In Iran broeit iets van opstand

3 oktober, 2012

woensdag 3 oktober 2012

In Iran broeit iets van een opstand. Mensen protesteerden vandaag tegen de koersval van de munteenheid, de rial. Die verliest in steeds hoger tempo aan waarde. Betogers botsen met de oproerpolitie die met traangas en arrestaties toeslaat. “Rondom het gebouw van de centrale bank verzamelden zich tientallen betogers die leuzen tegen het regime riepen”, aldus de NRC. Lees de rest van dit artikel »


Nogmaals over de heisa rond Günther Grass

9 april, 2012

dinsdag 10 april 2012

Günther Grass is na het publiceren van een gedicht waarin hij kritiek levert op het beleid van de staat Israël, overladen met beschuldigingen van antisemitisme. Israël heeft hem de toegang tot het land geweigerd. En nu is ook een standbeeld dat Grass aan de stad Hannover had aangeboden beklad met de tekst “SS! Günni houd je muil!”, een kennelijke verwijzing vaar Günther Grass, die als jongeman van 18 aan het eind van de nazitijd even lid is geweest van de Waffen-SS. De kreet ‘antisemitisme! ‘is hier overduidelijk een manier om kritiek op de staat Israël te smoren; de verwijzing naar Grass’ oorlogsverleden is een hulpmiddel om hem als het ware ieder recht van spreken over dit onderwerp te ontnemen. Beschuldiging, met of zonder historische verwijzing vaan Grass’ verleden, zijn verwerpelijk, het betreft hier verméénd, geen werkelijk, antisemitisme, zoals ik onlangs al heb uiteengezet. Lees de rest van dit artikel »


Oorlogsdreiging rond Iran, wederom

4 januari, 2012

woensdag 4 januari 2012

Niet voor het eerst is er sprake van hoge spanning tussen Iran en de Verenigde Staten. Er is weer eens sprake van “snel stijgende spanning”, van “dreiging”, van “wapengekletter”. Opmerkelijk – alhoewel, zijn we nog verbaasd over zoiets? – dat de als schuldige weer eens vooral Iran wordt aangewezen, en niet de VS. Toch is het in hoge mate – niet uitsluitend maar wel in hoge mate – de VS, en de Westerse machtspolitiek sowieso – die keer op keer voor confrontatie en oorlogsdreiging met Iran zorgt. Lees de rest van dit artikel »


Oorlogsdreiging, wederom

30 juli, 2011

zaterdag 30 juli

Er dreigt weer eens een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Er zou wel snel een oorlog tussen de Israelische staat en de beweging Hezbollah in Libanon kunnen komen. Het heeft nut om eens wat van de ontwikkelingen in kaart proberen te brenegn. Dan overvallen de gebeurtenissen ons straks wellicht iets minder. Bovendien maakt een analyse van oorlogsgvaar in de regio ook de urgentie van solidariteit met protesten in het gebied extra duidelijk. Protesten zoals de heldhaftige en ongebroken Syrische opstand. Protesten ook zoals de indrukwekkende en snel uitdijende acties in Israël. Lees de rest van dit artikel »


Arabische revoluties?

13 juni, 2011

Maandag 13 juni

Onderstaand stuk is geschreven voor de website van Doorbraak, waar je de geïllustreerde versie ook kunt vinden. Ik dank de Doorbraak-redacteur voor enkele verbeteringen die ik heb overgenomen.

De talrijke demonstraties, stakingen, opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en intussen ook elders, zijn inmiddels voorzien van allerhande overkoepelende etiketten. ‘Arabische Lente’ hoor je intussen veel. Maar ook het begrip ‘Arabische revolutie’ duikt her en der op. Met vooral dat laatste woordenpaar worden minstens twee, soms drie dingen uitgedrukt. er wordt mee verwezen naar eerdere gebeurtenissen, uit de jaren vijftig en zestig, die onder dat begrip bekend stonden. Er wordt een nationale typering gegeven aan de gebeurtenissen; die zijn specifiek ‘Arabisch’ van signatuur. En er wordt een kwalificatie gegeven van de draagwijdte en betekenis van de gebeurtenissen: het zijn niet zomaar opstanden en protesten, het zijn ‘revoluties’, of ze vormen gezamenlijk een revolutie. Is dit allemaal adequaat? Vormen de gebeurtenissen een soort van tweede ronde van een al tientallen jaren geleden begonnen Arabische revolutie (1)? Zijn de gebeurtenissen wel specifiek Arabisch? En zijn het wel revoluties?

Lees de rest van dit artikel »


Wikileaks, Afghanistan en Iran

3 augustus, 2010

Het in de openbaarheid brengen via Wikileaks van meer dan 90.000 documenten over de oorlog in Afghanistan heeft nogal wat aandacht getrokken. Op zich zeer terecht. De documenten laten een oorlog zien die niet alleen smerig is, en waarin Westerse aanvallen veel burgerslachtoffers kosten. Ze laten ook zien dat de Westerse poging om met militaire hand Afghanistan in de greep te houden bepaald niet erg succesvol is. De Taliban – althans: groepen die terecht of ten onrechte van dat etiket zijn voorzien – winnen aan kracht, VS en bondgenoten zijn de oorlog bepaald niet aan het winnen.

Het is goed dat dit, via de Wikileaks-documenten, nog eens stevig onder de aandacht komt. Het laat het essentiële gelijk van tegenstanders van die oorlog, voorstanders van onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van alle Westerse troepen, nog eens zien. Het laten lekken van de documenten kan alleen maar worden toegejucht, als zoveelste spaak in het wiel van de oorlogspropagandisten, militaire planners en hun Grote Verlichte Aanstuurder, Barack de Bloedige. De man achter WikiLeaks, Julian Assange, heeft hiermee zijn nek stevig uitgestoken, de woede van het Pentagon over zich afgeroepen. Hij loopt risico. De man verdient grote waardering voor zijn moed, en als de Amerikaanse staat hem een haar krenkt, dient die staat onze woede te voelen. Ik sluit me hier aan bij Arthur Silber, die het op zijn weblog Once Upon A Time krachtig voor Assange opneemt. Zeker zoveel steun en solidariteit verdient Bradley Manning, de 22-jarige militair die door het Pentagon beschuldigd is van het lekken van de documenten en al vastgezet is vanwege het lekken van een eerdere video over een helicopteraanval in Irak. Ook voor hem neemt Silber het in scherpe bewoordingen op.

Maar simpelweg ‘hoera!’ roepen en de Wikileaks-documenten eenduidig als een Grote Onthulling te behandelen, is misplaatst. In de eerste plaats is voorzichtigheid met militaire- en inlichtingendocumenten altijd geboden. Er zitten feiten in, er zitten beleidsconclusies en aanbevelingen in, interpretaties, bedoeld om hogerhand te informeren, en interpretaties om hogerhand op een verkeerd been te zetten. Informatie, desinformatie, speculatie en propaganda zijn vaak onontwarbaar vermengd. ‘Het staat in de Wikileaks-documenten, dús het is een feit’ is dan ook geen gezonde reactie. De gelekte documentatie dragen bij aan een beeld van een nare oorlog die het Westen aan het verliezen is. Maar ze moeten met voorzichtigheid gebruikt worden.

De inhoudelijke waarde, voorzover wel van feitetelijk karakter, is trouwens minder schokkend dan sommige berichten doen vermoeden. Dat de Amerikaanse en andere Westerse troepen het moeilijk hebben, dat Westerse operaties tegenslag ondervinden, burgerslachtoffers maken, dat dit soort dingen onvoldoende onder de mat vandaan gehaald worden, dat de Taliban aan kracht wint, maand na maand, jaar na jaar… het is geen nieuws. Iedereen die gewoon de kranten behoorlijk leest en de berichtgeving over Afghanistan volgt, weet dit allang. Heel veel informatie over de oorlolog is gewoon uit openbare bronnen te halen en goed vindbaar in gevestigde media. De Wikileaks-documenten maken indruk omdat ze het sombere beeld nog eens extra onderstrepen, en een beetje aanscherpen: het staat er voor het Westen in Afghanistan nog een beetje erger voor dan we al wisten. Van een kwalitatieve ‘onthulling’, van essentieel nieuwe informatie, is geen sprake. Chris Floyd maakt dat punt op zijn weblog Empire Burlesque, en hij heeft gelijk.

Het is dan ook verkeerd om de Afghanistan-Wikileaks-documenten on één lijn te zetten met de Pentagon Papers, de door Daniel Ellsberg in 1971 uitgelekte documenten over de Vietnamoorlog. In die Vietnam-documenten is namelijk niet zozeer de praktijk van de oorlog zichtbaar gemaakt, maar de planning en besluitvorming in hoge kringen in de VS. Het spoor van halve waarheden, drogredeneringen en misleiding waarmee Amerikaanse beleidsmakers tot steeds grootschaliger militaire interventie besloten, wordt daarin zichtbaar. Dat voegde wezenlijk iets toe aan het begrijpen van de oorlog, dat was werkelijk onthullend. De Wikileaks-duocumenten zijn dat nauwelijks: ze onderstrepen wat we eigenlijk allang wisten, of zonder enorme moeite hadden kunnen weten als we ons allemaal als serieus geïnteresseerde krantenlezer zouden hebben gedragen de afgelopen jaren.

De Wikileaks-documenten bevatten ook nog eens elementen waar beleidsmakers en oorlogsvoorstanders hun voordeel mee kunnen doen. Ook hier wijst Floyd op. In delen van de documentatie wordt bijvoorbeeld nogal nadrukkelijk gewezen op een Iraanse rol in de Afghaanse gewapende strijd. Krachten vanuit de Iraanse staat zouden steun verlenen aan de Taliban. Erg voor de hand ligt dit niet: het Iraanse regime en de Taliban baseren zich ideologisch op hele andere vormen van de Islam (Sjiisme in Iran, Soennisme in Afghanistan), het zijn helemaal geen vrienden.

Dat er, in een situatie waarin de VS oorlog voert tegen de Taliban, en met oorlog dreigt tegen Iran, er tactische samenwerking tegenover een gemeenschappelijke vijand plaatsvindt, kan weliswaar niet worden uitgesloten. Maar opmerkingen van inlichtingenofficieren en vergelijkbare functionarissen over Iraanse inmenging kunnen daarvoor bepaald niet als geloofwaardig bewijs dienen. Wijzen naar Iraanse infiltratie in Iran is functioneel voor Amerikaanse oorlogsbeleidsmakers, op twee manieren: het suggereert dat de Afghaanse gewapende strijd minder wortelt in dat land zelf, en meer in geïmporteerrd probleem is. En het is onderdeel van de campagne die de VS tegen Iran voert, waar sancties deel van zijn, en waarvan een dreigende volgende stap ‘oorlog’ heet.

Wijzen naar Iran als aanjager van gewapende strijd in Afghanistan is vergelijkbaar met het wijzen naar Irak als bondgenoot van Al Qaeda. Beiden vallen onder de ‘weapons of mass confusion’, de propagandascampagnes waarmee Pentagon en Witte Huis hun oorlogen mede voorbereiden. Intussen heeft de voorzitter van de verenigde stafschefs van het Amerikaanse militaire apparaat, admiraal Mike Mull;en, laten weten dat er inderdaad een Amerikaans aanvalsplan tegen Iran op de plank ligt. Voor het geval dat, uiteraard…

Een eerder stuk naar aanleiding van de Wikileaks, met deels dezelfde, deels andere punten, is te vinden op mijn Engelstalige blog, Red Rebel Ranter.


Iran: protesten in een reeks van steden

8 december, 2009

De revolutie in Iran tegen het bewind van president Ahmedinejad en geestelijk leider Khamenei heeft gisteren weer op grote schaal de kop op gestoken. In een hele reeks van steden vonden protestdemonstraties plaats. Dat was sinds 4 november niet meer op grotere schaal gebeurd. En de protesten waren zowel omvangrijker als radicaler dan die laatste protestdag.

Uit de NRC valt dit niet echt op te maken. Die krant heeft het over  “(e)nkele duizenden demonstranten” die slogans tegen het bewind riepen en in botsing raakten met de politie. het bewind had universiteitsgebouwen omsingeld, internetverbindengen en mobpel telefoonverkeer bemoeilijkt, studentenleiders gearresteerd en dreigende taal tegen potentiële actievoerders geuit, zo bericht de NRC verder, in een nogal summier stukje.

In een uitvoerig nieuwsblog van de New York Times staat echter veel meer. Een greep: het aantal demonstranten in Teheran liep in de tienduizenden. Er waren meldingen van demonstraties, niet alleen in Teheran, maar ook in Mashad, Tabriz, Kermanshah in Iraans Koerdistan, Yazd, Kashan, en op de universiteit bij Isfahan. Oproerpolitie en de basji-militie was hardhandig in de weer, onder meer met traangas. Niet alleen studenten demonstreerden, het blogstuk meldt dat er op in ieder geval één plaats middelbare scholieren in actie waren. Er was ook een pro-regeringsdemonstratie, het was ook nog eens een officiële herdenkingsdag (zie verderop).

Opmerkelijk is ook dat betogers ergens Iraanse vlaggen meevoerden zónder het in 1980 ingevoerde symbool van de Islamitische republiek erop. Of we dat moeten ien als een misplaatst terugverlangen naar het bewind van de Shah uit de tijd vóór de revolutie van 1979, of juist een stap naar links van mensen die met het hele idee van een islamitische staat aan het breken zijn, of een mengsel van allebei, kan ik niet inschatten.

Demonstranten riepen een veelheid aan leuen geroepen. “Basji, ga naar huis, geen gratis maaltijd vandaag!” (een verwijzing naar de betaling van de Basji-leden voor hun onderdrukkingswerk); “Leraar, leraar, steun ons”, “Ik zal degene doden die mijn broeder heeft gedood”, “Politieke gevangenen moeten vrijgelaten worden” (op een meisjesschool); “Dictator, Dictator, dut is je laatste waarschuwing! De Groene Beweging zal opstaan!” ( groen was de kleur van de campagne van Moussavi, de oppositiekandidaat voor het presidentschap); “Khameini zou moeten weten: hij is op weg naar de uitgang!”; “Onze vloek, onze vloek – onze incompetente leider!”, “Wat is er met het oliegeld gebeurd? Het is uitgegeven aan de Basji!”

Het is duidelijk dat er iets groots gebeurd is op de straten en pleinen in een reeks Iraanse steden, al is lang niet elke in de bovenstaande alinea’s genoemde gebeurtenis keihard onderbouwd, zoals in het suk zelf gelukkig met enige nadruk wordt gezegd.. Informatievoorziening wordt immers door de de staat gedwarsboomd, en een gerucht, vergissing of valse informatie, willens en wetens verspreid, zijn niet uit te sluiten.  

Daar komt echter nog iets bij. De New York Times is geen onpartijdige nieuwsbron: als spreekbuis van een deel van het Amerikaans establishment – een establishment dat ruzie heeft en ruzie zoekt met de Iraanse staat – is de neiging om moeilijkheden voor het bewind uit te vergroten bij deze krant bepaald niet uit te sluiten. Vergelijken we de berichtgeving van de NY Times over de protesten in Iran met de verslaglegging over de protesten en rellen in Griekenland de afgelopen dagen, dan is het verschil toch wel opmerkelijk. Vergelijkbare woede op de straten, vergelijkbaar politiegeweld, maar ja… de Griekse regering is een westers bondgenoot, dus zijn de botsingen tussen straat en staat nauwelijks nieuwswaardig, kennelijk.

Gelukkig is er niet alleen de dubieuze new York Times om uit te putten, Juan Cole heeft ook een flink stuk gewijd aan de protesten. Hij noemt, op basis van een doorgelinkt stuk uit de LA Times, onder meer de volgende steden waaruit protesten gemeld worden: Tabris, Mashhad, Ilam, Hamedan, Kermanshah, Shiraz. Met nadruk wijst hij erop dat de protesten ook in het westen van iran, oftewel in Iraans Koerdistan, plaatsvonden. Net als het New Yrok Times-stuk bevat ook dit artikel allerlei doorgelinkt videomateriaal.

De precieze aanleiding van straatprotest wisselt steeds. Op 4 november gebruikten betogers de officiële herdenking van de bezetting van de Amerikaanse ambassade in 1979 om zich weer te laten zien en horen. Gisteren grepen betogers vanuit de oppositie de zogeheten Dag van de Student aan. Op die dag wordt officieel herdacht dat in 1953  militairen drie studenten neerschoten die betoogden tegen het bewind van de Shah. De studenten kwamen om. Dit gebeurde tijdens een bezoek van de toenmalige vice-president Nixon, en slechts enkele maandan nadat een van CIA-steun voorziene staatsgreep het bewind van de Shah weer in het zadel riep en de nationalistische regering van Mossadegh verdreef. Wrange ironie: studenten hbetogen voor meer vrijheid, en worden van staatswege onderdrukt op een dag dat herdacht wordt dat drie studenten die t voor meer vrijheid betoogden, van staatswege werden omgebracht. Andere staat, vergelijkbaar staatsgedrag.

Achter de voortdurende protesten ligt nog steeds hetzelfde verlangen naar een eind aan de onderdrukking, meer vrijheid, meer rechtvaardigheid. De revolutionaire gebeurtenissen begonnen al in juni, toen grote aantallen mensen protesteerden tegen de via fraude verkregen en met onderdrukking kracht bijgezette overwinning van Ahmedinejad  bij de presidentsverkiezingen. De protesten van gisteren laten zien dat een flink deel van de bevolking daar nog steeds geen vrede mee heeft, en zich door geen traangas en politieknuppels laat afschrikken.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers