Egypte: twee contrarevoluties tegen één revolutie

25 augustus, 2012

zaterdag 25 augustus 2012

In Egypte vonden weer eens demonstraties plaats tegen de zittende macht. Een paar duizend mensen kwamen op de been in Cairo, terwijl ook in Alexandrië mensen betoogden, ongeveer duizend. In die stad vielen mensen, gewapend met messen en stokken, de demonstranten aan. In Cairo gooiden betogers en tegenbetogers met stenen naar elkaar. Aljazeera maakte melding van 14 gewonden. Noch de demonstranten, noch ook de tegenbetogers verdienen erg veel waardering, zoals een brokje analyse van de achtergronden laat zien. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Egypte: militaire machtsgreep, verkiezingen, ontsporing bij links

17 juni, 2012

zondag 17 juni 2012

Egypte zit in de tweede dag van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Die vinden plaats in een context die een vrije uiting van politieke keuze tot een aanfluiting maakt. In de eerste plaats zijn er de twee kandidaten, die twee vleugels van de contrarevolutie vertegenwoordigen. In de tweede plaats zijn er de maatregelen van de militaire leiding die openlijk vestigt wat het op wat versluierde wijze aldoor al was: een militaire dictatuur. Verzet op straat was er vrij snel, maar niet met de noodzakelijke omvang en felheid. Lees de rest van dit artikel »


Egypte: impasse vol tegenstrijdigheid

5 februari, 2011

De dag van vandaag was iets minder dramatisch dan de voorafgaande dagen van bittere confrontatie, van de angst en verschrikking van woensdag naar de de explosie van euforie van afgelopen vrijdag. Er is een impasse ontstaan, maar tegelijk beweegt er wel van alles. Demonstranten kunnen goeddeels hun gang gaan op het Tahrir-plein. Maar het leger stelt grenzen. John Leyne, van de BBC, typeert de houding van hogerhand als volgt: “De strategie lijkt er nu op gericht te zijn om het protest met vriendelijkheid te doden. De autoriteiten hebnen rubberkogels geprobeerd, charges met knuppels, en – dat vermoeden velen – betaald tuig, en niet heeft gewerkt. Dus nu zeggen ze: Het is OK, je kunt protesteren zo lang als je wilt.” Dat hetn tuig van hogerhand – door de staatspartij NPD en bijbehorende zakenlieden – betaald is, dat is natuurlijk veel meer dan een vermoeden. Maar dit hier even terzijde, de schets die Leyne geeft van de aanpak van autoriteiten lijkt me verder best goed.

Een andere BBC-er, Tim Wilcox, analyseert: “de stemming onder de demonstranten zou kunnen veranderen. Sommigen zoudengenoegen kunnen nemen met wat er al behaald is, en nu niet gana voor een volledige overwinning. Als dat gebeurt, dan kan het er op yuitdraaien dat de kern van de demonstranten ge-kettled wordt door veiligheidstroepen op het Tahrir-plein, terwijl de autoriteiten proberen de dingen elders terug naar normaal te krijgen.” Dat is precies één van de dingen die te vrezen valt, nu de demonstranten enerzijds krachtig blijven, anderzijds hun directe doel niet hebben bereikt. ‘Kettle’ is trouwens de aanduiding voor het verschijnsel dat politie groepen demonstranten langdurig insluit met grote aantallen agenten. Het is een politietactiek die we in Londen vorig jaar herghaaldelijk aan het werk hebben geziien, tijdens studentendemonstraties. Toen moesten betogers die ge-kettled waren uren en uren in de kou staan zonder dat ze weg konden. Het komt neer op arrestatie in de open lucht, zonder zelfs maar zoiets als een arrestatiebevel.

Terug naar Cairo. Het streven vanuit bewind en leger is inderdaad gericht op ‘normalisering’, maar, aldus BBC-verslaggever Paul Danahar, allemaal in hetzelfde BBC-liveblog trouwens: “Winkels zijn open, koffiehuizen puilen uit met mensen die praten over de gebeurtenissen van de afgelopen week. En ze praten allemaal vrijer en opener dan ze 10 dagen geleden het gevoel hadden te kunnen doen. Het leven keert terug naar normaal – maar na de priotesten betekent ‘normaal’ in Cairo iets anders.” Dát is een resultaat van elf dagen revolutie dat niet zomaar uit te vlakken is, en het is van grote waarde. Revoluties beogen het veranderen van machtsaverhoudingen. Maar revoluties veranderen ook de mensen zelf die er in betrokken zijn. Het maakt mensen sterker, zelfbewuster, rijper voor de vrijheid waar ze tegelijk voor vechten.

