AOW-leeftijd: onderhandelingen stuk, zet je maar schrap…

30 september, 2009

De onderhandelingen in de Sociaal Economische Raad (SER) over de AOW-leeftijd zijn stukgelopen, ondernemersclubs hebben het proces een genadeschot gegeven en zijn weggebleven van de laatste bijeenkomst in de SER. De weg komt nu vrij voor het kabinet om haar voornemen om de AOW-leeftijd naar 67 te brengen, door te zetten. Tenzij…

De onderhandelingen vloeiden voort uit een afspraak in maart: het kabinet wilde toen al de AOW-leeftijd van 65 naar 67 brengen, maar de vakbeweging was fel tegen. Dus mochten vakbeweging samen met ondernemersorganisaties als VNO-NCW in de SER een alternatief bedenbken dat evenveel opleverde: 4 miljard per jaar. Dat is dus niet gelukt.

De vakbeweging is, logischerwijs, erg boos. Maar de woede geldt kennelijk vooral de manier waarop ondernemersclubs het spel speelden. Wegblijven uit de laatste gespreksronde, en via de media vertellen dat het overleg vastgelopen is, dat is inderdaad een arrogante, botte manier van doen. Je zou alleen verwachten, althans hopen, dat vakbondsmensen die arrogante botheid van bazenkant allang kenden, en er dus niet zo door zouden zijn overvallen.

Dat ondernemersclubs als VNO-NCW de schuld bij de vakbonden leggen, is ook al niet vreemd. Niet dat VNO-NCW-voorman Bernard Wientjes daar gelijk in heeft. Maar toegeven dat de eigen wens om AOW-leeftijd, maar tegelijk ook de leeftijd voor aanvullende pensioenen, omhoog te gooien, wel op weerstand van vakbonden moest stuiten, is van zo’n man in zo’n positie te veel gevraagd.

Dat in het laatste plan van ondernemerszijde de AOW-leeftijd zelfs in één sprong – en niet in een heel langzaam proces, zoals in het eerdere kabinetsplan – verhoogd zou worden, was eerder olie op het vuur dan een bijdrage aan een serieus compromis. Ik denk zelf dat ondernemers sowieso de AOW-leeftijd omhoog willen hebben, en dat het hele circus in de SER alleen maar bedoeld was om de vakbondstop daarvoor mee te krijgen in één of andere vorm.

Dat de ondernemersclubs het spel vandaag zo keihard speelden is hiervan een teken: niet goedschiks meewerken? Dan maar kwaadschiks, via het kabinet, de verhoging doorgedrukt zien! Maar de opstelling van de vakbonden zelf lokte de botheid van de bazenorganisaties bijna uit. Niet omdat de bonden zich zo onverzettelijk opstelden, maar juist vanwege hun meegaandheid, werd de arrogantie aan ondernemerszijde gevoed. Ze bespeurden aarzeling en zwakten aan vakbondskant, ze roken bloed, en ze sloegen toe.

Zwakte en gedraai aan vakbondszijde wás er, tot in de slotfase. Al maanden terug liet het CNV weten dat een verhoging van de AOW-leeftijd eventueel moest kunnen. Daarmee zagen ondernemers en kabinet een gat in de vakbondseenheid opduiken, dat hun positie versterkte.

Gisteren kwam de FNV met haar eigen plan, en dat zal de ondernemers hebben gesterkt in hun botheid. Het plan wilde het mogelijk maken om met 65 jaar te stoppen met werken en een redelijke AOW-uitkering te krijgen. Maar wie langer werkte, kon daarna een hogere AOW tegemoet zien. Het kwam neer op een hogere leeftijd voor wie dat wilde, aangemoedigd met een  financiële prikkel.

Feitelijk erkende de FNV daarmee het principe dat het zinnig was om de AOW-leeftijd omhoog te brengen, maar wilde die verhoging alleen vrijwillig bereiken. Die erkenning moet ondernemers, en ook mninisters als Donner, als muziek in de orgen hebben geklonken. De vrijwilligheid echter bleef het struikelblok, en daar liet VNO-NCW het met overgave op stuk lopen. Maar een belangrijke oogst – een vakbond voor wie het vasthouden aan de AOW-leeftijd van 65 jaar geen keihard punt meer was – hadden de ondernemersclubs al binnen.

Nu restte nog slechts om boos uit de onderhandelingen weg te blijven, de bal toe te spelen aan het kabinet, en de verhoging naar 67 jaar doorgedrukt te zien. Slim gespeeld van de ondernemersclubs, slecht en warrig gespeeld van vakbondszijde –  die sowieso al niet haar vertrouwen in dat hele SER-onderhandelingsproces had moeten steken – met de achterban van die vakbeweging als potentieel slachtoffer.

Het lijkt me dat vooral de FNV er nu niet aan ontkomt haar opstelling te verstevigen en serieuze acties door te zetten tegen de kabinets- en ondernemersplannen. Dat zal nog moeilijk worden, want één van de voordelen die de bazen hebben binnengesleept is nu juist die twijfelachtige, onvaste opstelling aan vakbondskant. De geloofwaardigheid van de FNV als keiharde verdediger van onze pensioenleeftijd is er belaald niet op vooruitgegaan. Het vertrouwen van groepen arbeiders dat hun bond hun rechten effectief verdedigt evenmin. De bonden hebben dus bepaald iets goed te maken.

Het is nu zaak dat de voorgenomen acties op 7 oktober brede en felle steun krijgen. Voor die dag roept de FNV arbeiders vanuit allerlei bedrijven om een pauze van 65 minuten te houden en demonstratief samen te komen en ook ludieke acties te bedenken. Feitelijk is dit een oproep tot een algemene staking van ruim één uur. Hopelijk wordt aan de oproep grootschalig gevolg gegeven, juist ook door mensen die de vakbondstop vanwege haar merkwaardige bewegingen in rond Circus SER niet vertrowen, terécht niet vertrouwen.

Juist deelname van kritische arbeiders binnen én buiten de bonden kan de strijd om onze AOW-rechten een dynamiek krijgen die door het dubieuze leiderschap van Agnes Jongerius en haar collega-vakbondsbestuurders niet onder controle te houden is. Zo kan de strijd voor onze AOW-leeftijd alsnog worden gewonden, door ons allemaal samen.

Advertenties

Bloedbad in Guinee

30 september, 2009

Militairen hebben afgelopen maandag in het Westafrikaanse land Guinee een protestbijeenkomst van 50.000  uit elkaar geschoten. Dat kostte volgens het militaire bewind aan 57 mensen het leven. Volgens een mensenrechtengroepering was het dodental veel hoger: 157. Op basis van gegevens uit ziekenhuizen worden 1253 gewonden gemeld. Er zijn  berichten dat soldaten demonstranten op straat verkrachtten en met bajonetten bewerkten.  Ook de dag erop schoten soldaten minstens twee mensen dood. Militairen vielen huizen binnen en plunderden winkels. 

De militaire machthebber, Moussa Dadis Camara, betuigde spijt, maar zei dat ook hij geen volledige greep heeft op “oncontroleerbare elementen” in zijn leger. Het ministerie van binnenlandse zaken kwam intussen met een verklaring waarin het dodental van 57 werd gegeven; van die mensen zouden de meeste vertrapt of gestikt zijn, slechts vier zouden door kogels zijn omgekomen. Volstrekt ongeloofwaardig lijkt het me, typerend voor de militaire dictatuur die haar onderdrukking probeert te bagatelliseren.

Dat Guinee een militaire dictatuur heeft, is duidelijk.  Camara kwam eind vorig jaar aan de macht via een staatsgreep. Die volgde op de dood van de sterke man van Guinee, Lansane Conte. Mensen waren aanvankelijk hoopvol. “De bevolking van het West-Afrikaanse land zag in Camara de juiste man op het juiste moment. Hij zou de enorme corruptie in het straatarme land stevig aanpakken en vrije verkiezingen voorbereiden waaraan hij in geen geval zelf zou deelnamen. Totdat, natuurlijk, bleek hoe zoet de macht ook hem persoonlijk smaakte. En dus liet kapitein Camara doorschemeren dat hij volgend jaar jjanuari toch weleens keen van de kandidaten zou kunnen zijn. Daarmee wist de bevolking genoeg. 

Het zojuist bloedig onderdrukte protest vond plaats als reactie op eventuele verkiezingsdeelname van Camara, op het feit dat hij dus niet zonder meer de macht zal overdragen. Als een militaire dictator, met zijn greep op de macht, aan verkiezingen deelneemt, kun je van werkelijk vrije verkiezingen nauwelijks spreken. De eerder beloofde overgang naar democratie dreigt zo helemaal een wassen neus te worden. Logisch dus dat oppositiegroepen protesteerden. Een van de meegevoerde leuzen tijdens de onderdrukte manifestatie luidde: “Weg met het leger aan de macht”.

Het is niet voor het eerst dat brede democratische protesten in Guinee beantwoord worden met grof militair geweld. In de eerste maanden van 2007 hielden vakbonden en oppositiegroepen demonstraties en meerdere algemene stakingen om dictator Conte tot aftreden te bewegen. Feitelijk woedde in die weken een begin van een revolutie in dat land. Conte wist echter de macht te behouden door bescheiden concessies – een nieuwe premier die iets meer vertrouwen genoot van oppositiekrachten – te combineren met onderdrukking. De revolutoe verliep, en Conte kon zich als machthebber voortslepen naar zijn einde.

Hoe het nu verder gaat is moeilijk te zeggen. Dictator Camara zegt weliswaar sorry, en er zijn twee dagen nationale rouw plus een onderoek aangekondigd vanwege het bloedbad. Maar hij heeft tegelijk oppositiebijeenkomsten voor onbepaalde tijd verboden. Of de protesterende groeperingen die het protest van afgelopen maandag op touw hadden gezet – vakbonden en oppositiepartijen – de slagkracht bezitten om na het bloedbad eergisteren door te zetten en minstens het terugtreden van Camara af te dwingen, staat te bezien.


