Honduras: volksopstand tegen coup

30 juni, 2009

De militaire staatsgreep in Honduras ondervindt forse, en hoopgevende, tegenwerking vanuit de bevolking. Maandag stonden boze betogers oog en oog met soldaten, en vonden felle betogingen plaats. Voor vandaag hebben drie vakbonden een algemene staking afgekondigd – voor onbepaalde duur.

De staatsgreep, die Congresvoorzitter Micheletti (partijgenoot van Zelaya)  in het zadel hielp, was het  rechtse antwoord op president Zelaya, die te linksig was geworden naar hun zin. Die linksigheid bleek uit een referendum – adviserend, niet eens bindend – dat hij zondag probeerde te houden. In dat referendum mocht het volk zich utspreken over de vraag of er grondwetswijzigingen mochten worden voorgelegd bij een referendum later dit jaar.  Er zou daarvoor een grondwetgevende vergadering moeten komen. Onder die wijzigingen was – zo wordt althans algemeen aangenomen –  de mogelijkheid om Zelaya verkiesbaar te maken voor een tweede ambtstermijn.

Hooggerechtshof, militaire top en ook een groot deel van het Congres waren hiertegen. Het voorstel zou  ongrondwettig zijn. Met een grondwet die in 1982 onder zware Amerikaanse druk is doorgevoerd kan dat allemaal best wezen, maar het idee dat grondwetten nooit en tenimmer via de stembus gewijzigd zouden mogen worden is iets fundamenteel mis. Er zijn stevige aanwijzingen dat er forse steun in de bevolking voor Zelaya’s initiatief bestond. De reactie vanuit die bevoling op de gewelddadige machtsgreep tegen zelaya spreekt wat dat betreft al boekdelen.

Zelaya liep al eerder uit de pas met de heersende machten in Honduras. Hij zoich een bondgenootschap met de linkse president van Venezuela, Chavez. En in zijn uitspraken neemt hij het herhaaldelijk op voor de armen, de democratie, tegenover de traditionele elite van het land. Zo bracht hij ook de noodzaak van het referendum over het voetlicht. Of zijn retoriek ten gunste van de arme meerderheid ook vertaald is in beleid waar arme mensen echt iets aan hebben, weet ik niet. Maar het hele verschijnsel van een president die arme mensen hoop op verbetering biedt, en rijke mensen daarmee angst voor inperking van hun macht kan inboezemen, was  de traditionele machthebbers kennelijk te veel. Op de dag van het referendum s pakten soldaten Zelaya op, ontvoerden hem, en werkten hem het land uit.

Al snel waren er aanhangers van de gekozen president op straat aan het protesteren. Maandag kregen betogers traangas naar zich toe geslingerd toen ze demonstreerden voor het presidentiéle paleis tegenover soldaten en oproerpolitie. Al eerder hadden betogers al stenengooiend de ordetroepen teruggedreven. Er is een uitgaansverbod, er is perscensuur, er zijn zeker 10 gewonden en 38 demonstranten zijn gearresteerd, volgens een aanklager die zich met mensenrechten bezig houdt. President Zelaya – want dat is hij nog steeds, wat de nieuwe machthebbers ook mogen beweren – heeft intussen aangekondigd dat hij donderdag terug zal keren naar Honduras. En… er zijn berichten – moeilijk te controleren – dat twee bataljons cvan het Hondurese leger de staatsgreep weigeren te steunen.

Vakbonden verhogen intussen de druk op de nieuwe machthebbers nog verder. Drie  vakbonden van werkers in de openbare sector hebben vandaag opgeroepen tot staking. “Het zal een staking zijn voor onbepaalde duur. We erkennen deze door de oligarchie opgelegde regering niet, en we zullen onze verzetscampagne houden tot president mauel zelaya hersteld is in zijn macht”, aldus een vakbondsleider.

Als dit doorzet – als de staking effectief wordt, als demonstraties aanhouden, als inderdaad militairen tegen de coupplegers rebelleren – dan is het met het militaire machtsvertoon vauit de rijke elite misschien – hopelijk! – vrij snel gedaan. Dan zal die elite nog spijt krijgen dat ze Zelaye niet gewoon hebben laten zitten en het referendum niet hebben getolereerd. Zoals het nu gaat, kunnen de traditionele machthebbers wel een veel méér kwijtraken dan via een keurige grondwetswijziging langs electorale weg…


Staatsgreep Honduras staat niet stevig

28 juni, 2009

In Honduras vond vandaag een militaire staatsgreep plaats die van veel media kennelijk niet zo mag heten. De Volkskrant schrijft dat president Zelaya is aangehouden door soldaten. “Een medewerker van de president (…) zegt dat Zelaya kennelijk is overgebracht naar een basis van de luchtmacht.” De NRC meldt intussen dat Zelaya naar Costa Rica is gegaan. Zelf spreekt hij van een “coup”, net als Rafael Alegria, bondgenoot van Zelaya en vakbondsleider. Ik vind het opvallend dat gevestigde media die omschrijving van de militaire machtsovername (nog) niet overnemen (het kan zijn dat dit in nieuwe versies van boven doorgelinkte artikelen alsnog gebeurt trouwens, maar dit was de situatie zondagavond  tussen 20 uur en 20.30 ).

Wat zit er achter deze ontwikkelingen? Op de korte termijn gaat het om een conflict rond een referendum. Op de lange termijn is er sprake van een botsing tussen traditionele machthebbers in Honduras en een president die ietsje te progressief uit de hoek komt voor die traditionele machthebbers.

Eerst dat referendum. Zelaya wilde vandaag zo’n volksraadpleging houden over de vraag of hij later dit jaar een grondwetswijiging per referendum aan kiezers voor mocht leggen. Met die wijziging wilde hij het kennelijk – veel is onduidelijk – onder meer mogelijk maken om voor een tweede ambtstermijn verkiesbaar te zijn.