Intussen is de vasthoudendheid van veel demonstranten evident. Ze zijn duidelijk niet van plan genoegen te nemen met minieme veranderingen en mooie woorden. “Wij willen van kanker afkomen, maar ze geven ons aspirines”, zegt een demonstrant, op de BBC. “We horen de verhalen dat de aandelenbeurs weer open gaat, en dat iedereen weer terug naar het werk gaat – maar dat raakt ons niet – we blijvenb hier op het Tahrir-plein. We blijven om het plein te verdedigen” , vertelt Nora Shalaby, demonstrante, op de BBC. Nog een andere betoger: “Het bewind speelt de economische kaart uit. Ze zeggen dat mensen geld verliezen, dat ze hun loon niet krijgen, enzovoorts. Ja, dat zijn verliezen maar dat is de prijs die we moeten betalen voor drie decennia van passiviteit”. Van die 30 jaar passiviteit heeft hij zelf de helft meegemaakt, hij is vijftien jaar. De aandelenbeurs gaat trouwens maandag nog niet open, zoals eerder wel was gepland. Helemaal voorspoedig gaat die ‘normalisatie’ niet.

Volharding is er dus, maar hoe moet het verder? “Sommige mensen krabben zich op het hoofd en vragen zich af wat ze nog meer kunnen doen om de president duidelijk te maken dat ze hem niet willen.” Dat schrijft Aljazeera op haar liveblog van 5 februari. Het tekent twijfel over de vraag wat nu, maar ook resten van het idee dat het er vooral om zou moeten gaan om de president iets te laten zíén. Het gaat er echter om, niet enkel luid en massaal te zeggen dat Mubarak weg moet, maar om hem daadwerkelijk te verdrijven.

Een dokter zei een dag eerder, vooruitblikkend op wat er zaterdag zou kunnen gaan gebeuren heel terecht: “Dit is nu een revolutie, en als we halverwege stoppen, dan zullen er velen van ons sterven.” Inderdaad. Revoluties maken de machthebbers boos en nerveus; als ze niet doorzetten, dan nemen die machthebbers braak, schakelen mensen die ze als gangmakers en sleutelfiguren zien gewelddadig uit, en jagen er met bloedvergieten zodanig de schrik in dat mensen herhaling voor lange duur wel uit hun hoofd laten. Dat maakt de trend in de demonstratiesvan de laatste dagen – demonstranten die het plein in handen hebben en houden, maar verder afwachten tot Mubarak vertrekt – zo hachelijk.

Dat wil echter niet zeggen dat de machthebbers gaan slagen in hun aanpak van laat-ze-maar-demonstreren-daar, we-wachten-tot-ze-er-genoeg-van-krijgen, ook gaat werken. Enkele dingen maken dat onwaarschijnlijk. Om te beginnen zijn er kennelijk krachten in het bewind die dat gedult niet kunnen of willen opbrengen. Zij kunnen precies weer het soort aanvallen op demonstranten herhalen waardoor het verzet juist weer feller wordt., en herhaling is niet uitgesloten. Dat gebeurde woensdag en donderdag ook In tegsenstelling tot mijn indruk van gister is er die dag trouwens toch ook weer een ‘pro-Mubarak-betoging’ geweest, met enkele duizenden deelnemers. Was het geld in de kas van de staatspartij NDP toch nog niet helemaal op of zo?

Het gevaar komt intussen ook van het leger zelf. Dat wil kennelijk de normalisering in de versnelling gooien, en probeert stukken van het Tahrir-plein vrij te maken. Dat gaat met een oproep een commandant: “Jullie hebben het recht om je te uiten, maar red van wat er nog van Egypte over is. Kijk om je heen. We moeten de weg vrijmaken, we moeten ervoor zorgen dat het verkeer weer door Tahrir kan stromen. De mensen kunnen op Tahrir blijven, maar niet op de weg. We willen de mensen weer aan het werk hebben en we willen dat ze betaald krijgen, we willen dat het lijt weer normaal wordt.” Aldus het Guardian liveblog, 5 februari. Als zo’n aanpak werkt, dan is het gevaar levensgroot dat er over drie dagen nog 5.000 mensen op een half plein zitten, terwijl overal elders het leger – en hier en daar de Mubarak-knokploegen/ veiligheidsagenten – de baas is op straat. En als dán de veilgheidstroepen een aanval openen…

