Syrië, Turkije, oorlog

4 oktober, 2012

donderdag 4 oktober 2012

Hypocrisie, granaten en bommen, dat biedt het menu in Turkije en Syrië. Wat begon als volksbeweging, via opstand en gewapende strijd veranderde tot burgeroorlog tussen partijen waartussen het verschil in bruutheid steeds verder afnam, is inmiddels een internationaal conflict geworden, nu Syrische militairen granaten afvuurden op een dorp in Turkije, en Turkse militairen vergeldingsbommen lieten vallen op Syrische doelen. Juist mensen wiens hart ligt bij de geterroriseerde en en rechtmatig opstandige bevolking van Syrië, kunnen de politieke spelletjes van de zogeheten ‘vrienden van Syrië’, waaronder ook Turkije, maar beter doorzien en aan de kaak stellen. Een Turkse oorlog tegen Assad maakt Syrië niet vrij, en Turkije niet veilig. Lees de rest van dit artikel »


Protesten in Saoedi-Arabië: omvangrijk, belangrijk

12 juli, 2012

donderdag 12 juli

Al enkele dagen komen er berichten over omvangrijke protesten in Saoedi-Arabië. Ooggetuigenverslagen, foto’s en filmpjes duiden op duizenden, mogelijk tienduizenden betogers, op veiligheidstroepen die met scherp schieten, en op zeker drie doden. Vrijwel niets daarvan bereikt ons via gangbare Westerse media. Het betreft echter belangrijke ontwikkelingen, met potentieel grote gevolgen. Lees de rest van dit artikel »


Arabische Lente: maar weer eens een tussenstand

13 juni, 2012

woensdag 13 juni 2012

Dit artikel schreef ik voor de Doorbraak-website, waar het intussen al te lezen staat.

De euforische hoogtijdagen van de Arabische Lente zijn voorbij. De weken en maanden dat grote demonstraties in meerdere landen tegelijk regimes aan het wankelen brachten, dat er in steeds nieuwe landen, van Mauretanië tot Oman tot in buiten de Arabische regio, van Swaziland tot in de Kaukasus, de Kaukasus, protesten op gang kwamen… die weken en maanden liggen achter ons. Maar het proces zelf waar de protestgolf van januari -april 2011 een climax in waren, gaat nog steeds door. Degenen die de Arabische Lente afschrijven als wéér een mislukte aanloop naar fundamentele verandering, zijn voorbarig en nodeloos pessimistisch. In meerdere landen smeult het vuur, juist ook in landen waar de oude orde het stevigst in het zadel lijkt te zitten. Lees de rest van dit artikel »


Wapens voor Syrisch verzet: “uitstekend idee”?

25 februari, 2012

zaterdag 25 februari 2012

“Een uitstekend idee”. Zo noemde de Saoedische minister van buitenlandse zaken het idee om Syrische opstandelingen tegen het bewind van Assad wapens te gaan leveren. Dit inzicht spreidde de excellentie ten toon bij de bijeenkomst van regeringsfunctionarissen uit 70 landen over Syrië. Het gezelschap noemde zich voor de gelegenheid “vrienden van Syrië”. Ik wacht op de onthulling dat de topconferentie van Hitler en Chamberlain in 1938 zich “Vrienden van Tsjecho-Slowakije” noemde. Dat zou vrijwel net zo ‘toepasselijk’ zijn geweest. Maar aasgieren noemen hun overleg misschien wel vaker naar het dier in doodsnood waarop ze hun oogje hebben geworpen. Lees de rest van dit artikel »


Saoedi-Arabië, aan de vooravond van…

9 maart, 2011

Onderstaand stuk staat, geïllustreerd en geredigeerd, ook op de website van Doorbraak.

“Geen koninkrijk is een eiland, en zeker niet als het middenin een zee van revolutie zit.” Zo omschrijft Mai Yamani, Saoedisch schrijver, de situatie in Saoedi-Arabië. En inderdaad, ook in dat land zijn er tekenen dat er een revolutie op uitbreken staat, op de korte tot zeer korte termijn. De situatie in dit koninkrijk van enorme sociale tegenstellingen geeft daar dan ook alle aanleiding toe.

Saoedi-Arabië is een steenrijk land, vanwege de grote olievoorraden. Het is het enige land dat min of meer op verzoek de olieproductie kan verhogen of verlagen en daarmee de wereldprijs kan beïnvloeden. Het land heeft reserves aan buitenlandse valuta van 440 miljard dollar. Dat zou de basis kunnen zijn om de 25 miljoen inwoners van het land van een zeer behoorlijk levenspeil te voorzien. Maar de rijkdom zit aan de top, en staat tegenover stuitende armoede en verwaarlozing van voorzieningen. Systematische, soms subtiele maar vaak brute repressie, hioudt deze tegenstellingen in bedwang. Nóg wel.