Het Hooggerechtshof noemde het referendum echter ongrondwettig. Generaal  Romeo Vasquez, chef-staf van het militaire apparaat, weigerde  de president te helpen bij de uitvoering van het referendum van vandaag. Zelaya ontsloeg de generaal, en zette zijn plan door.

Er zijn aanwijzingen dat er vorige week vanwege dit referendumconflict al een staatsgreep op stapel stond, maar dat toestemming van de VS uitbleef. Daarom ging de staatsgreep toen niet door, althans volgens Zelaya.

Wat de staatsgreepplegers van vrijdag misschien ook heeft beïnvloed is de reactie vanuit de bevolking. Duizenden mensen begeleidden Zelaya toen hij stembussen ging terughalen zodat ze niet in opdracht van de rechtbanken konden worden achtergehouden. Hij zei tot aanhangers: “wij zullen het Hooggerechtshof niet gehoorzamen. Het hof, dat rechtspraak  uitoefent voor de machtigen, de rijken en de bankiers, veroorzaakt alleen maar problemen voor de democratie.”

Een staatsgreep in zo’n situatie betekent niet slechts een conflict tussen legertop en Zelaya. Het betekent een botsing tussen legertop en flinke delen van de bevolking, met een onzekere afloop. Kennelijk deinsde de legerleiding daar nog voor terug.

Wat er op het spel staat wordt duidelijker als we wat achtergronden op een rijtje zetten. Honduras is zo ongeveer de klassieke bananen-republiek, waarin een kleine groep grondbezitters samen met het leger de dienst uitmaken.Via verkiezingen wordt weliswaar een president geselecteerd, maar de veschillen lopen van rechts tot nog wat rechtser. De macht van de oligarchie, de rijke toplaag,  is vrijwel onaantastbaar.

Daarin is echter de laatste jaren verandering gekomen. Zelaya is tot president gekoen als kandidaat van de Liberale Partij, geen linkse club. Maar eenmaal aan de macht zocht hij toenadering tot Chavez,de linkse president van Venezuela.

Zelaya liet Honduras toetreden tot handelsovereenkomsten waarvan Venezuela gangmaker was: Petrocaribe en – dat probeerde hij althans – Alba.”Ik heb gekeken naar projecten van de Wereldbank, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, Europa, en ze kwamen met hele karige voorstellen. Dat dwong ons om andere financiers te zoeken, zoals Alba”, aldus Zelaya. Hij zei er ook nog subtiel bij: “We zijn voldoende soeverein (…)daarom kunnen we de wereld vertellen dat Honduras aan geen enkele imperialist toestemming hoeft te vragen lid te worden van de Alba.” Zoiets doet het prima bij heel veel mensen, en niet onlogisch ook, gezien de rol van de VS als heerszuchtige bemoeial in juist deze regio.

Stellingname tegen de Amerikaanse hegemonie verschaft Zelaya steun onder de bevolking; handelsvoordelen die via Alba wel en via de VS niet zijn de halen, zijn de economische achtergrond. Principieel antikapitalistisch is het allemaal niet. Een breuk met pro-Amerikaans neoliberaal rechts is het wel, en veel arme mensen verwelkomen dat.

De koers van Zelaya maakt hem kennelijk populair onder flinke delen van de bevolking. Ook voor zijn grondwetsplannen bestaat steun: “de president heeft de steun van vakbondsleiders, boeren en burgerorganisaties, die zeggen dat wijzigingen in de grondwet nodig zijn om het leven van de meerderheid te verbeteren.” We zagen al hoe vorige week veel mensen reageerden toen Zelaya hun steun zocht tegenover de poging om het referendum te blokkeren.

De voorgestelde wijigingen zijn overigens nog onduidelijk, of het echt iets voorstelt is maar de vraag. Maar brede lagen van de bevolking zijn Zelaya kennelijk gaan zien als hun man, hun bondgenoot. Tegelijk zien traditioneel machtige groepen in het land hem als bedreiging. Wat arme mensen hoop geeft, boezemt de elite juist angst in. Ook in zij eigen partij is veel kritiek. Angst om de VS, traditionele bondgenoot van de elite, tegen de haren in te strijken speelt daarin een rol.

De elite heeft nu kennelijk teruggeslagen en de president alsnog laten wegwerken met een staatsgreep. Maar het is sterk de vraag of dat gaat lukken. Meteen vandaag gingen al mensen de straat op om hun woede tegen de militairen te laten horen – en voelen: ik zag op het NOS-journaal van 18.00 uur demonstranten die letterlijk klappen uitdeelden aan soldaten! De BBC meldt dat demonstranten stenen gooiden en “verraders!” riepen naar militairen.

Zelaya’s bondgenoot Chavez is ooit, in 2002, van een staatsgreep gered door een grote volksopstand. Die gebeurtenissen bezorgden de traditionele elite in Venezuela een ernstige nederlaag, en duwden de hele politieke verhoudingen, inclusief de president zelf die voelde aan wie hij zij redding had te danken, naar links. Mij zou het niet helemaal verbazen als we in Honduras iets dergelijks gaan zien: een boze bevolking die haar president terugeist en dat afdwingt met heftig en grootschalig protest. Dát kan de weg openbreken voor verdergaande progressieve en dus zeer welkome veranderingen.

(update, 22.11: de NRC spreekt inmiddels van  een “klassieke staatsgreep”, en de Volkskrant noemt de gebeurtenissen inmiddels een“coup” .)


Stonewall 1969: soms moeten we réllen voor onze rechten

28 juni, 2009

Voor onze rechten moeten we vechten. Dat is al zo sinds heersers er een gewoonte van maakten om de rechten van hun onderdanen te vertrappen (en wie kent er heersers die dat niet doen?!), en dat zal zo blijven zolang er heersers en onderdanen, bazen en knechten – in welke vorm dan ook – bestaan.