Maar de aanpak werkt niet zonder slag of stoot. Het EA Worldview liveblog heeft interessante informatie erover. Mensen weigeren, zeer verstandig, om barricades op te heffen, gaan in flinke aantallen voor en om een tank zitten zodat die geen kant op kan zonder over mensen heen te rijden en dergelijke. Demonstranten staan nu frontaal tegenover soldaten. De illusie dat het leger de bondgenoot is van de vrijheidsstrijd krijgt weer een wrange knauw. Het leger is er voor de orde – haar eigen hiërarchische orde, en de orde van een bewind dat wellicht Mubarak op wil offeren, maar daarmee nog niet de deuren open wil zetten voor diegaander veranderingen. Het handhaven van barricades door betogers is dan ook wijsheid – tegen dat leger, maar ook tegen het soort aftocht van het leger dat de deur voor Mubarak-bendes weer kan openen.

Demonstranten blijven dus alert, vasthoudend, strijdlustig. Dat geldt niet voor meer gevstigde oppositiekrachten. “Een vooraanstaand lid van de Moslim Broederschap die deelnam aan de bezetting…” (van het plein, PS)“… probeerde de overwegend jeugdige betogers om het leger in de gelegenheid te stellen om door te gaan met het afbreken van de barricade, maar werd weggejoeld.” Het is al vaak gezegd, en het dient er steeds weer te worden ingerámd: dit is niet de revolutie van politici en partijen, dit is niet de revolutie van de Moslim Broederschap. Jonge opstandigen verdedigen hun strijd – tegen politie en soldaten, maar desnoods dus ook tegen politieke krachten de zaken naar hun hand proberen te zetten.

Dit verdedigen van hun impliciet autonome strijd door deelnemers in de frontlinie, juist tegen mensen die zich als medestanders presenteren maar ook een eigen politiek spel spelen geeft de protesten refolitionaire kracht. Die autonome strijdbaarheid versterken wordt steeds belangrijker. De fase waarin arm en rijk, hoog en laag, gevestigde oppositiegroepen en radicale onofficiële netwerken zij aan zij staan tegen Mubarak, loopt ten einde. De zoektocht van gevestigde politici – ElBaradei, Broederschap, Nour, Moussa – naar een soort diplomatieke oplossing, het streven naar een overgangsbewind, is in volle gang. Dat getouwtrek maakt de deelnemers aan het straatprotest tot toeschouwers, tot drukmiddel eventueel, gehanteerd door politici om Mubarak duidelijk te maken dat hij echt beter kan gaan. ‘Realistische’ overwegingen vieren daar hoogtij. Intussen maken demonstranten met een spandoek en een leus waar het hen om gaat: “Wij eisen een einde aan het regime” – niet alleen aan het presidentschap van Mnubarak, maar aan de hele groep machthebbers om hem heen, de structuren waarvan hij zich bedient om zijn macht te houden en de bevolking te vertrappen.

Revolutie op straat loopt steeds duidelijker niet synchroon met de weg van de gevestigde oppositie die aan de kracht van de revelutie echter wel haar positie mede ontleent. Immers, zonder de felle straatprotesten zat de Broederschap nog steeds half ondergronds, en lette er amper iemand op ElBaradei. Dit soort leiders zijn echter tegelijk voor die revolutie een groot gevaar, terwijl ze tegelijk hun huidige rol ook aan de revolutie hebben te danken. Dat zien we aan de houding van Moslim Broeders tegen barricadeverdedigers; we zien het ook aan de openingen tot overleg die uit gevestigde oppositiekringen richting krachten in het regime wel degelijk worden geopend. Dat de 6 April Jeugd Beweging, gangmaker van de aftrap van de opstand op 25 januari, vorige week deel is uit gaan maken van een overleg met ElBaradei en de Broederschap, bijna een voorlopige-regering-in-wording, is tekenend en niet zo mooi. Zo worden ook krachten die echt bijdroegen aan de opstand, meegezogen in de logica van gevestigde, en waarschijnlijk slechts voorlopig oppositionele, politiek.

