescherming tegen Kadhafi, terwijl Bahreini’s, Jemenieten, nu ook Syriërs aan vergelijkbaar staatsgeweld worden blootgesteld zonder dat er zelfs maar van een schietverbod wordt gerept? Sterker: het Westen houdt Bahrein en Saoedi-Arabië de handen boven het hoofd, en komt niet verder dan wat afkeurende woorden van bezorgdheid. Zijn  Libiërs meer waard dan Syriërs? En waar waren de interventiemachten toen Kadhafi in stilte de bevolking onderdrukte, in plaats van openlijk op straten en pleinen? Libische bevolking nu – maar vroeger niet – beschermen, en andere burgers aan hun bloedige lot overlaten, getuigt van hypocrisie. Als dit menselijk leed werkelijk de aanleiding tot ingrijpen is, zou dat immers voor elk vergelijkbaar menselijk leed moeten gelden.

De hypocisie ontgaat mensen in andere landen waar geweld heerst  niet. In Ivoorkust bijvoorbeeld, waar de ene president de macht weigert op te geven, ook nadat een ander verkiezingen heeft gewonnen. In de hoofdstad van het land betoogden enkele honderden mensen vóór VN-ingrijpen, met borden: “VN: Libië wel, waarom niet Ivoorkust? Verlos ons”.  De NRC voegt eraan toe: “De demonstranten verwijten de VN te meten met twee maten. ‘Er is geen olie in Ivoorkust, maar er zijn wel mensenlevens'” Inderdaad: waarom zijn Libische mensen het redden waard en mensen uit Ivoorkust niet? Die vraag dringt zich op, en het maakt het idee dat in Libië principieel uit humanitaire overwegingen wordt ingegrepen, onhoudbaar.

Wijzen op de huichelarij die in de interventie ligt besloten, is een sterk argument. Maar het is in zichzelf niet voldoende. Voorstanders van de interventie kunnen namelijk op meerdere manieren antwoorden. Een hele sterke is bijvoorbeeld: erkennen dat het niet goed is dat er een dubbele maatstaf wordt gehanteerd, en dit tegengaan door ook elders om soortgelijke interventie tepleiten, ook in Syrië en bahrein, en ja, ook in Ivoorkust. Voorstanders kunnen er nog aan toevoegen dat slechts praktische beperkingen beletten dat elke grote wandaad, van welk bewind ook,  tegengegaan wordt met interventie. ‘We kunnen nu eenmaal niet alles tegelijk’. Er is méér nodig dan het wijzen op de imperiale huichelarij om hard te maken dat deze interventie niet deugt. Vandaar argument twee.

2. De interventie dient de belangen van de interventiemachten. We dienen dus die belangen eens te beklijken. Welke interventiestaat streeft welke doelen na met de aanvallen op Libië? De meest enthousiaste voorstanders van deze aanvallen zijn Frankrijk, Groot-Brittannië – en Saoedi-Arabië. De Franse en Britse belangen gaan over olie, maar er is meer. Libië is een oliestaat. Sinds Kadhafi en het Westen hun ruzie bijlegden, doen Westerse oliebedrijven weer goede zaken in het land. Maar toen Kadhafi’s positie gevaar liep vanwege de volksopstand, moesten Westerse staten nadenken: wat als hij valt? Dan komt er één of ander nieuw bewind, geworteld in de opstandsbeweging. Moeten we niet zorgen dat die beweging ons als vrienden ziet, zodat we via hun de oliecontratcten gewoon kunnen continuëren?

Om dat te bereiken, was een vorm van steun aan de opstand nodig. Bescherming van de bevolking tegen Kadhafi’s geweld verschasfte hier de motivatie, Westerse steun aan de opstand het middel – maar olie maakte deel uit van de doelen. Toen Kadhafi’s bewind over meer gevechtskracht bleek te beschikken en de opstand gevaar liep verslagen te worden, hadden vooral Franktrijk en Engeland zo sterk ingezet op die opstand dat ze er een schepje bovenop deden, verder gingen dan een vliegverbod, en een lijn inzetten waarin het bewind militair verslagen moest worden. Dat intussen de opstandsleiding doet wat er verwacht wordt bleek vandaag. “Libische rebellen beloven Westen oliedeals”, berichtte Trouw vandaag.

Het olie-argument geldt voor Europese staten, maar ook voor de VS. Voor Europese staten geldt echter nog meer. Libië onder Khadhafi hielp Europese staten in het tegenhouden van migranten die vanuit Afrika naar Europa wilden komen. Europese staten willen dat een nieuw bewind diezelfde rol gaat spelen: een gewapende macht tegen kwetsbare mensen die ellende en soms levensgevaar ontvluchten. Dat zal een reden zijn om dat nieuwe bewind-in-wording een militair zetje te geven, via de luchtaanvallen. EWr zijn ook meer banaal-politieke afwegingen. Veel wijst erop dat bijvoorbeeld de Franse president Sarkozy feitelijk gewapenderhand met zijn verkiezingscampagne bezig is, door stoer te doen via militaire actie tegen Kadhafi met wie hij vorig jaar nog opgewekt handen stond te schudden.

Het derde land dat enthousiast is voor de aanvallen op Libië is Saoedi-Arabië. Dat land is, net als Libië, een oliestaat. En net als het Libische bewind voelt deze staat zich bedreigd door het opstandsgevaar dat in de hele regio woedt. Je zou dan denken: die twee staten hebben zulke parallelle belangen, de één zal de ander steunen. Dat blijkt niet te kloppen, en dat heeft redenen.

Saoedi-Arabië heeft een uiterst conservatief koninklijk bewind. Dat bewind wijst niet alleen protesten en vleugjes democratie af; het moet ook niets hebben van moderniserende nationalistische officieren die, met progressieve retoriek, traditionele maatschappijen veranderen en er moderne staatskapitalistische staten van maken. Kadhafi begon vanuit zo’n soort ambitie en houding. Ook in landen als Saoedi-Arabië zelf lopen vast voldoende modernistische kolonels rond voor wie de vroegere Egyptische  nationalistische president Nasser nog steeds een soort voorbeeldfiguur zien. net zoals voor Kadhafi Nasser ook een held was. Iets platter gezegd: de koning van Saoedi-Arabië verdedigd Traditioneel Gezag, en moet van de macht van een upstart als Kadhafi niets hebben. Wat de Saoedische elite Kadhafi verwijt is vast niet zijn onderdrukking, maar zijn modernisme en revolutionair klinkende retoriek.

De koning van Saoedi-Arabië en de Libische kolonel kunnen elkaar trouwens ook niet luchten of zien. Kadhafi heeft ooit een moordaanslag op de koning doen beramen. De koning is niet te beroerd om de kolonel terug te pakken door een opstand tegen zijn bewind te steunen. Shakespeare en Machiavelli zouden genieten van de intriges die hier spelen. Steun aan de revolte heeft echter een dieper liggend voordeel. Er kan mee bevorderd worden dan ook binnen zo’n opstand juist conservatieve, bijvoorbeeld ook islamistische, stromingen de overhand krijgen. Dat maakt de opstand in Libië veiliger voor de monarchiën aan de Golf. Tenslotte leidt alle aandacht voor de wandaden van Kadhafi ook nog eens behulpzaam af vande wandaden van het Bahrein-bewind dat momenteel mede overeind wordt gehouden met hulp van Saoedische troepen. Saoedische druk heeft de Arabische Liga  naar steun voor een no-fly zone bewogen, en daarmee ook de druk op de VS om mee te doen met de interventiepolitiek verder opgevoerd.

De VS was aanvankelijk geen groot voorstander van het vliegverbod. MInister Gates wees erop hoe moeilijk zo’n operatie zou zijn, inlichtingenfunctionarissen van de VS wezen erop dat Kadhafi wegens zijn militaire overwicht de opstand waarschijnlijk zou weten te bedwingen. De VS was ook terughoudend omdat nóg een oorlog in een Arabisch land hernieuwde vijandschap van mensen in het Midden-Oosten op zou kunnen roepen.

De VS ging óm, deels vanwege het draagvlak dat Arabische staten vie de Arabische Liga opeens onverwachts boden. De VS zal bovendien een Franse en Britse hoofdrol in een Libië-na-Kadhafi  willen helpen vorkomen door zélf toch maar een prominente rol te gaan spelen. Naast het oliebelang speelt hier samenwerking met de Libische staat – onder welke leiding dan ook – in de strijd tegen ‘islamistische bewegingen’ een rol. Dat Kadhafi de opstand steeds maar omschreef als een Al Qaeda-project was duidelijk een hengelpoging naar Amerikaanse steun. De scepsis van de VS om de opstand te helpen redden zou best eens ingegeven kunnen zijn door Amerikaanse vermoedens dat er inderdaad van jihadistisch-islamistische invloed binnen de opstand sprake zou kunnen zijn. Tóch helpen tegen Kadhafi kan dan gezien worden als: het beste ervan maken, zorgen dat Franse en Britse ambities geen vrij spel krijgen, invloed binnen de opstand verwerven via militair ingrijpen, en zo de opstand buiten anti-Westers/ islamistisch vaarwater te manoeuvreren.

Bij dit alles speelt een wezenlijke strategische afweging een grote rol. De VS heeft eerder dit jaar twee bondgenoten zien vallen vanwege opstanden: Ben Ali en Mubarak. Andere bondgenoten, vooral op het Arabische schiereiland, staan onder druk van volksverzet. Een revolutie in Saoedi-Arabië zou een zeer ernstige bedreiging voor de VS vormen, vanwege de enorme olievoorraden daar, maar ook vanwege de strategische ligging. De VS heeft belang bij een strategie om de opstandigheid in het hele Midden-Oosten en in Noord-Afrika te beteugelen. Het verdedigen van dictators tot tien dagen voor hun val bleek geen goed idee. De dictators vielen ondanks Amerikaanse steun, en de VS leed prestigeverlies door gezien te worden als de tirannenvriend die het was en is, maar ook als niet bijster effectieve tirannenvriend bovendien. Demonstranten verfoeiden de steun van de VS aan Mubarak; Mubarak verfoeide vervolgens de aarzeling in die steun toen de volksopstand te sterk bleek. De VS verloor nogal wat greep op de gebeurtenissen.

Bij de Libische opstand dreigde hetzelfde. Aanvankelijk klonken uit Obama’s Witte Huis slechts de bekende oproepen tot ‘terughoudendheid’ toen de onderdrukking toesloeg tegen de betogers. Toen echter betogingen uitgroeiden dot gewapende volksopstand, en het bewind nog grootschaliger geweld ging gebruiken, improviseerde de VS een nieuwe strategie bij elkaar. De opstandelingen kregen sympathiebetuigingen, later dus ook toezeggingen van militaire steun. De VS profileerde zich als vrijheidsvriend, en heeft zich nu via de luchtaanvallen draagvlak binnen de leiding van de opstand verworven.

De revolutie wordt als het ware geketend door de VS, verliest haar autonomie steeds meer, en wordt een hefboom om Kadhafi te vervangen door regeerrders die plooibaarder zijn dan de kolonel, maar ook veel meer pro-Westers dan heel veel opstandelingen dat hoogstwaarschijnlijk zouden willen. De VS herwint bovendien, door nu eens te interveniëren  op een manier die humanitair overkomt, krediet dat ze voor toekomstigeinterventies nodig denkt te hebben. Het in Irak en Afghanistan zo geschonden prestige kan via een luchtoorlog in Libië worden hersteld, zo is klaarblijkelijk de gedachte. Alles bij elkaar gaat het bij de Westerse interventiepolitiek in Libië niet om het helpen van burgers, maar om een vorm van contrarevolutionair management op minstens regionale schaal.

Dat laatste is wezenlijk om enig gevoel voor perspectief te bewaren of te herwinnen. Het is niet vreemd dat mensen geschokt zijn door wat kadhafi’s troepen in Benghazi en Misurata probe(e)r(d)en aan te richten. Het pleit voor mensen dat ze daar verontwaardigd van worden, en willen dat dit wordt tegengegaan. Maar zelfs al zou de huidige interventie dit bereiken dan is dit slechts een klein deel van het verhaal. We weten niet precies hoeveel doden Westerse ambities, kracht bijgezet met wapengeweld, in de regio de afgelopen decennia al hebben opgeleverd. We weten wel dat het er zeer, zeer veel zijn. Herstel van  Westers – Amerikaans of anderzins – prestige om dát soort ambities met dát soort middelen te kunnen bevorderen is herstel van Amerikaanse, Britse, Franse, noem maar op, speelruimte voor volgende rondes van agressie en massamoord.

Zelfs áls de interventie op korte termijn – óndanks de hypocrisie, ónmdanks de belangen die domineren – mensenlevens redt in delen van Libië, dan nóg is de interventie een levensgevaarlijk project dat veel meer menselevens indirect bedréígt. En de eventueel geredde mensen worden intussen wel onderworpen aan belangen en ambities waar ze weinig of geen inbreng in hebben. Misschien brengt de Westerse interventie straks de aanvoerders van de opstand in het zadel. maar dat wil dan bepaald niet zeggen dat die opstand heeft gewonne en dat de vrijheid van Libiërs heeft gezegevierd. Dat is deel van de tragiek die zich in Libië ontvouwt.


Tussenstand revolutieland (1): Libië, Bahrein, Jemen

22 maart, 2011

De revolutie in Libië staat er niet goed voor. De opstand staat nog steeds tegenover keihard optredende militairen van het bewind. Westerse luchtaanvallen verzwakken het militaire apparaat van dat bewind, maar dat raakt de  talloze scherpschutters, doodseskaders en dergelijke nauwelijks. Ook tanks die opstandige steden zijn binnengetrokken, zijn daar relatief veilig voor luchtaanvallen: het risico dat bij bommen erop juist ook burgers en opstandelingen geraakt worden zorgt daarvoor. Het vliegverbod is sowieso tamelijk zinloos als bestrrijding van Kadhafi’s terreur. Die vindt voor het overgrote deel niet vanuit de lucht plaats, en wordt door een no-fly zone dan ook maar weinig gehinderd. Het echte doel van de luchtaanvallen is dan ook niet het werkelijk steunen van de opstand, maar het afhankelijk maken ervan, en langs die weg de ontwikkelingen in pro-Westers, contrarevolutionair vaarwater dirigeren.

Dit is een antwoord van westerse mogendheden, niet alleen op de gebeurtenissen in Libië zelf maar op de revolutiegolf die enkele maanden geleden op gang is gekomen. Dictators rechtstreeks de hand boven het hoofd houden, zoals Frankrijk en de VS aanvankelijk probeerden, bleek niet te werken. Dus wordt nu langs andere weg geb probeerd de ontwikkelingen te manipuleren. Dat er in Libië ook nog eens veel olie zit, speelt een rol. Maar de Westerse doelenhebben een diepere strategische reden. Die is gelegen in het bedwingen van het revolutionaire proces zelf, en in het herwinnen van morele krediet door te poseren als beschermer van kwetsbare mensen tegenover terreur van een dictatuur. Meer dan poseren is het nauwelijks. Van echt effectieve bescherming is, zoals we eerder zagen, niet veel sprake. En dan zijn er nog de burgers die onvermijdelijk om het leven komen door Westerse bommen en raketten.

Intussen blijft de revolutionaire golf wel aanhouden. De Libische catastrofe zuigt weliswaar nogal veel aandacht weg van ontwikkelingen elders, maar dat maakt die ontwikkelingen niet minder interessant en relevant. Er is ruim voldoende aanleiding voor een tussenstand in een voortdurend uitdijend revolutieland. In twee landen woedt de opstand week na week voort. In het ene, Bahrein, is er sprake vann een zware terugslag. In het andere, Jemen, boekt de revolutie opmerkelijke voortgang, tegen zware onderdrukking in.

Bahrein is het toneel geworden van militaire interventie van Saoedi-Arabië en Golfstaten, die gecoördineerd in de Gulf Cooperation Council het bewind van de Al Khalifa-familie te hulp zijn gesneld. Een uitgaansverbod werd vervolgens ingesteld, veiligheidstroepen veegden met inzet van tanks en helicopters op 16 maart de Pearl Rotonde, middelpunt van de protesten, schoon. De onderdrukking kostte minstens zes mensen het leven. Een dag later kkwam de melding dat zes mensen van de oppositie waren gearresteerd. Ze zouden onder meer contact hebben gehad met “buitenlandse agenten”. Geweldige dubbele moraal: contacten met ‘buitenlandse agenten’ is nu precies wat de heersers van Bahrein immers zelf deden, alleen waren de ‘agenten’ dan staatshoofden, regeringsleiders en dergelijke. De protesten namen onder druk van het staatsgeweld geleidelijk af, en intussen matigde een coalitie vanuit de oppositie haar voorwaarden voor onderhandelingen door niet langer het aftreden van de vorst en dergelijke te eisen voordat die beginnen.

Iran, vlakbij gelegen aan de overkant van de Golf, zegt tegen de onderdrukking in Bahrein op te komen. Maar het is steun die geen positieve waardering verdient. Afwijzing van repressie door het Iraans bewind is hypocriet, gezien de onderdrukking van demonstraties in dat land zelf. Protest vanuit de Iraanse staat tegen onderdrukking van sjiiten door de soennietische mminderheid aan de macht dreigt de opstand veel sterker een dynamiek van religieus sectarisme, van sjiitisch tegen soennietisch te geven, meer dan de roep tot vrijheid en rechtvaardigheid vanuit een onderdrukte bevolking die het in de kern is. Van die bevolking maken ook soennieten deel uit. Dat is ongunstig en verzwakt het revolutionaire karakter van de strijd. In de derde plaats dreigt Iraans enthousiamsme voor de protesten de opstand ook nog tot speelbal te maken van de strijd tussen Iran en Saoedi-Arabië om invloed in die regio, met de VS achter Saoedi-Arabié die ook nog de Vijfde Vloot heeft liggen in… Bahrein. Sreeram Chaulia bespreekt genoemde factoren in dit conflict, in een weinig vrolijk stemmend stuk in de Asia Times. Alles bij elkaar is de revolutie in Bahrein op de terugtocht gedwongen, met intimidatie en groot geweld.

Dat geldt bepaald niet voor Jemen! Aan grof geweld en intimidatie was daar de laatste tijd weliswaar bepaald geen gebrek. Maar de opstand is daar sterker geworden, en heeft inmiddels opvallende successen bereikt. Maar eerst was er een schoklkend bloedbad. Sluipschutters van het bewind schoten op demonstranten, en ze schoten klaarblijkelijk gericht. Dat kostte 45 mensen het leven. Dat was afgelopen vrijdag, 18 maart, vlak nadat de VN-Veiligheidsraad groen licht gaf voor het vliegverbod en de daarmee samenhangende militaire aanvallen op de troepen van Kadhafi. Van een schietverbod, gericht tegen het bewind  in Jemen, werd uiteraard door dit eerdbiedwaardige orgaan niet gerept, net zo min als trouwens van een vliegverbod tegen de helicopters die Bahrein tegen betogers inzette. Het tekent de hypocrisie: het ene bloedbad is het andere niet, het ene mensenleven is voorwendsel voor ingrijpen, het andere niet.

Als het bewind echt dacht dat zo’n bloedbad hara positie zou versterken, dan heeft dat bewind zich kennelijk vergist. President Saleh kondigde meteen de noodtoestand af, ontkende dat veiligheidstroepen die doden hadden veroorzaakt, en verbood mensen om nog langer wapens te dragen. Maar gisteren bleek hoe weinig steun hij nog heeft. Drie hoge officieren kozen de kant van de oppositie, tanks namen stelling in de straten om demonstranten tegen niet geweld te beschermen. Volgens een schatting van de hoofdredacteur van de Yemen Post staat nu zestig procent van het leger aan de kant van de protesten. De lijst van ambassadeurs en andere invloedrijke personen die inmiddels het bewind de rug hebben toegekeerd is lang. En de baas van het staatsinformatiebureau heeft er intussen de brui aan gegeven. Het zijn allemaal tekenen van een bewind dat uit elkaar rafelt onder druk van de aanhoudende betogingen, symptomen dus van de kracht van de revolutie in dat land.


Vliegverbod Libië – en het vervolg?

18 maart, 2011

Het is zover: de VN-Veiligheidraad heeft besloten om boven Libië een no-fly zone in te stellen. Volgens de resolutie mogen “alle noodzakelijke maatregelen” worden ingesteld, behalve een bezettingsmacht, om “burgers en door burgers bewoonde gebieden te beschermen”. De weg ligt daarmee vrij voor luchtaanvallen door Britse, Franse en Amerikaanse en andere eenheden op de Libische luchtverdediging, maar ook op andere militaire doelen. Dit alles betekent een grote militaire druk op Kadhafi’s bewind. Mensen in de opstandshoofdstad Benghazi zijn zeer verheugd, en dat is te begrijpen. Zij hebben het gevoel dat er éíndelijk hulp komt voor hun strijd. Ik hoop dat de opstand in deze situatie kracht herwint, en nu vrij snel alsnog het bewind verslaat. Als ze aan de VN-resolutie nieuw elan ontlenen, is dat mooi meegenomen.

Maar enige steun verdient de resolutie niet. Het is een gevaarlijke, verwerpelijke daad van interventie, die zowel nieuw en erger geweld kan brengen als de opstand verder van haar autonomie en speelruimte dreigt te beroven. Als dit militair ingrijpen beslissend wordt om de opstand te doen winnen, dan wint immers niet zozeer de opstand, maar de mogendheden die ingrijpen. Dan komt de opstand, de bevolking van Libië, in een nieuwe afhankelijkheidsband. Als het ingrijpen beperkt is, en de opstandelingen doen het leeuwendeel van het werk zèlf, valt het nog mee. Maar als de weerstand van het bewind sterk blijkt, als de rol van de interventiemachten groter wordt, dan zal de opstand afhankelijker en daardoor zwakker worden. Dan dreigt niet alleen nog meer bloedvergieten, warabij niet elke Westerse bom uitsluitend militaire doelen zal raken. Dan dreigt er, vanuit het zieltogende bewind, ook nog eens extra wraak tegen degenen voor wie de VN-resolutie heet op te komen. Politiek gesproken kan het zelfs de positie van Kadhafi versterken. Eerst was hij vooral leider van een bloedig bewind. Nu is kan hij zich nog extra profileren als iemand die Libië tegen agressie verdedigt. Dat kan het regime nog steun opleveren ook.

Opvallend is dat, zowel vanuit het verzet als in veel media, een beeld geschetst wordt alsof de revolte op het punt stond verslagen te worden. Kennelijk moest er een beeld gevormd worden dat de opstand zonder steun verloren was, dat het vliegverbod eigenlijk al te laat was., onder het motto: ingrijpen, nú! “Als het doel is om  Gadaffi af te zetten dan ben je behoorlijk laat. Dan grijp je in op het moment dat de rebellenbeweging al  bijna helemaal is opgerold, aldus bijvoorbeeld Carolien Roelands in de NRC, uren voordat de resolutie was aangenomen. Dit sluit aan op hoe Kadhafi en zijn zonen de situatie presenteerden. Al dagen doen zij alsof ze vrijwel hebben gewonnen.

Kadhafi’s zoon Said al-Islam bijvoorbeeld. Die beweerde afgelopen woensdag: “De militaire operaties zijn afgelopen. In 48 uur is het allemaal voorbij. Onze troepen zijn vlakbij Benghazi. Wat er ook voor besluit wordt genomen, het zal te laat zijn.” Het bericht waar ik uit citeer verscheen eind van die ochtend. Woensdagavond was er echter een mededeling dat het Libische leger de opstandelingen een ultimatum had gesteld: ze dienden om middernacht, de nacht van woensdag op donderdag, de wapens neer te leggen. Dat is toch vreemd, als er een halve dag eerder nog sprake was vabn een eind aan de hele opstand binnen 48 uur. Zo’n ultimatum is vooral logisch je bang bent voor verzet, en daarom nog hoopt via dreiging en belofte de zaak te winnen. In de loop van de volgende dag ’s avond kondigde Kadhafiaan dat zijn troepen er aan kwamen. Wie zich niet overgaf kon het ergste verwachten. Waarom zo’n dreigement als het allemaal al zo ongeveer  voorbij is, na rond de 30 van de eerder aangekondigde 48 uur?  De hele opéénvolging van aankondigingen lijkt mij een teken van onzekerheid bij het bewind, angst voor een grimmige oorlog in een stad van bijna een miljoen mensen, waaronder talloze bewapende strijders, zinderend van desperate woede tegen het bewind.

Wat kan Kadhafi in stelling brengen? Zwaarbewapende elitetroepen heeft hij, jawel. Hoeveel? De belangrijkste van die brigades zou ettelijke duizenden soldaten tellen, andere relevante eenheden nog eens 3000, volgens een overzichtje van de BBC. Tanks heeft Kadhafi, 2200 in totaal, volgens Wikipedia, maar dat was voor dat etoch handenvol vernietigd zijn, of van eigenaar verwisseld. En van die oorspronkelijke 2200 zouden er volgens dezelfde bron slechts 650 ingezet kunnen worden. Nog verschrikkelijk veel, zeker.

Maar niet alles kan tegelijk tegen Benghazi worden ingezet, al was het maar omdat er om Ajdabiya en Misurata nog steeds strijd wordt geleverd volgens recent Aljazeera-bericht. En in de steden die door Kadhafi de afgelopen dagen zijn veroverd, zal hij ook troepen moeten stationeren om de greep te bewaren. En dan is er nog Tripoli zelf…  Kortom: hij hééft een militair overwicht, ook nu het vliegverbod er is. maar het overwicht, en zijn hele positie, is veel minder sterk dan op grond van zowel zijn  stoere taal als van  de sombere media-praat gedacht zou kunnen worden. De opstand is géén verloren zaak, niet mét de no-fly zone en ook niet zonder dat vliegverbod.

Twee berichten van een EA Worldview liveblog afgelopen dag maken duidelijk hoe onwerkelijk de Kadhafi-beweringen over  zijn zege-binnen-handbereik zijn. “2045 GMT:  Associated Press bericht dat de dichtstbijzijnde  popsitie van troepen van het regime vanaf Benghazi 130 km (80 mijl) naar het zuiden is. 2020 GMT: In tegenstelling tot Moammar Kadafi’s belofte om Benghazi vanavond te bevrijden zegt de Engelse correspondent van Aljazeera in Benghazi dat hij deze avond tot 50 km (31 mijl) buiten Benghazi is gereisd en geen bewijs zag van troepen van het bewind die de stad naderden.” Het beeld dat Kadhafi’s eenheden aan de poorten van Benghazi staan, dat de opstand bijna inééngezakt is, klopt niet. Maar het is een beeld dat zowel het bewind als Westerse staten die nu snel willen ingrijpen áls mensen vanuit de opstand die vooral op Westerse steun hopen, goed uitkomt.

Komende dagen worden griezelig spannend. Krijgt de opstand weer de vaart die zowel het einde van het bewind kan bespoedigen als de greep van interventiemachten over de hele gang van zaken zo zwak mogelijk kan houden? Hoe gaat het militaire ingrijpen van Britse, Franse en Amerikaanse militairen er uit zien, en hoe zal Kadhafi’s bewind reageren? Dát het einde voor zijn regime nu – toch veel later dan ik enkele weken geleden dacht – nu nabij is, lijkt me wel waarschijnlijk. Hóé dat einde eruit ziet, hoe bloedig dat wordt, en wat er voor in de plaats komt, is hoogst onzeker. Grote bezorgdheid is op zijn plek. Maar diepe bewondering voor de opstandelingen die zónder dat vliegverbod al zó ver zijn gekomen in hun verzet eveneens. Dat ze maar snel en zo veel mogelijk op eigen kracht het bewind ten val mogen brengen.


Libië tussen revolutie en interventie

28 februari, 2011

De revolutie in Libië heeft de macht van het Kadhafi-bewind in bijna heel het land omvergeworpen. Maar in de hoofdstad Tripoli heerst de kolonel nog steeds, en handhaaft zijn macht met zijn gevaarlijke loyale zwaarbewapende troepen. Er is bij revolutionairen nog steeds angst voor tegenaanvallen.Een zo’m tegenaanval, tegen de stad Misurata, is vandaag stukgelopen op effectief verzet van de opstandelingen. Daarbij is een vliegtuig dat een radiogebouw onder vuur nam, neergehaald en de bemanning gevangengenomen. Onduidelijk is hoeveel machtsmiddelenKadhaffi nog heeft, hoe groot het gevaar van een effectieve tegenaanval nog is. Maar de angst is niet weg.

Intussen tekent zich een ander gevaar af voor de Libische revolutie. Internationale interventie, en daarmee het beïnvloeden van de verhoudingen in het land zodat het zwaartepunt verschuioft van de opstandige bevolking naar de grote mogendheden. Er liggen een aantal initiatieven, zoals een wapenembargo, het blokkeren van tegoeden van Kadhafi, een reisverbod voor hem en zijn partners-in-crime. Er circuleren echter ook verdergaande plannen: een no-fly-zone en dergelijke. En intussen heeft Oostenrijk aangegeven dat ze het land in zijn voor het daadwerkelijk sturen van soldaten in het kader van een eventuele militair ingrijpen. De Belgische minister van Buitenlandse zaken noemt interventie met militaire hand ook als optie die overweging verdient d als de onderdrukking aanhoudt, al ziet hij liever dathet bewind van binnenuit ten val wordt ghebracht.

Er zijn een aantal redenen waarom we niet alleen daadwerkelijke militaire interventie maar beter helemaal van de hand kunnen wijzen. Zelfs de discussie in die richting brengt schade toe aan de revolutionaire ontwikkeling. Er zijn echter ook een aantal óngeldige redenen tegen buitenlandse interventie in omloop die aandacht verdienen. Maar laten we eerst eens kijken naar wat er op interventiegebied intussen wordt klaargestoomd.

Er is inmiddels onder meer een wapenembargo vanuit de VN-Veiligheidsraad afgekondigd , en iets dergelijks in EU-verband. Deze stap is, zoals de Guardian erbij zegt, voornamelijk symbolisch. En inderdaad: Khadafís troepen zijn op korte termijn een levensgevaarlijke bedreiging voor de bevolking. Aan wapens en munitie lijken ze geen tekort te hebben, het afsnijden van wapenleveranties gaat pas op langere termijn de militaire moordmogelijkheden van de restanten van het bewind ondermijnen. Maar de revolutie zit in nú een gevecht van leven op dood. Als interventie ergens op slaat, dán met middelen die de opstandelingen snél aan een overwinning helpen. Een wapenembargo valt daar niet onder, een reisverbod van de familie Kadhafie evenmin. Ik vermoed dat zowel de kolonwel als zijn zoons eventjes iets ander s om handen hebben dan shoppen in Parijs of een academische worskhop leiden in Londen. Het blokkeren van banktegoeden van het stel zal op korte termijn ook weinig afbrei uk doen aan de gevechtskracht van het bewind en is dus eveneens stoere symboliek waar geen opstandige Libiër daadwerkelijk mee opschiet.

Er is aan het wapenembargo nog wel iets duivels hilarisch op te merken. Vanaf de invoering ervan is het leveren van wapens aan Kadhafi’s bewind verboden. Tot een minuut ervoor was het dus legaal en legitiem om geweren, kanonnen, vliegtuigen, tanks, chemische middelen, munitie te leveren aan Libië. Al het spul waarmee vele honderden, mogelijk duizenden, mensende dood in zijn gejaagd de afgelopen weken, de leverantie was wettelijk gezien helemaal in orde. Zo ziek is deze maatschappij, hara inrichting, haar werking. Je mag wapens leveren aan staatsmoordenaars, zolang het tegendeel niet is vastgesteld. Het wapenembargo als middel tegen kadhafi is weinig zinvol. Het wapenembargo is vooral effectief als een onbedoeld teken hoe normaal handel in moordmiddelen is, zolang er géén embargo is (meestal dus).

Dan de discussie in breder verband, het bepleiten van interventie om de verschrikking in Libië zo snel mogelijk stop te zetten. Die komt van meerdere kanten. Er zijn geluiden te horen van Libiërs zelf, uit opstandige gebieden en in ballingschap. Die komen neer op: Westerse mogendheden, dóé iets! Laat de misdaden van Kadhafi niet langer toe! Ik vind deze geluiden volstrekt begrijpelijk. Wie in nood zit, wil hulp, metéén. Maar dat wil níét zeggen dat we daarom klakkeloos ja tegen dit verzoek moeten zeggen. Andere Libiërs geven nadrukkelijk aan dat ze géén interventie zoeken, dat ze de zaak zelf willen opknappen. Als regeringen het verzoek van pro-interventie-Libiërs oppikken, en de houding van anti-interventie-Libiërs terwijde schuiven, dan maken zulke regeringen zélf een keus. Dan kunnen zulke regeringen zich niet verschuiolen achter het argument: ‘maar de Libiërs smeken er om!’ Onder Libiërs wordt immers verschillend gedacht.

Waarom is ja zeggen tegen interventie, erop aandringen, sowieso zo schadelijk? Elk idee dat Westerse staten de crisis militair kunnen helpenm oplossen maakt de rol van de Libiërs zélf relatief kleiner. Het gevaar bestaat dat mensen in Benghazi en andere bevrijde steden, maar ook de mensen in Tripoli zelf, gaan wachten op het Westen. Hoe sterker de indicaties dat er daadwerkelijk interventie aankomt, hoe groter die neiging tot afwachten zal worden. Waarom nog enorme risico’s nemen als binnen tien dagen misschien Amerikaanse of Franse mariniers de laatste bolwerken van Kadhafi komen bestormen? Het vertrouwen in eigen kracht raakt op de achtergrond. Intussen gaat het lijden door, en krijgt het bewind tijd om zich verder in te graven.

Kómt er interventie in één of andere serieuze vorm, dan hangt er een prijskaartje aan, in de vomr van invloed van degene die de interventier uitvoert en er de regie van heeft. Staten zijn geen weldoeners, maar streven eigen belangen na. Als de Libische opstand haar overwinning straks dankt aan Franse mariniers, dan mag je er van uit gaan dat Frankrijk daarvoor invloed krijgt in een Libië-na-Kadhafi, in de vorm van oliecontracten, ik noem maar iets. Dan zal er een soort regering komen die dat soort belangen minstens respecteert. Een revolutionaire beweging die zegt: de olie is van het volk, niet van multinationale ondernemingen, krijgt het dan al moeilijk. Een revolutionaire beweging die steun wil geven aan opstanden in landen waar een pro-Franse regering zit, heeft ook een probleem. En met Algerije als kandidaat-revolutieland is zoiets niet onbelangrijk. En een revolutionaire bestuursstructuur die belangen van multinationale ondernemingen moet behartigen en garanderen, komt vroeg of laat ook nog eens tegenover eigen bevolking te staan en zal leunen op repressie.

Dat wordt een doodgewone kapitalistische regering, met ene tendens tot autoritarisme die makkelijk uitdraait op een volgende dictatuur. Vervang ‘Franse’ door ‘Amerikaanse’ of voor mijn part ‘Chinese’ mariniers en invloed, dan verandert er aan deze dynamiek helemaal niets. Voorzie de hele santekraam van een VN-etiket, en de zaak blijft grotendeels hetzelfde. Bepalend zal dan vooral zijn welke staat of staten het voortouw neemt in een door de VN goedgekeurde troepenmacht. Dit hele interventieverhaal mag humanitair ingekleed zijn, het is niet uitgesloten dat politici zelfs in hun menslievendheid geloven. Bepalend zijn echter de belangen erachter, belangen waarvoor die politici weinig meer zijn dan verlengstukken.

Hoe zit het met meer indirecte vormen van interventie? Ik las dat er vandaag twee Franse vliegtuigen naar Banghazi gaan, met hulpverlening. Dat is op het eerste gezicht prima, daar hebben mensen daadwerkelijk iets aan. Maar het heeft wel een bijsmaakje. Frankrijk stuurt hulpgioederen, en dat kost eigenlijk niet veel. Frankrijk krijgt er vast goodwill voor terug me bij revolutionairen in Benghazi, in wie Frankrijk ongetwijfeld de machthebbers van morgen ziet waarmee je maar beter op goede voet kunt staan in een olierijk land. En ik lees ook dat er al geluiden zijn voor het leveren van wapens aan opstandelingen. Dat lijkt op zioch ook prima, maar is het toch niet. Wat mij betreft hebben de revolutionairen het recht om aan wapens te komen waar ze die maar kunnen krijgen. Zij voeren hun eigen strijd, en zij maken zelf uit hoe en met welke middelen. Dát is het probleem niet.

Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook OK is voor staten om ze te léveren. Hier geldt namelijk hetzelfde verhaal van het politieke prijskaartje.. Staten die nu, bijvoorbeeld met wapens, een beslissende bijdrage leveren aan de overwinning van de opstand, krijgen daar invloed voor terug. Dankbaarheid zal vertaald worden in contracten en goede politieke banden. Via wapenleveranties door de VS – waar dit geluid al klinkt – wordt de opstand ietsje minder een vólksopstand en iets méér een onderdeel van een Amerikaans politiek spel. Als de wapenleveranties uit andere staten komen, geldt hetzelfde. Via wapenleveranties zijn al eerder opstandige bewegingen extra manipuleerbaar geworden, speelbal van internationale rivaliteiten.

Een no-fly-zone dan, zodat Khadafi’s eenheden de opstandige steden niet meer vanuit de lucht kunnen bestoken, en herovering ervan door het regime steeds minder een realistische optie wordt? Zoiets had een week geleden – toenhet regime kennelijk zelfs luchtaanvallen deed op Tripoli zelf – had zoiets uitgemaakt, puur militair gezien. Nu nauwelijks meer, de luchtaanval van vandaag tegen Miserata is al afgeslagen, vorige week hebben meerdere piloten geweigerd luchtaanvallen tegen burgerdoelen uit te voeren. Ik betwijfel zeer of Kadhafi op dát vlak nog wel zoveel in petto heeft. Inmiddels meldt Aljazeera dat Al Banin, het op één na belangrijkste militaire vliegveld, dichtbij Benghazi, in handen van opstandigen is. Nee, de dreiging van tegenaanvallen – die reëel is en blijft, tot het bewind helemaal is gevallen – heeft andere vormen: elite-eenheden, speciale troepen die steden proberen te heroveren, en die nietsontziend wraak zullen nemen als ze de kans krijgen. En ook voor het instellen van een no-fly-zone geldt wat voor andere interventievormen geldt. Het verschuift de machtsbalans tussen revolutionaire Libiërs enerzijds, en Westerse machten anderzijds – ten nadele van die Libiërs.

Het proces verandert hierdoor van wat allereerst zelfbevrijding is, in de richting van bevrijd wórden, en daarmee afhankelijk van degene door wie je bevrijd wordt. Welbeschouwd word je dan niet bevrijd, maar verhuis je van de ene overheersing naar de andere overheersing. Die nieuwe heersers zullen niet zo bot zijn als Kadhafi, althans… niet meteen. Maar garanties zijn er niet. Honderd keer beter om te vertrouwen op eigen kracht, op solidariteit van andere bevolkingen in een soortgelijk schuitje, en op solidaire mensen wereldwijd. Niet op staten en de bijbehorende economisch machtigen, met hun weinig mensvriendelijke belangen.

Wat zijn trouwens de belangen die mogendheden nu richting interventie bewegen, van symbolisch tot meer ingrijpend en dreigend? Het zal, denk ik, trouwens niet gaan op de wijze die bijvoorbeeld door Fidel Castro en dergelijken wordt gesuggereerd. Ik geloof niet dat de VS, of de NAVO in haar opdracht, binnen enkele dagen orders zal geven om Libië binnen te vallen. De VS hebben de daarvoor benodigde troepen niet in de buurt. En de VS heeft weinig trek in riskante militaire bezettingsavonturen. Afgelopen vrijdag liet minister van defensie Robert Gates nog weten dat hij het voeren van nieuwe grondoorlogen a la Irak en Afghanistan voor de VS geen optie vond. Een defensieminister die zoiets nog eens voorstelt “moet zijn hoofd laten nakijken”, volgens hem. Die houding van Gates staat haaks op het idee dat de VS wel even als bezettingsmacht in Libië zal gaan functioneren.

Invasie en bezetting van Libië is bovendien helemaal niet nodig om toegang tot de olie – want die speelt sowieso een rol in de afwegingen – daar te krijgen. De kern wordt de houding van nieuwe machthebbers, als Kadhafi is opgekrast. Goodwill genereren, banden opbouwen, dat is nu het spel dat door de VS wordt gespeeld. En daarbij speelt een veel beperkter, subtieler, interventiepolitiek een rol. Ik denk dat we zó de VN-resoluties moeten duiden: als een uiting van vooral de VS dat ze ‘aan de goede kant staat’. Wie nu ‘aan de goede kant staat’, is morgen welkom in ‘vrij Tripoli’. Wie nu blijft aarzelen, zal minder welkom zijn. Wie morgen welkom is in ‘vrij Tripoli’, staat vooraan als er investeringscontracten worden afgesloten, om beschadigde installaties te repareren bijvoorbeeld. Maar Halliburton vist daarbij vast achter het net als het Witte Huis zich geen vriend van het Libische volk in nood betoont. En nu is het maar te hopen voor de VS-machthebbers dat mensen in Libië vergeten dat het Obama meer dan een week kostte om werkelijk afstand te nemen van het bewind, en Kadhafi publiekelijk en met name genoemd te laten vallen. Meer dan een week van massamoorden en harde strijd. Dat dubieuze verleden moet worden weggewist met stoere resoluties. De erin vervatte maatregelen kosten bovendien heel weinig. Zakendoen met een stervend regime kun je sowieso maar beter stopzetten, de kans dat de Kadhafi’s hun rekeningen nog betalen is sowieso klein. Het huidige beleid is interventie op een koopje. Maar wel verwerpelijk.

Maar er is op iets langere termijn wel een andere actor in het spel die tot iets grootschaliger ingrijpen kan leiden. Dat gaat om olie, maar dan vooral om de olieprijzen. Die zijn voprige week, met het snel op gang komen van de Libische revolutie, omhooggevlogen. Dat is, in een tijd dat herstel van de recessie maar erg dunnetjes blijkt, erg riskant. Hogere olieprijzen, hogere energie- en ook benzineprijzen als gevolg, dat is heel vervelend, vooral voor mensen met weinig geld.. Hjet is politiek daardoor riskant voor regeringen die toch al bezig zijn met het doordrukken van bezuinigingen. Die doen, als er prijsstijgingen doorheen komen, dan nog meer pijn. Een nieuwe recessie, getriggerd door hoge olieprijzen, een ontevreden bevolking die tegen zittende regeringen kan gaan stemmen, dat zijn het soort risico’s die regeringen niet willen, aldus de analyse van de steeds weer lezenswaardige Juan Cole. Die olieprijs moet dus omlaag, en als daarvoor militair een eind gemaakt moet worden aan ‘onrust’ in Libië, dan is dat een optie. Dit soort afwegingen kan Westerse staten er toe beweging om wel effectief in te grijpen tegen het Kadhafi-bewind, om de impasse en daarmee de onrust te doorbreken, zodat Libië weer gewoon olie kan leveren en de rust op de oliemarkten wat terugkeert. Natuurlijk zal zo’n ingrijpen dan gebracht worden als menslievendheid naar het arme Libische volk. Oorlogen om olie zijn wel vaker op deze manier aan de mens gebracht. Maar zoiets blijft een oorlog vanwege olie en aanpalende belangen, en dient frontaal te worden afgewezen en gedwarsboomd.

Er is nog een reden om nee te zeggen tegen de complete interventiepolitiek richting Libië. Dreigen met buitenlands ingrijpen verstérkt de positie van Kadhafi momenteel op een bepaalde, niet onbelangrijke manier. En het ondermijnt de geloofwaardigheid van revolutionairen in Libië, zéker als die met d einterventielogica meegaan. Hoe meer de nadruk op buitenlandse interventie tegen het bewind komt te liggen, hoe meer Kadhafi zich kan voordoen als Verdediger van de Natie Tegen Buitenlands Gevaar. Hoe meer er vanuit Libische opstandige kringen wordt aangedrongen op interventie, hoe makkelijker het voor Kadhafi en de zijnen is om de opstand af te doen als een buitenlandse samenzwering – en hoe meer greep dat argument op zijn resterende aanhang en machtsbasis nog heeft. Die lol moeten we het bewind helemaal niet gunnen.

We hebben bovendien eerder gezien hoe een moorddadig bewind zich, na Westers ingrijpen om het ten val te brengen, muteerde in een gewapende beweging die krediet herwon door te vechten tegen bezetting. De Taliban nadat ze in 2001 de macht vanwege Amerikaanse bommen en invasie kwijt raakten, maar als guerrillabeweging terugkeerden; delen van de Baath-partij van Saddam Hoessein, die na de Amerikaans-Britse invasie van 2003 een rol speelden in gewapenden strijd tegen de bezetting – en voor eigen machtsherstel. Op geen enkele manier zijn Taliban en Baath daarmee alsnog ‘echte’ vrijheidsstrijders geworden, en nee, ze verdienen zelfs niet de meest beperkte steun van revolutionairen. Ja, dat heb ik lang anders gezien, en ik had het mis.

We moeten ons inzetten om dit soort dynamiek, deze reactionaire dynamiek van brute machthebbers naar pseudo-vrijheidsstrijders, te dwarsbomen. Militaire interventie in Irak en Afghanistan ontketende dit proces, en was ook daarom al verkeerd. Een Westerse invasie tegen Kadhafi kan er wel eens toe leiden dat er over een tijd gewapende, extreem-gewelddadige Kadhafisten actief zijn, die de ‘nationale onafhankelijkheid’ verdedigen tegen ‘nmenging’. Wee de Libische regering die dan gezien wordt als afhankelijk van, beschermd door, of bondgtenoot van, de interventiemogendheid of -mogendheden. Zo’n regering kom daarmee in de positie van iemand als Karzai in Afghanistan. Ik denk dat solidaire mensen zich in dienen te zetten voor een béter soort uitkomst van de gebeurtenissen in Libië. De kern van onze opstelling: géén interventie in Libië – leve de revolutie van de bevolking zèlf!