Dat vechten voor rechten kent allerlei vormen. Voor het recht op een behoorlijk loon staken arbeiders. Voor het recht op abortus of voor het recht om te trouwen met een partner van hetzelfde geslacht demonstreren vrouwen, homo’s en lesbo’s, en hun sympathisanten. Voor het recht om niet naar oorlogen te worden gestuurd, voor het recht om geen kanonnenvoer te zijn voor de belangen van oliebedrijven demonstreren mensen – of ze weigeren dienst. Voor het recht om op gelijke voet met witte mensen bediend te worden in cafetaria’s in de zuidelijke staten van de VS rond 1960 hielden mensen sit-in-acties, riskeerden arrestatie, en bleven terugkomen. Tot dat dat recht werd erkend. Zo gaat dat, zo hoort dat.

Soms kent de strijd voor rechten hele brave vormen. Een petitie aan de regering. Een stem op een politicus.Niets mis mee, zelfs niet met dat laatste – als we maar niet vergeten om de politicus desnoods krachtdadig aan zijn of haar verkiezingsbeloften te helpen herinneren, en te laten voelen dat aan kiezersbedrog een prijskaartje hangt. dan brengen we doodleuk ons actie-arsenaal in stellingen demonstreren we desnoods tegen de politicus waar we eerder onze stem  op uitbrachten. ‘Mijnheer Obama, mevrouw Kant, leest u ook mee? We houden u in de gaten’ 🙂 Díé houding dus.

Maar er zijn van die momenten dat keurigheid en gedisciplineerde actievormen niet volstaan. Er zijn van die momenten dat de woede in rechtstreekse, ongedisciplineerde rauwe vorm tot uiting mag komen om te laten zien dat genoeg méér dan genoeg is. Soms – niet altijd, maar gewoon als het allemaal écht teveel wordt – is het goed om te rellen voor onzen rechten. Zoals een populistisch politicus uit de VS – in de negentiende eeuw, de tijd dat populisme iets progressiefs was en nog niemand het afschuwlijke eufemisme “rechts-populisme” had bedacht – eens zei tegen zijn agrarische achterban: “we should raise less corn and more hell”. Inderdaad.

Een schitterend voorbeeld van rellen voor onze rechten zagen we dit weekend exact veertig jaar geleden in en om Stonewall, New York City. Stonewall was een gay bar, een homokroeg, in die stad. Homoseksuelen in de VS leidden tot diep in de jaren zestig een verborgen en riskant dubbelleven. Openlijk voor je seksuele gerichtheid uitkomen was, laten we leggen, niet makkelijk. Je had niet alleen  te maken met vooroordelen van collega’s, onbegrip van ouders en andere gezinsleden en dergelijke; je liep serieuze risico’s. Je kon gearresteerd en mishandeld worden. Je kon je baan verliezen.

David Carter, een historicus die de gebeurtenissen rond Stonwall beschrijft , vertelt hoe de politie in die tijd opereerde. Bezoekers van gaybars werden veelvuldig aangehouden, gecontroleerd op drankgebruik op te jonge leeftijd, drugs, allemaal excuses op de cliéntèle van plekken als Stonewall te intimideren. Er waren wekelijks zo ongeveer politie-invallen.

“Als je op straat liep en je sloeg je arm om iemand heen, hield de de politie je aan om te kijken of je drugs had. En als een hetero een homo in elkaar sloeg deed de politie niets”, vertelt een toenmalige bezoeker van Stonewall. Carter voegt  in hetzelfde artikel toe: “het was normaal dat een politieagent zijn knuppel te voorschijn haalde en  een homo tegen zijn been sloeg en zei ‘doorlopen, flikker'”. Wekelijks hield de politie in New York City honderd mensen aan wegens “schending van de openbare eerbaarheid”“onzedelijk gedrag”. En soms belde de politie het bedrijf waar een aangehouden homo werkte. Zo verloren mensen  nogal eens hun baan.

Zo ging dat, en bezoekers van homobars slikten dat, uit angst en vast ook uit schaamte. Maar de jaren zestig waren tijden waarin mensen in beweging waren, op allerlei fronten. Er was al de beweging voor burgerrechten geweest, de strijd voor  gelijke rechten van vrouwen kwam naar voren, mensen voerden actie tegen de Vietnamoorlog. In Frankrijk hadden studenten en arbeiders in 1968 zowaar een halve revolutie gemaakt. Er hing rebellie in de lucht, en homoseksuelen waren daar niet immuun voor.

Op 28 juni 1969 was het weer zover: politie-inval in Stonewall, agenten arresteerden mensen en wilden ze meenemen. Maar dit keer ging het anders. Bezoekers verzetten zich, en even later zat de politie in de bar, belegerd door tweehonderd boze homo’s – veelal drag queens en dergelijke – en lesbo’s. Dát was oom agent niet gewend: van die ‘halfzachte nichten’ die terúgvochten, en met succes. Vijf dagen lang duurden de rellen. Daarna was het duidelijk: homoseksuelen braken in groten getale uit de kast. De weg naar de moderne homo-emancipatie was hardhandig opengebroken. Nog jaarlijks wordt deze gebeurtenis gevierd in vele landen.

Veel is sindsdien veranderd. De strijd voor gelijke rechten van homo’s en lesbo’s heeft vooruitgang geboekt. het is inmiddels in een handvol staten mogelijk voor homo- en lesbo-stellen om met elkaar te trouwen, en de campagne om dat verder uit te breiden boekt vooruitgang. Maar als je homo bent en je zit in het leger, moet je dat nog altijd verborgen houden op straffe van ontslag. En geweld tegen homo’s is het afgelopen jaar in de VS weer toegenomen. Sinds 1999 zijn er volgens een onderzoek niet meer zoveel moorden geregistreerd die te maken hadden met de homoseksualiteit van het slachtoffer: 29 in 2008. Ook het aantal vastgestelde gevallen van politiegeweld tegen homo’s steeg: van 10 in 2007 naar 25 in 2008. het is voor homoseksuelen in de VS nog steeds geen vrij en veilig bestaan, de haat en de onderdrukking zijn bepaald niet weg.

