Militairen twijfelen aan zin missie – en meer over Afghanistan

30 mei, 2008

Onder Nederlandse militairen is aanzienlijke twijfel over de  missie die zij in Afghanistan uitvoeren. Een peiling van het TV-programma NOVA en vier militaire vakbonden liet dat zien. Iets meer dan de helft – 51 procent – vond de missie in de afghaanse provindie Uruzgan “niet zinvol”. Er is onvrede over werkomstandigheden zelf:  53 procent vindt de rustperiodes tussen twee periodes van uitzending te kort. Er is onvrede degenen die ze hebben gestuurd, en over de berichtgeving. “Ook voelt 73 procent zich niet gesteund door de Nederlandse politiek. Die steun ondervinden ze wel van hun thuisfront (opm. Peter Storm: daarmee bedoelen ze, zo bleek gisteren uit NOVA zelf, familie en mensen in de eigen omgeving) (…) Bijna zes op de tien zegt dat de media geen getrouw beeld geven van de missie.” 

De kern van de klacht van militairen, vrij vertaald op basis van het kijken naar NOVA: terwijl men in Den Haag en de media voral kibbelt over de vraag of er nu sprake is van een opbouwmissie of een vechtmissie, moeten de soldaten doodgewoon oorlog voeren om een beetje veiligheid te scheppen en zich staande te houden.

De twijfels binnen het militaire apparaat over wat ze in Afghanistan aan het doen zijn, komen tegen de achtergrond van berichten dat de héle Westerse interventie- en bezettingspolitiek in dat land steeds dieper in de problemen zakt. De oorlog wordt steeds heviger. Gisteren berichtte Aljazeera bijvoorbeeld over een Amerikaans  bombardement, als reactie op een aan de Taliban toegeschreven aanval. het gebeurde in de Westelijke provincie Farah. De Taliban-aanval doodde drie Afghanen – soldaten en politiemensen. Het bombardement doodde dertig mensen van de Taliban volgens de Afghaanse legercommandant in de regio. Vandaag berichtte hetzelfde Aljazeera dat de Taliban een district in de provindie Ghazni in handen gekregen hebben door een aanval waarin ze politie- en andere functionarissen gevangen namen. 

Intussen geeft Anand Ropal in de Christian Science Monitor van 29 mei 2008 meer gegevens over de oorlog in Afghanistan. Meer geweld: alleen al afgelopen week 24 doden. Tot nu toe in 2008 minstens 1200 doden. Groeiende kracht van de Taliban, die niet louter wordt verkregen met gewld en intimidatie, maar wordt gevoed door de zwsakte en incompetentie van de regering van president Karzai. Die man  verliest steeds meer steun. “President [Hamid] Karzai kreeg 40.000 stemmen van de provincie Kapisa, maar nu ou hij er nog geen vijf krijhgen”, zegt een plaatselijk politicus. De Verenigde Staten reageren met het voornemen om nog méér soldaten naar Afghanistan te sturen.

Over de groeiende Amerikaanse inzet in Afghanistan heeft Paul Rogers een mooi stuk geschreven dat te lezen is op de website Open Democracy. Ook hij signaleert hjet groeiende geweld en het plan van de VS om haar gevechtskracht er uit te breiden. Hij gaat nader in op de pogingen om Pakistan onder druk te zetten. provincies  in het grensgebied met afghanistan worden, na overeenkomsten met plaatselijke leiders, met rust gelaten en dienen als uitvalsbasis voor Taliban-activiteit in Afghanistan. Aan beide kanten van de grens wonen mensen van dezelfde bevolkingsgroep, de Pashtuns of Pathanen, en oom ideologisch is er veel verwantsschap tussen de Taliban in Afghanistan en ginvloedrijke islamistische groeperingen in die Pakistaanse provindies. Zolang die provincies niet onder centraal gezag staan, kan de Taliban maar moeilijk worden bestreden. Maar druk uitoefenen op de Pakistaanse regering valt niet mee; politici willen niet graag gezien worden als al te pro-Amerikaans.

Intussen heeft de VS zelfs de lang verwaarloosde jacht op Al Qaeda en haar kopstukken Bin Laden en  al-Zawahiri weer prioriteit gegeven. Rogers is sceptisch: zelfs als het zou lukken om deze twee gevangen te nemen of te doden, dan nog is daarmee het wijdvertakte netwerk Al Qaeda bepaald niet uitgeschakeld. Het gevangen nemen van Saddam Hoessein leidde bepaald ook niet tot de ineenstorting van de gewapende strijd tegen de Amerikaanse bezetting in Irak. Het is een dagdroom dat dit bij de uitschakeling van Bin Laden wezenlijk anders zoulopen, zo betoogt Rogers.

Het pakken van Bin Laden was – zo helpt Max Kantar ons herinneren in een artikel op Countercurrents.org – kort na 11 september 2001 het voorwendsel voor de VS om Afghanistan aan te vallen. Op een aanbod van de Taliban – toen de machthebbers in het land – om Bin Laden uit te leveren als de VS met bewijs voor zijn schuld aan ’11 september’kwamen. Geen sprake van, volgens de Amerikaanse president. “We weten dat hij schuldig is”, zo reageerde Bush botweg.

Enkele weken na het begin van de bombardementen veranderde het westerse oorlogsdoel opeens.  Een Britse admiraal zei dat de bommenregen door zou gaan “totdat [de Afghjanen] voor een verandering van hun leiding zorgden.” Geen uitlevering van Bin Laden, maar de val van de Taliban was nu oorlogsdoel. Nadat dit bereikt was, verdween de aandacht voor Bin Laden tijdenlang. In maart 2002 zei Bush dat het “hem niets kon schelen waar Bin Laden was.”