Aan de top staat de koninklijke familie, en dat is geen klein clubje. Naar schatting zes tot achtduizend prinsen en aanverwanten maken er deel van uit. Mensen uit die familie zijn ministers en topfunctionarissen op allerlei posten, vaak al heel erg lang. De Noordelijke Grensprovincie wordt bestuurd door een koninklijke gouverneur die deze positie al sinds 1956 inneemt. Prinsen zitten ook in het zakeleven, en misbruiken hun macht bijvoorbeeld door stukken grond waar ze een oogje op hebben, doodleuk te confisqueren. Eén van de redenen waarom niet-koninklijke zakenlieden hun geld in het buitenland parkeren, is om, van dit soort koninklijke inbeslagnames gevrijwaard te blijven. De ettelijke duizenden krijgen ook nog eens allemaal een toelage. Wiklileaks kwam onlangs met cijfers uit 1996, en aanvullende informatie, ook over hoe het sindsdien gaat. Hele verre verwanten van de koning kregen toen iets van 800 dollar maandelijks. De zonen van de koning een slordige 200.000 dollar minimaal. Kinderen mochten het met 27.000 dollar doen, kleinkinderen met 12.000. De toelage gaat bij geboorte in, hetgeen aardig is voor de ouders.

Bovenop deze aardigheidjes mochten prinsen ook nog geld lenen – zonder terug te betalen. Ze kregen operaties in het buitenland vergoed. Ze mochten gratis vliegen. Na het aantreden van de huidige koning is er geprobeerd dit hele beloningssysteem wat in te perken. Het tastte de geloofwaardigheid van de monarchie nogal aan. Dus kon het nu gebeuren dat de vrouw van de prins die minister van binnenlandse zaken was, erg boos werd toen ze merkte dat ze slechts twee mensen gratis mee mocht nemen, in plaats van 12 zoals ze had gewild. De inperking van dit hele betaalscircus leidt overigens tot spanning binnen de koninklijke familie. Niet iedereen laat zich de voorrechten zo makkelijk afpakken.

Aan dee andere kant, onder in de maatschappij, heerst armoede. Enkele cijfers  laten contrasten zien. Officieel is de werkloosheid 10 procent. In werkelijkheid is die waarschijnlijk veel hoger. Volgens een schatting vorig jaar was de werkloosheid onder vrouwen 26 procent. En de werkloosheid onder jongeren is maar liefst 40 %. Veel van die jonge werklozen zijn hoogopgeleid. Ziedaar al een parallel met de verhoudingen die in Tunisië een jonge man ertoe bewogen zichzelf in brand ter steken, hetgeen daar de revolutie ontketende. Naast de grote aantallen jonge Saoedische werklozen zijn er andere groepen onderaan, wiens positie minstens zo schrijnend is. Zo zijn er in het land bijvoorbeeld zo´n acht miljoen migrant-arbeiders, in de bouw, maar vooral ook in huishoudelijk werk waar enorme misstanden aan de orde van de dag zijn.

Opvallend is ook de leeftijdskloof tussen de machthebbers enerzijds, grote delen van de bevolking anderzijds. Zestig tot zeventig procent van de bevolking is 30 jaar of jonger. Onder hen zijn dus grote aantallen werklozen. De gemiddelde leeftijd van de ministers is intussen 65 jaar, de koning zelf is 87, de kroonprins 83, een andere mogelijke opvolger 77. En deze lieden zijn geen symboolfiguren, maar werkelijk machthebbers.

Die machthebbers besturen een dictatuur. Dat doen ze via het Wahabisme, een extreem-conservatieve versie van de soennietische islam. Daarmee staan liberale vormen van de islam al bijna bij voorbaat in de beklaagdenbank, om over wereldlijke en linkse opvattingen maar te zwijgen. Tien procent van de bevolking is bovendien niet soennietisch, maar sjiitisch. Zij klagen dat ze minder toegang hebben tot overheidsbanen en dergelijke. De autoriteiten ontkennen dit. Maar het feit dat er steeds weer protesten van sjiiten zijn, en dat de autoriteiten daar op antwoorden met arrestaties, doet vermoeden dat de klachten gegrond zijn. Dat wordt trouwens door zowel Amnesty als door Human Rights Watch bevestigd. De sjiitische minderheid is overwegend arm, en woont uitgerekend in het oosten van het land waar veel olievelden liggen. Dat gebied ligt ook nog eens dichtbij Bahrein, waar al revolutie woedt. Een revolutie waarin de grief van veel sjiiten dat ze door een een overwegend soennietisch bewind gediscrimineerd worden, een rol speelt. Een verband is dan snel gelegd.

De Saoedische staat voert, gelegitimeerd door dat Wahabisme, een extreem rigide conservatisme door. De achterstelling van vrouwen is welhaast spreekwoordelijk verregaand. Vrouwen mogen in feite niet zonder mannelijke ‘voogd’ aan het openbare leven deelnemen. Vrouwen en mannen zijn zoveel mogelijk gescheiden. Vrouwen mogen niet auto rijden. Vrouwen mogen niet zonder s toestemming van een mannelijke ‘voogd’ naar het buitenland reizen. Vrouwen mogen niet naar binnen in een voetbalstadion. Dat zijn de officiële regels. Pas sinds vrij kort mogen ze wel zelf een hotelkamer boeken en gebruiken. Daar bovenop komt dan nog eens het conservatisme dat vaders ertoe brengt echtgenoten op te dringen aan hun dio ochters, uit te maken wat dochters wel en niet voor studie mogen volgen. Dit alles betreft de positie van vrouwen die economisch tot de ‘beter gesitueerden’ behoren. Het laat zich raden hoe de positie van vrouwen in armere bevolkingslagen is, vrouwen voor wie een auto sowieso buiten bereik is maar op nog veel grovere wijze seksisme te verduren hebben.

De onderdrukking is op allerlei gebieden hevig, al zijn er de laatste jaren bescheiden verbeteringen doorgevoerd. Nog maar kort geleden werd iemand gestraft vanwege het stelen van een stuk kip uit een restaurant. De straf? Veertien maanden cel, plus tachtig zweepslagen. Dat is de ‘gewone’ misdaadbestrijding. Daar komt de onderdrukking van kritiek en protest nog eens bij. Ettelijke duizenden mensen zitten gevangen om politieke redenen, vaak wegens verdenkingen die met ´terrorisme´ te maken hebben. Dat is vrijwel overal een favoriet excuus van machthebbers.

Armoede tegenover extreme verrijking, diepgaande onderdrukking op allerlei gebied… de machthebbers zijn bezig hun geloofwaardigheid op allerlei positie te verliezen. In een online-enquete noemde 95 procent van de 1600 ondervraagden uitlatingen van regeringswoordvoerders “ongeloofwaardig”. Dat is niet zo vreemd, zoals een voorbeeld laat zien. In januari waren er overstromingen in Jeddah, waarbij tien doden vielen. Daar is intussen Dengue-koorts uitgebroken, en heerst angst voor malaria. Geen wonder. Her en der staat nog vervuild water, waarin de muskieten zich snel kunnen voortplanten. Een jaar eerder was er een grotere overstroming aldaar. Van beloofd onderzoek daarna is weinig meer vernomen. Op de vraag of wat het resultaat van onderzoek nu zal zijn, antwoordt 85 %: niets.

Onvrede onderin de maatschappij is er dus volop. Zolang echter de heersers niet aarzelen, en zolang ze in middenlagen in de maatschappij nog veel steun ondervinden, is de kans op revolutie erg klein. Maar precies dat laatste is niet langer het geval. Onder brede groepen van op zich lang niet allemaal straatarme Saoedi’s gonst het van oppositionele geluiden. Er zijn meerdere internetpetities die de ronde doen. Inzet: invoering van een grondwettelijk systeem, meer vrijheid, politieke hervormingen, wel binnen de context van de monarchie. Eén van de petities komt met 12 punten, waaronder verkiezingen, rechten voor vrouwen, strijd tegen corruptie. Opvallend is dat eisen uit meer liberale en uit meer religieuze hoek – stromingen die nogal eens tegenover elkaar staan en door het bewind tegen elkaar konden worden uitgespeeld – steeds meer parallellen vertonen. Een groep Salafisten, doorgaans keiharde fundamentalisten, eist nu bijvoorbeeld een gekozen shura, een soort parlement.

Het zijn het soort zaken waar mensen in het begin van de opstand in Jordanië, Bahrein en Jemen voor pleitten. De monarchie als instituut ligt niet onder vuur. Het beleid van de koninklijke bovenlaag kan echter niet op steun van deze delen van de bevolking – middenklassen, vrije beroepen, maar ongetwijfeld ook geschoolde arbeiders, studenten en werkloze academici – rekenen. Er zijn ook meer specifieke petities. Vrouwen zijn bijvoorbeeld een online-campagne begonnen voor het recht om, jawel, auto te mogen rijden. Grappig is ook het bericht dat de Saoedische koning overwogen zou hebben om Facebook te kopen, “om een einde aan de Arabische opstanden te maken”. De bron van dit bericht: LOL news … Maar het gezag ontkende het bericht in dodelijke ernst…

Op zichzelf gaat er van dit type activisme nog geen grote revolutionaire dreiging uit. Twee factoren maken die dreiging echter toch zeer reëel. In de eerste plaats: al de opstandigheid in de buurt, en de voorbeeldwerking die daarvan uit gaat. Ook in Bahrein begon de zaak immers te rollen met op zichzelf vrij beperkte eisen tot hervormingen. Inmiddels roepen mensen daar al weken om de val van het koninklijke bewind. De tweede factor is nog dichterbij. Ook onderin de maatschappij, onder mensen die in overgrote meerderheid niet op Facebook zitten, gonst het. Enkele weken geleden waren er diverse meldingen van stakingen, onder meer bij bouwprojecten in Mekka. Bij één van die stakingen werden arbeiders zó boos dat ze de politie aanvielen en een steen tegen een politiewagen gooide. De staking leidde tot concessies. Korte tijd daarna waren er enkele kleine demonstraties van sjiiten, voor vrijlating van gevangenen.

Juist dit her en der opborrelende protest onder armere mensen, onder arbeiders, is kennelijk reden voor grote gespannenheid bij de Saoedische staat. Die blijkt op tegenstrijdige wijze. Enerzijds kwam de koning – net terug van verblijf in het buitenland wegens ziekte – met cadeautjes, wellicht in de hoop om onvrede af te komen. Salarissen van mensen in overheidsdienst gaan bijvoorbeeld 15 procent omhoog. Maar de onvrede van mensen die meer vrijheid, meer rechten, een leven in waardigheid willen, is niet zomaar met geld af te kopen. Bovendien leidt dit soort beleid weer tot nieuwe verlangens. Arbeiders in de privé-sector laten zich inmiddels horen, alweer via een online-campagne. Zij willen, logischerwijze, óók meer loon, nu de koning dat aan hun collega’s in staatsdienst al heeft beloond.

De angst van de heersers werd duidelijk, toen autoriteiten aankondigden dan álle demonstraties en protesten buitenshuis verboden werden, als zijnde strijdig met de islamitische wet. Er werden intussen 10.000 veiligheidstroepen naar het noordoosten van het land gestuurd, het gebied waar veel sjiiten wonen. Dat ziet er uit als voorzorgsmaatregel.  Voor komende vrijdag 11 maart is immers een oproep voor een ‘Dag van Woede’opgeroepen via het vrijwel onvermijdelijke Facebook. Dat kan precies de druppel zijn die de zee van onvrede kan doen overlopen in een vloed van revolutie.

Of een gewapende overmacht aan soldaten en politie dit nog kan tegenhouden is maar de vraag. Mubarak en Ben Ali lukte het niet, Kadhafi nóg wel, maar slechts via een zee van bloed, en slechts tijdelijk. Interessant feit is, dat, volgens iemand uit oppositiekringen, tussen 90 en de 95 procent van de Saoedische gezinnen een wapen heeft. In de helft van die gevallen zou dat een AK 47 zijn. Als het tot forse demonstraties komt, en veiligheidstroepen openen dodelijk vuur, dan kan er dus een zeer felle en gewapende reactie op die repressie volgen. Je mag aannemen dat de autoriteiten zich dat ook realiseren. En er zijn signalen dat bijvoorbeeld politieagenten heimelijk sympathiseren met het verlangen dat oppositienetwerken in actie brengt. Zo wordt melding gemaakt van demonstraties in Jeddah, kort geleden. Agenten pakten mensen op, lieten hen in een zijstraatje verderop weer vrij. Agenten hebben geen zin om misdaden te begaan voor een bewind wiens einde in zicht is, en daar ook nog eens voor aangeklaagd te kunnen worden. http://De dag van Woede is nu nog twee dagen weg. Komende vrijdag zullen we weten of het lukt om flinke aantallen mensen daadwerkelijk te brengen, hoe de autoriteiten reageren… en hoe ver de aanzwellende revolutionaire sneeuwbal in Saoedi-Arabië dan gaat rollen.

Een bron van informatie en inzichten die komende tijd wel eens erg nuttig kan zijn, is Saudiwoman’s Weblog.

Opm.: aangevuld met de link naar Doorbraak, 9 maart, 21.31


Revolutie op het Arabisch schiereiland

27 februari, 2011

Twee staatshoofden zijn met volksopstanden verdreven, Mubarak en Ben Ali. De positie van een derde, Kadhafi, wankelt onder druk van een felle revolutie die extreme onderdrukking heeft weten te trotseren, desondanks op een ovcerwinning afstevent, maar tegen een enorm hoge prijs. Dat speelde en speelt zich af in Noord-Afrika. Maar intussen steekt de revolutie steeds duidelijker de kop in steeds meer landen op het Arabische schiereiland. Een overzicht, plus wat opmerkingen. Op het Arabische schiereiland bevinden zich zeven staten. In vijf ervan is al opstandigheid gaande, of gaande geweest. In de andere twee zijn al tekenen van protest. Eerst Jemen, dan Oman, en kort de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, en Koeweit. Dan Bahrein. Tenslotte Saoedi-Arabië.

Om te beginnen is er Jemen, aan de zuidrand van het schiereiland. Dit is een republiek, met pakweg 23 miljoen inwoners, en gemiddeld het armste land van de regio. De staat is een bondgenoot van de VS in de strijd tegen Al Qaeda-netwerken, er zijn herhaaldelijk luchtaanvallen van de VS in het land geweest. Het land wordt geregeerd door een president die al sinds 1990 regeert in hgeel Jemen. In dat jaar werden Noord- en Zuid-Jemen, tot dan toe twee staten, verenigd. In Noord-Jemen was dezelfde Saleh al sinds 1978 de chef. Dat is één van de dingen waar mensen vanaf willen: van die eindeloos doorregerende president. Andere grieven van demonstranten zijn de bekende dingen: corruptie, repressie, armoede.