26 september: “Laat de rijken de crisis betalen!”

27 september, 2009

Foto014

De optocht naar en omsingeling vande Nederlandsche Bank, gisteren gehouden als protest tegen het cirisibeleid van het kabinet was, zowel quo opkomst als qua toon en uitstraling, succesvol. Op het hoogtepunt deden er zeker 400 mensen aan mee, en maakten hun punt duidelijk met aanhoudende leuzen als “belast de rijken, haal het geld waar het zit!”, en de standaard-meezinger voor dit soort acties: ‘1,2,3,4,5,6,7, waar is onze poen gebleven? Het is niet hier, het is niet daar, Aáállemaal naar Wassenaar’.

Vanaf de geluidwagen wrerd herhaaldelijk een gouwe ouwe van Drukwerk gspeeld: “Laat de rijken de crisis betalen!” Aan het begin trad een amusante liedjeszanger met gitaar op. En bij de omsingeling zelf – gedeeltelijk, voor een complete kring waren meer mensen nodig – werd vooral metuitgedeelde FNV-fluitjes een enorme herrie geproduceerd.

De opkomst was niet alleen groter dan ik had durven hopen, maar ook meer divers.ik was bang dat het voornamelijk een actie van de Internationale Socialisten (IS) plus sympathisanten zou worden. De IS heeft heel veel aandacht en publiciteit aan de actie gegeven, en elders, op bijvoorbeeld de landelijke SP-site, vond ik er niets over. Of het gelukt was om meerdere groepen betrokken te krijgen, werd me pas op de dag duidelijk – en het wás gelukt. Ik zag een flinke groep actieve FNV-leden; ik begreep van een mede-demonstrant dat daar mensen bij zaten die een dag of wat geleden actie hadden gevoerd in een HEMA-vestiging in Groningen. Ik zag wel degelijk wat SP-ers. NCPN en Offensief, kleine uiterst-linkse groepen, waren zichtbaar. DIDF, een linkse Turkse arbeidersorganisatie,deed nadrukkelijk mee. Uit toespraken bleek het draagvlak. Bart Griffioen van de IS, maar ook een spreker namens DIDF en twee actieve mensen binnen het FNV waaronde Egbert Schellenberg van FNV vecht voor je recht, een “onafhankelijke website bedoeld om de strijdbaarheid binnen de FNV te bevorderen”.

Ik ben met mijn mobieltje foto’s wezen maken, maar door een foute druk op een knop bleek ik ook veel kleine -en goeddeels nutteloze – filmpjes te hebben gemaakt waar ik foto s had bedoeld.  Maar er zijn toch ook wel wat foto’s gelukt, helaas alleen aan het begin van de actie, op het verzmeplunt, het Beursplein. Komen ze:

Foto001

Foto002

Foto004Foto006Foto007Foto003

Foto008

Foto011Foto009

Foto012

Foto013

Foto014

Foto015


G20, bonussen en protest

25 september, 2009

Bush of Obama, sommige dingen veranderen een beetje, andere dingen veranderen eigenlijk helemaal niet. Die conclusie drong zich op rond de G20 in Pittsburg, de topconferentie van 20 staten over de wereldeconomie en ook het klimaat.

Die G20 komt steeds meer in de plaats van de vroegere G8. Het zijn nu niet alleen maar de sterkste Westerse staten – VS, Canada, een handvol Europese mogendheden plus Rusland – die samenkomen. Opkomende machten als China en India mogen ook meedoen. En ocherme, ook Nederland – niet officieel deel van het Heilige Twintigtal maar zó braaf, en zó gewaardeerd door de Groten der Aarde – was ook uitgenodigd.

De iets bredere samenstelling van dit topoverleg is iets dat onder Bush moeilijk denkbaar was geweest. Die man hield er het liefste een G 1 op na, de andere 7 waren eigenlijk al bijna een aantasting van de prestige van de VS als Enige Echte Supermacht. Dat er nu veel meer landen meevergaderen laat zien dat Obama de flexibiliteit bezit om te erkennen dat een wereldmacht ssoms samenwerking moet zoeken met andere grote mogendheden om haar doelen te bereiken. De VS versus de rest van de wereld is als strategie uiteindelijk in acht jaren Bush en Cheney niet zo bijster effectief gebleken. Aan de kern – een wereldwijde machtsstructuur overeind houden, met de VS aan de top – verandert verder niets, alleen de aanpak is iets anders.

De G20 heeft zowaar ook iets opgeleverd: een afspraak om bonussen bij banken enigszins aan banden te leggen. Ook zoiets zou onder Bush ongeveer ondenkbaar zijn geweest, maar ook hier gaat het om een andere tactiek, een slimmere aanpak, om hetzelfde te bereiken als voorheen: het financiële stelsel moet overeind gehouden worden.

Het strooien met bonussen werd eerst alom geaccepteerd om topbankiers te motiveren tot topprestaties, en dus nuttig voor dit doel. Inmiddels bleken bonussen te belanden in de broekzakken van bankiers die helemaal geen topprestaties leverden, maar hun instellingen aan de rand van de afgrond hadden gebracht met roekeloze investeringsbesluiten. Dat was een verkeerd signaal, het was bovendien buitengewoon slechte PR voor het bankwereldje. Dáárom – en niet vanwege één of ander principe dta het vergaren van zulke enorme bedragen over de ruggen van nanderen gewoon verkéérd is – komt er nu iets van een beperking. Alweer: het doel blijft het overeind houden van de machtigen en hun structuren. Alleen de tactiek is iets veranderd.

Twee andere dingen zijn rond de G20 echter niet veranderd. Het eerste is de aanwezigheid van fel protest. Er waren meerdere demonstraties, waaronder eentje van 2000 betogers. Dat de schaal van protesten veel kleiner was dan bij eerdere topconferenties van dit type is waar, en het is jammer. Ik denk dat het iets te maken heeft met de illusie die bij grote delen van links in de VS nog steeds bestaat: de illusie dat Obama toch min of meer hun vriend in het Witte Huis is, een bondgenoot die niet al te zeer voor de voeten dient te worden gelopen. Dat er desondanks stevig protest wás, is tegen die achtergrond toch hoopvol

Veel van dat protest had trouwens wel het standaardkarakter dat we bij eerdere gelegenheden zagen. Nee, ik spreek geen schande van omgegooide vuuilnisbakken en het werpen van voorwerpen naar de politie. Nee, ik vind gesneuvelde ruiten van McDonalds bij een antikapitalistisch protest geen drama. Maar ik geloof ook niet dat beide actievormen nu erg veel bijdragen aan het opbouwen van werkelijke druk in de richting van diepgaande veranderingen.

Ik deel de radicale woede achter dit soort  daden. Ik heb honderd keer liever dit soort activisme dan géén activisme. Ik respecteer degene die zo handelen – een respect dat ik bepaald niet heb voor de politiemacht die tegenover deze actievoerders stond. Die wekt zslechts mijn woede en verachting. Maar ik denk dat grotere aantallen betogers, en drukverhogende actievormen – blokkades van toegangen door vele duizenden demonstranten zoals bij de WTO-top in Seattle  in 1999 – veel meer zoden aan de dijk zetten, veel meer druk uitoefenen, en toeschpouwers veel eerder zullen motiveren om ook in actie te komen.

Want er is nog iets niet veranderd in de VS: de opstelling van de autoriteiten tegenover dit type van protest. Eén van de demonstraties (minstens) was bij voorbaat verboden, zoals berichtgeving in de NRC vermeldde, in een heel terloops zinnetje in een op zich lezenwaardige reportage. Ik vind het niet gek dat juist een verboden demonstratie extra heftig wordt: het is een extra reden tot boosheid. En de politie beperkte zich niet tot het bestoken van demonstranten met traangas en ander goor spul. De politie schoot pepperspray af op voorbijgangers, zelfs op studenten op balkons.

Er stonden pantserwagens met soldaten op de hoeken van de straat. Er waren maar liefst  4000 politieagenten en ook nog eens 2000 soldaten van de Nationale Garde op de been gebracht – plus elf boten van de Kustwacht! Verwachtten de autoriteiten een aanval van Somalische piraten of zoiets?! De groteske onderdrukking van protst die onder Bush doodgewoon werd, is onder Obama niet wezenlijk veranderd. De noodzaak om tegen dit soort onderdrukking én tegen het soort orde die via de G20 wordt beheerd en verdedigd, al evenmin.


Brazilië moet kernwapen hebben, aldus vice-president

25 september, 2009

Uit twee landen kwamen deze week aankondigingen over nucleaire zaken. Het ene land, Iran, kondigde aan dat het over een tweede verrijkingsfabriek van uranium beschikte. Woede alom, strenge woorden van president Obama. Uit het andere land, namelijk Brazilië, kwam echter ook een mededeling, en geen zeer vrolijke.

Jose Alencar, de vice-president van dat land, deelde doodleuk mee dat hij vindt dat Brazilië kernwapens dient te ontwikkelen. Nee, Brazilie “heeft nog geen programma om kernwapens te ontwikkelen”, maar zou dat wel móéten hebben, zegt  de man. Hij was eerder al een minister van defensie, hetgeen zijn woorden extra gewicht geeft.

Ik zag het bericht, en was nogal verbaasd. Niet alleen over het bericht zelf, maar ook over het vrijwel totale gebrek aan reactie. Ik moest het bericht via de zoekmachine tevoorschijn toveren, want op de plaats waar ik het had gezien – Aljazeera, meen ik – was het een uur later alweer verdwenen. Intussen maakt de mafia die bekend staat als de ‘internationale gemeenschap’ zich boos … over de Iraanse aankondiging, die kernenergie betreft, niet eens kernwapens.

Over de aankondiging uit Brazilië het volgende. Nee, het is geen regeringsbeleid, dat streven naar kernwapens. Maar een vice-president, tevens ex-oorlogsminister, die zoiets zegt, kunnen we maar beter serieus nemen. Brazilië ziet zichzelf als mogelijke kernwapenmacht, daar kunnen we maar beter van uitgaan.

En waarom wil de vice-president kernwapens? “Het kernwapen, gebruikt ter afschrikking, is van groot belang voor een land met 15.000 kilometer aan grenzen aan de westkant, en een territoriaal zeegebied.”

In dat zeegebied zit olie, zo voegt het nieuwsbericht er behulpzaam aan toe. Zeg mij waar het oorlog is, en ik zeg u waar de olie en/of andere grondstoffen zitten, aldus mijn gouden regel waarmee een groot deel van de wereldpolitiek kan worden verklaard. Datzelfde geldt kennelijk ook voor de voorbereiding van oorlog, waaronder het willen ontwikkelen van massavernietigingswapens.

Die lange  westgrenzen van Brazilië een feit. Maar wat ligt er voorbij die westelijke grenzen? Peru, Bolivia, Ecuador… zijn dat agressieve kernmogendheden die het op Brazilië gemunt hebben? Beschikken de restanten van de oorspronkelijke bevolking  tegenwoordig over massavernietigingswapens, wellicht geleverd door Al Qaeda? Dreigt daar gevaar dat een kernwapen als tegenwicht vereist, zelfs in gangbare machtspolitieke termen?

Het lijkt er veel meer op dat Brazilië uit is, niet zozeer op zelfverdediging, maar op hegemonie in Latijns-Amerika. Het is een gevaarlijke koers die Brazilië dreigt in te slaan, zeker als andere landen Latijns-Amerika ook een kernbom gaan nastreven als tegenwicht tegen… de Braziliaanse dreiging. Zeker zo gevaarlijk is de zwijgzaamheid van zowel de VS als de EU op dit punt. Wie zwijgt, stemt immers toe.

Maar nee, veel liever weer een rondje powerplay tegen Iran! Dat land heeft géén actief kernwapenprogramma, zo denken zelfs Amerikaanse inlichtingendiensten. Het houdt zich ongetwijfeld – zoals zoveel andere landen – niet volkomen aan de spelregels van het Internationaal Atoom Agentschap dat de ontwikkeling van kernenergie in de gaten houdt om te kijken of landen niet stiekem ook kernbommen maken. Maar het schreeuwt niet van de daken dat het kernwqpens wil, zoalsde op één na hoogste baas in Brazilië.

Landen als India, Pakistan en natuurlijk Israël zíjn echter al kernwapenmachten, zonder dat ze het non-proliferatieverdrag (dat de verspreiding van zulke wapens moet tegengaan) hebben getekend. Dat mag allemaal wel, maar een Iran dat kernenergie ontwikkeld zonder dat hard gemaakt kan worden dat het land echt kernwapens wil, dát mag weer niet.

Openlijk van de daken schreeuwen dat jouw land kernwapens zou moeten hebben, zoals de Braziliaanse vice-president dat dus deed, mag weer wél. Althans: Brazilië mag dat. Ik vermoed dat als een Iraanse vice-president hetzelfde zei, in de VS en in Israël de bommenwerpers hun motoren al aan hadden staan, klaar voor vertrek richting Teheran ter aflevering van een dodelijke vracht.


Staatsschuld? Niet ONZE schuld!

24 september, 2009

Het kabinet bereidt immense bezuinigingsmaatregelen voor om de snel ope gelopen staatsschuld terug te dringen. Die maatregelen komen bovenop de kleinere bezuinigingen die nu al aan de orde zij, zoals het bevriezen van de studifinanciering waar afgelopen dinsdag een slordige 1000 studenten tegen demonstreerden.

De regering durft dus nog niet metéén tot de grotere bezuinigingen over te geen.  Om de recessie niet nog erger te maken, zo luidt het officiële argument. Om mensen niet meteen kwaad te maken, is ongetwijfeld de achterliggende gedachte. De geesten moeten worden voorbereid. Lees: we moeten murw gemaakt worden met propaganda over de onvermijdelijkheid van keiharde maatregelen.

Dit vereist tegenzetten, in de vorm van actie én argumenten. Tot nu toe is het argument dat links in stelling brengt: wij gaan hun crisis niet betal;en. Dat is de leus waaronder komende zaterdag actie gevoerd gaat worden, en het is een zinnige leus. Wij – de meerderheid van de bevolking, werkenden, mensen met een uitkering, stcholieren, studenten – hebben deze recessie niet gemaakt. Dat hebben ondernemers, in hun blinde jacht op snelle winst, gedaan. Wij vertikken het dan ook om er nu voor op te draaien.

Als er bezuinigd moet worden, haal het geld dan maar bij de rijken, de bonussende bankiers, bij onzin-projecten zoals de Joint Strike Fighter en bij foute oorlogen zoals de Afghanistan-missie die Nederland al een kleine miljard aan militaire uitgaven heeft gekost. Maar van uitkeringen, CAO-lonen, openbaar vervoer, zorg en onderwijs blijven ze af, en anders komen we in actie. Helder verhaal, goed verhaal.

Maar geen compleet verhaal, en niet goed genóég. De redenering zegt: als er bezuinigd moet worden, dan niet bij ons onderaan, maar bij hun daar bovenaan. De vraag is echter: móét er wel beuinigd worden, sowieso? Klopt dat verhaal van die staatsschuld waar Nederland onder bezwijkt, wel? En voorzover het klopt, is het dan ons probleem?

Laat ik met dat laatste beginnen. Deze staat is niet van ons. Wij hebben niet het beleid gemaakt waarin geld wordt uitgegeven, méér dan er aan belastingen binnenkomt. Wij hebben geen besluiten genomen om het ontbrekende geld te lenen, en ook niet bij wie. Dat wordt allemaal gedaan door hoge ambtenaren, in samenspraak met lobbyende ondernemers. Ministers coördineren dat proces. Kamerleden houden op geruime afstand enig toezicht, maar op de details hebben zij ook geen kijk.

En wij? Wij mogen eens in de vier jaar die Kamerleden kiezen, en tussentijds mopperen als het niet gaat zoals wij willen. gebeurt dat gemopper in groepsverband, dan heet het een demonstratie. Gebeurt het gemopper schrijvenderwijs, dan heet het vrije meningsuiting. Dat alles bij elkaar opgeteld noemen we soms ‘democratie’. Maar onze impact op het beleid is hooguit indirect. Op geen enkele manier staat die hiërarchie van ambtenaren werkelijk onder controle van de massa van de bevolking. Het is niet onze staat, het is niet ons beleid. En die staatsschuld is dus ook niet onze schuld.

Die staatsschuld laat zelf wel erg duidelijk zien van wie die staat dan wél is: van de schuldeisers! De grote financiële belangengroepen die de regering het nodige geld voorschieten, krijgen dat niet alleen met rente terugbetaald. De staat komt via deze financiële band als het ware onder curatele van die geldschieters te staan. Er is een afhankelijkheidsrelatie. Dit is één van de mechanismen die de staat feitelijk tot staat-van-ondernemers maakt.

Een staat die afhangt van ondernemers om aan geld te komen, zal niet bepaald tegen de belangen van die ondernemers ingaan. En vanuit die ondernemers is die staat een inkomstenbron, vanwege die schuld die met rente betaald wordt. Het is maar sterk de vraag of die geldschieters wel wíllen dat de staatsschuld naar nul teruggebracht wordt. Dan wordt hun greep op de staat immers zwakker, en raakt hun melkkoe uit beeld.

Nu zóú je kunnen zeggen: als die ondernemers de staatsschuld gebruiken om greep op de staat te houden, is dat dan juist voor mensen die de ondernemersmacht willen breken geen reden om die staatsschuld wél te bestrijden? Op zich is dat een zinnig argument. Maar dat wil niet zeggen dat mensen aan de onderkant het benodigde bedrag dus ook moeten gana ophoesten! Ik herhaal: het is niet onze staat. Het is dus niet onze schuld.

En dan is er nog iets: die schuld is niet blijvend hoog. De reden voor de explosieve groei ervan is simpel. De recessie – volgens een nieuwe berekening een economische terugval van 5,4 procent in het tweede kwartaal ten opzichte van het jaar ervoor – brengt een terugval in belastingopbrengst mee. Vanwege de recessie daalde bovendien de olieprijs, en daaraan gekoppeld de aardgasprijs. Daarmee liepen ook de opbrengsten van Nederlands aardgas terug. Intussen stegen de uitgaven vanwege de recessie, vanwege stimuleringsmaatregelen en vanwege de kosten van meer uitkeringen.

Welnu, zoals de recessie de kosten opdrijft en de opbrengsten aantast, zal economische groei vroeg of laat de belastingopbrengsten doen stijgen en de kosten doen teruglopen., of minstens de kostenstijging afremmen. Als stimuleringsbeleid niet meer nodig is, als het aantal werklozen daalt, en als door economische groei wereldwijd de olie- en gasprijzen weer stijgen, dan zou die staatsschuld wel eens net zo snel kunnen dalen als die nu is gestegen. 

Wereldwijd stijgen de olieprijzen trouwens alweer. Michael Klare noemt getallen in een artikel over de perspectieven voor de energievoorziening komende tijd. Vorig jaar juli kosste een vat olie 148 dollar. Dit jaar was een olievat nog maar 32,40 dollar. Maar dat is intussen alweer gestegen tot 70 dollar.

En met het langzaam maar zeker opraken van de olie wereldwijd, en de groeiende vraag van vooral nieuw opkomende economiën als China en India, is een verdere stijging ervan te verwachten. Dat wordt niet leuk, gezien het doorwerken ervan in de prijzen van allerlei produccten die mede op basis van olie worden gemaakt. Het leidt tot inflatie, tot een duurder leven. maar het leidt – en dáár gaat het me nu even om – óok tot hogere aardgasbaten, en dus tot meer staatsopbrengsten.

Als politici dus roepen dat het land zo ongeveer naar de bliksem gaat vanwege een eindeloos oplopende staatsschuld, dan praten ze dus onzin. De staatsschuld is geen eindeloze helling omhoog, maar een jojo. Zelfs gevestigde economen wijzen erop dat de regering  van die staatsschuld een overtrokken drama maakt.

Harry Verbon bijvoorbeeld: “Het tekort loopt volgend jaar op naar ruim 6 procent. De crisis zorgt in het ergste geval voor 200 miljard extra staatsschuld. Maar na een jaar of vier is het crisistekort verdwenen. Dan moet je alleen de extra opgelopen staatsschuld aflossen.” Hij “deelt de mening van Van Wijnberger dat het kabinet de langetermijneffecten van de crisis overschat”, aldus de NRC. Het artikel waaraan ik dit ontleen heeft als kop: “Topeconomen: paniek kabinet gebaseerd op drijfzand”. Openingszin: “Het kabinet overschat de langetermijneffecten van de crisis, menen enkele topeconomen.”

Maakt het kabinet haar bezuinigingsplalnen dus enkel uit onkunde en onwetendheid? Als de staatsschuld min of meer vanzelf onder controle komt door economische ontwikkelingen, is het hameren op bezuinigingen datgebaseerd om domheid, of een misverstand? Bepaald niet.

De staatsschuld is namelijk niet de kern van waar het kabinet – en achter het kabinet de ondernemersklasse – op uit zijn. Ondernemers en hun politieke vrienden willen bezuinigen, niet om de staatskas te redden maar om hun éígen kas te spekken. Ondernemers willen meer winst, een steviger concurrentiepositie. Daarom moeten belastingen structureel verder omlaag, en daarom willen ze een goedkopere staat.

Ondernemers willen bovendien nog meer sectoren van de maatschappij blootstellen aan marktwerking en winstbejag. onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer zijn wat hen betreft gewoon commerciéle bedrijfstakken, geen openbare diensten.marktwerking, privatisering en een goedkoop staatsapparaat, dat is de heilige drieëenheid van het neoliberalisme dat de ondernemers zo goed uitkomt. De staatsschuld is momenteel het excuus waarmee dit beleid wordt verkocht, de hefboom waarmee dit beleid wordt doorgedrukt. Maar als morgen de staatsschuld goeddeels is verdampt, dan vinden ondernemers en verwante politici weer een ander excuus om dezélfde asociale logica door te drukken.

Aan links  daarom ook de taak om het verzet tegen de verdere sloop van sociale zekerheid en openbare voorzieningen te helpen organiseren en met heldere argumenten te bewapenen. Aan links de taak om die excuses systematisch te ontmantelen en de belangen erachter te ontmaskeren.


Marco Borsato in geldproblemen: geen reden tot leedvermaak

23 september, 2009

Zouden veel lezers van dit weblog erg geraakt zijn door het faillisement van van artiestenbureau TEG, en van de narigheid die dit zanger Marco Borsato heeft bezorgd? Ik vermoed van niet. Dat is ook wel te begrijpen: er gaan meer bedrijven bankroet, met nog wel ernstiger gevolgen dan de problemen waar Borsato nu in zit. Bovendien geloof ik dat Marco Borsato onder vaste lezers van dit blog, veelal linkse tot zeer linkse mensen, erg weinig fans heeft. Ik denk echter dat er over de hele zaak meer te zeggen is dan een onverschillig ‘so what?’ En ik geloof ook dat er iets mis is met de houding die veel linkse mensen tegen artiesten als Marco Borsato aan de dag leggen.

Laat ik met dat laatste beginnen. Radicaal-linkse mensen houden veelal van hip hop, van punk, van alternatieve rockmuziek,  van jazz en blues, van klassiek, van Bob Dylan, desnóóds van Frank Sinatra. Radicaal-linkse mensen houden nadrukkelijk níét van Jan Smit, Frans Bauer, Nick en Simon en andere Nederlandstalige sterren. Ze houden dus ook niet van Marco Borsato. Dat is het algemene beeld, en dat is best merkwaardig.

Ntuurlijk, smaken verschillen, en niemand hoeft van dit type Nederlandstalige muziek te houden. Maar de neerbuigendheid waarmee over dit type veelal wordt gesproken door linkse mensen deugt helemaal niet. Er zit – niet altijd, maar wel te vaak – een spoor van snobisme is, alsof dit type muziek er is voor domme onnadenkende mensen, en alsof links te slim en te goed is hiervoor. Ik vind dit een verkeerde houding, een houding waarmee linkse mensen zichzelf op een voetstuk zetten, zichzelf verbeelden beter en cultureel meer ontwikkeld te zijn dan de rest. een links dat werkelijk wil snappen wat er leeft onder bredere bevolkingsgroepen, kan deze houding maar beter snel laten varen. Het minste dat we kunnen doen is luisteren, en ons afvragen wat zoveel mensen in deze muziek aanspreekt.

Ik heb dat de laatste tijd gedaan, en ik vond het een eye-opener, of beter gezegd een ear-opener. Ja, er is veel Nederlandstalige troep. Er is ook veel Engelstalige troep, ook in de alternatieve stijlen die bij links zo geliefd zijn. Er is goede en vervelende hip hop, punk, blues en jazz. Bob Dylan heeft goede en vervelende songs gemaakt, al moet je naar die vervelende songs wel erg goed zoeken 🙂 . Dat is dus niets bijzonders.

Maar er zit tussen het mainstream-Nederlandstalige repertoir veel dat beslist het beluisteren waard is. En dan denk ik niet alleen aan een Boudewijn de Groot (die mag weer wèl bij links; het vleugje protest in zijn oudere liedjes zal de reden zijn). Nee, ik denk dan aan sommige liedjes van, jawel, een Jan Smit. En ja, ik denk aan Marco Borsato en zijn muziek.

Ben ik een fan van Borsato? Beslist niet. Veel ervan vind ik qua uitvoering een tikje over the top, met erg gezwollen arrangementen die niet vrij zijn van kitsch. Maar de man heeft een mooie stem, en weet die stem te gebruiken ook. En die liedjes die hij zingt zijn geen simplistische ik-hou-van jou, ik-blijf-je trouw riedeltjes (waar trouwens op zijn tijd ook nog eens niets mis mee is). Hij zingt over de liefde, in tal van ingewikkelde aspecten, over liefde die verloren gaat, over afscheid en breuk, over het leven zelf en wat je er uit kunt halen voor het niet meer kan. Hij doet  dat met overtuiging en vakmanschap. Sommige van zijn liedjes raken me diep. Dat hij zich persoonlijk inzet voor War Child – iets waartoe hij op geen enkele manier verplicht is, behalve vanuit zijn geweten – siert hem ook nog eens als mens.

Dat hij nu meegesleept wordt in het bankroet van zijn bedrijf, bezorgt mij dan ook geen vrolijkheid. Het bankroet werpt eerder juist vragen op, over de plek van artiesten in een economie die om geld draait. De NRC verhaalt de treurige geschiedenis: van een klein artiestenbureau dat steeds groter wordt, overgenomen wordt en van naam verandert, op het overnamepad gaat en daarbij steeds harder misgrijpt. De nieuwe aanwinsten bleken niet winstgevend genoeg, de schulden lopen op, een vanwege de crisis inzakkende vraag naar bedrijfsfeesten en dergelijke hakt erin. Doe er nog het vermoeden van faillisementsfraude bij, en je hebt feitelijk de kredietcrisis of dei leeggelopen internet-zeepbel van 2001 in zakformaat. Snelle expansie op zoek naar snelle winst – gevolgd door terugslag als tegenvallende opbrengsten de oplopende kosten niet meer goedmaken. Zo vergaat het de economie. Zo verging het Marco Borsato’s artiestenbureau.

Marco Borsato draagt, als kopstuk van het bedrijf, natuurlijk verantwoordelijkheid. Maar het overkwam hem toch veel meer dan dat hij aanstichter was van de ellende. Hij hoopte er een oudedagspensioen aan over te houden, en ziet nu zij inkomsten opgaan in het afbetalen van schulden. Een oud-directeur slaat de spijker op zijn kop: “Marco is een topartiest, geen ondernemer. Zijn passie ligt bij zingen en War Child, niet bij het controleren van de boekhouding.” Het lijkt me dat dit maar goed is ook: de passie van muzikanten hoort bij hun muziek te liggen, niet bij bedrijfsvoering. Dat hij van verblind winstbejag en falende bedrijfsvoering nu mede de klos is, is best verdrietig, en voor mij geen reden tot leedvermaak.

Dat artiesten nogal eens het slachtoffer zijn van de bedrijfsstructuur waarbinnen ze werken, en van de mensen die daar aan de touwtjes trekken, is niet bepaald uitzonderlijk. Michael Jackson zou, als hij nog had geleefd, daar leerzaam over hebben kunnen vertellen. Hij was net grote optredens aan het voorbereiden, daartoe onder druk gezet door schuldeisers vanwege een eerder financieel debacle, toen hij bezweek aan pijnstillers. Zou hij zonder die commerciële druk wellicht hebben nog geleefd?

Een ander voorbeeld in de zanger Leonard Cohen, auteur van prachtige liedjes waaronder het door tal van andere artioesten gezongen, inmiddels overbekende, Hallelujah. De man is 75 jaar, en had zijn carrière als podiumartiest afgesloten. Maar hij “moest vijf jaar geleden noodgedwongen weer aan het werk, nadat bleek dat het grootste deel van zijn pensioen door zijn voormalige manager achterover was gedrukt.” Tijdens een optreden in de Spaanse stad Valencia viel hij flauw. Is het overdreven om hiervoor de commerciële druk waaraan Cohen blootstond, mee verantwoordelijk te houden?

Marco Borsato zal er wel weer bovenop komen, zo denk ik en zo hoop ik ook. Zijn stem en zijn muzikale vakkundigheid zullen daar wel voor helpen zorgen. Het treurspel rond zijn bedrijf laat echter weer eens  duidelijk zien: commercie en winstbejag zijn niet gezond voor de muziek, en al helemaal niet voor degene die muziek maakt.