Zo heel belangrijk vond Bush het vinden van Bin Laden niet. Het was een mooie smoes voor een oorlog waarvan de echte redenen veel te maken hadden met het wonnen van controle over een land waardoorheen een route voor een strategisch belangrijke gaspijpleiding loopt. strategische controle over energiebronnen en energievervoer: dát is belangrijk oorlogsmotief voor de Amerikaanse aanval in 2001 en de voortdurende bezetting van dat land. En de Nederlandse inzet draagt bij aan die Amerikaanse doelstelling.

De eis die nu ook de SP opnieuw naar voren brengt, met een nieuwe Afghanistan-krant, is en blijft dan ook terecht: de Nederlandse troepen moeten daar weg. Het precieze scenario dat de krant schetst is wat dubbelzinnig. De SP pleit voor onderhandelingen, en dan kunnen de troepen weg en kan er echte wederopbouw plaatsvinden. Onduidelijk is echter of er eerst onderhandelingen op gang gebracht moeten worden – en door wie precies – en dat de troepen daarna weg kunnen. Of moeten de troepen sowieso weg en moet dat ruimte bieden aan onderhandelingen? Mij lijkt het beter om sowieso de troepen terug te trekken. Of de regering-Karzai, beroofd van onmisbare militaire steun, dan onderhandelingen zoekt met haar vijanden, of onder druk van die vijanden ineenstort, is uiteindelijk niet aan de Westerse politici om uit te maken. Links heeft als taak de druk opp te voeren zodat die troepen teruggetrokken worden. Het uitdokteren van diplomatieke scenario’s valt wat mij betreft niet onder de rol die links te spelen heeft.

Maar afgezien van deze vaagheid is de krant nuttig. cijfers over de kosten van de Nederlandse operatie in Afghanistan zijn onthutsend: een totaal van 1,6 miljard is al in zicht. Korte interviews met drie SP-kamerleden die er onlangs geweest zijn, en met SP-kamerlid Farshad Bashier die er geboren en opgegroeid is, laten zien hoe onzinnig de poging is om met geweld vrede en wederopbouw te brengen. Ook de SP wijst er in deze krant op dat Nederland met haar militairen in feite niet de belangen van de Afghaanse bevolking dioent, maar de belangen van de Verenigde Staten ondersteunt. De krant is on-line als PDF te lezen, en verdient ruime vespreiding. Het kan een waardevolle impuls zijn voor een zo hoogst noodzakelijke herleving van de vredesbeweging tegen de Westerse bezetting van Afghanistan.


Dat lastige Leninisme (1)

30 mei, 2008

In een eerder stuk schreef ik dat ik me, ook nu ik geen lid meer ben van de Internationale Socialisten (IS), nog steeds als Marxist en Leninist beschouw. Ik sloot het stuk echter af met: “Er is wel degelijk een probleem met dat Leninisme – het is mij namelijk op een bepaalde manier zowel te Leninistisch als niet Leninistisch genoeg. Is dat geen mooie cliffhanger?”  Voor de helderheid: “dat Leninisme” slaat niet op het Leninisme in het algemeen, maar op “de Leninistische traditie zoals gehanteerd door de IS” zoals ik een zin eerder schreef. Het gaat me dus om een bepaalde vórm van Leninisme, een bepaald gebruik dat ervan wordt gemaakt – door de IS en veel andere kleine revolutionaire groepen. Mijn zoektocht dient niet om afstand te nemen van het Leninisme, maar om eens te kijken of er geen béter Leninisme te vinden is dan de gangbare versies ervan.

Maar eerst moeten we eens kijken wat we onder dat Leninisme dienen te verstaan. Dat valt nog niet mee, want over weinig revolutionairen is meer onzin in omloop. Twee gangbare versies moeten eerst even worden bekeken, voor we verder kunnen. Het zijn karikaturen, vervalsingen – maar helaas zeer invloedrijke. De eerste is de officiële versie zoals de Sovjetunie die  kort na de dood van Lenin is gaan hanteren. De tweede is de standaardversie van anticommunistische westerse geschiedschrijvers, politicologen, journalisten en vooral politici. Beide versies zijn nauw verwant, en toevallig is dat niet. Zoals Oost en West elkaars spiegelbeeld waren in de Koude Oorlog, zo waren ook de officiële visies op het Leninisme dat in feite.

Eerst, kort door de bocht, de officiële versie van de Sovjetunie en de politieke stroming die zich daarop oriénteerde – heel verwarrend  “communisme” genoemd. die ging ongeveer als volgt. Lenin, het grote genie, zag in zijn wijsheid dat Rusland een revolutie nodig had. Met een mengsel van visionair inzicht en organisatorisch talent won hij aanhang voor dit idee, smeedde een hechte revolutionaire partij, vocht daarmee tegen de dictatuur van de Tsaar, tegen de Voorlopige Rewgering die aantrad toen de Tsaar viel in 1917, en greep uiteindelijk de macht. Die partij, met Lenin als onbetwiste geniale leider en Stalin als trouwe adjudant, bouwde een socialistische staat op, de Sovjetunie, en werd daarmee lichtend voorbeeld voor alle kleinere Lenins die hetzelfde deden in andere landen – van China onder Mao tot Cuba onder Castro en Albanië onder Hoxha en noem maar op. Lenin bedacht het hele project, Lenin bouwde de benodigde organisatie en maakte daarmee de revolutie. Het hele proces ging van boven naar beneden, van partijleiding als actief element naar gewone boeren en arbeiders als uitvoerders avn instructies die ze van hogerhand kregen aangereikt.