Herdenken van Stonewall is daarom een goede zaak. En laten we vooral niet vergeten om inspiratie te ontlenen aan die glorieuze dag toen mensen die tot dan toe veelal met verachting werden bejegend, samen de kracht vonden om voor hun rechten op te komen, met het beste middel dat voorhanden was – en vaak nog steeds is! – : een goeie ouwerwetse rél.


Geweld Iran, geweld VS in Pakistan: de hypocrisie van slager Obama

27 juni, 2009

President Obama houd niet van geweld.  Sterker nog, het maakt hem boos. Lees maar eens wat hij zegt over de onderdrukking van demonstranten in Iran: “Het geweld dat tegen hen werd begaan is schandalig.  Ondanks de pogingen van de regering om te voorkomen dat de wereld getuige van het geweld was, zien we het, en we veroordelen het.”

Het geweld in Iran dat Obama zo veroordeelt, kostte aan enkele tientallen mensen het leven. Het meest genoemde cijfer is 17, en dat zijn 17 doden teveel. Waarschijnlijk zijn het er aanzienlijk meer, maar daar is door het tegenwerken van informatievoorziening door het Iraanse bewind steeds moeijlijker achter te komen. Naast de doden zijn er ook nog de arrestaties: al op 17 juni waren dat er 500. Inmiddels zegt Amnesty dat het bewind bekentenissen probeert af te dwingen door middel van marteling. Wat het Iraanse bewind in haar nadagen doet om haar ondergang af te wenden, ís een verschrikking, het veroordelen ondubbelzinnig waard.

Maar Obama heeft met zijn veroordeling een ernstig probleem, een geloofwaardigheidsprobleem. Als hij zo tegen geweld is, zou hij kunnen beginnen het geweld dat wordt uitgeoefend door de militaire machinerie waarvan hij opperbevelhebber is af te keuren, of beter nog: stop te zetten. Het is makkelijk om het geweld van staten waarmee de VS toch al in de clinch ligt, zoals Iran, te veroordelen. Als hij echt zo tegen geweld is, pakt hij zijn eigen gewelddadige staatsmacht eerst maar eens aan.

Waar ik dan aan denk? Dit bijvoorbeeld: “Bij een aanval met onbemande Amerikaanse vliegtuigjes zijn gisteren in het noordwesten van Pakistan tientallen Talibaanstrijders gedood.” Verderop in hetzelfde NRC-bericht: “Functionarissen van de Pakistaanse veligheidsdienst gingen uit van zeker zeventig doden, nadat zij gisteren een dodental van 45 hadden genoemd. De New York Times kwam gisteren op basis van lokale bronnen uit op 60 doden.”

Vijfenveertig, zestig, zeventig doden in één keer. Kansloos waren ze, vanuit de lucht beschoten door de supertechnologische macht van de VS waartegen amper verweer is voor lichtbewapende strijders als de Taliban. Het is een daad van misdadige agressie: wat je ook van de Taliban denkt, de VS heeft domweg niet het recht om in willekeurig welk land gewapende groeperingen aan te vallen die de VS niet bevallen. De VS heeft niet het recht om oorlog te gaan voeren in Pakistan.

Maar het is nog erger dan dat.  Niet voor het eerst in dit soort zaken is het sterk de vraag of al die doden wel Taliban-strijders waren. Aljazeera meldt dat de aanval een begrafenisplechtigheid van een Taliban-commandant trof, en dat er onder de doden – mogelijk wel tachtig – dorpelingen zaten, lang niet alleen Taliban-strijders. De berichtgeving spreekt ook over een eerdere aanval. Of het NRC-bericht duidde op die eerdere aanval, of op de aanval op de begrafenis, kan ik niet met zekerheid opmaken uit de berichten. Hoe dan ook: zeker 45 maar mogelijk 80 doden, waaronder flinke aantallen burgers, in één dag weggevaagd door de VS.

Ja, de aandacht voor de doden in Iran is terecht. Maar de doden in Pakistan, toegebracht door bondgenoot VS, verdienen evenzeer aandacht, en het geweld van de VS verdient evenzeer veroordeling. En Obama mag zijn mooie woorden over Iran verder bij zich houden zolang hij zelf leiding geeft aan oorlog en agressie. Aan huichelarij heeft de Iraanse revolutie minder dan niets.


Bij de dood van een tragische man

26 juni, 2009

Ja, het raakt me, de plotselinge dood van Michael Jackson. En nee, ik heb geen enkele behoefte om schamper te doen over degenen die er meer van ondersteboven zijn dan ik. En ja, ik vind het de moeite waard om er hier ook bij stil te staan.

Was ik een fan van zijn muziek? Nee, en ik ga nu niet posthuum doen alsof ik dat wel was. Huichelarij is er al genoeg. Sommige van zijn songs deden me iets, en anderen veel minder tot helemaal niets. “Beat it”, dat meeslepende mengsel van disco en rock, met dat perfecte gitaarloopje  erin dat zo blijft hangen – ik vond het een topsong. Het liedje dat als filmsong in Free Willy dienst deed vind ik aangenaam, sentimenteel op de goede manier. Net als de film zelf trouwens. Ben, zijn eerste solohit, vond ik  daarentegen nauwelijks beluisterbaar. Het meeste van zijn muziek zit daar wat mij betreft tussenin. Vakmanschap had het allemaal in zeer hoge mate, maar veel van zijn muziek is me gewoon net iets te glad, te gemaakt. Ik voel er niet veel bij.

Reden dat de dood van de man me toch best raakt ligt in het leven dat hij moet hebben geleid. Alles wat ik ervan hoor wijst op een persoonlijke tragedie, op het leven van een doodongelukkige man. Ga maar eens na. Op zeer jonge leeftijd door een dictatoriale vader het superstar-dom ingedreven, samen met zijn broers. Het kan niet anders of hij heeft nauwelijks een jeugd gehad. Kun je die vader veel kwalijk nemen? Ook  niet echt. Hoe waren de kansen voor zwarte jongeren in de vroege jaren zeventig búíten de showbuziness en de topsport? Ja, je kon het leger in, net als nu…

De carrière van Jackson neemt vervolgens een ongekende vlucht. Muzikaal is hij wat mij betreft niet de King of Pop, zoals hij wordt genoemd; die titel komt het vierhoofdig gezelschap de Beatles toe, naar mijn mening. En dan graag een collectief presidentschap, ik heb het niet zo op koninklijkheden. Maar als je naar de immense verkoopcijfers kijkt, naar het enthousiasme van wel enorme aantallen fans, dan kun je aan zijn status van superster niet echt twijfelen. Dat is geen oordeel over zijn kwaliteiten, maar enkel een uitspraak over hoeveel hij losmaakte, het belang dat hij in de popgeschiedenis had.

En vanuit die roem ging het dus mis. Héél veel geld hebben betekent: heel veel geld te behéren hebben. De financiële schandalen lagen op de loer, en kwamen dus ook. Lekker kunnen zingen is immers niet hetzelfde als goed met geld kunnen omgaan en de mensenkennis hebben om iemand te vinden die dat wel kan. Hij gaf domweg nog meer uit dan hij binnenkreeg. Het laten aanleggen van het privé-pretpark Neverland is welhaast symbolisch geworden.

En het leven van een vrij plotseling zó rijk geworden persoon kent zo zijn eigenaardigheden. Àlles leek te kunnen. Wat Jackson betrof, uitte zich dat vooral in een poging om zichzelf zo ongeveer van een nieuwe persoonlijkheid te voorzien. Het haar moest anders, geen kroeshaar maar gewoon sluik haar. Een kunstmatig steeds lichter gemaakte huidskleur, eindeloze verjongingstruuks met facelift en alles. Het was het zoeken naar de eeuwige jeugd. Het was, vrees ik, ook het zoeken van een identiteit waar zijn achtergrond als zwarte man in de door en door racistische Verenigde Staten onzichtbaar werd.

Laten we wel wezen. Een jaar geleden hielde heel veel mensen het nog voor onwaarschijnlijk dat Barack Obama de presidentskandidaat van de Democraten zou worden… laat staan de president van de VS. En de reden voor die scepsis was zijn huidskleur, en niets anders. Dat het toch gebeurd is, laat zien dat het racisme in de VS aan kracht heeft verloren. Maar aan dat inzicht had Michael Jackson twintig jaar geleden natuurlijk buitengewoon weinig. Dat hij op racisme reageerde door zich zo wit mogelijk voor te doen, is weliswaar niet heel flink: ik zie veel liever de houding van “I am black and I am proud!” Maar ik heb ook makkelijk práten erover. Overigens was Jacksons succes als zwart artiest ook een enorme opsteker voor talloze andere zwarte artiesten in zijn kielzog. Juist in die kringen is veel respect voor de man gebleven, ook toen Jackson in gevestigde media als bizar lachertje werd weggeschreven.

Wat het zo tragisch maakt is die botsing: geld hebben om elke illusie na te jagen die je maar wilt – en ontdekken dat het niet lukt. Iedereen zag dat hij ouder werd, dat de jeugdigheid alsmaar kunstmatiger werd. Iedereen bleef hem zien als toch altijd een zwarte soulzanger van oorsprong. Ontsnapping bleek onmogelijk. Als er één levensloop is die laat zien dat Geld Niet Gelukkig Maakt, is het wellicht die van Michael Jackson.

Ja, en daarbij kwam dan zijn privéleven, waar met steeds groter argwaan naar gekeken werd. Veelvuldig doken er verhalen op over zijn omgang met kinderen. Zelf beweerde hij dat hij gewoon gek op kinderen was, er graag mee omging en er graag voor zorgde. Maar beschuldigingen dat hij kinderen seksueel misbruikte deden de ronde, en juridische procedures bleven niet uit. Bewijs is nooit geleverd, hij is in 2005 zelfs vrijgesproken. Maar de afkoopsom van 20 miljoen dollar die hij betaalde aan een jongen van dertien, geeft wel ernstig te denken.

Maar zijn we echt verbaasd? Is het ráár dat iemand die feitelijk nooit jong heeft kunnen zijn, niet alleen de eeuwige jeugd begint na te streven, maar ook – als compensatie voor wat hij nooit heeft gehad – steeds intiemer contact met jonge kinderen – in zijn geval jongens – zoekt? Nee, dit is geen excuus voor wat dan ook, áls er iets gebeurd is dan niet deugde. Maar ik vind het zoeken van verklaringen nuttiger dan snel met een streng oordeel zwaaien.

En zijn werkelijk alle pogingen om hem schuldig te verklaren ingegeven door oprechte zorg voor kwetsbare jonge mensen? Ben ik paranoide als ik vermoed dat pogingen om de steenrijke zanger via lastig weerlegbare aantijgingen miljoenen afhandig te maken,  niet enkel door die zorg waren ingegeven? Zou de overmatige negatieve aandacht trouwens net zo sterk zijn geweest als Jackson wit was geweest, en/of als zijn aandacht vooral naar jonge meisjes was uitgegaan? Het zijn maar wat  dwarse vraagjes die bij me opkomen.

