Brazilië moet kernwapen hebben, aldus vice-president

25 september, 2009

Uit twee landen kwamen deze week aankondigingen over nucleaire zaken. Het ene land, Iran, kondigde aan dat het over een tweede verrijkingsfabriek van uranium beschikte. Woede alom, strenge woorden van president Obama. Uit het andere land, namelijk Brazilië, kwam echter ook een mededeling, en geen zeer vrolijke.

Jose Alencar, de vice-president van dat land, deelde doodleuk mee dat hij vindt dat Brazilië kernwapens dient te ontwikkelen. Nee, Brazilie “heeft nog geen programma om kernwapens te ontwikkelen”, maar zou dat wel móéten hebben, zegt  de man. Hij was eerder al een minister van defensie, hetgeen zijn woorden extra gewicht geeft.

Ik zag het bericht, en was nogal verbaasd. Niet alleen over het bericht zelf, maar ook over het vrijwel totale gebrek aan reactie. Ik moest het bericht via de zoekmachine tevoorschijn toveren, want op de plaats waar ik het had gezien – Aljazeera, meen ik – was het een uur later alweer verdwenen. Intussen maakt de mafia die bekend staat als de ‘internationale gemeenschap’ zich boos … over de Iraanse aankondiging, die kernenergie betreft, niet eens kernwapens.

Over de aankondiging uit Brazilië het volgende. Nee, het is geen regeringsbeleid, dat streven naar kernwapens. Maar een vice-president, tevens ex-oorlogsminister, die zoiets zegt, kunnen we maar beter serieus nemen. Brazilië ziet zichzelf als mogelijke kernwapenmacht, daar kunnen we maar beter van uitgaan.

En waarom wil de vice-president kernwapens? “Het kernwapen, gebruikt ter afschrikking, is van groot belang voor een land met 15.000 kilometer aan grenzen aan de westkant, en een territoriaal zeegebied.”

In dat zeegebied zit olie, zo voegt het nieuwsbericht er behulpzaam aan toe. Zeg mij waar het oorlog is, en ik zeg u waar de olie en/of andere grondstoffen zitten, aldus mijn gouden regel waarmee een groot deel van de wereldpolitiek kan worden verklaard. Datzelfde geldt kennelijk ook voor de voorbereiding van oorlog, waaronder het willen ontwikkelen van massavernietigingswapens.

Die lange  westgrenzen van Brazilië een feit. Maar wat ligt er voorbij die westelijke grenzen? Peru, Bolivia, Ecuador… zijn dat agressieve kernmogendheden die het op Brazilië gemunt hebben? Beschikken de restanten van de oorspronkelijke bevolking  tegenwoordig over massavernietigingswapens, wellicht geleverd door Al Qaeda? Dreigt daar gevaar dat een kernwapen als tegenwicht vereist, zelfs in gangbare machtspolitieke termen?

Het lijkt er veel meer op dat Brazilië uit is, niet zozeer op zelfverdediging, maar op hegemonie in Latijns-Amerika. Het is een gevaarlijke koers die Brazilië dreigt in te slaan, zeker als andere landen Latijns-Amerika ook een kernbom gaan nastreven als tegenwicht tegen… de Braziliaanse dreiging. Zeker zo gevaarlijk is de zwijgzaamheid van zowel de VS als de EU op dit punt. Wie zwijgt, stemt immers toe.

Maar nee, veel liever weer een rondje powerplay tegen Iran! Dat land heeft géén actief kernwapenprogramma, zo denken zelfs Amerikaanse inlichtingendiensten. Het houdt zich ongetwijfeld – zoals zoveel andere landen – niet volkomen aan de spelregels van het Internationaal Atoom Agentschap dat de ontwikkeling van kernenergie in de gaten houdt om te kijken of landen niet stiekem ook kernbommen maken. Maar het schreeuwt niet van de daken dat het kernwqpens wil, zoalsde op één na hoogste baas in Brazilië.

Landen als India, Pakistan en natuurlijk Israël zíjn echter al kernwapenmachten, zonder dat ze het non-proliferatieverdrag (dat de verspreiding van zulke wapens moet tegengaan) hebben getekend. Dat mag allemaal wel, maar een Iran dat kernenergie ontwikkeld zonder dat hard gemaakt kan worden dat het land echt kernwapens wil, dát mag weer niet.

Openlijk van de daken schreeuwen dat jouw land kernwapens zou moeten hebben, zoals de Braziliaanse vice-president dat dus deed, mag weer wél. Althans: Brazilië mag dat. Ik vermoed dat als een Iraanse vice-president hetzelfde zei, in de VS en in Israël de bommenwerpers hun motoren al aan hadden staan, klaar voor vertrek richting Teheran ter aflevering van een dodelijke vracht.

Advertenties

Obama’s ‘vredesplan’ is oorlogsplan

26 augustus, 2009

President Obama werkt aan een ‘vredesplan’ in het Midden-Oosten. Als de berichtgeving in de Guardian correct is, dan komt het plan neer op twee dingen: een minimale concessie van Israël op het gebied van de bouw van Joodse nederzettingen; en als tegenprestatie áán Israël de belofte van de VS om de druk op Iran rond het nucleaire programma van dat land sterk op te voeren. Het is dus geen vredesplan; het is een oorlogsplan, een stap in de richting van een aanval op dat land.

Ik citeer de Guardian: “Sleutel voor het aan boord brengen van Israël is een belofte van de VS om een veel hardere lijn rond Iran en hetbeweerde kernwapenprogramma van dat land. De VS is, samen met Groot-Brittannië en Frankrijk, van plan om de VN-Veiligheidsraad te bewegen om sancties uit te breiden zodat de de Iraanse olie- en gasindustrie omvatten, een stap die de economie van het land kan verlammen.”

We weten uit 12 jaar sancties tegen buurland Irak (1990-2003) hoezeer juist de bevolking van zo’n land onder zo’n lamgelegde economie te lijden krijgt. De machthebbers redden zich wel via smokkel en andere kanalen. We weten bovendien dat dit type sancties als een handvat voor verdere agressie dienen: als het regime (destijds Irak, nu Iran) ook na sancties niet 100 procent plooibaar is, dan wordt de druk verder opgevoerd, tot bombardementen en een invasie aan toe. Aanscherping van santies tegen Iran zijn een stap richting oorlog tegen dat land, een dóór en dóór agressieve daad.

En we weten, of kunnen weten, hoe zulke agressie invloed heeft op de speelruimte voor democratische krachten binnen Iran. Nu al wordt een proces gehouden tegen politici en anderen die protesteerden tegen het bewind, na de presidentsverkiezingen van 12 juni. Aanklachten tegen deze mensen bevatten keer op keer het verwijt dat ze werkten in opdracht van imperialistische bemoeials zoals Groot-Brittannië. Bekentenissen zijn duidelijk dubieus, hoogstwaarschijnlijk met marteling afgedwongen.

Veel Iraniërs kijken hier doorheen. Maar hoe agressiever Westerse staten zich opstellen, hoe groter de neiging van veel Iraniërs om zich om het regime te scharen, en geloof te hechten aan het idee dat  VS en Groot-Brittannië inderdáád met alle middelen – ook via steun aan oppositie in Iran zelf –  het land willen onderwerpen. Zo krijgt het bewind krediet dat het niet verdient, en wordt het nog moeilijker om te protesteren. De sanctiepolitiek waartoe het Westen koers zet, is daarmee niet alleen een aanval op Iran als staatm als land. het is tevens een aanval op de democratische aspecten die er nog steeds zijn binnen de Iraanse maatschappij.

