Koopkrachtplaatjes kun je niet eten

26 mei, 2012

zaterdag 26 mei 2012

Het bezuinigingsakkoord dat vijf partijen hebben gesloten om koste wat kost op tijd aan de 3-procents-begrotingsnorm te voldoen, lig er. Opvallend is hoeveel nadruk er in diverse media gelegd wordt op de mate waarin het nog erger had gekund voor mensen met weinig geld. Opvallend is ook hoe zeer daarbij de indruk wordt gewekt dat het akkoord dat de gedoogcoalitie vrijwel rond had, veel erger zou zijn geweest. Het beeld dat er zo ontstaat en door politici ook wordt gepusht: het valt allemaal nog al mee. Het beeld kan alleen standhouden dor belangrijke zaken over het hoofd te zien, te bagatelliseren of naar de achtergrond te duwen. Het akkoord heeft accenten verlegd vergeleken bij het bijna-akkoord van de gedoogcoalitie. Maar het is evengoed een asociaal akkoord, dat fel verzet extra vereist maakt. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Grappig en wrang: cijfers aan vooravond Prinsjesdag

13 september, 2011

dinsdag 13 september

Grappig is het, deze dagen voor Prinsjesdag. Grappig en wrang. Ik doel op allerlei cijfers die uitlekken zo vlak voordat het roverskabinet-Rutte haar begroting en bezunigingen bekend gaat maken via de goedbetaalde buikspreekster Beatrix. Jawel, er zijn alweer ‘tegenvallers’ . Blijven lachen blijft  echter het devies – voor de grijnzende ministers, maar ook voor de mensen die door hen als slachtoffers worden aangewezen maar die rol maar eens moeten gaan weigeren. Door het gegoochel met cijfers heenkijken is van die weigering een niet onbelangrijk onderdeel. Lees de rest van dit artikel »


Looneisen en vakbondsmotieven

1 september, 2010

FNV Bondgenoten overweegt om voor komend jaar een looneis te stellen die boven de geschatte inflatie uitkomt. Met dat voornemen komt Henk van der Kolk, voorzitter van die vakbond, althans. Zo’n looneis zou dan enige verbetering van koopkracht betekenen, hetgeen op zichzelf hoogst welkom is. Maar de redenering waar de vakbondsbestuurder mee komt is gevaarlijk systeembevestigend.

Wat is die redenering? Het gaat bij van der Kolk niet zozeer om verbetering van het levenspeil van arbeiders als waardevol doel op zichzelf. Het gaat hem om verhoging van inkomens, zodat mensen meer geld gaan uitgeven, zodat de vraag groeit, de industriële bedrijvigheid toeneemt en de crisis zodoende wordt bestreden. Het gaat hem om crisisbestrijding in klassiek Keynesiaanse zin. Als het aandeel van het totale inkomens dat naar lonen gata, te laag blijft, dan gebeurt volgens hem, het volgende. “Dat leuidt tot vraaguitval, en dus productiedaling. Dat betrekent weer minder werk, meer werkloosheid, lager loon, etc.. En juist omdat juist in crisistijd mensen voorzichtiger worden, minder uitgeven en meer sparen, wordt dit effect alleen maar versterkt.” Om dit te doorbreken moeten de lonen dus omhoog.

De redenering op zichzelf ios geen volledige onzin: als mensen meer in hun portemonnee krijgen,kunnen ze meer uitgeven, hetgeen klandizie voor bedrijve, afzetgroei, betekent. Wat verkocht wordt, moet eerst worden vervaardigd, dus afzetgroei betekent een aanmoediging van productie, investeringen en dus werkgelegenheid. dat klopt op zichzelf. Maar de redenering bevat wel haken en ogen.

In de eerste plaats: de groeiende vraag gaat niet persé naar in Nederland vervaardigde producten en diensten. Veel consumptiemiddelen worden geïmporteerd uit andere landen. Een één-op-één-verband aannemen tussen hoger loon, hogere uitgaven, en groeiende investeringen, allemaal in Nederland, is een simplificatie.

In de tweede plaats is er, vanuit kapitalistische logica geredeneerd, veel te zeggen voor lagere lonen. Die betekenen immers kostenbesparing voor ondernemers, en daarmee meer winst en een sterkere concurrentiepositie. En zo goed als loonsverhoging niet persé ten goede komt aan de afzet van bedrijven in Nederland, zo goed is loondaling ook niet persé schadelijk voor de afzet van speciaal Nederlandse bedrijven. De bedrijven die van zulke loondaling profiteren, produceren zelf immers voor een aanzienlijk deel ook voor de export. Dat arbeiders in Nederland minder geld hebben, raakt hen maar matig, die arbeiders vormen immers sowieso al niet de klanten van zulke bedrijven.

Het ghele Keynesiaanse verhaal ‘loonstijging leidt tot productiegroei, loondaling tot inzakkende vraag en dus productiedaling’ geldt dus abstract gesproken wel – maar het ziet over het hoofd dat er sprake is van nationale, concurrerende, economieën. Loondaling hier kan leiden tot vraaguitval hier, maar misschien wel vooral daarginds, loonstijging hier kan leiden tot groeiende vraag elders, wellicht wel meer dan hier. Een één-op-één verband, nogmaals, hoeft er bepaald niet te zijn.

Er is echter een nog veel fundamenteler probleem in de hele redenering. De argumentatie maakt het welbevinden van de kapitalistische economie tot uitgangspunt, tot doel. Daarmee open je de deur voor nare precedenten. Misschien is nu loonstijging goed voor ‘de economie’. Maar als morgen juist loondaling goed is voor ‘de economie’, accepteerT FNV Bondgenoten dat dan ook? Door aldus te redeneren  – en helaas, vakbondsbestuurders redeneren inderdaad zo – wordt economisch succes in kapitalistische termen vakbondsdoel, en looneisen slechts een middel daartoe. Het laat de rol zien van vakbonden in de kapitalistische maatschappij: het zijn krachten die meehelpen de economie – de kapitalistische economie – gezond te houden of te krijgen, in kapitalistische termen.

Soms horen we binnen dezelfde vakbond andere motieven voor looneisen. Enkele weken eerder kwam in het nieuws dat dezelfde Van der Kolk van dezelfde FNV Bondgenoten een looneis wil die minstens de inflatie bijhoudt en dus koopkrachtbehoud betekent. Dat is nog erg magertjes: arbeiders máken en dóén in de kern alles wat iets opbrengt, ze hebben gezamenlijk recht op de totale opbrengst – en op de rechtstreekse zeggenschap over de fabrieken en kantoren weaar dat alles wordt vervaardigd. Een loonstijging die de inflatie niet alleen bijhoudt, maar veruit overtreft – een echte flinke inkomensstijging dus – is tegen die achtergrond sowieso al redelijk. Maar het is in ieder geval beter om een – zelfs magere – looneis te motiveren vanuit het doel van koopkrachtbehoud dan met een verhaal  waarin niet het inkomen en welzijn van arbeiders centraal staat, maar de gezondheid van ‘de economie’.

Veel belangrijker nog dan de precieze overwegingen van een vakbondstopman als Van der Kolk is echter de houding van arbeiders – vakbondslid of niet – zelf. Wil er iets van serieuze looneisen terechtkomen, dan zullen die arbeiders zelf  eisen moeten formuleren, naar voren brengen – en er samen voor vechten. Niemand gaat iets voor ons binnenhalen, arbeiders doen het uiteindelijk zelf – of niet. Schoonmakers in actie lieten eerder dit jaar zien dat het kan.


Tariefstijging OV asociaal plan

11 september, 2008

Prinsjesdag en de nieuwe begroting werpen hun schaduw alweer vooruit. Het regent koopkrachtplaatjes en  speculaties over wie er wat op vooruit gaat en wie achteruit. Ga er maar vast van uit dat het tegevalt – de echte gevolgen van de economische crisis hebben Nederland nog maar nauwelijks bereikt, en dus  heeft het gangbare antwoord van regeringen – bezuinigen – nog niet de volle scherpte bereikt.

Intussen meldt Wouter Bos, minister van financiën en tevens hoofd van de PvdA, dat de meeste mensen geen koopkrchtverlies zullen lijden volgens de berekeningen van de regering. Maar vooral ouderen zullen toch geraakt worden door bezuinigingen op bijzondere ziektekosten. En waar mensen met een modaal inkomen er twee procent op vooruitgaan, daar blijven ouderen met een klein pensioentje en alleenstanden met een minimum-uitkering steken op nul. Juist degenen met bijna niets blijven zitten waar ze zitten met bijna niets.

Laat dit nu bij uitstek mensen zijn die een behoorlijk en betaalbaar openbaar vervoer nodig hebben om ergens te komen. Vaak  mensen met te weinig geld voor een auto, en voor ouderen is fietsen, zeker voor grotere afstanden, ook niet echt een optie. Een betaalbare bus- en treinverbinding is wel het minste waar zij – en wij allemal – recht op hebben. Juist déze groepen – nogmaals, groepen die op de nullijn blijven steken terwijl anderen er iets op vooruitgaan – zijn extra de dupe van de forse prijsstijging in het OV waar de regering mee instemt. Tram en bus mogen 4,5 procent duurder worden van staatsecretaris Huizinga, een kleine meerderheid in de Tweede Kamer steunt dit asociale plan.

Dit soort dingen die het leven teeds duurder maken – en niet de looneisen van vakbonden die arbeiders tegen de steeds hogere kosten van levensonderhoud trachten te beschermen – jagen de inflatie verder op. Dat  bestuurders van vakbonden tegen die achtergrond zelfs maar serieus over loonmatiging willen práten is eigenlijk te beschamend voor woorden.