Al in januari vonden protestdemonstraties plaats. Toen al waren er speculaties over de kansen dat die uit zouden groeien tot een revolutie. Dat werd door experts aanvankelijk niet waarschijnlijk geacht. “Er is geen reden voor deze protestbeweging om zich te ontwikkelen tot een beweging die een moeilijkheden voor het bewind. De politie is zeer verantwoordelijk en terughoudend geweest. Als ze zo doorgaan is dat een goed teken”, aldus een politieke analist in Jemen. Hij pleit voor dialoog, en concessies vanuit het bewind. Eebn Jemen-deskundige aan de Princeton-universiteit in de VS zegt: “Alhoewel [de protesten van vandaag] zeker een echo van Tunesië zijn, weg te gaan voordat we het niveau van onrust zien dat de regering van Ben Ali ten val bracht. Een wezenlijke aanwijzing zal zijn als we menigten van deze omvang zien die zich organiseren in meerdere steden verspreid in jemen uiten de paraplu van de oppositie.” Dat stond allemaal te lezen in een artikel in de Christian Science Monitor op 27 januari.  Op die dag demonstreerden al enkele tienduizenden mensen in de hoofdstad, en eisten daarmee het vertrek van de president.

W zijn nu een maand verder, en precies de tekenen dat het wél richting revolutie gaat, zijn toegenomen. Er is keer op keer politiegeweld, naast flinke gewelddadigheid van opgetrommelde regeringsaanhangers, tegen demonstranten. Op 14 februari waren er demonstraties, nietn alleen in de hoofdstad Sanaa, maar ook in in Taaz en in Aden. Daar bestormden havenarbeiders het kantoor van de Yemen Gulf of Aden Port Corporation. Ze namen de voorzitter van het bedrijf en andere functionarissen gevangen, uit protest. “We hebben het gehad met corrupte functionarissen en het is tijd om ze te vertellen dat ze moeten vertrekken. Wat in Tunesië en Egypte is gebeurd, motiveerde de arbeiders om hun rechten te eisen”, zo legt een havenarbeider uit. Sociaal-economische en politieke grieven gaan weer hand in hand, net als in Tunesië en Egypte. Het is een teken dat de opstandigheid niet oppervlakkig is, niet makkelijk ondervangen zal kunnen worden met een enkele concessie of verschuiving aan de top alléén. Het gaat om opstandigheid van revolutionaire proporties en dynamiek.

De demonstraties gaan door, het geweld van staatswege en van regeringsaanhangers ook. Het weblog Angry Arab heeft interessante gegevens over de botsende krachten. Een getuige heeft hem verteld van het verschil tussen het kamp dat oppositie-demonstranten hebben ingericht enerzijds, en het kamp van regeringsaanhangers. In het regeringskamp tamelijk luxe tenten, maar slechte organisatie, en het kamp stroom ‘s nachts goeddels leeg. Er is geen vrouw te bekennen. In het kamp van protesterenden anderzijds zijn voordurend flinke aantallen mensen. De tenten zijn niet luxe, maar de organisatie van voedselvoorziening, communicatie en dergelijke is goed georganiseerd, op een manier die doet denken aan de gang van zaken op het Tahrir-plein in Egypte tijdens de opstand tegen Mubarak. En in het kamp van de oppositie zijn wél vrouwen aanwezig. Geen grote aantallen, maar ze spélen een rol in de opstand. Angry Arab heeft ook een overzichtje van leuzen uit de protesten in Jemen.  Hier zijn er een paar: “Geen dialoog, geen dialoog, treedt af of vlucht”; “Oh Ali, vertrek, de stoel onder je is aan het roesten”; “Oh God, oh God, dood aan Ali”, “Revolutie, oh mensen, van het noorden tot het zuiden”, “Gisteren Tunesië, vandaag Egypte, morgen opent Jemen de gevangenis”; “Duizend groeten aan Aljazeera”… Het is maar een greep, het overzichtje zelf geeft een veelvoud.

De opstand wordt intussen niet kleiner, eerder groter. Tot nu toe speelden vooral studenten een grote rol, het universiteitsterrein in Jaama was vaak plek van acties. Maar gisteren werd bekend dat twee stammen, belangrijk in de verhoudingen in jemen, de kant van het protest kiezen. De aankondiging werd begroet met het roepen van de inmiddels zo befaamde revolutieleus: “de mensen willen de val van het bewind”. Intussen kost het geweld van politie en van knokploegen van regerinsgaanhangers mensenlevens: op 22 februari was het aantal doden al opgelopen tot mogelijk 14. Alleen al op vrijdag 25 februari vielen in Aden vier doden en rond 40 gewonden bij een politieaanval op een demonstratie. De president houdt zijn poot nog stijf en duidt protesten aan als een ‘samenzwering’. Het beeld van 27 januari van mensen die zeiden dat het met die revolutie in jemen zo’n vaart niet liep, is inmiddels tamelijk achterhaald: de opstand groeit, en het bewind staat onder zware druk.

Zo slepend als de revolte in Jemen is, zo plotseling explosief is de opkomst van protest in Oman, ten oosten van Jemen. Dit land wordt aartsconservatief bestuurd, door sultan Qaboos. De Volkskrant sachrijft: Hij kwam in 1970 aan de macht toen hij bij een staatsgreep zijn eigen vader afzette. Qaboos regeert met harde hand, maar is voor het westen een belangrijke bondgenoot.” Dictatuur en westerse connecties, het vertrouwde patroon. Bij die connectie speelt de ligging een rol: “Oman beheert samen met Iran de Straat van Hormuz. Ongeveer veertig procent van de olietankers in de wereld vaart door deze waterweg aan de monding van de Perzische Golf”, schrijft de NRC. Ja, in zo’n land zullene Westerse machten extra prijs stellen op een bondgenoot aan de macht. De sultan heeft de touwtjes in handen, maar er is wel een gekozen raadgevend orgaan. Volgens de BBC was het beleid populair, opbrengsten van olie worden bijvoorbeeld in infrastructuur en dergelijke gestoken.

Maar kennelijk is er er iets misgegaan in het land van deze weldoenende vorst. Vorige week was er al een demonstratie van enkele honderden mensen. Gisteren en vandaag was er meer en feller protest. In Salalah werd betoogd. In Sohar, een industriestad, schoot de politie met rubberen kogels op demonstranten. Dat kostte twee betogers het leven. Aljazeera meldt dat volgens een onbevestigde bericht ook al een politiebureau in de fik is gezet. Demonstranten eisen politieke hervormingen, maatregelen tegen corruptie, meer vrijheid, maatregelen tegen prijsstijgiongen, hogere lonen en dergelijke, zo vertelt een deelnemer aan een protestactie volgens Aljazeera.

O ja, de regering had al studiebeurzen verhoogd, en het minimumloon. En “de sultan heeft zes ministers vervangen en nieuwe adviseurs aangetrokken om de protesten in zijn land een halt toe te roepen”, aldus het NRC-bericht dat ik al citeerde. Het soort tekenen van zenuwen in het bewind dat we ook zagen in Bahrein, in Saoedi-Arabië, en elders. Daar hielp het ook niet om de zaak rustig te houden. Maar niets doen terwijl de ontevredenheid onrustig opborrelt, dat vinden de heersers ook geen veilige optie meer. Wat een dilemma’s voor de heersers. Wat een hoop voor de steeds opstandiger bevolking.

We gaan naar de volgende paar landen, maar nu wat korter. De Verenigde Arabische Emiraten. De economie draait er op olie, maar de laatste jaren ook op bouwprojecten in het kader van toerisme en luxe consumptie voor rijke mensen uit de wijde omtrek. Het land is ietsje minder onvrij dan veel buurlanden, maar van erkende zeggenschap vanuit de bevolking is geen sprake. Sjeiks regeren die diverse emiraten waar het land uit bestaat, één ervan is president van het geheel, en een voor de helft door de bevolking gekozen raad heeft slechts een adviesrol. Het land zag eind 2009 een enorme financiële crisis, met name in Dubai waar de bouw van megaproject na megaproject stil kwam te liggen. Maar opstandigheid wordt er amper waargenomen. Ik ben benieuwd hoe lang dit nog zo blijft. Een rol daarin zou de positie van allerlei groepen arbeiders kunnen spreken. Zo kaartten bijvoorbeeld leraren van Indiase afkomst – heel veel van het werk in het land wordt door migrantarbeiders verricht – aan dat zij veel lager betaald krijgen dan docenten van Britse herkomst aan andere scholen. Ze willen gelijktrekking van salarissen. Dit soort onvrede over discriminatie op de arbeidsmarkt kan wel eens een tikkende sociale tijdbom zijn onder de zo rustig ogende oppervlakte. Als dat samen gaat vloeien met eisen voor meer vrijheid, mede geïnspireerd door wat er in buurlanden gebeurt…

Qatar dan. Ik weet heel weinig van Qatar, maar ik vermoed dat ik dat euvel snel ga verhelpen. Wat summiere informatie, geplukt van de BBC-website: er regeert een emir, die de macht in 1995 met een staatsgreep van zijn vader heeft overgenomen. Er zit enorm veel olie, vijftien procent van de wereldvoorraad, volgens de BBC. Er heerst wat meer vrijheid dan in andere landen in het gebied. De staat – en dus de emir en zijn familie – heeft ook een media-bedrijf: het welbekende Aljazeera. Volgens sommigen is het niet helemaal toevallig dat deze zender zoveel, en zulke positieve, aandacht heeft voor Libië en Egypte; het zou hiermee de aandacht wat afleiden van protesten die gpolitiek gesproken iets dichter bij Qatar liggen. Angry Arab maakt dit punt. Overigens heb ik de indruk dat deze eenzijdigheid, als die geldt, vooral de Arabischtalige verslaggeving betreft, en veel minder die Engelstalige waar het niet enorm opvallend is. Intussen is er, jawel, een Facebookoproep voor protest in Qatar zelf. Voor in de revolutionaire agenda: 16 maart.  Volgens het bericht van Press TV, een aan de Iraanse staat verbonden zender overigens, eist de oproep met name een eind aan de betrekkingen tussen Qatar enerzijds, Israël en de VS anderzijds. Een binnenlands thema ontbreekt gelukkig niet: men wil de emir weg hebben. We zullen zien wat Aljazeera dáár mee gaat doen.

Nog drie landen te gaan. Koeweit stip ik enkel aan. Daar wasr een paar weken protest van staatsloze mensen, waar politie hardhandig tegen op trad. Veel heb ik daarna niet meer uit dit land gehoord. Maar met heftige demonstraties in buurland Irak, en met protesten in vrijwel elk omliggend land, zijn volgende uitbarstingen van onvrede vermoedelijk een kwestie van (niet al te lange) tijd.

Snel verder naar Bahrein intussen, een land dat vanwege de vlootbasis die de VS-marine er heeft extra gewicht heeft. Daar is een revolutie gaande, een revolutie die op 14 februari op gang kwam met protestdemonstraties. Politie viel betogers aan, de begrafenis van daarbij gevallen doden werden een nieuwe demonstratie, wederom aangevallen door gewapende gezagsdragers. De demonstratie werd een grote manifestatie op de Pearl Rotonde in de hoofdstad. Die werd ‘s nachts aangevallen, met wederom dodelijk gevolg. Slachtoffers van dát geweld werden de dag erop begraven, waarbij de stoet tegelijk een boze demonstratie was. Toen een aantal van de demonstranten naar de Pearl Rotonde gingen, volgde een nieuwe aanval van politie en militairen, wederom met dodelijke gevolgen. De dag erop – zaterdag 19 februari inmiddels – bezetten duizenden betogers de rotonde opnieuw, tegenover een met traangas schietende maar zich terugtrekkende politiemacht. Enkele dagen later, op 22 februari, vond er een geweldig grote protestbetoging plaats,. Volgens de New York Times deden daar 100.000 mensen aan deel. In een land met bijna 600.000 burgers, en tegen de 1,3 miljoen inwoners – een meerderheid van de bevolking is migrantarbeiders zonder de burgerrechten van Bahreini’s – is dat immens.

De opstand richt zich tegen de macht van het vorstenhuis, de Khalifa-familie, en het daarmee verbonden establishment. De bovenlaag is overwegend soennietisch, een meerderheid van de bevolking is sjiitisch. Die meerderheid wordt achtergesteld, en dus klinkt protest tegen discriminatie. Dat de staat bijvoorbeeld ‘geschikte’ en ertoe opgeleide mensen van soennietische herkomst laat immigreren, versneld burgerrechten geeft en inzet als veiligheidstroepen tegen de ‘eigen’ bevolking, dat zet kwaad bloed. Maar daarmee is de opstand geen sjiitische opstand tegen soennieten als zodanig. “Noch Shia noch Soenni, maar Bahreini”, is een centrale leus. Het gaat betogers om meer vrijheid, een einde aan de arrogante onderdrukking vanuit het vorstenhuis en de bijbehorende staat. De eisten zijn intussen radicaler geworden, ook hier weerklinkt nu “De mensen willen de val van het regime”. Maar ook: “Weg met de koning, weg met de Khalifa’s”. Dat was bij het begin van de protesten – toen eisen naar hervormingen nog domineerden – anders. Het tekent de revolutionaire stemming, ook hier. Een kleine groep legerofficieren heeft meegedemonstreerd. “We besloten dat het onze baan is om mensen te beschermen, niet om ze in elkaar te slaan. Wapens die tegen het volk gebruikt worden zijn wapens van schande“, aldus één van hen.

Ook in Bahrein spelen in de opstand arbeiders in georganiseerd verband een rol. Leraren demonstreerden mee, en leraren staakten afgelopen week enkele dagen uit solidariteit. De GFBTU, vakbondsfederatie in Bahrein, riep tot een algemene staking op maar blies die snel erna af. Aan de eisen – tanks terugtrekken, demonstranten vrijuit laten demonstreren – was volgens de vakbondscentrale tegemoetgekomen. Maar de secretaris-generaal van de vakbondsfederatie legde ook uit dat betrokkenheid van de vakbonden bijh de protesten niet vreemd was. “Een van hun eisen is het aanpakken van de werkloosheid. Dat is iets wat we altijd zullen steunen”, zei hij.

De GFBTU beweegt zich wel in het gematigde deel van de protestbeweging, en probeert zioch in te zetten voor dialoog. Maar ze brengen ook klachten van arbeiders naar buiten. Die zeggen dat bedrijven salaris willen inhouden als arbeiders wegens deelname aan demonstraties wegblijven van hun werk. De GFBTU vindt dat in ieder geval arbeiders die deelnamen aan de staking van 20 februari waar de federatie toe had opgeroepen, gewoon doorbetaald zouden krijgen. Het lijken geen grote dingen, en de opstelling van de vakbondsfederatie is zelf niet bepaald revolutionair. Maar juist de wisselwerking van thema’s – meer politieke vrijheid, de strijd voor arbeidsrechten, de strijd tegen werkloosheid, is – ik zeg zulke dingen vaker maar ze doen er dan ook toe toe – twel ekenend voor de diepgang van een revolutie-in-wording. Over aanloop en achtergronden van de revolutie, over diverse oppositionele stromingen, gematigd en radicaler, heeft MERIP trouwens een mooi artikel.

Ten slotte Saoedi-Arabië. Van de gebeurtenissen in dat land hangt heel veel af. Het koningshuis aldaar is ruggensteun voor regimes in de buurt. Het feit dat koning Abdallah na terugkeer van een verblijf in het buitelnand wegens ziekte vrijwel meteen ging overleggen met de vorst van Bahrein, is veelzeggend. Revolutie in Bahrein is slecht nieuws voor het Saoedische bewind dat ongetwijfeld het overslaan van protesten vreest. Militair ingrijpen vanuit Saoedi-Arabië tegen die revolutie is een mogelijkheid, een dreiging voor de vrijheidsstrijd in Bahrein. Er waren al berichten dat de aan onderdrukking in de eerste opstandsweek daar Saoedische agenten deelnamen. Als de revolutie in Bahrein aan kracht blijft winnen zal de neiging tot militair ingrijpen vanuit Saoedi-Arabië wel eens kunnen toenemen. Pepe Escobar schetst in de Asia Times de verwevenheid van de gebeurtenissen in de twee landen in een artikel over de revolutie in Bahrein. Zo ‘n Aaoedisch ingrijpen zou trouwens wel eens erg meedogenloos, erg bloedig, erg bruut kunnen worden. Saoedische militairen zullen minder rem voelen om op burgers uit Bahrein te schieten dan op burgers uit Saoedi-Arabië In dat tweede geval zouden ze immers moeten schieten op mensen die immers hun familieleden zouden kunnen zijn. Zoe iets doet eerder terugdeinzen. Mubarak kan de uitkomst van dat proces uitleggen…

Dit maakt de ontwikkelingen in Saoedi-ASrabië extra belangrijk. Opstand in dat land zelf bemoeilijkt militair ingrijpen over de grenzen heen. Hoe eerder er een Saoedische revolutie uitbreekt, hoe beter de kansen voor de revolutie in Bahrein en andere omloggende landen.. Saoedi-Arabië is een regionaal bolqwerk van reactionair initiatief, van steun aan andere conservatieve regimes en bewegingen – fiananciële steun, militaire steun. Het is ook nog eens een zeer belangrijk bondgenoot van de VS in de regio, één van de steunpilaren voor haar hegemonie in het Midden-Oosten. En er zit nogal wat olie. De val van het koningshuis Saud en het bijbehorende bewind zou een dreun zijn, niet alleen in de regio zelf maar eentje die het wereldwijde kapitalisme zal doen beven. De revolutie in Libië doet de olieprijzen al omhoogvliegen. De val van Mubarak heeft dictators van heinde en verre en hun sponsors al de stuipen op het lijf gejaagd. Deze effecten kunnen wel eens bleek afsteken tegen de effecten van een daadwerkelijke revolutie in Saoedi-Arabië.

Er zijn tekenen dat het in hoog tempo die kant op gaat. Er duiken berichten op dat groepjes sjiiten herhaaldelijk gedemonstreerd hebben voor de vrijlating van sjiitische gevanngenen die langrdurig zonder proces vastzitten. Na een eerdere van zulke demonstraties volgde vrijlate ing van een drietal gevangenen. Sjiiten vormen in het land een minderheid, maar wel een forse, en een achtergestelde minderheid bovendien. De dominante godsdienst is een strenge variant van de soennitische islam, het Wahabisme. Die stroming moet van de sjiitische islam niets hebbenb. Sjiiten wonen ook nog eens in het oosten van het land, niet ver van het onrustige Bahrein, en in een gebied waar olie zit.

Er speelt veel meer. Socialist Worker had afgelopen week een zeer vrolijk stemmend oogetuigenverslag over stakingsactie op een bouwproject, met 3000 hele kwade arbeiders die staakten en demonstreerden op de werkplek. Beveiligingspersoneel kreeg de arbeiders niet kalm, politie kreeg stenen naar het hoofd – en naar de politieauto die geraakt werd. Tot een bedrijfsbezetting kwam het niet, arbeiders hervatten het werk na een toezegging. Ze kregen extra geld uitbetaald, en hun woonverblijven zouden verbeterd worden. Arbeiders zetten wich vervolgens in om ook elders stakingen op gang te krijgen, en inderdaad vonden meerdere stakingsacties plaats. Ontwikkelingen van sociaal explosief belang, hoe versnipperd de protesten tot nu toe ook nog zijn. Intussen is er echter ook de vrijwel onvermijdelijke internet-oproep. Pakken we de agenda er weer eventjes bij? Er is een “Dag van Woede” aangekondigd via Facebook. De geplande datum is op 11 maart. Maar misschien haalt het tempo van gebeurtenissen dat sooert plannen we helemaal in…


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers