Kirgizië: achtergronden van het geweld

15 juni, 2010

Het centraal-Aziatische land Kirgizië maakt de afgelopen dagen een akelige geweldsgolf mee. Gevechten, aanvalllen vanuit de ene bevolkingsgroep op mensen, huizen, winkels van de andere bevolkingsgroep, vermoorde mensen,m gewonde mensen, vluchtende mensen. Het zijn het soort taferelen die we kennen uit eerdere uitbarstingen van geweld – in Centraal-Azië, de Kaukasus, de Balkan. Er zijn veel slachtoffers: minstens 170 doden,  1.762 mensen die gewond raakten, zo zegt het ministerie van informatie van Kirgizië. Volgens het Rode Kruis zijn 80.000 mensen naar buurland Oezbekistan gevlucht.

Wat zijn de achtergronden van deze verschrikkingen? Berichtgeving spreekt over etnisch geweld tussen Kirgiziërs en Oezbeken, allebei bewoners van Kirgizië. Het begin van het geweld is nog onduidelijk: ruzie in een casino, rivaliteit tussen criminele bendes vanuit beide bevolkingsgroepen. Vergelijkbare conflicten leidden eerder ook al tot geweld. In1990, toen Kirgizië nog nèt deel uitmaakte van de Sovjetunie, kostte een soortgelijke uitbarsting. Dat kostte toen meer dan 200 mensen het leven. Net als nu vond het geweld toen plaats in de stad Osh.

De etnische spanningen hebben historische en sociaal-economische wortels. Het is om te beginnen niet juist om van een eeuwenoud nationaal conflict te spreken. Correspondent Bruce Pannier legt op de website van Radio Free Europe uit hoe de regio waar Kirgizië deel uitmaakt, was ingedeeld in een emiraat en twee zogeheten khanaten. In die traditionele politieke verbanden woonden mensen van allerlei bevoklkingsgroepen. “(N)iemand zou ziochzelf hebben aangemerkt als Kirgies, Oezbeek, Tasjik. Ze zouden zich eerder hebben geïdentificeerd als iemand van het khanaat Khokand  of het Emiraat van Buh khara of  wat ook.”

Na de Russische revolutie, en vervolgens de vorming van de Sovjetunie op de ruïnes daarvan (mijn interpretatie, niet die van Pannier:-) ), werd de regio ingedeeld in een reeks republieken waarvan Kirgizië er één was. Met het grote aantal etnische groepen – 80 alleen al in Kirgizië – die aan verschillende kanten vabn de grenzen woonden – was daarmee een recept voor rivaliteiten gegeven. Onder de Sovjetnunie maakte dat nog weinig uit: de republieken hadden nauwelijks zelfstandigheid, de grenzen waren vooral administratief van aard, weerstanden vanuit de bevolking tegen machthebbers richtten zich vooral tegen het centrum, de Russische overheersing vanuit Moskou. Van  onderlinge spanningen was weinig te merken. De machthebbers, georganiseerd via de Communistische partij, behandelden Centraal-Azië als een kolonie die grondstoffen leverde waar de Russische wapenindustrie en de export voor harde valuta wel bij voer, terwijl de bevolking straatarm was en bleef.

In de nadagen van de Sovjetunie veranderde er iets. De regionale partije-elites gingen streven naar meer zelfstandigheid voor hun republieken, en stookten nationalistische vuurtjes op. Nu werd het opeens wél relevant dat er in Krigizië ook Oezbeken woonden en dergelijke. Nu kwam de deur naar spanningen tussen de bevolkingsgroepen open te staan. Aljazeera noemt niet alleen de uitbarsting van 1990 tussen Oezbeken en Kirgiezen, maar ook een drietal andere botsingen in Kirgizië en buurland Oezbekistan, tussen Oezbeken en Meshketen, tussen Oezbeken en Tazjieken, tussen Tazjiken en Kirgiziërs.

Voedingsbodem voor het geweld vormt zonder enige twijfel de schrijnende armoede in Kirgizië en haar buurlanden. Voeg daarbij een staat die doordrenkt is van corruptie, de opkomst van criminlele netwerken, de rol van de regio in de internationale drugshandel (opium-leverancier Afghanistan ligt in de buurt), en je krijgt een beeld van een gebied waar groepen mensen elkaar al gauw met hand en tand bevechten om beperkte economische voordelen, en waarop van staatswege de greep beperkt is. Een georganiseerde zelfbewuste traditie om van onderop gezamenlijk, over de grenzen van bevolkinsgroepen heen, zich in te zetten voor solidariteit en bestaansverbeteringen, tegenover de belangen van rijken en machthebbers, ontbreekt vrijwel volledig. Wat zich aandient als links, is in de hele voormalige Sovjetunie vrijwel fataal besmet wegens de associaties die alleen al het woord  ‘socialisme’ oproept met het terecht gediskrediteerde  stalinistische verleden.

Dat het geweld in Kirgizië zo langs etnische lijnen loopt, heeft ook economische achtergronden.  Kirgiziërs waren traditioneel nomadisch. Oezbeken waren vooral gevestigde boeren. Vandaaruit hebben flinke aantallen Oezbeken zich klaarblijkelijk een plek als middenstander, als ondernemer, verworven, en zijn redelijk welvarend geworden. Dat wekt de afgunst van veelal straatarme Kirgiziërs. Het etnische conflict heeft dus dimensies van een klassenconflict. “Tegelijk voelden Oezbeken zich ondervertegenwoordigd bij de overheid, zowel op nationaal als op lokaal niveau”, zo vertelt Nu.nl op basis van wat Alexander Cooley, deskundige wat betreft Centraal-Azië en professor op de COlumbia Universiteit in New York, uitlegt aan de New York Times.

Natuurlijk moeten we uitkijken met de generalisaties die hier op de loer liggen: dat Oezbeken oververtegenwoordigd zijn in de middenstand en het zakenleven, dat relatief veel winkeliers en zakenlieden Oezbeek zijn, is één ding. Maar dat kun je dus niet omkeren: je kunt niet zeggen dat veel Oezbeken zakenlieden zijn, enkel omdat veel zakenlieden Oezbeek zijn! Cijfers maken dat een beetje duidelijk. Vijftien procent van de 5,5 miljoen mensen in het land zijn Oezbeeks, in Osh is het zelfs 50 procent. Het is niet aannemelijk dat de helft van de stadbevolking van Osh uit welgestelden bestaat. Oezbeken zijn bepaald niet allemaal bedrijfseigenaar, en al helemaal niet welvarend.  Maar het heeft er wel veel van weg dat het geweld deels een botsing is tussen arme Kirgiziërs en iets minder arme Oezbeken – of Oezbeken die gezíén worden als iets minder arm. Er zijn intussen aanwijzingen dat de Oezbeken momenteel als groep verdreven worden door Kirgizische gewapende groepen, en dat groepen hetzij gesteund worden door soldaten, hetzij wapens hebben bemachtigd uit een legerdepot zoals The Independent bericht, hetzij allebei.

Een tweede factor die het geweld aanjaagt heeft met recente politieke ontwikkelingen te maken. In april kwamen mensen in Kirgizië in opstand tegen het autoritaire bewind van president Bakiev – die in 2005 via een opstand aan de macht was gekomen. Nu was het zijn beurt om verdreven te worden in een zeker zo heftige volksopstand. Aanleiding was volkswoede over verhoging  van energieprijzen, en weerstand tegen censuur en onderdrukking van meningsvrijheid en oppositie-activiteit. De opstand had elementen van democratisch verzet, en van klassenstrijd. Het was een soort van revolutie.

Maar de politici aan het hoofd ervan waren soortgenoten van de machthebbers die door de opstand verdreven werden. Al snel was het van hetzelfde laken een pak: inperking van vrijheden, uitstel van bekloofde verkiezingen, een referendum waarin mensen tegelijk voor of tegen verlenging van het presidentschap van de nieuwe machthebber én voor of tegen een nieuwe grondwet mogen gaan stemmen. Dat laatste betekende dus dat je niet tegelijkertijd voor de nieuwe grondwet en tégen de huidige president kunt stemmen, maar alleen voor of tegen allebei tegelijk. De armoede en corruptie bleven feitelijk onaangetast.

Dat opende de weg voor aanhangers van de verdreven president om te blijven stoken. Deze Bakiev kwam uit het zuiden van het land, en haaft daar nog steeds steun – met name onder de Kirgisische bevolking. Oezbeken stelden juist meer hun hoop op de nieuwe regering. Er zijn dan ook stevige aanwijzingen dat pro-Bakijev-lieden het huidige geweld aanjagen, om de nieuwe machthebbers het leven zuur te maken. “In Aravan bijvoorbeeld nam Shamil Artykov, een door Bakijev benoemdd iemand die in april verdreven was, op 12 juni opnieuw de controle over het plaatselijke bestuur over met de hulp van  een groep gewapende aanhangers”, aldus berichtgeving van Eurasia.net.  De afgelopen maanden kwam het al herhaaldelijk voor dat  om dit soort redenen grote groepen mensen tijdelijk bestuursgebouwen bezetten, om daar vervolgens weer uit verdreven te worden. Nu heeft dit gestook dus een extra duidelijke etnische dimensie gekregen.

De crisis in Kirgizië heeft internationale dimensies. Er is het buurland Oezbekistan, een keiharde dictatuur. Autoriteiten gooiden de grens alweer dicht: “we hebben geen plek om ze onderdak te brengen en geen capaciteit om ze op te vangen”, aldus de vice-premier van het land. Er is Rusland, altijd reuze bezorgd vanqwege de stabilitait dichtbij haar grenzen, maar tegelijk niet erg happig om militairen te sturen in een onduidelijk en ongrijpbaar gewapend conflict. Er is de VS dat gebruiksrechten voor een militaire basis in Kirgizië huurt – een basis die belangrijk is voor de Amerikaanse oorlogvoering in Afghanistan. Rivaliteit tussen VS en Rusland speelde trouwens eerder al een rol in het lansd. De vorige president bakijev had Rusland beloofd dat het de Amerikaanse basis zou sluiten, maar kwam daarop terug toen de VS een hogere huur voor de basis bood. Daarop verhoogde Rusland de prijzen voor energieleveranties aan Kirgizié, hetgeen aan de onvrede bijdroeg die de omverwerping van Bakijev’s bewind hielp aanjagen. Hoe dit soort rivaliteiten nu gana uitpakken is voornamelijk speculatie. dat VS, Rusland en/of Oezbekistan, als ze ingrijpen, dat niet uit onbaatzuchtige bekommernis met de lijdende bevolking zullen doen, mag duidelijk zijn. Ieder idee dat zoiets een echte oplossing biedt, dient hardnekkig bestreden te worden.

De hoop komt uit een heel andere hoek: uit tradities van solidariteit die er in Kirgizië wel degelijkk bestaan, al vinden ze, zoal;s aangegeven, veelal geen expliciet-politieke uiting. Een Kirgizische vrouw, aan het woord gelaten in een artikel van het Institute for War & Peace Reporting van 11 juni,  zegt: “Het conflict is georkestreerd. Ons blok is multi-etnisch, en ik ben al bij mijn Oezbeekse buren wezen kijken om ze te vertellen dat ze naar mijn flat moeten gaan als er enig gevaar is. We verbergen ze als het nodig is.” Het zijn machthebbers die mensen uiteendrijven naar gelang het ze uitkomt. Gelukkig zijn er dan mensen die dwars tegen de haat in, onder moeilijke omstandigheden, toch weer voor elkaar blijven opkomen.

Advertenties

Kirgizië: volksopstand, noodtoestand, verder….

7 april, 2010

In Kirgizië is een volksopstand uitgebroken, met revolutionaire trekken. Vijfduizend betogers in de hoofdstad Bisjkek gingen de straat op om het vertrek van president Bakijev te eisen. Een groep  bezette het gebouw van de staatstelevisie, een andere groep probeerde met een kennelijk veroverde pantserwagen het regeringsgebouw te rammen. Het zijn gebeurtenissen die doen denken aan 5 oktober 2000 in de Servische hoofdstad Belgrado, toen een revolutie een einde maakte aan het bewind van president Milosevic .

De politie probeerde de demonstranten te bedwingen met traangas, rubberkogels en waterkanonnen. Inmiddels heeft de president de noodtoestand afgekondigd. Er zouden al 12 dode demonstranten zijn, er wordt gesproken van scherpschutters op de daken. Maar het ordehandhaven lukt niet bijzonder. Berichtgeving spreekt over demonstranten die zelf kalasjnikovs hebben. De minister van binnenlandse zaken is omgekomen, demonstranten hebben de vice-premier in gijzeling genomen. Ook in andere steden zijn betogingen. Dit alles baseer onder meer ik op artikelen van de NRC, van de Volkskrant en van Aljazeera van vandaag. Volkskrant en NRC hebben ook videomateraal.

De opstand in Bishkent volgt op botsingen gisteren in Talas, in het noordwesten van het land. Daar demonstreerden enkele duizenden mensen. Ze bezetten een provinciaal bestuursgebouw zonder dat poltie dat verhnderde; later  verdreef de oproerpolitie ze, maar de actievoerders kwamen na korte tijd terug in het gebouw. De menigte zou doodleuk zef een interim-gouverneur en -vice-gouverneur hebben aangesteld. De opstand in Talas, waarover Radio Free Europe en de New York Times berichtten,  begon nadat het bericht ging dat een oppositieleider was pgepakt nadat hi toestemming had gevraagd bij de autoriteiten om de volgende dag voor een manifestatie. Afgelopen 24 uur pakten agenten een aantal oppositieleiders op, de acties van vandaag werden verboden. Dat laatste hielp niet, en de arrestaties hebben kennelijk de felheid van het protest eerder vergroot.

De golf van opstandigheid in Kirgizië, waar ik trouwens al eerder over schreef, heeft meerdere ooraken. mensen zijn kwaad op de president die familieleden op hoge posities benoemt. mensen zijn kwaad vanwege het autoriteite re karakter van zijn bewind, met arrestaties van oppositiefiguren en het blokkeren van internetsites als tekenen daravan. Maar de woede heeft ook sociale en economische wortels. de energieprijzen zijn fors verhoogd, hetgeen het levenspeil van toch al tamelijk arme mensen bedreigt. We zi dezer dagen een opstand tegen onderdrukking, maar tegelijk ook tegen van hogerhand opgelegde  verarming. Dat geeft de gebeurtenissen een diepere, revolutionaire lading dan enkel het zoveelste protest van oppositiegroepen tegen repressie en gebrek aan democratie. Dat oppositieleiders het, als dee opstand ze aan de macht helpt komen, veel democratischer zouden doen dan de huidige machthebbers valt trouwens te betwijfelen. Die zijn zelf ook aan de macht gekomen op de golven van een vergelijkbare opstand vijf jaar geleden: de zogeheten Tulpenrevolutie van maart 2005.

Maar dit soort protesten hebben een neiging om uit de hand te lopen, zeker als de volkswoede zulke diepe sociale wortels heeft. je ziet dat ook nu. De Volkskrant-berichtgeving spreekt over “groepen in het zwart gehulde jonge mannen”, en merkt over de bestormers van het regeringsgebouw – mensen met kalashnikovs – op: “Het leek alsof zij zonder leiders handelden, sommigen waren dronken.” Dit is meer dan een keurige fluwelen revolutie die de ene groep politici enkel door een andere wil vervangen.

Er is een internationale dimensie aan de gebeurtenissen die niet vrij is van enige ironie. De hogere energieprocessen zijn een gevolg van hogere accijnzen die Rusland aan Kirgizië berekent voor export van gas en benzine. Volgens een artikel op Eurasianet.org zou dit een vergelding zijn: Rusland had Kirgizië in 2009 steun beloofd, en Kirgizië zou in ruil daarvoor de Amerikaanse basis in het land – niet zo ver van Afghanistan, en daarmee van groot strategisch gewicht voor de VS – sluiten.  Maar de president van Kirgizië heeft dat tot nu toe niet gedaan. ook zou Rusland boos zijn omdat Kirgizische handelaars goedkope olieproducten in Rusland pkopen om die buiten dat land duur te verkopen.

Als dit inderdaad waar is, dan is de Kirgizische revolutie die nu gaande is, mede een gevolg van Russische economische druk op het Kirgizische bewind. De ironie is dat dit soort protesten precies een verschijnsels zijn waar de Russische autoriteiten bang voor zijn. De kans is groot dat veel boze demonstranten de Russische machthebbers – die, als het genoemde artikel juist ismet die hogere accijnzen dus bijdragen aan armoede en daarmee aan onvrede – bepaald niet als vriend zullen verwelkomen.

Dat een succesvolle opstand tot een regering leidt die wél doet wat Rusland wil, is helemaal geen uitgemaakte zaak. Sowieso is machtswisseling via straatacties de Russische machthebbers doorgaans een gruwel. En intussen kijken mensen in autoritaire en pro-Russische staten in de regio ongetwijfeld zeer belangstelling toe hoe dit allemaal af gaat lopen – evenals mensen in Rusland zelf. Maar ook in de VS zal er weinig vreugde bestaan: ‘onstabilitei’, vrijwel op de stoep van een belangrijke militaire basis, is voor het Witte Huis ook meestal niet echt een wensdroom.

Hoe dit af gaat lopen? Moeilijk te zeggen. Gaat het de machthebbers lukken om de protesten neer te slaan? Het lijkt me twijfelachtig, omvang en felheid van de betogingen zullen dat moeilijk maken. En ook als het lukt, dan zal dat de onderhuidse woede niet wegnomen. Volgende uitbarstingen ervan liggen dan voor de hand.

Als de protesten tot de val van het bewind leiden, zien we in feite iets soortgelijks als in 2005. De vraag is dan of het off oppositiegroepen en hun leiding lukt om de demonstranten – aan wie zij nu hun positie ontlenen – naar huis te sturen en zelf hun gewone, burgerlijke en waarschijnlijk ook weer vrij autoritaire macht te vestigen. Met zoveel volkswoede op straat, met betogers die, dronken of niet,  ‘zonder leiders’  lijken  op te treden, zou dat wel eens lastig kunnen worden. Juist ook dáár zien een hoopvolle, revolutionaire dynamiek aan het werk.


Revolutie in Kirgizië?

17 maart, 2010

In Bishkek, de hoofdstad van het centraalaziatische land Kirgizië vond vandaag een stevige protestmanifestatie tegen de regering plaats. Vijfduizend mensen voerden hier actie, zowel tegen stijging van energietarieven als tegn onderdrukking van democratsche vrijheden. Trouw maakt er kort melding van.

De gebeurtenissen vallen om enkele redenen op. Het gaat om vrij omvangrijke protesten: vijfduizend, in een land met ruim vijf miljoen inwoners, en een hoofdstad waarin iets minder dan 600.000 mensen wonen, is niet klein. Het gaat ook om een reeks grieven die pittig zijn. Radio Free Europe noemt ze  op: vrijlating van alle politieke gevangenen, het verwideren van afmilieleden van president Bakijev uit regeringsposten, het terugdraaien van privatiseringen van andelen in onder meer Kyrgistan Telecom,  het verlagen van energietarieven, het ontslaan van de zoon van de president als baas van een staatatsagentschap voor ontwikkeling, investeringen en innovatie, plus afschafing van dit agentschap, het stoppen van het onderbreken van uitzendigen van Radio Free Europe, en het stopzetten van grondwetswijzigingen die volgens oppositiekrachten de macht van de president versterken.

Een heel scala van grieven, zowel gericht tegen aantasting van de levenstandaard als tegen gebrek aan vrijheid en de presidentiële macht die ook nog eens zijn familieleden aan hoge baantjes hielp. Oppositiepartijen voeren het protest aan, en ambities van leiders van die partijen spelen ongetwijfeld een rol. maar het soort van eisen, plus de opkomst, wijzen erop dat hier meer  naar boven komt dan enkel de wil van de enoe politieke partij om de mooie baantjes van de andere partij over te nemen via straatactie.

Het protest – en ook dat is veelbetekenend – richt zich tegen een president die zelf op de golven van eerdere straatprotesten president is geworden. Dat gebeurde in 2005. Toen waren dubieus verlopen parlementsverkiezingen aanleiding voor grote aantallen mensen om langdurige n felle protesten te houden. In het zuiden van het land leiddendie tot het opkomen van alternatieve, door opo positiekrchten geleide machtsstructuren. Een artikel op Eurasianet.org op 22maart 2005 sprak zelfs over een “scenario van ‘dubbele macht'” . Op 24 maart bestormden betogers het president van de president. Hij nam de benen.

Dat was het hoogtepunt van de reeks gebeurtenissen die een einde aan het presidentschap van Askar Akayev maakten. De  machtswisseling kwam bekend te staan als de Tulpenrevolutie, en was één van de omwentelingen in Oost- en Zuidoorsteuropa en Centraalazië die allemaal een eigen kleur of bloem als merknaam kregen. Oekraine kende in december 2004 de Oranje revolutie. Georgië had in 2003 al haar Rozenrevolutie meegemaakt.

Beide omwentelingen zagen een combinatie van volksprotest tegen verkiezingsfraude enerzijds, en een pro-Westerse groep politici die de volksprotesten aanstuurde om  de machthebbers te vervangen. Op de achtergrond speelde de invloed van pro-Westerse, op doorvoering van vrije-markstpolitiek, nauwere banden met de VS en een politiek bestel in Westerse stijl gerichte NGOs, en ook financiële en diplomatieke middelen, een rol. Dat hielp enerzijds in Oekraine en Georgië enerzijds dat de omwentelingen mede aan een overwinning. Maar juist het neoliberale belid leidde al heel snel tot teleursteloling onder delen van de bevolking, aan wiens acties de nieuwe machthebbers hun posities hadden te danken. En heel veel democratischer bleken die nieuwe machthebbers ook al niet te zijn. Shaakashvili bijvoorbeeld, de president van Georgië,  liet ordetroepen hard optreden toen demonstranten tegen zijn macht protesteerden.

De ‘Kleurenrevoluties’ gaven wellicht even wat kleur en bloemenpracht aan het straatbeeld. Maar met werkelijke revoluties hadden ze weinig te maken, afgezien van de symboliek. Het verschijnsel ‘Kleurenrevolutie’ wordt geanalyseerd door Dragan Plavsic in het nuttige en door mij geraadpleegde  “Manufactureded Revolutions?”, in nr. 107 van International Socialism Journal, juni 2005. Daarin komen ook de gebeurtenissen in Kirgizië aan de orde.

In Kirgizië zagen we inderdaad eenzelfde dynamiek. Ook daar speelden pro-westerse krachten – en geldstromen een rol. Maar ik heb de indruk dat het scenario daar tenminste gedeeltelijk uit de hand liep. De protesten van 2005 in Kirgizië waren ruwer, kort na de val van de president vond ook nog eens een reeks grondbezettingen plaats van arme mensen die een plek in of bij de hoofstad opeisten. Er was meer een dynamiek van arm tegen rijk, van klassenstrijd, merkbaar. De Tulpenrevolutie kan wat mij betreft gezien worden als een kruising tussen een voorgeprogrammeerde machtsoverbama a la Oranje- en Rozenrevolutie enerzijds – en een échte revolutie anderzijds. Wel was de uitkomst vergelijkbaar: meet the new new boss, same as the old boss, in essentie. Vandaar ook de huidige uitbarsting van onvrede.

De huidige protesten versterken die indruk. Kennelijk is het actievoeren voor sociale en democratische eisen eeeen patroon, een traditie, geworden in Kirgizië. Oppositieleiders zullen ongetwijfeld proberen het huidige straatprotest te kanaliseren om hun eigen ambities te doen zegevieren. Als betogers erin slagen om hun strijd in eigen hand te houden of te krijgen, als ze hun eigen organisaties op gang krijgen en in hun hun greep weten te houden – dan is er méér mogelijk dan een herhaling van de gebeurtenissen van 2005.