Pensioenrechten in gevaar

21 februari, 2009

De oudedagsvoorziening van miljoenen mensen loopt gevaar. Dit komt vanwge de economische recessie,of beter gezegd: vanwege de manier waarop de regering de kosten van de crisis af wil wentelen op mensen die zich daar moeilijk tegen kunnen verweren.

Er zijn drie dingen aan de orde: bevriezing of zelfs verlaging van pensioenen; verhoging van pensioenpremie; en verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Minister Donner van Sociale Zaken is van plan om pensioenen voor jaren te bevriezen. Dat betekent dat ze niet meer meestijgen met de inflatie. Dat geeft pensioenfondsen dan speelruimte om hun wegens de kredietcrisis tot beneden voorgeschreven waarde gedaalde dekkingsgraad weer oppeilte brengen. De minister geeft die pensioenfondsen daarvoor vijf jaar, in plaats van de voorgeschreven drie jaar, de tijd. Gepensioneerden worden dus feitelijk gekort op hun inkomen (bevriezing bij prijsstijging is netto inkomensdaling).

Maar dit is niet alles: pensioenfondsen die er extra slecht voorstaan moeten misschien zelfs de pensioenen verlagen, of de pensioenpremie verhogen. In het eerste geval betaalt alweer de oudere, in het tweede geval de toekostige oudere, de werkende mens van nu. Dit alles omdat de fondsen pech hebben gehad met hun beleggingen. Alsof dat de schuld is van gepensioneerden en arbeiders…

En dan leven er her en der ook ideeën om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen, van 65 naar 67 jaar of zelfs hoger. Die discussie speelt al langer: zo’n maatregel zou helpen o meer mensen aan het werk te houdenvanwege dat opgeklopte angstbeeld, de ‘vergrijzing’. Maar met de huizige crisis zie sommigen er ook een prachtig bezuinigingsmiddel in:hogere pensioenleeftijd, inder mensen die AOW en pensioen krijgen, goed voor staat (die AOW betaalt) en pensioenfondsen(die de pensioenen uitkeren).

Maar in crisistijd – met dreigende weikloosheid – betekent hogere pensioenleeftijd: meer mensen op een arbeidsmarkt die voor het huidige aantal werkzoekenden al te weinig banen heeft. Zo verhoog je de werkloosheid door ouderen geen AOW meer te bieden, maar uitzicht op bijstand. Het idee van een hogere pensioenleeftijd gonst al binnen meerdere politieke partijen. Maar dat dit plan uitgerekend ook in het CNV – een organisatie die toch als vakbeweging door het leven gaat – serieus wordt besproken, geeft toch wel te denken. Met zulke bondgenoten hebben arbeiders nauwelijks nog vijanden nodig.

De helesantekraam van plannen om de oudedagsvoorzieningen af te breken vraagt om een luid, duidelijk en vooral voelbaar néé. Beginnetjes ervan zijn er: ouderebnbonden zijn niet blij met de plannen van Donnerrn vragen deregering om compensatie dan wel garantie van de pensioenhoogte. Agnes Kant, fractieleider van de Socialistische Partij spreekt van “pensioenroof” en zegt “de ouderen draaien voor een te groot deel op voor de gevolgen van de economische recessie.” Ware woorden. En Agnes Jongerius, voorzitter van de vakbondsfederatie FNV, waarschuwde de regering alenkeleweken eerder om niet aan de pensioenleeftijdte komen als ze geen arbeidsonrust wilde. Ze wees hierbij subtiel op stakingen in Frankrijk, een scenario dat de regering toch wel liever zou vermijden,zo was de ondertoon. 

Grootschalige stakingsacties en demonstraties gaan we inderdaad nodig hebben om onze sociale zekerheid – in dit geval onze pensioenvoorzieningen – te verdedigen. In Ierland late mensen zien hoe zulke actie eruit kan zien. Daar zijn vandaag tegen de 120.000 mensen wezen demonstreren. Doel: een protest te laten klinkten tegen de plannen van de Ierse regering om  de crisis te bezuinigen, onder meer door te bezuinigen op, inderdaad,de pensioenen.

Advertenties

Goed nieuws: nee tegen EU-verdrag in Ierland

13 juni, 2008

Kiezers in Ierland hebben in stevige meerderheid nee gestemd in het referendum over ehet verdrag van Lssabon, de opgeleukte versie van het door Franse en Nederlandse kiezers in 2005 al eens weggestemde EU-verdrag. Daarmee heeft de vorming van een nieuwe Europese neoliberale en militaristische supermacht opnieuw een zeer welkome dreun gekregen.

De overwinning van het ‘nee’ is overtuigend: 53,4 procent. De opkomst was met 45 tot 50 procent hoger dan in 2001, toen 35 procent nee stemde tegen een eerder verdrag. Het jaar erop stemde 49 procent weer wél in flinke meerdrheid voor dat verdrag, dat inmiddels een beetje was gewijzigd. De hoop van voorstanders dat dit patroon – eerst een nee, daarna het verdrag een klein beetje aanpassen en dan na een bombardement aan propaganda alsnog een ja – zich zou herhalen, is duidelijk geen werkelijkheid geworden.

De motieven van de nee-stemmers lopen overigens sterk uiteen, en zijn lang niet allemaal links of progressief te noemen. Afkeer van de oppermacht van de belangen van multinationale ondernemingen, weerzin tegen militarisme en zorg over de uitholling van de Ierste neutraliteit vermengen zich met afkeer van immigratie  en andere rechtse nationalistische sentimenten. En in het nee-kamp was Declan Ganley, een rijke zakenman, nogal prominent aanwezig, met een eigen club Libertas die het vooral over belastingen en stemverhoudingen binnen de EU-instellingen had. Zelfs angst dat de EU abortusrechten en openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht zou opdringen, speelde een rol.

Maar onder dit mengsel ligt een duidelijk sentiment van arm tegen rijk, van klasse tegen klasse. Het gevoel dat de rijken en machtigen, in Ierland en Europa, hun belangen wilden doordrukken en dit verdrag als handvat gebruikten, was sterk. Dit sentiment won het tegenover een vrijwel verenigd establishment van regering en een groot deel van de oppositie, dat tot een ja-stem oproep. Slechts kleine linkse partijen zetten zich in voor een nee, naast de al genoemde club Libertas.

Het resultaat was, met alle reactionaire bijsmaak, een overwinning voor de arbeidersklasse en daarmee een opsteker voor links.“Uit de uitslagen blijkt dat vooral Ieren uit de inkomensgroepen in meerderheid tegen het Verdrag van Lissabon (…) hebben gestemd. Onder de middenklasse daarentegen houden de voorstemmers en de tegenstemmers elkaar min of meer in evenwicht”, aldus de NRC. Harry Browne zegt in Counterpunch: “De Ja-kant won stevige overwinningen in rijke gebieden en bijna gelijkspel in welvarende plattelandsstreken. De nee-kant kwam metoverwinningen zonder precedent in arme delen van Dublin, Cork, Limerick en andere steden, en met grote meerderheden voor een Nee in meer marginale delen van het platteland in het westen van het eiland en rond de grens met Noord-ierland. Visseerij-gemeenschappen leverden een overweldigend Nee. De voormalige premier van Ierland Garret Fitzgerald beschreef het resultaat als  het meest door klasse verdeelde resultaat in de Ierse geschiedenis.”

Natuurlijk laten de EU-fundamentalisten het er niet bij zitten. Hoe vaak onze kant ook in meerderheid néé stemt, het EU-establishment blijft proberen haar zin door te drukken. “Balkenende gaat door met ratificatie” van het verdrag, ongeacht wat de uitslag in Ierland zou worden, zo schreef de NRC. En de Poolse premier zegt, eveneens volgens de NRC: “Het Ierse referendum diskwalificeert het verdrag niet.”  Hij voegt eraan toe: “We zullen naar manieren zoeken waarop het verdrag in werking kan treden.”

Dat is democratie volgens Europese leiders kennelijk: wat de mensen in meerderheid ook vinden van EU-verdragen, het project erachter móét koste wat kost worden doorgezet. Juist ook deze arrogantie van machthebbers draagt er toe bij dat mensen de gelegenheid steeds weer aangrijpen om nee te stemmen – tegen zo’n verdrag, en daarmee tegen hun eigen regering. Dat speelde in Frankrijk en Nederland in 2005, en kennelijk nu ook weer in Ierland.

Of regeringsleiders en andere machtige EU-fans er in gaan slagen hun zin toch door te zetten, valt trouwens te bezien. Het is een goede zaak dat SP-kamerlid Harry van Bommel vaststelt dat het Lissabon-verdrag nu feitelijk “zo dood als een pier” is. Pas als alle landen het verdrag ratificeren kan het immers in werking treden. Terécht roept hij Balkenende nu op om de ratificering door Nederland nu stop te zetten. Alsnog een referendum zou wel het minste zijn.

Maar de hooghartigheid waarmee regeringsleiders onder een nee uit proberen te komen zou ons nog iets moeten leren: nee stémmen is niet genoeg, we moeten nee leren dóén, zoals bijvoorbeeld streekbuschauffeurs met hun staking laten zien. Bij het wóórdje nee dat uit Ierland klinkt, horen dáden die zo’n woord kracht bij zetten.