Professor Dijkhuizen heeft het mis

20 september, 2012

donderdag 20 september 2012

Professor Dijkhuizen, opperbaas van de landbouwuniversiteit Wageningen, heeft gesproken bij het begin van het academisch jaar, eerder deze maand. Dierenwelzijn of niet, milieubehoud of niet, we hebben méér intensieve landbouw nodig, niet minder, vindt hij. Als we de landbouw -en met name ook de veehouderij – niet inrichten zoals dat uin Nederland gebeurt, zal het niet mogelijk zijn een snelgroeiende wereldbevolking van voedsel te voorzien. Diervriendelijke veehouderij bijvoorbeeld kost teveel ruimte en brengt te weinig. Leve de megastallen derhalve, al zegt Dijkuizen dat niet letterlijk, en al pleit hij ook voor het terugdringen van bestrijdingsmiddelen en dergelijke. Maar toch. Het is een misleidend en gevaarlijk pleidooi, op meerdere gronden die her en der al aandacht hebben gekregen. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

China: protesteren met opvallend succes

1 augustus, 2012

woensdag 1 augustus

Onderstaand artikel schreef ik voor Doorbraak waar het – voorzien van plaatjes en een paar extra links – ook te vinden is.

China is een land met forse economische groei. China is tegelijk ook een land met explosieve sociale tegenstellingen, die hard worden uitgevochten. DE groei valt momenteel, als onderdeel van wereldwijde crisis, terug. De tegenstellingen worden daarmee nog explosiever. Degenen die de gevolgen van de groei-inspanningen moeten ondergaan, de mensen die de groei met hun laagbetaalde arbeid mogelijk maken of gevaar lopen door vervuiling die met investering gepaard gaan, laten niet bepaald over zich lopen. Die strijd is fel – en herhaaldelijk opvallend succesvol. Lees de rest van dit artikel »


Hoe GroenLinks de solidariteit en het milieu helpt slopen

29 mei, 2012

dinsdag 29 mei 2012

Okay, nog één keertje GroenLinks, en dan hou ik er eventjes over op. Maar het is ook allemaal niet helemaal niks, die steun voor verwerpelijk asociaal milieuverziekend beleid die deze partij ten tonele spreidt. GroenLinkse verdedigers van het infame vijfpartijenakkoord kunnen daarbij hameren op twee zaken. Ze kunnen zeggen: sommige voorgenomen bezuinigingen die de gedoogcoalitie van plan was, zijn geschrapt, (mede) door onze inzet. En ze kunnen zeggen: mede dankzij ons staan er nu een paar maatregelen in die gunstig zijn voor het milieu. Bescherming tegen dreigend onheil, plus dorvoering van heilzame zaken, dat zijn de pijlers waarop Saps verdediging van het akkoord berust. Beide pijlers verdienen het om te worden doorgezaagd, of liever nog, opgeblazen. Lees de rest van dit artikel »


Natuur is geen product

12 februari, 2012

zondag 12 februari 2012

Natuurbescherming, natuurbeheer, natuurbehoud, natuurbeleid, het zijn zaken die in dezelfde hoek liggen als zorg, onderwijs, cultuur en dergelijke. Ook het natuurbeleid heeft last van forse bezuinigingen. Die worden ingegeven door de jacht op geld van dit kabinet, maar ook door de rancune van mensen die alles wat niet meteen snel geld, prestige of roem oplevert, overbodig vinden – vooral als het om zaken gaat die geassocieerd kunnen worden met ‘links, ‘geitenwollen sokken’ en meer van zulke clichés. De natuur moet kapot, vanwege bezuinigingen én vanwege een vandalistische minachting voor mooie maar niet perse lucratieve dingen. De natuur moet hiertegen verdedigd worden. Het gaat om het opkomen van planten en dieren en hun gemeenschappen die in zichzelf een waarde vertegenwoordigen. Het gaat hier ook om het verdedigen van schone lucht en water, om voorwaarden die het menselijk bestaan bepalen. En het gaat om iets moois, iets waar wij – maar ook de mensen die na ons komen – van genieten. Niemand heeft het recht de natuur te slopen. De waarde ervan is te groot, en onvervangbaar. Lees de rest van dit artikel »


Opiniecijfers kernenergie vreemd weergegeven

16 april, 2011

zondag 17 april

Grappig is het. Op de dag dat er, voor het eerst sinds lange tijd, weer eens een verheugend flink aantal mensen actie voeren tegen kernenergie, worden een paar interessante opiniecijfers bekend. Die laten een verschuiving van standpunten zien, een groei van het aantal mensen dat tegen nucleaitre energie is. dat is na de kernramp in Fukushima ook niet zo vreemd. Het grappige zit’em in de weergave van dit nieuws via koppen in mediaberichten. Die bagatelliseert de omvang van het aantal tegenstanders, en de groei van dat aantal. Helemaal toevallig lijkt me dat niet.

Lees de rest van dit artikel »


Borssele, Barendrecht, Gorleben

4 november, 2010

Slecht en goed nieuws van het milieu-actiefront in Nederland deze week. Tegelijk belangrijke gebeurtenissen op handen op dit gebied in Duitsland. De wachtwoorden zijn: Borssele, Barendrecht en Gorleben.

Eerst Borssele. Plannen om daar een nieuwe kerncentrale te bouwen maken voortgang, en dat is slecht nieuws. Het bedrijf Delta, nutsbedrijf in Zeeland, wil in zee met het Franse staatbedrijd EdF. Dat is wereldwijd de nummer één wat betreft kerncentrales. De kosten van het ding gaan tussen de 4 en 5 miljard bedragen.PLannenmakers hopen dat de overheid het afgeven van vergunningen gladhes laat verlopen, Delta hoop dan dat in 2018 de kerncentrale open kan. van de nieuwe regering kan steun verwacht worden: in het regeerakkoord s wordt groen licht gegeven voor kerncentrales.

Het is een heilloos plan: kerncentrales zijn en blijven ondingen. Het zal waar zijn dat er qua veiligheid veel is verbeterd sinds de jaren van Harrisburg en Tsjernobyl. De kans op een ongeluk blijft echter, en gezien het sóórt kwaadaardigheid dat dan in lucht en water koms is zelfs een kleine kans nog te groot. Er is nog steeds het afval dat ergens heen moet, een griezelig tikkende tijdbom waarvan niemand echt kan garanderen wat voor effect dat op langere termijn heeft. Het is een dure vorm van energie-opwekking: overal gata daar, openlijk of verkapt, een flinke lading staatssubsidie bij. Kernenergie zou noioit van de grond gekomen zijn  als het geen bijproduct was van wara het dat andere nucleaire gevaar: kernwapens. En het is géén durzame energie-opwekking: de wereldwijde uraniumvoorraad raakt een keer net zo op als de olievoorraad. In de jaren tachtig zag je vaak buttons met “kernenergie? nee bedankt”. het wordt tijd die buttons, of aangepaste versies, te voorschijn te halen en ons voor te bereiden op het soort actie dat in de jaren tachtig de opmars van kernenergie effectief heeft tegengehouden: demonstraties, gecombineerd met allerhande directe actie, met name blokkades.

Dat het mogelijk is om door protest en verzet resultaten te boeken, is niet alleen een historisch feit waarvoor we naar de jaren tachtig moeten teruggrijpen. Precies vandaag maakte minister van ewconomische zaken, Verhagen, bekend dat het kabinet afziet van de opslag van CO2 in Barendrecht. Opslag van CO2 is , naast kernenergie, één van de schijn-oplossingen van het klimaatprobleem. het idee is dat als CO2 ergens wordt opgeborgen, het dan niet meer bijdraagt aan het broeikaseffect. Dat zou dan betekenen dat groei van CO2-productie in industrie en energievoorziening niet meer zo erg is: het spul kan immers opgeruimd worden. Daarmee gaat een stuk motivatie voor energiebesparing en schonere energie-opwekking verloren. Hoe veilig die CO2-opslag is, dat is nog maar helemaal de vraag, en hoeveel het gaat kosten ook. Wat gebeurt er op den duur mee? Komt het vroeg of laat toch weer naar buiten, en in welke vorm? Ik kan me levendig voorstellen dat  mensen een zeer ongemakkelijk gevoel krijgen van zulke opslag achter hun woning.