De officiële westerse versie lijkt hierop, alleen waar de officiële  “communistische” versie Lenin laat verschijnen als welwillend menslievend genie, daar is Lenin in de koude-oorlogsversie de kwade genius, de schurk uit het stuk. Lenin bedacht dat er een revolutie nodig was, vormde een ondergrondse samenzwering en een bvijbehorende partij, en met een mengsel van extreem fanatisme, nietsontziendheid en het behendig inspelen op mogelijkheden in de chaos van en ineenstortend  tsarenrijk, wist hij met zijn partij de macht te grijpe en de grondslagen te leggen voor een totalitair imperium.

De overeenkomsten tussen deze visies zijn opvallend. Beiden zien Lenin als grondlegger van de Stalinistische staat, en als de wegbereider van Stalin en zijn dictatuur en de verschrikkingen daarvan. Het gevestigde communisme heeft de glans van de Russische Revolutie nodig om de latere verschrikkingen van een positieve legitimatie te voorzien. De officiële Koude-oorlogs-doctrine geeft Lenin graag de schuld van Stalins misdaden om daarmee ieder revolutionair streven á la Lenin bij voorbaar verdacht te maken als bron van nieuwe verschrikkingen. Beiden gebruiken hun karikatuur van het Leninisme voor eigen politiek gewin. En in beiden verschijnt Lenin als een soort politieke Joop van der Ende die het hele theaterstuk produceerde. De Russische arbeiders en boeren zijn hooguit toneelknechten, figuranten of flink uitgeknepen toeschouwers in het stuk dat de naam “Russische Revolutie” draagt, maar met de echte revolutie in dat land net zo weinig gemeen heeft als  de gemiddelde musical met de realiteit.

Met het werkelijke Leninisme heeft dit allemaal dus niets te maken. Wat houdt dat Leninisme in hoofdlijnen in? Het is zaak om hier te waken tegen zowel een te brede, als tegen een te smalle kijk. Het heeft geen zin om álles wat Lenin ooit gezegd, gedaan, bepleit en geprobeerd heeft, tot en met zijn persoonlijkheid, zijn stijl van optreden en van debatteren, tot “Leninisme” te verheffen. Het heeft echter ook geen zin om het Leninisme te versmallen tot één of twee elementen uit  de politieke theorie en praktijk, bijvoorbeeld zijn visie op de revolutionaire partij die volgens Lenin onmisbaar was voor een succesvolle revolutie. Leninisme is bepaald meer dan dat. Wat dan? Ik hou de spanning er graag nog eventjes in…


Rechts regeert in Italië: reden voor groot alarm

28 mei, 2008

Stel je het volgende voor. Een groot Europees land krijgt via verkiezingen een rechtse regering. In die regering zitten vier ministers van een partij met openlijk fascistische inslag. Diezelfde partij levert ook nog eens acht onderministers. De leider van die ‘post-fascistische ‘partij is president geworden van de Kamer van Afgevaardigden, één van de twee kamers van het parlement. Een ander kopstuk van die extreem-rechtse partij is burgemeester geworden van de hoofdstad van het land, aanhangers brachten hem de fascistengroet toen hij gekozen werd.

Stel je verder voor dat de premier van dat land, een steenrijke mediamagnaat, zegt: “wij zijn de nieuwe Falange”– kennelijk een verwijzing naar de gelijknamige fascistenbende in Spanje vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw. De leider van de derde regeringspartij, een groepering voor meer regionale autonomie van het Noorden, maar vooral ook voor meer racisme, zegt dingen als: “ik weet niet wat links wil, maar wij zijn klaar… Als ze conflicten willen, dan hebben we 300.000 man achter de hand.” En, om het duidelijk te maken: “Onze geweren roken altijd.” Een raadslid van diezelfde partij zei: “Met immigranten moeten we hetzelfde systeem gebruiken dat de SS gebruikte – tien van hen straffen voor elk vergrijp dat één van hen tegen onze burgers begaat.” Een ander kopstuk, nog steeds van deze partij, pleitte voor het opzetten van “burgerwachten”  om te jagen op “illegale immigranten”.

Het land – nogmaals, een groot Europees land, je bent er met het vliegtuig binnen een paar uur – zag afgelopen weken een aanval met brandbommen op een kamp van Roma-zigeuners, en een aanval op winkels van migranten in de hoofdstad. Deportatie van migranten is op gang gekomen. Links – bij verkiezingen weggevaagd uit het parlement, vooral omdat ze zich voorafgaande jaren zo bij het midden aansloot dat bijna niemand het verschil nog kon zien, laat staan een reden kon vinden om erop te stemmen – houdt zich buitengewoon gedeisd. En zo glijdt dat keurige land af in de richting van een autoritaire staat, doordrenkt met meer dan een beetje fascisme.

Je zou denken dat antiracisten, antifascisten, links, de arbeidersbeweging – iedereen die de naargeestige uiterst rechtse wind voelt waaien en er last van heeft – op zijn achterste benen zou staan. Toen in 2000 Oostenrijk een regering kreeg met de extreem-rechtse vrijheidspartij van de schakelfascist (1) Jorg Haider erin, was de woede – terecht! – wijdverbreid. Ook in Nederland is toen fel betoogd, er waren zelfs oproepen tot een boycot van dit land. Maar nu? Niets van dat alles.

Lezers hebben hopelijk gezien over welk land ik het heb, namelijk Italië. Al eerder besteedde ik daar wat aandacht aan, maar de ontwikkelingen daar zijn te onheilspellend om met een enkel artikeltje af te doen. Het uiterst-rechtse succes in Italië heeft consequenties die ver over de grenzen van dat land heen gaan. Als fascisme zo ongeveer genormaliseerd wordt, als razzia’s – of moeten we, in het kader van het post-fascisme, spreken van post-razzia’s? – openlijk staatsbeleid worden en (post-)pogroms ruim baan krijgen, dan is dat voor fascisten en andere uiterst-rechtse krachten ook in Nederland een aanmoediging. De opkomst van Wilders, zelf een fascist, en Verdonk, een grensgeval volgens mij, laat al zien dat de uiterst-rechtse opmars geen specifiek italiaans verschijnsel is. Hoe ongeremder het rechtse succes daar, hoe groter de kansen dat het ook hier gebeurt.

Tegen die achtergrond ga ik eens kijken hoe links her en der reageert. Vrolijk wordt je er niet van. De SP slaapt, en wordt waarschijnlijk pas wakker als de junta van Verdonk en Wilders – die laatste vindt samenwerking met Verdonk trouwens al bespreekbaar – het Catshuis heeft overgenomen. Maar ook clubs met een steviger antiracistische reputatie zijn niet zeer wakker. Bij Doorbraak vindt ik niets over Italië – terwijl de rechtse opmars daar toch leerzaam is voor wie wil weten hoe je die opmars in Nederland effectief dwarsboomt. Maar de keus voor een actie-organisatie om zich om de actualiteiten in Nederland te richten is te begrijpen, al betreur ik het, en hoop ik dat het verandert. De Fabel van de Illegaal , een blad dat vaak scherpe antiracistische analyses maakt heeft wel iets relevants: “Italiaanse deportaties voorbode voor de rest van de EU?”, uit voorjaar 2008. Maar dat gaat nog over deportaties uit 2007, onder de centrum-‘linkse’ regering, die er op dit gebied ook al wat van kon en in wiens voetsporen de huidige regeringsbende van hele, halve en kwartfascisten nu kan treden. Een waarschuwende analyse van de rechtse overwinning en de gevolgen ervan ontbreekt ook daar.

De Internationale Socialisten (IS) hadden direct na de verkiezingsoverwinning van rechts wel een behoorlijk stuk: “Nederlaag Italië is waarschuwing”. En deze week verscheen op de website van de IS een stuk over protesten tegen de manier waarop autoriteiten de arme bevolking opzadelen met enorme bergen gedumpt afval. Die protesten bieden hoop tegen rechts en haar regering, zo betoogt het stuk feitelijk. Klopt – maar het doet aan de ernst van de huidige situatie niet veel af.

Het laatstgenoemde artikel is vertaald uit de Socialist Worker, het blad van de zusterorganisatie van de IS in groot-Brittannië, de SWP. In dat blad staat meer over Italië, en daar heb ik voor het bovenstaande lustig gebruik van gemaakt ook. De analyse erachter is solide en belangrijk. Links heeft met haar aanpassing aan het midden, en de ondraaglijke compromissen die het daartoe bereid was te sluiten, haar eigen aanhang gedemoraliseerd en daarmee de deur open gezet voor rechts. Daar komt het op neer.

Maar de analyse wordt enigszins ontsierd door pogingen om er, koste wat kost, de moed er in te houden, een houding van voorál positief blijven, voorál geen paniek. Nu hebben we aan paniek inderdaad niets, maar de toestand is ernstig genoeg voor groot alarm, en daar merk ik nog te weinig van.Een vorbeeld van wat ik bedoel biedt Alex Callinicos deze week. “Don’t overstate the rise of the right”, heet zijn verhaal. Het artikel bevat veel goeds. Maar het gaat mis als Callinicos de opkomst van Hitler en Mussolini vergelijkt met de huidige situatie. Hij schrijft: “Het idee dat het fascisme op de deur klopt – of zelfs dat europa scherp naar rechts zwenkt – is nonsens. Hitler en Mussoline kwamen aan de macht vanwege twee beslissende voorwaarden. In de eerste plaats was  links en de arbeidersklasse een zware nederlaag toegebracht. In de tweede plaats stond de kapitalistenklasse tegenover een economische en sociale crisis die zo zwaar was dat  ze alle arbeidersorganisaties moesten verpletteren om de winstgevendheid te herstellen. Geen van deze twee voorwaarden is vandaag de dag zelfs maar in de verte aanwezig in Europa.”

De kredietcrisis brengt weliswaar waarschijnlijk een stevige recessie mee. “Maar die heeft nog niet toegeslagen”, zegt Callinicos. Kun je nagaan, denk ik dan – al vóór de crisis doorzet, heeft uiterst rechts al zo’n kracht weten te bouwen. Dat maakt de situatie des te gevaarlijker als de recessie echt toeslaat, en links doorsnurkt.

Over de andere voorwaarde – de nederlaag die arbeiders moet zijn toegebracht – antwoordt hij met een betoog over de opkomst van radicaal-links de afgelopen jaren, het aan de macht komen van sociaal-liberale regeringen die steun vinden in de arbeidersklasse maar een klassiek rechts beleid voeren tegen hun achterban in, en de tegenslagen die links heeft doordat het niet of te weinig  met dat neo-/ sociaal-liberale dogma breekt.

Maar daar komen we niet zo heel veel verder mee. In Italië klopt misschien nog niet “het fascisme” in volgroeide vorm “aan de deur” – maar intussen zijn tal van fascisten wel de deur van regeringsgebouwen binnengedrongen en hebben zich er een sterke positie verworden. En dit gebeurde op basis van néderlagen van de arbeidersbeweging, van links, ook al zijn die nog niet zo ernstig als in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Dat links die nederlagen zichzelf met haar aanpassing aan rechts heeft toegebracht doet daar niets aan af. Ook de nederlagen van de arbeidersbeweging tijdens de opkomst van Hitler waren vooral een kwestie van grove, soms misdadige fouten van links zèlf.

Ik vind het beeld dat er een fascistische dreiging is, in ieder gaval in Italië – toch een belangrijk Europees land – bepaald geen “nonsens”. Het gevaar is reëel, en links moet dat onder ogen zien en daarnaar handelen. Geen paniek nee. Maar wel degelijk groot alarm.

Artikelen die ik verder heb gebruikt:

Chris Bambery, “Italy’s right launches tidal wave  of racism”, Socialist Worker (UK), 20 mei 2008;  ‘Lenin’, “‘Ethnic Cleansing’in Italy”, Lenin’s Tomb, 17 mei 2008; Gaither Stewart, “Rome Diary: Italy’s Leap into The Dark”, Countercurrents.org, 27 mei 2008; Tom Kingston: “Fears of racist violence rise as gang goes on rampage in Rome”, Guardian (UK), 26 mei 2008.

Noot: (1). Dat woord ga ik binnenkort eens nader uitleggen. Ik bedoel er het soort figuren mee dat een brugfunctie vervult tussen fascisme en ‘gewoon’ rechts. In Nederland was Fortuyn zo iemand, en ook Wilders heeft er trekjes van.


Staking streekvervoer gaat door, stakingen bij post boekten resultaat

25 mei, 2008

Buschauffeurs in het streekvervoer zetten hun acties voor een behoorlijke CAO voort. De NRC meldt dat ze komende dinsdag tot en met donderdag gaan staken buiten de spits. In de spits zelf zullen actievoerende chauffeurs geen kaartjes controleren. Bonden eisen onder meer een loonsverhoging van 3,5 procent. Als het niet opschiet met die CAO, dan willen de vakbonden verder gaan: “De bonden hebben al laten weten het streekvervoer vanaf 1 juni voor onbepaalde tijd helemaal plat te willen leggen” , aldus onder meer de NRC. en goede drukverhogende stap vooruit in de stakingsacties.

Het is goed denkbaar dat de busbedrijven het zover niet laten komen en vlak voor één juni overstag gaan. Iets soortgelijks gebeurde vorige week in de post. Ook daar staakte het personeel, in de ene stad na de andere: groningen, Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven zagen poststakingen, en de bonden kondigden voor 28 juni een landelijke staking en manifestatie aan. Op 20 mei nodigde het TNT-postbedrijf de bonden uit om opnieuw te gaan praten. Afgelopen weekend was er een voorlopig akkoord. De staking en manifestatie gaan nu niet meer door.

Volgens die ontwerp-CAO krijgt het personeel 3 procent loonsverhoging – ruim boven de aanvankelijk geboden anderhalf procent. Daarbovenop krijgen ze nog een half procent onder bepaalde voorwaarden, waarmee het akkoord in de buurt komt van de door vakbonden geëiste 3,5 procent. Bovendien ziet TNT af van geplande bezuinigingen op arbeidsvoorwaarden. Die zouden hebben kunnen leiden tot grove loondálingen en grootschalig banenverlies.

Voorzover ik kan overzien is dit akkoord een overwinning voor de stakende postarbeiders. “Die acties hebben TNT toch veel last bezorgd” , concludeerde iemand van CNV publieke zaak, één van de betrokken vakbonden. Het feit dat de regering de liberalisering van de binnenlandse postmarkt heeft uitgesteld hielp ook. door di uitstelk blijft de markt voor brieven en pakjes beneden de 50 gram voorbehouden aan TNT, en dreigt er nog geen moordende concurrentie met andere bedrijven over de ruggen van het personeel. Dit maakte het iets makkelijker, zo lijkt het, voor TNT om haar brute rearganisatieplannen niet door te drukken.

Nòg niet, zo valt te vrezen: die liberalisering zou later wel eens alsnog doorgevoerd kunnen worden, en dan al tnt daar vast naar evrwijzen om ahaar harde reorganisatie opnieuw op te dringen. Maar de stakers bij de post hebben laten zien dat zij bereid en in staat zijn om dit soort aanvallen van een stevig antwoord te voorzien. En het is te hopen dat streekbuschauffeurs aan de relatief succesvolle stakingen bij de post wat exta goede moed putten om ook een overwinning binnen te slepen.


Pogrom en razzia’s in Italië – blijven we zo stil?

23 mei, 2008

Schokkende beelden en berichten zijn het, de beelden en berichten die we al dagen zien uit Zuid-Afrika. Knokploegen van straatarme zwarte Zuid-Afrikanen maken jacht op straatarme immigranten en vluchtelingen – mensen die de ellende uit Zimbabwe zijn ontvlucht vooral. De knokploegen steken woningen van de vluchtelingen in brand, verkrachten, mishandelen en vermoorden mensen.

Als excuus gebruiken ze het verhaal dat de migranten de banen van Zuid-Afrikanen zouden stelen. Zo richt de woede van arme mensen – slachtoffers van een regering die de rijken bevoordeelt en de meerderheid laat barsten – zich tegen andere arme mensen die hiervoor als zondebok worden misbruikt. inmiddels zijn er berichten dat op de achtergrond mensen die in de nadagen van de apartheid vanuit veiligheidsdiensten geweld opstookten, op de achtergrond ook nu een rol spelen in het aanjagen van hnet geweld. De media besteden ruim aandacht aan de geweldsgolf die inmiddels  minstens 42 doden heeft gekost en minstens 25.000 mensen heeft verdreven uit hun woningen. En die aandacht is goed en nodig.

Schokkend zijn ook de berichten uit een ander land.In dat land wordt jacht gemaakt op Roma-zigeuners en andere migranten zonder verblijfsvergunning. die worden als criminelen afgeschilderd en behandeld, in groten getale opgepakt en vaak het land uitgewerkt. Dit gebeurt niet door knokploegen maar door de politie. In opdracht van autoriteiten.

De berichten zijn schokkend – maar we krijgen er vrijwel geen beelden van te zien, en dat is feitelijk schokkender. Een reeks grootschalige racistische misdaden, opgezet van staatswege, voltrekt zich, en we krijgen het niet te zien. Het land waar ik op doel is Italië, en het zwijgen over wat zich daar voltrekt is een schande.

De huidige racistische golf woedt al een tijd, maar na de verkjiezingsoverwinning van rechts dit voorjaar lijken de remmen helemaal los. Een paar citaten en voorbeelden: begijmei pakte de politie in meerdere plaatsen tegelijk migranten uit onder meer Oost-Europa en China op. Binnen korte tijd werden 53 van het het land uitgezet. Politie ontruimde een Roma-kamp onder een brug over de Tiber in Rome.

In Napels belegerde een meute een roma-kamp na berichten over een Italisaanse vrouw die beweerde dat een Roma-meisje van 16 jaar haar dochter hadden proberen te ontvoeren. De bende brandde het Roma-kamp plat, de politievoerde de bewoners af naar een andere plek. bij de aanval zou volgens berichten de Camorra – napels’variant van de mafia – zijn betrokken. over de rol van die Camorra bij het vuilnisschandaal in die stad krijgen we wel te horen, maar over de rol rvan in deze pogrom tegen Roma wordt vrijwel overal gezwegen. Umberto Bossi, leider van de Lega nord, sinds kort weer regeringspartij, zweeg echter niet. “Mensen gaan doen wat de politieke klasse niet doet”, zo zei hij over deze pogrom. Ook had hij gezegd: “het is makkelijker om ratten te vernietigen dan om de zigeuners weg te vagen.” Regelrechte nazi-taal.

De aanloop tot dit racistische geweld werd gelegd onder de vorige regering, en onder de vorige burgemeester van Roma, veltroni. die vorige regering had al een nood-decreet doorgevoerd dat onmiddellijke uitzetting van Roma mogelijk maakte. en burgemeester veltroni zegde toe dat hij Roma bijeen zou drijven in kampen die de griezelige naam ‘solidariteitsdorpen’ kregen. Berlusconi en de hele en halve fascisten waarmee hij in de regering zit, gaan verder op de al voor hem, door Prodi en Veltroni, ingeslagen weg.

Italië was ooit het land waar de andersglobalistische beweging haar eerste hoogtepunt vond in de confrontaties in Genua tuit protest tegen de G8-top in Genua in juli 2001. Het land beleefde een tweede hoogtepunt in verzet tegen neoliberalisme en oorlog, in het Europees Sociaal Forum in Florence in november 2002, dat werd afgesloten met een megademonstratie van een miljoen mensen tegen de dreigende oorlog in Irak. Het land kende de grootste vredesbeweging rond de tijd toen de VS en Groot-Brittannië, samen met onder meer Italië (toen ook onder Berlusconi) daadwerkelijk de aanval op Irak opende, in 2003. Het land kende bovendien een arbeidersbeweging die met staking na staking zich aanvallen op haar levenspeil van zich alf poogde te houden.

Dat juist in dát land rechts zo gevaarlijk sterk is,een letterlijk op het oorlogspad durft te gaan – nu tegen migranten, maar blijft het waarschijnlijk niet bij – is schokkend. Het wordt tijd om wakker te worden en de ontwikkelingen in dat land met intense aandacht te volgen. want de dreiging van rechts blijft bepaald niet automatisch tot Italië beperkt.

Voor dit stuk maakte ik gebruik van de volgende artikelen:

“South African blames apartheid-era forces for violence”, International Herald Tribune, 23 mei 2008; Stefan Steinberg, “Berlusconi government incites racist progroms”, World Socialist Website, 23 mei 2008; ‘Lenin’, “‘Ethnic Cleansing’in Italy”, Lenin’s Tomb, 17 mei 2008.


Stakingen in Frankrijk laten zien hoe we ons rechts van het lijf kunnen houden

23 mei, 2008

Rechts rukt gevaarlijk op in meerdere Europese landen. Londen dreunt nog na van de verkiezingszege van de consercatieve Boris Johnson bij de burgemeestersverkiezingen daar, en ook bij verdere gemeenteraadsverkiezingen rukten die Conservatieven griezelig op – net als de nazi’s van de British National Party (BNP). In Italië is de ramp groter. Daar is Berlusconi er in geslaagd voor de derde keer premier te verkiezinge. Links is weggevaagd; gematigd links heeft zich opgelost in de Democratische Partij, radicaal links is de volksvertegenwoordiging uitgeveegd. Berlusconi en vooral zijn griezelige coalitiepartners waaronder de Lega nord van Bossi, openen momenteel de jacht op migranten en Roma (‘zigeuners’) en bezigen daarbij regelrechte nazi-taal. In Nederland reigt een vergelijkbare ramp. Peilingen geven ineenstorting van de PvdA, verval ook van de SP, en een doorbraak van Verdonks Trots Op Nederland – een partij die in het griezelkabinet van Berlusconi niet zou misstaan.

Overeenkomst in al deze situaties is de achtergrond van de rechtse kracht. Steeds weet rechts gebruik te maken van de nalatigheid van een gematigd links dat zoveel mogelijk pogingen doet om op rechts te lijken. Het racisme van Italiaans rechts bijvoorbeeld borduurt voort op de politiek van de vorige burgemeester van Rome, een zekere Veltroni. Die schepte op dat hij 6000 Roma-zigeuners had laten uitzetten uit hun kampen. Deze Veltroni werd vervolgens aanvoerder van de Democratische Partij die het tegen Berlusconi opnam. De keus was tussen het pseudo-links/namaakrechts van Veltroni en het harde rechts van Bossi en Berlusconi , en bij zoiets is het harde rechts in het voordeel – zoals weer eens bleek. In Londen en Groot-Brittannië speelde iets soortgelijks: Livingstone, de kandidaat voor Nieuw Labour, deed zoveel pogingen om Londen vooral aantrekkelijk te maken voor  bedrijven en de rijken, dat het verschil met de rechtse Boris Johnson steeds minder opviel.

Hoe kan links zich herstellen van de klappen, en de tegenaanval weer inzetten – of, zoals in Nederland – vorkomen dat het zulke klappen gaat lijden als in Italië? Daar valt veel over te zeggen, maar gebeurtenissen in Frankrijk laten een belangrijk en hoopgevend patroon zien. In Frankrijk won vorig jaar de rechtse Sarkozy presidentsverkiezingen op dezelfde basis als  Berlusconi de verkiezingen in Italië won. Gematigd links in Frankrijk was zover naar het midden opgeschoven dat het als progressief alternatief tegenover rechts zo ongeveer had afgedaan. Radicaal links wist de versplintering niet te boven te komen en kwam slechter uit dfe verf dan eerdere jaren. Rechts won, Sarkozy werd president, en zette de aanval in op de arbeidersbeweging.

Maar precies die aanval stuit op toch vrij grootschalig verzet. Verkiezingen winnen is één ding voor rechts, maar daarmee  is niet zomaar de bereidheid van arbeiders verdwenen om hun rechten hardnekkig te verdedigen. Die verdediging heeft al herhaaldelijk tot serieuze stakingen en protesten geleid. Zo ook deze week.

Op donderdag 22 maart staakten in Frankrijk arbeiders bij spoor, metro en busvervoer. Ook bij de post en bij  de telecom werd gestaakt, door  tussen de 10 en de 20 procent van hety personeel. Vakbonden protesteerden hiermee tegen plannen van de regering om pas volledig pensioen uit te betalen na 41 jaar in plaats van na 40.

Arbeiders zetten hun staking kracht bij met een reeks massademonstraties. in Parijs kwamen tienduizenden mensen op de been: 70.000 volgens vakbond CGT, 28.000 volgens de politie. Bordeaux: 25.000 aldus CGT,  8000 aldus politie; Marseille: 60.000 CGT; 8200 volgens autoriteiten. Totaal: 700.000 volgens de bonden, 292.000 volgens de politie die al eerder heeft laten zien dat tellen niet haar sterkste kant is. Op sommige plaatset liepen ook fabrieksarbeiders en havenwerkers mee, uit woede overdreigende privatiseringen. de staking had brede sympathie: een peiling in het blad Liberation meldde dat zes op de tien mensen in Frankrijk de protesten steunde.

De stakingsdag kwam een week na een landelijke actiedag van docenten. Grote aantallen van hen staakten een dag  in protest tegen het plan om enkele tienduizende banen te schrappen. ook andere groepen arbeiders voerden acties, en ook toen was er een reeks massademonstraties; 50.000 betogers (18.000 volgens politie…) alleen al in Parijs, achter een spandoek: “samen  om de openbare dienst te verdedigen en te verbeteren”. En studenten betoogden in Grenoble, waarbij jongeren slaags raakten met de oproerpolitie.

Rechts heeft in Frankrijk de regeringsgebouwen en de politieke macht. Links kan echter bouwen op haar werkelijke kracht – in de bedrijven en op straat, waar de rechtse kracht veel minder indruk maakt dan in het officiële politieke landschap. En precies daar – in de bedrijven en op straat – zit ook de kracht die het in Nederland mogelijk maakt om ons de Nederlandse Berlusconi/Sarkozy – een Rita Verdonk, bijvoorbeeld – van het lijf te houden. Juist dat maakt de stakingen in post en streekvervoer in Nederland tot veel méér dan alleen arbeidsconflicten die postarbeiders en buschauffeurs aangaan.

Voor dit stuk heb ik gebruik gemaakt van:

Chris Bambery, “Italy’s Right launches tidal wave of racism”, Socialist Worker (UK), 20 mei 2008; “Mass strike over French job cuts”, Aljazeera, 16 mei 2008; “France hit by national strike”, Aljazeera, 22 mei 2008; “Strikes over pensions hit France”, BBC, 22 mei 2008; “French pension strike sparks numbers battle”, BBC, 22 mei 2008.


Weerzinwekkende vertoning rond racist Nekschot

20 mei, 2008

Wat een weerzinwekkende vertoning, eerst in de media en vervolgens in de Tweede Kamer. Een zekere Gregorius Nekschot, maker van vunzige racistische schetsen – ik weiger die dingen de titel ‘cartoons’ te geven – wordt met een overmacht van agenten opgepakt, en een dag en een nacht vastgehouden. Het OM kijkt of een aantal van de vodden van Nekschot strafbaar zijn wegens “discriminatie en mogelijk het aanzetten van haat of geweld”, aldus De Volkskrant van 16 mei.

En waar gaat de discussie vervolgens over? Over de vraag of de man misschien niet erg lang is vastgehouden, of de politiemacht wel zo groot moest zijn, en vooral of de vrijheid van meningsuiuting hier niet ernstig ‘in het geding’ is. Over bijzaken dus.

De vraag die nauwelijks gesteld is, laat staan beantwoord: is er bij fatsoenlijke mensen een andere houding tegevover te prenten van Nekschot denkbaar dan die van volslagen weerzin? Hebben mensen ze gezien? De tekstjes zijn nog een poging tot humor, hoe mislukt ook. Maar de tekeningen zèlf! De minachting en afkeer van donkere mensen, en vooral van moslims, druipt van de ranzige plaatjes af. Het zijn racistische tekeningen in een zeer klassieke, en in de geschiedenis zeer dodelijk gebleken, traditie. Pepijn Brandin legt, in een gaaf stuk waar ik nog op terug kom, haarfijn uit wèlke ook maar weer.

De allereerste reactie zou dan toch de vraag moeten zijn: wie máákt zulk vergif? Wie drukt die troep, wie pakt de bagger in dozen en wie rijdt de zooi naar boekhandels, wie wil die boekjes van Nekschot aanraken om ze in winkels neer te leggen en in te pakken? En wie kóópt zulke smeerboel? Hoe kan het normaal gevonden worden dat zoiets gewoon wordt gemaakt, verspreid en geconsumeerd? Waar is het terechte maatschappelijke taboe op openlijk racisme gebleven?

O, de vrijheid van meningsuiting? Die heeft met deze zaak niets te maken. Er is geen vrijheid om mensen op straat van hun kleren te beroven en te bespugen. Er is ook geen vrijheid om mensen, hele bevolkingsgroepen, via het maken van hatelijke schetsen, van hun waardigheid en hun menselijkheid proberen te beroven. Het zenden van hatemails, het plegen van  dreigtelefoontjes, het roepen van ‘brand’ in een volle bioscoop als je weet dat er helemaal geen brand is – dat is allemaal helemaal geen vrijheid van meningsuiting, dat is het agressief verzieken van mensenlevens en dus gewoon ontoelaatbaar. De vraag hoe je dat soort  wangedrag tegengaat is een tweede, maar de hele zaak begint met vaststellen dat wat Nekschot met zijn prenten doet, doodgewoon niet dient te kunnen.

Bijna niemand echter die daarmee begint. De Volkskrant zegt weliswaar “inderdaad, zijn grappen kunnen misselijk zijn” maar spreekt vooral schande van de arrestatie. De NRC is wat kritischer. “Aan het vereiste (om strafbaar te zijn, Peter Storm) “beledigend uitlaten” voldoet zijn oeuvre vrij makkelijk”, zo zegt de krant droogjes over het werk van Nekschot.  Maar erg veel kans maakt een veroordeling volgens hetzelfde artikel niet, om redenen die het artikel uitlegt, en die ik hier niet zal herhalen omdat ze me hier verder niet interesseren. Ook de NRC spreekt geen afschuw uit over de schetsen van Nekschot, ook de NRC richt haar aandacht feitelijk alleen op de arrestatie en mogelijke strafzaak tegen de racistische kliederaar.

Je zou denken dat links op zijn minst de ruim voorhanden kritische aandacht voor de arrestatie zou combineren met een duidelijk uitgesproken afschuw van het werk van Nekschot. Nou, wie een links en dus helder antiracistisch antwoord van de SP verwacht kan verder dromen. Jan de Wit van de Socialistische Partij noemt de arrestatie “buiten proporties” en zegt niets over de tekeningen zelf. Een expliciete afwijzing racisme is teveel gevraagd. In het kamerdebat van 20 mei gaat hij nog verder. Ook hij doet een belachelijk beroep op de vrijheid van meningsuiting en zegt expliciet “De SP-fractie is van mening dat iemand deze cartoons moet kunnen publiceren.” Welnu, ik vind dus van niet, en met een legitieme uitoefening van meningsvrijheid hebben de tekeningen van Nekschot helemaal niets te maken.

Vind ik dus dat de arrestatie, het lang vasthouden en een eventuele recchtszaak tegen Nekschot prima zijn? Helemaal niet. Ik sluit me aan bij Pepijn Brandon op de website van de Internationale Socialisten  (IS), in een werkelijk subliem stuk over de hele zaak dat mij bij het bovenstaande erg heeft geholpen. Een sleutelpassage: “De ‘affaire’ toont aan hoe weinig er te bereiken is met de juridische strategie van aanklachten om racisme te bestrijden. Ten eerste is een arrestatie als deze – weten wij uit ervaring – vooral een vorm van gratis reclame. Ten tweede worden dit soort politieacties slechts sporadisch tegen rechtse figuren ingezet, en scheppen ze vervolgens het precedent om alles uit de kast te halen tegen linkse activisten. Ook dat weten we uit ervaring. En ten derde: zelfs als deze man wordt veroordeeld, wat verandert dat dan aan het politieke klimaat in Nederland.” Vervolgens hamert Pepijn Brandon het racistische karakter van Nekschots getekende narigheden er zeer effectief in.

Eén puntje nog ter aanvulling van zijn prachtstuk. Als hij wordt veroordeeld is dat – zoals hij aangeeft – gevaarlijk voor links. Niet de vrijheid van meningsuiting van de racistische vuilspuiter is in gevaar, maar die van het soort mensen dat tegen dit soort racisten opneemt.

En wat als hij – hetgeen best waarschijnlijk is zoals de NRC uitlegt – níét wordt veroordeeld? Dan zijn, zo valt te vrezen, de rapen helemaal gaar. Dan heeft in feite idere racist groen licht gekregen om zijn of haar meest kwaadaardige haat via tekeningen of schrijfsels of anderzins te verspreiden. Dan heeft het OM Nekschot niet slechts een boel publiciteit bezorgd. Dan kan de hele affaire ook nog eens de deur open zetten voor een ware golf van Nekschoten. Een bepaald griezelig vooruitzicht. Links kan zich maar beter schrap zetten – en daarbij hebben we aan de opstelling van Pepijn Brandon en de IS een boel, en aan die van De Wit en de SP op dit punt minder dan niets.