Maar strijdlustige, volhardende vastberadenheid op dat plein alléén gaat geen doorbraak forceren de goede kant op. Van de gevestigde politici moet de revolutie het dus niet hebben, van steun van Westerse regeringsleiders evenmin. Een woordvoerder van de VS heeft vandaag duidelijk gemaakt dat Mubarak wat de VS betreft nog even mag aanblijven, om zelf de overdracht aan de top in orde te maken. Angela Merkel vindt intussen dat verkiezingen in Egypte geen haast hebben. De Westerse machten willen geen vrijheid en rechtvaardigheid voor mensen in Egypte. Die machten willen rust en stabiliteit – en zijn als de dood dat een snelle val van Mubarak mensen in andere autoritaire pro-Westerse staten aanmoedigt om het óók te proberen. Bovendien is Mubarak een bondgenoot van Israel, en vreest zowel israel als de VS dat een opfolger wel eens minder positief tegenover de Egyptisch-Israelische vrede zou kunnen staan. Hopen dat Westerse staten de volksopstand in Egypte te hulp zullen komen, is hopen dat dodelijke vijanden zomaar goede vrienden van vrijheid en rechtvaardigheid worden.

De krachten die de revolutie verder vooruit helpen, zitten heel ergens anders. Die krachten worden gevormd, niet enkel door demonstranten en potentiële demonstranten, maar ook door arbeiders met hun wapen: de staking. In diverse uitspraken die ik heb aangehaald, werd gesproken van hervatting van het werk, het streven dat mensen weer loon ontvangen en dergelijke. Dat wijst erop dat het werk inderdaad heeft stilgelegen. Was dat enkel vanwegede ontwrichting, door de straatgevechten, door verwoesting en plunderingen, door het dagenlang stilleggen van het internet? Of was er ook sprake van staking uit protest? Afgelopen dinsdag, de Dag van Woede, was immers ook uitgeroepen als begin van een algemene staking voor ionbepaalde tijd. Over deelname aan die staking is erg weinig te vinden. Ongetwijfeld zijn heel veel mensen de afgelopen week niet naar het werk geweest omdat ze deelnamen aan demonstraties, soms dag na dag.

Maar in hoeverre zijn mensen ook bewúst van hun werk weggebleven om daarmee druk uit te oefenen, of minstens als daad van protest? Het is een belangrijk punt. Gerichte, zelfbewuste stakingsactie kan druk op het bewind zetten die alleen straatactie niet kan. Gezien de urgentie die het Gezag kennelijk voelt om het ‘normale leven’ weer op gang te brengen, zit precies dáár een gevoelige zenuw. Doorgaan met demonstreren is deel van het gaande houden van de revolutie. Staken om de macht te helpen vallen geeft die revolutie echter een grotere, diepere en noodzakelijke kracht.


Egypte: revolutie in gevaar

2 februari, 2011

Een akelige wending vindt vandaag plaats in de botsing tussen de opstand tegen Mubarak enerzijds, en zijn aangeslagen maar níét verslagen, schrikbewind. Forse groepen  – zeg maar gewoon knokploegen van Mubarak-aanhangers, al dan niet rechtstreeks politie-provocateurs en dergelijke – hebben de demonstranten aangevallen, soms te paard of op kamelen. Demonstranten vechten terug, maar verliezen langzaam terrein. Het vindt plaats op en om het Tahrir-plein, waar gisteravond de feeststemming omsloeg naar frustratie en woede toen Mubarak bekendmaakte dat hij zijn ambtstermijn gewoon tot september uit wilde zitten.

De Egyptische revolutie is sinds gisteren al in een zeer moeilijke fase beland. Vandaag wordt duidelijk hóé moeilijk. Gisteren vond de muiljoenenmars plaats. In CaIro waren honderdduizenden bijeen, misschien inderdaan meer dan een miljoen, misschien inderdaad twee miljoen zoals Aljazeera zei. In andere steden waren eveneens menigten van honderdduizenden samengestroomd. Maar… waar bleef de miljoenenmárs? Het leger had de toegangen naar het presidentiële paleis verregaand geblokkeerd. Na enige onduidelijkheid zagen demonstranten af van een mars naar dat paleis. Dat betekende dat de revolutie feitelijk een tactiek koos van defensief afwachten. ‘Wij gaan niet weg zolang Mubarak blijft!’ Veel demonstranten zeiden zoiets. Maar door af te zioen van een offensiever houding, kreeg het bewind een adempauze. Gezegd moet helaas worden dat het regime de haar gegunde tijd uitstekend wist te benutten.

Eerst kregen we ’s avonds die onwerkelijke speech van Mubarak. Hij blijft tot september, maar beloofdt wel obstakels voor open verkiezingen weg te nemen, en meer fraais. Heel veel demonstranten hoonden zijn opstelling weg, en terecht. Maar de toespraak gaf tegelijk handvaten voor mensen die Mubarak wel weg wilden hebben, maar de onrust en de overlast, het geldtekort en de snel oplopende voedselprijzen, steeds meer tegen begint te staan. Bij die mensen kreeg je de houding van ‘hij gáát nu toch weg? Laten we nu maar weer gewoon gaan doen met z’n allen’. En precies bij déze angst voor ‘chaos’ kan succesvolle contrarevolutie prima aanhaken.

De dag van vandaag kwam met een oproep vanuit het leger die hier naadloos bij aansloot. Mensen, jullie hebben jullie punt gemaakt. Wordt het nu niet tijd om het dagelijks leven te hervatten? Dat was de strekking. In de loop van de dag kwamen er intussen steeds meer berichten dat er pro-Mubarak-betogingen gaande waren, in Cairo en ook in Alexandrië waar gisteren de spanning al om te snijden was. Nu hebben de aanhangers van het bewind dus gewelddadig de aanval geopend. Demonstranten verdedigen zich, maar hun positie is niet gunstig, met overal het leger in de buurt dat de aanvallers de ruimte geeft. De aanvallers kwamen met bussen naar het plein, een teken van organisatie, van regie, die zonder staatssteun in deze context moeilijk denkbaar is.

De opstelling van dat leger wordt nu ook ineens een stuk duidelijker. Gisteren maakte het leger twee dingen duidelijk aan demonstranten: ‘wij gaan in principe niet hard tegen jullie ingrijpen, wees niet bang’, maar ook: 2. ‘jullie gaan niet naar het paleis’. Vandaag is de militaire opstelling formeel vrijwel hetzelfde. Het leger grijpt nog steeds niet in tegen de demonstranten. Dat laat het leger namelijk over aan mannen op paarden en kamelen, aan de knokploegen van Mubarak, die vandaag gewoon hun gang mogen gaan van militairen. Oppositiegroepen zeggen dat het onder meer gaat om veiligheidstroepen, en er wordt rekening mee gehouden dat de oproeprpolitie er ook nog aan kan komen. Soldaten manen om kalmte maar doen niets. En kennelijk is groepen Mubarak-aanhangers ook weinig in de weg gelegd toen zijn hun straatacties voorbereidden, eerder op de dag of van te voren. Dat was met de miljoenenmars van gisteren wel anders. Die werd in de aanloop op allerlei manieren gedwarsboomd.

Dat een mars richting paleis  niet eens is geprobeerd, was al een tactische overwinning, voor het leger en voor Mubarak. Het liet zien dat de staat nog steeds in staat is om grenzen te stellen aan het initiatief van de demonstrantebn, met hoeveel ze ook zijn. De dagen ervoor was van dit vermogen van staatswege weinig meer te bespeuren, maar het is er dus nog wel degelijk. Simon Tiswall schetst een analyse van de aanpak van regime: een strategie van afwachten-tot-betogers-moe worden, en intussen achter de schermen heel bedaard Mubarak vervangen, maar met zo min mogelijk afbreuk aan het bewind. Op het plein gaan zitten en wachten tot Mubarak vertrekt is precies níét hoe je zo’n strategie het beste tegenwerkt. Integendeel: protestbewegingen die op pleinen plaatsnemen tot ze hebben gewonnen, verliezen het initiatief en tekenen als dit te lang aansleept, daarmee hun doodvonnis. 

Hier zijn voorbeelden van. De studenten en hun sympathisanten in 1989 China hanteerden geoddeels deze aanpak, en werden uiteindelijk hardhandig verdreven en verslagen. De oppositionele Roodhemden in Thailand bezetten vorig jaar wekenlang een stuk binnenstad van Bangkok. De regering wachtte, dreigde, en wachtte nog wat langer – en verdreef uiteindelijk de betogers. Om een regime te verjagen is een áánval nodig. Dat is riskant,  jazeker: een mars op het presidentiële paleis hád het leger kunnen bewegen om het vuur te openen. Maar anderhalf miljoen mensen die de weg weten, zijn niet meer met tanks tegen te houden. Het is trouwens zeer de vraag welke kant heel veel soldaten zouden hebben gekozen, als de demonstranten tot de aanval, tot een optocht richting Mubarak’s paleis, waren overgegaan. Op een plein plaatsnemen en genieten van de euforische festivalstemming die tijdelijk onstaat als mensen zien met hoe veel ze zijn, daar is voor korte tijd niets mis mee. Maar een winnend recept is het niet.

De aanpak vanuit demonstranten laat zien dat binnen de protestbeweging gematigde trends – verbonden met ElBaradei, de Broederschap en andere, onderling samenwerkende oppositiegroeperingen – invloedrijk zijn, tot schade van de revolutie. Deze mensen benutten het grootschalige straatprotest om druk op Mubarak uit te oefenen.  Net als Mubarak, en net als inmiddels ook Obama, willen ze een ordentelijke machtsoverdracht. Alleen zien deze oppositiegroepen in dat daarmee niet tot september moet worden gewacht. De volksopstand zou in de tussentijd namelijk wel eens vleugels kunnen krijgen, en een diepere revolutie kunnen worden vanuit vooral de arme meerderheid tegen bewind én tegen de rijke toplaag met wie mensen als ElBaradei zelf nu juist verbonden is.

De gevestigde oppositie wil geen revolutie, maar een machtswisseling, leidend tot een iets democratischer en wat minder corrupt bestuurssysteem. In zo’n aanpak past het prima om demonstranten te laten wachten op een plein, terwijl achter de schermen druk wordt overlegd tussen politici, generaals en Amerikaanse diplomaten. Een actievere aanpak, een optocht om de president daadwerkelijk ten val te brengen, kan dit subtiele spel doorkruisen. Het is een aanpak voor revolutuionairen, niet voor ElBaradei, deze heer van stand, verdwaald in revolutieland.

Hoe nu verder? meerdere vragen zijn nu van belang. Slagen demonstranten erin zich effectief tegen Mubarak-bendes en veiligheidstroepen te verdedigen? Zo ja, dan heeft het bewind wéér een troefkaart uitgespeeld zonder succes, na de door demonstranten zo succesvol afgeslagen politieaanvallen van vorige week, en na de mislukte poging tot intimiderend militair machtsvertoon van afgelopen dagen. In dat geval kan het protest alsnog verder aanzwellen, en komt de aangekondigde mars op het presidentiële paleis voor komende vrijdag weer in beeld.

Maar als de Mubarak-knokploegen de overhand krijgen, ziet het er grimmig uit. Dan herwint het bewind de greep op de straten van Cairo. dan kan Mubarak, de mensen om hem heen én de door revolutieangst verlamde staatshoofden en regeringsleiders, van Washington via Londen tot tel Aviv en Ryaad, voor het eerst sinds meer dan een week opgelucht ademhalen. Het zou een trieste ontwikkeling zijn. In dat geval wordt het extra belangrijk om te kijken wat er intussen in andere steden gebeurt, met name ook in de industriecentral van de Nijldelta. Hoe staat het met de stakingsbeweging? Hoe sterk staat het straatprotest daar tegenover de staatsmacht en de Mubarak-aanhang? het zijn vragen waarop ik geen antwoord heb. Dat er gisteren juist ook in veel andere steden ook grootschalig is gedemonstreerd – een kwart miljoen in Suez (waar in totaal 600.000 mensen wonen); honderdduizenden in Alexandrië – laat zien hoe breed de revolutie is. Dit is niet te verslaan door enkel in Cairo de straten te laten heroveren  door knokploegen. De revolutie beleeft vandaag een ernstige terugslag, zoals je dat in elke grote revolutie wel te zien krijgt. Maar deze revolutie is allerminst voorbij.

(opm.: enigszins bijgeschaafd, 2 februari, 21.14)


Egypte: krachten in en tegen de revolutie

29 januari, 2011

Wat een enorme kracht heeft de Egyoptische revolutie in vijf dagen tijd weten te ontplooien! Vandaag zagen we wederom grote demonstraties, in Cairo, in Alexandrië, in Ishmalia, in Damanhour, in Suez. Het bewind breidde de avondklok verder uit, demonstranten negeren dat op grote schaal. De straatprotesten gaan door, en het effect vand de opstand groeit. Op meerdere terreinen zijn er in dit revolutionaire gebeuren belangrijke ontwikkelingen waar te nemen. We zien effecten op  het bewind, dat zichtbaar verzwakt. We zien effecten op staatsinstellingen, die zwaar onder vuur liggen, vaak letterlijk. We zien een revolutie die schérper wordt, radicáler, een revolutie in de diepte, niet enkel in de breedte.

Lees de rest van dit artikel »