Precies zoiets vonden veel mensen in Barendrecht, waar zo’n opslag gepland was, dus ook. Ze voerden campagne en lieten zich gelden. Het NOS-journaal zie om acht uur vanavond dat maar liefst negentig procent van de bevolking tegen de opslag was. Natuurlijk liepen motieven door elkaar. Er was bezorgdheid over veiligheid – en terecht – , maar ook zorg voor dalende huizenprijs speelt een rol. Hoe dan ook: het protest had effect, zoals Verhagen in zijn motivaittie van het besluit om af te blazen ook erkent. Hij noemt, naast de vertraging die het project al; heeft opgelopen, “het volledig gebrek aan lokaal draagvlak” als reden.

Les voor milieu-activisten in strijd tegen staat en grote bedrijven:  werk, met voorlichting en actie, stelselmatig toe naar een “volledig  gebrek aan lokaal draagvlak”. In dit geval was de tegenstander er éénthjje van formaat: de regering wilde Shell deze opslag laten bouwen. Conclusie: winnen is mogelijk, zelfs  tegenover machtige tegenstanders -maar om te winnen is volharding nodig, gecombineerd met brede steun. Deze mooie afloop is een aanmoediging aan bewonders van andere plekken waar eventueel zo’n opslag gepland gaat worden.

Volharding is iets waar strijders tegen kernenergie in Duitsland bepaald geen gebrek aan hebben. Daar nadert een nieuwe confrontatie, nu er een reeks kerntransporten op de agenda staat. Dat gaat van het Franse Le Hague naar de opslagplek in Gorleben. Aan de grens tussen Frankrijk en Duitsland komt actie. De autoriteiten hebbben al aangekondigd dat ze blokkadepogingen en dergelijke zullen tegenwerken. Of  het gezag greep houdt op de veelheid van acties die op stapel staan, is nog maar de vraag. Bij eerdere  kerntransporten naar Gorleben hebben actievoerders laten zien dat ze over een scala van tactieken – vastketenen aan de soorrails, beweeglijke groepen demonstranten die op steeds wisselende pklekken blokkades van het spoor wisten op te zetten – beschikken.

Ik heb er alle vertrouwen in dat ook nu het kerntransport stevig gedwarsboomd zal worden, en dat daarmee de financiële én politieke prijs om kernenergie door de stromt van de bevolking geduwd wordt, verder omhooggejaagd gaat worden. Daarmee geven actievoerders dan tevens een goed voorbeeld waar komende acties – tegen kernenergie in Borsele, tegen CO2-opslag waar dan ook – hun voordeel mee kunnen doen.


Komende klimaatflop Kopenhagen, en de noodzaak van een radicaal antwoord

19 november, 2009

Van de ‘verandering’ die Obma in zijn verkiezingscampagne vorig jaar beloofde, komt niet zeer veel terecht. Dat is, een jaar na zijn verkiezing tot president, inmiddels duidelijk. We zien dat bijvoorbeeld aan zijn eigen erkenning dat de sluiting van het gevangenenkamp Guantanamo Bay niet binnen de door hemzelf beloofde termijn zal plaatsvinden. Ook op een ander punt waar Obama veel stevige woorden aan wijdde, loopt de zaak bepaald stroef. Dat punt is het klimaat – met gemak het belangrijkste vraagstuk waar de mensheid mee te maken heeft.

“De Amerikaanse president Obama en andere wereldleiders hebben vastgesteld dat er op de klimaattop in Kopenhagen, vanaf 7 december, geen wettelijk bindend akkoord komt”, meldt Trouw. Verderop in het stuk zien we één van de redenen: “Obama, op rondreis door Oost-Azië, betoogde daar enkele maanden extra nodig te hebben om Amerikaans klimaatbeleid door het Congres te loodsen.” Ik ben niet verbaasd. Obama heeft het immers veel te druk met overleggen of hij 10.000, 20.000 of wellicht 60.000 extra militairen naarde hopeloze oorlog in Afghanistan zal sturen. Dat gaat, als je de grootste mogendheid bent en wilt blijven, vanzelfsprekend vóór. En intussen komt de catastrofe die het op hol slaande klimaat teweeg brengt, steeds dichterbij. De protesten die rond de Klimaattop zullen plaatsvinden, en waartoe in Nederland onder meer de Internationale Socialisten oproepen, zijn zeer terecht.

Ik ga hier niet uitvoerig uitleggen dát, en hóé, menselijk handelen dat klimaat op hol helpt slaan. Ik ga de sceptici op dat punt hier niet overtuigen. Ja, er kan twijfel bestaan over hoe groot de rol van CO2-uitstoot vanwege vervuiling door industrie, auto- en vliegverkeer is, welke rol ontbossing speelt, en welk deel van de temperatuurstijging ana deze vormen van economische ontwikkeling kan worden toegeschreven.

Er zijn vragen over de impact van natuurlijke factoren op het klimaat, met name zonne-activiteit. Onderzoek en discussie daaromheen dienen natuurlijk in alle ernst en openheid te worden voortgezet. Maar dát de huidige vorm van economische ontwikkeling en het bijbehorende  patroon van energieverbruik het klimaat op hol helpt slaan, dat lijkt me niet aan serieuze twijfel onderhevig.

‘Kopenhagen’ en mijnheer Obama gaan ons niet tijdig redden, dat wordt steeds duidelijker. En we kunnen ook niet gaan wachten op een vólgende topconferentie, of op andere, maar soortgelijke, politieke leiders. Het is zaak om helder te krijgen hoe de klimaatramp voorkomen, of althans binnen draaglijke perken, gehouden kan worden. Dat vereist een fundamentele breuk met de huidige maatschappelijke orde.

Laten we het eens stap voor stap bekijken. Het probleem is: broeikasgassen inde atmosfeer, met name C)2. Hoe meer CO2, hoe meer warmte de atmoisfeer vasthoudt, hoe meer de gemiddelde temperatuur op den duur stijgt, met alle nare gevolgen van dien. Dat CO2 komt uit fabrieken, auto’s, vliegtuigen, noem maar op. Oplossing één is dan ook: ontwikkel schone productietechnieken, zodat er veel minder CO2 uit de schoorsteen en de uitlaat komt.

Probleem: dat kost geld. Doet bedrijf één het wel, en bedrijf twee niet, dan is bedrijf twee een vijand van het milieu. Maar bedrijf één is een dief van de eigen portemonnee. In een economie waarin bedrijven elkaars concurrenten zijn, gaat dat laatste vóór. Bedrijven zullen daarom niet uit zichzelf de extra kosten voor schone technologie gaan ophoesten. Daar zullen ze toe moeten worden gedwongen.

Daarom kijken veel mensen naar de staat om een oplossing af te dwingen. De regering moet bedrijven domweg verplichten tot de invoering van schone technologie. Dan heeft geen enkel bedrijf voor- of nadeel ten onzichte van andere bedrijven, dan krijgen bedrijven geen concurrentievoorsprong of achterstand vanwege hun milieubeleid.

Maar daarmee verschuift het probleem naar een hoger niveau. Want regeringen behartigen doorgaans het belang van de economie -in essentie: van de bedrijven van dat land tezamen – tegenover de economiën van andere landen. Tussen staten bestaat ook concurrentie. Als staat  één haar bedrijven dure milieumaatregelen oplegt, en staat twee doet dat niet, dan heeft staat twee kostenvoordeel, én een gunstiger concurrentiepositie.

Daarom zoeken staten zelf ook naar een internationaal akkkoord, zoals eerst Kyoto en nu Kopenhagen. Alleen een bindende afspraak voor in principe alle staten samen, kan bedrijven en afzonderlijke staten ertoe brengen om een serieus klimaatbeleid te voeren. Maar precies omdát al die staten elkaars concurrenten blijven, is het maken van bindende klimaatafspraken tegelijk ook buitengewoon moeilijk – zoals rond Kopenhagen weer blijkt. Landen waarin schonere technologie al een eind gevorderd is, komen daarmee bijvoorbeeld op voordeel te liggen vergeleken bij landen waar die invoering nog goeddeels moet beginnen. Het eerste soort landen heeft immers  de daarvoor benodigde kosten al voor een flink deel achter zich en is relatief goedkoop uit. Het tweede soort landen heeft de meeste benodigde investeringen echter nog voor de boeg.

Zo zien we dat een heel fundamentele eigenschap van de economie een snelle oplossing vn het klimaatprobleem in de weg staat. Die eigenschap is de concurrentie, de wedloop om een zo groot mogelijk marktaandeel te houden, een zo groot mogelijke afzet, tegen zo laag mogelijke kosten, om een zo groot mogelijke winst binnen te slepen. het is de kapitalistische aard van de economie die het wezenlijke obstakel vormt.

Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Er zijn bedrijfstakken waarin juist schone energie wordt ontwikkeld. Hún concurrentiepositie vergt extra aandacht voor het milieubeleid. Er zijn politici die verkiezingen weten te winnen door milieuvriendelijke beloften. Af en toe zetten zij wat stapen in de goede richting, om niet elke geloofwaardigheid te verliezen. Er is de druk van milieubeweging en van kritische wetenschappers, die zich gelukkig niet helemaal laat negeren. maar het gaat allemaal traag, te traag.

En tegenover die druk ten goede staat een enorme druk ten kwade, zélfs als de technologische ontwikkeling in schonere richting gaat. Kapitalistische ontwikkeling is dwangmatige groei. Wie niet meedoet, staat buitenspel, wordt met bankroet bedreigd. Dat betekent meer fabrieken en machines, meer auto’s en vliegtuigen, noem maar op. Dat betekent datde invoering van schonere machines, en bijvoorbeeld ook energiebesparing, op zichzelf niet adequaat is. Als alle auto’s half zoveel CO2 uitstoten, maar er zijn dan twee keer zoveel auto’s, dan is de uitstoot van CO2 nog gelijk gebleven.En het klimaat reageert niet op CO2 per auto. Het klimaat reageert op absolute hoeveelheden CO2, of die nu van 10 auto’s afkomstig is, of van 100 miljoen auto’s. Voor andere vormen van schonere technolgie en voor energiebesparing geldt een soortgelijk probleem.

Dat betekent dat we voorbij de kwantitatieve logica – schonere energie, minder CO2 per auto, energiebesparing – moeten stappen, en een paar kwalitatieve punten moeten maken. Het belangrijkste punt is: we moeten stoppen met CO2-uitstoot. Het doel moet zijn: nul komma nul  extra CO2 in de atmosfeer. Dat betekent ook: het stopzetten van het gebruik van fossiele energiebronnen: olie, gas, steenkool. Jazeker. Stopzetten, nul komma nul procent. Nee, dan kan niet van de ene dag op de andere. Maar dat moet wel de inzet zijn.

Dat doel leidt dan tot een aantal zeer concrete punten. Energie-opwekking uit olie, aardgas en vooral het erg smerige steenkool, dient stopgezet te worden. Milieu-activisten doen er daarom goed aan om kolencentrales te behandelen zoals milieu-activisten rond 1980 kerncentrales behandelden. Dit soort centrales dienen niet te bestaan, de aanbouw van nieuwe kolencentrales verdient grootschalige, maar ook harde actes. De bouw van nieuwe centrales verdient fysieke verhindering met directe acties, zoals menselijke blokkades. Bestaande centrales verdienen een soortgelijke aanpak.

Een tweede punt is autoverkeer.  Dat is een zeer milieu-onvriendelijke vervoersvorm, die onhoudbaar is, ook als de motoren wat schoner worden. Maar zolang regeringen slechts mondjesmaat inzetten op openbaar vervoer, en het bevorderen van fiets- en loopverkeer, zullen mensen – logischerwijs – auto blijven rijden. Zolang regeringen filevorming beantwoorden met méér autowegen, zullen mensen auto blijven rijden. Zolang de maatschappij autorijden behandelt als logisch en aanvaardbaar, zullen mensen auto blijven rijden.

Daarom moeten we tegelijk vechten tegen de huidige automobiliteit, en vóór de alternatieven. Van regeringen moeten we een totale stopzetting van nieuwe wegenaanleg eisen. Geen nieuwe snelwegen, geen nieuwe proviciewegen, geen meter asfalt erbij. Alleen bestaande wegen worden onderhouden, en goed onderhouden.

Deze stopzetteing heeft meteen twee gunstige gevolgen. Er gaat een boodschap van uit: autoverkeer is niet langer vanzelfsprekend, geniet niet langer onbeperkte maatschappelijke steun. En er komt geld vrij, dat anders aan wegenaanleg werd besteed. Dit geld gaat naar het openbaar vervoer, naar fietspaden, naar wandelroutes.

We gaan echter niet wachten tot regeringen deze ommezwaai maken. Klimaatactivisten kunnen zelf iets doen, net als tegen kolencentrales. Wat mij betreft verdient elke aanleg van een nieuwe weg dezelfde behandeling als  in 1982 de aanleg van de weg door het bos Amelisweerd bij Utrecht: stevige, directe actie. Als elke begin van een nieuwe snelweg tegenover duizenden vastberaden mensen komt te staan, die zich aan bomen vastketenen, met grote aantallen op de plek waar de aanleg moet beginnen gaan zitten, als er keer op keer ME wordt ingezet om deze mensen te verdrijven, en lang niet altijd met succes – dan wordt wegenaanleg een duur en politiek onverkoopbaar beleid. Leerzaam en inspirerend in dit verband is bijvoorbeeld ook hoe actievoerders – GroenFront, samen met plaatselijke bewoners, met flinke steun van de SP –  eind 2005, begin 2006 in Schinveld een stuk bos verdedigden dat gekapt moest worden om extra ruim baan  te maken voor militaire AWACS-lawaai-luchtvoertuigen. Dat soort activoeren hebben we nodig. Als er tegelijk een harde strijd gevoerd wordt voor meer en frequentere stads- en streekbussen, en als dit gevecht met de strijd tegen autowegen verbonden wordt, dan kunnen we de omslag die nodig is en die regeerders uit zichzelf niet gaan doen, afdwingen.

Langs deze weg kunnen we de voortdenderende machine die ons de klimaatramp bezorgt, dwarsbomen, ontregelen, steeds grotere stukken ervan onklaar maken. Maar we kunnen en moeten nog verder gaan. De machine zelf – deze maatschappelijke orde – is aan vervanging toe, juist ook vanwege dat klimaat.

Als bedrijven afzonderlijk, vanwege de concurrentie, niet uit zichzelf milieuvriendelijk worden; als regeringen afzonderlijk, om dezelfde reden, niety milieuvriendelijk worden; als verdragen  tussen regeringen, alweer om die reden, te weinig en te traag hulp bieden – wat dan? Om bedrijven en regeringen de goede kant op te dwingen , is een macht nodig die sterker is dan afonderlijke bedrijven en regeringen, eentje die de concurrentie effectief buiten spel zet. Dat kan in principe op twee manieren.

Er kan een macht boven de huidige regeringen gevormd worden, een soort wereldregering. Maar die zal niet uit een vrijwillig samengaan van staten voortkomen – juist vanwége die concurrentie. Zoiets kan wel op een andere, zeer griezelige manier, tot stand komen: als één mogendheid de rest onderwerpt. Als de VS – of China, in de toekomst  ook een kanshebber – de wereldheerschappij wint, dán kan die ene overgebleven regering een effectief klimaatbeleid bindend opleggen.

Maar op weg naar die wereldheerschappij ligt oorlog na oorlog na oorlog. Andere mogendheden laten zich niet onderwerpen. En een VS die er niet in slaagt Afghanistan te onderwerpen – net zo min als China Xinkiang en Tibet er echt onder houdt – is ook niet echt in conditie voor die wereldheerschappij.

Mocht die er toch komen, dan wordt dat een nachtmerrie van slavernij. Een bewind dat mensen een goed milieu door de strot gata rammen, al merken dat die mensen niet alleen dat bewind, maar ook het milieubeleid ervan, zullen verafschuwen en waar mogelijk dwarsbomen. Terecht!En het idee dat machthebbers die tot elke oorlog bereid zijn om hun positie te verstevigen, de aangewezen personen zijn om ons milieu te redden is ook enigszins problematisch. Zo héél goed zijn al die oorlogen – met al die tanks en vliegtuigen die op olie draaien – nu ook weer niet…

Langs de weg van de machtsvergroting van machthebbers ligt dus geen aanvaardbare oplossing. Er is een ander soort macht nodig, eentje die gedragen wordt door de mensen zelf die nu de prijs van milieuvernietiging moeten dragen. Een democratische krachtsontplooiing van de overgrote meerderheid van de mensheid, tégen de macht van regeringen, bedrijfsdirecties en -bezitters in – dat is wat we nodig hebben. Daarmee kunnen we de logica van concurrentie doorbreken, daarmee kunnen we een maatschappij vestigen waar menselijkheid en milieu de prioriteit krijgen die ze verdienen – de hoogste.