Belangwekkende cijfers uit Japan

12 december, 2009

Wat er in Japan gebeurt, trekt meestal vrij weinig aandacht hier in Nederland, zeker ook bij linkse mensen. Wat er in Japan gebeurt, doet er echter wel toe. Niet alleen is Japan één van de grootste industriestaten ter wereld. Ook hebben de verhoudingen tussen kapitaal en arbeid in dat land maar al te vaak als voorbeeld gediend voor Westerse ‘experts’ om hier een soortgelijke vorm van arbeidsdiscipline en ‘klassensamenwerking’ (in werkelijkheid: inkapselingen onderworpenheid in ruil voor relatieve bestaanszekerheid) van de grond te krijgen. Al moet erbij gezegd worden dat met de chronische stagnatie van de Japanse economie er enigszins de klad in de voorbeeldwerking van het ‘Japanse model’ is gekomen. Van die bestaanszekerheid van arbeiders in Japan is niet zo heel veel meer over, met de opmars van flexwerk en de afbraak van banen-voor-het-hele-werkende-leven.

De chronische stagnatie leek enigszins doorbroken te zijn met voortvarend economisch herstel. Welnu, een recent bericht in de NRC laat ien dat dit herstel nogal tegenvalt. “De op een na grootste economie ter wereld groeide in de periode van juli tot september met 1,3 procent op jaarbasis. Vorige maand werd op basis van eerste inschattingen nog een groei van  4,8 gemeld. Ten opzichte van het tweede kwartaal bedroeg de groei 0,3 procent, terwijl eerder nog een groei van 1,2 procent werd geraamd.” Oorzaak is vooral: tegenvallende inversteringen van bedrijven. Die daalden haast 3 procent in het vorige kwartaal. Er was gerekend op een groei van 1,6 procent. Dit wijst allemaal op stagnerend economisch herstel, en gezien de omvang van de Japanse economie straalt zoiets ook internationaal uit.

In dezelfde week werden echter ook andere, hoopgevender cijfers bekend. Die betreffen het aantal vakbondsleden als aandeel van het aantal arbeiders. “De geschatte vakbonds-organisatiegraad – het percentage vakbondsleden  op het totale aantal werkenden – voor 2009 was 18,5 procent, 0,4 procent hoger dan  het vorige jaar, volgens het Basis Onderzoek over Arbeidersvakbonden, vanuit de regering gedaan, uitgevoerd in juni van dit jaar.” In 2007 stopte de daling van de organisatiegraad al. Terwijl het totaal aantal arbeiders iets is gedaald, is het aantal vakbondsleden nu gestegen. Hoopgevend is vooral ook dat de organisatiegraad onder parttimers fors steeg: met 13,7 procent. Sowieso zijn het blijkbaar om allerlei flexwerkers – doorgaans geen mensen die snel en makkelijk voor vakbondslidmaatschap te porren zijn – die nu wel vakbondslid worden en zo aan de groei van de organisatiegraad bijdragen.

Dit is een bemoedigende trend, na heel veel jaren van verval van de vakbeweging in Japan. In 1949 bedroeg de organisatiegraad maar liefst 55,8 procent, in 1975 nog 34,4 procent. Daarna zette een gestage daling in: de dertig procent werd neerwaarts gepasseerd in 1983, de twintig procent in 2003. Dit pluk in ik allemaal uit een artikel in de Mainichi Daily News dat ik vond via LabourStart.

Het is goed om te zien dat die trend doorbroken is. Hoe beperkt en beperkend de rol van van kbonden in de klassenstrijd vaak ook is, deze groei van vakbonden laat zien dat de weerbaarheid vanuit de arbeidersklasse weer enigszins groeit. Juist in tijden van voortdurende economische stagnatie is zulke weerbaarheid extra nodig.

Advertenties