Opmerkingen na het SP-partijcongres

1 februari, 2010

De Socialistische Partij (SP) heeft afgelopen weekend haar zestiende partijcngres gehouden. Daar werd het startsein gegeven voor de campagne voor de geemeenteraadsverkiezingen in maart, en ook een beetje voor de campagnes voor verkiezingen van Provinciale Staten en Tweede Kamer, volgend jaar. Agnes Kant hield een hier en daar redelijk stevige toespraak. Maar achter de pittige taal gaat een partij schuil die steeds keuriger wordt, en er tegelijk aanzienlijk slechter voorstaat dan nog niet zo heel lang geleden. De problemen van de SP gaan niet allleen leden en sympathisanten van die partij aan, ze stellen héél de linkse beweging voor dilemma;s.

Eerst maar even de toespraak van Agnes Kant. Daarin haalt ze, als gepaste opvolgster van Jan Marijnssen, pittig uit. Natuurlijk tegen het kabinet. Dat “staat op springen”, volgens haar. Er is het rapport-Davids, met conclusies die “snoeihard” zijn.  “Een eerste persconferentie leidde al haast tot een kabinetscrisis. Dat wordt nog wat als in het debat daadwerkelijk verantwoording moet worden afgelegd over deze schandvlek.” Dan is er Afghanistan, ook “(e)en heet hangijzer”. Ze zegt het nog maar eens duidelijk: “Onze militairen moeten daar weg. Steun Afghanistan, stop de oorlog.”

Maar de meeste worden wijdt ze aan de bezuinigingen van het kabinet – op alles, behalve op de rijken zo ongeveer -, aan het neoliberale marktbeleid en de bijbehorende filosofie die tot ramp na ramp hebben geleid. Heel veel ervan kan door ieder links persoon gewoon worden onderschreven. Wel met hier en daar een kritische noot, zoals waar ze spreekt van “onze politie” die we terug moeten eisen – alsof de politie ooit iets anders is geweest dan de lange gewapende arm van een staat die boven ons staat, tegenover ons, maar  nooit werkelijk mét ons of ván ons.

Agnes haalt hard en terecht uit naar andere oppositiepartijen. Naar D 66, geleid door “rechtse rakker” Pechtold, voorstander van minder ontslagbeschermig en een verhoging van de AOW-leeftijd. Naar de PVV ook, de “Partij Voor de Villa’s”. Ze voegt er aan toe: “De PVV zoekt zondebokken. De SP zoekt oplossingen. De PVV is de partij van hekel en haat. De SP is de partij van hoop en verandering.”

Ze wijdt vooral ook veel woorden aan de PvdA en aan Wouter Bos. Mooie linkse taal, maar gewoon intussen het neoliberale regeringsbeleid steunen: “Wil de echte Wouter Bos opstaan?” Dit deel van de toespraak maakt ook de strategie duidelijk: de SP roept de PvdA op om  te kiezen voor de SP als toekomstige regeringspartner. Want dat is zo duidelijk als wat. De SP wil gaan regeren.

Dat is de weg naar verandering en naar het bieden van hoop waar Agnes Kant zo bloemrijk over sprak. Precies die keus opent de weg naar de teleurstelling en naar het vastlopen van wat voor diepgaander verandering dan ook. Regeren btekent immers: aanpassing aan de gevestigde orde waar de staat die door een regering aangestuurd wordt, steunpilaar van is. De PvdA als coalitiepartner accepteren betekent bovendien een partij accepteren waarvan de leiding overtuigd neoliberaal is. Want wie denkt dat Bos enkel uit coalitie-overwegingen marktwerking accepteert en jaar na jaar heetft gestimuleerd, onderschat de diepte van de verrechtsing, van de omelzing van het neliberalisme, van deze partij. De echte ware Wouter Bos is allang opgestaan, en is een neoliberaal politicus. Zijn recente anti-markt-oprispingen zijn retoriek in verkiezingstijd, tegemoetkomingen aan anti-liberale sentimenten die ook onder zijn achterban leven.

De weg naar regeringsdeelname is dus een weg naar verder aanpassing van de SP aan de gevestigde kapitalistische orde. Wat hier vooral verder zal veranderen is de SP zelf: van een nog min of meer strijdbare sociaal-democratische organisatie naar een nieuwe PvdA met een iets linkser taalgebruk dan haar voorganger in dit moeras.

De steeds gematigder koers blijkt nu al, in de afstand tot acties op straat die net dirct deel van haar eigen campagnes zijn. Zo lezen we in de Volkskrant dat Jan Marijnissen, geen fractieleider meer maar nog wel partijvoorzitter, deelname aan een demonstratieve omsingeling van de Nederlandschebank, 26 september vorig jaar, geen goed idee vond. De partij deed terecht niet mee, wat hem betreft. “De actie was gebaseerd op een te smalle basis. ‘Wij zijn geen zelfgenoegzame partij die ons eign gelijk predikt. Wij zijn tegen sektarisme.'” Maar het is precies ook de weigering van de SP die de basis van deze actie onnodig smal hield. Wat er zelfgenoegzaam en sectarisch is aan een actie die nu  meerdere honderden actievoerders trok van uiteenlopende achtergrond – vakbondsmensen, Internationale Socialisten en sympathisanten, allerlei anderen – maar die met actieve SP-inzet makkelijk ettelijke duizenden mensen had kunnen trekken, blijft ook volkomen onduidelijk. Helder is dat wat de nog steeds invloedrijke Marijnissen acties op straat inmiddels volstrekt ondergeschikt zijn aan parlementaire strategie op weg naar coalitievorming en regeringsdeelname. En ja, straks regeert wellicht de SP. Nu regeert in de SP al de braafheid.

Zo heel vanzelfsprekend is die regeringsdeelname van de SP trouwens helemaal niet. Eerst zijn er nog verkiezingen – en de peilingen zien er voor de patij niet goed uit. “Vorige week stond de SP (nu met 25 zetels de grootste oppositiepartij) volgens de Politieke Barometer van NOVA/Synovate op 12 zetels”, aldus het eerder aangehaalde Volkskrant-artikel. Het stuk noemt ook de afname van het SP-ledental met 4000, evenmin een erg gunstig teken. Een verzwakkende partij, met een dalende aanhang, dat biedt geen sterke basis voor regeringsdeelname.

Wat moeten revolutionaire communisten met deze toestand? De SP is een sociaal-democratische partij; de steeds minder linkse koers is daarvan een uitvloeisel. Een nederlaag voor de SP is geen nederlaag voor revolutionair links gedachtengoed. Maar een zwakkere SP is evenmin gunstig voor de ruimte van zulk gedachtengoed en de slagkracht ervan. De kans dat  in de SP teleurgestelde mensen volledig passief worden, of zelfs uit frustratie naar de fascistenbeweging van Wilders gaan, is immers bepaald niet afwezig. Een zwakkere SP, zónder een versterking van krachten links van de SP, maakt héél de arbeidersbeweging en dus héél links zwakker. En dat gaat juist ook revolutionairen aan.

Maar de oplossing ligt naar mijn idee niet in het dan maar weer versterken van de SP zelf. Het is juist zaak om de krachten links van de SP op te bouwen, zodat de onvermidelijke teleurstelling van SP-aanhangers wél een positieve uitweg kan vinden. Die linkse krachten dienen dan níét in de eerste plaats – en ook niet in de tweede tot en met vierenzeventigste plaats trouwens – naar verkiezingen en parlementaire politiek te kijken voor hun strategische keuzes. Daarmee zouden die krachten immers makkelijk hetzelfde traject inslaan dat de SP nu al zo hardnekkig en fataal volgt. Een links dat werkelijk verschil maakt, is een buitenparlementair, revolutionair links.

Advertenties

De SP en de Algemene Beschouwingen

19 september, 2009

Een onderwerp dat ik in mijn vorige stuk over de Algemene Beschouwingen goeddeels heb laten rusten, is de opstelling van de Socialistische Partij in de debattten. Die opstelling viel opzichzelf niet tegen. Maar de keus van Agnes Kant om een motie van wantrouwen van rechts tegen het kabinet te steunen, vond ik onjuist en erg riskant.

Agnes Kant hamerde in haar bijdrage keer op keer op de verschraling van de publieke sector vanwege de vermarkting, het doordrukken van marktwerking in allerlei sectoren, openbaar vervoer, zorg, noem maar op. Ze verweet het kabinet om – ondanks de crisis de voortkomt uit doorgedreven marktwerking nen hebzucht-boven-alles – stug door te gaan met de huidige koers. Ze pleitte hardnekkig voor keuzes op de publieke sector weer echt publiek te maken, en de markt daaruit weg te werken.

Ze pleitte voor een paar eerste concrete eerste stappen. Eén zo’n stap is het in staatshanden nemen van vervoersbedrijf Connexion om het om te bouwen tot een Nederlandse Busmtaas tschappij. “Het is mooi geweest met het mislukte experiment met marktwerking in het busvervoer.” Een andere eerste stap: “We stoppen met de marktwerking in de thuiszorg.” Daarvoor heeft de SP een eigen wetsvoorstel ingediend.

Natuurlijk nam ze ook fel stelling tegen het plan om de AOW-leefijd tot 67 jaar te verhogen.  Dat plan noemde ze “ongewenst: Als je 65 bent is het mooi geweest (…) Een beschaafd lant gunt ouderen hun welverdiende rust.” Ze noemde het plam ook “onzinnig” en “onnodig: de AOW is helemaal niet onbetaalbaar.” Allemaal ware en nuttige woorden, en op de fronten van strijd tegen marktwerking en tege slechtere sociale zekerheid levert de SP nog steeds nuttig werk.

Ook deed Kant in haar bijdrage een nadrukkelijke oproep om de oorlogsmissie in Afghanistan stop te zetten, en zelf een stap te zetten: “Haal de Nederlandse troepen terug!” Ook dat is een goede zaak. In de debatten die volgden was ze bovendien vrij hard tegen Wilders, en ook dat  was niet bepaald verkeerd.

Minder blij ben ik met de inzet voor de politie waar de SP de laatste tijd zo’n stevig nummer van maakt. Jazeker, “meer blauw op straat” klinkt goed, in oren van mensen die een op zichzelf niet onredelijke zorg hebben over veiligheid en criminaliteit. Maar een redelijke bezorgdheid verdient ook een redelijk antwoord: meer politie dient niet de veiligheid, maar eerder de orde. En juist degenen die vechten voor een anders, socialer soort orde, komen keer op keer de politie tegen: met dwangbevelen, met boetes, met helmen en wapenstok. Links dient de politie niet te behandelen als  zomaar een groep arbeiders wiens sociale eisen gesteund dienen twe worden. Links hoort de politie  te zien voor wat ze in feite is: de knokploeg van het kapitaal, heel ouderwets gezegd. Dat daarmee niet het laatste woord over op zichzelf terechte zorgen rond veiligheid en criminaliteit gezegd is, mag duidelijk zijn. De drie-hoeraatjes-voor-onze-dienders houding waar de SP de laatste tijd zoveel uiting aan geeft, bevalt me niets.

Echt verkeerd ging het met de vertaling van de SP-opstelling in stemgedrag. De PVV van Wilders had meteen woensdag al een motie van wantrouwen aangekondigd;  de VVD volgde in de loop van donderdag. De SP steunde uiteindelijk de motie van wantrouwen.

Directe aanleiding was de lompe en botte houding van Balkenende over vragen die Agnes Kant aanhoudend stelde over bezuinigingen op zorg en dergelijke. “Ja, de plaat blijft een beetje hangen”, voegde de premier Kant vinnig toe. Dat was de druppel. Maar de hele houding van de premier die alle kritiek afwimpelde had al kwaad bloed gezet bij haar.

Uiteindelijk steunde ook Agnes Kant de motie van de VVD. Ze zei: “de opstelling van de premier is een premier onwaardig. Hij gaat vragen uit de weg, toont geen visie en zijn aanpak mist iedere mate van daadkracht. Ik kan daarom na vandaag niemand meer uitleggen waarom de SP vertrouwen hebben in dit kabinet.”  

Wat moeten we daar nu van denken? Natuurlijk toont het kabinet wèl visie: een visie waarin bezuinigen centraal staan, maar nog even worden uitgesteld om om de zaken niet erger te maken als heze al zijn. Het is, in de woorden van Maina van der Zwan, “dezelfde als de voorgaande kabinetten: een maatschappij waarin winst voor de top boven alles gaat.” De kritiek op de visieloosheid van het kabinet is wat mij betreft net zo min erg terzake als de kritiek op het ontbrekend leiderschap van Balkenende, waarik woensdag over schreef. 

En ik mag toch hopen dat vóór gisteren de SP toch óók al geen vertrouwen meer had in het kabinet? Dat bleek uit het eerdere betoog van Kant, maar ook uit de hele opstelling van de SP tegen dit kabinet: oppositie voeren, niet als tijd stevig genoeg, maar toch. Van vertrouwen was geen spreke, de SP hoort niet bij de meerderheid waaraan de regering haar steun ontleent. Van vertrouwen in reële zin was aldoor al geen sprake. Het idee dat pas gisteren een eind aan dat vertrouwen kwam, zoals Kant impliceert, lijkt me absurd.

Wat een motie van wantrouwen doet is feitelijk: de regering manen tot vertrek. Door zo’n motie niet te steunen, spreek je geen inhoudelijk vertrouwen uit, maar je erkent er simpelweg het feit mee dat dee regering nu eenmaal over een Kamermeerderheid beschikt en dus, in parlementaire termen, legitiem regeert. Een motie van wantrouwen die een Kamermeerderheid achter zich krijgt, laat zien dat de regering die Kamermeerderheid niet meer heeft. Voor een motie van wantrouwen stemmen betekent: zeggen dat de regering moet opstappen.

Nu vind ik in principe dat elke kapitalistische regering dient op te stappen, liever vandaag dan morgen. Maar niet elke soort van opstappen is op elk moment onder alle omstandigheden een stap vooruit. De motie van de VVD worteld in de réchtse kritiek die deze partij op het kabinet heeft: het kabinet is te slap en stelt hoognodige bezuinigen uit. Het kabinet is niet rechts genoeg, dát is de kritiek. De PVV-motie is uiteraard  ook een aanval van rechts.

Agnes Kant onderkende wel het verschil tussen haar houding en die van de VVD. “De SP maakt heel andere keuzes dan het kabinet, maar ook dan de VVD”, zei ze in een toelichting op haar steun aan de VVD-motie. Punt is en blijft dat ze, hoezeer ze in woorden zich ook onderscheidt van de VVD, ze een initiatief van die partij steunt. Een succes van die motie zou het kabinet ten val hebben gebracht, ten gunste van réchts. Het had de deuren geopend voor een verkiezingscampagne waarbij VVD en PVV – in toenemende mate zij aan zij, met Hans Wiegel als bruggenbouwer tussen die twee – frontaal in de aanval zouden kunnen gaan. Het wegsturen van het kabinet, op inititatief van rechtse en uiterst rechts, verdient van een linkse partij op dit moment dan ook geen enkele steun.

Uit een reconstructie in de Volkskrant blijkt – gelukkig! – dat het steunen van een motie van wantrouwen binnen de SP ook omstreden was. “Bij de socialisten waren ze flink verontwaardigd  over ‘de minachting’ voor de kamer van ‘deze norse’ premier. Maar  een motie van wantrouwen steunen van de VVD nota bene, was niet vanzelfsprekend. De liberalen wilden immers het kabinet naar huis sturen omdat er te laat en te weinig werd bezuinigd. Niet een standpunt van de SP-fractie. De voorstanders binnen de SP deden dat argument van hun twijfelende collega’s af als ‘Haags geneuzel’.” Soms is Haags geneuzel écht Haags geneuzel. maar hier werd ‘Haags geneuzel’ als scheldwoord gebruikt tegen mensen die zich nog enigszins linkse tactieken en strategische keuzes weten te herinneren: géén steun aan agressief rechts, ook niet tegen een vijandig kabinet. Onder de twijfelende collega’s bevond zich trouwens een zekere Jan Marijnissen, die zich “op de vlakte (hield)”.

We mogen hopen dat de SP haar talloze zinnige en woorden in de Algemene Beschouwingen, combineert met daden, en omzet in actie. We moen eveneens hopen dat de neiging tot het spelen van doodenge parlementaire spelletjes binnen de SP voldoende omstreden is om ervoor te zorgen dat zoiets niet weer gebeurt. Maar ergens op rekenen wat dit betreft? Dat zou getuigen van grote, onverantwoordelijke naïviteit.