Stakingen bij TNT

29 oktober, 2010

Er komt een confrontatie op gang tussen een grote groep arbeiders enerzijds, een hardvochtig, op snoeien belust management anderzijds. Het gaat om een conflict dat al een hele tijd speelt, maar het gaat naar een hoogtepunt, een situatie van erop-of-eronder. Ik doel om de mensen die werken voor het postbedrijf TNT, die actie voeren tegen dreigende ontslagen en hoge werkdruk.

De kern van het conflict ligt in een reorganisatie. De directie wil 11.000 vaste arbeidsplaatsen bij TNT schrappen, deels via een – inmiddels al trouwens vel verlaagd aantal – gedwongen ontslag. De postbode in vaste dienst moet plaatsmaken voor losse werkkrachten, tegen veel slechtere arbeidsvoorwaarden. De TNT-bazen zeggen dat zoiets nodig is om de concurrentie aan te kunnen. Rendel menten lopen gevaar, nu vanwege de geliberaliseerde postmarkt andere commerciële bedrijven postr rondbrengen, en er felle concurrentie op a lonen en arbeidsvoorwaarden plaatsvinden. Rendementen lopen bovendien gevaar doordat mensen minder brieven schrijven en meer e-mailen; er is gewoon minder post om rond te brengen. Dat is, in grote lijnen, het directieverhaal.

Het verhaal klopt slechts gedeeltelijk, en dan nog alleen voor wie winst het criterium voor bedrijfsvoering vindt.  Voor een ieder die vooral belang hecht aan goede postbezorging, en aan goede arbeidsvoorwaarden voor degenen die dat doen, ligt het sowieso anders. Ja, nu de postmarkt geopend is voor bedrijven als Sendd, die sowieso al vooral met flexkrachten – en mensen in de sociale werkvoorziening! – werken, ‘moet’de TNT die concurrentie aan. Maar het liberaliseren van de postmarkt is geen natuurverschijnsel. Het is doorgedrukt door politici, mede opgejut door ondernemers zelf. Was TNMT een principieel tegenstander van die liberalisering? Het is mij niet opgevallen. Meegaan met een open postmarkt, dan klagen over de concurrentie, en de kosten ervan afwentelen op het personeel alsof het allemaal onvermijdelijk is… ik vind niet dat we daar in moeten trappen.

En dan dat internet. Ongetwijfeld worden er minder brieven en ansichtkaarten bezorgd nu er zoveel via e-mail, Hyves en facebook woprdt gecommuniceerd. Dat zal afzet schelen. Tegelijk wordt er via datzelfde internet juist méér gewinkeld en besteld. Dat moet ingepakt worden, verzonden, in bestelwagens geladen, door brievenbussen gewurmd of aan de deur afgegeven. Dat is werk voor een postbedrijf, en het is een groeiende activiteit. Als je dit meeneemt, dan zie je dat het onzin is om te doen alsof het internet de doodsteek wordt voor fysieke postverzending. Er zal een verschuiving plaatsvinden, en een postinstelling zal daarmee om moeten gaan. Dat is eigenlijk alles.

Reorganisatie is alleen nodig als we accepteren dat de winst van het bedrijf hét criterium is. Als we echter vinden dat posterijen er zijn om post rondgebracht te krijgen, als maatschappelijk nuttige activiteit, door gemotiveerde mensen met behoorlijke arbeidsvoorwaarden, dan ziet de zaak er anders uit. Een wat dalende postverzending zou dan reden zijn om het werktempo omlaag te gooien, zodat dezelfde aantallen postbodes iets minder brieven rondbrengen in ongeveer dezelfde tijd, zonder loondaling. Ja, dat drukt de winsten. Het verhoogt echter waarschijnlijk het werkplezier, en het verhoogt ongetwijfeld ook de nauwkeurigheid van de postbezorging. Die heeft momenteel juist te lijden onder de haast die postbestellers moeten maken vanwege de grote werkdruk. Een vervanging van vaste postbodes door flexkrachten betekent bovendien dat post rondgebracht wordt daoor mensen die amper de weg kennen in de wijk waar ze werken. Mensen die 4 A als huisnummer hebben, terwijkl even verderop huisnummer 4 zonder A is, weten wat ik bedoel.

Er heerst inmiddels grote bezorgdheid en onvrede bij postbodes vanwege wat ze boven het hoofd hangt. Afgelopen weken waren er al herhaaldelijk werkonderbrekingen, bijvoorbeeld in Kerkrade. Die waren onder meer een reactie op de hoge werkdruk. Dat laatste is interessant, en stelt de reorganbisatie van de TNT in een eigenaardig, schril daglicht. Hoge werkdruk betekent dat teveel werk gedaan moet worden door te weinig mensen met te weinig tijd. Het laat zien dat er bij TNT – als je redeneert vanuit het werk en de werkenden, en niet vanuit  de hoogte van het dividend – te weinig mensen in dienst zijn, en niet te veel. Het slaat een gat in de argumentatie achter de reorganisatie.

Intussen hebben vakbonden eenb ultimatum gesteld. Ze willen dat het bedrijf meer doet om banen te behouden. Helaas erkennen de vakbonden, meedenk-instanties die het zijn, wel de noodzaak van de reorganisatie. Winstgevendheid wordt door vakbondsbestuurders als geldige doelstelling erkend – waarmee vakbonden zich al bij voorbaat níét onvoorwaardelijk schrap kunhnen zetten als dat winststreven aanvallen op arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid meebrengt. Zo wordt de strijd tussen vakbonden en TNT een wedstrijd touwtrekken om méér of minder ontslagen, en niet het noodzakelijke gevecht tussen wel of geen ontslagen, wel of geen aantasting van arbeidsvoorwaarden. Tegelijk maakt de vakbond wel de vorm van werkgelegenheid – de vaste baan van de postbode, tegenover het werken met flexkrachten – tot inzet.

Maar zelfs om het gevecht om meer of minder te kunnen winnen, hebben de vakbonden activiteit nodig van arbeiders van de TNT. Het ultimatum – dat om 8 november afloopt – behelst dan ook de aankondiging van acties, mogelijk een 24-uursstaking verderop in november. Komt het tot zo’n staking, dan hoop ik op grootschalige deelname, en brede ondersteuning van al degenen die prijs stellen op goede collectieve voorzieningen én op goede arbeidsvoorwwaarden van arbeiders.

Tegelijk zal dan , binnen die staking en de solidariteit, het punt gemaakt moeten worden dat een bijschaven van de reorganisatieplannen  een volstrekt onvoldoende inzet is van de strijd. Meegaan met de winstlogica van TNT, en dan slechts afremmen, betekent de halve overwinning al bij voorbaat weggeven. Een volledige afwijzing van het ontslagplan, een verdediging van álle arbeidsplaatsen met álle bestaanndwe arbeidsvoorwaarden als bodem voor verbetering, gecombineerd met het actief opeisen van de zeggenschap over de strijd door arbeiders zelf – dat biedt een strategie die zoden aan de dijk zet. Vakbondsultimatum en 24-uursstaking zijn voor een verdergaande strijd slechts bruikbare handvaten. In die strijd laten echter vooral wildere stakingen, zoals die in Kerkrade, de kracht en het intitiatief zien die noodzakelijk zijn.


Van Offensief naar Socialistisch Alternatief

26 oktober, 2010

Als anarchist met een trotskistisch verleden hou ik, met vaak zeer gemengde gevoelens, het virtuele land der trotskisten nog altijd in de gaten. Heel erg spannend is het daar momenteel niet, althans niet in de provincie Nederland. De Internationale Socialisten doen hun vertrouwde ding on-line, zonder optie tot zichtbare tegenspraak want zonder reactiemogelijkheid. SAP/Grenzeloos gaat door op de ingeslagen weg, nouwelijks nog herkenbaar trotskistisch maar mede daardoor van een aangename openheid; op die site valt altijd echt iets te leren.. Nieuws is er van de groep die het nmeest expliciet trotskistisch is: de groep die tot voor kort bekend stond als Offensief maar onlangs haar naam heeft veranderd.

Het nieus is vooral die naamsverandering zelf, toegelicht in een persbericht. De groep heette Offensief om te beklemtonen dat de arbeidersstrijd uit de verdediging, in de aanval moet. Er is nu gekozen voor de naam Socialistisch Alternatief, om datgene naar voren te halen wat naar mening van de organisatie zo schrijnend ontbreekt: een expliciet socialistisch geluid in de arbeidersstrijd. Ik kan me die afweging indenken, en de naam Offensief zegt inderdaad voor buitenstaanders weinig dat aan socialisme of arbeidersstrijd doet denken.

Dat is dus vooruitgang, tot op zekere hoogte. Jammer is dan wel dat de naam wel erg veel lijkt op de al eerder genoemde SAP. Die letters staan immers tegenwoordig niet meer voor het aloude Socialistiese (nee, geen spelfout, zo schfreven linkse mensen destijds) Arbeiders Partij. Nee, nu betekenen ze Socialistische Alternatieve Politiek, hetgeen toch wel erg veel op Socialistisch Alternatief lijkt. Ik vind zoiets, in een links landschap vol versnippering, geen bijdrage aan de duidelijkheid.

Met de naam van de groepering is ook de website veranderd, aanzienlijk verbeterd naar mijn mening. Overzichtelijk, in de brede linkerkolom in een soort blog-formaat onder elkaar de eigen artikelen – die elkaar trouwens in hoog tempo opvolgen;  in de smallere rechterkolom links naar interessant bevonden artikelen van andere websites;  en daartussen in een smalle kolom onder meer de webwinkel links naar de krant – eveneens nu Socialistisch Alternatief geheten trouwens – en de nieuwsbrief van FNV Vecht voor je Recht. redelijk strak, redelijk overzichtelijk allemaal. Met name de rechterkolom – vooral gevuld met berichtgeving over klassenstrijd her en der – kan uitgroeien tot waardevol hulpmiddel voor wie de arbeidersstrijd wil volgen.

Is daarmee ook een politieke koersverandering zichtbaar? Nauwelijks. De klassieke argumenten, het hameren op de noodzaak van consequente klassent strijd, maar ook de klassieke leninistische nadruk op de noodzaak van een partij die deze klasse moet aanvoeren – een noodzaak die ik niet langer zie – en óók de oproepen aan FNV en SP dat ze de koers naar links moeten wenden en het voortouw horen te nemen, weerklinken als vanouds.

Die benadering van SP en FNV is niet bepaald de weg vooruit: het geeft Jongerius en Roemer impliciet een soort krediet dat ze niet verdienen. Dit slag mensen gaat de strijd niet leiden, en te doen alsof ze dat wel ‘zouden moeten’  – of dat iets linksere vervangers dat zouden kunnen – is toegeven aan het idee dat de organisaties waar dit type mensen leiding aan geven wezenlijk meer kunnen worden dan wat ze zijn: bureaucratische apparaten om arbeidersbelangen in te passen in de kapitalistische orde, in ruil voor beperkte concessies. Ik geloof dat we met leden van dit soort clubs zij aan zij strijd moeten voeren waar mogelijk. Ik geloof echter niet langer dat de weg naar die leden via de top van die organisaties, via oproepen aan leidingen, of aan organisaties als geheel, loopt.

Evengoed is mijn waardering voor wat nu Socialistisch Alternatief heet de laatste jaren wel gaandeweg gestegen. Ik heb ooit, in 2005, nogal een nare ervaring gehad in een pogiong om met Offensief samen te werken in een regionale demonstratie tegen racisme. Waar volgens afspraak – althans, in mijn beleving en herinnering – iemand van Offensief namens het gehéle werkverband – waar ik als lid van de IS in zat – zou spreken, draaide het er op uit dat de Offensiever gewoon puur een eigen propaganda-verhaal hield. Feitelijk had de actie de vorm van een bewegende straatverkoop-actie van Offensief, waar mensen van andere richtingen aan mee konden doen. Dat liet bij mij een onaangename smaak achter.

Intussen is de toon van de organisatie echter toch veranderd – evenals mijn opvattingen. Waar ik destijd zelf van een trotskistische groepering lid was, ben ik dat allang niet meer. Wat Offensief destijds presteerde zie ik nu dan ook minder als een loer die me gedraaid is, en veel meer als een wat overdreven uitvoering van een werkwijze die bij trotskisten nu eenmaal methode is: eigen krant eerst! Die methode bevalt me inmiddels niet meer, maar die kritiek raakt niet speciaal het toenmalige Offensief

De verandering van toon bij Offensief/ Socialistisch Alternatief is niet zichtbaar in de standpunten zelf. Maar ik proef wel een gretigheid tot discussie, een openheid om geluiden van andere revolutionairen ruimte te gunnen, die ik zeer gezond vind. Ik praat de laatste tijd graag met mensen van deze organisatie. Dat gaat dan soms vol polemisch vuur, maar tegelijk hoffelijk en vriendelijk. Er wordt ook echt gelúísterd, en niet in standaard-one-liners geantwoord. Het kán dus wel…

De openheid van de groepering blijkt ook op de website. Reacties bij artikelen zijn welkom, er is een reactieformulier is aangebracht. Voor trotskisten is zoiets een vrij zeldzaam vertoin van openheid. Op de IS-site zoek je zoiets tevergeefs, op de website van de veel grotere zusterorganisatie van de IS in Groot-Brittannië, de SWP, trouwens eveneens. Het is dus niet simpelweg een ‘gebrek aan menskracht’, het is een keuze. Hetzelfde geldt voor internationaal bekende – en op zich best informatieve- websites als de World Socialist Website (WSWS) en In Defense of Marxism. Kennelijk betekent het opbouwen van die fameuze Voorhoedepartij dat de organisatie wel tegen de klasse praat, maar liever niet andersom. Ik ben blij dat Socialistisch Alternatief aan die top-down-flauwekul op haar website niet meedoet.

Minstens zo blij ben ik trouwens ook met de praktische opstelling van deze organisatie in recente actie tegen bezuinigingsbeleid. De groepering haalde, in tegenstelling tot de IS, níét haar neus op voor de optocht die Griekenland Is Overal (GIO) hield naar de manifestatie van Rekening Retour. Sterker: de organisatie neemt het in haar verslag van de actie van afgelopen zaterdag nadrukkelijk op voor GIO, door te schrijven : “Wij roepen de stuurgroep (…) op om het samenwerkingsverband Griekenland Is Overal per direct weer uit te nodigen voor deelname.” GIO was namelijk uit de stuurgroep van RR gezet omdat GIO weigerde haar oproep tot een opr tocht richtuing manifestatie in te trekken.

De opstelling van Socialistisch Alternatief is welkom, de vernieuwing van website trouwens eveneens. Aan de meningsverschillen, en de noodzaak die hardop te blijven uitspreken, doet dit niets af. Dat hoeft echter samenwerking op concrete punten, en een open discussie over wat ons onderscheidt, niet in de weg te staan.


Manifestatie tegen bezuinigingen: te klein, maar leerzaam

23 oktober, 2010

Vandaag vond de al maanden aangekondigde manifestatie van Rekening Retour tegen bezuinigingen plaats. Het was slecht weer, hetgeen ongetwijfeld de opkomst lager hield dan anders het geval zou zijn geweest. Een treinstoring hielp ook niet bepaald. Ik denk dat er uiteindelijk pakweg 400 mensen naar de plaats van de manifestatie zijn gekomen. Een erg bescheiden opkomst, maar toch had de actie bemoedigende aspecten.

Over de het programma van de manifestatie – sprekers, afgewisseld met een liedjeszanger plus gitaar – zeg ik hier verder niet veel. Het hele concept – verzamel mensen bijeen om vooral te komen  luisteren en kijken – is precies één van de zwakke plekken van zo’n manifestatie. We worden vooral als toeschouwer benaderd, en niet zozeer als deelnemer. In een wereld waar we al niet veel mogen dan toekijken hoe anderen ons leven bepalen is dat een zwaktebod. Lópen – een echte demonstratie – is veruit te verkiezen, dan dóén we tenminste iets. Al dan niet aanwezige kwaliteit van sprekers en muzikant zijn, in dit licht, dan ook niet zo heel relevant.

Een iets radicaler samenwerkingsverband, Griekenland Is Overal (GIO), had ervoor gekozen om een kritisch-aanvullende actie te houden. Dat had de vorm van een aanvankelijk als radicale optocht, later wat milder als ondersteunende optocht aangekondigde demonstratieve tocht vanaf vlakbij het Centraal Station van Den Haag naar het manifestatieterrein. Deze actie was uitgeroepen, deels omdat mensen verder wilden gaan dan de passieve actievorm die de hoofdstroom van Rekening Retour had gekozen, deels omdat het daarin dominerende geluid door anarchisten en andere radicaal-linkse mensen te voorzichtig, te weinig frontaal-afwijzend tegend de héle bezuinigingslogica werd bevonden. Ik deel deze kritiek, ben actief in Griekenland Is Overal, en nam dan ook aan die actie deel. De optocht trok iets van 70 tot 80 mensen, anarchisten, mensen van Kritische Studenten Utrecht en een groepje van Socialistisch Alternatief (vroeger Offensief), die ook op de manifestatie druk met hun krant in de weer waren.

De optocht was deels ook bedoeld als een soort van brug tussen verschillende delen van een beweging-in-opkomst. Voor veel anarchisten was en is deelname aan een te keurige manifestatie als die van Rekening Retour niet vanzelfsprekend. Een actie met een radicalere vorm en inhoud maakt de drempel lager – en de manifestatie als geheel iets feller. Ik denk dat de GIO-actie  haar opzet is geslaagd. Sowieso is 80 van de 400 demonstranten niet weinig, en de optocht met spandoeken was ook blikvangers. Zowel op het NOS-journaal als op RTL Nieuws waren ze te zien.

Op de manifestatie waren, naast borden van Rekening Retour zelf, plakkaten van de  Internationale Socialisten (IS) erg gezichtsbepalend. Mensen van deze organisatie waren ook flink bezig met krantverkoop. Dat het voor een outsider makkelijk lijkt alsof het hier vooral om een IS-actie gaat, is een risico dat men blijkbaar toch op de koop toe neemt. Gelukkig zag ik ook Doorbraak flink bezig met de verspreiding van hun nieuwe krant. SAP/Grenzeloos had mensen op de actie, en ik zag ook SP-paraplu’s, plus wat mensen met FNV-hesjes. De Turkse linkse groep DIDF was er ook.  Er werd van alles uitgedeeld, van het nieuwe nummer van het libertair-linkse blad Klasse! via een pamflet van een anarcho-syndicalistische groep – een nieuw en erg welkom initiatief! – tot een flyertje van het curieuze Zeitgeist-project, waarin gezonde linkse sentimenten verweven zijn met dubieuze samenzweringsideeën. Mensen waren overwegend maar niet uuitsluitend jong, er er namen redelijk wat migranten deel. Ik  was ongetwijfeld niet de enige die flink bezig geweest is met bijpraten met allerhande mensen in de actiewereld. Dat is dan weer een nuttige kant van zoiets, al maakte de kille regen het niet aangenamer.

Heel opvallend was de overmacht van politiezijde. Agenten, te voet, op de fiets en te paard, waar je maar keek. Ik zag een tiental politiebusjes, deels ME-voertuigen, maar iemand anders had er 14 gezien. Iemand vertelde dat er elders in de stad, bij de Amerikaanse ambassade, een waterkanon stond opgesteld. Politie nam stokken van demonstranten – om vlaggen aan te bevestigen en dergelijke – in beslag, zo hoorde ik, en pakte volgens een mede-actievoerder zelfs posters of flyers met oproepen voor een kraakdemonstratie af. Boven de stad cirkelde een politiehelicopter. En dat allemaal tegen het kennelijk levensgevaarlijk geachte samenkomen van vierhonderd vreedzame demonstranten. Als ik nog geen anarchist was geweest, dan had ik maar het beter ter plekke alsnog kunnen worden bij het zien van dit machtswellustige spektakel.

Deze politieshow hing vast samen met de in opdracht van hogerhand gewijzigde plek van de actie: niet op het Plein, niet vlakbij het gebouw van de Tweede Kamer, maar op een klein plantsoen tussen station en Malieveld, waar we zo ongeveer onzichtbaar waren voor publiek. Aan de opstelling en houding van de politie viel te merken dan een optocht richting centrum en Plein onmiddellijk hardhandig optreden zou ondervinden, met klappen, arrestaties en dergelijke. Op deze intimiderende wijze is onze vrijheid om te demonstreren wederom ernstig geschonden.

Helemaal succesvol was de politie-onderdrukking gelukkig niet. Mensen gingen toch, in kleine aantallen tegelijk, richting het Plein, waarbij we ook weer overal agenten zagen, die op het Plein zelf meteen sommige mensen aanspraken. Het was duidelijk dat iets van een demonstratie daar door de politie onmiddellijk de kop in zou ingedrukt. Toch zijn spandoeken ontrold en op de foto gezet, eerst door een klein groepje en later door een iets grotere groep waar ik een heel klein beetje medeplichtig aan was. Het is zorgwekkend dat je langzamerhand de trukendoos van hit-and-run-acties en sluiproutes die actievoerders in Wit-Rusland of Iran nodig hebt om zicht- en hoorbaar te kunnen actievoeren. Politieke onderdrukking verdient het langzamerhand een heel prominent thema van discussie en actie te worden: we hebben onze vrijheid keihard nodig in ons verzet tegen bezuinigingen en ander onrecht.

De acties als geheel waren klein – en dat geeft iets aan over de kracht van groeperingen en netwerken die de strijd tegen bezuinigingen op gang helpen brengen. Er is ruim twee maanden gewerkt aan deze actie, er ligt inmiddels een dramatisch regeerakkoord, er is een kabinet op oorlogspad tegen sociaal nuttige uitgaven op allerlei fronten. Dat daartegen slechts vierhonderd mensen een zaterdagmiddag actie voeren is geen teken van grote kracht. Met mooi weer, en zonder treinstoring, waren het er wellicht een paar honderd meer geweest, maar dat is nog niet erg veel. De – veelal kleine – groepen die deel uitmaken van Rekening Retour hebben kennelijk onvoldoende bereik, onvoldoende capaciteit om mensen te bereiken en te motiveren  om aan protest deel te nemen. Dat is één.

Maar er is meer. De hoofdstroom binnen rekening Retour, heeft de toon en aanpak van de manifestatie voorzichtig en gematigd  proberen te houden, klaarblijkelijk in de hoop dat het zo makkelijker werd om de SP en grotere stukken van hde FNV ertoe te bewegen ook mee te doen. Van serieus succes van deze aanpak was en is buitengewoon weinig te merken: de aanwezigen waren toch voor een aanzienlijk deel mensen die via radicaal-linkse groepen en netwerken op de been waren gekomen. De lokroep naar het linksige midden, richting hoofdstroom, langs de gekozen lijn, heeft niet merkbaar gewerkt. Er zijn andere, rechtstreekser, wegen nodig om mensen buiten de actiemilieus te bereiken – mensen die vaak rechtstreeks belanghebbend zijn, aangezien ze zelf de consequenties van bezuinigingsbeleid op allerlei manieren te verduren krijgen.

De inzet van anarchisten en andere uitgesproken radicale groepen en mensen om, via bijvoorbeeld de optocht van Griekenland Is Overal, mensen op de been ter brengen naar de hele actie, heeft wél resultaat gehad. Ja, veel van de mensen die aan de optocht deelnamen zouden waarschijnlijk zonder die optocht anders ook zijn gekomen – maar hoeveel?  Nu kwamen ze zelfbewust, enthousiast, nadrukkelijk zichtbaar met eigen geluid. Aan het vreedzame karakter van de actie als geheel werd geen afbreuk gedaan, maar de dag werd er wel levendiger en strijdbaarder van.

Dit type inzet – met een radicaal geluid en aanpak deelnemen, ook aan bredere en overwegend gematigder acties – is relatief succesvol gebleken. Daarmee is echter een grotere deelname aan protesten, juist van buiten de gangbare radicale kringen, nog niet binnen handbereik. Om die te verkrijgen zal nog flink nagedacht, gesproken en vooral ook van alles uitgeprobeerd moeten worden.

(bijgeschaafd en link toegevoegd 25 okt., 0.15 uur)


23 oktober hoe dan ook actie tegen bezuinigingen – en daarna verder

22 oktober, 2010

Met botte orders hebben Haagse autoriteiten Rekening Retour ertoe gebracht de geplande manifestatie tegen bezuinigingen te verplaatsen. Het voornemen was om die actie op het Plein, vlakbij parlementsgebouw en regeringscentrum, te houden. Daar vond al iets anders plaats, zo liet de politie de organisatoren weten. dat was echter pas op 14 oktober; Rekening Retour had de manifestatie echter al op 9  augustus aangemeld. Zoiets is op het eerste gezicht erg slordig, maar het heeft alle tekenen van kwade opzet van politiekant. Rekening Retour stelde vervolgens een terrein dichtbij de Hofvijver voor. Dat mocht echter ook niet van de politie, het zou de aantallen verwachte actievoerders niet aan kunnen. Maar bij een eerdere gelegenheid stonden op die plek ook al eens enkele duizenden actievoerders, zoals Rekening Retour in een bericht waar ik bovenstaande zaken aan ontleen, naar voren brengt.

Alles bij elkaar komt dit gewoon neer op pesterij van mensen die tegen het regeringsbeleid van het nieuwe kabinet willen protesteren. En het is meer. Na het politiegeweld tegen kraakdemonstraties in Nijmegen en Amsterdam, na het agressieve politieoptreden tegen één-mei-demonstranten in Rotterdam en Nijmegen eerder dit jaar, na het oppakken in Rotterdam van iemand die Rekening-Retour-flyers uitdeelde, is dit een nieuwe inbreuk op het demonstratierecht, op de ruimte die ons nog rest om voor onze belangen en verlangens op te komen. Zoiets verdient het luidst en scherpst mogelijke protest. Er is geen enkele reden om ons bij voorbaat neer te leggen bij de dienstorders van burgemeester Van Aartsen en zijn geüniformeerde knokploegen.

Er zijn nu twee belangrijke dingen te doen en te onderkennen. Het eerste is: zorgen voor maximale aantallen deelnemers aan de manifestatie. Het is zaak dat we echt met flink veel mensen er heen gaan. Flink veel mensen ter plekke betekent dat we iets goed duidelijk maken, dat we kracht hebben. Flink veel mensen geeft ook ondersteuning, veiligheid, voor het geval de politie ter plekke ook nog eens inbrueken op ons demonstratierecht gaat maken. Wie nog aarzelt – omdat zij/ hij de Rekening-Retour-aanpak – terecht, wat mij betreft – te soft vindt , of juist omdat hij/ zij nerveus wordt van de reactie van politiezijde –  : nú is het moment om die aarzeling opzij te schuiven. Wegblijven zonder hele goede reden verzwakt onze strijd tegen bezuinigen, wegblijven beloont Van Aartsen en zijn ordehandhavers nog eens voor hun repressieve houding.

Tegelijk is het nodig dat we nadenken over nieuwe stappen, voor na 23 oktober. Het laatste woord over het halve demonstratieverbod is nog lang niet gezegd, dit dient wél aan de kaak gesteld te worden. Dit soort gezagsoptreden is véél te gewoon aan het worden. We moeten, naar mijn idee, van het recht op demonstreren onder eigen voorwaarde een zelfstandig en hard actiepunt maken, de publiciteit zoeken – en actie blijven voeren.

Tegelijk zijn er aanknopingspunten om langs andere wegen de aanval te kiezen. Aacties komen niet alleen vanuit de gangbare radicaal-linkse groepen en netwerken. De bezuinigingen brengen veel te weeg bij de meest uiteenlopende beroepsgroepen. Willen we een brede en effectieve strijd tegen het bezuinigingsbeleid op gang helpen, dan is deelname en bijdrage aan afzonderlijke gevechten tegen afzonderlijke bezuiniginegn noodzakelijk. Daarbinnen kunnen en moeten revolutionairen dan hun opunten naar voren brengen: waar de bezuinigingen hun oorzaak vinden, wat ons antwoord is, hoe we ons dienen te organiseren, hoe we solidariteit opbouwen tussen mensen in de diverse aangevallen bevolkingsgroepen.

Een sector die er uit spring wat betreft woede tegen bezuinigingenm, vinden we in de kunstwereld. En die woede komt al georganiseerd tot uiting ook, er is al actie gevoerd op …. Er komt meer. Van 1 tot en met 22 november komt er een campagne vanuit kunstorganisaties en een FNV-vakbond. Die moet de bevolking aanmoedigen om tegen de bezuinigingen op kunst te protesteren. Een slotmanifestatie zal op 22 november in de Heineken Music Hall plaatsvinden, op 20 november worden “alle kunstliefhebbers in Nederland”  gevraagd om hun afkeuring van deze bezuinigingen uit te spreken. Dat biedt aanknopingspunten voor een soort landelijke actiedag, juist ook voor mensen die het hele bezuinigingsbeleid afwijzen. En bovendien: wie is nu niet op één of andere manier kunstliefhebber? Alleen de mensen die de kunstwereld willen helpen slopen uit als geldnood verpakte winsthonger, gecombineerd met kleinburgerlijke rancunes zijn dat niet.

Maar eerst: morgen met ons allen naar Den Haag!


Frankrijk: groeiend protest tegen plan pensioenleeftijd

18 oktober, 2010

De confrontatie in Frankrijk tussen enerzijds de regering die de pensioenleeftijd wil verhogen, en anderzijds arbeiders en  jongeren die zich daartegen keren, groeit. Deze week zou wel eens beslissend kunnen worden, voor dat regeringsvoornemen voor een hogere pensioenleeftijd en voor de strijd ertegen. Sarkozy heeft nog eens duidelijk gemaakt dat die verhoging er komt. Stakingen, demonstraties en blokkades van allei groepen boze mensen zorgen voor een groeiende druk vanuit de bevolking tegen dat kwalijke voornemen.

We hebben intussen te maken met: een 48-uursstaking bij een kerncentrale; 1800 bebnzinestations zonder benzine, wegens bliokkades van raffinaderijen; vrachtwewagenchauffeurs in acties, met langzaam-aan-acties en deg rgelijke op de wegen; staklingen op het spoor, met uitval van de helft van de treinen; scholierenprotesten, met bijna 300 bezette scholen, en confrontaties op enkele plakken, waarbij de poltie traangas gebruikte. Dat is allemaal te vinden in hetzelfde Volkskrant-stuk dat melding maakte van Sarkozi’s houding.

Het gaat intussen dus niet langer enkel om steeds weer een ééndags-actie – al zijn die keer op keer ook indrukwekkend. Groepen arbeiders houden zelf bijeenkomsten waarin ze van dag tot dag besluiten of ze verder staken. Op deze manier beginnen stakingen van onbepaalde duur op gang te komen. Soms gaat het hier om openbare vergaderingen van leden van diverse vakbonden; maar er zijn ook openbare actiebijeenkomsten buiten die bonden om. Libcom heeft informatieve berichtgeving – met een wel iets te positieve titel, van een werkelijke algemene staking is vooralsnog geen sprake , waarbij vooral ook in de commentaren veel belangwekkends te vinden is, over bijeenkomsten van arbeiders, acties van scholieren, en ook politiegeweld.

Arbeiders zijn duidelijk bezig de strijd zelf in handen te nemen, en niet te wachten op vakbondsbestuurders met hun neiging om de druk van actiedagen te benutten, niet om de pensioenleeftijdverhoging wég te staken, maar om een compromis met de regering te bereiken en hun gezicht als onderhyandelingspartner met de regering een beetje te redden. Dat die officiële vakbondsopstelling  geen recht doet aan de werkelijke belangen van arebviders, wordt steeds meer van die arbeiders in de praktijk duidelijk. Dat is een bemoedigende ontwikkeling.

Ook bemoedigend is de grote steun die acties onder de bevolking hebben. Jorge Martin heeft, in een artikel op de trotskistische website In Defense of Marxism, wat cijfers verzameld. Voor de landelijke actiedag die er aankomt, op 19 oktober,  spreekt 71 procent van de bevolking, 76 procent van de arbeiders in de particuliere sector, en 89 procent van arbeiders in openbare dienst, steun uit. En 54 ptrocent van de bevolking steunt het idee dat vakbonden het soort stakingsactie – niet helemaal een algemene staking, maar wel wekenlange stakingen in openbaar vervoer en andere openbare diensten – te houden waarmee in 1995 al eens een rechtse regering die aan het bezuinigen was geslagen, een nederlaag werd toegebracht.

De regering praat stoer, zoals uit de onverzettelijke toon van Sarkozy blijkt. Maar de protestacties beginnen de autoriteiten al tot noodmaatregelen aan te zetten. De NRC bericht dat Brice Hortefeux, minister van binnenlandse zaken, een crisisteam voor de brandstofvoorziening in het leven heeft geroepen. Meerdere ministeries werken daarin samen. Zoiets doen gezagsdragers niet als ze zich geen zorgen maken, als er geen crisissituatie is. De acties, kortom, hebben al stevig effect.

De komende dagen zullen veel duidelijk maken. Morgen dus wederom een actiedag: beide kanten in het conflict zullen met grote spanning kijken of de deelnemersaantallen groeien, en hoe het gaat met de actieve deelname in diverse sectoren van economie en maatschappij. De BBC gaf een lijstje van de eerdere actiedagen, met deelnemerscijfers volgens politie en volgens vakbonden. Dit zijn die data en cijfers (eerst de politiecijfers, daarna die van vakbondskant): 7 september: 1,2 miljoen ; 2,7 miljoen; 23 september: 997.000 ; 3 miljoen; 2 oktober: 899.000; 3 miljoen;  12 oktober: 1,2 miljoen ; 3,5 miljoen; 16 oktober: 825.00; 2,5 tot 3 miloen. Interessant is ook de geografische verspreiding van de acties. Le Monde kwam met een kaartje van Frankrijk, doorgelinkt door de NRC, met locaties en deelnemerscijfers van de diverse actiedagen per locatie. Daar is te zien dat er niet alleen in Parijs grote acties waren, maar bijvoorbeeld ook in Bordeaux, Toulouse en Marseille.

Het lijstje is interessant. Het laat zien dat de deelname hoog blijft, hoezeer de autoriteiten hun best doen om die de laagte in te schatten. Het laat ook zien dat de actiedagen steeds sneller op elkaar volgen, kennelijk vanuit de pogingen vanuit vakbonden om de woede van arbeiders bij te benen en aan het hoofd van de beweging te blijven. Enig zoekwerk leerde dat de actiedagen van de laatste weken ongeveer de omvang hebben van eerdere actiedagen, maar dan vooral van de wat grotere: een actiedag van vakbonden in januari 2009 kende bijvoorbeeld 2,5 miljoen deelnemers, eentje in maart 2009 pakweg 3 miljoen  (de politie sprak van respectievelijk1,1 miljoen en 1,2 miljoen deelnemers). De omvang van de huidige actiedagen is dus fors, maar niet uitzonderlijk. Het aanhoudend en momenteel escalerend karakter van de protesten maakt de huidige ontwikkeling wel tot aanzienlijk méér dan gangbare protestmanifestaties. Een mooie overwinning van de protestbeweging is, zoals het nu gaat, bepaald niet uit te sluiten.


Wilders voor rechtbank: nare wending van dom proces

18 oktober, 2010

Het proces tegen Geert Wilders is bezig een nare wending te krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft in etappes duidelijk gemaakt dat Wilders maar beter niet veroordeeld kan worden. Zowel de aanklacht wegens discriminatie als die wegens haatzaaien en groepsbelediging van moslims verdient wat het OM betreft vrijspraak. Anders gezegd: wat het OM betreft is het acceptabel – misschien niet aangenaam, maar wel aanvaardbaar – dat Wilders oproept de Koran te verbieden, de islam als fascistische ideologie te bestempelen en daarmee moslims feitelijk als tweederangsburgers weg te zetten. Wilders heeft met deze dingen, volgens nhet OM, geen strafbare feiten gepleegd, in het maatschappelijke en poltieke debat moet nu eenmaal veel kunnen, en dat moslims zich gegriefd kunnen voelen mag vervelend zijn, maar dat is geen reden voor schuldig-verklaring.

Een paar dingen dienen hierover vastgesteld te worden. Wat Wilders doet – week in, week uit, jaar na jaar – ís oproepen tot discriminatie van moslims. Wie moslims – en niet christenen of joden – geen nieuwe moskëen gunt, wie moslims – en niet joden of christenen – van het door hen heilig geachte boek wil beroven – die discrimineert moslims. Glashelder. En wie oproept om artikel 1 uit de Grondwet te verwijderen – het artikel dat een verbod op discriminatie inhoudt – onderstreept nog eens zijn punt dat discriminatie v wat hem betreft moet kunnen.

En wie de islam keer op keer afdoet als een gewelddadige, fascistische ideologie, wie onophoudelijk spreket over ‘islamisering’ als dodelijke bedreiging van ‘onze vrijheid’, wie rept van de noodzaak om miljoenen moslims uit West-ueropa weg te sturen – zo’n iemand zaait haat. En het onderscheid dat het OM hier aanbrengt tussen ‘de islam’enerzijds, en ‘moslims’ anderzijds, houdt niet echt stand: de islam beschimpen komt neer op het krenken en beledigen van haar aanhangers. Ook van groepsbelediging is dus wel degelijk sprake.

Het OM legitimeert, door in haar rewuisitor op alle punten vrijspraak te eisen, daarmee de islamofobe, racistische campagne die Wilders, ter vergroting van zijn eigen machtspositie, al jaren voert. De eis tot vrijspraak is al aan klap in het gezicht van moslims, van migranten, en uiteindelijk van eenieder die tegen racisme is. Volgt straks daadwerkelijk vrijspraak, dan wordt die klap nog eens extra hard herhaald.

Maar er is een andere kant. ja, ik vind dat Wilderes schuldig is aan racisme, haatzaaierij, belediging, discriminatie en zo meer. Maar ik vind nadrukkelijk niet dat dit voor een rechtybank uitgevochten dient te worden. het hele prioces vond ik al vanaf het begin onverstandig, en het aandringen op juridische veroordeling vond en vind ik geen goede zaak. Daarvoor zijn meerdere redenen.

In de eerste plaats geeft een proces, ook als het wel tot een veroordeling zou leiden, rechtbanken een legitimiteit om grenzen te bepalen van wat wel en niet gezegd mag worden. Juist mensen die tegen de stroom in moeten opb roeien omdat ze ene fundamenteel andere maatschappij nastreven snijden zich hiermee in eigen vlees. Rechtbanken zijn immers déél van die orde. Vandaag staat Wilders voor de rechter, wegens dingen die hij heeft gezegd of geschreven. Morgen –  en ook gisteren, het is mijzelf ooit overkomen – staan linkse mensen voor de rechter wegens dingen die ze hebben gezegd of geschreven, tégen Wilders en zijn illustere voorgangen Fortuyn bijvoorbeeld.

Een proces tegen Wilders, juist ook als dit tot een veroordeling leidt, vergroot de speelruimte om via rechtbanken kritische geluiden de mond te snoeren. En werkelijk kritische geluiden komen niet van rechts, maar van radicaal-links. Het inzetten van rechtbanken in het maatschappelijke debat is wat mij betreft daarom principieel verkeerd. Niet omdat ik vind dat Wilders’ uitspraken maar moeten kunnen, want dat vind ik nadrukkelijk níét. Maar omdat ik vind dat Wilders’ uitspraken via krachtige openlijke tegenspraak bestreden dienen te worden, niet door staatsrepressie. En voor die krachtige tegenspraak hebben we maximale vrijheden nodig, geen juridische inperking. óók niet als die eens één van onze gevaarlijkste tegenstanders raakt.

Zou hij veroordeeld worden – niet waarschijnlijk, na het OM-betoog, maar zoals de NRC laat zien, ook niet helemaal uitgesloten – dan is er nog een probleem. Wilders heeft er toch al een handje van om zich voor te doen als dappere verdediger van de vrijheid van meningsuiting. een veroordeling van hem zal hem extra bevestigen in die rol van vrijheidsheld. Nee, belediging en haatzaaierij valt niet onder een legitieme vorm van vrije meningsuiting. Maar straf van staatswege tegen, zelfs op zichzelf inderdaad onaanvaardbare, uitlatingen geeft Wilders een schijn van stoere vrijheidszin die hem sterker maakt en die hij geenszins verdient. Degenen die gekozen hebben om aangifte tegen hem te doen, hadden hem die lol niet moeten gunnen.

Een tweede, meer tactische reden, om het proces tegen Wilders een zeer onhandige zet van antiracisten te vinden, tekent zich met de dreigende vrijspraak af. Door zo’n vrijspraak krijgt de kwalijke woordenstroom van Wilders nog eens een extra juridische legitimiteit. Hij kan dan bij komende haatzaaierij tegen moslims – of bijvoorbeeld tegen Roma, ook bezig een doelwit te wordeen van racistische campagnes – immers zeggen: wat ik doe, is legitiem, het mág van de rechtbank. Dat maakt hem sterker.

En het risico van vrijspraak zat er vanaf het begin in. Aandringen op dit proces betekende vanaf dag één: riskeren dat Wilders een juridische opsteker kreeg. Het debacle dat zich nu aftekent, zat er vanaf het begin van het proces al als gevaarlijke mogelijkheid in. Wilders dreigt dit proces nog sterker te verlaten dan hij erin ging. Ik vind dat antiracisten het nóóit zover hadden mogen laten komen. De straat, en niet de staat, is het middel waarmee racisme bestreden dient te worden.


Frankrijk: hoopgevende escalatie van protest

15 oktober, 2010

Eind september leek het erop alsof de vaart enigszins uit de arbeidersprotesten tegen een hogere pensioenleeftijd in Frankrijk was. Een actiedag, met stakingen en demonstraties, gaf niet veel groei in omvang te zien, er waren zelfs redenen om van enige terugval te spreken, al was het beeld niet eenduidig. Ik schreef daar destijds iets over. De strategie van een protest dat door vakbonden ingeperkt werd tot ééndagsactie na ééndagsactie, zonder nadrukkelijke escalatie, dreigde tot een impasse te leiden tegenover een regering die zich vastbesloten toonde om door te duwen. En ja, tegen ijzeren vastbeslotenheid is veel méér nodig dan af en toe een actiedag, hoe massaal qua deelname ook.

Intussen heeft het er veel van weg dat het tij aan het keren is, dat arbeiders de druk tegen de verhoging van de pensioenleeftijd stevig aan het opvoeren zijn. Op 2 oktober was er weer een actiedag, met demonstraties. het was geen doordeweekse dag, zoals eerdere actiedagen, maar een zaterdag. Er namen tussen de 900.000 (volgens het ministerie van binnenlandse zaken) en de 2,9 miljoen (volgens vakbondskringen) deel aan in totaal 230 demonstraties.

Dat bleek een opstap naar méér. Wederom een actiedag, nu op dinsdag 12 oktober. De politie kwam met 1,2 miljoen als deelnemerscijfer – een groei vergeleken bij de actie van 2 oktober, een groei ook vergeleken bij de actiedag van 23 september toen van politiezijde geschat werd dat er minder dan een miljoen mensen meededen. Stakingen waren, in metra, trein – en vliegverkeer, maar ook in de Eiffeltoren. Onheilspellend voor de regering, en hoopgevend voor ons: “voor het eerst  deden ook studenten en scholieren aan het protest mee.” Combinaties van jongerenprotest met arbeidersstrijd zijn eerder al eens uitermate effectief gebleken om regeringen verregaand in de problemen te brengen. Zeg ‘mei 1968’  in Frankrijk, en veel mensen weten wat je bedoelt.

Maar de escalatie bleek niet alleen uit deelname van nieuwe groepen aan de protesten. Het patroon van grootschalige maar in tijd vooraf beperkte actiedagen is bezig doorbroken te worden. Bericht op 13 oktober: “Een deel van het Franse spoorwegpersoneel  heeft woensdag besloten de staking tegen verhoging van de pensioenleeftijd voort te zetten.” Zo’n stap – uitbreiding van de stakingsstrijd van een groep arbeiders met een strategische positie in de richting van aanhoudend dóórstaken – was in 1995 onderdeel van de actiegolf die de toenmalige bezuinigingsregering in Frankrijk op de terugtocht bracht. Intussen was ook een 48-uursstaking in raffinaderijen begonnen.

Die laatste staking bleek na 48 niet voorbij, en er gebeurde meer. Een Volkskrantbericht van deze vrijdag was tekenend. Zo meldden vakbonden dat in alle 12 raffinaderijen wordt doorgestaakt. Actievoerders blokkeerden de toegangen tot raffinaderijen,er dreigden brandstoftekorten, de oproerpolitie maakte een eind aan sommige blokkades, maar elders kwamen weer nieuwe blokkades op gang. Er zijn ook blokkades van pijpleidingen naar vliegvelden bij Parijs. Intussen heeft een vakbond van vrachtwagenchauffeurs haar leden opgeroepen om ook te gaan staken tegen de pensioenplannen. Terzijde: vrachtwagenschauffeurs kunnen trouwens uitermate effectie blokkades organiseren, zoals ze bijvoorbeeld in 1996 eens hebben laten voelen. De stakingssstrijd tegen de pensioenplannen wordt grootschalig, ongrijpbaar, grimmig – en uiterst hoopgevend.

(bijgeschaafd en link toegevoegd op 16 oktober, 15.44)