En de reden voor de sancties? “(H)et beweerde kernwapenprogramma”, noemt de Guardian het. Je mag nog blij zijn dat het woord “beweerde” er staat. maar de moeite nemen dat er voor het streven van Iran naar kernwapens geen serieus bewijs bestaat, dat gaat blijkbaar te ver. Iran ontwikkelt kernenergie, en heeft het non-proliferatieverdrag (tegen verspreiding van kernwapens) ondertekend. Dat laatste is meer dan Israël – aan wie de sancties tegen Iran als tegemoetkoming worden gepresenteerd – kan beweren. Er ligt zelfs een fatwa, een bindende religieuze uitspraak van ayatollah Khamenei, de hoogste leider van het land, tegen het maken van kernwapens. Een volgeling van een lagere ayatollah heeft ook we eens het tegendeel beweerd, naar verluidt, maar in het Iraanse politieke systeem wijkt zoiets voor de uitspraak van de Opperste Gids, Khamenei.

En stel dat Iran inderdáád – in strijd met haar beleden principe, maar machthebbers die iets persé willen laten zich zelden binden, zelfs niet door hun eigen instructies en zeker niet door verdragen – in het geheim aan kernwapens werkt, dan nóg. Dan heeft Israël geen recht van protest: dat land heeft zelf in het geheim kernwapens ontwikkeld en bezit er nu enkele honderden. Dan nog heeft de VS al helemáál gene recht van spreken: dat land was de eerste maker en bezitter van kernwapens, en tot nu toe het enige land dat ze ook heeft gebruikt (tegen twe Japanse steden, toen dat land feitelijk allang verslagen was). Een Iraans kernwapen in ontwikkeling is geen aangenaam idee, dat zijn kernwapens nu eenmaal nooit en nergens. Maar een rechtvaardiging van verder opgevoerde Westerse (en dat omvat Israëlische) agressie is het in geen geval.

Israël vindt het voorkomen van een Iraans kernwapen van het grootste belang, en dat is niet vreemd: Israël wil graag de enige kernmacht in het Midden-Oosten blijven, en wil sowieso geen enkel land in de buurt zien dat tegelijk kritisch is over Israël en tevens militair machtig. De VS onderschrijft deze prioriteit, maar heeft alleen meer de neiging om die voorkeur te balanceren met andere prioriteiten. Aan een oorlog tegen Iran hangt nu eenmaal een vrij hoog prijskaartje, anders was Bush in zijn tijd allang tot een aanval overgegaan. Met een Afghaanse oorlog die mis gaat voor de VS, is er sowieso reden voor het Witte Huis om er niet halsoverkop een nieuwe oorlog bij te doen. Toch is een nieuwe oorlog precies waarhene de Amerikaanse politiek zich beweegt.

Israël krijgt kennelijk haar zin van de VS: de druk wordt verder opgevoerd. Wat doet Israël als tegenprestatie? De Guardian opnieuw: “van de Israëlische regering wordt verwacht dat ze akkoord gaat met een gedeeltelijke en tijdelijke bevriezing van de bouw van nederzettingen”. Iets meer details: ” Israël biedt een moratorium van 9 tot 12 maanden op de bouw van nederzettingen aan, een moratorium waar Oost-Jeruzalem en de meeste van de 2400 huizen waarvan israël zegt dat de bouw er al aan begonnen is, buiten zou vallen.”

Het is stuitend dat zoiets als vredesgebaar wordt gepresenteerd. In de eerste plaats mag, als dit de deal wordt, de landroof en annexatie van Palestijns land in oost-Jeruzalem kennelijk gewoon doorgaan. In de tweede plaats biedt ook het doorgaan met bouwen van die 2400 huizen eindeloze opties voor touwtrekkerij: welk huis valt er onder? En zolang het akkoord er niet daadwerkelijk ís, heeft Israël er belang bij om snél met nieuwe huizen te beginnen – zodat Israël straks kan zeggen ‘maar die huizen zijn óók al in aanbouw, dát mogen we afbouwen…’

Maar het belangrijkste is het principe zelf. De bouw van nederzettingen op bezet gebied, het doorgaan met roven van Palestijns land – het is geen onderhandelbaar iets, het is verwerpelijke koloniale politiek, en dient gewoon te stoppen. En het is niet aan de VS of aan wie dan ook om dit principe uit te ruilen of er inperkingen om te accepteren. De énigen die grechtigd zijn om akkoord te gaan met de bouw van nederettingem, ijn degenen op wiens land die nederettingen worden gebouwd: de Palestijnen. En die zeggen via hun organisaties glashelder néé.

Het bouwen van nederettingen is ook nog eens in strijd met uitspraak na uitsraak van de VN, met het gangbare internationale recht en noem maar op. maar internationaal recht is blijkbaar wel geschikt om Iran mee om de oren te slaan, maar niet om  eisen aan Israël mee te onderbouwen.

Samengevat zien we dus een vredesplan datde bouw van nederzettingen iets vertraagt – en dat de koers naar oorlog tegen Iran versnélt. Handige diplomatie is het overigens wél: de VS was tóch al bezig de druk op Iran op te voeren, en kan dat nu presenteren als gebaar aan Israël. Dat land stond onder druk om helemáál met de bouw van nederzettingen te stoppen, maar hoeft nu slechts met een inperking ervan akkoord te gaan. Al zou er ook wel eens een element van chantage mee kunnen spelen. israël laat wel eens doorschemeren dt het eventueel zélf een aav nval op iran overweegt. Kun je uitsluiten dat de Amerikaanse scherpere opstelling dát voor probeert te zijn? Een boodschap van Obama aan Netanyahu: ‘hou je even in, wíj knappen het op’?

De rechten van Palestijnen zijn bij dit alles weer eens bijzaak. De rechten van Iraniërs eveneens – om over hun levens, als straks de bommen op Teheran gaan vallen op Obama’s bevel en met Netanyahu als cheerleader – maar te zwijgen.

Voor wie werkelijk rechtvaardige vrede wil in het Midden-Oosten – en onrechtvaardige vrede ís geen vrede en houdt geen stand – blijft er genoeg te doen. Ik blijf maar wijzen op de Gaza Freedom March die steun verdient – ook van jou.


Hiroshima, Nagasaki en De Bom

6 augustus, 2009

Vandaag 64 jaar geleden gooide een Amerikaanse piloot vanuit een Amerikaanse bommenwerper een atoombom op de Japanse stad Hiroshima. Drie dagen later gebeurde iets soortgelijks op de stad Nagasaki. Meerdere honderdduizenden mensen werden door de twee atoombommen vermoord.

Jaarlijks wordt deze misdaad herdacht. Vandaag kwamen 50.000 mensen daarvoor bijeen in Hiroshima, op 9 augustus wordt in Nagasaki  een soortgelijke herdenking gehouden. Zoiets in nodig en waardevol. Maar een andere vorm om aandacht op de verschrikking van kernwapens te vestigen is eveneens belangrijk en nodig: actie voeren tegen kernwapens vandaag de dag. Vandaag bezetten actievoerders dan ook een verkeerstoren op de militaire basis Volkel, Noord-Brabant. Ze eisten dat de kernwapens die daar opgeslagen zijn direct worden weggehaald.

Intussen is het goed om bij de verschrikking van destijds stil te staan,en kennis te nemen van anderen die dat ook doen. Een tweetal artikelen trokken daarom mijn aandacht. Frida Berrigan schreef een mooi stuk op de website TomDispatch. Daniel Ellsberg schreef een uitvoerig persoonlijk verslag van zijn hoe hij destijds  als 14-jarige op de val vande eerste atoombommen reageerde, en hoe hij daar door de jaren heen mee is bezig is gebleven. Het stuk staat op Truthdig, ik vond het via Counterpunch. Beide stukken zijn absolute aanraders.

Frida Berrigan beschrijft het gooien van de twee atoombommen, compleet met de bijnamen die de ondingen meekregen, en de schokkende aantallen slachtoffers: 70.000 tot 80.000 doden ineens in Hiroshima, 74.000 in Nagasaki. Maar veel mensen bezweken later aan de bommen: in 1950 al waren er nog eens 200.000 doden vanwege de bom op Hiroshima, en 140.000 vanwege die op Nagasaki. Dat zijn 340.000 doden, vanwege twéé bommen. Inmiddels hebben een hele reeks landen duizenden, voor een flink deel nog veel zwáárdere bommen, zoals Elsberg aanstipt. Berrigan vertelt ook hoe zij geraakt is door persoonlijke verslagen van overlevenden, en door een bezoek aan Japan. Dat ga ik hier verder niet samenvatten, dat mag je zelf gaan lezen.

Het stuk van Daniel Ellsberg is werkelijk opmerkelijk. Ellsberg werd in 1971 bekend omdat hij de zogeheten Pentagon Papers naar buiten bracht. Die Pentagon Papers  waren een verzameling documenten vanuit de regeringsbureaucratie waarin functionarissen aangeven hoe en met welke motieven stapsgewijs tot oorlog en escalatie in Vietnam werd besloten. Hij werd vervolgens vervolgd wegens het lekken van vertrouwelijke documenten. Achteraf heeft hij – dat blijkt duidelijk – spijt dat hij niet veel éérder als klokkeluider actief werd.

Hij vertelt over zijn jeugd. Al vóór de atoombom echt viel, zo vertelt hij, moest hij voor school een opstel schrijven over de consequenties die zo’n bom – waar al sprake van was, al dacht men toen nog dat Duitsland er eerder mee zou zijn – zou hebben. Zijn conclusie: zo’n superbom is gewoon te gevaarlijk, mensen zullen daar nooit wijs mee kunnen omgaan. Klasgenoten reageerden soortgelijk. Ellsbergs reactie week hier sterk af van die van heel veel Amerikanen destijds, die vooral dankbaar waren voor een bom die een einde aan de oorlog zou hebben gemaakt. Iets wat Elsberg niet gelooft trouwens, en daarin heeft hij naar mijn idee gelijk.

Ellsberg vertelt van twijfels en zelfs protest van wetenschappers die bij de ontwikkeling van de  atoombom en later de waterstofbom betrokken waren, of daarvan in een vrij vroeg stadium wisten. Hij vertelt over een petitie om af te zin van het gebruik van de atoombom – en hoe die petitie buiten de blik van president Truman werd gehouden. Hij vertelt hoe hij zelf als functionaris in het Ministerie van Defensie, vanwege het idee dat een Russische atoomaanval tegengegaan moest worden, langdurig meedeed in de logica van de afschrikking. Hij stipt aan hoe hij veel later in zijn leven actief werd tégen kernbewapening.

En hij vertelt over zijn vader. Die was als ingenieuw verantwoordelijk voor de aanleg van indi ustriéle complezen. Op 89-jarige leeftijd vertelde hij aan zijn zoon hoe hij een jaar zonder werk kwam te zitten: hij moest een complex helpen ontwerpen voor de vervaardiging van de waterstofbom. Dat wilde hij niet, hij had al twijfels bij de ‘gewone’ atoombom. Waar die twijfels vandaan kwamen? Zijn zoon had hem een boek laten lezen over Hiroshima, en dat had indruk gemaakt. Met die waterstofbom wilde hij daarom niets te maken hebben, en daar gaf hij zijn toenmalige baan voor op.

Ellsberg vertelt er over met een grote betrokkenheid, en met de kennis van zaken van een insider. Het is een lang artikel, vijf internetpagina’s. Maar elke pagina ervan is zeer de moeite waard. Lezen, dat stuk!


Noord-Korea’s kernproef is eng, maar die schrille reacties erop kunnen beter stoppen

27 mei, 2009

Noord-Korea deed maandag een stevige kernproef. Kort daarop vuurde het militaire apparaat van het land ook nog enkele korte afstandsraketten af. Onmiddellijk ontstak de ‘internationale gemeenschap ‘- die verzameling staten die doorgaans over alles ruzie maken – eensgezind in grote woede. Een veroordeling in de VN-Veiligheidsraad volgde snel.

De woede van de diverse grote mogendheden en hun plaatselijke filialen is doordrenkt van hypocrisie. De woede van veel bewóners van sommige van die landen heeft echter elementen van oprechte verontrusting. Laten we eens met dat tweede beginnen.

Natuurlijk schikken mensen in Zuid-Korea van een kernproef van hun noordelijke rivaal. De twee staten voerden in 1950-1953 een bloedige oorlog, en staan sindsdien nog steeds, tot de tanden bewapend, lijnrecht tegenover elkaar. Als het ooit weer tot een gewapend conflict komt, ligt Zuid-Korea in de vuurlinie, en het idee dat ín zo’n conflict een enkele kernbom wordt gebruikt is beangstigend.

Ook de angst in Japan is niet zo vreemd. Dat land ligt niet zo ver weg, een Noordkoreaanse raket is al eens in een mooie boog over Japan heen geschoten. Bovendien in Japan het enige land dat ooit twee van haar steden door atoombommen in de as gelegd heeft zien worden. Het bewustzijn van de verschrikking van een kernoorlog is daardoor onder veel mensen in Japan erg springlevend. Dat regeringen in de twee landen profiteren van dit soort angst, voor politiek gewin – om aandacht van corruptie of van de economische crisis af te leiden – doet aan de reden van die angst zelf niets af.

Maar de woede van de VS, van Groot-Brittannië, van andere grote mogendheden ademt huichelachtigheid. De Socialist Worker (UK) zegt dat zeer terecht, en legt het kort uit. De VS heeft zelf immense hoeveelheden kernwapens.  Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. Dat land is bezig met modernisering van zijn eigen met kernwapens uitgeruste Trident-onderzeeeërs. Beide landen zijn niet in de morele positie om Noord-Korea te verwijten dat het óók een kernwapen wil. De VS is ook nog eens het enige land dat ze ooit daadwerkelijk heeft gebruikt – tegen die twee Japanse steden, Nagasaki en Hiroshima.

Ook de woede van Frankrijk, Rusland en nu ook een beetje China is hypocriet, al die landen hebben zelf kernwapens. De afwijzing van Noord-Korea als nieuwe kernmogendheid is voor hen simpelweg het in standhouden van het voorrecht van de club die deze wapens al heeft. Noord-Korea mag gewoon niet bij die elite-club behoren, daar komt het op neer.

Wie zegt dat Noord-Koreoa maar oncontroleerbaar haar gang gaat, terwijl de grote kernmachten tenminste afspraken tegen verdere verspreiding (proliferatie) hebbeb gemaakt in een Non-Proliferatieverdrag, vergeet een kleinigheid. Noord-Korea is niet het enige land dat buiten die verdragsstructuur een kernmacht is geworden. Israël deed, aanvankelijk met Franse steun, later vooral met Amerikaanse rugdekking, hetzelfde.

En Israël heeft de ene na de andere aanvalsoorlog gelanceerd om haar macht uit te breiden, en ontpopt zich keer op keer als een buitengewooon agressieve mogendheid. Hetzelfde kan met geen mogelijkheid beweerd worden van Noord-Korea. Het regime van dit land onderdrukt haar bevolking, en dat is erg genoeg. Maar het idee dat het land her en der aan het veroveren slaat, is absurd. Hoe gevaarlijk een kernwapen in Noord-Koreaanse handen ook is, hetzelfde kernwapen in Israëlische handen is veel gevaarlijker. Maar  van Israël accepteren de mogendheiden het kernwapenbezit. Alleen aldaarom valt de afwijzing door  grote mogendheden van de Noordkoreaanse kern-ambitie niet bijzonder serieus te nemen.

Hier en daar zien we ook lachwekkende elementen in de bezorgdheid over Noord-Korea’s militaire machtsvertoon. Zo kregen we al eens te horen dat Noord-Korea een raket heeft afgeschoten die wellicht de Amerikaanse staat Alaska – een uithoek van de VS, op de step van Siberië en helemaal niet zo ver van Korea – zou kunnen raken. O Jee! Het Kwetsbare Amerika Bedreigd door het Machtige Noord-Korea!

Het klinkt misschien eng. Tot je bedenkt dat er geen stad, dorpje je of wat voor uithoek dan ook van Noord-Korea is die niet 24 uur per dag geraakt kan worden met een Amerikaanse atoombom of kernraket. Lange-afstands-raketten in de VS zelf, een militaire basis in Okinawa(bij Japan), een rond Korea varende vloot van Amerikaamse oorlogsschepen, plus wereldwijd rondvliegende bommenwerpers met de kernwapens paraat, staan daarvoor garant. De bedreiging van de VS door Noord-Korea is opgeklopte hype; de bedreiging van Noord-Korea door de VS is al sinds 1953 dagelijke realiteit.

De angst voor het Noordkoreaanse kernwapen is sterker opgeblazen dan die anderhalve kernlading zelf; de panische afwijzing ervan huichelarij in topvorm. Dat wil helemáál niet zeggen dat er geen échte redenen tot zorg zijn rond  Noord-Korea ’s nucleaire ambities.

In de eerste plaats bestaat er niet zoiets als een aanvaardbaar kernwapen. Atoomwapens zijn, wie ze ook gebruikt, een misdaad tegen de menselijkheid, tegen de toekomst van een leefbare planeet. Het maken van die dingen is een stap richting gebruik en is dan alleen al daarom verwerpelijk. Obama, Gordon Brown en hoe de machthebbers maar mogen heten, zijn ongeloofwaardig in hun afwijzing, omdat ze zelf aan het kernwapen verslaafd zijn. Het zijn alcoholisten die cocainesnuivers iets verwijten. Maar gewone mensen, waar ze ook wonen, hébben geen kenrwapens, en voelen zich bedreigd door het bestaan ervan. Dat er wéér een land zich van kernwapens voorziet, jaagt mensen angst aan. Díe angst, en de afwijzing die dááruit voortvloeit, is terécht.

Het Noord-Koreaanse kernwapen is bovendien ook nog eens diefstal. Slachtoffers van deze diefstal is de bevolking van het al straatarme land. Arbeiders en boeren in het land die voor een mager inkomen keihard moeten werden, zien de vruchten van hun werk verdwijnen in een gigantisch militair apparaat en nu dus ook in peperdure atoombommen. De prioriteit die de top van het land geeft aan militaire macht en nucleaire capaciteit, gaat ten koste van het levenspeil van de meerderheid van de bevolking. Het is een asociale prioriteit.

Wat drijft de Noordkoreaanse leiders deze kant op? Waarom kernwapens, en waarom juist nu deze stap? Er is al vele jaren een conflict rond het nucleaire potentieel van Noord-Korea tussen het land en de meeste grote mogendheiden (de VS voorop; China hield zich doorgaans wat meer afzijdig in het conflict). Noord-Korea bouwde een nucleair potentieel; deVS en andere staten isoleerden het land steeds verder. Af en toe waren er onderhandelingen waarbij de VW economische steun (m.n.rond energievoorziening) beloofde als Noord-Korea afzag van het streven naar kernwapens. Soms kwamen die onderhandelingen een eind, en in juni vorig jaar blies Noord-Korea een bij een  kerncentrale behorende koeltoren op, om te laten zien dat het land het meende.

Maar terwijl dit gaande was, ging de Westerse politiek van isolatie en druk door. De vorige president Bush zetten Noord-Korea op zijn fameuze lijstje van de As van het Kwaad. Het land stond op de lijst van terrorisme-steunende landen waar het pas kort geleden is afgehaald. Er is een verleden waarin Noord-Korea  3  jaar lang is platgebombardeerd, en de tientallen jaren erop met een Westerse boycot is geconfronteerd. Er is ook het feit dat Noord-Korea er met het wegvallen van de Sovjetunie en het veranderen van China van een Stalinistische in een neoliberale dictatuur steeds meer alleen voor stond. En er is het sowieso Stalinistische en extreem-nationalistische karakter van het bewind. Dat dit bewind in tijden van groeiend islolement koos voor eigen machts- en dreigmiddelen tegen een als boze buitenwereld ervaren omgeving, is niet onlogisch.

Het land had bovendien in Irak gezien hoe het afloopt als je olie hebt, maar geen massavernietigingswapens, al wordt je daarvan beschuldigd: je wordt binnengevallen en bezet. Dan kun je maar beter zorgen dat je wél massavernietigingswapens hebt. Daar was het land dan ook mee bezig, en daar gaat het kennelijk mee door.

Maar er ligt aan de huidige kernproef en wat eromheen gebeurt nog meer ten grondslag. Aanvankelijk overheerste het gevoel dat Noord-Korea met de kernproef de VS aanleiding wilde geven om iets inschikkelijker te onderhandelen. Zo van: als jullie dit echt niet willen, wees dan tegemoetkomend met olieleveranties, economische steun en het opheffen van ons isolement. Dat er meteen ook raket-proeven op volgden, geeft echter de indruk dat er meer aan de hand is. Het lijkt er wel degelijk op dat Noord-Korea daadwerkelijk een kernmogendheid wil zijn, en dat het haar kernbom als méér ziet dan als ruil-en onderhandelingsobject. En het land wil als kernmacht erkénd worden ook.

De keus daaarvoor, en vooral ook de timing, heeft vooral ook met interne verhoudingen te maken. De leider, Kim Young-Il, had onlangs ernstige gezondheidsproblemen. Er wordt nagedacht over zijn opvolging, waarvoor een zoon wordt klaargestoomd. Het Noord-Koreaanse stalinisme is immers, zoals ze weten, een familiebedrijf sinds de vader van de huidige Kim, de Grote Leider Kim Il-Sung, de tent runde. In die opvolging is de steun van de militairen onmisbaar. Groen licht voor militaire opbouw, inclusief kernwapen, zou in deze theorie een middel zijn om de familie en de mensen eromheen van deze steun te voorzien. Tegelijk zou de kernproef als een middel gezien kunnen worden om de steun onder de bevolking voor het bewind te verstevigen. Nationale grootheid, onderbouwd door imposant machtsvertoon en bommen, zou welliswaar niet de magen vullen maar wel de harten kunnen doen zwellen van nationale trots.

Als dit soort analyses hout snijden – en het valt niet mee om in de binnenkant van het bewind te kijken – dan is er voor de huidige internationale paniek weinig tot geen reden. Sterker: de felle reacties spelen alleen maar diegenen in Noord-Korea in de kaart die voor een harde lijn kiezen: ‘Zie je wel!We worden door iedereen bedreigd! Alleen onze bom kan ons redden!’ En zo kan, wat feitelijk een product is van binnenlande machtspolitiek, makkelijk uit de hand te lopen tot een wel degelijk doodeng internationaal conflict.

Ook ik hield heel even mijn adem in toen ik las dat Noord-Korea “zich niet gebonden” acht aan de wapenstilstand (zoals die sinds 1953 van kracht is).  Daarmee reageert het land op de stap van Zuid-Korea om deel te nemen aan een door de VS geleid initiatief ter bestrijding van de verbreiding van massavernietigingswapens. Noord-Korea noemt die stap “een oorlogsverklaring”. Dat mogen we een overdrijving vinden, maar wie bedenkt dat het bestrijden van massavernietigingswapen de dekmantel was voor de aanvalsoorlog van de VS tegen Irak, zal  de Noordkoreaanse houding niet als volstrekt omnzinnig van tafel kunnen vegen.

Nee, ik denk niet dat Noord-Korea haar machtsvertoon en haar stevige taal gaat omzetten in daadwerkelijke militaire actie. Het land weet ook dat het Amerikaanse antwoord allesvernietigend zou zijn, en Noord-Korea wordt geleid door calculerende machtspolitici, niet door suicidale gekken. Maar met de oplopende spanning is een incident gauw ontstaan, en een nerveuze reactie daarop kan tot een onbeheersbare escalatie leiden met akelige gevolgen.

Wie de vrede in die regio wil helpen bewaren moet dan ook eisen dat in reactie op Noord-Korea’s heilloze stap de schille toon en de dreigende houding die Westerse, en nu ook Chinese leiders, hebben ingenomen, wordt lósgelaten. Die toon en die houding maken immers het gevaar groter dan het is. Een rustige afwijzing van Noord-Korea’s stappen, gecombineerd met een onwrikbaar en actief nee tegen kernwapens véél dichter bij huis (ze staan vrijwel zeker in Volkel, Noord-Brabant!) is veel meer op zijn plek.