En nu is hij dus dood. Mag ik zeggen: de dood ingejaagd? De man was juist een contract aangegaan waarin hij zich verplichtte tot het geven van vijftig concerten. De reden was geldnood. Verzekeringen waren al nerveus vanwege het risico: het was bekend dat Jackson gezondheidsproblemen had. Zo bleek hij eerder dit jaar huidkanker te hebben. Is de druk van het móeten optreden om financiële redenen hem te veel geworden?

Momenteel rouwen mensen, thuis, op internet – ik zie tekenen ervan bij mensen in mijn msn-lijst – en op straat. Bij het huis van Jackson gingen al enkele duizenden mensen de straat op, en dat zal komende dagen wel meer worden op allerlei plekken.

Het is makkelijk, té makkelijk, en unfair, om dit allemaal af te doen als hype en vals sentiment. In een wereld waar alles wat écht is steeds meer van betekenis wordt ontdaan, waarin alles om geld draait en voor menselijkheid vaak geen tijd meer over is – in zo’n wereld zoeken mensen betekenis, binding, emotie, warmte op allerlei plekken. Het adoreren van een artiest is zo’n plek, en het verdriet als zo’n artiest opeens overlijdt is dan logisch – en het is oprécht verdriet.

Ik weet nog iets te goed hoe overstuur ik was toen John Lennon overleed in december 1980 om nu lacherig te kunnen doen over de uitingen van verdriet van Jacksons fans. En ik denk dat in die uitingen van rouw wel degelijk een gevoel voor tragiek meespeelt waarvan ik hierboven een aantal aspecten heb proberen te schetsen. R.I.P., Michael Jackson.


Iran: protest gaat door, stakingen in voorbereiding en op gang…

23 juni, 2009

Een paar losse berichten die laten zien hoe diep de revolutie in Iran inmiddels wortel schiet. Binnenkort meer.

“Er zijn berichten dat 30 procent van de werknemers in Iran deelnemen aan een algemene staking.” Dat meldt de Guardian. Geen details, voorzichtigheid met de betrouwbaarheid hiervan is geboden. Maar dat alleen dit soort geruchten gaan, geeft iets aan over de stemming.

Het initiatief om te staken komt uit diverse hoeken, veel duidelijke informatie is er nog niet. Oppositieleider Mousavi komt er mee. Op zijn facebook-site staat: “Wij zijn (onafhankelijk) bezig met een plan voor een algemene staking.  Help ons alsjeblieft met uw ideeën als je deskundigheid op dit onderwerp hebt, en schrijf ideeén op als commentaar hieronder” (gevonden via het hierboven doorgelinkte Guardian-stuk). 

Het laat zien dat zelfs de ultra-gematigde, in de heersende klasse wortelende en aanvankelijk vooral op mensen uit de middenklasse leunende oppositieleiding, begint te zien dat arbeidersactie nodig is. Het laat ook zien hoe hulpeloos Mousavi zelf is om zo’n actie vorm te geven. Het is zijn ding eigenlijk helemaal niet. Vandaar zijn oproep aan deskundig advies. Hoe aarzelend en voorzichtig ook, Mousavi lanceert hier iets dat een eigen leven kan gaan leiden, en dat véél verder kan gaan dan  de voorzichtige hervormingen die hij zelf ambieert.

Beide berichten (plus  aanzetten tot een deel van bovenstaande gedachten erover) vond ik door te neuzen in de commentaren bij een goed artikel over Iran op Lenin’s Tomb: “A Question of Solidarity”. Deze site, en de commentaar-rubriek, is momenteel onmisbaar, voor discussie over Iran waaronver binnenkort meer, denk ik), maar ook als informatiebron. De berichten die ik eerder vermeldde, over auto-arbeiders in Teheran die in actie  komen als deel van het protest, vond ik ook tussen commentaren op die site, bij een eerder artikel.

Komende uren zal duidelijk worden in welke omvang is gestaakt, en door welke groepen. Alireza Ronaghi, cerslaggever voor Aljazeera, constateert dat de bazaari, de marktkooplieden, terughoudend zijn om mee te doen. “In de eerste plaats hebben we het over zakenlieden… vor hen komt zakendoen altijd eerst, en onrust en staken zijn altijd slecht voor de zaken.” Verder zegt hij dat de Bazaar van Teheran een machtsbasis is van juist de conservatieven, niet van de oppositie.

Vooral die eerste opmerking doet er toe. Het is een teken dat we voor radicalere, druk verhogende actiemiddelen als staken naar ándere groepen moeten  kijken dan naar kleine en grote ondernemers – dat de revolutie pas vleugels krijgt als de onderkant van de maatschappij, arbeiders en andere onderdrukte groepen, zich in de strijd gooien. Bazaaris kunnen, nu alles in beweging komt, deel zijn van een volksopstand. Dat blijkt nu ook. De Twitter-site Persiankiwi meldt dat bazaars in veel steden gesloten zijn in een onofficële staking. Maar handelaars als deze zijn zelden het meest solide deel van zo’n opstand.

Juan Cole meldt, op basis van ontvangen e-mail, dat er bij diverse faculteiten docenten en professoren ontslag hebben genomen uit protest. Hij noemt het chemie-college van de Sanati Sharif  Universiteit, de Universiteit van Teheran en de Amir Kabir  Universiteit als instellingen waar mensen  hun ontslag indienden.

Demonstraties gaan intussen door, tegenover een overmacht aan oproerpolitie. Op die betogingen zijn dingen te ien en te horen die erop wijzen dat de hoizon steeds verder reikt. Op een weblog van de NIAC, de Nationale Iraans-Amerikaanse Raad, staat een foto van demonstranten die naast een portret van Mousavi ook een afbeelding van Mossadegh meevoeren. Mossadegh was de premier van Iran die via een door de CIA gesteunde staatsgreep werd verdreven, in 1953, nadat hijde olie had genationaliseerd. “Het meedragen van een afbeelding van Mossadegh zegt twee dingen: ‘Wij willen democratie’ en ‘Geen buitenlandse interventie’.” Aldus Stephen Kinzer, bij wie het NIAC-blog de foto aantrof en die er wordt geciteerd.  Een belangrijke boodschap aan Westerse machten die hopen de Iraanse revolte om te buigen in hun eigen belang; een belangrijk signaal ook aan al diegenen die de revolte als een pro-Westers complot willen af doen. Over dat laatste hopelijk ook binnenkort meer.


