Kleine pauze, begin juni weer aan de slag

30 mei, 2009

Even een paar daagjes pret en relaxen hier. Maandag of dinsdag weer aan de slag. En in juni gaat er méér gebeuren rond en op dit weblog… Stay tuned, of kom op zijn minst nog eens terug…


Noord-Korea’s kernproef is eng, maar die schrille reacties erop kunnen beter stoppen

27 mei, 2009

Noord-Korea deed maandag een stevige kernproef. Kort daarop vuurde het militaire apparaat van het land ook nog enkele korte afstandsraketten af. Onmiddellijk ontstak de ‘internationale gemeenschap ‘- die verzameling staten die doorgaans over alles ruzie maken – eensgezind in grote woede. Een veroordeling in de VN-Veiligheidsraad volgde snel.

De woede van de diverse grote mogendheden en hun plaatselijke filialen is doordrenkt van hypocrisie. De woede van veel bewóners van sommige van die landen heeft echter elementen van oprechte verontrusting. Laten we eens met dat tweede beginnen.

Natuurlijk schikken mensen in Zuid-Korea van een kernproef van hun noordelijke rivaal. De twee staten voerden in 1950-1953 een bloedige oorlog, en staan sindsdien nog steeds, tot de tanden bewapend, lijnrecht tegenover elkaar. Als het ooit weer tot een gewapend conflict komt, ligt Zuid-Korea in de vuurlinie, en het idee dat ín zo’n conflict een enkele kernbom wordt gebruikt is beangstigend.

Ook de angst in Japan is niet zo vreemd. Dat land ligt niet zo ver weg, een Noordkoreaanse raket is al eens in een mooie boog over Japan heen geschoten. Bovendien in Japan het enige land dat ooit twee van haar steden door atoombommen in de as gelegd heeft zien worden. Het bewustzijn van de verschrikking van een kernoorlog is daardoor onder veel mensen in Japan erg springlevend. Dat regeringen in de twee landen profiteren van dit soort angst, voor politiek gewin – om aandacht van corruptie of van de economische crisis af te leiden – doet aan de reden van die angst zelf niets af.

Maar de woede van de VS, van Groot-Brittannië, van andere grote mogendheden ademt huichelachtigheid. De Socialist Worker (UK) zegt dat zeer terecht, en legt het kort uit. De VS heeft zelf immense hoeveelheden kernwapens.  Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. Dat land is bezig met modernisering van zijn eigen met kernwapens uitgeruste Trident-onderzeeeërs. Beide landen zijn niet in de morele positie om Noord-Korea te verwijten dat het óók een kernwapen wil. De VS is ook nog eens het enige land dat ze ooit daadwerkelijk heeft gebruikt – tegen die twee Japanse steden, Nagasaki en Hiroshima.

Ook de woede van Frankrijk, Rusland en nu ook een beetje China is hypocriet, al die landen hebben zelf kernwapens. De afwijzing van Noord-Korea als nieuwe kernmogendheid is voor hen simpelweg het in standhouden van het voorrecht van de club die deze wapens al heeft. Noord-Korea mag gewoon niet bij die elite-club behoren, daar komt het op neer.

Wie zegt dat Noord-Koreoa maar oncontroleerbaar haar gang gaat, terwijl de grote kernmachten tenminste afspraken tegen verdere verspreiding (proliferatie) hebbeb gemaakt in een Non-Proliferatieverdrag, vergeet een kleinigheid. Noord-Korea is niet het enige land dat buiten die verdragsstructuur een kernmacht is geworden. Israël deed, aanvankelijk met Franse steun, later vooral met Amerikaanse rugdekking, hetzelfde.

En Israël heeft de ene na de andere aanvalsoorlog gelanceerd om haar macht uit te breiden, en ontpopt zich keer op keer als een buitengewooon agressieve mogendheid. Hetzelfde kan met geen mogelijkheid beweerd worden van Noord-Korea. Het regime van dit land onderdrukt haar bevolking, en dat is erg genoeg. Maar het idee dat het land her en der aan het veroveren slaat, is absurd. Hoe gevaarlijk een kernwapen in Noord-Koreaanse handen ook is, hetzelfde kernwapen in Israëlische handen is veel gevaarlijker. Maar  van Israël accepteren de mogendheiden het kernwapenbezit. Alleen aldaarom valt de afwijzing door  grote mogendheden van de Noordkoreaanse kern-ambitie niet bijzonder serieus te nemen.

Hier en daar zien we ook lachwekkende elementen in de bezorgdheid over Noord-Korea’s militaire machtsvertoon. Zo kregen we al eens te horen dat Noord-Korea een raket heeft afgeschoten die wellicht de Amerikaanse staat Alaska – een uithoek van de VS, op de step van Siberië en helemaal niet zo ver van Korea – zou kunnen raken. O Jee! Het Kwetsbare Amerika Bedreigd door het Machtige Noord-Korea!

Het klinkt misschien eng. Tot je bedenkt dat er geen stad, dorpje je of wat voor uithoek dan ook van Noord-Korea is die niet 24 uur per dag geraakt kan worden met een Amerikaanse atoombom of kernraket. Lange-afstands-raketten in de VS zelf, een militaire basis in Okinawa(bij Japan), een rond Korea varende vloot van Amerikaamse oorlogsschepen, plus wereldwijd rondvliegende bommenwerpers met de kernwapens paraat, staan daarvoor garant. De bedreiging van de VS door Noord-Korea is opgeklopte hype; de bedreiging van Noord-Korea door de VS is al sinds 1953 dagelijke realiteit.

De angst voor het Noordkoreaanse kernwapen is sterker opgeblazen dan die anderhalve kernlading zelf; de panische afwijzing ervan huichelarij in topvorm. Dat wil helemáál niet zeggen dat er geen échte redenen tot zorg zijn rond  Noord-Korea ’s nucleaire ambities.

In de eerste plaats bestaat er niet zoiets als een aanvaardbaar kernwapen. Atoomwapens zijn, wie ze ook gebruikt, een misdaad tegen de menselijkheid, tegen de toekomst van een leefbare planeet. Het maken van die dingen is een stap richting gebruik en is dan alleen al daarom verwerpelijk. Obama, Gordon Brown en hoe de machthebbers maar mogen heten, zijn ongeloofwaardig in hun afwijzing, omdat ze zelf aan het kernwapen verslaafd zijn. Het zijn alcoholisten die cocainesnuivers iets verwijten. Maar gewone mensen, waar ze ook wonen, hébben geen kenrwapens, en voelen zich bedreigd door het bestaan ervan. Dat er wéér een land zich van kernwapens voorziet, jaagt mensen angst aan. Díe angst, en de afwijzing die dááruit voortvloeit, is terécht.

Het Noord-Koreaanse kernwapen is bovendien ook nog eens diefstal. Slachtoffers van deze diefstal is de bevolking van het al straatarme land. Arbeiders en boeren in het land die voor een mager inkomen keihard moeten werden, zien de vruchten van hun werk verdwijnen in een gigantisch militair apparaat en nu dus ook in peperdure atoombommen. De prioriteit die de top van het land geeft aan militaire macht en nucleaire capaciteit, gaat ten koste van het levenspeil van de meerderheid van de bevolking. Het is een asociale prioriteit.

Wat drijft de Noordkoreaanse leiders deze kant op? Waarom kernwapens, en waarom juist nu deze stap? Er is al vele jaren een conflict rond het nucleaire potentieel van Noord-Korea tussen het land en de meeste grote mogendheiden (de VS voorop; China hield zich doorgaans wat meer afzijdig in het conflict). Noord-Korea bouwde een nucleair potentieel; deVS en andere staten isoleerden het land steeds verder. Af en toe waren er onderhandelingen waarbij de VW economische steun (m.n.rond energievoorziening) beloofde als Noord-Korea afzag van het streven naar kernwapens. Soms kwamen die onderhandelingen een eind, en in juni vorig jaar blies Noord-Korea een bij een  kerncentrale behorende koeltoren op, om te laten zien dat het land het meende.

Maar terwijl dit gaande was, ging de Westerse politiek van isolatie en druk door. De vorige president Bush zetten Noord-Korea op zijn fameuze lijstje van de As van het Kwaad. Het land stond op de lijst van terrorisme-steunende landen waar het pas kort geleden is afgehaald. Er is een verleden waarin Noord-Korea  3  jaar lang is platgebombardeerd, en de tientallen jaren erop met een Westerse boycot is geconfronteerd. Er is ook het feit dat Noord-Korea er met het wegvallen van de Sovjetunie en het veranderen van China van een Stalinistische in een neoliberale dictatuur steeds meer alleen voor stond. En er is het sowieso Stalinistische en extreem-nationalistische karakter van het bewind. Dat dit bewind in tijden van groeiend islolement koos voor eigen machts- en dreigmiddelen tegen een als boze buitenwereld ervaren omgeving, is niet onlogisch.

Het land had bovendien in Irak gezien hoe het afloopt als je olie hebt, maar geen massavernietigingswapens, al wordt je daarvan beschuldigd: je wordt binnengevallen en bezet. Dan kun je maar beter zorgen dat je wél massavernietigingswapens hebt. Daar was het land dan ook mee bezig, en daar gaat het kennelijk mee door.

Maar er ligt aan de huidige kernproef en wat eromheen gebeurt nog meer ten grondslag. Aanvankelijk overheerste het gevoel dat Noord-Korea met de kernproef de VS aanleiding wilde geven om iets inschikkelijker te onderhandelen. Zo van: als jullie dit echt niet willen, wees dan tegemoetkomend met olieleveranties, economische steun en het opheffen van ons isolement. Dat er meteen ook raket-proeven op volgden, geeft echter de indruk dat er meer aan de hand is. Het lijkt er wel degelijk op dat Noord-Korea daadwerkelijk een kernmogendheid wil zijn, en dat het haar kernbom als méér ziet dan als ruil-en onderhandelingsobject. En het land wil als kernmacht erkénd worden ook.

De keus daaarvoor, en vooral ook de timing, heeft vooral ook met interne verhoudingen te maken. De leider, Kim Young-Il, had onlangs ernstige gezondheidsproblemen. Er wordt nagedacht over zijn opvolging, waarvoor een zoon wordt klaargestoomd. Het Noord-Koreaanse stalinisme is immers, zoals ze weten, een familiebedrijf sinds de vader van de huidige Kim, de Grote Leider Kim Il-Sung, de tent runde. In die opvolging is de steun van de militairen onmisbaar. Groen licht voor militaire opbouw, inclusief kernwapen, zou in deze theorie een middel zijn om de familie en de mensen eromheen van deze steun te voorzien. Tegelijk zou de kernproef als een middel gezien kunnen worden om de steun onder de bevolking voor het bewind te verstevigen. Nationale grootheid, onderbouwd door imposant machtsvertoon en bommen, zou welliswaar niet de magen vullen maar wel de harten kunnen doen zwellen van nationale trots.

Als dit soort analyses hout snijden – en het valt niet mee om in de binnenkant van het bewind te kijken – dan is er voor de huidige internationale paniek weinig tot geen reden. Sterker: de felle reacties spelen alleen maar diegenen in Noord-Korea in de kaart die voor een harde lijn kiezen: ‘Zie je wel!We worden door iedereen bedreigd! Alleen onze bom kan ons redden!’ En zo kan, wat feitelijk een product is van binnenlande machtspolitiek, makkelijk uit de hand te lopen tot een wel degelijk doodeng internationaal conflict.

Ook ik hield heel even mijn adem in toen ik las dat Noord-Korea “zich niet gebonden” acht aan de wapenstilstand (zoals die sinds 1953 van kracht is).  Daarmee reageert het land op de stap van Zuid-Korea om deel te nemen aan een door de VS geleid initiatief ter bestrijding van de verbreiding van massavernietigingswapens. Noord-Korea noemt die stap “een oorlogsverklaring”. Dat mogen we een overdrijving vinden, maar wie bedenkt dat het bestrijden van massavernietigingswapen de dekmantel was voor de aanvalsoorlog van de VS tegen Irak, zal  de Noordkoreaanse houding niet als volstrekt omnzinnig van tafel kunnen vegen.

Nee, ik denk niet dat Noord-Korea haar machtsvertoon en haar stevige taal gaat omzetten in daadwerkelijke militaire actie. Het land weet ook dat het Amerikaanse antwoord allesvernietigend zou zijn, en Noord-Korea wordt geleid door calculerende machtspolitici, niet door suicidale gekken. Maar met de oplopende spanning is een incident gauw ontstaan, en een nerveuze reactie daarop kan tot een onbeheersbare escalatie leiden met akelige gevolgen.

Wie de vrede in die regio wil helpen bewaren moet dan ook eisen dat in reactie op Noord-Korea’s heilloze stap de schille toon en de dreigende houding die Westerse, en nu ook Chinese leiders, hebben ingenomen, wordt lósgelaten. Die toon en die houding maken immers het gevaar groter dan het is. Een rustige afwijzing van Noord-Korea’s stappen, gecombineerd met een onwrikbaar en actief nee tegen kernwapens véél dichter bij huis (ze staan vrijwel zeker in Volkel, Noord-Brabant!) is veel meer op zijn plek.


Geen vrede met dit Israël

25 mei, 2009

Israël is regionaal het wezenlijke obstakel voor een rechtvaardige vrede in het Midden-Oosten. En het kan die rol spelen door de steun die het krijgt van het wezenlijke obstakel voor rechtvaardige vrede wereldwijd: de Verenigde Staten.

Enkele nieuwsfeiten maken duidelijk hoe kansloos zelfs het streven naar een mager compromis-akkoord momenteel is. Elk min of meer serieus compromis met Palestijnse krachten die enig gewicht in de schaal leggen, houdt toch minstens in dat Israël de in 1967 bezette gebieden opgeeft. Om dat mogelijk te maken zou iedere bouw van Joods-Israëlische nederzettingen op de Westoever van de Jordaan toch moeten worden stopgezet. Welnu, premier Netanyahu en minister van buitenlandse zaken Lieberman zijn helder: vergéét het maar.

Eerst de grenzen van 1967. “De Israëlische minister van Buitenlandse zaken Avignor Lieberman heeft zondag een terugkeer naar de grensregeling van 1967 uitgesloten”, meldt de Volkskrant. En dan de nederzettingen. “Israël zal huizen blijven bouwen in bestaande joodse nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dat heeft de Israëlische premier Netanyahu vandaag gezegd”, aldus de NRC. Moshe Yalon, minister voor  Strategische Zaken (wie bedenkt zoiets? heeft het land aan één minister van oorlog niet genoeg?) zegt, volgens  de Haaretz: “Wij zullen de bouw in de nederzettingen, in het kader van natuurlijke groei, niet stopzetten.” Alleen het bouwen van illegale nederettingen is niet toegestaan, maar het aantal kolonisten moet dus gewoon kunnen (blijven) stijgen.

Zo wordt niet alleen de bezetting eindeloos in stand gehouden, maar wordt de Westoever ook steeds meer een onderdeel van de Israëlische k0lonistenmaatschappij. En hoe meer kolonisten, hoe groter het Joodse overwicht in het gebied over de resterende, steeds verder weggeduwde Palestijnse bewoners, en hoe moeilijker het wordt om de bezette gebieden óóit nog te ontruimen en terug te geven aan de oorspronkelijke Palestijnse bevolking.

Zelfs een gedééltelijk terugdraaien van de landroof en verdrijving van de Palestijnse bevolking – namelijk het rondje landjepik uit 1967 – is dus al te veel gevraagd. De kern van het probleem zou met zo’n ontruiming, en zelfs met een vestiging van een Palestijnse staat op Westoever en Gazastrook – nog niet eens opgelost zijn. De verdrijving en landroof uit 1948 zouden dan immers nog onaangetast overeind staan. Immers, héél Israël is, sinds haar oprichting en niet pas sinds 1967, op bezetting en verdrijving van de oorspronkelijke bevolking gebouwd.

Maar dat laatste mag je in Israël al nauwelijks meer zeggen zonder van landverraad beschuldigd te worden. Yisrael Beitenu, de regeringspartij van minister Lieberman, heeft een wetsvoorstel in de maak dat het Palestijnse burgers van Israël (binnen die grenzen van 1967 dus) gaat verbieden om de Nakba, de verdrijving van Palestijnen door Israel-in-wording rond 1948, te herdenken. Ze wil dat er een straf van drie jaar gevangenis op komt te staan.  Het weblog Jews Sans Frontières plukt dit uit de Haaretz.

Zo voert de staat Israël haar oorlog, tegen de Palestijnen van nu, en tegen ieder eerlijk historisch besef. Geen begin van rechtsherstel, en zelfs het herdenken van de de historische misdaad die om rechtsherstel schreeuwt dreigt onwettig te worden. Hoe kun je met zo’n staat nu vrede sluiten?


Crisis, catastrofe, en politieke onwil als onmacht verpakt

22 mei, 2009

Hier is de crisis, op internationale schaal. In Japan bijvoorbeeld: “Het bruto nationaal product in Japan kromp met 15,2 procent op jaarbasis. Dat markeerde het vierde kwartaal van krimp op rij en de grootste daling sinds Japan begon de gegevens bij te houden in 1955.”

In Duitsland bijvoorbeeld: “De Duitse economie verkeert in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog, meldt het Statistische Bundesambt. De economie kromp het eerste kwartaal van dit jaar met 3,8 procent.” En ook hier was dit het vierde kwartaal waarin krimp geregistreerd werd.

In Groot-Brittannië bijvoorbeeld: “De productie van auto’s in Groot-Brittannië is in april met 55 procent gedaald ten opzichte van dezelfde maand in 2008.” En al in maart viel te lezen: “De Britse economie is in het vierde kwartaal van 2008 nog iets sterker gekrompen dan eerder werd gemeld. De teruggang kwam uit op 1,6 procent vergeleken met hetvoorgaande kwartaal. Dat is de sterkste krimp sinds 1980.”

In de Verenigde Staten zijn de laatste maanden af en toe wat optimistische geluiden over naderend herstel te horen. Laten we niet te vroeg juichen: ” De Amerikaanse huizenmarkt en  de arbeidsmarkt zijn in maart tegen de verwachting in verslechterd. De tegenvallende cijfers wekken de indruk dat een einde van de recessie nog niet in zicht is.” Dat was in april. Buurland Mexico krijgt een harde tik mee van de Amerikaanse economische dreun omlaag: “De economie van mexico kromp 8,2 procent in de eerste drie maanden van dit jaar vergeleken bij een jaar eerder, vanwege de economische neergang die de vraag naar export raakt. De minister van financiën van het land heeft gewaarschuwd dat de economische productie in 2009 met 5,9 procent zou kunnen dalen.”

Nederland blijft niet ongemoeid, dat wordt steeds duidelijker. Bijvoorbeeld, vorige week vrijdag: “De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van dit jaar met 4,5 procent gekrompen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Voor het eerst in jaren gaven consumenten minder geld uit, daalde het aantal banen, en was het aantal vacatures  scherp lager. ‘Dit is de grootste krimp dinds de Tweede Wereldoorlog’, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen.”

Met de crisis ontvouwt zich inmiddels een sociale catastrofe, ook in Nederland. Mensen verliezen hun baan: “De werkloosheid in Nederland neemt steeds sneller toe. In februari tot en met april waren gemiddeld 260.000 mensen werkloos, 18 procent meer dan in  de periode januari-maart. In het vorige kwartaal steeg het cijfer nog met 9000, in  de twee perioden ervoor met 3 duizend.”

De werkloosheid raakt steeds meer sectoren: “Werden  vorig jaar in hoofdzaak de maakindustrie, de bouw en de export getroffen, nu  staan bijna overal banen op de tocht.” De werkloosheid raakt steeds meer groepen mensen: “Vrouwen zijn qua werkloosheid bezig aan een ninhaalslag. In het begin van de recessie  vonden vrouwen juist méér werk. De werkloosheid stijgt nu sneller onder vrouwen dan onder mannen.” Banen vinden wordt steeds moeilijker: “Het aantal vacatures in Nederland is in het eerste kwartaal met bijna 50.000 gedaald ten opzichte van het laatste kwartaal van 2008.” In dat laatste kwartaal daalde het aantal vacatures met een dergelijk aantal. “Daarmee is het aantal vacatures in een half jaar tijd met bijna 40 procent teruggelopen.”

Mensen raken in geldnood, op allerlei gebieden. Een vooorbeeld: “Ongeveer honderdduizend woningeigenaren lopen een verhoogd riciso om in financiële problemen te komen door de problemen op de woningmarkt. Dat zei minister van der Laan (Wonen en Wijken, PvdA) vandaag in de Tweede Kamer (…) het gaat bijvoorbeeld om huizenbezitters die werkloos raken of een nieuw huis hebben gekocht maar hun oude woning niet kwijtraken.”

En de gevestigde politiek? Helpt die ons? Reken er maar niet op, die politiek verschuilt haar onwil achter onmacht, en achter trouw aan haar marktfundamentalistische principes.  Ja, politici klagen dat banken zo weinig kredieten aan bedrijven willen geven. Met die klacht worden Kamerleden kennelijk platgemaild. Maar ja, wat kunnen ze doen? ‘Op de stoel van de bankiers gaan zitten’ vindt minister Bos geen goed idee, maar veel van zijn critici al evenmin. Marktwerking – kortgeleden weer zo ongeveel heiligverklaard door premier Balkenende die vindt dat de mens, niet de markt heeft gefaald – moet haar werk maar blijven doen.

Symptomatisch is de reactie van minister Bos op een vraag van SP-kamerlid Sharon Gesthuizen.  Die “vraagt Bos ervoor te zorgen dat banken terechte kredietaanvragen van gezonde bedrijven gewoon honoreren ‘Welke capaciteiten heeft mevrouw Gasthuizen dat zij beter kan bepalen welke gevallen terecht zijn, dan een bankier’, is de tegenvraag van Bos.”

Ik weet een goede tegenvraag tegen de tegenvraag van Bos: “Welke capaciteiten hebben deie bankiers – wiens beleid de kredietcrisis immers in de hand werkte – de laatste jaren dan wel laten zien? Waarom zouden we hun keuzes blindelings moeten accepteren, mijnheer Bos?” En aan mevrouw gesthuizen de vraag: “Waarom zouden we de beslissing over kredietverlening sowieso nog een dag langer in handen van bankiers laten, al dan niet aangestuurd door marktloyalist Bos? Is er werkelijk geen betere manier om een economie te besturen, dan de marktmanier die ons deze crisis, deze werkloosheid, deze ramp heeft bezorgd?”


Sri Lanka: tragische nederlaag, hoe nu verder?

20 mei, 2009

De oorlog van het leger van Sri Lanka tegen de Tamils – niet alleen tegen de strijders van de Tamil Tijgers – lijkt voorbij. Het Sri Lankaanse leger heeft met grof geweld de laatste gebieden waar de Tamil Tijgers greep op hadden heroverd en veel leiders van de guerrillabeweging omgebracht. In de hoofdstad Colombo vieren leden van de Singalese meerderheid de  nogal macabere overwinning. Maar, hoewel de oorlog gewonnen is door de staat van Sri Lanka, wijst veel erop dat de vrijheidstrijd van de Tamil-minderheid doorgaat. Hopelijk neemt die strijd echter een andere vorm aan dan de afgelopen 26 jaar. De nu voorlopg verloren strijd die de Tijgers voerden was in essentie een rechtmatige strijd – maar de wijze waarop ze die strijd voerden was problematisch, soms regelrecht kwalijk en maar al te vaak contraproductief.

De slotfase van deze oorlog verliep uiterst bloedig. Het regeringsleger beschoot het steeds kleiner wordende gebied van de Tamil Tijgers met grote hevigheid. Volgens een arts in het gebied kwamen bij artilleriebeschietingen 378 burgers om en raakten er nog eens 1122 mensen gewond. Dat meldde Trouw op 11 mei. Het leger beweerde toen dat er geen zware artillerie is ingezet. Maar journalisten worden uit het gebied geweerd.

Zo ging het wekelang, met 50.000 burgers die geen kant op konden. De regering beweerde dat de Tamil-strijders burgers als menselijk schild gebruikten. Dat kan waar zijn, of niet waar, informatie is moeilijk te krijgen. Het is niet verstandig om een oorlogvoerende regering op haar woord te geloven. Maar ook ontkenningen van de Tijgers zijn niet bij voorbaat geloofwaardig. Het is echter de regering die vrijwel geen waarnemers toelaat en daarom de schij extra tegen heeft.

En áls het al waar zou zijn, dat Tamil Tijgers burgers misbruiken als menselijk schild, dan rechtvaardigt het nog niet het soort optreden dat de regering op Tijgers én burgers loslaatt. Als gewapende lieden een gebouw vol mensen bezetten en die mensen in gijzeling houden, en de polotie schiet gebouw plus mensen aan gort, komt de politie dan weg met het excuus dat de gewapende mannen die mensen als menselijk schild gebruikten en dus schuld zijn aan het uiteindelijke bloedbad?

Komende dagen zal wel meer duidelijk worden over de verschrikkingen in het zojuist heroverde gebied. Er zijn akelig veel slachtoffers gevallen:- 70.000 in het hele conflict,  en “volgens de VN vielen alleen al sinds eind januari meer dan 8000 doden”. Dat meldt de Volkskrant. In Colombo was het feest, “behalve in de straten waar Tamils wonen. Daar was het angstvallig stil en bleven veel bewoners thuis.”

Van de Tamil Tijgers lijkt niet zo heel veel meer over. Maar dat wil niet zeggen dat, met hun nederlaag, ook de grieven die aan hun activiteiten ten grondslag liggen zijn verdwenen. Het valt te verwachten dat er verzet blijft, dat het verlangen naar vrijheid voor de Tamils deze nederlaag zal overleven. Een verkenning van de geschiedenis van het conflict maakt dat duidelijk.

Om de beginnen een citaat uit de NRC (maar vergelijkbare citaten zijn op allerlei plekken te vinden). “De rebellen hebben sinds 1983 gevochten voor meer autonomie voor de tamil-minderheid in het noorden en oosten van het eiland. Die voelt zich gediscrimineerd door de Singalese meerderheid.” De “rebellen” , de Tamil Tijgers dus, zijn hun strijd begonnen vanuit een gevóél van achterstelling, een perceptie. Gevoelige types, kennelijk, die Tijgers. Volgens deze logica heeft Nelson Mandela het ANC aangevoerd in een strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika vanwege het gevóél van veel zwarten dat ze achtergesteld werden. En mensen sloopten in 1989 de Berlijnse Muur vanwege een gevóél dat het ding de menselijke bewegingsvrijheid inperkte. Het zit allemaal tussen de oren, nietwaar? Over de harde realiteit kunnen we dan verder zwijgen, het is allemaal een kwestie van beleving…

Laten we nu terugkeren tot de werkelijke wereld, en tot Sri Lanka in het bijzonder. Het Tamil-verzet wortelde in een weerstand tegen feitelijke uitsluiting en onderdrukking en achterstelling op allerlei niveaus. De aanloop is vrij lang, en gaat terug naar de Britse koloniale tijd.

Op het eiland Ceylon, waar nu Sri Lanka ligt, wonen als heel lang zowel Singalezen als Tamils. Singalezen vormen de meerderheid, Tamils een minderheid van pakweg 15 procent 18 procent [gecorrigeerd en van hyperlink voorzien op 22 mei 2008] van de 20 miljoen inwoners. Er zijn twee groepen Tamils trouwens. Er zijn nakomelingen van mensen die er al enkele duizenden jaren wonen. Er zijn ook nakomelingen van Tamil-migranten die in koloniale tijden als migrant-arbeiders uit India zijn overgekomen om op plantages te werken.

Tamils en Singalezen spreken een verschillende taal. Ze hebben ook een verschillende godsdienst: Singalezen zijn overwegend Boeddhistisch, Tamils vooral Hindoes, al zijn er onder hen ook Moslims. Onder het Britse gezag hadden relatief veel hoger opgeleide Tamils posities in het bestuursapparaat gekregen. Afgunst hierover werd onder nationalisten van Singalese huize gemobiliseerd nadat het eiland in 1948 onafhankelijk werd, eerst onder de naam Ceylon. Maar wat misschien een vorm van rechtzetting van een  bevoorrechte positie kon lijken, kwam al snel neer op grove discriminatie van de Tamils.

Het begon meteen in 1949. Tamils die na 1900 waren geïmmigreerd naar Ceylon, werd hun burgerschap afgepakt. Ze waren niet meer welkom, in een signaal dat indirect alle Tamils raakte. Er kwamen maatregelen om meer Singalezen in het bestuursapparaat te krijgen. Dat ging zover dat volgens John Pilger in 1970 nauwelijks nog een Tamil in het ambtenarenapparaat te vinden was.

Singalees werd de voertaal in het land, de sprekers van de Tamil-taal werden hierdoor feitelijk (en dus niet slechts gevoelsmatig, waarde NRC-scribent) op achterstand gezet. Het Boeddhisme kreeg als goddienst een voorrangspositie, hetgeen de tweederangspositie van Tamils versterkte. Protesten van Tamils, in eerste instantie vreedzaam, werden met rellen van Singalese nationalisten beantwoord. En wanneer de regering enigszins tegemoet kwam aan Tamil-verlangens, werd ze door fellere Singalese chauvinisten snel weer tot de terugtocht gedwongen. Zo werd de Tamil-minderheid steeds duidelijker een gediscrimineerde bevolkingsgroep.

Bij de strijd tegen deze achterstelling raakten Tamils meer en meer op zichzelf aangewezen. Dat lag niet aan hen, dat lag aan de linkse bewegingen in het land. Die lieten in overgrote meerderheid de strijd voor gelijke rechten van alle bevolkingsgroepen liggen, kennelijk uit een soort angst om zich van de Singalese meerderheid te vervreemden. Dit was deel van een proces waarin links steeds meer koerste op deelname aan de regeringsmacht om hervormingen binnen te slepen.

Van sociaal-democraten verwacht je niet anders, en van het gangbare Stalinisme , de Moskou-loyale Communistische partijen zoals veel landen die kenden, eigenlijk ook niet. Maar Sri Lanka had in de jaren veertig en vijftig één van de sterkste Tr0tskistische partijen in de wereld. De Communistische Partij van dat land had in het conflict tussen Stalin en de linkse oppositie van de verbannen en uiteindelijk vermoorde Russische revolutionair Leon Trotski, in meerderheid voor die oppositie, belichaamd in Trotski’s Vierde Internationale, gekozen.

Het Trotskisme van de organisatie was echter niet diepgeworteld. En naarmate de partije groeide, groeide ook de verleiding van regeringsdeelname – op voorwaarde van een zekere aanpassing. Loyaliteit aan een steeds openlijke Singalees-gedomineerde staat hoorde daarbij. Consequent opkomen voor Tamil-rechten botste daarmee. Dat gebeurde in steed afnemende mate. Uiteindelijk ging deze partij zelfs meeregeren in een linksige Volksfront-regering. Van het Trotskisme was toen weinig tot niets meer te bespeuren. Deze treurige geschiedenis en veel meer belangrijks valt na te lezen in “Tamils Under Attack”, een zinnig stuk op de website van de, jawel, Vijfde Internationale, een wat al te groots etiket waar een kleine Trotskistische stroming zich van heeft voorzien.

Aan links hadden Tamils die voor hun rechten opkwamen dus weinig. Daardoor werd binnen de Tamil-gemeenschap een verlangen naar autonomie, uiteindelijk naar een eigen staat, steeds sterker. En toen vreedzame agitatie met Singalees-chauvinistisch geweld beantwoord werd, begonnen groepen Tamils een gewapende strijd. Eéén van die groeperingen werd het LTTE, oftewel de Tamil Tijgers.

Het hele proces doet sterk denken aan de opkomst van Koerdisch gewapend verzet in Turkije. Ook daar was een erfenis van achterstelling en onderdrukking van de Koerdische minderheid. Ook daar koos links in overgrote meerderheid voor loyaliteit aan de Tukrkse staat –  met een argument waarin die staat als modernistisch bolwerk tegenover feodale en islamistische reactie werd opgehemeld. Ook daar groeide onder Koerden de opvatting dat ze het dus zelf moesten doen – met als uitkomst de opkomst van de Koerdische guerrillabeweging de PKK.

Terug naar Sri Lanka. In 1983 pleegden Tamil Tijgers een aanslag  waarbij 13 regeringssoldaten omkwamen. Daarop braken rellen uit, feitelijk pogroms, waarbij minstens enkele honderden Tamils werden vermoord. Vanaf dat moment was de burgeroorlog een feit. Onderbroken met enkele wankele wapenstilstanden  en pogingen om door onderhandeling tot vrede te komen, duurde die tot deze maand voort. Tusen 1987 en 1990 deed ook India mee: het stuurde troepen in het kader van een soort bestand, maar vocht al gauw aan de kant van het Sri Lankaanse leger mee tegen de Tamil-guerrilla. De Tijgers namen bloedig wraak: de zelfmoordaanslag die de Indiase premier Rajiv Gandhi het leven kostte wordt aan de LTTE toegeschreven.

Die Tamil-guerrilla vocht haar strijd hardhandig, en de keuzes van de Tamil Tijgers daarin deugden vaak niet. Het LTTE hanteerde op grote schaal het wapen van de zelfmoordaanslag. Ze was hier één van de eerste bewegingen in. Opmerking voor islamofobe racisten: de Tamil-guerrilla baseerde zich overwegend op een Hindoe-bevolking , en de Tijgers vormden geen religieuze maar een seculier-nationalistische beweging. Dit speciaal voor de trieste types die een verband willen leggen tussen zelfmoord-terrorisme en “de Islam”. Maar ik dwaal af.

Het LTTE trad hardhandig op tegen andere Tamil-verzetsbewegingen. Argument was dat die onder invloed van India stonden, of dat ze te compromisbereid waren. Het tekent de autoritaire politiek van de organisatie, een politiek die door een uiterst autoritair leiderschap van Veluppilai Prabhakaran werd uitgedragen.

De Tijgers hanteerden een keihard etnisch nationalisme, waarin niet alleende Sri Lankaanse staat doelwit was, maar de Singalese meerderheid zelf niet werd ontzien. De aanval van Tijgers op een Boeddhistisch heiligdom was een voorbeeld. Erg contraproductief en dom, om de religieuze gevoelens van de Singalese Boeddhistische meerderheid zo te kwetsen, de afstand tussen de bevolkingsgroepen verder te vergroten en het Singalese nationalisten nog makkelijker te maken om steun te vinden voor hun anti-Tamil-politiek.

Aan Singalees-chauvinistische kant speelden trouwens Boeddhistische monniken een kwalijke rol als aanjager van het chauvinisme. Dit even vo0r diegenen die tegenover de Westerse godsdiensten het nobele Oosterse Boeddhisme als in de kern beter beschouwen. Élke religie kan onder bepaalde omstandigheden een instrument en legitimatie van onderdrukking zijn, ook het Boeddhisme. Maar ik dwaal wederom af…

Erg kwalijk was ook de verdrijving van zo’n 100.000 Moslims doort de LTTE in 1990. De precieze achtergrond heb ik niet achterhaald, maar het tekent de Tamils als een groepering die in haar strijd voor Tamil-rechten zich versmalde tot een etnisch-nationalisme dat een vrijwel blinde loyaliteit vereiste. Ook linkse Sri Lankanen die opkwamen voor Tamil-rechten maar dat plaatsten in een context van democratisch en sociaal verzet in het héle land, werden doelwit van de LTTE, en ook van LTTE-supporters in Europa. Daarvan maakten bijvoorbeeldt bijvoorbeeld geestverwanten van de World Socialist Web Site, die in Sri Lanka georganiseerde aanhang heeft, melding.

Met al deze dingen werkten de Tamil Tijgers de werkelijke vrijheid van Tamils tegen. Het neemt niet weg dat in de militaire confrontatie tussen Tijgers en Sri Lankaanse staat, ik de kant van die Tijgers koos en kies. Hoe vervormd ook, de LTTE drukte een legitieme eis van zelfbeschikking van een onderdrukt volk uit, en in die uitdrukking verdienden ze steun. De kritiek op de Tijgers – op de repressie van andersdenkenden in de Tamil-gemeenschap, op de verdrrijving van Moslims, op het nodeloos op de kast jagen van willekeurige Singalezen, op de bloedige tactiek van zelfmoordaanslagen – is wat mij betreft bedoeld om de Tamil-strijd te versterken. Zonder deze vaak brute methoden, en zonder het autoritaire karakter van de beweging, zou de Tamil-vrijheidsstrijd meer sympathie vinden, onder Singalezen, onder  progressieve bewegingen internationaal.

Intussen onderdrukte de staat van Sri Lanka niet alleen de Tamil-strijders maar de Tamil-gemeenschap als zodanig. Tamils konden bij controle-posten op straat worden opgepakt, verdacht van Tijger-sympathieën. Singalezen hoefden voor dit soort aanhoudingen niet bang te zijn. Tamils konden een klacht indienen over slechte behandeling door de politie – maar dat moest dan wel in de Singalese taal.  Tamils moesten zich in de hoofdstad laten registreren, Singalezen niet. Het zijn dit soort voorbeelden waar bovengenoemde NRC-schrijfpersoon eens kennis van zou kunnen nemen om de realiteit achter dat gevoel van discriminatie onder Tamils te begrijpen.

Uiteindelijk wist de Sri Lankaanse staat de Tamil Tijgers te verpletteren. De kwalijke kanten van de politiek van die Tijgers droeg daaraan bij. Ook al was de LTTE de enige guerrillabeweging ter wereld die over een soort marine en zelfs een kleine luchtmacht beschikte, het isolement waarin ze zich met haar politiek had laten drijven maakte haar extra kwetsbaar. Toen  Sri Lanka stelselmatig de militaire uitgaven opschroefde en toen India en ri lanka samen op zee patrouilleerden om bevoorrading van de LTTE af te snijden, begon het gewapend verzet te bezwijken. Westerse, onder meer Britse, wapens en steun droegen aan de overwinning van Sri Lanka bij. Dat er nu in Westerse hoofdsteden wat gemopper te horen is overmensenrechtenschendingen aan beide kanten, doet daar niets wezenlijks aan af.

De prijs voor de Tamil-nederlaag is hoog, en wordt niet alleen door Tamils betaald. De verhoogde oorlogsuitgaven van Sri Lanka gaan ten koste van de meerderheid van de bevolking, Tamil én Singalees. Elke dollar die aan schiettuig werd uitgegeven, kon niet tegelijk aan scholen en ziekenhuizen worden besteed. En de oorlog tegen de Tamil-guerrilla ging gepaard met de ondermijning van democratische rechten, onderdrukking die media, arbeidersbeweging en links in Sri Lanka raakte. De oorlog was indirect ook een oorlog van rijk tegen arm in héél Sri Lanka. Hierbij zette het tegen Tamil-verzet gerichte Singalese chauvinisme de arme Singalezen op tegen de Tamils in plaats van dat ze met hun eigen, veelal Singalese, onderdrukkers de strijd aanbonden.

Hoe nu verder? De Tijgers lijken gebroken en definitief verslagen, maar voorzichtigheid met die conclusie is geboden. Het is niet ondenkbaar dat een kleinschalige, hardnekkige guerrilla blijft aanhouden. Intussen laten felle demonstraties van Tamils buiten Sri Lanka zien dat de vlam van de vrijheidsstrijd allerminst gedoofd is.

Het is goed dat die strijd doorgaat. Het zou nog beter zijn als die strijd voorzien werd van een perspectief dat breekt met die kanten van  de LTTE-politiek die met chauvinisme en autoritaire methoden de vrijheidsstrijd ernstig heeft beschadigd. De strijd gaat door, maar hopelijk als bétere strijd. Links hoort daarin te doen wat links te vaak heeft nagelaten: opkomen voor het recht op zelfbeschikking van de Tamils in Sri Lanka, solidariteit – met behoud van alle noodzakelijke kritiek – met degenen die voor dat recht vechten.


Nepal: politieke crisis en impasse

18 mei, 2009

In Nepal is een al weken woendende politieke crisis de laatste dagen verder aangescherpt. Parlementariërs van de Communistische Partij van Nepal (Maoistisch), kortweg ‘de Maoisten’  blokkeerden en bestormden vandaag het parlementsgebouw. Daarna maakten zij een bijeenkomst van dat parlement onmogelijk. In die vergadering zou besloten worden over een nieuwe coalitieregering van 22 partijen, een regering die geleid ou worden door een politicus van… de Communistische Partij van Nepal (Marxistisch-Leninistisch). Voor wie denkt dat Nepal het decor is van een moderne versie van The Life Of Brian, en voor andere lezers, is wat context, en een aanloopje, misschien niet verkeerd.

Wat de Maoisten doen – een parlementaire bijeenkomst tegenhouden waar een meerderheidsregering in het zadel geholpen zou worden – lijkt ondemocratisch. Maar die indruk is niet correct. De aanlooop maakt dat duidelijk. De Maoisten vormden tot enkele weken zélf  met anderen een parlementaire meerderheidsregering, nadat ze verkieingen gewonnen hadden. Die verkiezingen kwamen er, nadat Maoisten – die sinds 1996 een guerrilla hadden gevoerd – en de toenmalige regering van wat toen nog een monarchistische semi-dictatuur was, een vredesakkoord hadden gesloten. Dat akkoord kwam er nadat een volksopstand in het voorkaar van 2006 een revolutionaire situatie had geschapen. Hof, generaals en de machthebbers eromheen konden kiezen: verregaande democratische hervormingen, accepteren dat de Maoisten eventueel via verkiezingen aan de regering konden komen, en het vooruitzicht dat de monarchie zou verdwijnen – of een revolutie die niet alleen de monarchie, maar de hele machtsstructuur van Nepal op zijn kop ou zetten. De machthebbers kozen voor het eerste, en er kwam een akkoord.

Onderdeel van dat akkoord was de verkiezing van een grondwetgevende vergadering. Die is er geweest, en heeft de monarchie afgeschaft. Onderdeel van het akkoord was ook dat de guerrillastrijders van de Maoisten deel zouden gaan uitmaken van het, niet langer koninklijke, leger van Nepal. En dáár ontstond een conflict.

De bevelhebber van het leger, generaal Rookmangud Katawal, werkte het opnemen van voormalige guerrillastrijders stelselmatig tegen. De Maoistische premier, Pushpa Kamal Dahal, was dat zat en ontsloeg de generaal. En waarom niet? In een democratie, zelfs in de beperkte democratie die het kapitalisme in Nepal en in Nederland tolereert, staat de legerleiding ónder de politieke, op verkieingen gebaseerde, leiding. Als een generaal niet gehoorzaamt aan het regeringsbeleid, dan is ontslag van zo’n generaal wel het minste.

Maar zo ging het niet in Nepal. Eerst stapten coalitiepartners van de Maoisten uit de regering. Daarna maakte de president van Nepal – géén Maoist – het ontslag ongedaan, een nogal ondemocratische maatregel. Dat was voor de Maoistische premier aanleiding om op te stappen. Daarmee was de politieke crisis – waar de nieuwe coalitiepoging én de Maoistische blokkade ervan onderdeel zijn – een feit.

Het gelijk ligt hier, democratisch gesproken, bij de Maoisten. Maar er is wel een probleem. De politiek van hun partij was sinds jaar en dag gericht op verregaande veranderingen in Nepal – maar niet op een antikapitalistische revolutie. In de analyse van de partij was Nepal feodaal, gebouwd op grootgrondbeit, met een autoritaire monarchie aan de kop ervan. het grootgrondbezit moest weg, net als de monarchie.  In de plaats ervan moest een democratische republiek komen.

Maar het moest geen socialistische republiek zijn, daavoor was Nepal in de analyse van de maoisten niet rijp. Het kapitalisme moest eerst ruim baan krijgen; maatregelen ten gunste van de armen mochten dan ook niet verder gaan dan wat ondernemers aanvaardbaar achtten. Toen in het voorjaar van 2006 feitelijk een revolutie woedde, beet  de partij niet door, maar ging ze voor een akoord met hun tegenstanders waarmee de revolutie werd ingekapseld en op de terugtocht gedwongen.

De overeenkomst over het invoegen van guerrillastrijders in het leger is daar een symptoom van: de bestaande militaire staatsstructuur blijft gewoon intact, onder goeddeels bestaande leiding. Als de Maoisten werkelijk antikapitalistische revolutionairen waren geweest, hadden ze doorgezet, het leger ontmanteld en vervangen door arbeiders- en boerenmilieties. Dat ze nu eisen dat de afspraken over het leger worden nagekomen, is logisch. Maar het feit dat ze zo’n akkoord sloten, is tekenend voor hun gematigd, in de kern niet-revolutionaire perspectief. Een nuttige analyse van dit perspectief, en van het probleem ermee, geeft Rajesh Tyagi in een fors stuk op Marxist.com, waar trouwens de ontwikkelingen in Nepal de laatste jaren redelijk goed gevolgd werden.

Intussen hebben de Maoisten wel grote steun, vooral onder de arme plattelandsbevolking. En ze verstaan de kunst om die steun te mobiliseren in massa-acties. Als ze zouden willen, kunnen ze de guerrilla hervatten – maar met welk doel? De monarchie is weg, en de weg naar veranderingen binnen het hervormde regeringsstelsel ligt in principe nog steeds open, zolang de verandering maar niet het complete bestel bedreigt. Waarom een oorlog hervatten als je halve oorlopgsdoel al bereikt is, en de andere helft parlementair nog steeds bereikbaar lijkt?

Datzelfde bezwaar geldt nog meer voor die andere, radicalere optie; alsnog kiezen voor een revolutie, zoals die in april 2006 woedde. Dat heeft echter alleen maar zin als je bereid bent vérder gaan dan toen, en met stakingen, demonstraties, muiterijen en uiteindelijk een stedelijke en landelijke opstand de hele bezittende en heersende klasse uit het zadel te lichten. Dat zou een breuk betekenen met de hele Maoistische politiek, en met de wortels van die politiek in de eerdere Communistische beweging waar de Maoisten de linkervleugel van vormen.

Andere Communistische partijen in het land hanteren hetzelfde idee dat socialisme niet op de agenda staat, dat democratisch omlijst kapitalisme het hoogst bereikbare is in Nepal. Het verschil is dat andere Communistische partijen zich beperkten tot parlementaire strategie, regeringsdeelname etcetera, waar Maoisten vonden dat zelfs voor hun nog beperkte doelstellingen hardere actie – massa-mobilisatie en gewapend verzet – nodig waren. De andere Communistische Partijen opereerden feitelijk als milde sociaal-democraten. De Maoisten zijn radicaler. Maar het is vooral een radicalisme in tactisch en strategisch, niet in principieel opzicht.

Alle zich Communistisch noemende partijen wortelden in het Stalinisme. Daar kwam de filosofie van ‘nog-geen-socialisme, maar-enkel-kapitalisme-en-democratie’, vandaan. En om massa-mobilisatie zowel op gang te kunnen krijgen als ook af te kunnen remmen als die te radicale wegen in sloeg, was een vrij sterkte greep van leiding van hogerhand op organisatie nodig, een hiërarchische organisatie waar de massa actief mocht zijn, maar meer als voetvolk dan op eigen initiatief. Guerrilla-verzet – een verzetsvorm die toch een militaire commandostructuur in de hand werkt – voedt dit nog eens extra. Áls er krachten in Nepal zijn – binnen de Maoistische beweging of erbuiten – die wél neigen richting een diepergaande revolutie, dan zullen zowel de burgerlijk-kapitalistische keuzes als ook de hierarchische structuur van die beweging daarin een blok aan het been blijken te zijn.

De Maoisten zelf gaan, lijkt mij, niet kiezen voor een hervating van de guerrilla, en al helemaal niet voor een diepere revolutie. Dat betekent dat ze, na getouwtrek rond parlement, regeringsvorming  en andere politieke gevechten, misschien ook wel na wat stevige mobilisatties van hun aanhang, deel blijven nemen aan het gevestigde politieke gebeuren.

In dat gevecht heeft rechts zich echter wel versterkt: dat een militaire top een hervorming weet te blokkeren, geeft dat aan. Dat rechts daabij aangemoedigd wordt door onder meer de Amerikaanse ambassade, geeft aan dat er in Nepal meer op het spel staat dan alleen het lot van dat land zélf’.

Als rechts haar tegenaanval opvoert, en als maoistisch links haar achterban blijft afremmen en intomen – zoals ze doen, zoals een verhelderend maar voor de Maoistische politiek wel te onkritisch artikel laat zien – dan ontstaat een gevaarlijke situatie waarin zelfs de democratische hervormingen van het moment gevaar lopen. Ik vond het artikel trouwens op MR Zine, en ik heb er flink gebruik van gemaakt. Een diepergaand verzet, voorzien van een werkelijk revolutionaire kijk op de zaken, is hiertegen noodzakelijk. Maar van zulk verzet is op dit moment helaas nog weinig te bespeuren.


Homo-demonstratie onderdrukt, plus de houding van Gordon

17 mei, 2009

Net als eerdere jaren deden homo-activisten in de Russische hoofdstad Moskou gisteren een poging om een demonstratie tegen homohaat en gelijke rechtente houden. En net als in andere jaren tolereerden de autoriteiten dat niet: de politie begon vrijwel meteen na het begin demonstranten op te pakken. In totaal werden volgens de politie veertig mensen gearresteerd, waaronder een redacteur van de GayKrant en ook Peter Tatchell, een Brits politicus die zich al jaren voor homo-rechten inzet. Ook de organisator van het protest zelf, Nicolai Aleksejev, is aangehouden.

Het protest was noodzakelijk, in een land waar homoseksualiteit tot 1993 nog strafbaar was, en waar homoseksualiteit nog tot 1999 officieel als geestesziekte werd beschouwd. De onderdrukking van het protest laat zien dat homofobie nog steeds  officiëel beleid is. Een tegenbetoging van mensen die homoseksualiteit verachteijk vinden en homo’s in strafkampen wilden opbergen kreeg wél officeel toestemming. Het laat zien waar de autoriteiten staan.

Er is een tweede reden waarom het staatsingrijpen tegen de homo-protestactie verwerpelijk is. Een politiewoordvoerder motiveert de arrestaties aldus: “Ze zijn niet aangehouden omdat ze de wet hebben overtreden, maar als waarschuwing dat het onaanvaardbaar is evenementen te houden zonder toestemming van de autoriteiten.” Dat is een waarschuwing aan iederéén die het in haar of zijn hoofd zou halen de straat op te gaan, tegen de regering, maar ook tegen ontslagen in een, net als andere landen, door economische crisis geteisterd Rusland. Het is een aanval op democratische rechten van iedereen.

En het zou wel goed zijn als democraten in Rusland dát punt oppikten en solidariteit met de actie voor homorechten organiseerden. Het zou eveneens slim zijn van homo-activisten zelf om dit bredere punt te maken naar andere groeperingen in de knel. In de geest van: “Vandaag pakt de politie ons aan, morgen zijn jullie aan de beurt. Zou solidariteit niet slim zijn?” Of, in het welluidende Frans op veel vakbonds- en andersglobalistische demonstraties: “Oui! Oui! Toes ensemble, tous ensemble!”

Het hele gebeuren vond plaats in de schaduw (en in de publiciteitsgolf) van het Songfestival dat dezelfde dag in Moskou werd gehouden. Dat is van een wrange ironie, want juist dsit festival is juist bijr heel veel homoseksuelen erg populair. Ik snap daar, zelf homo zijnde, weliswaar weinig tot niets van, maar feiten zijn koppige dingen. De hoop dat de autoriteiten, met dit feit in het achterhoofd, zouden afzien van een harde aanpak van de homo-demonstratie bleek echter misplaatst. De strijd voor gelijke rechten van homo’s vergt machtsvorming, stevige druk, op straat en erbuiten. Enkel bouwen op een meelevend wereldpubliek en hopen dat de angst voor slechte PR de autoriteiten tot inkeer zal brengen bleek, zoals wel vaker, een illusie.

Opvallend, en nogal twijfelachtig, vond ik het optreden van de zanger Gordon, die zich eventjes breed leek te maken voor de homo-demonstratie maar al vrij snel terugkrabbelde. Vóórdat hij met zijn twee andere Toppers de halve finale van het festival niet doorkwam, kondigde hij aan dat hij mee zou lopen met de demonstratie. Ook zei hij dat hij in geval van politiegeweld tegen de betoging het festival zou boycotten. “Ik wil dan namens een vrij Nederland een statement maken, ook al moet ik daarvoor mijn persoonlijke droom opgeven.” 

Het statement was welkom geweest, maar alstublieft niet “namens een vrij Nederland”. Ik heb dat vrije Nederland in de atlas nooit kunnen vinden, en ik spreek nét iets te vaak mannen die uit een zeer reeëéle angst hun seksuele interesse voor andere mannen verzwijgen om aan het mythische beeld van een vrij Nederland tegenover een onvrij Rusland ook maar drie seconden geloof te hechten. Homo-vrijheden presenteren als een nationale, in dit geval Nederlandse, deugd is ook nog eens contraproductief: het maakt het Russische nationalisten alleen maar makkelijker om homo-rechten af te wijzen als iets buitenlands, westerse import, ón-Russich.

Het boycotten van het songfestival bleek echter niet meer nodig, want het festival boycotte Gordon dus al door de Toppers geen finaleplaats te gunnen. Je zou nu zeggen dat Gordon zonder problemen aan de demonstratie mee zou doen: hij had die avond toch vrij, en een avondje in de cel overleef je doorgaans wel. Maar nee,  “Gordon loopt zaterdag toch niet mee in de homoparade in Moskou. De organisatie van de tocht heeft laten weten dat ze de veiligheid van de zanger niet kon garanderen.” Ha ha ha. Ik vraag me af hoeveel demonstraties ik had bijgewoond als ik het ervan had laten afhangen of de organisatie mijn veiligheid op betogingen had kunnen garanderen. In Genua bijvoorbeeld, in 2001, tegenover knuppelende en schoppende Carabinieri. Of in Straatsburg, dit voorjaar, tussen de traangasgranaten die maar bleven komen.

Demonstreren zonder risico’s nemen bestaat niet, en vragen om garanties aan de organisatie dat jou niets overkomt is absurd. Om die redenen wegblijven is capituleren voor de angst. En speciále garanties vragen voor jóúw veiligheid, omdat je een Ster bent, is érger dan absurd. Over de kwaliteiten van Gordon als artiest kun je van mening verschillen. Maar als persoon die zich in probeerde te zetten voor homo-rechten heeft hij stevig gefaald.