Revolutie in Iran staat tegenover twee obstakels

22 juni, 2009

De revolutie in Iran is op gang, ook na de poging  van Khamenei en duizenden agenten, gardisten en en militiemensen om demonstranten in- en uit elkaar te slaan en te schieten. Vanavond waren er toch weer  acties in Teheran.

“Volgens ooggetuigen waren in veel delen van de stad spreekkoren te horen”, aldus de NRC. “De mensen schreeuwden Allah Akbar en ‘dood aan de dictator’. Ook scandeerden zij de naam van de verslagen presidentskandidaat Mir Hossein Mousavi die zich weigert neer te leggen bij de uitslag.” CNN berichtte dat een examen op een universiteit  in zuid-Teheran niet doorging omdat 200 studenten weigerden om mee te doen, kennelijk uit protest. En de website van het NOS-journaal spreekt – op basis van Twitter-berichtgeving, betrouwbaarheid onduidelijk – van een bijeenkomst van 7000 mensen met kaarsen, een bijeenkomst die uiteengejaagd werd door de Basji-militie. De geest van verzet is niet gedoofd, de poging van het bewind om het protest in bloed te smoren is niet geslaagd.  Nog niet? De strijd is onbeslist.

De revolutie gaat dus verder – maar voor een doorbraak van het volksverzet is meer nodig dan het voortduren van kleinschaliger protest zoals we dat vandaag zien. De protestbeweging staat tegenover meerdere grote obstakels. Die zijn te overwinnen, maar een makkie wordt het bepaald niet.

Het eerste obstakel is de onderdrukking door het bewind. Die werd gisteren heel erg voelbaar op de straten van Teheran. Arrestaties vinden inmiddels op forse schaal plaats. Het aantal sinds afgelopen maandag opgepakte journalisten staat op 24, vertelt Aljazeera. Agenten gaan ziekenhuizen binnen om gewonden te arresteren, meldt een mensenrechtengroepering. En alleen al gisteren pakte de politie 460 mensen op, volgens de Volkskrant.

Kan de protestgolf doorzetten tegen zulke onderdrukking in? De NRC dacht zes dagen geleden van niet, en denkt dat kennelijk nog steeds. “De Iraanse autoriteiten slagen er waarschijnlijk in de straatrellen die ontstonden na de herverkiezing van Mahmoud Ahmedinejad de kop in te drukken.” Daarvoor heeft het bewind politie en de inmiddels wel zeer gevreesde Basji-militie. “Tegen hun geweld hebben gewone burgers weinig in te brengen.” Dat was 16 juni. Een reeks massabetogingen en een nieuwe dag vol “straatrellen” liggen achter ons, en het kop-in-drukken is niet echt gelukt. Toch volhardt de NRC. “Een regime dat niet terugschrikt voor keihard geweld, kan op die manier een einde maken aan protest, ook al wordt dat breed gedragen”, zo lees ik.

Natuurlijk is dat mógelijk. Maar staat dat bij voorbaat vast? De NRC noemt als voorbeeld van effectieve onderdrukking het verpletteren van een opstand  in Hama, Syrië, door bombardementen. Het is een nogal dwaze vergelijking, om enkele redenen. Hama was niet bepaald de hoofdstad Syrië, Teheran wel van Iran. Denkt de NRC werkelijk dat de Syrische president Damascus zou hebben laten bombarderen om een opstand te onderdrukken? En dat hij daarmee zou zijn weggekomen? Of dat Khamenei Teheran laat platgooien met raketten?

Hama was ook maar één stad. Dat maakt het breken van verzet ook makkelijker. De NRC zegt zelf: ” ‘We kunnen het niet in de hand houden als er in het hele land onrust is’, zegt een politiecommandant die anoniem wil blijven.” Ziedaar een hint hoe het volksverzet de repressie kan trotseren: uitbreiding, opstandigheid in andere steden. Er worden al herhaaldelijk demonstraties en confrontaties met de politie gemeld in andere plaatsen zoals Tabriz.

Straatprotest, hoe grootschalig ook, blijft altijd kwetsbaar voor staatsgeweld. Tegenover alleen maar demonstraties en straatgevechten kan het Iraanse regime nog aanzienlijk meer in stelling brengen dan  we tot nu toe hebben gezien. Anders wordt het als arbeiders beginnen de druk op te voeren waar ze de economie waar het bewind over heerst kunnen raken. Demonstraties kun je uiteendrijven met traangas en kogels.  Maar als arbeiders het vertikken om nog te werken uit protest tegen het regime, heeft dat regime een ernstig probleem. Precies in het deelnemen van arbeiders aan het protest, met hun eigen klassieke  actievorm, de staking, ligt een enorme krachtbron van de opstand.

Dat beginnen ook mensen in de oppositie te onderkennen, zo meldt de New York Times. “Met de politie op straat die een bereidheid dmonstreert om te verwonden en zelfs te doden, begnnen politieke analisten en opposotiefiguren zich af te vragen of het tijd was om de strategie te verschuiven van straat[rotest naar een soort van landelijke staking. Het was onduidelijk of de oppositie de steun of organisatie had, vooral in de middenklasse, om zo ’n maatregel uit te voeren, maar een staking zou immuun zijn voor de zware hand van de staat en kon druk uitoefenen door het verlammen van de al strompelende economie.” Staken zou inderdaad het protest enorm versterken, ook al is ook een staking niet helemaal “immuun” voor repressie.

Gaat het die kant op? Er zijn hoopvolle tekenen die erop wijzen dat arbeiders in georganiseerd verband actief worden in het protest. Auto-arbeiders hebben werkonderbrekingen aangekondigd.  De vakbond van buschauffeurs die afgelopen jaren actie heeft gevoerd en onderdrukking heeft geïncasseerd, heeft ook een verklaring afgelegd waarinz e tot solidariteit met de democratische protesten oproept.

Ook in de leiding van de opositie wordt aan staken gedacht. Mousavi riep zijn aanhangers op tot een landelijke staking als hij gearresteerd zou worden. Waarom zijn arrestatie wel een aanleiding voor staken zou zijn, en de dood van demonstranten in Teheran niet, vertelde hij niet. Maar dat het stakingsidee naar vorem komt uit zijn mond, is welkom. Van idee naar organisatie ervan is een ander verhaal. Het citaat  uit de New York Tims geeft al een hint waar het kan wringen: “het was onduidelijk of de oppositie de steun en de orgabisatie, vooral in de middenklasse, had” voor zoiets. Daar stuiten we op het tweede obstakel waar een democratische omwenteling in Iran op stuit: de aard van de leiding van de protestbeweging.

De opstand begon als verkiezingsstrijd, groeide uit tot protest tegen een onbetrouwbare verkiezingsuitslag, en is imiddels een diepere en bredere beweging voor democratische rechten geworden. Spilfiguur ervan is nog steeds presidentskandidaat Mousavi. Zijn naam wordt nog steeds geroepen op betogingen, zijn portretten meegevoerd. En ja, hij blijft aanhangers oproepen tot aanhoudend protest. Hij kan weinig anders,wil hij tegendruk tegen het bewind handhaven.

Tegelijk zoekt hij naar een compromis. Hij is geen principiële tegenstander van het bestel, hij is er een kritisch onderdeel van. Hij wil de confrontatie niet op de spits drijven. Dat blijkt uit eerdere oproepen om het protest vooral vreedzaam te houden. Het blijkt ook dit weekend weer: “Protesteren tegen leugens en fraude is jullie recht”, liet hij op zijn website weten. Maar hij zei tevens: “Toon terughoudendheid in jullie protest.” Rustig aan dus, zodat de weg naar een compromis met de machthebbers open blijft.

Mousavi is niet de enige gevestigde leider die nu oppositie voert. Achter hem staat de steenrijke zakenman/geestelijke Rafsanjani. Die is achter de schermen steun aan het zoeken in hoge kringen, tegen Khamenei, de opperste leider. Om hem heen zitten soortgelijke figuren, met een soortgelijk idee over waar het heen moet met Iran. De kern is dat zij weliswaar politiek en cultureel meer vrijheid willen, maar vooral ook de economie willen liberaliseren. Het is een economische politiek waar zakenlieden en delen van de middenklasse baat bij hebben, maar de rest van de bevolking niet. Dat Mousavi zoveel steun heeft, komt omdathij het verlangen naar persoonlijke vrijheid heeft weten aan te boren. Uit dat verlangen gaan mensen met duizenden tot honderdduizenden de straat op. Maar van de economische liberalisering – privatisering, einde aan allerlei subsidies waar juist ook arme mensen van profiteren – hebben veel van de protesterenden weinig te verwachten, en veel te vrezen. Afkeer van dit liberale beleid verklaart trouwens ook veel van de steun die president Ahmedinejad nog steeds wel heeft.

Dit neoliberale beleid dat Mousavi en dergelijke voorstaan, wringt ook met de inzet van het stakingswapen waar Mousavi van rept. Staken tegen de regering geeft arbeiders een gevoel van collectieve kracht. Als de regering is vervangen en Mousavi president is, kan hij vanwege zijn neoliberale koers echter wel eens tegenover die arbeiders komen te staan. Als arbeiders succesvol gestaakt hebben tegen een regering, zullen ze dan ok niet des te eerder het stakingswapen gebruiken om bijvoorbeeld privatiseringen te stoppen? Anders geegd: heeft Mousavi, en de mensen om hem heen,op termijn van de inzet van het stakingswapen niet meer te vrezen dan te hopen?

Mousavi, en het slag mensen waar hij deel van uitmaakt – delen van het establishment en de midasse – worden vanwege al dit soort dingen een rem op de beweging. Simon Tysdall schetst hoe de aarzelende houding van Mousavi de protestbeweging enigszins stuurloos maakt, de vaart er enigszins uithaalt. Hij laat zien dat Mousavi geen radicale tegenstander van het bestel is. “We zijn niet tegen het Islamitische systeem en haar wetten, maar tegen leyugebns en afwijkingen; we willen het systeem slechts hervormen”, zo citeert hij Mousavi. En intusen roepen mensen op straat doodleuk “Dood aan Khamenei” en “Dood aan de dictatuur”. Maar zolang de hoofdstroom van de protestbeweging naar Mousavi opkijkt als tegen een soort redder, lopen de protesten grote risico’s. Met aarzeling en terughoudendheid win je het niet van een vastberaden en in het nauw gedreven regime.

Het is dan ook zaak dat de protesterende massa’s zich losmaken van het soort leiding dat Mousavi biedt, en meer en meer voor eigen rekening beginnen te handelen. Handvaten en aanzetten tot zo’n werkelijk revolutionaire beweging voor democratie zien we: op de daken ’s nachts, waar mensen Allah Akhbar roepen. op de straten, waar mensen de oproerpolitie blijven trotseren; en vooral in bedrijven zoals die Khodro-autofabriek vanwaar arbeiders hun gezamenlijke kracht in de democratische strijd inbrengen. Als daar de speerpunten van het verzet komen te liggen, dan wordt het verzet vrijwel onweerstaanbaar – alle terughoudendheid van Mousavi ten spijt.